Presentatie raadsbesluiten 19 mei 2021
Tekst van het document
Omgevingswet Bunschoten “Gewoon doen!”
Raadsbijeenkomst
Richting geven aan Raadsbesluiten 19 mei 2021
Doel bijeenkomst Door de gemeenteraad te nemen besluit vanwege Omgevingswet: • 11 maart 2021: informerende bijeenkomst te nemen besluiten • 19 mei 2021: verkennende bijeenkomst te nemen besluiten • Herfst 2021: besluitvorming in de gemeenteraad (afhankelijk van de datum in werking treden Omgevingswet)
Agenda Korte inleiding – Het Koersdocument als basis Verkenning raadsbesluiten 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Advies met instemming Aanwijzen gevallen waarin participatie verplicht is Toepassen uitgebreide voorbereidingsprocedure Delegatie Omgevingsplan Legesverordening Participatiebeleid Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
Hoe verder?
• Planning • Nog te nemen besluiten
Afsluiting
Het Koersdocument als basis
Het Koersdocument als basis
1. Advies met instemming Hoofdregel bij vergunningverlening: college is bevoegd Maar, bij initiatieven die afwijken van het Omgevingsplan - Kan de raad gevallen aanwijzen waarover zij wil adviseren - Het college is verplicht met inachtneming van dit advies te besluiten.
Koersdocument als basis: - (categorieën) initiatieven die waarschijnlijk “controversieel” zullen zijn; - de lijst van zaken waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is naar huidig recht.
1. Advies met instemming Aanvullend: • Ook naast het formele bindend advies kan het college altijd een initiatief aan de raad voorleggen, soms zelfs via de weg van “wensen en bedenkingen” (art. 169 Gemeentewet). • Verder kan/zal het college de raad in de regel informeren over buitenplanse initiatieven ook al staan ze niet op de lijst voor advies. Het staat de raad vrij zelf zaken te agenderen en daarover met college te spreken.
1. Advies met instemming Controversieel volgens Koersdocument: • het niet past binnen het Omgevingsplan; • en het geen “kruimelgeval” betreft; • en er een maatschappelijk discussie over de wenselijkheid ontstaat, • of de kans op een maatschappelijke discussie over de wenselijkheid groot is; • of het college het zelf al als controversieel aanmerkt.
1. Advies met instemming Voorstel: • a. Indien een (plan)-initiatief in strijd is met de door de gemeenteraad vastgestelde omgevingsvisie, stedenbouwkundige visie, stedenbouwkundige randvoorwaarden, masterplan, gebiedsvisie, projectplan of daarmee gelijk te stellen ruimtelijk plan; • b. De realisatie, verandering, vervanging of uitbreiding van woningen/woongebouwen binnen de bebouwde kom indien het gaat om meer dan 30 woningen of wooneenheden; • c. De realisatie van maatschappelijke, educatieve, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport- en recreatieve activiteiten of voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, indien de maximale oppervlakte van de bebouwing (bebouwing omvat ook bouwwerken geen gebouw zijnde) meer bedraagt dan 1500 m2; • d. De realisatie van functiewijzigingen van bestaande opstallen, de daaruit voortkomende bouwactiviteiten, alsmede de uitbreiding van bestaande functies op buurt- en wijkniveau waarbij het bruto vloeroppervlak van detailhandel na realisatie de 1500 m2 te boven gaat; • e. De realisatie van functiewijzigingen van bestaande opstallen, de daaruit voortkomende bouwactiviteiten, waarbij het gaat om 30 of meer wooneenheden; • f.
De realisatie van nieuwe werk- en detailhandelsvoorzieningen, zoals winkels, kantoren en bedrijven op buurt- en wijkniveau voor zover sprake is van een vergelijkbare omvang als genoemd onder 4; • g. Aanleg van nieuwe infrastructuur en ingrijpende aanpassing van bestaande lokale weg- en waterinfrastructuur en functiewijziging van structuurbepalende speel- en groenvoorzieningen, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom; • h. “Als het initiatief (vermoedelijk) leidt tot een maatschappelijke discussie over de wenselijkheid, mits het geen “kruimelgeval” betreft volgens art 4, bijlage 2, Bor, naar oud recht”.
• i. Wanneer het college daarom verzoekt en de gemeenteraad daarmee instemt.
2. Aanwijzen gevallen waarin participatie verplicht is Hoofdregel voor een initiatiefnemer:
• participatie is niet verplicht • doe je het wel dan uitleggen wat je hebt gedaan en wat het resultaat was.
Maar, als het initiatief afwijkt van het Omgevingsplan (“buitenplans”): kan de raad gevallen aanwijzen waarin participatie verplicht wordt gesteld. Denk aan: • grotere initiatieven met aanzienlijke maatschappelijke impact • initiatieven waartegen vermoedelijk meerdere bezwaren zullen rijzen
2. Aanwijzen gevallen waarin participatie verplicht is • Voorstel → in ieder geval aansluiten bij gevallen waarin de raad advies (met instemming) toekomt. • Ook mogelijk om initiatiefnemer te vragen om ook in andere gevallen met de omgeving in gesprek te gaan (draagvlak = gezamenlijk belang) • Hoe? → Uitwerking via Participatiebeleid
2. Aanwijzen gevallen waarin participatie verplicht is We maken het scherper: Casus 1: agrariër wil naast bedrijf camping beginnen: 30 standplaatsen voor tent of caravan, 10 huisjes. Idee past binnen Omgevingsvisie, maar niet binnen Omgevingsplan (huisjes niet toegestaan, teveel standplaatsen). Participatie wel of niet verplicht?
2. Aanwijzen gevallen waarin participatie verplicht is Casus 2: plan voor inbreiding met 28 woningen. Past binnen beleidsdoelen (Omgevingsvisie), maar past niet binnen Omgevingsplan. Participatie wel of niet verplicht? Stel: past wel in Omgevingsplan: participatie wel of niet gewenst?
2. Aanwijzen gevallen waarin participatie verplicht is Casus 3: plan voor vervangen 1 woning door 6 appartementen in de bebouwde kom. Past niet binnen Omgevingsplan. Participatie wel of niet verplicht? Stel: past wel in Omgevingsplan: participatie wel of niet gewenst?
3. Toepassen uitgebreide voorbereidingsprocedure • Termijn 26 weken i.p.v. 8 weken • Ontwerpbesluit ter inzage: mogelijkheid indienen zienswijzen Wanneer kan het college daartoe overgaan? (art. 16.65 lid 4 Ow): Als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.
Voorstel: • daar waar de Raad advies (met instemming) heeft, college adviseren uitgebreide voorbereidingsprocedure toe te passen.
4. Delegatie Omgevingsplan Artikel 2.8 (delegatie) De gemeenteraad…. kan de bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeren aan het college van burgemeester en wethouders.
Welke “delen” dan? Is in de wet niet omschreven. Denk aan: ▪ initiatieven waarvoor de raad de kaders al heeft gesteld; ▪ initiatieven waarover de raad niet heeft aangegeven te willen adviseren; ▪ kleine afwijkingen van het Omgevingsplan.
4. Delegatie Omgevingsplan Besluit is nodig, anders moet elke afwijking altijd naar de gemeenteraad.. Voorstel: Aansluiten op huidige situatie, samenvattend: • als de kaders voor een aangewezen transformatiegebied zijn vastgesteld; • als gevolg van de aanwijzing van een beschermd stadsgezicht; • bij wijzigingen van technische aard of vanwege hogere regelgeving. • voor het verwerken van een onherroepelijke omgevingsvergunning. • voor de gevallen waarin naar “oud recht” de kruimelgevallenregeling van toepassing is (art. 4 bijlage 2, Besluit Omgevingsrecht) • in concreet door de gemeenteraad aan te wijzen gevallen, al dan niet op voordracht van het college. • ter vervanging uitwerkings- of wijzigingsbevoegdheid naar “oud” recht.
5. Leges • (Vooralsnog) Op 1 januari 2022 treedt de nieuwe Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking gelijktijdig met de Omgevingswet
• Vergunningverlening wordt in tweeën opgeknipt:
• De ruimtelijke toets (omgevingsplan en –veiligheid) door de gemeente • De bouwtechnische toets door private kwaliteitsborger (ingehuurd door aanvrager)
• De gemeente blijft verantwoordelijk voor het toezicht op de bestaande bouw en omgevingsveiligheid en blijft het bevoegd gezag.
• Voor zijn handhavende taak kan het bevoegd gezag, als hij daarvoor in specifieke gevallen aanleiding ziet op basis van deze risicoanalyse en het bijbehorende borgingsplan, tijdens de bouw informatiemomenten en stopmomenten aan de vergunninghouder opleggen.
5. Leges Wet Kwaliteitsborging (Wkb): • Geldt in eerste instantie alleen voor gevolgklasse 1 (grondgebonden woningen en kleine bedrijfspanden en verbouwen).
• Op langere termijn ook gevolgklasse 2 (alle gebouwen en bouwwerken) onder Wkb. • Mogelijkheid tot heffen leges bij milieu-aanvragen.
5. Leges Financiële gevolgen (indicatief!):
• Minder werkzaamheden
• Gevolgklasse 1 - Ongeveer 0.5 Fte minder (ongeveer 30.000 euro) nodig voor • Gevolgklasse 2 – Ook ongeveer 0.5 Fte minder (totaal uiteindelijk 50.000 euro)
• Minder leges
• Gevolgklasse 1 - Ongeveer 30% minder (ongeveer 180.000 euro) • Gevolgklasse 2 – Ongeveer 50% minder
• Milieu leges
• Levert ongeveer 60.000 euro op.
• Totaal bij Gevolgklasse 1 • Nadeel: minder leges: • Voordeel: minder fte: • Voordeel: milieuleges: Saldo nadeel
€ 180.000 -/€ 30.000 +/+ € 60.000 +/+ -------------€ 90.000 (structureel). -/-
5. Leges Financiële gevolgen Naast Wkb gevolgen door invoering Omgevingswet:
Minder vergunningen, meer algemene regels: = minder legesinkomsten = mogelijk minder fte nodig.
Concreet beeld ontstaat pas als het nieuwe Omgevingsplan is opgesteld (< 2025).
6. Participatiebeleid Elke gemeente wordt verplicht participatiebeleid op te stellen. Hoe dat eruit ziet bepaal je zelf. De gemeenteraad bepaalt die spelregels. Participatie is niet nieuw. We hebben er al ervaring mee. • Vraag 1: Bent u tevreden over hoe wij nu participatie doen? Schaal 1-5: 1 zeer ontevreden - 5 uitermate tevreden
6. Participatiebeleid Het op te stellen beleid heeft twee onderdelen: 1. bij beleidsinitiatieven door de gemeente; 2. bij initiatieven vanuit de samenleving; Bij 2. Zeker waar participatie verplicht is gesteld, moeten we in staat zijn de initiatiefnemer aan te geven wat we verstaan onder een goed participatieproces. Diens verantwoording is namelijk onderdeel van de belangenafweging.
De vraag is dan: wat geef je mee? Het op te stellen beleid moet daarop antwoord geven. Let op: draagvlak is geen garantie!
6. Participatiebeleid Vraag 2: Wat is voor u belangrijk bij participatie door een initiatiefnemer. Wat zou u de initiatiefnemer mee willen geven?
7. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit • Welstand- en Monumentencommissie wordt bij invoering Omgevingswet Gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit • De Welstand- en Monumentencommissie adviseert de gemeente Bunschoten onafhankelijk over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: stedenbouw, openbare ruimte, cultuurhistorie, welstand en monumenten. • De gemeente Bunschoten heeft geen eigen commissie maar voorziet in deze behoefte (en deels wettelijke verplichting) middels een dienstverleningsovereenkomst met MooiSticht > https://mooisticht.nl
7. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Voorstel:
Te nemen acties:
• Instellen van een Gemeentelijke Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit en mandateren van college voor benoeming leden adviescommissie voor 1-1-2022 door de Raad. • Benoemen leden adviescommissie op voorstel van MooiSticht door college Voorstel: neutraal overgaan na invoering (met bestaande dvo MooiSticht)
• Adviseert gevraagd en ‘ongevraagd’ op ontwikkeling van beleid (inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en maatwerkregels voor de omgevingskwaliteit) en bij uitvoering van gem. taken/ projecten.
Hoe verder? ➢Besluitvorming in het najaar (mede afhankelijk van datum in werking treden Omgevingswet). ➢Vooralsnog jaarlijks evalueren! ➢Nog te behandelen onderwerpen: • Procedureverordening Nadeelcompensatie • Aanpassing Grondbeleid/Kostenverhaal (optioneel).
Afsluiting Dank voor de aandacht!
Zijn er nog vragen?