Plan van aanpak middelengebruik onder jongeren def. versie.pdf
Tekst van het document
Plan van aanpak Preventie middelengebruik onder jongeren 2025 - 2030
1
1. Inleiding en aanleiding Jongeren bevinden zich in een levensfase waarin ze zich fysiek, mentaal en sociaal ontwikkelen. In die periode maken ze keuzes die invloed hebben op hun gezondheid, nu en later. De gemeente Bunschoten wil jongeren ondersteunen bij het maken van gezonde keuzes, onder andere door het gebruik van alcohol, tabak, vapes en drugs zoveel mogelijk te voorkomen. De afgelopen jaren is hier al actief op ingezet via het actieplan ‘Laat ze niet verzuipen’, dat in 2025 afloopt. Om goed zicht te krijgen op de huidige situatie, heeft de gemeente meerdere onderzoeken uitgevoerd, waaronder het Antenne-onderzoek ‘Alcohol, drugs en opgroeien in Bunschoten’ (2022), rioolwateronderzoek (2023) en de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGD regio Utrecht (2023). Deze gegevens laten zien dat middelengebruik onder jongeren nog steeds aandacht vraagt, maar ook dat er kansen liggen om samen verder te bouwen aan een gezonde leefomgeving. Dit nieuwe plan sluit aan bij het Integraal Beleidskader Sociaal Domein van de gemeente, met daarin het thema Gezond en Actief Leven. Het bouwt voort op het coalitieakkoord ‘Bouwen aan de Toekomst 2022–2026’ en richt zich op het versterken van de leefomgeving van jongeren – thuis, op school, in de sport en in hun vrije tijd – zodat zij zich gezond en veerkrachtig kunnen ontwikkelen. 1.1 Doelgroep Dit plan richt zich op jongeren tot 18 jaar.
Zij bevinden zich in een belangrijke fase van hun fysieke, cognitieve en sociale ontwikkeling. In deze periode zijn de hersenen nog volop in ontwikkeling en keuzes die jongeren maken, zoals het al dan niet gebruiken van alcohol, tabak, vapes of drugs, kunnen grote invloed hebben op hun gezondheid en toekomst. Waarom deze doelgroep? Het gebruik van deze middelen op jonge leeftijd wordt in verband gebracht met leerproblemen, concentratie- en geheugenstoornissen, gedragsproblemen, mentale gezondheidsklachten en een verhoogd risico op verslaving. Alcoholgebruik kan leiden tot verminderde schoolprestaties, risicovol gedrag en schade aan de zich nog ontwikkelende hersenen. Nicotine, aanwezig in tabak en vapes, kan al snel leiden tot afhankelijkheid en heeft negatieve effecten op de hersenontwikkeling. Vapen wordt onder jongeren vaak als onschuldig gezien, terwijl het schadelijke stoffen bevat en het risico op latere middelenverslaving vergroot. Ook drugsgebruik kan leiden tot psychische klachten, sociale problemen en gezondheidsrisico’s. Hoe jonger iemand begint met middelengebruik, hoe groter de kans op problematisch gebruik of verslaving. Ook neemt de kans toe dat jongeren meerdere soorten middelen gaan combineren, wat het risico op langdurige gezondheidsproblemen verder vergroot.
Daarom is het van belang om jongeren in deze ontwikkelingsfase te ondersteunen, onder andere door hen bewust te maken van de risico’s van middelengebruik en hen te helpen gezonde keuzes te maken. 1.2 Samenwerkingspartners Dit plan is tot stand gekomen in samenwerking met verschillende partners. Zo is er input opgehaald bij horecaondernemers, predikanten, jongerenwerkers, verenigingsondersteuner (die sportverenigingen ondersteunt bij beleid en organisatie) en de TeamFit-coach (die zich richt op het bevorderen van een gezonde sportomgeving). Daarnaast werken we samen met Jellinek, GGDrU, De Boei en beleidsadviseurs op verschillende beleidsterreinen. Omdat 2
sportverenigingen en andere relevante partners een belangrijke rol spelen in de uitvoering, zullen zij nadrukkelijker worden betrokken bij de verdere uitwerking van dit plan. De gemeente heeft hierin een coördinerende en deels uitvoerende rol. Omdat geen enkele partij dit alleen kan, is samenwerking met lokale partners een belangrijke voorwaarde voor succes.
3
2. Middelengebruik onder jongeren In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de huidige situatie met betrekking tot alcoholgebruik, roken, vapen en drugsgebruik onder jongeren. We presenteren de laatste cijfers van de GGDrU (Gezondheidsmonitor Jeugd 2023, jongeren tussen de 13 en 17 jaar oud), die de omvang en trends in middelengebruik onder jongeren in kaart brengen. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan waar jongeren middelen verkrijgen, wat cruciale informatie biedt voor het ontwikkelen van gerichte preventieve maatregelen. Daarnaast wordt gekeken naar de rol van ouders en hun perceptie van roken, alcohol- en drugsgebruik, wat een belangrijke factor is in het preventiebeleid. Door te begrijpen hoe het gebruik zich ontwikkelt en welke invloeden van buitenaf een rol spelen, kunnen we effectievere interventies ontwikkelen/ realiseren. Cijfers alcohol gebruik jongeren • In onze gemeente is het percentage jongeren (13- 17 jarigen) dat de afgelopen vier weken alcohol heeft gedronken gedaald van 41% in 2019 naar 35% in 2023. • Eén op de vijf jongeren (22%) is de laatste 4 weken dronken of aangeschoten geweest. • Uit politiecijfers blijkt dat in 2024 drie jongeren in coma zijn geraakt door overmatig alcoholgebruik.
Leeftijd en gebruik • Alcoholgebruik begint al jong: van de jongeren in klas 2 (13 – 14 jarigen) heeft 19% de laatste 4 weken alcohol gedronken en was 9% in die periode dronken of aangeschoten. Alcoholgebruik neemt toe met de leeftijd: van de jongeren in klas 4 (15-16 jarigen) heeft ruim de helft (53%) in de laatste 4 weken alcohol gedronken en was 36% in die periode dronken of aangeschoten. Sociale omgeving en invloed van vrienden • Vrienden/ vriendinnen zijn een belangrijke factor bij het alcoholgebruik door jongeren in Bunschoten: de ruime meerderheid van hen drinkt meestal bij vrienden of vriendinnen (85%). Ook geven jongeren aan dat de meeste of bijna al hun vrienden/ vriendinnen alcohol drinken (31%). Verder geeft 44% van de jongeren aan dat ze via vrienden/ vriendinnen aan alcohol komen. Rol van ouders/ verzorgers • Ouders/ verzorgers spelen een belangrijke rol bij het alcoholgebruik van jongeren. Zo geeft 40% van de jongeren aan meestal thuis alcohol te drinken. Daarnaast zal het drinken bij vrienden of vriendinnen (85% noemt dat als plek waar zij meestal alcohol drinken) waarschijnlijk ook in de thuissituatie van die vrienden en vriendinnen plaatsvinden. Verder geeft 27% van de jongeren aan dat ze aan alcohol komen via hun ouders en zegt 38% dat hun ouders hun alcoholgebruik goedkeuren of er niets van zeggen.
Dit laatste percentage is wel gedaald: in 2021 was dit nog 54%. Andere drinklocaties • Andere plekken waar jongeren vaak alcohol drinken zijn in een café, disco/ club, snackbar, restaurant of terras (25%), in een keet, jeugdhonk of schuur (22%), bij een concert of festival (19%) of in de sportkantine of bij een vereniging (13%). Drugsgebruik • 7% van de jongeren (13- 17 jarigen) heeft ooit wiet of hasj gebruikt, 4% heeft wiet of hasj gebruikt in de laatste 4 weken en 2% heeft ooit andere drugs (XTC, cocaïne, paddo’s, lachgas, etc.) gebruikt. 4
Roken/ vapen • 7% van de jongeren (13 – 17 jarigen) rookt wekelijks en 9% vapet wekelijks. Ouderlijke betrokkenheid en grenzen • Steun, grenzen en betrokkenheid van ouders hangt samen met middelengebruik van hun kinderen. Een paar voorbeelden: o Van de jongeren die 3 dagen per week of meer ’s avonds na 22.00 uur niet thuis zijn, heeft 64% de laatste 4 weken alcohol gedronken en was 55% dronken of aangeschoten. Van de jongeren die minder vaak zo laat thuis zijn is dat respectievelijk 30% en 14%. o Van de jongeren die aangeven bij hun ouders/verzorgers terecht kunnen bij een probleem of als ze ergens mee zitten, geeft 19% aan de laatste 4 weken dronken of aangeschoten te zijn geweest, van de jongeren die niet bij hun ouders/verzorgers terecht kunnen geeft 39% aan de laatste 4 weken dronken of aangeschoten te zijn geweest. o Van de jongeren die aangeven dat hun ouders/verzorgers meestal/altijd weten waar de jongere is als die niet thuis is geeft 2% aan de laatste 4 weken wiet of hasj te hebben gebruikt, van de jongeren waarbij hun ouders dat niet altijd of minder vaak weten geeft 16% aan de laatste 4 weken wiet of hasj te hebben gebruikt. De cijfers maken duidelijk dat middelengebruik onder jongeren in Bunschoten op meerdere punten aandacht blijft vragen.
Een aanzienlijk deel van de jongeren drinkt op jonge leeftijd, vaak in sociale of thuissituaties, en ook het gebruik van vapes en andere middelen komt regelmatig voor. De invloed van ouders en vrienden speelt hierin een grote rol. Tegelijkertijd zijn er enkele signalen die mogelijk wijzen op een positieve ontwikkeling, zoals een lichte daling in gebruik en een afname van ouderlijke acceptatie. Deze trends zijn echter (nog) niet significant. Deze combinatie van zorgen en kansen onderstreept het belang van een gerichte en structurele preventieve aanpak.
5
3. Uitgangspunten en theoretisch kader Dit plan is gebaseerd op twee wetenschappelijk onderbouwde modellen: 1. Het preventiemodel van Reynolds (2003), dat uitgaat van een integrale aanpak en vier pijlers onderscheidt: o Signalering, advies en ondersteuning (vroegtijdige signalering en begeleiding van risicojongeren) o Fysieke en sociale omgeving (invloed van gezin, vrienden en vrijetijdsbesteding) o Voorlichting en educatie (bewustwording en preventiecampagnes) o Regelgeving en handhaving (naleving leeftijdsgrenzen en toezicht) De pijlers vormen een cyclisch en integraal model. Ze versterken elkaar en worden idealiter gelijktijdig ingezet. 2. Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) (voorheen IJslands model), dat zich richt op het versterken van de leefomgeving van jongeren binnen vier domeinen: gezin, vrienden, school en vrije tijd. In onderstaand figuur wordt met de groene vinkjes de beschermende factoren aangegeven en met de rode kruisjes de risicofactoren.
3.1 Focus en kernmaatregelen We richten ons primair op de domeinen gezin en vrije tijd zoals ook naar voren kwam in het Antenneonderzoek en de raadsinformatiebijeenkomst. Onder het domein gezin vallen ook de veranda’s, die vaak een plek zijn waar jongeren samenkomen. Op het Oostwende College vinden al veel activiteiten plaats, zoals het programma Helder op School, het vignet Alcohol, Drugs en Roken van de Gezonde School en lessen over middelengebruik. We zetten in dit plan niet expliciet in op het domein school. Wel blijven we deze schoolactiviteiten ondersteunen en zoeken daarnaast nadrukkelijk de samenwerking met scholen om ouders te bereiken. Dit doen we waar mogelijk, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij bestaande ouderavonden en communicatiekanalen, zodat we gezamenlijk de preventieve boodschap versterken zonder extra druk op het onderwijs te leggen. Met onze activiteiten richten we ons op het terugdringen van alcoholgebruik onder jongeren. Omdat alcohol vaak de eerste stap is in het gebruik van middelen, pakken we hiermee tegelijkertijd ook het risico op drugsgebruik aan. Zo zorgen we met één integrale aanpak voor een bredere preventie van middelengebruik.
6
3.2 Versterkte verbinding tussen preventie en handhaving In deze aanpak is bewust gekozen voor een sterkere verbinding tussen preventie en handhaving. Waar in eerdere jaren de nadruk vooral lag op bewustwording en ondersteuning, maakt dit plan explicieter ruimte voor normstelling en naleving. Deze combinatie maakt het mogelijk om middelengebruik niet alleen te voorkomen, maar ook aan te pakken wanneer dat nodig is. 3.3 Aansluiting bij landelijke preventiestrategie De uitgangspunten van dit plan sluiten aan bij de landelijke preventiestrategie die momenteel in ontwikkeling is. In april 2025 zijn de eerste contouren gepresenteerd in een kamerbrief, en in mei heeft het kabinet de ambitie uitgesproken om het drugsgebruik onder volwassenen te halveren tegen 2040. Hoewel deze doelstelling zich primair richt op volwassenen, is er binnen de landelijke aanpak ook nadrukkelijk aandacht voor kinderen en jongeren. De strategie richt zich onder andere op het versterken van opvoedvaardigheden, het bevorderen van een gezonde ouder-kindrelatie en het voorkomen van probleemgedrag in de thuissituatie. Door de val van het kabinet in juni 2025 is het echter onzeker wanneer de volledige strategie wordt vastgesteld. Zodra er meer duidelijkheid is over de definitieve koers, zullen we ons plan hierop verder afstemmen.
3.4 Evidence-based en praktijkgericht werken We kiezen voor een aanpak die gebaseerd is op wetenschappelijke inzichten en bewezen effectieve interventies. Door te werken met evidence-based methoden vergroten we de kans op duurzame gedragsverandering en maatschappelijke impact. We sluiten aan bij erkende preventiemodellen en maken gebruik van interventies die zijn opgenomen in erkende databanken, zoals die van het Trimbos-instituut en het RIVM. Voorbeelden hiervan zijn het programma Helder op School en oudergerichte voorlichting via platforms als www.helderopvoeden.nl. Tegelijkertijd erkennen we dat niet alle waardevolle interventies al wetenschappelijk zijn onderbouwd. Daarom staan we ook open voor praktijkgerichte (practice-based) aanpakken die in de praktijk goed blijken te werken, mits deze zorgvuldig worden gemonitord en geëvalueerd. We zijn ons er daarbij van bewust dat sommige interventies, hoewel goedbedoeld, averechts kunnen werken. Zo leidt voorlichting over middelengebruik in de laatste groepen van de basisschool juist tot meer nieuwsgierigheid. Juist daarom kiezen we zorgvuldig voor interventies waarvan de effectiviteit is aangetoond, of die op basis van praktijkervaring veelbelovend zijn en aansluiten bij de lokale context. Een dynamisch en flexibel plan Dit plan is geen statisch document, maar een levend document dat gedurende de looptijd kan worden aangepast.
Het plan wordt geëvalueerd en bijgesteld op basis van nieuwe gegevens, feedback van partners en de voortgang van de uitvoering. Dit zorgt ervoor dat we flexibel kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen, trends of inzichten, zodat we altijd de meest effectieve aanpak kunnen hanteren.
7
4. Doel en probleemstelling 4.1 Probleemstelling In Bunschoten blijft middelengebruik onder jongeren een belangrijk aandachtspunt. Jongeren beginnen relatief vroeg met het drinken van alcohol, vaak in sociale omgevingen zoals bij vrienden of thuis. Ook het gebruik van vapes en andere middelen neemt toe. Hoewel er signalen zijn van een lichte afname in gebruik en een daling in ouderlijke acceptatie, blijft de impact op de gezondheid, veiligheid en ontwikkeling van jongeren groot. De beschikbaarheid van alcohol en andere middelen, zowel via sociale netwerken als via publieke gelegenheden, speelt hierin een belangrijke rol. Dit onderstreept het belang van een brede preventieve aanpak, waarin ook regelgeving en handhaving een plek hebben. 4.2 Ambitie en hoofddoel De gemeente Bunschoten streeft ernaar dat jongeren tot 18 jaar geen alcohol, tabak, vapes of drugs gebruiken. Deze ambitie sluit aan bij het Nationaal Preventieakkoord en vormt de basis voor dit plan. Door in te zetten op een gezonde leefomgeving, betrokken ouders en preventie willen wij bijdragen aan het voorkomen van middelengebruik onder jongeren en het uitstellen van de start van gebruik tot een zo laat mogelijke leeftijd. Hoofddoel Het percentage jongeren dat rookt, vapet, alcohol of drugs gebruikt daalt in de periode 2025 – 2030.
We kiezen voor 2030 als eindjaar, omdat de eerstvolgende Gezondheidsmonitor Jeugd in 2026 plaatsvindt. De meting in 2026 komt te vroeg om de effecten van de preventieaanpak goed zichtbaar te maken. Daarom hanteren we 2030 als realistisch moment om de impact van onze aanpak te kunnen meten op basis van betrouwbare gegevens. 4.3 Subdoelen per pijler De ambitie en het hoofddoel willen we bereiken door in te zetten op vier pijlers. Per pijler kunnen de volgende subdoelen worden geformuleerd: •
Pijler 1 Signalering, advies en ondersteuning 1. Problemen worden vroegtijdig gesignaleerd en jongeren krijgen passende hulp. 2. Professionals worden ondersteund in het signaleren en begeleiden van risicogedrag.
•
Pijler 2 Fysieke en sociale omgeving 1. De leefomgeving van jongeren, met name in het gezin en tijdens hun vrije tijd, wordt zo ingericht dat gezonde keuzes worden gestimuleerd en het middelengebruik wordt ontmoedigd.
•
Pijler 3 Voorlichting en educatie 1. Jongeren zijn zich bewust van de risico’s van middelengebruik. 2. Ouders zijn zich bewust van hun invloed op het middelengebruik van hun kinderen. 3. Ouders worden versterkt in hun rol om grenzen te stellen en het gesprek aan te gaan.
8
•
Pijler 4 Regelgeving en handhaving 1. De beschikbaarheid van alcohol en andere middelen voor jongeren wordt beperkt door optimale inzet van regelgeving en handhaving, zoals controles op naleving van leeftijdsgrenzen en schenktijden.
9
5. Inspanningen Om de gestelde doelen te vertalen naar concrete acties en meetbare resultaten, is per pijler onderstaand Doelen-Inspanningen-Netwerk (DIN) opgesteld. Alle pijlers en inspanningen dragen bij aan het bereiken van het hoofddoel. Dit netwerk is dynamisch van opzet en wordt periodiek geëvalueerd en bijgesteld op basis van nieuwe inzichten, cijfers en signalen uit de praktijk. Ambitie Jongeren in Bunschoten gebruiken geen vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar. Hoofddoel (effect-resultaat doel) Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar. SMART-doelen • Het percentage jongeren dat in de afgelopen 4 weken heeft gerookt (7%) of gevapet (9%) daalt naar 5% in 2030. • Het percentage jongeren dat in de afgelopen 4 weken alcohol heeft gedronken daalt van 35% in 2023 naar 30% in 2030. • Het percentage jongeren dat in de afgelopen 4 weken wiet of hasj heeft gebruikt daalt van 4% naar 3% in 2030. • Het percentage ouders dat alcoholgebruik van hun kind goedkeurt of er niets van zegt daalt van 38% in 2023 naar 30% in 2030. Toelichting op monitoring en evaluatie De SMART-doelstellingen zijn gebaseerd op de beschikbare gegevens uit de Gezondheidsmonitor Jeugd van de GGDrU. Voor andere onderdelen van het plan is op dit moment geen structurele lokale monitoring beschikbaar.
Waar mogelijk wordt aanvullende informatie verzameld via uitvoerende partners, zoals De Boei en Jellinek, ter ondersteuning van de uitvoering en evaluatie. De prestatie- en resultaatindicatoren in onderstaande tabel zijn bedoeld om inzicht te geven in de uitvoering van het plan. Niet alle indicatoren zijn gekoppeld aan vooraf vastgestelde aantallen. In sommige gevallen gaat het om monitoring zonder sturingsdoelstelling, bijvoorbeeld om trends te volgen of zicht te houden op bereik en betrokkenheid. Zo geldt bijvoorbeeld voor het aantal uitgevoerde Moti-4-gesprekken (een individueel begeleidingstraject voor jongeren met beginnend risicogedrag, zie pijler 1), dat dit geen doel op zich is. Deze gesprekken worden gevoerd wanneer daar aanleiding toe is, op basis van signalen uit de praktijk. De registratie ervan helpt om zicht te houden op de mate waarin jongeren met beginnend problematisch gebruik worden bereikt, maar een stijging of daling zegt op zichzelf niets over de effectiviteit van de aanpak. Samenhang tussen de vier pijlers De vier pijlers in dit plan versterken elkaar. Sommige acties dragen bij aan meerdere subdoelen. Zo draagt handhaving van leeftijdsgrenzen onder pijler 4 (Regelgeving en handhaving) niet alleen bij aan het beperken van beschikbaarheid van middelen, maar ook aan het versterken van normbesef onder jongeren en ouders.
Daarmee ondersteunt het ook de doelen van pijler 2 (fysieke en sociale omgeving) en pijler 3 (Voorlichting en educatie).
10
Pijler 1 Signalering, advies en ondersteuning Hoofddoel
Subdoel pijler 1
Inspanningen (acties)
Prestatie/resultaat-indicatoren
Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar.
Problemen vroegtijdig herkennen en passende hulp bieden: 1. Problemen worden vroegtijdig gesignaleerd en jongeren krijgen passende hulp. 2. Professionals worden ondersteund in het signaleren en begeleiden van risicogedrag.
Jellinek ondersteunt professionals via consultatie, casusoverleg en advies op maat, met als doel jongeren met (beginnende) verslavingsproblematiek in hun eigen omgeving te begeleiden of toe te leiden naar passende hulp.
Jellinek biedt jaarlijks naar verwachting minimaal 15 keer consultatie, casusoverleg of advies op maat aan professionals, afhankelijk van signalen en hulpvragen uit de praktijk.
Deskundigheidsbevordering rondom vroesignalering riskant middelengebruik aan (zorg en/of onderwijs) professionals en (semi)professionals werkzaam in het publieke domein als BOA’s, wijkagenten, horecapersoneel, sportverenigingen, etc) – Jellinek
Twee keer per jaar
KOPP/ KOV groep draaien (Kinderen van Ouders met Psychische Problematiek en Kinderen van Ouder met Verslavingsproblematiek) – De Boei
1 keer per jaar
11
Pijler 1 Signalering, advies en ondersteuning (vervolg) Hoofddoel Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar.
Subdoel pijler 1 Problemen vroegtijdig herkennen en passende hulp bieden: 1. Problemen worden vroegtijdig gesignaleerd en jongeren krijgen passende hulp. 2. Professionals worden ondersteund in het signaleren en begeleiden van risicogedrag.
Inspanningen (acties) Moti-4 gesprekken: een gesprekkentraject op maat voor jongeren van 14 t/m 24 jaar die in de problemen dreigen te raken door middelengebruik. De stap naar de reguliere hulpverlening is voor deze jongeren vaak nog niet nodig. Wel merken de jongeren dat ze vaak meer gebruiken dan ze eigenlijk willen. Voor hen is dit traject – De Boei/ Jellinek
Prestatie/resultaat-indicatoren Aantal uitgevoerde Moti-4 gesprekken (jaarlijkse registratie De Boei/ Jellinek)
Signaleren en doorverwijzen van jongeren met risicogedrag door jongerenwerkers en scholen – scholen/ De Boei
Aantal doorverwezen jongeren (registratie De Boei)
Deskundigheidsbevordering aan professionals zoals fysio’s, wijkverpleging over problematisch alcohol en/ of drugsgebruik door hun cliënten/ patiënten – Jellinek
Aantal deelnemende professionals (dit is afhankelijk van de vraag)
Afstemming tussen gemeente, GGDrU, De Boei, Jellinek en partijen die lokaal actief zijn rondom verslaving – gemeente
4 keer per jaar
12
Pijler 2 Fysieke en sociale omgeving De thuissituatie valt ook onder deze pijler. Inspanningen gericht op het versterken van de thuissituatie, zoals opvoedondersteuning via Triple P, zijn opgenomen onder pijler 3. Deze dragen ook bij aan het realiseren van een gezonde sociale omgeving en ondersteunen daarmee de doelen van pijler 2. Voor de leesbaarheid herhalen we deze inspanningen hier niet. Hoofddoel Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar.
Subdoel pijler 2 Een leefomgeving creëren waarin het gebruik van alcohol, tabak, vapes en drugs niet vanzelfsprekend is en gezond gedrag de norm is: 1. De leefomgeving van jongeren, met name in het gezin en tijdens hun vrije tijd, wordt zo ingericht dat gezonde keuzes worden gestimuleerd en het middelengebruik wordt ontmoedigd.
Inspanningen (acties) Ondersteunen van sportverenigingen bij het realiseren van een gezonde sportomgeving door het zichtbaar maken van het aanbod van TeamFit
Prestatie/resultaat-indicatoren Alle verenigingen zijn benaderd en geinformeerd over het aanbod van TeamFit
Toezicht en inzet toezichthouders Alcoholwet
Aantal basiscontroles per jaar: 2 (Hier geldt: high trust – high penalty toezichtsmodel)
Jongerenwerk op straat, zoals bij het Aralveld – De Boei
Aantal keren aanwezig per week op straat: wekelijks op vrijdagavond
Alternatieve activiteiten zoals Sport, Eat en Fun en de zaterdagavonden bij De Genadebron
5 á 6 keer per jaar Sport, Eat en Fun, wekelijks de zaterdagavond bij De Genadebron muv feestdagen en vakanties.
Rookvrij maken van nieuwe of gerenoveerde gemeentelijke speeltuinen.
Afhankelijk van nieuw te realiseren of te renoveren speeltuinen: alle rookvrij
13
Pijler 3 Voorlichting en educatie Hoofdoel Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar.
Subdoel pijler 3 Bewustwording creëren over de risico’s van alcohol-, tabaks-, vape- en drugsgebruik en het belang van gezonde keuzes: 1. Jongeren zijn zich bewust van de risico’s van middelengebruik. 2. Ouders zijn zich bewust van hun invloed op het middelengebruik van hun kinderen. 3. Ouders worden versterkt in hun rol om grenzen te stellen en het gesprek aan te gaan.
Inspanningen (acties) Ouders ondersteunen in de opvoeding rond roken, vapen, alcohol- en drugsgebruik en informeren over de gevolgen van middelengebruik via voorlichtingscampagnes, theatervoorstelling, verwijzing naar helderopvoeden.nl – Gemeente
Prestatie/resultaat-indicatoren 2 keer per jaar campagne
Voorlichting aan ouders via schoolnetwerken en (digitale) ouderavonden – GGDrU/ Jellinek
1 – 2 keer per jaar (bij voldoende animo kan het vaker)
Regionale ouderavonden – GGDrU/ Jellinek/ De Boei
1 – 2 keer per jaar (bij voldoende animo kan het vaker)
Ondersteuning door De Boei en GGDrU bij de lessen Samen Fris en Frisse Start – De Boei en GGDrU
De lessen Samen Fris en Frisse start worden jaarlijks aangeboden aan de klassen 1 en 2 van het Oostwende College.1 School behoudt het vignet Roken, Alcohol en Drugs als erkenning voor structurele inzet op preventie2
Ondersteuning door De Boei en GGDrU bij het programma Helder op School en behoud vignet Roken, Alcohol en Drugs (Gezonde School), waarmee preventie middelengebruik structureel geborgd wordt in schoolbeleid – De Boei/ GGDrU
1 keer per jaar theatervoorstelling ouder en kind (bij voldoende animo 2 keer per jaar)
1
2: deze prestatieindicatoren zijn afhankelijk van de bereidheid van de school. Als gemeente kunnen we hierin faciliteren en stimuleren, maar we hebben geen directe zeggenschap over het behalen of behouden van het vignet of het aanbieden van lessen.
14
Pijler 3 Voorlichting en educatie (vervolg) Hoofddoel Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar.
Subdoel pijler 3 Bewustwording creëren over de risico’s van alcohol-, tabaks-, vape- en drugsgebruik en het belang van gezonde keuzes: 1. Jongeren zijn zich bewust van de risico’s van middelengebruik. 2. Ouders zijn zich bewust van hun invloed op het middelengebruik van hun kinderen. 3. Ouders worden versterkt in hun rol om grenzen te stellen en het gesprek aan te gaan.
Inspanningen (acties) Training Feel Strong (8 – 12 jaar) Door sport en spel leren kinderen grenzen aangeven, omgaan met emoties en sociale druk. Dit versterkt hun weerbaarheid en draagt bij aan de preventie van middelengebruik op latere leeftijd – De Boei
Prestatie/resultaat-indicatoren Aantal trainingen per jaar: 1 keer per jaar, bij behoefte 2 keer per jaar
Opvoedondersteuning via de programma’s:
Twee keer beide programma’s per jaar
Triple P (ouders van kinderen tot 12 jaar): versterkt de band tussen ouder en kind en helpt bij het stellen van grenzen. Dit legt een belangrijke basis, wat op latere leeftijd beschermt tegen middelengebruik. Triple P tienercursus (ouders van kinderen vanaf 12 jaar): richt zich op het omgaan met pubergedrag, het voeren van gesprekken over vapes, alcohol en drugs, en het stellen van duidelijke grenzen. Dit ondersteunt ouders in hun rol bij preventie van middelengebruik Dit programma is ontwikkeling, vermoedelijk start is 2026.
15
Pijler 4 Regelgeving en Handhaving Om draagvlak te creëren voor de inzet op handhaving, gaan we in overleg met horecaondernemers en paracommerciële instellingen, zoals sportverenigingen. In deze gesprekken wordt toegelicht waarom handhaving noodzakelijk is en hoe dit past binnen de bredere preventieaanpak. Tegelijkertijd biedt de gemeente ondersteuning in de vorm van voorlichting, materialen (zoals de e-learningmodule Instructie Verantwoord Alcoholgebruik), en advies op maat. Deze benadering is gebaseerd op het principe ‘high trust – high penalty’: eerst investeren in bewustwording en samenwerking, daarna pas handhaven. Zo wordt gewerkt aan naleving én een gezonde omgeving voor jongeren. Hoofdoel Minder jongeren gebruiken vapes, alcohol of drugs vóór hun 18e jaar.
Subdoel pijler 4 Structuur en kaders bieden via regels en handhaving om gewenst gedrag te stimuleren en ongewenst gedrag te beperken: 1. De beschikbaarheid van alcohol en andere middelen voor jongeren wordt beperkt door optimale inzet van regelgeving en handhaving, zoals controles op naleving van leeftijdsgrenzen en schenktijden.
Inspanningen (acties) Controles op naleving van de alcoholleeftijdsgrens bij evenementen, slijterijen, horeca en paracommerciële instellingen
Prestatie/resultaat-indicatoren Minimaal 2 controles per jaar op naleving van de alcoholleeftijdsgrens
De verplichting tot het volgen van de Instructie Verantwoord Alcoholgebruik actief onder de aandacht brengen bij sportverenigingen en verwijzen naar de beschikbare e-learningmodule.
Aantal sportverenigingen bereikt met communicatie over IVA.
Inzet mystery guests
In 2026 of 2027 worden mystery guests ingezet.
Aantal gecontroleerde locaties
16
5. Monitoring en evaluatieaanpak Naast de indicatoren uit de Gezondheidsmonitor Jeugd wordt ook gemonitord op procesniveau. Hierbij wordt gekeken naar de uitvoering van de geplande activiteiten en de betrokkenheid van partners. De monitoring vindt plaats op basis van registraties van uitvoerende organisaties en gemeentelijke coördinatie. Jaarlijks wordt de voortgang besproken in de Stuurgroep Preventie Middelengebruik. Op basis van deze evaluaties kunnen acties worden bijgesteld. De uitkomsten van de Gezondheidsmonitor Jeugd 2030 vormen een belangrijk ijkpunt voor de effectevaluatie van dit plan. 6. Samenwerking en implementatie Voor een effectieve uitvoering van dit plan wordt samengewerkt met verschillende partners, waaronder het voortgezet onderwijs, sportverenigingen en horeca. We kiezen voor een gerichte benadering waarbij per partner wordt afgestemd wat zij kunnen bijdragen aan preventie. De uitvoering wordt afgestemd binnen de Stuurgroep Preventie Middelengebruik, waarin de gemeente, GGDrU, Jellinek, De Boei en Waypoint vertegenwoordigd zijn. Deze stuurgroep komt meerdere keren per jaar bijeen om de voortgang te bespreken, signalen uit te wisselen en acties op elkaar af te stemmen. Hoewel dit plan zich richt op jongeren tot 18 jaar, is het belangrijk om ook oog te hebben voor de bredere sociale context waarin jongeren opgroeien.
Partners zoals Jellinek en Waypoint bieden aanvullende ondersteuning aan volwassenen in de omgeving van jongeren. Zo organiseert Jellinek in samenwerking met Waypoint naastenavonden voor familieleden van mensen met verslavingsproblematiek, en zet Waypoint buddy’s in voor volwassenen met een hulpvraag. Deze activiteiten vallen buiten de directe scope van dit plan, maar dragen indirect bij aan een stabiele en ondersteunende omgeving voor jongeren. Daarnaast vindt er jaarlijks een breder overleg plaats met andere betrokken partijen die actief zijn rondom verslavingspreventie. Dit overleg biedt ruimte voor kennisdeling, signalering van trends en het versterken van de samenwerking. 7. Begroting Het totaalbudget voor de uitvoering van dit plan bedraagt 40.000 euro. Een deel van dit budget is reeds gereserveerd voor structurele activiteiten zoals Sport, Eat & Fun en alternatieve activiteiten op zaterdagavonden. Voor de resterende middelen worden op dit moment nog nadere afspraken gemaakt met uitvoerende partners. Concrete inzet en verdeling van het budget worden in overleg met betrokken partijen bepaald. Inzet van Jellinek, De Boei en GGDrU valt buiten dit budget en wordt gefinancierd via subsidie. 8.
Conclusie en vervolgstappen Met dit plan zetten we in op een integrale aanpak van middelenpreventie onder jongeren, met nadruk op ouderbetrokkenheid, een gezonde leefomgeving en samenwerking met lokale partners. De komende periode staat in het teken van het concretiseren van de uitvoering. Jaarlijks wordt de voortgang besproken in de Stuurgroep Preventie Middelengebruik en waar nodig worden acties bijgesteld. De uitkomsten van de Gezondheidsmonitor Jeugd vormen een belangrijk moment voor effectevaluatie en eventuele herijking van het beleid.
17