Programmabegroting 2024 - 2027 def.pdf
Tekst van het document
Begroting 2023 Lasten Baten 2.714.632 125.202 45.000
Begroting 2024 Lasten Baten 2.792.364 9.097 45.000
2.452.000
2.705.000
224.000
2.983.632
224.000 286.430 40.000 80.000 2.983.632
3.070.461
276.261 40.000 49.200 3.070.461
Toelichting: De kosten van de afval zijn aangepast met inflatie en blijven in lijn met de begroting 2023. Wel zien we een behoorlijk hogere opbrengst van de afvalstoffenheffing op basis van de ontwikkeling in 2023. In de raming van 2023 is dit nog niet verwerkt. Deze positieve ontwikkeling heeft tot gevolg dat in 2024 niet meer wordt beschikt over de egalisatiereserve afval. Rioolheffing Voorgesteld wordt de tarieven voor 2024 te verhogen met 6,40% inflatie. Bedragen in € x 1,Kosten riolering Aandeel baggeren grachten etc. Btw-component Mutatie reserve riolering, afschrijving basisvoorziening Rioolheffing Totaal
Begroting 2023 Lasten Baten 1.618.535 80.000 119.468
1.818.003
155.003 1.663.000 1.818.003
Begroting 2024 Lasten Baten 1.727.668 80.000 119.468
1.927.136
39.136 1.888.000 1.927.136
Toelichting: De stijging van de lasten is het effect van een hogere storting in de voorziening riolering, toegerekende salarislasten en lagere kosten vrijverval riolering. De onttrekking aan de egalisatiereserve riolering is lager door de hogere opbrengst rioolheffing. Deze raming moet voor het jaar 2023 nog worden bijgesteld. 93
Begraafrechten Voorgesteld wordt de tarieven voor 2024 te verhogen met 6,40% inflatie. Bedragen in € x 1,Kosten begraven Mutatie egalisatiereserve Begraafrechten Totaal
Begroting 2023 Lasten Baten 433.049
433.049
Begroting 2024 Lasten Baten 513.478
15.049 418.000 433.049
513.478
68.726 444.752 513.478
Toelichting: De stijging van de kosten van begraven is voor een belangrijk deel het effect van stijgende salariskosten (CAO) en inflatie. Ook heeft een herschikking van uren effect op de deze kosten. Dat is met ingang van 2023 in gang gezet, maar nog niet in de raming van 2023 verwerkt. Marktgelden Voorgesteld wordt de tarieven voor 2024 te verhogen met 6,40% inflatie. Bedragen in € x 1,Kosten markt Mutatie egalisatiereserve Marktgelden Opbrengst water/stroomverbruik Totaal
Begroting 2023 Lasten Baten 83.404
83.404
Begroting 2024 Lasten Baten 97.119 7.404 60.000 16.000 83.404
97.119
17.119 64.000 16.000 97.119
Toelichting: De stijging van de kosten van de markt is vooral het effect van loon- en prijsaanpassingen. Op begrotingsbasis is voor de opbrengst marktgelden gerekend met percentage van 6,4%. Leges Voorgesteld wordt de tarieven voor 2024 met 6,40% te verhogen. Bedragen in € x 1,Algemene dienstverlening Omgevingsvergunningen Dienstverlening Europese richtlijn
Begroting 2023 Lasten Baten 400.000 276.000 697.000 616.000 5.000 5.000
Begroting 2024 Lasten Baten 393.000 295.000 861.000 616.000 5.000 5.000
Titel 1. Algemene dienstverlening (onder andere leges burgerzaken/afdracht Rijksleges/overige leges) Toelichting: de opbrengst van de leges is bijgesteld op basis van de ontwikkelingen bij de jaarrekening 2022 en inflatie. Titel 2. Fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning (bundeling van maximaal 25 vergunningen) Toelichting: De raming van de opbrengst is gebaseerd op een gemiddelde van de afgelopen periode en afgestemd op de te verwachten bouwontwikkelingen. Er is nog geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van invoering van de omgevingswet en de invoering van de WKB. Titel 3. Dienstverlening vallend onder de Europese dienstenrichtlijn (voornamelijk APV aangelegenheden) Toelichting: Beperkt effect en niet verder toe te lichten.
94
Overzicht lokale lastendruk (over de periode 2020 tot en met 2024) Tariefscenario 2023: ▪ Tariefstijging OZB eigenarenbelasting woningen = + 6,40% (inflatie) ▪ Tariefstijging afvalstoffenheffing/ nascheiding = + 6,40% inflatie. Afvalstoffenheffing per huishouden = € 332,- voor meerpersoonshuishoudens en € 301,- voor eenpersoonshuishoudens. ▪ Tariefstijging rioolheffing = + 6,40% (inflatie) Rioolheffing – vastrecht voor woningen = € 182,Eigen woning Aanslag gemeentelijke belastingen bij gemiddelde woningwaarde en meerpersoonshuishouden Onroerendezaakbelastingen, eigenarenbelasting Afvalstoffenheffing per perceel/huishouden Rioolheffing standaardtarief Totaal (€) Percentage cumulatief Stijgingspercentage t.o.v. vorig jaar Stijging concreet bedrag t.o.v. vorig jaar (€) Inflatiepercentage
2020
2021
2022
2023
2024
282,00
288,00
292,00
314,00
334,00
207,00
272,00
289,00
312,00
332,00
153,00 642,00
156,36 720,36
158,50 739,50
171,00 797,00
182,00 848,00
100
111,58 11,58
115,19 3,23
124,14 7,78
132,09 6,40
74,36
23,14
57,50
51,00
2,20
1,40
7,90
6,40
1,70
Huurwoning Aanslag gemeentelijke belastingen bij gemiddelde woningwaarde en meerpersoonshuishouden Afvalstoffenheffing per perceel/huishouden Rioolheffing standaardtarief Totaal (€) Percentage cumulatief Stijgingspercentage t.o.v. vorig jaar Stijging concreet bedrag t.o.v. vorig jaar (€) Inflatiepercentages
2020
2021
2022
2023
2024
207,00
272,00
289,00
312,00
332,00
153,00 360,00
156,36 428,36
158,50 447,50
171,00 483,00
182,00 514,00
100
118,99 18,99
124,31 4,47
134,17 7,93
142,78 6,42
68,36
19,14
35,50
31,00
2,20
1,40
7,90
6,40
1,70
95
96
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing (Commissie Bestuur en Financiën) Het wettelijk kader voor het opstellen van een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is opgenomen in artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: ▪ De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. ▪ Alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat tenminste een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het beleid daarover. Ook, sinds de begroting 2016, zijn enkele kengetallen verplicht in deze paragraaf, met een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Bunschoten in staat is middelen vrij te maken om financiële risico’s op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid van de gemeentelijke dienstverlening‘.
Deze formulering is zo gekozen, omdat het niet wenselijk is, vooral na de doorgevoerde bezuinigingen, dat er opnieuw moet worden bezuinigd en/of omgebogen indien zich onverwachts substantiële tegenvallers voordoen.
Notitie weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is een indicator voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Om te kunnen vaststellen of het weerstandsvermogen voldoende is, moeten de belangrijkste risico’s worden geïnventariseerd en gerelateerd aan de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om de financiële gevolgen van dergelijke niet begrote zaken te kunnen opvangen. Ook voor de grondexploitaties is het van belang de risico’s te onderkennen. Het Overzicht reserves staat aan het eind van deze paragraaf opgenomen. Uit dit overzicht blijkt dat de reserve algemene dienst ultimo 2024 € 24,0 miljoen bedraagt.
Overzicht weerstandsvermogen Op de volgende pagina staat een overzicht van de weerstandscapaciteit. Een toelichting op deze tabel is hieronder te lezen. Het begrip onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid van de normen die worden gehanteerd voor een artikel 12 gemeente. De onbenutte belastingcapaciteit voor Bunschoten wordt berekend op € 3,3 miljoen per 1 januari 2024. Het artikel 12 beleid voor de onderdelen riolering en afval blijft onveranderd 100% kostendekkend. In de begroting is dat ook het uitganspunt, waarbij wordt opgemerkt dat hierbij ook de mutaties in de egalisatiereserves zijn meegenomen. Voor wat betreft de totale jaarlijkse exploitatie is er een weerstandscapaciteit van gemiddeld € 3,4 miljoen (afgerond). Het weerstandsvermogen van de algemene dienst is € 24.049.000,-. Dit is de reserve algemene dienst. De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de reserve algemene dienst à € 24.049.000,te delen door de geïnventariseerde financiële risico’s à € 5.000.000,-. Dit betekent een ratio van het weerstandsvermogen van 4,8 Hieruit kan geconcludeerd worden dat de gemeente Bunschoten de mogelijke financiële risico’s goed kan dekken. De risico’s binnen de grondexploitatie zijn in 2022 geactualiseerd bij het MPG. Uitgangspunt van de gewenste stand van de reserve is € 1 miljoen plus de geïnventariseerde risico’s (€ 2,5 miljoen).
Hiermee is de gewenste stand € 3,5 miljoen. De stand van de reserve grondexploitatie bedraagt per 31 december 2024 € 4,4 miljoen. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de risico’s binnen de grondexploitatie gedekt kunnen worden door de reserve. 97
Ontwikkeling weerstandsvermogen/capaciteit (Bedragen x € 1.000,-)
2024
2025
2026
2027
Onbenutte belastingcapaciteit
3.300
3.300
3.300
3.300
Stelpost onvoorziene uitgaven
100
100
100
100
Totaal jaarlijkse exploitatie
3.400
3.400
3.400
3.400
Reserve algemene dienst
24.049
25.656
25.638
25.620
Reserve grondexploitatie
4.382
4.292
4.202
4.112
Totaal vermogenssfeer
28.431
29.948
29.840
29.732
Totaal voor opvang risico's
31.831
33.348
33.240
33.132
Jaarlijkse exploitatie
Vermogenssfeer (31/12 vh jaar)
Risico’s Financiële risico’s Bij de financiële risico’s kan er onderscheid worden gemaakt tussen de risico’s die voortvloeien uit het eigen beleid, uit het beleid van andere overheden, samenwerking met andere gemeenten c.q. instanties, uit voor gemeenten autonome ontwikkelingen (bijvoorbeeld economische en maatschappelijke ontwikkelingen) en ten slotte nog uit het doen en/of nalaten van anderen. Dubieuze debiteuren Voor de dubieuze debiteuren wordt bij de jaarrekening een voorziening dubieuze debiteuren gevormd, die vervolgens wordt aangewend voor het verlagen van het debiteurensaldo. Van jaar tot jaar wordt deze ontwikkeling gevolgd bij de jaarrekening. In de jaarrekening 2022 is voor dit onderdeel een voorziening getroffen van € 500.000,-. Het grootste deel van deze post betreft debiteuren sociale zaken (€ 419.000,-). Verzekeringen Daar waar mogelijk voorzienbare risico’s ontstaan heeft de gemeente deze zoveel mogelijk afgedekt door het afsluiten van verzekeringen. Er is wel een toenemende claimbewustheid van de burger. Grotere aansprakelijkheid vindt zijn weerslag in de kosten van de verzekeringen tegen deze risico’s en verder door een verhoging van het eigen risico bij zaak- en vermogensschades. Deze schades worden doorgestuurd naar de verzekering, die de verdere afhandeling voor haar rekening neemt.
Bij schades onder het eigen risico worden de kosten in rekening gebracht bij de gemeente. Het gaat veelal om relatief kleine bedragen. De gemeente Bunschoten werkt samen met de BLNP gemeenten voor het onderdeel verzekeringen. Verhaal van schade Wanneer er door derden schade veroorzaakt wordt aan gemeentelijke eigendommen, worden deze verhaald als de veroorzaker bekend is. Garantieverstrekkingen Het WEW staat garant voor de risico’s van hypotheken. De gemeente en het Rijk zijn achtervangovereenkomsten aangegaan waarbij zij beiden voor 50% garant staan voor eventuele liquiditeitstekorten. Bij tekorten hebben zij de verplichting renteloze leningen te verstrekken aan het WEW. Door de Rijksoverheid wordt erop geattendeerd voorzichtig te zijn met het verstrekken van garanties. Vooral instellingen in de sport- en zorgsector moeten in eerste instantie aankloppen bij het voor die sector betreffende waarborgfonds, waarbij de gemeente als achtervang optreedt.
98
Voor het verstrekken van achtervangovereenkomsten ten behoeve van leningen voor woningbouwverenigingen geldt een vergelijkbare regeling. De stichting WSW staat garant voor de leningen. Ook hier zijn de gemeente en het Rijk achtervangovereenkomsten aangegaan waarbij zij beide voor 50% borg staan voor rente en aflossing van de leningen. Bij tekorten hebben zij de verplichting renteloze leningen te verstrekken aan de stichting WSW. Open-einde regelingen In de begroting is een aantal open-einde regelingen opgenomen. Met regelingen die gekenmerkt worden door een open-einde regeling wordt bedoeld dat het volume van de aanspraken op de betreffende voorzieningen door de gemeente moeilijk beïnvloedbaar en dus moeilijk beheersbaar is. Voorbeelden hiervan zijn het beroep op de Participatiewet (BUIG), schuldsanering, de Wet maatschappelijke ondersteuning, jeugdzorg en vervoer van leerlingen naar speciaal onderwijs. Ook de uitvoering van de Wsw kan hierbij worden betrokken. Risicoanalyse In 2022 is de risicoanalyse opnieuw uitgevoerd. De risico’s van de gemeente Bunschoten zijn in de breedste zin van het woord geïnventariseerd, de top vijf risico’s zijn hierna weergegeven.
Nr. 1 2
3
4 5
Risico (Bedragen x € 1,-) Recessie/crisis in de breedste zin van het woord (denkend aan stikstof, woningmarkt, rente, migranten enz.) De marktprijzen stijgen door krapte in de markt bij onze leveranciers en bij aanbestedingsprocedures. Aansprakelijkheidsstelling (in de breedste zin van het woord bijvoorbeeld: afgeven vergunningen, gladheidsbestrijding, riolering, bodemvervuiling, aanvaring veerpont, letsel speeltoestellen, awb procedures, faillissement (van aannemer waar wij verantwoordelijk voor zijn), seizoen afhankelijke risico's (storm- en vuurwerkschade) en dergelijke. De vraag naar aspecten in het sociaal domein (o.a. jeugdzorg en bijstand) zal meer worden, door laagdrempeligheid en de eigenbijdrage wordt niet meer inkomensafhankelijk. De kosten gaan omhoog door mogelijke niet ingekochte zorg, het doorzetten van speciale gevallen door te weinig mankracht en rechtszaak kosten door te weinig dossier tijd. Fiscaal risico Totaal
Financieel risico
Kans
Financieel gevolg
€ 1.500.000
50%
€ 750.000
€ 1.500.000
50%
€ 750.000
€ 1.250.000
40%
€ 500.000
€ 750.000 € 1.000.000 € 6.000.000
50% 25%
€ 375.000 € 250.000 € 2.625.000
De risico’s van de algemene uitkering zijn uit de top vijf verdwenen. Er zijn afspraken gemaakt over de bevriezing van het accres voor de jaren 2023 – 2025 en de effecten van de herijking gemeentefonds zijn verwerkt in de begroting. Toch blijft de ontwikkeling van de algemene uitkering een risico. Het negatieve effect is nu verwerkt in de meerjarenbegroting. Geen rekening is gehouden met een mogelijk extra middelen, dit zou een potentieel positief risico kunnen zijn. De risico’s voor een recessie/economische crisis die nu als nummer 1 is opgenomen blijven nog van kracht. Het blijft een lastige inschatting. Er is nu voor € 6,0 miljoen aan financieel risico geïnventariseerd in de top vijf. Het totaal van de financiële gevolgen van de geïnventariseerde risico’s komt uit op afgerond € 5 miljoen. Wanneer gekeken wordt naar de risico’s die boven de 75% kans uitkomen, dan kan het voor komen dat deze risico’s zich vaak voordoen. Als deze risico’s zich vaak voordoen, dan dienen deze risico’s op termijn structureel in de begroting opgenomen te worden.
Sociaal domein Participatiewet Het regionaal werkvoorzieningsschap Amersfoort voert voor Bunschoten de Wet Sociale Werkvoorziening uit.
99