CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2026 - 2029 definitief.pdf

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1226626 Programmabegroting 2026-202929.420 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

11 alinea's met “integrale”: 520 522 524 945 952 956 1330 1336 1367 1448 1629

Baten programmaonderdeel Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen integraal Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Huishoudelijk hulp (Wmo) Begeleiding (Wmo) Dagbesteding (Wmo) Overige maatwerkarrangementen (Wmo) Jeugdhulp ambulant regionaal Jeugdhulp met verblijf regionaal Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo PGB Jeugd Beschermd wonen (Wmo) Jeugdbescherming Coördinatie en beleid Wmo Coördinatie en beleid Jeugd Totaal baten

2.435 23 3.672 0 71 171 0 0 0 0 100 0 0 0 0 0 0 0 0 6.472

1.666 0 3.958 0 0 268 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 5.892

355 0 3.820 0 0 244 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.418

259 0 3.820 0 0 469 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 4.548

259 0 3.820 0 0 469 0 0 0 0 260 0 0 0 0 0 0 0 0 4.808

259 0 3.820 0 0 469 0 0 0 0 260 0 0 0 0 0 0 0 0 4.808

69

Rekening Raming Raming 2024 2025 2026 Saldo programmaonderdeel Samenkracht en burgerparticipatie Toegang en eerstelijnsvoorzieningen integraal Inkomensregelingen WSW en beschut werk Arbeidsparticipatie Hulpmiddelen en diensten (Wmo) Huishoudelijk hulp (Wmo) Begeleiding (Wmo) Dagbesteding (Wmo) Overige maatwerkarrangementen (Wmo) Jeugdhulp ambulant regionaal Jeugdhulp met verblijf regionaal Jeugdhulp met verblijf landelijk PGB Wmo PGB Jeugd Beschermd wonen (Wmo) Jeugdbescherming Coördinatie en beleid Wmo Coördinatie en beleid Jeugd Totaal saldo

2.195 1.705 1.678 1.126 384 404 1.941 793 356 244 5.170 2.868 432 76 47 25 1.052 0 0 20.497

2.437 1.761 1.396 1.034 404 278 1.763 717 361 259 3.677 4.116 403 98 71 31 1.088 161 108 20.163

Meerjarenraming 2027 2028 2029

2.499 2.334 2.334 2.333 1.872 1.872 1.872 1.872 1.918 1.918 1.918 1.918 1.071 1.000 980 982 450 450 450 450 381 156 156 156 1.950 2.040 1.990 2.090 719 719 719 719 427 427 427 427 338 338 338 338 3.586 3.586 2.791 2.951 4.235 4.235 4.235 4.235 364 314 314 314 98 98 98 98 71 71 71 71 32 32 32 32 1.020 970 970 970 158 158 158 158 111 111 111 111 21.301 20.830 19.965 20.227

Per begroting 2025 wordt er gebruik gemaakt van een nieuwe indeling van de taakvelden. De cijfers van ‘rekening 2024’ zijn aangepast naar deze nieuwe taakvelden. De taakvelden van voorgaande jaren zijn niet één op één over te nemen naar het nieuwe taakveld, daarom is voor deze optie gekozen.

Toelichting Op het taakveld Samenkracht en burgerparticipatie zijn de verschillen ten opzichte van de jaren 2024 en 2025 voor de baten en lasten het effect van de Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne en de verantwoording van de kosten. In de jaren 2026 en verder is daar nog geen rekening mee gehouden. De baten hebben betrekking op de SPUK inburgering en De Brede SPUK. De daling met ingang van 2027 is het gevolg van het beëindigen van de Brede SPUK. Daar is aan de lastenkant ook rekening mee gehouden, waardoor het budgettair neutraal verwerkt is. Taakveld Toegang en eerstelijnsvoorziening heeft betrekking op de inzet van het sociaal team. De taakvelden Inkomensregelingen en Arbeidsparticipatie zijn gebaseerde op de meerjarenbegroting van de uitvoeringsorganisatie BBS. In de raming is rekening gehouden met een verhoging van € 150.000,- voor de nieuwe organisatie Eemkracht (volgens de kadernota). Taakveld WSW en beschut werk is geraamd op basis van de meerjarenbegroting RWA/Amfors. De raming op het taakveld Huishoudelijke hulp is gebaseerd op de werkelijke ontwikkeling in 2024 en In de kadernota is deze ontwikkeling opgenomen. Vorig jaar is besloten tot beëindiging van de regeling huishoudelijke hulp mantelzorg. Dat is in de meerjarenbegroting verwerkt. Bij het taakveld Hulpmiddelen en diensten zien we in meerjarenperspectief een stijging van de baten.

Met ingang van 2027 wordt de maximering van de eigen bijdrage losgelaten en verwachten we een hogere eigen bijdrage. Dit beleid was vorig jaar al in de meerjarenbegroting meegenomen, maar is een jaar uitgesteld. De taakvelden Begeleiding en Dagbesteding Wmo zijn geraamd op basis van de werkelijke ontwikkeling in 2024.

70

De taakvelden die betrekking hebben op Jeugd zijn gebaseerd op de ontwikkeling van de zorgkosten Jeugd 2024. De daling in meerjarenperspectief heeft betrekking op enerzijds de taakstellende bezuiniging van het Rijk en de veranderopgave die aan de nieuwe zorgaanbieder MetMaya is meegegeven. In de risicoparagraaf hebben we aangegeven dat het realiseren van deze taakstellingen nog onzeker blijft. We blijven dat kritisch volgen. Daarnaast zien we dat de kosten voor het taakveld jeugdbescherming in 2024 fors zijn gestegen. In de raming voor de begroting 2026 is deze lijn nog aangehouden.

71

72

2.7 Volksgezondheid en milieu (Taakveld Volksgezondheid valt onder de commissie Samenleving, portefeuillehouder A. van de Groep. De taakvelden Riolering, Afval, en Begraafplaatsen en crematoria horen bij de commissie Ruimte, portefeuillehouder W. de Jong. Begraafbeleid behoort bij J.L. Geurts.)

Omschrijving programma (missie) De gemeente heeft oog voor de gezondheid van haar inwoners, iedereen moet optimale kansen op gezondheid hebben en de gezondheidsverschillen moeten kleiner worden. Daarnaast streeft de gemeente naar een duurzame en leefbare gemeente. Het programma bestaat uit de volgende taakvelden: ▪ Volksgezondheid ▪ Riolering ▪ Afval ▪ Milieubeheer ▪ Begraafplaatsen en crematoria

Context en achtergrond Volksgezondheid Tot dit taakveld behoren maatregelen ter bescherming van de gezondheid van de bevolking als geheel, van specifieke risicogroepen, van jeugd en van ouderen. De ruimte die gemeenten hebben om eigen gezondheidsbeleid te voeren, wordt bepaald door wettelijke en financiële kaders. De Wet Publieke Gezondheid is het belangrijkste wettelijke kader. Op basis van deze wet is de gemeente verantwoordelijk voor publieke gezondheidszorg. Publieke gezondheidszorg richt zich op de zorg voor de gezondheid van de hele samenleving en voor risicogroepen. Het is de taak om de gezondheid van de inwoners te beschermen, te bewaken en te bevorderen. Daarmee vult het de reguliere zorg aan, die vooral gericht is op genezing en verzorging van individuele patiënten op het moment dat hun gezondheid al geschaad is. Een groot gedeelte van de taken op het gebied van gezondheid is wettelijk vastgelegd, met weinig beleidsvrijheid voor de gemeente. De GGDrU is daarbij de belangrijkste uitvoerder. Het betreft de volgende taken: ▪ gezondheidsbevordering algemeen ▪ jeugdgezondheidszorg ▪ preventieve ouderengezondheidszorg ▪ infectieziektebestrijding Naast de Wpg heeft de gemeente ook te maken met de landelijke nota gezondheidsbeleid. De landelijke speerpunten bieden aangrijpingspunten voor gemeenten om effectiever beleid te voeren. In 2023 is het IZA en het GALA gesloten.

Zorgverzekeraars, de VNG en het Ministerie van VWS hebben uitgesproken dat er een verschuiving moet plaatsvinden van zorg naar preventie. Het doel hiervan is om de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Op 2 juli 2025 is het onderhandelaarsakkoord AZWA ondertekend. Als gemeenten zijn we een belangrijke partner in deze akkoorden. Wat we als gemeente verder willen bereiken op het gebied van gezondheid, staat beschreven in het Integraal Beleidskader Sociaal Domein. Het lokale plan van aanpak voor het GALA vormt daar een aanvulling op. Riolering, Afval en Milieubeheer De gemeente vergunt bedrijfsvestigingen en bewaakt de milieubelasting door bedrijven, zorgt voor gescheiden inzameling van huishoudelijk afval, streeft naar CO2-reductie en energiebesparing, stimuleert waar mogelijk duurzaam bouwen, houdt een goede riolering in stand en geeft voorlichting 73

aan burgers en bedrijven. Voor de uitvoering van het beleid maakt de gemeente gebruik van aanwezige wet- en regelgeving waaronder de Omgevingswet. Daarnaast komt vanuit het Klimaatakkoord en rijksgelden (Klimaatakkoord, Energiearmoede, Isolatieprogramma) een aantal verplichtingen op de gemeente af, dit maakt deel uit van de landelijke energietransitie. Begraafplaatsen en crematoria Gemeente Bunschoten bezit twee begraafplaatsen en geen crematoria. Memento Mori is de oudste begraafplaats die in 1908 in gebruik is genomen. Een deel van deze begraafplaats is aangewezen als monument. De begraafplaats de Akker is in 2005 in gebruik genomen. Deze begraafplaats is gelegen aan de rand van de polder en heeft een moderne en parkachtige uitstraling. Naast reguliere graven is een ruimte voor islamitische graven, een urnenkelder en een ruimte om as uit te strooien na een crematie.

Kaderstellende beleidsnota’s ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ Integraal beleidskader Sociaal domein 2024 – 2027 ‘Samen verder’ Plan van aanpak GALA 2024 - 2026 Gemeentelijk Water en Riolering Plan 2022 – 2026 Baggerplan Bunschoten 2024 – 2028 Beheerplan Oeververdediging en Frontmuren 2016 – 2030 Verbreed Basis Rioleringsplan 2019 Afvalstoffenverordening gemeente Bunschoten DVO ROVA gemeente Bunschoten Nota Integrale handhaving 2023 - 2027 DVO ODU gemeente Bunschoten Plan van Aanpak diffuse bronnen 2007 Nota Bodembeheer (inclusief bodemkwaliteitskaarten en PFAS) DVO energieloket Transitievisie Warmte met isolatieprogramma Bunschoten 2024 - 2027 Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit Regionale Energie Strategie Regionale Uitvoerings- en handhavingsstrategie VTH Begraafplaats beheerplan gemeente Bunschoten 2015 – 2025 (van kracht tot vaststelling nieuw beheerplan) Begraafplaats beheerplan gemeente Bunschoten 2026 – 2035 (nog niet vastgesteld)

Taakveld Volksgezondheid Wat willen we bereiken? ▪

▪

We willen een gezonde en actieve leefstijl voor iedereen bereiken, waarbij we de fysieke en mentale gezondheid van alle inwoners bevorderen. Een evenwichtige combinatie van beweging, gezonde voeding en mentaal welzijn is belangrijk voor een gezond leven. Door middel van bewustwording, educatie en toegang tot de juiste hulpmiddelen, streven we ernaar dat iedereen in staat is om een actieve en gezonde leefstijl te leiden. Daarnaast verdient ieder kind de best mogelijke start van zijn of haar leven en een optimale kans op een goede toekomst. De eerste 1.000 dagen van een kind, vanaf conceptie tot het 2e levensjaar, zijn cruciaal voor een goede start. Met het actieprogramma Kansrijke Start zetten we in op een veilige, gezonde en kansrijke opvoeding voor alle kinderen in onze gemeente.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Uitvoering geven aan het IZA, transformatieplan Samen Sterker Eemland en GALA. Uitvoering geven aan het plan van aanpak preventie middelengebruik onder jongeren 20252030. Continuering van JOGG en ketenaanpak kind naar gezond gewicht en het stimuleren van gezonde kantines/ clubhuizen bij sportverenigingen. Zie voor het bevorderen van sport en bewegen het Taakveld Sportbeleid en activering (blz. 53). We versterken onze lokale coalitie van Kansrijke start, waarbij we aandacht hebben voor het versterken van de relatie tussen ouders, de relatie tussen ouders en hun kind. Het samen brengen van (medisch) professionals rondom kwetsbare zwangere vrouwen. 74

Indicatoren Volksgezondheid De indicatoren uit het beleidskader sociaal domein worden in de nieuwsbrief sociaal domein en bij de evaluatie van het beleidskader gepubliceerd.

Taakveld Riolering Wat willen we bereiken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Een optimaal functionerend rioleringsstelsel. Het rioolstelsel en de omgeving is voor zover mogelijk klimaat adaptief ingericht. Dat wil zeggen dat bij vervanging van het stelsel en de inrichting van de openbare ruimte er rekening is gehouden met klimaatontwikkelingen. De riool hoofdgemalen zijn veilig en schoon, voldoen aan de huidige wettelijke eisen en functioneren optimaal. Voor de gemeentelijke rioolleidingen op particulier terrein zijn zakelijke rechten gevestigd. Doelmatig rioolbeheer is uitgevoerd, zoals in het door de gemeenteraad vastgestelde GWRP 2022 - 2026 is aangegeven. Bewoners zijn zich bewust van het gebruik van de riolering en zijn meer betrokken bij het klimaat adaptief inrichten van de openbare ruimte in de gemeente en de particuliere terreinen. Hiervoor is gebruik gemaakt van de regeling waarin een financiële bijdrage voor de aanleg van een “groen” dak geregeld is.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

De hoofdriolen worden volgens de methode van risico gestuurd beheer gereinigd en geïnspecteerd. Hierbij worden de relatief jonge, minder cruciale rioolstrengen minder vaak geïnspecteerd ten opzichte van de oudere rioolstrengen met een transportfunctie. Enkele rioolstrengen zullen worden vervangen of zullen worden gerenoveerd door middel van relining. Relinen is een renovatietechniek waarbij een nieuwe binnenvoering in een bestaande rioolbuis wordt aangebracht om deze te herstellen en te versterken. Het gemalenonderhoud wordt uitbesteed en uitgevoerd volgens de daaraan gestelde normen en eisen. De voorbereidingen voor het project “herinrichting Oranjebuurt” gaan van start. Het opstellen van een nieuw GWRP voor de jaren 2027 - 2031. Met het waterschap Vallei en Veluwe en het Platform Water Vallei en Eem worden de watergangen schoongemaakt en zo optimaal mogelijk ingericht. Bewoners stimuleren met een bijdrage om platte daken te voorzien van vegetatie (groen dak). Bewoners informeren over het juiste gebruik van de riolering en bewust maken van de verandering van het klimaat en de invloed daarvan op de leefomgeving.

Taakveld Afval Wat willen we bereiken? ▪ ▪

Een schone gemeente en een functionele grondstoffen- en restafvalinzameling. Op effectieve en efficiënte wijze continueren van het systeem van nascheiding.

Wat gaan we er voor doen? ▪

▪

Voor een betere afvalscheiding wordt blijvend ingezet op het verminderen van de vervuiling van het GFT (voorlopers, controles en handhaving) en wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn voor uitbreiding op het aanbiedstation, om meer stromen te kunnen scheiden en een inzamelpunt voor de kringloop te realiseren. Samen met de AVU en ROVA werken aan het terugdringen van afval en het bevorderen van het hergebruik van grondstoffen.

Taakveld Milieubeheer Wat willen we bereiken? ▪

Het behouden en zo mogelijk verbeteren van een duurzame leefomgevingskwaliteit in Bunschoten, waarbij de milieutaken op adequaat niveau zijn. Om de milieudoelstellingen te bereiken kunnen onder andere juridische (regelgeving, convenanten) en economische (subsidie/belasting) middelen ingezet worden. De gemeente werkt lokaal en in regioverband aan de energietransitie, daarbij is participatie van groot belang. De mogelijkheden voor het 75

verbeteren van een duurzame leefomgevingskwaliteit worden gezocht aan de hand van twee centrale vragen: o Hoe moet de ruimte, bedrijvigheid, samenleving en overheidsorganisatie zich vanuit een ‘duurzaamheids- en leefbaarheidsbril’ ontwikkelen? o Welke bijdrage kunnen de Bunschotense gebieden, bedrijven, burgers en overheidsorganen leveren aan het realiseren van een duurzame leefomgevingskwaliteit?

Wat gaan we er voor doen? ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Werken met de Omgevingswet die per 1 januari 2024 is ingetreden; hiervoor dienen op een aantal thema’s (deel) programma’s gemaakt te worden en regels in het Omgevingsplan opgenomen. Daarnaast zal een aantal digitale voorzieningen gevuld worden en zonering (geluid/externe veiligheid) aangepast worden. Uitvoeren van de nieuwe bodemtaken in de Omgevingswet met daarbij de overgang van de bevoegd gezag rol van provincie naar gemeente. In 2026 zullen we de nieuwe taak samen met de omgevingsdienst evalueren. In het kader van de Omgevingswet samenwerken met de per 1-1-2026 opgerichte nieuwe omgevingsdienst ODU. Integraal samenwerken met handhavers in de gemeentelijke organisatie en daarbuiten (bijvoorbeeld het Waterschap in het discrepantieproject), vanuit het vastgestelde Vergunningen, Toezicht en Handhavingsbeleid. De informatieplicht energiebesparing implementeren door voorlichting richting bedrijven en het overdragen van het toezicht aan de ODU. Het uitvoeren van het toezicht en waar nodig de handhaving op de Label C-plicht voor kantoren. In 2026 moet de Transitievisie Warmte (Warmteprogramma onder de Omgevingswet) worden geactualiseerd. Dit document beschrijft hoe de gemeente de transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving vormgeeft. Door nieuwe ontwikkelingen, zoals netcongestie, is ook het Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit aan herziening toe.

Gezien de samenhang tussen warmte, energiebesparing en duurzame opwek en het belang van integraliteit is ervoor gekozen een Energieprogramma op te stellen in 2026, waarin beide beleidsstukken een plek krijgen. Integraliteit met betrekking tot het onderwerp klimaatadaptatie en circulariteit verder vormgeven. Vanuit de RES werkt de gemeente regionaal samen aan onderzoek naar grootschalige opwek van elektriciteit, regionale warmtebronnen en oplossingsrichtingen voor netcongestie. De potentie van zonne-energie langs de A1 wordt onderzocht samen met Rijkswaterstaat, de provincie en aangrenzende gemeenten. Vanuit het Isolatieprogramma Bunschoten en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma dat loopt tot en met 2027 wordt in 2026 ingezet op een verduurzamingsaanpak voor Verenigingen van Eigenaren. De gemeente maakt deel uit van het Energie Diensten Centrum van de provincie Utrecht. Onderdeel is een meerjarig programma voor het isoleren van woningen. Met rijksgelden worden isolatiesubsidies aangeboden aan huishoudens met energiearmoede en inwoners met een woning met een slecht energielabel en een WOZ-waarde onder het gemiddelde van de gemeente. Ook in 2026 wordt de isolatiesubsidie verstrekt.

Voor het verduurzamen van de woningen binnen de bebouwde kom wordt het Soorten Management Plan werkbaar gemaakt binnen de organisatie en moeten de verblijfplaatsen van bijzondere soorten worden gemonitord. Energiebesparende maatregelen worden aangeboden aan huishoudens in energiearmoede, zoals de witgoedregeling. Voorlichting over verduurzaming gericht op woningen vindt plaats via het energieloket, vrijwillige energiecoaches, de gemeentewebsite en verschillende verduurzamingsacties. In regioverband wordt er gekeken naar de mogelijkheid om een lokaal energieloket voor bedrijven op te richten, Hierdoor moet de informatievoorziening en ondersteuning van bedrijven bevorderd worden. De twee verduurzamingsadviseurs werken in samenwerking met de adviseur vanuit de Provincie verder in de ondersteuning van bedrijven in het verduurzamen. Daarbij speelt het thema netcongestie een grote rol. Hierbij wordt er gefocust om een langdurige en periodieke samenwerking op te zetten tussen de bedrijven en de gemeente. De onderzoeken naar energiehubs en restwarmte worden voortgezet.

76

▪

Voor duurzame mobiliteit verder werken aan het verder verdichten van een netwerk van openbare laadpunten. Ook is er een locatie voor (elektrisch) snelladen in ontwikkeling bij De Kronkels.

Taakveld Begraafplaatsen en crematoria Wat willen we bereiken? ▪

Nette begraafplaatsen en begrafenissen, waarbij orde, respect, rust en netheid de belangrijkste uitgangspunten zijn.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Uitvoering geven aan het reguliere begraafbeleid. Besluitvorming over invoering van de begraafplaatsverordeningen waarin het omzetten van grafrechten naar onbepaalde tijd mogelijk wordt gemaakt. Het beheren en onderhouden van de begraafplaatsen op een hoog onderhoudsniveau. Het ruimen van graven op begraafplaats Memento Mori. Het voorbereiden en uitvoeren van de werkzaamheden voor de herinrichting, inclusief de aanleg van drainage, van het vrijkomende grafveld (deelfase 3) op begraafplaats Memento Mori.

Verbonden partijen Volksgezondheid en milieu Gemeentelijke GezondheidsDienst regio Utrecht De GGDrU beschermt, bewaakt en bevordert de gezondheid van de gemeenten in het werkgebied. Zij doet dit door de risico’s voor gezondheid te signaleren, te voorkomen en de gezondheid van de inwoners te bevorderen. Ook als er incidenten uitbreken in de regio zorgt de GGDrU voor snelle hulpverlening, in samenwerking met de VRU. Afvalverwijdering Utrecht De AVU werkt samen met en in opdracht van de Utrechtse gemeenten in de afvalketen en draagt zorg voor de overslag, het transport en de verwerking van het huishoudelijk afval van de deelnemende gemeenten in de provincie Utrecht. Regionale uitvoeringsdienst Utrecht/ Omgevingsdienst Utrecht Vanaf 1 januari 2026 voert de nieuwe omgevingsdienst ODU - voormalige RUD - de vergunningverlenings-, handhavings- en adviestaken uit voor de provincie Utrecht en alle gemeenten binnen de provincie waaronder Bunschoten. De manier waarop de ODU en haar opdrachtgevers samenwerken en de verdeling van taken en bevoegdheden zijn vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. De vergunningverleners en toezichthouders werken aan een schoon milieu, natuurbehoud en een veilige leefomgeving. Het eerste jaar van de ODU zal een jaar zijn waarin we goede structuren en processen op het gebied van governance, taakuitvoering en samenwerking opzetten. N.V.

ROVA Holding De ROVA zamelt de huishoudelijke afvalstoffen in, in de gemeente Bunschoten. Vitens N.V. Vitens NV heeft als missie een duurzame, efficiënte en effectieve watervoorziening binnen het voorzieningsgebied van de aangesloten bedrijven, voor de verschillende deelmarkten en doeleinden van waterverbruik, volgens de hoogste standaards op het gebied van kwaliteit, gezondheid en beschikbaarheid, gebaseerd op een integraal beheerde en duurzaam ingerichte waterketen.

Indicatoren Volksgezondheid en milieu Indicator

Eenheid

Bron

Omvang huishoudelijk restafval Hernieuwbare elektriciteit

KG per inwoner

CBS

%

Rijkswaterstaat Klimaatmonitor

Bunschoten 2022 155 (2023)

Nederland 2022 148 (2023)

19,6

32,5

77

Wat mag het kosten? Programma Volksgezondheid en milieu (bedragen x € 1.000,-) Rekening Raming Raming 2024 2025 2026

Meerjarenraming 2027 2028 2029

Lasten programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

1.362 1.981 3.172 1.370 505

1.460 2.022 3.179 3.025 497

1.447 2.071 3.394 1.106 537

1.352 2.071 3.394 1.106 537

1.352 2.046 3.428 1.113 537

1.352 2.063 3.428 1.101 525

Totaal lasten

8.389

10.183

8.556 8.461

8.477

8.469

Baten programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

157 1.975 3.172 445 504

141 1.938 3.206 1.995 473

95 0 2.071 2.071 3.394 3.394 0 0 537 537

0 2.046 3.428 0 537

0 2.063 3.428 0 525

Totaal baten

6.253

7.753

6.097 6.003

6.012

6.016

Saldo programmaonderdeel Volksgezondheid Riolering Afval Milieubeheer Begraafplaatsen en crematoria

1.205 6 0 924 1

1.319 84 -27 1.030 23

1.352 1.352 0 0 0 0 1.106 1.106 0 0

1.352 0 0 1.113 0

1.352 0 0 1.101 0

Totaal saldo

2.136

2.430

2.459 2.458

2.465

2.453

78

Investeringen (Bedragen x €1,-) Verv. mech. en elect. Install. Pompputten drukriol. Stuw Edisonweg Vervangen gemalen Afsluiten duikers Kast, elektr. en mechanisch deel hoofdgemalen

2026

2027

2028

2029

-

-

235.000

-

5.000

-

-

-

-

85.500

-

-

16.500

16.500

16.500

-

-

58.000

-

-

439.000

691.000

-

-

Overstort Gerbrandysingel, Sluisweg, Eemdijk

-

-

3.000

-

Haarbrug N+Z, Zev.huiz.str. 285 hoofgem. elektr.mech.

-

-

132.038

-

-

- 1.065.461 1.065.461

Vervanging/renovatie riolering 2022 e.v.

Afkoppelen Oranjebuurt en alg. verv. leidingen Vervanging gemaal Vondelstraat 2026

150.000

-

-

-

Riolering buitengebied 2029

-

-

-

173.000

Kast, elektr. en mechanisch deel hoofdgem. Polkampen, Tabakskamp, Westdijk, en Oostsingel/Spieringweg

-

-

-

172.088

Aanbiedstation huisvesting en slagboom

-

-

10.000

-

Milieuvoorzieningen aanbiedstation

-

-

-

58.000

Afvalbakken hondenpoep

-

19.000

-

-

Uitvoering begraafbeleid Totaal

-

-

-

190.000

610.500

870.000 1.461.999 1.468.549

Toelichting De lasten op het taakveld Volksgezondheid zijn geraamd op basis van de meerjarenbegroting van de GGDrU en voor de jaren 2026 en op basis van De Brede SPUK. Deze bijdrage van het Rijk vervalt met ingang van 2027 en dat is budgettair neutraal verwerkt in de netto lasten van dit taakveld. De saldi van afval, riolering en begraven komen binnen dit programma per saldo op nul uit. In het kader van de wetgeving van het BBV mogen geen egalisatiereserves meer worden gevormd voor deze taakvelden. De mutatie moeten via de egalisatievoorzieningen worden geraamd. In de paragraaf Lokale heffingen is te zien hoe deze mutaties geraamd zijn. We zien voor de kostendekking van deze rechten dat de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten en er dus onttrokken wordt aan de voorziening. Dat is voor een paar jaar op zich geen probleem, maar structureel vraagt dat om een verdere analyse van de kostendekkendheid. De lasten op het taakveld Milieubeheer zijn geraamd onder andere op basis van de meerjarenbegroting van de ODU/RUD en de ontvangen specifieke uitkering CDOKE die is bestemd voor de dekking van de uitvoeringskosten duurzaamheid. Die is bij de baten/lasten alleen nog voor 2025 geraamd, omdat nog niet zeker is of de regeling wordt verlengd.

79

80

2.8 Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (Commissie Ruimte, portefeuillehouders W. de Jong en W.P. van der Es)

Omschrijving programma (missie) De gemeente Bunschoten kenmerkt zich als een ‘eiland in de groene zee’. Ingezet wordt op het behoud van het open landschap rondom Bunschoten. Bunschoten wil voldoende ruimte houden voor opvang van de eigen bevolking en de ontwikkeling van de plaatselijke werkgelegenheid. Gestreefd wordt naar handhaving en versterking van de bestaande kenmerken en kwaliteiten: kleinschaligheid, cultuurhistorie, rust en natuur en de ligging aan het water. Het beleid streeft naar een zodanige inrichting van de gemeente dat voldoende ruimte bestaat voor wonen, werken en voorzieningen. Samen met bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties wordt er gewerkt aan een vitale gemeente, waar het aantrekkelijk is om in te wonen, werken en recreëren. Bij deze inspanningen wordt nadrukkelijker samengewerkt op regionaal niveau, onder andere met regio Amersfoort, regio Foodvalley en de provincie Utrecht, voor de gemeente overschrijdende uitdagingen (strategische agenda regio Amersfoort, regionale energiestrategie, regio woondeal met het Rijk 2022-2030, regionale programmering wonen, POVI, Ontwikkelbeeld 2030-2040, meer verbinden woon- en zorgthema’s etc). Het programma bestaat uit de volgende taakvelden: ▪ Ruimte en leefomgeving ▪ Grondexploitatie (niet- bedrijventerreinen) ▪ Wonen en bouwen

Context en achtergrond Ruimte en leefomgeving De rijksoverheid werkt verder aan de doorwerking van het wetgevingstraject, dat grote gevolgen heeft voor het omgevingsrecht (bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, water, erfgoed, natuur en infrastructuur). De nieuwe Omgevingswet, die een groot aantal bestaande wetten en uitvoeringsregelingen (AMvB’s en ministeriële regelingen) verving, is sinds 1 januari 2024 van kracht. In navolging op de afgelopen jaren wordt in 2026 verder gewerkt aan de implementatie van de Omgevingswet in de organisatie. Activiteiten na de inwerkingtreding zijn onder meer het volgen van verdiepingscursussen en ervaring opdoen en efficiënt leren werken met de nieuwe wetgeving en systematiek. Verder wordt gewerkt aan de kerninstrumenten zoals de uitwerking van de omgevingsvisie naar omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en aan de inzet op het automatiseringstraject (Digitale Stelsel Omgevingswet). Duidelijk is dat we er nog niet zijn. In de komende jaren moeten nog veel inspanningen worden verricht, onder meer om daadwerkelijk te komen tot een gemeente breed omgevingsplan. Net als in het afgelopen jaar blijft de gemeenteraad op een passende manier geïnformeerd en betrokken bij dit implementatietraject. Eén van de belangrijke opgaven vanuit het coalitieakkoord betreft de woningbouwopgave.

In het kader van dit programmaonderdeel van de begroting wordt werk gemaakt om deze ambitie zoveel mogelijk te realiseren. De gemeente kan hierin een belangrijke voorwaarde scheppende rol vervullen, maar uiteindelijk is de gemeente voor de bouw en realisatie van de woningen wel in sterke mate afhankelijk van een groot aantal partijen en factoren, zoals de marktomstandigheden, gerechtelijke procedures etc. Grondexploitatie Voor dit taakveld gelden enkele algemene beleidsuitgangspunten. Ten behoeve van de uitgangspunten wordt aan diverse woningbouwprojecten (mee)gewerkt. Vanuit deze projecten worden woningen toegevoegd waarmee het inwoneraantal kan worden verhoogd. Door in de projecten te 81

participeren en voorwaarden te stellen aan het woningbouwprogramma wordt voorzien in passende woonruimte voor de doelgroepen van het vastgestelde volkshuisvestingsbeleid. In regionaal verband wordt gewerkt vanuit de vastgestelde Regionale ruimtelijke visie Regio Amersfoort. Wonen Omgevingsprogramma wonen 2025-2029 Met de inwerkingtreding van de nieuwe Omgevingswet per is de taakverdeling tussen de raad en het college veranderd. De raad heeft eind 2023 een gemeentelijke omgevingsvisie vastgesteld en het college stelt vervolgens de daaruit voortvloeiende omgevingsprogramma’s vast, die een meer uitvoerend karakter hebben. Op 8 april 2025 heeft college het nieuwe omgevingsprogramma wonen 2025-2029 met uitvoeringsagenda vastgesteld. Dit na een participatietraject met verschillende doelgroepen en ook na bespreking van een opiniërend commissiestuk in de commissie Ruimte. De raad is vervolgens in de commissie Ruimte van 7 mei 2025 op de hoogte gesteld hoe de definitieve versie eruitziet. Het omgevingsprogramma wonen (ook wel volkshuisvestingsprogramma genoemd) met een paragraaf woonzorgvisie en een uitvoeringsagenda is nadrukkelijker gekoppeld aan het Integraal beleidsplan Sociaal Domein, onderdeel Wmo.

Die lokale paragraaf woonzorgvisie is weer een uitvloeisel van een regionaal woonzorgvisie onderzoek regio Amersfoort, waarbij de provincie Utrecht optreedt als opdrachtgever van dit onderzoek, met als invalshoeken: ▪ de ouderenhuisvesting vanwege de toenemende vergrijzing. ▪ de huisvesting van (meer) wettelijke urgentiedoelgroepen vanuit het programma Een thuis voor iedereen. Dit programma wordt ook verankerd in de nieuwe Wet regie op de volkshuisvesting, welke naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2026 in werking treedt. Deze nieuwe wet biedt het juridisch kader om de uitgangspunten uit de woondeal 2022-2030 te versterken, waarbij voor nieuwbouw 30% sociale huur en 67% betaalbare nieuwbouw (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop) het uitgangspunt is bij de programmering van woningbouwplannen. In de programmering van de woningbouwplannen over de jaren 2025-2029 wordt met deze uitgangspunten rekening gehouden. In vijf jaar tijd willen we 775 nieuwbouwwoningen realiseren (gemiddeld 155 per jaar). In 2025 en 2026 proberen we aansluiting te vinden op het coalitieakkoord 2022-2026 (200 nieuwbouwwoningen per jaar). Met de huidige programmering werken we hier stapsgewijs naartoe. Bezwaar- en/of beroepsprocedures tegen nieuwbouwplannen kunnen de bestaande programmering overigens (verder) vertragen en ook andere invloeden kunnen een vertragende factor opleveren (o.a.

netcongestie, ecologie etc.). Om meer te kunnen sturen op de woningbouwprogrammering en woonruimteverdeling naar verschillende doelgroepen, zal naar verwachting een groter beroep worden gedaan op het nieuwe en al beschikbare beleidsinstrumentarium voor de volkshuisvesting. Een onderzoek naar een verevenings-fonds is in de tweede helft van 2025 opgestart en ook andere acties zijn of worden in gang gezet. We nemen de raad mee in het onderzoek voor een vereveningsfonds om te bepalen of een dergelijk fonds een toegevoegde waarde heeft in onze gemeente en of we het willen invoeren en wat de alternatieven zijn. Doelgroepen De belangrijkste doelgroepen voor huisvesting blijven de jeugd/starters en de senioren, maar er wordt een programma gerealiseerd voor alle doelgroepen. Ook komt er vanuit het Rijk meer aandacht voor urgente doelgroepen, zoals terugkeer uit maatschappelijke opvang, beschermd wonen en ook meer aandacht voor deugdelijke huisvesting arbeidsmigranten. Specifiek worden arbeidscontracten en huurcontracten van woningen daarbij uit elkaar getrokken. Senioren en specifieke doelgroepen Net als de vorige woonvisieperiode verwachten we dat we de komende jaren naast de klassieke nieuwbouw-methoden ook de meer creatieve nieuwbouwconcepten, zoals Knarhofjes, gespikkeld wonen, Tiny Houses en/of micro-wonen voor de verschillende doelgroepen blijven omarmen.

Starters en middeninkomens Voor starters worden meer kansen gecreëerd, waarbij de inzet is om voor 67% nieuwbouw te realiseren in het segment sociale huur, middenhuur en betaalbare koop tot € 405.000,- (norm 2025). 82

Ook mensen met een middeninkomen moeten hierdoor beter bediend worden. Naast de gemeente gaat ook de provincie hier nadrukkelijk op sturen op basis van regionale programmering voor Wonen (en werken) en de woondeal 2022-2030 als voorloper op de Wet versterken regie op de Volkshuisvesting. Woondeal regio Amersfoort met het Rijk - periode 2022-2030 Er zijn vanaf 2022 heel veel tegenwind factoren ontstaan (hogere hypotheekrente, hogere bouwkosten, hogere energieprijzen, netcongestie etc.), waarbij de koopkracht is afgenomen, de bereidheid om te investeren in woningen onder druk staat en een versnelling in de woningbouw nog lastig te realiseren valt. Dit is ook onderkend door de regering, die met een programma STOER de sterk toegenomen regelgeving deels wil terugdraaien/verminderen en ook de bezwaarmogelijkheden wil beperken. De VNG omarmt de koers van de regering. We zullen de komende tijd monitoren wat dit concreet oplevert. Verder is het de verwachting dat de woondeal voor een langere periode gaat gelden. Genoemd is al het jaar 2034, omdat de nieuwbouwopgave landelijk gezien trager verloopt dan gewenst. We volgen de ontwikkelingen op dat vlak en informeren de raad voor zover nodig. Huisvestingsverordening Op 10 juli 2025 heeft de raad een nieuwe Huisvestingsverordening gemeente Bunschoten 2025-2029 vastgesteld.

De tekst is regionaal afgestemd in de regio Amersfoort en bevat nog slechts een beperkt aantal lokale duidingen. De nieuwe verordening was nodig vanwege de aanhoudende schaarste van sociale huurwoningen. Ook is deze voorbereid op de Wet versterken regie op de volkshuisvesting, waarbij meer regionale samenwerking nodig is voor het (her)verdelen van de opgaaf van aandachtsgroepen die met name landen in de sociale huursector. Het programma “Een thuis voor iedereen” in de Wet versterken regie op de Volkshuisvesting speelt daarbij ook een rol. In 2025 en 2026 worden de fair-share afspraken voor verdeling van de aandachtsgroepen in regionaal verband nader uitgewerkt. De verwachting is dat dit een grotere opgave voor gemeenten oplevert, waarbij deze doelgroepen moeten worden gehuisvest in sociale huurwoningen. Prestatieafspraken met woningcorporaties en huurdersorganisaties Er worden nieuwe prestatieafspraken gemaakt voor de periode 2026-2030. De prestatieafspraken worden naar verwachting breder van opzet dan de voorgaande periode, waarbij wonen en zorg meer met elkaar wordt verbonden. Naast gemeente, corporatie en de huurdersbelangenorganisatie gaan ook enige (woon-)zorgpartijen aanschuiven voor een bijdrage aan deze afspraken. Het college stelt deze prestatieafspraken vast namens de gemeente Bunschoten.

De raad wordt vervolgens geïnformeerd over de gemaakte afspraken, die een afspiegeling zullen zijn van de uitgangspunten zoals vastgelegd in het omgevingsprogramma wonen en die ook inspelen op het Integraal beleidsplan sociaal Domein, onderdeel Wmo. Bouwen In het integrale handhavingsbeleid VTH, wordt voorgeschreven dat het handhavingsbeleid jaarlijks in een uitvoeringsprogramma moet worden uitgewerkt. Daarin staat waaraan de beschikbare capaciteit wordt besteed. Deze verdeling is gebaseerd op wettelijke vereisten, het lokale handhavingsbeleid en de risicoanalyse die jaarlijks wordt uitgevoerd. De verantwoording hiervan gebeurt door middel van een jaarlijkse evaluatie en bijstelling van de beleids- en uitvoeringscyclus (De big-8-cyclus). Het uitgangspunt voor het bepalen van de hoogte van de leges is dat de leges kostendekkend moeten zijn. De leges van de omgevingsvergunning vormen de belangrijkste inkomstenpost voor wat betreft de opbrengst van leges. Het promillage van de bouwleges wordt jaarlijks door de raad vastgesteld. In 2026 worden de leges omgevingsvergunningen geëvalueerd, twee jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De Wet Kwaliteitsborging is nog steeds niet volledig van kracht, vanwege aanloopproblemen.

Deze wet zorgt ervoor dat het bouwtechnische toezicht op de reguliere nieuwbouwwoningen - vallend onder de categorie gevolgklasse 1 - stapsgewijs overgaat van de gemeente naar de particuliere sector. De bouwers/ontwikkelaars moeten hiertoe een particulier toets orgaan inhuren om de kwaliteit van de nieuwbouw van dit type woningen te borgen. In de tussentijd schuiven de taken op van toetsen naar handhaven door deze meerdere wettelijke ontwikkelingen. Onder andere de rol voor gemeenten met betrekking tot de rechtsbescherming van huurders.

83

Meldpunt voor huurders De wetten goed verhuurderschap, wet betaalbare huur en de Wet vaste huurcontracten spelen een belangrijke rol tussen huurder, corporaties, particuliere verhuurders etc. en de gemeente. Deze wetten zijn in samenhang bedoeld om de huurder beter te beschermen tegen misstanden bij huurwoningen door verhuurders, wat in tijden van woning schaarste meer voorkomt. Verhuurders daarentegen worden uitgedaagd zich netjes en volgens de geldende de regels te gedragen richting hun huurders (geen discriminatie, geen intimidatie, beperkte servicekosten, schriftelijke huurcontracten, voldoende informeren etc.). Met de wet betaalbare huur is er daarnaast een huurprijscheck geïntroduceerd, waarmee huurders kunnen checken of ze niet te veel huur betalen. Omgekeerd moeten verhuurders gaan werken met vaste huurcontracten en met een woningwaarderingsysteem met een puntentelling waaruit blijkt dat men een redelijke huur in rekening brengt. Voor particuliere huur in het duurdere segment geldt geen afgebakende huurprijsbescherming. De eerste ervaringen in 2024 en 2025 met deze wetten leveren nog slechts een zeer beperkt aantal klachten op. Gemonitord wordt hoe dit zich verder ontwikkeld de komende jaren.

Handhaving huisvesting arbeidsmigranten Werkgevers hebben in Nederland een verantwoordelijkheid voor het huisvesten van arbeidsmigranten, maar gemeenten zijn verantwoordelijk voor toezicht en handhaving op deze huisvesting en de registratie van personen. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat de huisvesting van arbeidsmigranten voldoet aan wet- en regelgeving en dat de leefomstandigheden acceptabel zijn. De gemeente Bunschoten heeft haar beleid hieromtrent verwoord in het paraplubestemmingsplan “wonen” hetgeen van rechtswege onderdeel uitmaakt van het omgevingsplan. ▪ Zorg voor voldoende en passende huisvesting; zo hebben wij in onze gemeente twee logiesgebouwen waar arbeidsmigranten in gehuisvest worden en is een derde logiesgebouw vergund. Verder kan, wanneer een woning voldoende groot is en er aan de voorwaarden wordt voldaan, door middel van een omgevingsvergunning het gebruik van maximaal vijf of zes personen buiten het verband van een huishouden in een woning vergund worden. ▪ Wij proberen goed contact en overleg te onderhouden met de verschillende uitzendorganisaties die binnen onze gemeente werkzaam zijn. ▪ Er vinden controles plaats en wanneer er strijdigheden met wet-/en regelgeving geconstateerd worden, wordt er tot handhavend optreden overgegaan.

Ons college heeft hiertoe een plan van aanpak vastgesteld als uitvloeisel van het coalitieakkoord 2022-2026 “bouwen aan de toekomst”. Het is onze doelstelling dat alle woningen, waar huisvesting buiten het verband van een huishouden plaatsvindt, in 2025 gecontroleerd worden, waarna zo-nodig vervolgacties plaatsvinden.

Kaderstellende beleidsnota’s ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Coalitieakkoord 2022 - 2026 ‘Bouwen aan de toekomst’ Toekomstvisie 2025 ‘Gemeente Bunschoten zijn we samen!’ Omgevingsvisie 2040 Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht 2021 Omgevingsvisie Provincie Utrecht 2021 Regionale Ruimtelijke Structuurvisie Masterplan Rengerswetering 2007 Voorlopig ontwerp stedenbouwkundig plan Rengerswetering eiland 5, 6 en 7 Stedenbouwkundig en beeldambitieplan Rengerswetering eiland 5 Stedenbouwkundig en beeldambitieplan Rengerswetering eiland 6 Omgevingsprogramma wonen 2025-2029 Huisvestingsverordening 2025-2029 Prestatieafspraken tussen gemeente, corporaties en huurdersbelangenorganisaties 2022 – 2025 Woondeal regio Amersfoort 2022 - 2030 Bouwbesluit Welstandsnota gemeente Bunschoten 2017 Bouwverordening Bestemmingsplannen Erfgoednota 2012 Beleid Vergunningen, Toezicht en Handhaving gemeente Bunschoten 2023-2027

84

Taakveld Ruimte en leefomgeving Wat willen we bereiken? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Werken volgens de omgevingswet. Realiseren van de doelstellingen uit de toekomstvisie 2025 wat betreft het werkveld ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Bunschoten 2040. Ter visie leggen van het ontwerp Omgevingsplan deelgebied Kernen. Regievoeren op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Bunschoten. Uitbreiden van de kern Eemdijk. Streven naar het behoud van de kernkwaliteiten van het buitengebied, waarbij de agrariërs worden gestimuleerd mee te denken over de bijdrage die zij kunnen leveren aan het realiseren van maatschappelijke doelen. Er wordt agrariërs ondersteuning gegeven bij gesprekken tussen diverse partijen om agrarische mogelijkheden en/of nevenactiviteiten te onderzoeken.

Wat gaan we er voor doen? ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Voor het deelgebied Kernen (woongebieden en centrum van Bunschoten-Spakenburg en Eemdijk) wordt in 2026 eerst een voorontwerp Omgevingsplan voor inspraak ter inzage gelegd. Daarna wordt het Ontwerp definitief gemaakt en ter inzage gelegd. De uitgangspunten die we willen hanteren bij het opstellen van dit Omgevingsplan zijn: o Prioriteit wordt gegeven aan een gebiedsgerichte verhuizing van bestemmingsplannen en planologisch relevante onderdelen bruidsschat, te beginnen met het deelgebied Kernen. o Het betreft een beleidsneutrale insteek, zoals hiervoor al is aangegeven. o Verordeningen worden in beginsel op natuurlijke momenten omzet naar het omgevingsplan. o Niet-planologisch relevante onderdelen van de bruidsschat worden op een later moment (bij voorkeur aan de hand van een uniform regionaal voorstel) projectmatig omgezet naar het omgevingsplan. o Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen doorlopen een eigen planologische procedure en worden niet meegenomen, tenzij deze voorafgaand aan het Ontwerp Omgevingsplan onherroepelijk zijn. Opdoen van ervaring met het Digitale Stelsel Omgevingswet. Geven van uitvoering aan het masterplan Rengerswetering, door het opstellen van verkavelingsplannen en uitwerkingsplannen. Geven van uitvoering aan het diverse projecten, zoals Tiny Houses, de uitgifte van de schoollocaties en andere inbreidingslocaties.

Faciliteren (waar nodig) bij de overige in het uitvoeringsprogramma opgenomen (woningbouw)projecten. Toetsen, adviseren en begeleiden over ruimtelijke plannen. Toepassen van het vastgestelde grondbeleid. Voeren van actief grondbeleid indien noodzakelijk en gebruik maken van de instrumenten zoals het Voorkeursrecht en Onteigening. Begeleiden van overige plannen procedureel en projectmatig (onder meer vergunningverlening en contractvorming met betrekking tot kostenverhaal en dergelijke). Zorgvuldig procedureel begeleiden en faciliteren van de plannen met betrekking tot uitbreiding van Eemdijk.

Taakveld Grondexploitatie (niet- bedrijventerreinen) Binnen de gemeente is een aantal projecten in uitvoering die betrekking hebben op de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Het gaat zowel om enkele grote ruimtelijke uitbreidingsplannen (woningbouw en bedrijfsterrein) als om enkele kleinere in ontwikkeling te nemen inbreidingslocaties. Rengerswetering Eén van de meest omvangrijke woningbouwprojecten in Bunschoten betreft Rengerswetering. Het 4e eiland (Zuiderland) gaat de beheerfase in. De woningbouw van eiland 5 gaat stap voor stap door. In 2026 wordt de bouw van fase 2 (46 woningen) afgerond en gestart met fase 3 als deze woningen zijn verkocht. Zodra de bebouwing wordt opgeleverd wordt ook gestart met het woonrijp maken. Begin 2026 is het streven om wooneiland 6 bouwrijp te maken. Dit eiland voorziet in de bouw van ongeveer 239 85

woningen. De eerste verkoopfases gaan plaatsvinden. Bij een positieve verkoop wordt gestart met de bouw medio 2026. Project Tiny Houses Samen met woningstichting G&O wordt gewerkt aan de realisatie van 16 Tiny Houses binnen de gemeente. Hiervoor is tussen beide partijen een intentieovereenkomst ondertekend. De beoogde locatie voor deze woningen is de groenstrook achter de woningen aan de Frits de Zwerver, waar ter financiering van dit project 15 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. De omgevingsvergunningen zijn verleend. Het streven is dat de bebouwing in 2026 wordt gerealiseerd. Voor de start van de bouw wordt het gebied bouwrijp gemaakt en na de bouwfase wordt het gebied definitief ingericht. Diverse inbreidingslocaties Binnen de gemeente wordt nog met initiatiefnemers gewerkt aan inbreidingslocaties waar (zorg-) woningen of appartementen gerealiseerd kunnen worden. Naar verwachting wordt voor de zomervakantie van 2026 het gebouw van de Lidl en het voormalige kantoor van de Rabobank gesloopt. Na de zomervakantie wordt dan gestart met de bouw van de parkeergarage, nieuwe (grotere) Lidl en 31 appartementen. Herontwikkeling schoollocaties Op de voormalige schoollocatie Vivaldiweg 1, welke gemeentelijk eigendom is, willen wij samen met Woningcorporatie G&O na sloop van de school woningbouw realiseren.

De verkoop en daaropvolgende ontwikkeling van de schoollocatie draagt bij aan de nakoming van de prestatieafspraken tussen de gemeente en woningcorporatie G&O. Bij de herontwikkeling van deze locatie willen wij inzetten op doorstroming, waarbij ook aandacht is voor een juiste balans van woningtypen in relatie tot de Woonvisie. Hierover worden nadere afspraken gemaakt met de woningcorporatie. In en om het gebouw van de voormalige Calvijnschool worden sinds maart 2022 bijna 70 Oekraïners opgevangen. Het huidige gebouw van het Talent komt begin 2025 beschikbaar. Dit gebouw wordt in ieder geval tot 1 augustus 2027 ingezet voor de tijdelijke huisvesting van het Oostwende College. Ook kan het gebouw tijdelijk onderdak bieden aan groepen van De Vlucht en ‘t Kruisrak als dit nodig is voor de bouw van extra lokalen. Ondertussen worden er plannen ontwikkeld worden voor herontwikkeling. Voor het gebouw aan het Vogelpad 1 (voormalig schoolgebouw van ‘t Kruisrak dat nu gebruikt wordt door ‘t Kruisrak en het Christelijk Kindcentrum Bunschoten) zijn de inspanningen gericht om het gebouw vrij te spelen voor herontwikkeling. Er wordt in 2026 een start gemaakt met de herontwikkeling. Uitbreiding Eemdijk-Oost In 2024 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan vastgesteld. Er is echter beroep ingesteld bij de Raad van State.

Na onherroepelijkheid van het bestemmingsplan zal de initiatiefnemer kunnen starten met de realisatie van het bouwplan.

Taakveld Wonen en bouwen Wat willen we bereiken? ▪ ▪

▪

Voldoende woonmogelijkheden voor eigen inwoners, zowel in de huur- als de koopsector (specifiek voor starters en ouderen, maar ook voor bijzondere doelgroepen als mensen met een zorgbehoefte en met beperkingen). Een rechtvaardige en evenwichtige woonruimteverdeling, dat wil zeggen meer kansen voor groepen die aangewezen zijn op betaalbare huisvesting, zowel in de huursector (woningzoekenden die niet kunnen kopen, urgenten en bijzondere doelgroepen) als in de koopsector (starters en oudere doorstromers/senioren). Bouwen volgens het nieuwe omgevingsprogramma wonen 2025-2029 vooral voor eigen inwoners, maar ook deels voor de regionale behoefte. Daarbij rekening houden met een de regionale woondeal 2022-2030 en een strakkere regie vanuit het Rijk en de provincie, waarbij vooral gemonitord wordt op minimaal 30% sociale huur en 67% betaalbare nieuwbouw (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). Het programma een thuis voor iedereen en de nieuwe

86

▪ ▪

Wet regie op de Volkshuisvesting, die per 1 januari 2026 naar verwachting van kracht wordt zijn daarin leidend. Naast Rengerswetering meer inbreidingslocaties voor een betere spreiding. Dit geldt vooral voor de sociale woningbouw, waarbij we kansen met eigen grondposities goed benutten. Voor ouderen moeten vooral geschikte locaties gevonden worden nabij voorzieningen. Het vinden van voldoende geschikte locaties voor nieuwbouwwoningen voor de verschillende doelgroepen wordt nog een hele uitdaging voor de gemeente, corporaties en overige initiatiefnemers.

Wat gaan we er voor doen? ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Uitvoeren van het nieuwe omgevingsprogramma wonen 2025-2029, inclusief de paragraaf woonzorgvisie met uitvoeringsagenda. Opstarten nieuwe meerjaren prestatieafspraken 2026-2030 tussen de gemeente Bunschoten, de corporatie G&O en huurdersbelangenorganisatie HGO en wellicht ook enige (woon)zorginstanties. Bewaken van het meldpunt voor huurders betreffende goed verhuurderschap: Wet goed verhuurderschap, Wet betaalbare huur, Wet vaste huurcontracten, aanpassing Huisvestingswet. Oppakken van initiatieven van (lokale) inwoners, ontwikkelaars en beleggers om te komen tot nieuwbouw en transformatie van niet-woningen tot woningen. Meer dan voorheen zal daarbij het accent op de betaalbaarheid van koopwoningen moeten liggen. Een verdiepingsslag maken met de provinciale Planmonitor woningen - meer kwaliteitscriteria (o.a. duurzaamheid, betaalbaarheid) naast de kwantiteitscriteria (aantallen woningen). Ook een dashboard opzetten vanuit de Provincie Utrecht om programmering en realisatie van sociale huur, middenhuur en betaalbare koop beter te kunnen monitoren (meerjaren samenhang tussen gerealiseerd en geprogrammeerd). Met enige regelmaat om tafel met projectleider woondeal regio Amersfoort en coördinator versnelling nieuwbouw wonen van de provincie Utrecht knelpunten en kansen voor meer betaalbare programmering sociale huur, middenhuur en betaalbare koop te bespreken.

Indicatoren Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing Indicator

Eenheid

Gemiddelde WOZ-waarde woningen

1.000 euro

Nieuwbouwwoningen

Aantal per 1.000 woningen

Demografische druk

%

Woonlasten éénpersoonshuishouden Woonlasten meerpersoonshuishouden

Bron

Nederland 2025 389

Euro

Bunschoten 2025 CBS - Statistiek 464 Waarde Onroerende Zaken ABF-systeem 3,6 (2024) Woningvoorraad CBS - Statistiek 73,3 Bevolking COELO 916

Euro

COELO

1.050

949

8,4 (2024) 70,7 957

87

Wat mag het kosten? Programma Volkshuisvesting, leefomgeving en stedelijke vernieuwing (bedragen x € 1.000,-) Rekening Raming Raming 2024 2025 2026

Meerjarenraming 2027 2028 2029

Lasten programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen

421 8.142 1.188

468 8.428 1.294

452 452 11.575 5.900 1.214 1.204

452 2.708 1.201

452 1.304 1.196

Totaal lasten

9.752

10.189

13.240 7.556

4.361

2.952

Baten programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen

1.162 8.705 2.073

25 8.428 786

38 38 11.722 6.048 681 681

38 2.855 681

38 1.452 681

Totaal baten

11.940

9.238

12.442 6.767

3.575

2.171

-741 -562 -885

443 0 508

414 -147 533

414 -147 523

414 -147 520

414 -147 515

-2.188

952

799

789

786

781

Saldo programmaonderdeel Ruimte en leefomgeving Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) Wonen en bouwen Totaal saldo

Investeringen (Bedragen x €1,-)

2026

2027

2028

2029

Woonzorgvisie 2030-2035

-

-

50.000

-

Totaal

-

-

50.000

-

Toelichting De raming op het taakveld Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) is gebaseerd op de actualisering van meerjarenprognose grondexploitatie. Het verschil tussen de lasten en baten in meerjarenperspectief heeft betrekking op een storting in de reserve bovenplanse voorzieningen. Bij de baten op het taakveld Wonen en bouwen voor het jaar 2024 een erg hoge verantwoording naar voren. Dit is mede het effect van een wijziging van verantwoording van de binnengekomen aanvragen. Van de aanvragen die aan het einde van een jaar zijn binnengekomen moet de opbrengst ook in dat jaar worden verantwoord. De raming voor 2026 en verder is gebaseerd op de verwachte inkomsten leges op basis van de nieuwe omgevingswet.

88

3. PARAGRAFEN

89

90

3.1 Lokale heffingen (Commissie Bestuur en Financiën) Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf lokale heffingen is opgenomen in artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. De paragraaf betreffende de lokale heffingen bevat tenminste de geraamde inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen, een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, een aanduiding van de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Begroting versus jaarrekening De belastingparagraaf in deze begroting is zo vormgegeven dat de uitwerking van de belastingparagraaf in de jaarrekening straks zoveel mogelijk overeenkomt. Dit is bevorderlijk voor de controlerende taak van de raad en verschaft een zo goed mogelijk inzicht. De verplichte onderdelen in deze paragraaf zijn uitgebreid met een “kostendekkingsoverzicht voor de verschillende leges en rechten”. Dit verschaft extra inzicht aan de raad hoe op begrotingsbasis omgegaan wordt met het kostendekkingsuitgangspunt en hoe dit zich straks vertaald in de jaarrekening. Bij het overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen is slechts het algemene kader geschetst van de verschillende heffingen die geheven worden in deze gemeente.

In de belastingparagraaf voor de jaarrekening worden deze heffingen ook nader voorzien van kengetallen, resultaten en een nadere analyse van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote bedragen. Egalisatievoorzieningen De egalisatievoorzieningen vormen een essentieel onderdeel van de kostendekking van de verschillende rechten. Egalisatievoorzieningen hebben als voornaamste doel om grote tariefschommelingen te voorkomen. Ook kan een voorziening worden opgebouwd om toekomstige vervangingsinvesteringen uit te bekostigen. Over de gewenste bandbreedte van deze voorzieningen zijn nadere uitgangspunten geformuleerd. Aan de hand van deze uitgangspunten kan aan de hand van de stand van de egalisatievoorziening worden bepaald hoe omgegaan moet worden met eventuele (extra) tariefmaatregelen om in een bepaalde termijn weer binnen de afgesproken bandbreedte te opereren. Dit kan zowel een verlaging als een verhoging van tarieven betreffen. Gemeenschappelijk Belastingkantoor Lococensus / Tricijn (GBLT) Het GBLT te Zwolle voert de verschillende heffingen, inningen en de Wet Waardering Onroerende Zaken voor de gemeente Bunschoten uit. Een gemeentelijke regiefunctionaris bewaakt de financiële afspraken en prestatieafspraken in overleg met de belastingsamenwerking en zorgt ook voor de relevante informatie-uitwisseling.

De gecombineerde aanslag gemeentelijke belastingen wordt bij deze samenwerking gebundeld met verschillende waterschapheffingen, waardoor er een optimaal heffingsen inningsproces ontstaat. Burgers en bedrijven worden door GBLT hierover geïnformeerd. Enige (veelal incidentele) heffingen voert de gemeente zelf nog uit. Het betreffen de roerende ruimtebelasting, leges, begrafenisrechten en incidentele marktgelden.

91

Belastingen en rechten

Primitieve begroting 2026

Belastingen: Onroerendezaakbelastingen (GBLT) Roerende-ruimtebelastingen (gemeente) Forensenbelasting (GBLT) Precariobelasting, algemeen (GBLT)

€ € € €

6.239.000 6.000 8.000 81.000

Bestemmingsheffingen: Rioolheffing (GBLT) Afvalstoffenheffing (GBLT) BIZ bijdrage Haarbrug Noord (GBLT) Afdracht BIZ bijdrage Haarburg Noord (gemeente)

€ € € €

2.020.000 3.077.500 21.000 -20.000

Rechten: Begrafenisrechten (gemeente) Marktgelden (GBLT heffingen jaarplaatsen, gemeente incidenteel) Overige inkomsten markt - water/stroomverbruik (gemeente) Afdracht promotiegelden markt (gemeente) Havengelden (GBLT heffingen jaarligplaatsen) Leges algemene dienstverlening/burgerzaken (gemeente) Afdracht Rijksleges (gemeente) Leges omgevingsvergunning/bouwen (gemeente)

€ € € € € € € €

473.000 62.000 16.000 -8.500 128.500 415.000 -166.000 655.000

Totaalopbrengst belastingen en rechten

€

13.004.500

Na afronding van het dienstjaar wordt, in de belastingparagraaf behorende bij de jaarrekening 2026, een nadere analyse gegeven van de behaalde opbrengsten in relatie tot de begrote opbrengsten.

Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen De gemeentelijke inkomsten bestaan slechts voor een beperkt deel uit eigen belastinginkomsten (belastingen en rechten). Het overgrote deel van de gemeentelijke inkomsten wordt gevormd door de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en door specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid. De overige inkomsten van gemeenten zijn afkomstig uit onder andere bouwgrondexploitatie, beleggingen, huren, pacht, nutsbedrijven, handel en industrie. Waarom zijn de eigen belastinginkomsten dan toch zo belangrijk? ▪ Door op lokaal niveau (de gemeenteraad) de afweging te maken welke voorzieningen tot stand worden gebracht en welke belastingheffing daarvoor nodig is, wordt een optimale democratische afweging gemaakt; ▪ Daarnaast kunnen eigen (belasting)inkomsten noodzakelijk zijn om de onvolkomenheden in de verdeling van de gelden uit het Gemeentefonds te kunnen opvangen; In toenemende mate worden ook de taken van de Rijksoverheid overgedragen aan gemeenten. Bij de overdracht van de bijbehorende financiële middelen gaat het Rijk er in veel gevallen vanuit dat gemeenten de overgedragen taken efficiënter uit kunnen voeren dan het Rijk, zodat men op voorhand een zogenaamde efficiencykorting toepast op de bij de taak behorende geldstroom. Ook de kosten voor het opzetten van nieuwe taken wordt veelal niet, of slechts gedeeltelijk, door het Rijk gedragen.

Een eigen lokaal belastinggebied is voor de lokale politiek dan een pré. In de Gemeentewet is bepaald welke belastingen een gemeente mag heffen. Het is de gemeenteraad die besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een belasting door het vaststellen van een belastingverordening.

92

Bij de eigen belastinginkomsten van de gemeente wordt onderscheid gemaakt tussen een tweetal vormen: ▪ belastingen die dienen om kosten te verhalen op diegenen die deze kosten veroorzaken (leges en rechten); ▪ belastingen die dienen om inkomsten te genereren die vrij besteedbaar zijn en waarbij geen relatie wordt gelegd met gemaakte of te maken kosten (verschillende belastingen, waaronder de onroerendezaakbelastingen). Beleid en verordeningen De redactionele en technische wijzigingen van de belasting- en rechtenverordeningen 2026 worden in een afzonderlijk raadsvoorstel aangeboden. De relevante verordeningen zijn (voor zover relevant) vooraf tekstueel afgestemd met het GBLT. Hierin worden ook de in deze paragraaf vermelde tariefbepalingen verwerkt. In het kort worden nu al enige (toekomstige) beleidsmatige wijzigingen in deze paragraaf van de programmabegroting toegelicht. Tarievenbeleid Bij het opstellen van de ramingen van de inkomsten uit belastingen, bestemmingsheffingen en rechten voor de gemeentelijke begroting 2026 wordt in de basis uitgegaan van een gemiddelde tariefswijziging. Daarbij is als algemeen uitgangspunt een verwacht inflatiepercentage voor 2026 gehanteerd van 2,90%. Specifiek voor de onroerendezaakbelastingen geldt een extra verhoging van 5,00%.

Onroerendezaakbelastingen De gemiddelde waardestijging/-daling van woningen en van niet-woningen voortkomend uit de jaarlijkse herwaarderingen Wet WOZ worden gecompenseerd door bijstelling van de tarieven onroerendezaakbelastingen. Een herwaardering levert de gemeente in beginsel dan ook geen extra geld op. Naast dit herwaarderingseffect kan de gemeente overigens wel tariefmaatregelen nemen die daarvan los staan. Over het algemeen vindt inflatiecorrectie plaats over de tarieven. Coalitieakkoord In het coalitieakkoord “Bouwen aan de toekomst” 2022-2026 wordt nagestreefd om de gemeentelijke woonlasten zo laag mogelijk te houden en tot de goedkopere gemeenten van Nederland te blijven behoren. Dit binnen de kaders van een gezond financieel beleid dat past bij het voorzieningenniveau. Landelijke besluiten waarop de gemeente zelf geen invloed heeft, denk hierbij aan een herijking van het Gemeentefonds, kunnen ons echter dwingen tot een aanpassing van deze uitgangspunten. De gemeentelijke tarieven voor leges en rechten blijven kostendekkend. De hondenbelasting blijft afgeschaft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15999577/1