Ontwerpbegroting 2026 voor zienswijze
Tekst van het document
De bijdrage van de deelnemers is gebaseerd op de kostenverdeelsleutel (zie bijlage A). Overhead De primaire processen binnen GBLT zijn de WOZ (taxeren en gegevensbeheer), heffen, innen en het klantcontact. De overige processen zijn hier ondersteunend aan en worden aangemerkt als overhead. De overheadkosten zijn hieronder weergegeven. Duidelijk is dat een groot deel van de overhead wordt gevormd door de ICT kosten. GBLT is een dataverwerkende organisatie en ICT zal ook de komende jaren toenemen binnen de overheadkosten.
21
bedragen in € x 1.000
b e groting
b e groting
b e groting
2025
2025
2026
Overhea d
wij ziging
Huisvesting
768
774
802
Finance & Control
837
925
957
ICT
5.095
5.562
5.589
Overige overhead
3.899
3.809
3.911
To t ale o verhead
1 0 .5 9 8
1 1 .0 7 0
1 1 .2 6 0
22
2 Externe en interne ontwikkelingen Hieronder wordt een beschrijving gegeven van de relevante ontwikkelingen die zich sinds het vorige begrotingsjaar hebben voorgedaan.
2.1 Externe en interne ontwikkelingen sinds het vorige begrotingsjaar en de meerjarenraming Vorig jaar is aangegeven dat in 2025 de gemeenten Veenendaal, Renswoude en Woudenberg naar verwachting gaan toetreden tot de gemeenschappelijke regeling GBLT. In 2024 is het proces ter voorbereiding en besluitvorming afgerond, waarbij de toetreding bestuurlijk is bekrachtigd. Vanaf 1 januari 2025 zijn de drie gemeenten formeel toegetreden tot de gemeenschappelijke regeling en wordt de belastingheffing en -inning, inclusief het WOZ-proces, voor deze gemeenten uitgevoerd door GBLT. In de begroting 2025, inclusief meerjarenraming, was nog geen rekening gehouden met de financiële effecten van de toetreding. In deze begroting 2026 is het financiële effect verwerkt en dit vormt daarmee de belangrijkste wijziging ten opzichte van de vorige begroting en meerjarenraming. Naast bovenstaande wijziging kunnen de volgende belangrijke wijzigingen worden benoemd: •
vanaf het begrotingsjaar 2026 volgt GBLT het Beleid begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). In de actuele wet- en regelgeving is opgenomen dat gemeenschappelijke regelingen vanuit waterschappen en gemeenten aan de verslaggevingsregels van de BBV moeten voldoen;
•
Vanaf 1 januari 2026 is het nieuwe belastingstelsel voor de waterschappen van kracht. Dit heeft voor GBLT en de waterschappen een materiële impact op de aanslagoplegging voor de zuiveringsheffing bedrijven.
•
De proceskostenvergoeding (NCNP-kosten) is in het afgelopen jaar op meerdere punten gewijzigd. Ten opzichte van de uitgangspunten die zijn gehanteerd in de begroting 2025 nemen de verwachte proceskosten iets toe.
2.2 Uitgangspunten en normen De volgende ontwikkelingen, uitgangspunten en normen zijn leidend voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2030. Daarmee bepalen deze ontwikkelingen de bijdragen van de deelnemers: Inflatie en prijsaanpassingen •
Bij de begrotingswijziging 2025 zijn alle lopende verplichtingen tegen het licht gehouden voor wat betreft de inflatie. Dit is verwerkt in de begrotingswijziging 2025 en levert basisprijzen op voor de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 tot en met 2030. Deze basisprijzen van 2025 zijn verhoogd met een structurele meerjarige inflatieontwikkeling van 2,6%, de raming van het bruto binnenlands product voor de jaren 2025-2028 in de macro economische verkenning (september 2024).
Rente en afschrijvingen •
De rentekosten en afschrijvingslasten laten geen substantiële wijziging zien ten opzichte van de meerjarenraming in de begroting 2025. Financiële effecten zijn verwerkt in de begroting 2026 inclusief de meerjarenraming.
23
•
De verwachting is dat investeringen in software in de komende jaren, waaronder de belastingapplicatie, gaan afnemen. Applicaties worden in toenemende mate als SaaS-oplossing afgenomen. Dit betekent een verschuiving van afschrijvingslasten naar onderhoudslasten voor automatisering.
Personeelskosten •
Voor salarissen, sociale premies en personeel van derden wordt uitgegaan van een loonontwikkeling van 2,7% vanaf 2026. Op basis van het op 1 april 2025 bereikte onderhandelingsresultaat voor de cao 2025 en 2026 wordt voor de begrotingswijziging 2025 uitgegaan van een cao-stijging van nominaal 50 euro bruto per maand vanaf 1 januari 2025 en een stijging van 3,3% per 1 januari 2025. Uit het onderhandelingsresultaat volgt tevens een stijging van 1% per 1 januari 2026 en een verhoging per 1 maart 2026 van de salarissen met het gemiddelde prijsindexcijfer (CPI) over het jaar 2025. Het effect hiervan is nog onzeker. Daarom wordt vanaf 2026 uitgegaan van de 2,7% cao-stijging, zoals opgenomen in de uitgangspunten van de ontwerpbegroting.
•
Naast de stijging van de cao wordt bij de hoogte van de personeelskosten rekening gehouden met eventuele doorgroeimogelijkheden en ruimte binnen de schaal van de medewerkers.
•
Voor overige personeelslasten is uitgegaan van de algemene prijsstijging van 2,6%. Dit met uitzondering van bijzondere beloning en studie en opleidingen waarbij is gerekend met 3,2%.
•
De thuiswerkvergoeding wordt in de nieuwe cao verhoogd van € 3 per dag naar € 3,50 per dag. Hier wordt rekening mee gehouden vanaf 2025.
Goederen en diensten van derden •
In algemene zin is uitgegaan van het begrotingsdoel van 2,6% (BBP).
•
Inhuur derden/personeel is overeenkomstig personeelskosten 2,7% (zie hierboven).
Voorzieningen/onvoorzien •
Er is uitgegaan van een vast bedrag van € 200.000 voor onvoorzien. Dit is gelijk aan voorgaande jaren en in overeenstemming met de verordening financieel beheer.
Goederen en diensten aan derden •
Dit betreft bijdragen van deelnemers. In de begrotingswijziging 2025 en de begroting 2026 is rekening gehouden met de toetreding van de gemeenten Veenendaal, Renswoude en Woudenberg.
Rentebaten •
De rentebaten komen voort uit het overnighttarief/vergoeding in het kader van schatkistbankieren. Voor de begroting 2026 is met een gemiddeld overnighttarief van 2% gerekend, dus ongeveer 220.000 aan rentebaten. Dit bedrag wordt als zodanig ook structureel in de begroting en meerjarenraming opgenomen.
Waterschaps- en gemeentebelastingen •
Dit betreft de invorderbaten. Onder andere vanwege een effectiever invorderingsproces en een aanpassing van de tarieven in de kostenwet zijn de baten in de afgelopen jaren opgelopen tot ruim € 6.500.000. Vanwege de invoering van een kosteloze betalingsherinnering per 1 januari 2026 nemen de invorderbaten vanaf 2026 per saldo af. In de begrotingswijziging 2025 wordt met een jaarlijkse opbrengst van € 6.500.000 gerekend. Ten opzichte van de vorige begroting en meerjarenraming betekent dit een toename van € 1 mln. Door het invoeren van de kosteloze betalingsherinnering wordt dit vanaf 2026 verlaagd naar € 5.050.000.
24
Areaaluitbreiding De areaaluitbreiding bij de deelnemers heeft effect op de kostenontwikkeling en de uitvoering door GBLT. We hebben de kostenontwikkeling als efficiencyslag mee kunnen nemen in deze begroting, zonder de extra kosten door te rekenen aan de deelnemers.
25
3 De paragrafen In dit onderdeel worden de paragrafen behandeld. In de BBV worden de verplichte paragrafen benoemd die nader toegelicht moeten worden. Indien een paragraaf niet van toepassing is voor de begroting van GBLT, is het niet nodig om deze op te nemen. Dit betreft de paragrafen “lokale heffingen” en “grondbeleid”.
Paragraaf 1 – Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen GBLT houdt geen weerstandsvermogen aan. Conform artikel 44 lid 3 van de Gemeenschappelijke regeling GBLT zijn de deelnemers verplicht er zorg voor te dragen dat GBLT te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. Dit betekent dat de deelnemers zelf maatregelen moeten treffen om eventuele risico’s af te dekken. Het is daarom van groot belang om risico’s goed te beheersen. Binnen de begroting is een post onvoorzien opgenomen van € 200.000 die gebruikt kan worden om niet begrote kosten te dekken. Risicomanagement De afgelopen jaren heeft risicomanagement een steeds prominentere rol gekregen binnen de organisatie. GBLT streeft ernaar de risico’s in de processen in hoge mate te vermijden en/of te beheersen. Primair willen we voorkomen dat er te laat, onvolledig of onjuist wordt opgelegd of beschikt, om zo te voorkomen dat de burger, onze deelnemers of wijzelf mogelijk in financiële problemen komen of ons imago een flinke deuk oploopt. Sinds de implementatie van de rechtmatigheidsverantwoording in 2025 is deze volledig geïntegreerd in de werkwijze van GBLT. Het waarborgen hiervan blijft in 2026 een belangrijke prioriteit om de kwaliteit en betrouwbaarheid van de processen verder te versterken.
De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij het dagelijks bestuur, met ondersteuning van een solide risicomanagementsysteem. Om de risico’s te beheersen, maken we gebruik van het zogenaamde Three Lines of Defense-model: •
Eerste lijn: Het lijnmanagement is primair verantwoordelijk voor het realiseren van de doelstellingen en de beheersing van risico’s binnen de processen.
•
Tweede lijn: Verbijzonderde interne controles (VIC's) ondersteunen de eerste lijn en zorgen voor de bewaking van interne processen.
•
Derde lijn: Interne audits beoordelen onafhankelijk of de beheersmaatregelen effectief zijn en worden nageleefd.
Daarnaast is ook nog sprake van een Vierde lijn (externe toezichthouders): Toezichthouders zoals de accountant en de Waarderingskamer fungeren als een externe controlelaag en dragen bij aan de borging van de rechtmatigheid. Het Three Lines of Defense-model versterkt de interne organisatie en helpt GBLT bij het proactief managen van risico’s. Daarnaast wordt jaarlijks een risicoprofiel opgesteld dat wordt besproken met het dagelijks bestuur en vastgelegd in de jaarstukken. Dit risicoprofiel vormt de basis voor het verder verfijnen van ons risicomanagementbeleid en ondersteunt de organisatie in het nemen van weloverwogen beslissingen.
26
Risicoposten in de begroting De ontwikkelingen en doelen benoemd in het programma kennen op onderdelen nog financiële onzekerheden die gedeeltelijk in de begroting 2026 zijn opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende posten: •
De ontwikkeling van de proceskosten is onzeker. Door de aanpassingen van de proceskostenvergoedingen voor WOZ-zaken, onder andere vanwege uitspraken van de Hoge Raad en een aangepaste WOZ-factor per 1 januari 2025, blijft de hoogte van de proceskosten (NCNP-kosten) een risico. Daarnaast is de hoogte van de totale proceskostenvergoeding sterk afhankelijk van het aantal bezwaren en beroepen dat wordt ingediend en het toekenningspercentage daarvan.
•
De rentebaten en het gehanteerde percentage zijn afhankelijk van veel externe factoren. Daarmee bevat deze bate een risicofactor.
•
De invorderopbrengsten zijn afhankelijk van externe ontwikkelingen en vormen daarmee een risicopost voor de baten.
•
Prijsindexatie, inclusief cao, is afhankelijk van externe factoren. Voor de prijsindexatie hebben we aansluiting gezocht bij de ramingen van het centraal planbureau (CPB).
Bestemmingsreserves en voorzieningen GBLT verdeelt jaarlijks alle lasten over de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling en vormt derhalve geen eigen vermogen. Ook voor begrotingsjaar 2026 en in de meerjarenraming zijn geen bestemmingsreserves opgenomen. In de begroting 2026 en het meerjarenperspectief zijn enkele voorzieningen opgenomen: -
Oninbaarheid invorderingsdebiteuren
-
Proceskosten
De jaarlijkse mutaties in de voorzieningen zijn naar verwachting niet materieel. De dotatie en onttrekking van de voorzieningen is opgenomen in de lasten en baten. Uitgangspunt is dat deze voorziening per saldo niet muteert. Voor een overzicht van de mutaties wordt verwezen naar de balansen, zowel voor de begroting 2026 als het meerjarenperspectief.
Kengetallen Bij de uiteenzetting van de financiële positie behoren ook meerdere kengetallen die worden voorgeschreven in de BBV. Het betreft de volgende kengetallen: •
nettoschuldquote;
•
nettoschuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen;
•
solvabiliteitsratio
•
grondexploitatie
•
structurele exploitatieruimte
•
belastingcapaciteit
Aangezien GBLT geen externe financiering heeft, zijn de kengetallen van de nettoschuldquote niet van toepassing. Ook de kengetallen voor de grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn bij GBLT niet van toepassing. Deze worden niet nader toegelicht. De solvabiliteitsratio wordt bepaald door het eigen vermogen ten opzichte van het totaal vermogen. GBLT houdt geen eigen vermogen aan. Het resultaat wordt jaarlijks verrekend met de deelnemers.
27
De structurele exploitatieruimte betreft in feite het resultaat aan het einde van het jaar. In de afgelopen jaren heeft het verschil tussen de baten en de lasten geleid tot een positief resultaat. In de begroting wordt uitgegaan van een evenwicht tussen de baten en de lasten, waarbij de deelnemersbijdrage de sluitpost is voor dit evenwicht.
Paragraaf 2 – Onderhoud kapitaalgoederen GBLT beschikt in beperkte mate over kapitaalgoederen. De kapitaalgoederen zijn de activa zoals inventaris en huurdersinvesteringen. Daarnaast beschikt GBLT over software om de dienstverlening aan de deelnemers uit te kunnen voeren. De activa worden op basis van gebruikelijke grondslagen afgeschreven en onderhoud is veelal contractueel vastgelegd om de duurzaamheid van de activa te borgen. Het beleid van GBLT is erop gericht om activa tijdig te vervangen en kapitaalgoederen aan te schaffen die bijdragen aan de strategische doelstellingen en te zorgen dat de bedrijfsvoering effectief en efficiënt blijft verlopen.
Paragraaf 3 – Financiering Financiering GBLT heeft geen leningen en kredieten (financieringsportefeuille) en op basis van de begroting en de voorgenomen vervangingsinvesteringen is het uitgangspunt dat dit vanuit de eigen liquide middelen gefinancierd kan worden (o.a. door afschrijvingen). De rentelasten zijn als gevolg nihil en het renteresultaat is positief vanwege de rentebate op het schatkistbankieren. Aangezien de rentelasten nihil zijn en er geen financieringsbehoefte is, is geen rente toegerekend aan de investeringen. Bedrijfsfinanciering GBLT trekt alleen geld aan voor de uitvoeringstaak. Dit betekent dat alleen geld wordt aangetrokken voor activiteiten die door het bestuur zijn goedgekeurd. Bij het, eventueel, aantrekken van vreemd vermogen houdt GBLT zich aan de financieringsvoorschriften zoals die zijn vastgesteld in de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido). Daarvoor staan twee instrumenten ter beschikking: •
de kasgeldlimiet om het renterisico te beperken bij financiering met kort geld (< 1 jaar);
•
de renterisiconorm om het renterisico te beperken bij financiering met lang geld (> 1 jaar).
Kasgeldlimiet Conform artikel 2 van de uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, is voor gemeenschappelijke regelingen de kasgeldlimiet bepaald op 8,2% van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar. De kasgeldlimiet bedraagt € 2.502.927. Renterisiconorm Uitgangspunt voor het invoeren van de renterisiconorm is het streven naar een spreiding van looptijden van langlopende leningen, met als doel een beperking van renterisico's. Het bedrag aan aflossing en het bedrag van de lening dat in aanmerking komt voor renteherziening mag in het betreffende jaar de renterisiconorm niet overschrijden. Voor gemeenschappelijke regelingen is de renterisiconorm bepaald op 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het begrotingsjaar met een minimum van € 2.500.000. Dit betekent dat de renterisiconorm voor GBLT € 6.104.699 bedraagt. Kredietfaciliteit In de praktijk betekent het bovenstaande dat GBLT: •
tweemaal per week de ontvangen belastingopbrengsten doorbetaalt aan de opdrachtgevers;
•
nagenoeg altijd een gering positief saldo heeft dat dagelijks wordt afgestort bij de schatkist.
28
Liquiditeitspositie De door de deelnemers te betalen bijdragen zullen maandelijks worden verrekend met de ten behoeve van de deelnemers ontvangen belastinggelden. Risicobeheer Er vindt geen uitzetting van gelden plaats en GBLT maakt geen gebruik van financiële instrumenten zoals derivaten en opties. Het risicobeleid is erop gericht toekomstige risico's inzichtelijk te maken, te beheersen, te verminderen of te spreiden.
Paragraaf 4 - Bedrijfsvoering De bedrijfsvoering omvat het geheel van interne organisatieonderdelen die ondersteunend zijn aan de primaire activiteiten (kerntaken) van GBLT. Hiervoor is het dagelijks bestuur beleidsvormend. De stand van zaken binnen de organisatie en de (beleids)ontwikkelingen daarin zijn opgenomen in het programma. De toetsing van financiële rechtmatigheid en de werking van de beheersmaatregelen om risico’s te beperken, is geborgd binnen het controlejaarplan. Vanaf 2025 wordt over de financiële rechtmatigheid verantwoording afgelegd door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur.
Paragraaf 5 – Verbonden partijen Een verbonden partij is een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin GBLT een bestuurlijk en een financieel belang heeft. GBLT heeft de volgende verbonden partij: Vereniging werken voor waterschappen De Vereniging werken voor waterschappen (Vwvw) is sinds 2018 de werkgeversvereniging van de waterschappen en daaraan gelieerde organisaties. Vanaf 2019 is GBLT aangesloten bij de werkgeversvereniging. GBLT heeft stemrecht en betaalt een bijdrage voor de kostenvergoeding. De (financiële) impact van deze verbonden partij op de exploitatie en bedrijfsvoering, inclusief risico’s, is niet materieel.
29
Financiële begroting In de financiële begroting 2026 wordt een uitgebreide weergave gepresenteerd en toegelicht van de lasten en de baten die behoren bij het programma. GBLT kent één programma, namelijk de heffing en inning van belastingen en de uitvoering van de Wet WOZ. De totale lasten van het programma bedragen € 30.523.000. Door de deelnemers wordt hieraan een bedrag van € 23.981.000 bijgedragen. Naast de deelnemersbijdrage ontvangen we € 5.050.000 aan invorderingskosten, door te late betaling van belastingaanslagen. De rentebaten worden begroot op € 220.000. Tevens houden we rekening met onttrekkingen aan de voorzieningen van de oninbare invorderingsdebiteuren van € 850.000 en van de proceskostenvergoeding van € 180.000. De personeelsbaten worden begroot op € 140.000 en de overige baten op ongeveer € 43.000. Voor de uitvoering van de werkzaamheden voor de kinderopvangtoeslagenaffaire en de kwijtschelding van invorderingskosten die daarmee gepaard gaan, verwachten we een bedrag van € 50.000 als bate. In het kort worden de gehanteerde uitgangspunten en normen benoemd. Hierbij wordt ook verwezen naar onderdeel 2.2 in de beleidsbegroting.
30
1 Uitgangspunten en normen
Hieronder worden de belangrijkste uitgangspunten en normen toegelicht. Naast onderstaande uitgangspunten en normen zijn ook de uitgangspunten en normen van toepassing die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting.
1.1 Autonome salarisontwikkeling en overige loonkosten Voor GBLT is de cao werken voor waterschappen van toepassing. De ontwikkeling van de cao bepaalt in hoge mate de toename van de salarissen en ook van de secundaire arbeidsvoorwaarden. De salariskosten van het eigen personeel, inclusief sociale premies, beslaan ongeveer 62% van de totale lasten in de begroting 2026. Voor 2026 gaan we uit van een cao-stijging van 2,7%. Daarnaast wordt in de salariskosten rekening gehouden met de ruimte die medewerkers hebben om te groeien binnen de schaal. Bij voldoende ruimte wordt uitgegaan van 2,5%. Dit is voor ongeveer 40% van de medewerkers van toepassing. Voor overige personeelslasten is uitgegaan van de algemene prijsstijging van 2,6%. Deze 2,6% is gekoppeld aan de algemene prijsindex (BBP). Voor de bijzondere beloning en studie en opleidingen wordt gerekend met een stijging van 3,2%.
1.2 Overige uitgangspunten en normen Voor de overige uitgangpunten en normen wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting.
31
2 Overzicht van baten en lasten
In de volgende tabellen worden de lasten en de baten weergegeven. bedragen in € x 1.000
jaarrekening
begroting
begroting
begroting
2024 concept
2025
2025 wijziging
2026
LASTEN 1. Salarissen en sociale lasten 1.1a Loonbetalingen 1.1b Vergoedingen woon-werkverkeer
11.794 377
12.953 388
13.704 398
14.435 408
1.1f Loon in natura 1.1g Sociale premies
47 3.309
51 3.561
51 3.952
52 4.161
1.1h Sociale uitkeringen personeel 1.1i Verhaalde salarissen en sociale premies Totaal salarissen en sociale lasten
84
0
66
0
-192 15.419
-80 16.872
-139 18.032
-140 18.917
2. Belastingen 2.1 Belastingen
14
13
15
16
Totaal belastingen
14
13
15
16
3. Goederen en diensten 3.2c Duurzame roerende zaken
12
21
5
5
3.5.1 Ingeleend personeel 3.8A Overige goederen (inclusief energie) 3.8Ba Uitbestede werkzaamheden
931 238 2.896
483 271 2.798
736 317 3.147
492 325 3.179
3.8Bb Huren (inclusief operational lease) 3.8Bc Verzekeringen
403 29
412 25
420 27
431 28
3.8Bd Vergoedingen 3.8Bg Overige diensten Totaal goederen en diensten
626 4.048 9.183
787 4.019 8.817
717 4.367 9.737
738 4.325 9.523
4. Overdrachten 4.3.8 Overige inkomensoverdrachten aan derden 4.6.6 Overige kapitaaloverdrachten aan overheden
0
0 0
0
2.257
2.281
0 0
4.6.8 Overige kapitaaloverdrachten aan derden Totaal overdrachten
486 2.743
270 270
490 2.771
503 503
5. Rente en dividend 5.1 Rente
67
80
80
80
Totaal rente en dividend
67
80
80
80
7. Verrekeningen 7.2 Toevoegingen aan voorzieningen 7.3 Afschrijvingen 7.5 Overige verrekeningen (onvoorzien) Totaal verrekeningen
1.054 403 0 1.457
0 341 200 541
1.030 329 200 1.559
1.030 256 200 1.486
TOTAAL LASTEN
28.883
26.593
32.195
30.523
32
j a a rre ke ning 2024 conce p t
bedragen in € x 1.000
b e groting 2025
b e groting 2025 wij ziging
b e groting 2026
BAT E N 2 . Be la stinge n 2.2. Belastingen (invorderkosten) T ota a l b e la stinge n
6.527 6 .5 2 7
5.500 5 .5 0 0
6.500 6 .5 0 0
5.050 5 .0 5 0
414 0 414
0 0 0
127 93 220
0 93 93
5.540 14.970 2 0 .5 1 0
5.681 15.073 2 0 .7 5 4
7.062 14.882 2 1 .9 4 3
7.288 16.692 2 3 .9 8 1
490 490
300 300
220 220
220 220
966 966
39 39
1.030 1 .0 3 0
1.180 1 .1 8 0
2 8 .9 0 8
2 6 .5 9 3
2 9 .9 1 3
3 0 .5 2 3
24
0
-2 .2 8 1
0
T oe voe ginge n e n ontre kking re se rve s 7.1 Toevoegingen aan reserves 7.1 Onttrekkingen aan reserves/resultaat vorig boekjaar
0 2.257
0 0
0 2.281
0 0
R e sulta a t
2 .2 8 1
0
0
0
3 . G oe d e re n e n d ie nste n 3.8g Overige diensten 3.8g Overige diensten T ota a l goe d e re n e n d ie nste n 4 . Ove rd ra chte n 4.3.2 Overige inkomensoverdrachten van gemeenten 4.3.5 Overige inkomensoverdrachten van waterschappen T ota a l ove rd ra chte n 5 . R e nte e n d ivid e nd 5.1 Rente T ota a l re nte e n d ivid e nd 7 . Ve rre ke ninge n 7.2 Vrijval van voorzieningen
Totaal verrek eningen T OT AAL BAT E N T ota a l sa ld o va n b a te n e n la ste n
Toelichting baten en lasten Ontwikkeling totale lasten en resultaat boekjaar 2024, begrotingswijziging 2025 en begroting 2026 De begroting 2026 wordt gelijktijdig (voor zienswijze) aangeboden met de begrotingswijziging 2025. De begrotingswijziging is daarbij in een afzonderlijk document opgenomen. In deze begroting 2026 is voor de volledigheid het effect van de begrotingswijziging 2025 ook in de financiële tabellen opgenomen. Daarnaast is de realisatie in 2024 gepresenteerd. In deze begroting zijn de tabellen weergegeven conform de indeling van de BBV. De begroting 2026 laat een totaal aan lasten zien van € 30.523.000 en een deelnemersbijdrage van € 23.981.000. In de begrotingswijziging 2025 zijn de totale lasten ingeschat op € 32.196.000 (inclusief het resultaat vorig boekjaar) en is de verwachte deelnemersbijdrage € 21.943.000. Toelichting lasten Algemeen Bij de lasten is rekening gehouden met de prijspeilontwikkeling ten opzichte van de begroting 2025, zowel voor de goederen en diensten als alle personeelslasten. Deze staat beschreven in de uitgangspunten en normen, hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting. Deze indexatie heeft een substantiële impact op de toename van de kosten.
33
1 Salarissen en sociale lasten Ten opzichte van de primaire begroting 2025 en de begrotingswijziging 2025 nemen de totale Salarissen en sociale lasten met respectievelijk € 2.045.000 en € 885.000 toe. De toename is grotendeels het gevolg van de verwachte stijging van de cao. We houden voor 2025 rekening met een toename van € 50,- nominaal plus 3,3% en voor 2026 met een toename van 2,7%. Aanvullend op de cao-stijging is rekening gehouden met de jaarlijkse individuele doorgroeimogelijkheden van de medewerkers. Daarnaast nemen de salarissen in de begrotingswijziging 2025 toe vanwege de aansluiting van de gemeenten Veenendaal, Renswoude en Woudenberg. Hiermee was in de primaire begroting 2025 nog geen rekening gehouden. Verder is in de begroting 2026 een bedrag van € 50.000 opgenomen om de ambities in het kader van de Wet Banenafspraak waar te kunnen maken. Onder de verhaalde salarissen en sociale premies zijn de baten opgenomen die we ontvangen vanuit onder andere het UWV bij zwangerschapsverlof, overige subsidies voor medewerkers met een arbeidsbeperking en langdurig arbeidsongeschikte medewerkers. Op basis van de baten in de afgelopen jaren en baten die we op dit moment kunnen inschatten in verband met ziekte van medewerkers, nemen de personeelsbaten toe in 2025 en 2026.
De toename van de totale salarissen en sociale lasten in 2026 ten opzichte van de begrotingswijziging 2025 is met 4,9% een normale ontwikkeling. 3 Goederen en diensten De lasten voor goederen en diensten laten per saldo een toename zien ten opzichte van de primaire begroting 2025 van € 706.000. Deze stijging komt voort uit de begrotingswijziging 2025. Ten opzichte van de begrotingswijziging nemen de lasten in 2026 zelfs af met ongeveer 214.000 en dit is grotendeels het gevolg van een afname van de lasten voor ingeleend personeel (3.5.1). De toename van de lasten, ten opzichte van de begroting 2025, is onder andere het gevolg van extra ICT kosten/onderhoud automatisering (3.8Ba Uitbestede werkzaamheden)). Deze stijgen met ongeveer € 380.000, waarvan € 50.000 eenmalige projectkosten zijn voor de implementatie van software. De toename van de ICT-kosten is met name het gevolg van de indexatie. De prijsverhoging die door de leveranciers berekend kan worden ligt ruim hoger dan de 2% waar rekening mee is gehouden in de begroting 2025. Daarnaast zorgt de aansluiting van de drie nieuwe gemeenten voor een toename van ongeveer € 130.000. In de begroting 2026 is rekening gehouden met een indexatie van 2,6%. Dit verklaart de toename in 2026 ten opzichte van de begrotingswijziging 2025. De overige diensten (3.8Bg) nemen ten opzichte van de primaire begroting 2025 met ongeveer € 300.000 toe.
De kosten voor de uitbesteding aan de deurwaarder nemen met ongeveer € 200.000 toe. Dit is voornamelijk het gevolg van een toename van het aantal dossiers dat we verwachten over te dragen. Aanvullend komt de indexatie iets hoger uit dan waar rekening mee is gehouden. Verder zien we een toename van de portokosten van ongeveer € 190.000 vanwege een hogere indexatie dan de 2% waar mee was gerekend. Ook de gegevensverstrekking van het BRP-berichtenverkeer is met bijna € 105.000 toegenomen. Verder nemen de kosten toe door de aansluiting van de drie nieuwe gemeenten met ongeveer € 130.000, onder andere vanwege de uitvoering van diftar. Door een besparing op uitbesteding van overige diensten van ruim € 325.000, wordt de toename van de lasten beperkt. 4. Overdrachten De overdrachten worden gevormd door de uitkering van het resultaat uit voorgaand boekjaar (4.6.6) en de vergoeding voor de proceskosten (4.6.8). De proceskostenvergoeding (NCNP) nemen met € 245.000 toe ten opzichte van de primaire begroting 2025. Enerzijds worden, inclusief de drie nieuwe
34
gemeenten, meer bezwaren en beroepen verwacht van de NCNP-bureaus, anderzijds is de kostenvergoeding nadelig gewijzigd ten opzichte van de uitgangspunten die bij de begroting 2025 waren gehanteerd. 7. Verrekeningen De toename van de verrekeningen komt grotendeels voor rekening van de toevoegingen aan voorzieningen (7.2). Ten opzichte van de begroting 2025 is de verwachte toevoeging aan de voorziening voor de oninbaarheid van de invorderingsdebiteuren (€ 850.000) en de proceskosten (€ 180.000) opgenomen. Voor de invorderingsdebiteuren en de proceskosten staat aan de batenkant een verwachte vrijval van voorzieningen met dezelfde bedragen, waardoor deze toename van de kosten geen verhoging van de deelnemersbijdrage tot gevolg heeft. De voorziening voor de ambtsjubilea vervalt in de begroting 2026 in verband met de overgang naar de BBV. De begroting van de afschrijvingslasten 2026 ligt lager dan de lasten in de begroting en begrotingswijziging 2025. De afschrijvingslast voor de belastingapplicatie, die per begin 2026 volledig is afgeschreven, daalt met ongeveer € 86.000. Op grond van een besluit van het algemeen bestuur (29 mei 2013) wordt jaarlijks een bedrag van € 200.000 in de begroting opgenomen als onvoorzien (7.5). Toelichting baten 2.
Belastingen (invorderkosten) Het invorderproces levert structureel een bijdrage aan de baten van GBLT, als gevolg van met name aanmanings- en dwangbevelkosten die bij de burger in rekening worden gebracht. In de begrotingswijziging 2025 is deze bijdrage bijgesteld naar € 6.500.000 op basis van de jaarrekening 2024 en de stijging van de maximale bedragen uit de Kostenwet. Dit is een stijging van € 1.000.000 ten opzichte van de oorspronkelijke begroting 2025. Deze stijging trekken we niet door in 2026 en verder vanwege de invoering van de kosteloze betalingsherinnering. De invoering hiervan leidt tot een verlaging van de invorderbaten met € 1.450.000. Voor 2026 en verder gaan we daarom uit van een bedrag van € 5.050.000. 3. Goederen en diensten In de begroting is rekening gehouden met bijdragen van derden. Hier zijn onder andere de bedragen opgenomen die we ontvangen als vergoeding voor de uitvoeringkosten en kwijtgescholden invorderingskosten in verband met de toeslagenaffaire. De verwachting is dat dit nog wel enkele jaren doorloopt. 4. Overdrachten Het hier opgenomen bedrag bestaat uit de begrote bijdragen van de deelnemers. 5. Rente en dividend In de begroting wordt conform de gehanteerde uitgangspunten rekening gehouden met een bedrag van € 220.000 aan rentebaten, die voortvloeien uit het schatkistbankieren. Dit is een daling van € 80.000 ten opzichte van de begroting 2025.
Het rentepercentage van het schatkistbankieren laat een dalende trend zien. Daar is in de begroting 2026 rekening mee gehouden en zorgt voor een lagere rentebate.
35
7. Verrekeningen Voor 2026 wordt ervan uitgegaan dat de voorziening voor de ambtsjubilea komt te vervallen. Dit zorgt voor een vrijval van € 150.000. Voor de oninbare invorderingsopbrengsten en de proceskosten verwachten we een vrijval van respectievelijk € 850.000 en € 180.000 die gelijk is aan de toevoeging van deze voorziening. Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves GBLT houdt geen reserves aan, waardoor geen sprake is van onttrekkingen en toevoegingen. Incidentele baten en lasten In de begroting 2026 zijn in beperkte mate specifieke incidentele baten en lasten opgenomen die materieel zijn. De volgende kunnen we benoemen: -
bate van € 150.000 door eenmalige vrijval voorziening ambtsjubilea
Daarnaast is wel sprake van enkele baten en lasten die van jaar tot jaar fluctueren en gevoeliger zijn voor externe factoren. Dit betreft onder andere de rentebaten en de invorderopbrengsten. Aan de lastenkant zijn dit met name de proceskostenvergoedingen als gevolg van toegekende bezwaar- en beroepsschriften en de onderhoudskosten voor ICT.
36
3 Investeringen In het begrotingsjaar 2026 zijn geen investeringen gepland boven de € 50.000. In het meerjarenperspectief zijn vervangingsinvesteringen opgenomen. Voor een overzicht van de geplande investeringen en de ontwikkeling van de activa wordt verwezen naar bijlage B en C.
37
4 Uiteenzetting financiële positie In onderstaande balansopstelling is de eindbalans voor 2024, de prognosebalans voor de gewijzigde begroting 2025 en de balans voor de begroting 2026 opgenomen. De eindbalans moet gezien worden als de beginbalans van het daaropvolgende jaar.
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
J a a rre ke ning
Be groting
2024
2025
Be groting 2025 (ge wij zigd )
Be groting 2026
Activa
Va ste a ctiva Immateriele vaste activa
-
-
-
-
Materiële vaste activa
715
640
601
345
Financiele vaste activa
-
-
-
-
T ota a l va ste a ctiva
715
640
601
345
Vlotte nd e a ctiva Voorraden
-
-
-
-
Rekening-courantverhouding met het Rijk
4.327
1.380
2.256
2.270
Overige vorderingen Liquide middelen
3.348 1
2.500 2
3.300 1
3.300 1
Overlopende activa
-
-
-
-
T ota a l vlotte nd e a ctiva
7 .6 7 6
3 .8 8 2
5 .5 5 7
5 .5 7 1
T ota a l a ctiva
8 .3 9 1
4 .5 2 2
6 .1 5 8
5 .9 1 6
J a a rre ke ning
Be groting
2024
2025
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
Be groting 2025 (ge wij zigd )
Be groting 2026
P a ssiva
Va ste p a ssiva Eigen vermogen Algemene reserves Bestemmingsreserves Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar Voorzieningen Ambtsjubilea
-
-
-
-
-
-
-
-
2.281
-
-
-
192
189
242
Uitkering voormalig personeel
-
-
-
-
Proceskosten
182
216
180
180
Vaste schulden
-
-
-
-
2 .6 5 5
405
422
180
Netto vlottende schulden looptijd < 1 jaar
5.214
3.521
5.214
5.214
Overlopende passiva T ota a l vlotte nd e p a ssiva
522 5 .7 3 6
596 4 .1 1 7
522 5 .7 3 6
522 5 .7 3 6
T ota a l p a ssiva
8 .3 9 1
4 .5 2 2
6 .1 5 8
5 .9 1 6
T ota a l va ste p a ssiva
Vlotte nd e p a ssiva
In de prognosebalans is ervan uitgegaan dat de mutaties beperkt zijn ten opzichte van de realisatie 2024. Uitgangspunt is eveneens dat GBLT geen eigen vermogen aanhoudt. Het resultaat van het boekjaar wordt verrekend met de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling.
38
Activa De rekening-courantverhouding met het Rijk betreffen de uitzettingen van het schatkistbankieren. Deze uitzettingen vormen de sluitpost in de prognosebalans van de gewijzigde begroting 2025 en de begroting 2026. De overige vorderingen bestaan voornamelijk uit openstaande invorderingsdebiteuren. Dit betreft de vorderingen als gevolg van kosten voor opgelegde aanmaningen, dwangbevelen en hernieuwde bevelen. De voorziening voor dubieuze invorderingsdebiteuren zijn hierop in mindering gebracht. Passiva De netto vlottende schulden met een looptijd korter dan één jaar betreffen o.a. schulden aan leveranciers, te betalen belastingen en verloftegoeden personeel. De overlopende passiva hebben voornamelijk betrekking op verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot uitbetaling komen. EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Het EMU-saldo van de lokale overheid telt mee voor het EMU-saldo van de totale overheid. Om inzicht te geven in het verwachte EMU-saldo van de lokale overheid is onderstaande tabel opgenomen voor begrotingsjaar 2026, inclusief het begrotingsjaar 2025 en de begrotingswijziging 2025. b e groting 2025
b e groting 2025 ge wij zigd
b e groting 2026
bedr agen in €
1
Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
0
0
0
2
Invloed Investeringen - netto investeringsuitgaven + verkoop materiële en immateriële vaste activa + afschrijvingen
0 0 341.352
-215.000 0 329.365
0 0 255.840
Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v.exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening
0 0 -15.000
1.030.000 -1.030.000 0
1.030.000 -1.180.000 0
+ toevoegingen aan reserves t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v.exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit reserves
0 0 0
0 0 0
0 0 0
Deelnemingen en aandelen - boekwinst
0
0
0
+ boekverlies
0
0
0
3 2 6 .3 5 2
1 1 4 .3 6 5
1 0 5 .8 4 0
3
4
5
Invloed reserves
E MU Sa ld o
39
5 Meerjarenraming De meerjarenraming heeft betrekking op de jaren 2027 tot en met 2030. Voor de meerjarenraming zijn de uitgangspunten en normen die zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de beleidsbegroting eveneens van toepassing. Deze wijken niet af van begrotingsjaar 2026. Het meerjarenbeleid van GBLT wijkt niet substantieel af van de koers die we de afgelopen jaren hebben ingezet. GBLT geeft prioriteit aan kwaliteit van dienstverlening. Dit is de ontwikkelstrategie die we ook in het meerjarenperspectief vast blijven houden. De strategische ontwikkeldoelstellingen, zoals opgenomen in het programma van de beleidsbegroting, wijzigen niet in het meerjarenperspectief.
5.1 Meerjarenraming baten en lasten In de volgende tabel wordt de meerjarenraming van de baten en de lasten weergegeven. Hierin worden de hiervoor genoemde uitgangspunten van het programma vertaald voor de jaren 2027 tot en met 2030. bedragen in € x 1.000
b e groting 2027
b e groting 2028
b e groting 2029
b e groting 2030
LAST E N 1 . Sa la risse n e n socia le la ste n 2 . Be la stinge n
19.544 16
20.281 17
20.910 17
21.576 18
3 . G oe d e re n e n d ie nste n 4 . Ove rd ra chte n 5 . R e nte e n d ivid e nd
9.749 516 80
10.007 529 80
10.271 543 80
10.543 557 80
7 . Ve rre ke ninge n
1.406
1.381
1.430
1.382
3 1 .3 1 1
3 2 .2 9 5
3 3 .2 5 1
3 4 .1 5 6
2 . Be la stinge n 3 . G oe d e re n e n d ie nste n 4 . Ove rd ra chte n
5.050 93 24.919
5.050 93 25.902
5.050 93 26.859
5.050 93 27.763
5 . R e nte e n d ivid e nd 7 . Ve rre ke ninge n
220 1.030
220 1.030
220 1.030
220 1.030
3 1 .3 1 1
3 2 .2 9 5
3 3 .2 5 1
3 4 .1 5 6
T OT AAL LAST E N BAT E N
T OT AAL BAT E N
Toelichting De toename van de lasten is hoofdzakelijk het gevolg van de jaarlijkse prijsstijgingen. Deze toename van de lasten wordt gedekt door de bijdrage van de deelnemers. Deze bijdrage is opgenomen onder de baten bij punt 3 “Goederen en diensten aan derden”. Onder punt 5 “Waterschaps- en gemeentebelastingen” zijn de invorderopbrengsten meegenomen. De hoogte van deze opbrengsten is gelijk gehouden aan de begroting 2026. Ook de rentebaten die zijn opgenomen bij de financiële baten zijn gelijk aan de begroting 2026.
40
5.2 Financiële positie De uiteenzetting van de financiële positie zoals opgenomen en toegelicht in paragraaf 1 van de beleidsbegroting is voor wat betreft de financiering, het weerstandsvermogen en de kengetallen ook van toepassing voor de meerjarenraming. Prognosebalans 2027-2030
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0
Be groting
Be groting
Be groting
Be groting
2027
2028
2029
2030
Activa
Va ste a ctiva Immateriele vaste activa
-
-
-
-
Materiële vaste activa
369
518
318
166
Financiele vaste activa
-
-
-
-
T ota a l va ste a ctiva
369
518
318
166
Vlotte nd e a ctiva Voorraden
-
-
-
-
Rekening-courantverhouding met het Rijk
2.246
2.097
2.297
2.449
Overige vorderingen Liquide middelen
3.300 1
3.300 1
3.300 1
3.300 1
Overlopende activa
-
-
-
-
T ota a l vlotte nd e a ctiva
5 .5 4 7
5 .3 9 8
5 .5 9 8
5 .7 5 0
T ota a l a ctiva
5 .9 1 6
5 .9 1 6
5 .9 1 6
5 .9 1 6
Be groting
Be groting
Be groting
Be groting
2027
2028
2029
2030
Be d ra ge n x € 1 .0 0 0 P a ssiva
Va ste p a ssiva Eigen vermogen Algemene reserves
-
-
-
-
Bestemmingsreserves
-
-
-
-
Nog te bestemmen resultaat lopend boekjaar
-
-
-
-
Voorzieningen Ambtsjubilea
-
-
-
Uitkering voormalig personeel
-
-
-
-
Proceskosten
180
180
180
180
180
180
180
180
Netto vlottende schulden looptijd < 1 jaar
5.214
5.214
5.214
5.214
Overlopende passiva T ota a l vlotte nd e p a ssiva
522 5 .7 3 6
522 5 .7 3 6
522 5 .7 3 6
522 5 .7 3 6
T ota a l p a ssiva
5 .9 1 6
5 .9 1 6
5 .9 1 6
5 .9 1 6
Vaste schulden T ota a l va ste p a ssiva
Vlotte nd e p a ssiva
41
EMU-saldo 2027-2030 De ontwikkeling van het EMU-saldo voor de komende jaren is in onderstaande tabel weergegeven. begroting 2027
be drage n in €
begroting 2028
begroting 2029
begroting 2030
1
Exploitatiesaldo voor bestemming van reserves
0
0
0
0
2
Invloed Investeringen - netto investeringsuitgaven + verkoop materiële en immateriële vaste activa + afschrijvingen
-200.000 0 176.202
-300.000 0 151.211
0 0 199.632
0 0 152.188
3
Invloed voorzieningen + toevoegingen aan voorzieningen t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan voorzieningen t.b.v.exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit voorziening
1.030.000 -1.030.000 0
1.030.000 -1.030.000 0
1.030.000 -1.030.000 0
1.030.000 -1.030.000 0
4
Invloed reserves + toevoegingen aan reserves t.l.v.exploitatie - onttrekkingen aan reserves t.b.v.exploitatie - onttrekkingen rechtstreeks uit reserves
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
5
Deelnemingen en aandelen - boekwinst + boekverlies
0 0
0 0
0 0
0 0
-23.798
-148.789
199.632
152.188
EMU Saldo
42
6 Begroting naar kostendragers
6.1 Bijdrage van de deelnemers In de begroting, inclusief meerjarenraming, zijn de kostendragers de deelnemers die de lasten van GBLT voor hun rekening nemen. De deelnemersbijdrage voor het jaar 2026 wordt in deze begroting vastgesteld op een totaalbedrag van € 23.981.000 (afgerond). De kosten voor het heffen en innen van belastingen worden gedragen door alle deelnemers gezamenlijk, inclusief de kosten van klantencontacten en overhead. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt naar belastingsoorten, omdat het uniform combineren van aanslagen op één biljet beoogd wordt. De kosten voor het uitvoeren van de WOZ (waardering onroerende zaken) worden gedragen door de gemeentelijke deelnemers. De totale verdeling van de deelnemersbijdragen ziet er, op basis van de verdeelsleutel, in meerjarenperspectief als volgt uit: de jaarlijkse stijging van de totale bijdrage van 2026 en verder ligt tussen de 3,3% en 9,2%. De belangrijkste oorzaken voor deze stijging zijn de invoering van de kosteloze betalingsherinnering (2026), de prijspeilontwikkeling van 2,6% op basis van de uitgangspunten voor inflatie van materiële budgetten en de verwachte loonpeilontwikkeling van 2,7% meerjarig, inclusief de salarisstijging op basis van de individuele ontwikkelingen en doorgroeimogelijkheden. bedragen in € x 1.000
Begroting
Begroting
begroting
begroting
begroting
begroting
2025
2025
2026
2027
2028
2029
2030
wijziging
concept
concept
concept
concept
concept
deelnemer
begroting
waterschap Drents Overijsselse Delta
2.662
2.630
2.948
3.073
3.201
3.325
3.442
waterschap Rijn en IJssel
2.783
2.742
3.056
3.186
3.319
3.447
3.569
waterschap Vallei en Veluwe
4.474
4.419
4.962
5.173
5.389
5.597
5.795
waterschap Vechtstromen
3.330
3.288
3.697
3.854
4.015
4.170
4.317
waterschap Zuiderzeeland
1.823
1.804
2.030
2.116
2.205
2.290
2.370
gemeente Bunschoten
346
340
350
361
374
386
398
gemeente Dalfsen
504
494
512
528
546
564
581
gemeente Dronten
726
722
748
772
798
825
850
gemeente Leusden
535
525
543
560
579
598
616
gemeente Nijkerk
757
740
765
788
815
843
868
gemeente Ommen
370
354
365
377
389
402
414
gemeente Renswoude
0
89
94
96
100
103
106
gemeente Veenendaal
0
1.205
1.242
1.281
1.324
1.368
1.409
gemeente Woudenberg gemeente Zwolle Totale deelnemersbijdrage
0
225
231
239
247
255
263
2.442
2.367
2.438
2.514
2.600
2.686
2.766
20.754
21.943
23.981
24.919
25.902
26.858
27.762
De hierboven vermelde bedragen zijn voor de gemeenten inclusief de compensabele btw.
43
In onderstaande tabel is de compensabele btw weergegeven.
6.2 Ontwikkeling kosten per aanslagregel In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van de kosten per aanslagregel opgenomen.
Bij de gemeentelijke deelnemers valt op dat de kosten per aanslagregel in 2023 relatief flink zijn toegenomen. Dit is voornamelijk het gevolg van de hogere proceskostenvergoeding en uitvoeringskosten vanwege de forse stijging van het aantal ontvangen WOZ-bezwaren. Voor 2025 en 2026 laat de prijs per aanslagregel een stabiel beeld zien in lijn met de realisatie 2024. De kosten per aanslagregel van de waterschappen en in totaal laten een opgaande lijn zien voor 2025 en 2026. Ondanks de prijsindexatie van de afgelopen jaren, is de prijs per aanslagregel tot en met de realisatie 2024 niet of nauwelijks toegenomen in de afgelopen jaren.
44
Vaststellingsbesluit De deelnemende waterschappen en gemeenten zijn in de gelegenheid geweest hun zienswijze over de begroting 2026 aan het dagelijks bestuur van GBLT kenbaar te maken. Het dagelijks bestuur heeft de ontvangen zienswijzen, voor zover ingediend, bij de begroting gevoegd en het geheel aan het algemeen bestuur aangeboden. Het algemeen bestuur van GBLT, •
gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 9 juli 2025;
•
gezien de zienswijzen/reacties van de deelnemers;
•
overwegende dat de begroting 2026 inclusief het meerjarenperspectief 2027 tot en met 2030, na voorafgaande kennisgeving, 14 dagen bij de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling voor eenieder ter inzage heeft gelegen;
•
gelet op de artikelen 83 en 100 van de Waterschapswet;
besluit: 1.
de begroting 2026 vast te stellen,
2.
kennis te nemen van het meerjarenperspectief 2027 tot en met 2030,
3.
het dagelijks bestuur te machtigen voor het beheer van de inkomsten en uitgaven,
4.
het dagelijks bestuur te machtigen om onvoorziene uitgaven te doen tot maximaal € 200.000 van de jaarlijkse exploitatiekosten.
Zwolle, 10 september 2025 Het algemeen bestuur, De voorzitter,
De directeur,
B.J. van Vreeswijk
R.A.C. de Haan
45
Bijlagen
46
Bijlage A Procentuele generieke kostenverdeling Procentuele verdeling d e e lne me r
b e groting
Difta r
2026
2026
2026
2026
generiek
wat erschap
gemeent e
gemeent e
waterschap Drents Overijsselse Delta
17,66%
waterschap Rijn en IJssel
18,31%
waterschap Vallei en Veluwe
29,73%
waterschap Vechtstromen
22,15%
waterschap Zuiderzeeland Totaal Waterschappen
12,16% 89,98%
gemeente Bunschoten
5,07%
gemeente Dalfsen
7,02%
gemeente Dronten
10,83%
6,98%
gemeente Leusden
7,41%
8,21%
gemeente Nijkerk
10,54%
9,54%
gemeente Ommen
5,05%
4,18%
gemeente Renswoude
1,27%
1,55%
gemeente Veenendaal
16,50%
26,91%
gemeente Woudenberg
3,17%
3,35%
gemeente Zwolle
33,13%
39,28%
100%
100%
Totaal Gemeenten
10,02%
T ota le d e e lne me rsb ij d ra ge
100%
100%
In bovenstaande tabel zijn de percentages opgenomen voor de verdeling van de generieke kosten, conform de kostenverdeelsleutel.
47
Bijlage B Staat van activa Omschrij ving
Afschrij vingsJ a a r va n Historisch d uur inve ste ring of inve ste ringsin j a re n a ctive ring b e d ra g
Afschrij vinge n voorga a nd e j a re n
Ba la ns p e r 3 1 -1 2 -2 0 2 5
Inve ste ringe n 2026
De sinve ste ringe n a a nscha fwa a rd e 2026
De sinve ste ringe n a fschrij ving 2026
Afwa a rd e ringe n we ge ns d uurz. wa a rd e ve rmind e ringe n 2026
Afschrij vinge n 2026
Ba la ns p e r 3 1 -1 2 -2 0 2 6
231.529
24.966
206.564
Ma te rië le va ste a ctiva
Be d rij fsge b ouwe n Verbouwing Zwolle Lubeckplein Verbouwing pand
10 10
2014 2024
1.341.390 249.656
1.341.390 18.127
6
2012
14.490
14.490
-
-
-
10 5 5 5 3 3 10
2014 2014 2014 2025 2024 2024 2025
347.726 176.474 79.415 30.000 280.573 198.316 20.000
347.726 176.474 79.415 3.000 148.080 104.667 1.000
27.000 132.493 93.649 19.000
6.000 93.524 66.105 2.000
21.000 38.969 27.544 17.000
5 5 5
2018 2018 2021 / 2022 2022 2023
101.165 49.160 455.573 128.130 107.314
101.165 49.160 450.234 102.504 64.388
5.339 25.626 42.926
5.339 25.626 21.463
21.463
2023
54.087
30.874
23.213
10.817
12.396
3 .6 3 3 .4 6 9
3 .0 3 2 .6 9 4
6 0 0 .7 7 5
2 5 5 .8 4 0
3 4 4 .9 3 5
Ve rvoe rmid d e le n Dienstauto's
Ove rige ma te rië le va ste a ctiva Kantoormeubilair Lubeckplein Zwolle Infrastructuur Lubeckplein Zwolle Schermen vergaderruimtes en lounges Schermen vergaderruimtes Laptops Mobiele telefoons en tablets Bureaustoelen/bureaus
Softwa re Waarderingsapplicatie Voormelding Belastingapplicatie Koppelingen Archief E-formulieren designer T ota le n
48
0
0
0
0
Bijlage C Investeringsprogramma b ed ra gen in €
Afschrij vingsd uur in j a re n
Inve ste ringe n 2025
Verbouwing pand Mobiele telefoons en tablets Laptops Vergaderschermen
10 3 3 5
165.000
Bureaus en bureaustoelen
10
20.000
T ota a l
Inve ste ringe n 2026
Inve ste ringe n 2027
Inve ste ringe n 2028
Inve ste ringe n 2029
200.000
Inve ste ringe n 2030
200.000 300.000
30.000
2 1 5 .0 0 0
0
2 0 0 .0 0 0
3 0 0 .0 0 0
49
0
2 0 0 .0 0 0
Bijlage D Taakvelden bedragen in € x 1.000
0.4
0.5
0.61 OZB
0.62 OZB
0.64
0.7
0.8
7.2
7.3
0.7
overhead
treasury
woningen
niet
overige
algemene
onvoorzien
riolering
afval
alg. uitkeringen
woningen
belastingen
uitkeringen
deelnemer
deelnemersbijdrage
waterschap Drents Overijsselse Delta
1.498
-35
2.441
-989
32
2.948
waterschap Rijn en IJssel
1.554
-36
2.531
-1.025
33
3.056
waterschap Vallei en Veluwe
2.523
-59
4.109
-1.664
53
4.962
waterschap Vechtstromen
1.879
-44
3.061
-1.240
40
3.697
waterschap Zuiderzeeland
1.032
-24
1.681
-681
22
2.030
gemeente Bunschoten
48
-1
232
24
28
-32
1
29
21
350
gemeente Dalfsen
66
-2
322
33
39
-44
1
40
56
512
gemeente Dronten
102
-2
496
50
60
-68
2
61
46
748
gemeente Leusden
70
-2
339
34
41
-46
1
42
63
543
gemeente Nijkerk
100
-2
483
49
58
-66
2
60
81
765
gemeente Ommen
48
-1
232
24
28
-32
1
29
37
365
gemeente Renswoude
12
0
58
6
7
-8
0
7
11
94
gemeente Veenendaal
156
-4
756
77
91
-103
3
93
172
1.242
gemeente Woudenberg
30
-1
145
15
17
-20
1
18
26
231
gemeente Zwolle
313
-7
1.518
154
183
-207
7
187
290
2.438
9.431
-220
4.582
466
14.375
-6.223
200
566
804
23.981
Totaal
In bovenstaande tabel is de bijdrage van de deelnemers per taakveld weergegeven. De splitsing van de bijdrage aan de taakvelden is met name voor de gemeentelijke deelnemers in de gemeenschappelijke regeling van belang. Een volledige adequate verdeling van de geraamde baten en lasten per taakveld is op basis van de huidige kostenverdeelsleutel niet mogelijk. Er is een inschatting gemaakt met behulp van huishoudens, woz-objecten en aanslagregels. Bij de tabel wordt het volgende opgemerkt: •
De overheadkosten (0.4) zijn exclusief de overhead die is toegerekend aan de OZB en exclusief onvoorzien.
•
Onder treasury (0.5) zijn de rentebaten opgenomen vanuit het schatkistbanikeren.
•
Het bedrag van de OZB (0.61 en 0.62) betreffen de specifieke baten en lasten voor het WOZ-proces, inclusief de toegerekende overhead kosten. De verdeling tussen de woningen en de niet-woningen is gebaseerd op het aantal aanslagregels voor de beschikkingen.
50
•
Onder de overige belastingen (0.64) zijn de belastingen opgenomen die niet afzonderlijk zijn gesprecificeerd. Vanwege de beperkte bedragen van bijvoorbeeld de parkeerbelasting en grafrechten, worden deze niet afzonderlijk weergegeven.
•
Onder de algemene uitkeringen (0.7) zijn alle baten opgenomen, waaronder de invorderbaten en personeelsbaten.
•
Het bedrag voor onvoorzien is afzonderlijk opgenomen.
•
De lasten voor de rioolheffing (7.2) zijn berekend op basis van het aantal aanslagregels en de verdeelsleutel
•
De lasten van afval (7.3) zijn berekend op basis van het aantal aanslagregels en de verdeelsleutel. De specifieke lasten van de Diftar zijn er aan toegevoegd.
•
Onder 0.7 algemene uitkeringen, deelnemersbijdrage, is de totale netto bijdrage per deelnemer opgenomen.
51
52