Ontwerpbegroting 2027 versie AB 8-4-2026
Tekst van het document
26
1 Uitgangspunten en normen Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten en normen toegelicht. Naast onderstaande uitgangspunten en normen zijn ook de uitgangspunten en normen van toepassing die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting.
1.1 Autonome salarisontwikkeling en overige loonkosten Voor GBLT is de cao werken voor waterschappen van toepassing. De ontwikkeling van de cao bepaalt in hoge mate de toename van de salarissen en ook van de secundaire arbeidsvoorwaarden. De salariskosten van het eigen personeel, inclusief sociale premies, beslaan ongeveer 63% van de totale lasten in de begroting 2027. Voor de 2027 gaan we uit van een cao-stijging van 3,3%. Daarnaast wordt in de salariskosten rekening gehouden met de ruimte die medewerkers hebben om te groeien binnen de schaal. Bij voldoende ruimte wordt uitgegaan van 2,5%. Dit is voor ongeveer 40% van de medewerkers van toepassing. Voor overige personeelslasten is uitgegaan van de algemene prijsstijging van 2,6%. Deze 2,6% is gekoppeld aan de algemene prijsindex (BBP). Voor de bijzondere beloning en studie en opleidingen wordt gerekend met een stijging van 3,3%.
1.2 Overige uitgangspunten en normen Voor de overige uitgangpunten en normen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting.
27
2 Overzicht van baten en lasten In de volgende tabellen worden de lasten en de baten weergegeven.
28
bedragen in €
J a a rre ke ning 2025 conce p t
b e groting 2026
b e groting 2026 ge wij zigd
b e groting 2027
BAT E N 2 Be la stinge n 2.2. Belastingen (invorderkosten) T ota a l b e la stinge n 3 G oe d e re n e n d ie nste n 3.8g Overige diensten T ota a l b ij d ra ge n va n d e rd e n 4 Ove rd ra chte n 4.3.2 Overige inkomensoverdrachten van gemeenten
8.425.169 8 .4 2 5 .1 6 9
5.050.000 5 .0 5 0 .0 0 0
6.000.000 6 .0 0 0 .0 0 0
6.000.000 6 .0 0 0 .0 0 0
277.463 2 7 7 .4 6 3
92.816 9 2 .8 1 6
103.683 1 0 3 .6 8 3
103.683 1 0 3 .6 8 3
7.061.658
7.288.308
7.131.835
7.317.177
14.881.730 2 1 .9 4 3 .3 8 8
16.692.370 2 3 .9 8 0 .6 7 8
15.584.955 2 2 .7 1 6 .7 8 9
16.779.482 2 4 .0 9 6 .6 5 8
5 R e nte e n d ivid e nd 5.1 Rente T ota a l re nte e n d ivid e nd
289.762 2 8 9 .7 6 2
220.000 2 2 0 .0 0 0
235.000 2 3 5 .0 0 0
235.000 2 3 5 .0 0 0
7 Ve rre ke ninge n 7.2 Vrijval van voorzieningen T ota a l ve rre ke ninge n
698.096 6 9 8 .0 9 6
1.180.000 1 .1 8 0 .0 0 0
1.192.796 1 .1 9 2 .7 9 6
480.000 4 8 0 .0 0 0
3 1 .6 3 3 .8 7 9
3 0 .5 2 3 .4 9 5
3 0 .2 4 8 .2 6 8
3 0 .9 1 5 .3 4 1
1 .3 4 0 .8 5 6
0
-3 .6 2 2 .3 0 1
0
0 2.281.445
0 0
0 3.622.301
0 0
3 .6 2 2 .3 0 1
0
0
0
4.3.5 Overige inkomensoverdrachten van waterschappen T ota a l ove rd ra chte n
T OT AAL BAT E N T ota a l sa ld o va n b a te n e n la ste n T oe voe ginge n e n ontre kking re se rve s 7.1 Toevoegingen aan reserves 7.1 Onttrekkingen aan reserves/resultaat vorig boekjaar R e sulta a t
Toelichting baten en lasten Ontwikkeling totale lasten en resultaat boekjaar 2025, begrotingswijziging 2026 en begroting 2027 De begroting 2027 wordt gelijktijdig (voor zienswijze) aangeboden met de begrotingswijziging 2026. De begrotingswijziging is daarbij in een afzonderlijk document opgenomen. In deze begroting 2027 is voor de volledigheid het effect van de begrotingswijziging 2026 ook in de financiële tabellen opgenomen. Daarnaast is de realisatie in 2025 gepresenteerd. In deze begroting zijn de tabellen weergegeven conform de indeling van de BBV. De begroting 2027 laat een totaal aan lasten zien van € 30.915.000 en een deelnemersbijdrage van € 24.097.000. In de begrotingswijziging 2026 zijn de totale lasten ingeschat op € 33.871.000 (inclusief het resultaat vorig boekjaar) en is de verwachte deelnemersbijdrage € 22.717.000.
Toelichting lasten Algemeen Bij de lasten is rekening gehouden met de prijspeilontwikkeling ten opzichte van de begroting 2026, zowel voor de goederen en diensten als alle personeelslasten. Deze staat beschreven in de uitgangspunten en normen, hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting. Deze indexatie heeft een substantiële impact op de toename van de kosten.
1 Salarissen en sociale lasten Ten opzichte van de primaire begroting 2026 en de begrotingswijziging 2026 nemen de totale Salarissen en sociale lasten met respectievelijk € 762.000 en € 756.000 toe. De toename is grotendeels het gevolg van de verwachte stijging van de cao. We houden voor 2026 rekening met een toename van
29
3,7% en voor 2027 met een toename van 3,3%. Aanvullend op de cao-stijging is rekening gehouden met de jaarlijkse individuele doorgroeimogelijkheden van de medewerkers. Onder de verhaalde salarissen en sociale premies zijn de baten opgenomen die we ontvangen vanuit onder andere het UWV bij zwangerschapsverlof, overige subsidies voor medewerkers met een arbeidsbeperking en langdurig arbeidsongeschikte medewerkers. De toename van de totale salarissen en sociale lasten in 2027 ten opzichte van de begrotingswijziging 2026 is met 4,5% een normale ontwikkeling. 3 Goederen en diensten De lasten voor goederen en diensten laten per saldo een toename zien ten opzichte van de primaire begroting 2026 van € 477.000. Deze stijging komt voort uit de begrotingswijziging 2026. In de begroting 2027 blijven de lasten nagenoeg gelijk ondanks de indexatie. 4. Overdrachten De overdrachten worden gevormd door de uitkering van het resultaat uit voorgaand boekjaar (4.6.6) en de vergoeding voor de proceskosten (4.6.8). De proceskostenvergoeding (NCNP) neemt naar verwachting af met € 35.000 ten opzichte van de begrotingswijziging 2026. 7. Verrekeningen De afname van de verrekeningen is € 75.000 en komt geheel voor rekening van de afschrijvingen (7.3). Dit betreft een daling van de afschrijvingslast voor meerdere zaken, waaronder laptops, telefoons en software koppelingen.
De toevoegingen aan de voorzieningen (7.2) blijft met € 480.000 ongewijzigd ten opzichte van de begrotingswijziging 2026, hiervan betreft € 350.000 de verwachte toevoeging aan de voorziening voor de oninbaarheid van de invorderingsdebiteuren, en de overige € 130.000 voor de voorziening van de proceskosten. Voor de invorderingsdebiteuren en de proceskosten staat aan de batenkant een verwachte vrijval van voorzieningen met dezelfde bedragen, waardoor deze toevoeging aan de voorziening geen impact heeft op de deelnemersbijdrage. Op grond van een besluit van het algemeen bestuur (29 mei 2013) wordt jaarlijks een bedrag van € 200.000 in de begroting opgenomen als onvoorzien (7.5). Toelichting baten 2. Belastingen (invorderkosten) Het invorderproces levert structureel een bijdrage aan de baten van GBLT, als gevolg van met name aanmanings- en dwangbevelkosten die bij de burger in rekening worden gebracht. In de begrotingswijziging 2026 is deze bijdrage bijgesteld naar € 6.000.000. Deze wordt gehandhaafd in 2027 en verder. 3. Goederen en diensten In de begroting is rekening gehouden met bijdragen van derden. Hier zijn onder andere de bedragen opgenomen die we ontvangen als vergoeding voor de uitvoeringkosten en kwijtgescholden invorderingskosten in verband met de toeslagenaffaire. De verwachting is dat dit nog enkele jaren doorloopt.
30
4. Overdrachten Het hier opgenomen bedrag bestaat uit de begrote bijdragen van de deelnemers. 5. Rente en dividend In de begroting wordt conform de gehanteerde uitgangspunten rekening gehouden met een bedrag van € 235.000 aan rentebaten, die voortvloeien uit het schatkistbankieren. Dit is een lichte stijging van € 15.000 ten opzichte van de begroting 2026. Het rentepercentage van het schatkistbankieren laat een stabiele trend zien. 7. Verrekeningen Voor de oninbare invorderingsopbrengsten en de proceskosten verwachten we een vrijval van respectievelijk € 350.000 en € 130.000, die gelijk is aan de toevoeging van deze voorziening. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves GBLT houdt geen reserves aan, waardoor geen sprake is van onttrekkingen en toevoegingen. Incidentele baten en lasten In de begroting 2027 zijn geen noemenswaardige specifieke incidentele baten en lasten opgenomen die materieel zijn. Daarnaast is sprake van enkele baten en lasten die van jaar tot jaar fluctueren en gevoeliger zijn voor externe factoren. Dit betreft onder andere de rentebaten en de invorderopbrengsten. Aan de lastenkant zijn dit met name de proceskostenvergoedingen als gevolg van toegekende bezwaar- en beroepsschriften en de onderhoudskosten voor ICT.
31
3 Investeringen In het begrotingsjaar 2027 zijn onderstaande investeringen gepland. Het betreft de vervangingsinvestering van de mobiele telefoons en tablets, die naar verwachting eind 2027 zal plaatsvinden. In het meerjarenperspectief zijn eveneens vervangingsinvesteringen opgenomen. Voor een overzicht van de geplande investeringen en de ontwikkeling van de activa wordt verwezen naar bijlage B en C. b e d ra ge n in €
Investeringsruimte Mobiele telefoons en tablets
T ota a l
Afschrij vings- Inve ste ringe n d uur in j a re n 2027
5 3
Afschrij ving 2027
200.000
10.000 66.667
2 0 0 .0 0 0
7 6 .6 6 7
32
4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande balansopstelling is de eindbalans voor 2025, de prognosebalans voor de gewijzigde begroting 2026 en de balans voor de begroting 2027 opgenomen. De eindbalans moet gezien worden als de beginbalans van het daaropvolgende jaar.
De wijzingen in de prognosebalans zijn met name het gevolg van aanpassingen als gevolg van de overgang naar de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording). Uitgangspunt is eveneens dat GBLT geen eigen vermogen aanhoudt. Het resultaat van het boekjaar wordt verrekend met de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling. Activa De rekening-courantverhouding met het Rijk betreffen de uitzettingen van het schatkistbankieren. Deze uitzettingen vormen de sluitpost in de prognosebalans van de gewijzigde begroting 2025 en de begroting 2026. De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit openstaande invorderingsdebiteuren. Dit betreft de vorderingen als gevolg van kosten voor opgelegde aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen. De voorziening voor dubieuze invorderingsdebiteuren zijn hierop in mindering gebracht.
33
Passiva De netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar betreffen o.a. schulden aan leveranciers, te betalen belastingen en verloftegoeden personeel. De overlopende passiva hebben voornamelijk betrekking op verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen. EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. Om inzicht te geven in het verwachte EMU-saldo van de lokale overheid is onderstaande tabel opgenomen voor begrotingsjaar 2027, inclusief het begrotingsjaar 2026 en de begrotingswijziging 2026.
34
5 Meerjarenraming De meerjarenraming heeft betrekking op de jaren 2028 tot en met 2030. Voor de meerjarenraming zijn de uitgangspunten en normen die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting eveneens van toepassing. Deze wijken niet af van begrotingsjaar 2027. Het meerjarenbeleid van GBLT wijkt niet substantieel af van de koers die we de afgelopen jaren hebben ingezet. GBLT geeft prioriteit aan kwaliteit van dienstverlening. Dit is de ontwikkelstrategie die we ook in het meerjarenperspectief vast blijven houden. De strategische ontwikkeldoelstellingen, zoals opgenomen in het programma van de beleidsbegroting, wijzigen niet in het meerjarenperspectief.
5.1 Meerjarenraming baten en lasten In de volgende tabel wordt de meerjarenraming van de baten en de lasten weergegeven. Hierin worden de hiervoor genoemde uitgangspunten van het programma vertaald voor de jaren 2028 tot en met 2030.
Toelichting De toename van de lasten is hoofdzakelijk het gevolg van de jaarlijkse prijsstijgingen. Deze toename van de lasten wordt gedekt door de bijdrage van de deelnemers. Deze bijdrage is opgenomen onder de baten bij punt 4 “Overdrachten”. Onder punt 2 “Belastingen” zijn de invorderopbrengsten meegenomen. De hoogte van deze opbrengsten is gelijk gehouden aan de begroting 2027. Ook de rentebaten die zijn opgenomen bij de financiële baten zijn gelijk aan de begroting 2027.
35
5.2 Financiële positie De uiteenzetting van de financiële positie zoals opgenomen en toegelicht in paragraaf 1 van de beleidsbegroting is voor wat betreft de financiering, het weerstandsvermogen en de kengetallen ook van toepassing voor de meerjarenraming. Prognosebalans 2028-2030 Bedragen x € 1.000
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Activa
Vaste activa
Immateriele vaste activa Materiële vaste activa Financiele vaste activa Totaal vaste activa
369 369
518 518
318 318
166 166
Voorraden Rekening-courantverhouding met het Rijk Overige vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
2.246 3.300 1 5.547
2.097 3.300 1 5.398
2.297 3.300 1 5.598
2.449 3.300 1 5.750
Totaal activa
5.916
5.916
5.916
5.916
Vlottende activa
Bedragen x € 1.000
Begroting 2027 Begroting 2028 Begroting 2029 Begroting 2030
Passiva
Vaste passiva
Eigen vermogen Algemene reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar Voorzieningen Ambtsjubilea Uitkering voormalig personeel Proceskosten Vaste schulden Totaal vaste passiva
-
-
-
-
180 180
180 180
180 180
180 180
Netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
5.214 522 5.736
5.214 522 5.736
5.214 522 5.736
5.214 522 5.736
Totaal passiva
5.916
5.916
5.916
5.916
Vlottende passiva
36
EMU-saldo 2028-2030 De ontwikkeling van het EMU-saldo voor de komende jaren is in onderstaande tabel weergegeven.
37
6 Begroting naar kostendragers
6.1 Bijdrage van de deelnemers In de begroting, inclusief meerjarenraming, zijn de kostendragers de deelnemers die de lasten van GBLT voor hun rekening nemen. De deelnemersbijdrage voor het jaar 2027 wordt in deze begroting vastgesteld op een totaalbedrag van € 24.097.000 (afgerond). De kosten voor het heffen en innen van belastingen worden gedragen door alle deelnemers gezamenlijk, inclusief de kosten van klantencontacten en overhead. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar belastingsoorten, omdat het uniform combineren van aanslagen op één biljet beoogd wordt. De kosten voor het uitvoeren van de WOZ (waardering onroerende zaken) worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. De totale verdeling van de deelnemersbijdragen ziet er, op basis van de verdeelsleutel, in meerjarenperspectief als volgt uit: de jaarlijkse stijging van de totale bijdrage van 2027 en verder ligt tussen de 4,2% en 6,1%. De belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de prijspeilontwikkeling van 2,6% op basis van de uitgangspunten voor inflatie van materiële budgetten en de verwachte loonpeilontwikkeling van ongeveer 4% meerjarig, inclusief de salarisstijging op basis van de individuele ontwikkelingen en doorgroeimogelijkheden.
De hierboven vermelde bedragen zijn voor de gemeenten exclusief de compensabele btw.
38
In onderstaande tabel is de compensabele btw weergegeven.
6.2 Ontwikkeling kosten per aanslagregel In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de kosten per aanslagregel opgenomen.
Bij de gemeentelijke deelnemers valt op dat de kosten per aanslagregel in 2023 relatief flink zijn toegenomen. Dit is voornamelijk het gevolg van de hogere proceskostenvergoeding en uitvoeringskosten vanwege de forse stijging van het aantal ontvangen WOZ-bezwaren. Voor 2026 en 2027 laat de prijs per aanslagregel een lichte stijging zien, als gevolg van indexatie alsmede de verandering in de invorderbaten inclusief het effect van de invoering van de kosteloze herinnering. De kosten per aanslagregel van de waterschappen en in totaal laten een licht opgaande lijn zien voor 2026 en 2027, ook deze zijn het gevolg van indexatie alsmede de verandering in de invorderbaten. Ondanks de prijsindexatie van de afgelopen jaren, is de prijs per aanslagregel tot en met de realisatie 2025 niet of nauwelijks toegenomen in de afgelopen jaren.
39
Vaststellingsbesluit De deelnemende waterschappen en gemeenten zijn in de gelegenheid geweest hun zienswijze over de begroting 2027 aan het dagelijks bestuur van GBLT kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur heeft de ontvangen zienswijzen, voor zover ingediend, bij de begroting gevoegd en het geheel aan het algemeen bestuur aangeboden. Het algemeen bestuur van GBLT, •
gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 8 juli 2026;
•
gezien de zienswijzen/reacties van de deelnemers;
•
overwegende dat de begroting 2027 inclusief het meerjarenperspectief 2028 tot en met 2030, na voorafgaande kennisgeving, 14 dagen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage heeft gelegen;
•
gelet op de artikelen 16 en 36 van de Gemeenschappelijke regeling GBLT;
besluit: 1.
de begroting 2027 vast te stellen,
2.
kennis te nemen van het meerjarenperspectief 2028 tot en met 2030,
3.
het dagelijks bestuur te machtigen voor het beheer van de inkomsten en uitgaven,
4.
het dagelijks bestuur te machtigen om onvoorziene uitgaven te doen tot maximaal € 200.000 van de jaarlijkse exploitatiekosten.
Zwolle, 9 september 2026 Het algemeen bestuur, De voorzitter,
De directeur,
B.J. van Vreeswijk
R.A.C. de Haan
40
Bijlagen
41
Bijlage A Procentuele generieke kostenverdeling Procentuele verdeling d e e lne me r
b e groting
Difta r
2027
2027
2027
2027
generiek
wat erschap
gemeent e
gemeent e
waterschap Drents Overijsselse Delta
17,83%
waterschap Rijn en IJssel
17,12%
waterschap Vallei en Veluwe
30,24%
waterschap Vechtstromen
22,35%
waterschap Zuiderzeeland Totaal Waterschappen
12,47% 89,94%
gemeente Bunschoten
5,06%
gemeente Dalfsen
6,91%
gemeente Dronten
10,97%
7,74%
gemeente Leusden
7,31%
9,19%
gemeente Nijkerk
10,66%
10,58%
gemeente Ommen
5,07%
4,63%
gemeente Renswoude
1,27%
1,45%
gemeente Veenendaal
16,62%
20,27%
gemeente Woudenberg
3,12%
3,63%
gemeente Zwolle
33,00%
42,51%
100%
100%
Totaal Gemeenten
10,06%
T ota le d e e lne me rsb ij d ra ge
100%
100%
In bovenstaande tabel zijn de percentages opgenomen voor de verdeling van de generieke kosten, conform de kostenverdeelsleutel.
42
Bijlage B Staat van activa
43
Bijlage C Investeringsprogramma b ed ra gen in €
Afschrij vings-
Inve ste ringe n
Inve ste ringe n
Inve ste ringe n
Inve ste ringe n
Inve ste ringe n
d uur in j a re n
2026
2027
2028
2029
2030
Investeringsruimte Mobiele telefoons en tablets
5 3
Laptops
3
T ota a l
50.000 200.000
200.000 300.000
5 0 .0 0 0
2 0 0 .0 0 0
44
3 0 0 .0 0 0
0
2 0 0 .0 0 0
Bijlage D Taakvelden bedragen in € x 1.000
0 .4
0 .5
0 .6 1 OZB
0 .6 2 OZB
0 .6 4
0 .7
0 .8
7 .2
7 .3
0 .7
ove rhe a d
tre a sury
woninge n
nie t
ove rige
a lge me ne
onvoorzie n
riole ring
a fva l
a lg. uitke ringe n
woninge n
b e la stinge n
uitke ringe n
deelnemer
d e e lne me rsb ij d ra ge
w aterschap Drents Overijsselse Delta
1.586
-38
2.460
-1.046
32
2.995
w aterschap Rijn en IJssel
1.522
-36
2.362
-1.004
31
2.874
w aterschap Vallei en Veluw e
2.689
-64
4.172
-1.773
54
5.077
w aterschap Vechtstromen
1.987
-47
3.083
-1.311
40
3.752
w aterschap Zuiderzeeland
1.109
-26
1.720
-731
22
2.094
gemeente Bunschoten
50
-1
153
103
28
-33
1
29
21
351
gemeente Dalfsen
69
-2
209
141
38
-45
1
39
57
507
gemeente Dronten
109
-3
332
224
60
-72
2
63
46
762
gemeente Leusden
73
-2
221
149
40
-48
1
42
64
541
gemeente Nijkerk
106
-3
322
218
59
-70
2
61
83
779
gemeente Ommen
50
-1
153
104
28
-33
1
29
38
369
gemeente Rensw oude
13
0
39
26
7
-8
0
7
11
94
gemeente Veenendaal
165
-4
503
340
92
-109
3
95
143
1.227
gemeente Woudenberg
31
-1
94
64
17
-20
1
18
26
230
gemeente Zw olle
328
-8
997
674
182
-217
7
188
292
2.444
9.887
-235
3.023
2.044
14.348
-6.522
200
571
780
24.097
To t aal
In bovenstaande tabel is de bijdrage van de deelnemers per taakveld weergegeven. De splitsing van de bijdrage aan de taakvelden is met name voor de gemeentelijke deelnemers in de gemeenschappelijke regeling van belang. Een volledige adequate verdeling van de geraamde baten en lasten per taakveld is op basis van de huidige kostenverdeelsleutel niet mogelijk. Er is een inschatting gemaakt met behulp van huishoudens, woz-objecten en aanslagregels. Specifiek voor de verdeling OZB is ook rekening gehouden met de verdeling van de werkzaamheden voor de afdeling Taxaties. Bij de tabel wordt het volgende opgemerkt: •
De overheadkosten (0.4) zijn exclusief de overhead die is toegerekend aan de OZB en exclusief onvoorzien.
•
Onder treasury (0.5) zijn de rentebaten opgenomen vanuit het schatkistbanikeren.
45
•
Het bedrag van de OZB (0.61 en 0.62) betreffen de specifieke baten en lasten voor het WOZ-proces, inclusief de toegerekende overhead kosten. De verdeling tussen de woningen en de niet woningen is voor wat betreft de bezwaarafhandeling gebaseerd op het aantal aanslagregels voor de beschikkingen. Voor de afdeling Taxaties is het uitgangspunt dat de werkzaamheden fifty-fifty zijn verdeeld tussen de woningen en de niet-woningen.
•
Onder de overige belastingen (0.64) zijn de belastingen opgenomen die niet afzonderlijk zijn gesprecificeerd. Vanwege de beperkte bedragen van bijvoorbeeld de parkeerbelasting en grafrechten, worden deze niet afzonderlijk weergegeven.
•
Onder de algemene uitkeringen (0.7) zijn alle baten opgenomen, waaronder de invorderbaten en personeelsbaten.
•
Het bedrag voor onvoorzien is afzonderlijk opgenomen.
•
De lasten voor de rioolheffing (7.2) zijn berekend op basis van het aantal aanslagregels en de verdeelsleutel
•
De lasten van afval (7.3) zijn berekend op basis van het aantal aanslagregels en de verdeelsleutel. De specifieke lasten van de Diftar zijn er aan toegevoegd.
•
Onder 0.7 algemene uitkeringen, deelnemersbijdrage, is de totale netto bijdrage per deelnemer opgenomen.
46
47