CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota invoering nieuwe Wet inburgering 2022 (1203458).pdf

Commissie Samenleving 19 januari 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden6.262 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INBURGERING Nota voor de invoering van de nieuwe Wet inburgering 2022 Gemeente Bunschoten

1

Inhoud Inleiding en uitgangspunten 1. Welkom in de gemeenten Bunschoten 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

Overgang COA naar gemeente Het regelwerk Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen

2. Het inburgerplan 2.1. 2.2. 2.3.

De Brede intake Het Plan Inburgering en Participatie (PIP) De casusregie (inburgeringsspecialist)

3. Het inburgertraject 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.

De B1-route De onderwijsroute De Zelfredzaamheidroute (Z-route) Overige verplichte modules in de inburgering 3.4.1. Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) 3.4.2. Participatieverklaringstraject (PVT)

3 5 5 5 6 6 7 7 8 9 10 10 11 11 12 12 13

4. Verdere integratie in de samenleving

13

5. Overige onderdelen

14

5.1.

Het financieel kader 5.1.1. Rijksmiddelen voor inburgering 5.1.2. Kosten inburgering De monitoring De samenwerking met ketenpartners Inzet adviesraad Sociaal Domein en klankbordwerkgroep ervaringsdeskundigen De informatie-uitwisseling en ICT De inkoop Het vervolgproces en overlegtafels

14 14 15 17 17 18

Bijlage 1: Inzet en bekostiging uitvoeringsorganisatie BBS Bijlage 2: Uitgangspunten inburgering in samenspraak met ketenpartners in de gemeente en regio Bijlage 3: Afkortingen

20 21

5.2. 5.3. 5.4. 5.5. 5.6. 5.7.

18 18 18

23

2

Inleiding en uitgangspunten Vanaf 1 januari 2022 gaat de nieuwe wet inburgering in. Middels deze nota willen wij u op de hoogte stellen van hoe deze wet zal worden in- en uitgevoerd in de BBS gemeenten. (Baarn, Bunschoten en Soest) Met het nieuwe inburgeringsstelsel komen er nieuwe taken naar de gemeente toe. De gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest werken nauw samen in de uitvoering van deze nieuwe wet met uiteraard ruimte voor lokale invulling bij de uitvoering van het beleid. Deze nota is mede tot stand gekomen in samenspraak met verschillende maatschappelijke partners, stakeholders, ervaringsdeskundigen, regiogemeenten en vertegenwoordigers van het voorliggend veld als verenigingen en kerkgemeenschappen. Naast de regionale aansluiting is er ook gebruik gemaakt van landelijk informatie en data o.a. van het VNG, Divosa en Pharos. Ieder jaar komen enkele tientallen asielmigranten en gezinsmigranten naar de gemeenten van Baarn, Bunschoten en Soest. We vinden het belangrijk dat zij zich welkom voelen en zo snel en goed mogelijk integreren. Dat betekent dat we een passende woning zoeken, dat we begeleiding bieden bij het aanvragen van regelingen en voorzieningen, dat we ze wegwijs maken in de gemeente, dat ze de Nederlandse taal leren en dat ze zo snel mogelijk waardig participeren door middel van werk, onderwijs of een andere vorm van dagbesteding.

De snelste weg voor inburgeringsplichtigen om mee te doen in de maatschappij is immers, zo blijkt uit onderzoek, het leren van de Nederlandse taal en het vinden van een baan of het volgen van een opleiding Inburgeren zien wij als meer dan alleen het leren van de Nederlandse taal en kennis verkrijgen over de Nederlandse maatschappij. Wij vinden het belangrijk dat nieuwkomers zelfredzaam worden en mee kunnen doen in onze gemeente. Daarmee sluiten we aan op het beleidskader zoals verwoord in de beleidsnota ‘Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2019 – 2022. Volgens die visie vinden wij het belangrijk dat iedereen kan meedoen naar vermogen. Zo ook de groep inburgeringsplichtigen in onze gemeente. Onder meedoen verstaan wij dat je je weg weet te vinden in onze maatschappij en dat je zo goed mogelijk voor je zelf kunt zorgen, het liefst door betaald werk te doen. Daarnaast willen we inwoners zelfredzaam maken. Dit betekent ook dat de inburgeraars leren waar je om hulp en ondersteuning kunt vragen als dat nodig is en dat ze zelf een bijdrage kunnen leveren aan de buurt of samenleving waarin ze wonen. Het beheersen van de Nederlandse taal is een belangrijke voorwaarden om te kunnen meedoen. Daarom vinden wij het in de eerste plaats belangrijk dat nieuwkomers zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren.

Daarbij geloven wij dat je taal niet alleen leert in een klaslokaal maar juist door interactie met inwoners van onze gemeente. Onderzoek heeft uitgewezen dat dit juist van uiterst belang is om aansluiting te vinden in andere onderdelen van onze samenleving als (betaald) werk, dagbesteding en onderwijs. De gemeente Bunschoten heeft de intentie om zich aansluiten bij de Stichting Takecarebnb. Stichting Takecarebnb brengt statushouders in contact met gastgezinnen in Bunschoten die hun huis drie maanden opstellen voor een 3

statushouder die in afwachting is van huisvesting in Bunschoten. In deze drie maanden kan de statushouder een lokaal netwerk opbouwen, de taal leren en verder kennismaken met Bunschoten / Nederland waardoor de integratie eerder kan beginnen. Door de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering in BBS-verband te doen kunnen middelen effectiever worden ingezet en door schaalgrootte begeleiding op maat worden geboden aan de inburgeraar. Leeswijzer: In hoofdstuk 1 komt de eerste fase van het inburgeren aan de orde. In hoofdstuk 2 bespreken we de samenstelling van het inburgeringsplan waarin het Plan Inburgering en Participatie (PIP) wordt opgesteld welke de basis is van het inburgeringstraject welke in hoofdstuk 3 wordt besproken. In hoofdstuk 4 komt de verdere integratie in de samenleving aan de orde. Als laatste worden in hoofdstuk 5 o.a. het financiële kader, monitoring, informatieuitwisseling en ICT nader toegelicht.

4

1.Welkom in de gemeente Bunschoten Zodra de asielmigrant een verblijfsvergunning krijgt wordt deze door het COA gekoppeld aan een gemeente voor huisvesting. De gemeente zoekt een passende woonruimte in overleg met de woningbouwvereniging. Zodra de asielmigrant een verblijfsvergunning heeft ontvangen wordt deze een statushouder. Zodra de statushouder staat ingeschreven op een woonadres in de gemeente, begint de inburgeringsplicht. Eventuele gezinsmigranten kunnen later worden toegevoegd waarna ook voor hun de inburgeringsplicht van start gaat. De partner van de gezinsmigrant(en) is (financieel) verantwoordelijk voor alle gezinsmigranten meestal is hier sprake van een gezin.

1.1

Overgang COA – gemeente

Zodra we als gemeente van het COA een statushouder gekoppeld krijgen die we moeten huisvesten, starten we met de begeleiding. Dat begint, als dat haalbaar is, met een (fysieke of digitale) kennismaking in het AZC door een medewerker van VWN (Vluchtelingenwerk Nederland). Op deze manier hopen we een soepele overgang van de begeleiding door COA naar de begeleiding vanuit de gemeente te bewerkstelligen. Zo halen we, waar mogelijk en wenselijk, het inburgeringsen integratieproces naar voren. Op dit moment wordt de statushouder ook geïnformeerd over de gemeente waar hij komt te wonen middels een welkomstpakket waarin allerlei praktische informatie en beeldmateriaal over de gemeente is te vinden. Wanneer er al een woning is toegewezen gaat de inburgeraar de woning zo spoedig mogelijk bezichtigen en het huurcontract ondertekenen. Tegelijkertijd worden er zoveel mogelijk overige praktische zaken geregeld. De inburgeraar krijgt hierbij ondersteuning van de medewerker van VWN die dit heeft afgestemd en voorbereid met de inburgeringsspecialist van de uitvoeringsorganisatie BBS. Alles in deze fase wordt in nauwe samenwerking uitgevoerd door bovengenoemde medewerkers. Zeker in deze fase is het belangrijk dat de inburgeraar zich welkom voelt en dat duidelijk is wat hem te wachten staat.

1.2. De regelzaken Als de inburgeraar een woning heeft, moet hij veel praktische zaken regelen. Denk hierbij aan het inrichten van de woning, inschrijven bij de gemeente, een uitkering aanvragen en verzekeringen afsluiten. Wij begeleiden de inburgeraar daarbij in samenwerking met de medewerker van VWN die zich vooral gaat richten op de maatschappelijke begeleiding van de inburgeraar. Ook wijzen we de inburgeraar op de regelingen die er voor hem beschikbaar zijn zoals regelingen die gericht zijn op meedoen. Verder maken we de inburgeraar wegwijs in de wijk. Daarbij horen bijvoorbeeld zaken als kennismaken met de buren, een bezoek brengen aan het wijkcentrum/buurthuis, het regelen van een school voor de kinderen, naar de plaatselijke supermarkt enz. We proberen zoveel mogelijk in een korte tijd samen met en voor de inburgeraar te regelen zodat hij zich zo snel mogelijk thuis voelt en mee gaat doen in de wijk

5

/ buurt. Wanneer mogelijk wordt hierbij ook gebruik gemaakt van een ‘maatje’ die de inburgeraar praktisch kan ondersteunen in zijn nieuwe woonomgeving.

1.3

Maatschappelijke begeleiding gedurende 3 jaar

Volgens de nieuwe inburgeringswet moet de gemeente de maatschappelijke begeleiding organiseren die bestaat uit de volgende onderdelen: ● Praktische hulp bij het starten van de inburgering zoals het regelen van de administratieve zaken op het gebied van zorg, werk, inkomen, verzekeringen, onderwijs en kennismaking met de lokale woonomgeving ● Voorlichting over basisvoorzieningen in de Nederlandse samenleving zoals kennismaken met maatschappelijke organisatie en verenigingen in de lokale woonomgeving De maatschappelijke begeleiding start op het moment wanneer de inburgeraar wordt gehuisvest. Deze maatschappelijke begeleiding wordt geboden door een medewerker van VWN en lokale vrijwilligers. Wij hebben gekozen voor deze organisatie omdat we de afgelopen jaren positieve ervaringen hebben opgedaan met deze organisatie. De medewerker van VWN stemt goed af en werkt nauw samen met de inburgeringsspecialist van BBS. De inburgeringsspecialist voert de casusregie gedurende het gehele inburgeringstraject en is het aanspreekpunt voor alle betrokken partijen. Voor de inburgeraar moet duidelijk zijn wat de rol van iedereen is. Het belang is in elk geval gelijk: een zo snel en goed mogelijke integratie van de inburgeraar.

1.4

Financieel ontzorgen en begeleiden

Door de complexiteit van het Nederlandse financiële systeem (belastingen, zorgen kinderopvangtoeslagen, eigen bijdragen) loopt de inburgeraar risico op het ontwikkelen van schulden en zorgen over zijn financiële positie. Bij de start van het inburgeringstraject wordt er een financiële zelfredzaamheidstoets afgenomen om zicht te krijgen in hoeverre de inburgeraar hierin ondersteunt moet worden. Wanneer de inburgeraar hierin ondersteuning nodig heeft zal de gemeente gedurende 6 maanden de vaste lasten (huur, gas, water, stroom en zorgverzekering) inhouden op zijn uitkering en voor betaling zorgdragen. Gedurende deze 6 maanden zal de inburgeraar ondersteuning en hulp worden geboden om dit zelf te kunnen doen. Het doel is dat de inburgeraar na 6 maanden financieel zelfredzaam is en of weet waar hij met hulpvragen terecht kan. Dat betekent dat de inburgeraar leert welke financiële en administratieve verplichtingen samenhangen met de verstrekte uitkering, toeslagen en vaste lasten. Als dit niet realistisch is kan de periode van financieel ontzorgen worden verlengd. Dit betreft maatwerk voor iedere inburgeraar. Het financieel ontzorgen wordt uitgevoerd door de gemeente en hoe de begeleiding richting financiële zelfredzaamheid wordt georganiseerd wordt bepaald tijdens de brede intake.

Er kunnen verschillende modules ter ondersteuning worden ingezet aangeboden door verschillende ketenpartners. Financieel ontzorgen wordt in principe alleen

6

ingezet voor statushouders en niet voor gezinsmigranten. Gezinsmigranten kunnen uiteraard altijd begeleiding krijgen bij hun financiën als dat nodig is.

2. Het inburgeringsplan Om als gemeente het juiste inburgeringstraject en de daarbij behorende begeleiding, regie en ondersteuning te kunnen bieden, is het belangrijk om vooraf een goed beeld te vormen van de inburgeraar. In het nieuwe stelsel worden daarom ‘de brede intake’ en het ‘Plan Inburgering en Participatie’(PIP) opgenomen. De brede intake, die verplicht is voor elke inburgeraar en die door de gemeente wordt afgenomen, geeft inzage in de startpositie en ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeraar op het gebied van inburgering en participatie. Op basis van de uitkomsten van de brede intake wordt vervolgens in het PIP beschreven welke leerroute iemand zal volgen. Daar waar mogelijk proberen we met de regiogemeenten de inhoud en vormgeving van de brede intake en PIP zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. Dit om maximale gelijkheid en helderheid te creëren voor zowel de inburgeraar als de samenwerkende ketenpartners in de regio. Ook wanneer de inburgeraar besluit te verhuizen naar een andere gemeente in de regio kan de inburgering effectiever worden voortgezet.

2.1. De brede intake De voorbereiding van de brede intake start wanneer de koppeling van de inburgeraar aan de gemeente bekend is. De inburgeringsspecialist haalt eerst zoveel mogelijk informatie uit het Taakstelling Volgsysteem (TVS) van het COA. Het COA heeft een zgn. klantprofiel opgesteld over de inburgeraar. In dit klantprofiel zijn ook de resultaten van de leerbaarheidstoets opgenomen. De inburgeringsspecialist doet dat ter voorbereiding op de kennismaking en invulling van de brede intake en stemt dit vervolgens af met de medewerker VWN.. Vervolgens vindt er een kennismakingsgesprek op het AZC plaats. Dit kan zowel fysiek als digitaal gebeuren. Dit kennismakingsgesprek vindt plaats tussen de inburgeraar, medewerker VWN en de casemanager van het COA. Het doel hiervan is de kennismaking van de gemeente met de inburgeraar. Tijdens de kennismaking worden bijzonderheden rondom persoonlijke (gezins)situatie, de huisvesting, de gezondheid en de (voor)inburgering alvast in kaart gebracht. Daarnaast wordt de inburgeraar geïnformeerd over de gemeente waar hij gaat wonen met een welkomstpakket en wordt het vervolgproces verder toegelicht.

Afhankelijk van de achtergrond van de inburgeraar kan de afname van de brede intake in delen worden gedaan en wordt zonodig door de inburgeringsspecialist samenwerkende ketenpartners geconsulteerd om een goede inschatting te kunnen maken van de startpositie en achtergrond van de inburgering. Zo kan de GGD worden geconsulteerd bij opvoedingsproblemen of de GGZ wanneer er sprake is van psychische problematiek zoals (oorlog)trauma’s. In deze brede intake wordt ook een inschatting gemaakt over de juiste invulling van de onderwijs- en/of werkmogelijkheden van de inburgeraar. Binnen de uitvoeringsorganisatie BBS zijn hiervoor verschillende mogelijkheden waar de inburgeringsspecialist gebruik van kan maken. In de brede intake zijn onderdelen 7

als zelfredzaamheid en gezondheid belangrijke onderdelen aan de hand waarvan een beeld wordt gevormd van de inburgeraar. Aan de hand van een, in afstemming met de regio opgestelde, vragenlijst worden alle leefgebieden van de inburgeraar in beeld gebracht om een goed beeld te krijgen van de mogelijkheden en competenties van de inburgeraar.

2.2. Het Plan Inburgering en Participatie (PIP) Met de uitkomsten van de brede intake wordt in samenspraak met de inburgeraar het PIP vormgegeven en vastgesteld door de inburgeringsspecialist. Het moment waarop dit gebeurt (in ieder geval wettelijk binnen 10 weken na inschrijving in de gemeente) is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de inburgeraar, maar bij voorkeur zo snel mogelijk. Het PIP is voor alle inburgeraars een verplicht onderdeel van het inburgeringstraject en krijgt de vorm van een beschikking, wat ook inhoud dat het voor zowel de inburgeraar als de gemeente niet vrijblijvend is. De uitkomsten van de brede intake en de wettelijke verplichte onafhankelijke leerbaarheidstoets vormen de basis voor het gesprek over het PIP. In het PIP wordt voor de inburgeraar ingegaan op: ● de maatschappelijke begeleiding, ● het eventueel financieel ontzorgen, ● de leerroute, ● het Participatieverklaringstraject (PVT), ● Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) ● en de overige onderdelen die van belang zijn voor een succesvolle integratie in de samenleving. In het PIP legt de inburgeringsspecialist ook de termijnen vast waarop er (evaluatie)gesprekken plaatsvinden om zo tijdens het hele traject de voortgang van de inburgering in beeld te houden en te monitoren.

De inburgeraar wordt nauw betrokken bij de totstandkoming van het PIP, want dat leidt ertoe dat hij duidelijk heeft wat we van elkaar verwachten en de verwachting is bovendien dat het leidt tot meer motivatie bij de inburgeraar. Het is immers ‘zijn’ PIP! Het uitgangspunt is dat we ondersteuning geven die nodig is en passend is in de specifieke situatie van de inburgeraar. Dat betekent dat in het PIP ook wordt ingegaan op zaken als de inzet van kinderopvang, het inzetten van (taal)maatjes, het toeleiden naar bepaalde sociale projecten, sportieve of culturele activiteiten of het aanbieden van psychologische of pedagogische hulp.

2.3 De inburgeringsspecialist (casusregie) De inburgeringsspecialist neemt, in samenwerking met de medewerker VWN, de brede intake af. Hij is verantwoordelijk voor de invulling en monitoring van het PIP en is gedurende het gehele inburgeringstraject het aanspreekpunt voor de inburgeraar. Daarnaast behoudt hij de regie op de voortgang van het inburgeringstraject. De inburgeringsspecialist draagt zorg voor de wettelijk verplichte evaluatiegesprekken met de inburgeraar en alle betrokken partijen die onderdeel zijn van de uitvoering van het inburgeringstraject. 8

Tijdens het inburgeringstraject ziet de inburgeringsspecialist toe op de vorderingen van de PIP-doelstellingen van de inburgeraar en stimuleert, activeert en ondersteunt de inburgeraar waar nodig. Dit betekent dat de inburgeringsspecialist nauw betrokken is bij de inburgeraar, op de hoogte is van zijn vorderingen en weet hoe de thuissituatie eruit ziet. De inburgeringsspecialist is daarnaast een proactief netwerker. Hij werkt samen met partijen die zich bezighouden met de inburgeraar en stemt activiteiten af. De inburgeringsspecialist overziet alle inzet en zorgt ervoor dat ieders bijdrage effectief is en elkaar versterkt. De inburgeringsspecialist beschikt over de noodzakelijke culturele sensitiviteit en hij ziet er ook op toe dat de partners cultuur- en taalsensitief werken. Kortom; de inburgeringsspecialist ziet erop toe dat alle onderdelen integraal en effectief op elkaar worden afgestemd en stuurt bij waar nodig volgens de gemaakte afspraken in het PIP. De inburgeringspecialist is verantwoordelijk voor: ∙het afnemen van de brede intake en het opstellen van het PIP ∙het volgen en bewaken van de doelstellingen van de inburgeraar ∙het bieden van begeleiding aan de inburgeraar ∙het bespreekbaar maken van het gedrag van de inburgeraar. ∙het stimuleren van de samenwerking met en tussen ketenpartners ∙wijkgericht werken en betrekken van ervaringsdeskundigen o.a.

via de klankbordwerkgroep die uit ervaringsdeskundigen bestaat

3. Het inburgeringstraject De gemeente is verantwoordelijk om een sluitend inburgeringsaanbod te doen. Dit aanbod omvat, naast een van de drie leerroutes, ook de modules Module Arbeidsmarkt & Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). Vooral door passende routes, de dualiteit en de verbinding met alle leefgebieden en het integraal aanbieden van de onderdelen binnen het inburgeringstraject verwachten wij het verschil te maken. We streven naar een inburgeringstraject ingezet vanuit de ‘menselijke maat’ waarin de inburgeraar zich ‘begrepen voelt’ en zo snel mogelijk aansluiting vindt bij de lokale woonsituatie. (wijk, gemeente) Dit vraagt veel maatwerk. Wij willen de inburgering nadrukkelijk verbinden met andere onderdelen in het sociaal domein, zoals kunst en cultuur, sport, positieve gezondheid, armoedebestrijding en een inclusieve samenleving. Maar ook met het bedrijfsleven om een goede aansluiting voor de inburgering te vinden op de arbeidsmarkt. In het PIP leggen we op basis van de brede intake en de onafhankelijke leerbaarheidstoets vast welke leerroute het meest passend is en leidt tot het maximaal haalbare niveau. Het gaat om de volgende drie leerroutes: ∙ ∙ ∙

B1-route Onderwijsroute Zelfredzaamheidsroute Z-route

De inburgering moet uiteindelijk binnen 3 jaar zijn afgerond. Het is toegestaan om onderbouwd maximaal eenmaal van route te veranderen. Er is onderscheid 9

tussen asiel- en gezinsmigranten. Voor beide groepen geldt dezelfde inburgeringsplicht, maar het aanbod van gemeenten voor gezins-migranten is beperkter. We nemen bij hen ook een brede intake af en stellen de leerroute vast in het PIP. Vervolgens kan de gemeente ge-zinsmigranten adviseren over de leerroutes, maar de gezinsmigrant maakt zelf een keuze en krijgt geen aanbod van de gemeente. Gezinsmigranten moeten eventuele lessen en examens zelf betalen. Hiervoor kunnen zij, afhankelijk van hun inkomen, geld lenen bij DUO. De gemeente biedt de leerroutes alleen de asielmigranten aan en betaalt deze. De leerroutes worden afgesloten met een aantal examens of, in het geval van de Z-route, een eindgesprek.

3.1. De B1-route De B1-route wordt ook wel de ‘reguliere’ route genoemd en heeft als doel dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie jaar, taalniveau B1 behalen en hun perspectief op de arbeidsmarkt vergroten. Om dit te bereiken combineren we het leren van de taal vanaf de start met (vrijwilligers) werk of een traject naar werk. De B1-route is bedoeld voor alle inburgeraars die niveau B1 kunnen halen. Hiervan maken we een inschatting op basis van de brede intake en de leerbaarheidstoets. Onder bepaalde voorwaarden kan worden afgeschaald naar examens op A2-niveau. De B1-route bestaat uit een inburgeringscursus met taallessen en kennis van de Nederlandse maatschappij. De taallessen worden zoveel mogelijk gecombineerd met integratie op de arbeidsmarkt en Nederlandse samenleving. De gemeente is verplicht een inburgeringscursus aan te bieden met het blik op perspectief op de arbeidsmarkt. Dit onderdeel zal worden uitgevoerd door de taalschool in combinatie met lokale welzijnsorganisaties.

3.2. De onderwijsroute In de onderwijsroute volgen inburgeraars een taalschakeltraject waar zij in relatief korte tijd Nederlands op niveau B1 (of hoger) leren en worden voorbereid op een vervolgopleiding op alle niveaus (van mbo tot hbo en wo) De onderwijsroute is (meestal) bedoeld voor jonge inburgeraars met een hoge leerbaarheid, die gemotiveerd zijn en in staat zijn een opleiding in het Nederlandse onderwijs te volgen. Om aanspraak te maken op studiefinanciering moeten zij voor hun 30 ste jaar beginnen met een beroepsopleiding. De onderwijsroutes kunnen alleen aangeboden worden door instellingen met diploma-erkenning volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) verleend door de inspectie van het Onderwijs. Het taalschakeltraject binnen onderwijsroute zal dusdanig worden ingericht dat deze goed aansluit op de beoogde vervolgopleiding. We vragen dualiteit en maatwerk van de aanbieder. De MBO-onderwijsinstelling (ROC) in Amersfoort. Deze hebben al enige tijd ervaring met de uitvoering van deze vorm van onderwijs voor deze doelgroep.

10

3.3. De zelfredzaamheidsroute (Z-route) De zelfredzaamheidsroute (Z-route) is bedoeld voor inburgeraars met een lage leerbaarheid. Zij hebben moeite met leren van een nieuwe taal en zijn in beperkte mate zelfredzaam. Het gaat veelal om mensen die ook in hun land van herkomst weinig of geen scholing hebben gehad of om een andere reden een zeer lage leerbaarheid hebben. Het zijn inburgeraars van wie we verwachten, op basis van de brede intake en leerbaarheids-toets, dat zij het niveau A2 niet binnen 3 jaar kunnen behalen. We willen deze groep inburgeraars een intensief en praktisch taal- en participatie-programma aanbieden op een niveau dat past bij het leervermogen en dat hun in staat stelt om naar eigen vermogen mee te doen in de samenleving. De Z-route moet aansluiten bij de persoonlijke capaciteiten van de inburgeraar en vraagt maatwerk. Participatie-activiteiten, inclusief de modules PVT en MAP maken deel uit van deze route. De taal- en participatiecomponent moeten elkaar versterken. In deze route zal er aandacht worden besteed aan onderdelen als mobiliteit, omgaan met geld, gezondheid, digitale vaardigheden, het onderwijs in Nederland, sportieve en culturele activiteiten. Vooral zal de praktische toepassing van taal prominent aanwezig zijn binnen deze route.

Ook kunnen (taal)maatjes of andere vrijwilligers worden ingezet die de inburgeraar ondersteunen bij onderdelen binnen deze route. In de Z-route hoeft de inburgeraar geen examens af te leggen om te voldoen aan de inburgeringsplicht. In plaats daarvan is er een inspanningsverplichting van de inburgeraar (o.a. het verplichte aantal uren binnen de verschillende onderdelen) en een eindgesprek met de inburgeringsspecialist van de gemeente. In de Zroute zullen de onderdelen grotendeels worden uitgevoerd door welzijn en de taalschool in combinatie met de sociale basisinfrastructuur binnen de gemeente als (sport)verenigingen, kerkgemeenschappen e.d. We willen het integratietraject voor onze inburgeraars vormgeven in een intensief en integraal totaalaanbod waarin Participatie, Integratie, Werk & Inkomen en Taal (taalcoaching on the job) effectief op elkaar aansluiten zodat er maatwerk en een optimale inburgering ontstaat.

3.4 Overige verplichte modules in de inburgering Onderstaand staan modules omschreven die verplichte onderdelen zijn binnen het inburgeringstraject. Deze modules worden integraal uitgevoerd door verschillende ketenpartners binnen de gemeente om maatwerk en dualiteit te garanderen. Dit is een verplicht onderdeel van het inburgeringsexamen. Inburgeraars leren over de Nederlandse gebruiken, geschiedenis en cultuur. Ze krijgen informatie over hoe mensen in Nederland met elkaar omgaan en de (lokale) normen en waarden die gelden. Andere onderwerpen die aan bod komen zijn bijvoorbeeld: werk en inkomen, wonen, cultuur, gezondheid, sport, onderwijs, opvoeding, politiek en bestuur.

11

3.4.1 Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Het is van uiterst belang dat inburgeraars bekend raken met de Nederlandse arbeidsmarkt en dat zij de vaardigheden en capaciteiten ontwikkelen die nodig zijn om te kunnen participeren. De MAP speelt hierbij een belangrijke rol. We willen betere verbindingen maken tussen theorie en praktijk. Binnen de uitvoeringsorganisatie BBS liggen hiervoor verschillende netwerken en mogelijkheden om te kunnen inzetten. O.a. zal hierbij het WSP (werkgeversservicepunt) worden ingezet. Onderdeel van de MAP is dat de inburgeraar zijn eigen competenties en arbeidskansen in beeld brengt en dat hij ervaring gaat opdoen op de (lokale) arbeidsmarkt. Hierbij is het belangrijk dat de uitvoeringsorganisatie BBS nauw samenwerkt met ondernemers en het onderwijs om zo goed mogelijk aan te sluiten op de specifieke behoeften en competenties van de individuele inburgeraar. Binnen de uitvoeringsorganisatie BBS is op dit terrein veel kennis en ervaring aanwezig waar de inburgeringsspecialist gebruik van kan maken. De taalschool zal ook onderdeel uitmaken van de uitvoering van de MAP. Op deze manier kan de uitstroom van de inburgeraar zo passend en duurzaam mogelijk plaatsvinden. Inburgeraars die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van deze module omdat arbeids-marktoriëntatie onderdeel is van het taalschakeltraject.

3.4.2. Participatieverklaringstraject (PVT) Het PVT bestaat uit de onderdelen ‘inleiding in de kernwaarden’ en ‘ondertekening van de Participatieverklaring’. De kernwaarden van de Nederlandse samenleving (vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en participatie) komen in de inleiding aan bod. Met de ondertekening van de Participatieverklaring tonen inburgeraars hun betrokkenheid bij de Nederlandse samenleving en hun bereidheid om daar actief aan bij te dragen. Deze module kan gedifferentieerd worden ingezet binnen het inburgeringstraject. Inburgeraars leren over de Nederlandse gebruiken, geschiedenis en cultuur. Ze krijgen informatie over hoe mensen in Nederland met elkaar omgaan en hoe de Nederlandse samenleving is georganiseerd. In afstemming met de inburgeraar kan worden bepaald wanneer deze module wordt uitgevoerd. De termijn waar binnen deze module moet worden voltooid is twee jaar. Een verplicht onderdeel van de module is een activiteit of excursie waarin de kernwaarden van de Nederlandse samenleving in de praktijk worden vertaald. Het PVT zal worden uitgevoerd in samenwerking met verschillende ketenpartners als VWN, welzijn en taalschool.

4. Verdere integratie in de samenleving Het behalen van het inburgeringsdiploma (B1-route en onderwijsroute) of het inburgeringscertificaat (Z-route) betekent dat de statushouder is ingeburgerd. De Wet inburgering is dan niet langer op hem van toepassing. Maar de algemene gemeentelijke zorgplicht eindigt niet. Vanaf de komst in de gemeente heeft de gemeente een zorgplicht voor alle inwoners, dus ook voor statushouders. Deze 12

zorgplicht houdt in dat inwoner op maat moet worden ondersteund op het gebied van o.a. welzijn, werk en inkomen. Doel is dat de inburgeringsplichtige met het inburgeringstraject zoveel mogelijk zelfredzaam wordt en meedoet in de Nederlandse samenleving. Zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving zijn niet vanzelfsprekend gerealiseerd na het behalen van het diploma of certificaat. In bepaalde gevallen blijft aandacht voor taal noodzakelijk en ook daarvoor is het belangrijk dat iemand beschikt over een sociaal netwerk. Vooral de groep inburgeraars die de Z-route volgt is kwetsbaar. Voor alle statushouders is de reguliere gemeentelijke sociale infrastructuur beschikbaar als zij niet volledig zelfredzaam zijn zoals voor alle inwoners binnen de gemeente. Afhankelijk van de achtergrond van de statushouder zijn er belangrijke partijen binnen de gemeente betrokken bij de verdere integratie. In ieder geval streven we erna dat de volgende instellingen goed aangesloten blijven o.a. met overlegtafels inburgering die maandelijks zullen plaatsvinden: ∙sociale teams ∙klantmanagers uitvoeringsorganisatie BBS ∙welzijnsorganisatie ‘de Boei’ Bunschoten ∙onderwijsinstellingen ∙GGD Bunschoten ∙woningcorporaties ∙culturele en sportorganisaties ∙kerkgemeenschappen Bunschoten ∙verenigingen e.d.

Zoals voor alle inwoners binnen de gemeente kunnen ook statushouders gebruik maken van de (gemeentelijke) voorzieningen als spreekuren, participatieregelingen of ouderschapsondersteuning om de verder integratie vorm te geven.

5. Overige onderdelen Bij de invoering van de Nieuwe Wet Inburgering zijn ook de volgende onderdelen uitgewerkt.

5.1. Het financieel kader 5.1.1 Rijksmiddelen voor inburgering De gemeente ontvangt van het Rijk de middelen voor de uitvoering van de nieuwe wet inburgering. Er is sprake van drie soorten kosten: ●Invoeringskosten (incidenteel): deze zijn in de meicirculaire 2020 uitgekeerd en hebben betrekking op kosten voor projectleiding, beleid, communicatie, ICT en opleiding personeel. ●Uitvoeringskosten (structureel): deze gemeentelijke uitvoeringskosten hebben betrekking op kosten voor de uitvoering van de bre13

de intake, opstellen van de PIP, de handhavingstaken, het financieel ontzorgen van de statushouder, het beleid en de inkoop. ●Kosten voor inburgeringsvoorzieningen (structureel): deze worden jaarlijks via de Specifieke Uitkering (SPUK) uitgekeerd en zijn bedoeld voor de uitvoering van de leerroutes, de maatschappelijke begeleiding, de inzet van tolken en de PVT/MAP. Overzicht structureel te ontvangen Rijksmiddelen 2022 – 2024 Gemeente Bunschoten

Budget Uitvoeringskosten*

2022 64.152

Inburgeringsvoorzieningen** TOTAAL

2023 70.575

2024 70.575

137.923 202.075

*Budgetten uitvoeringskosten zijn gebaseerd op de meicirculaire 2021 **Budgetten inburgeringsvoorzieningen (SPUK) worden jaarlijks vastgesteld gebaseerd op de verwachte aantallen inburgeraars. Voor 2023 wordt dit in 2022 bekend en voor 2024 in 2023.

5.1.2 Kosten inburgering Kosten inburgering gemeente Bunschoten voor 2022 De berekening van de kosten inburgering voor het jaar 2022 zijn gebaseerd op de taakstelling voor 2022. Deze bedraagt in totaal 25 asiel- en gezinsmigranten. Daarnaast is deze gebaseerd op richtlijnen van de VNG en Divosa en in afstemming met vergelijkbare gemeenten met dezelfde taakstelling. Met deze achtergrond komen we tot de volgende indeling: -asielmigranten (statushouders) -gezinsmigranten

15 personen 10 -

-B1-route -onderwijsroute -Zelfredzaamheidsroute (Z-route)

9 4 2

-

-financieel ontzorgen

3

-

Vervolgens komen we tot het volgende kostenoverzicht voor 2022: Organisatie BBS

VWN

Bedrag 49.125

22.500

Toelichting ∙Verdeling kosten BBS uitvoeringsorganisatie zijn gebaseerd op het aantal inwoners van de gemeente ∙Zie verder bijlage 1 voor inzet en bekostiging uitvoeringsorganisatie BBS in 2022 Bekostiging maatschappelijke begeleiding per jaar incl. PVT 14

GGD

Welzijnsorganisatie ‘De Boei’ Bunschoten

7.500

Bekostiging van modules per jaar die op maat worden ingezet: ●gezondheidszorgvoorlichting statushouders ●opvoedingsondersteuning ‘sterk ouderschap’ ●jeugdgezondheidszorg ‘gezond opgroeien’

--

Binnen bestaande subsidieafspraken

Taalschool Danner & Danner

52.000

Bekostiging inzet binnen de B1 en Zroute incl. MAP

Onderwijs ROC Amersfoort

18.000

Bekostiging per jaar voor onderwijs / ISK

Tolk

P.M.

Is opgenomen in kostenoverzicht BBS 2022

Financieel ontzorgen

P.M.

Is opgenomen in kostenoverzicht BBS 2022

Overige

P.M.

TOTAAL

149.125

5.2 De monitoring Per 1 januari 2022 willen we apart gaan bijhouden hoe het met de inburgeraar gaat. Zodoende kunnen we aan onze verantwoordingsverplichtingen voldoen, de gemeenteraden informeren en tijdig bijsturen waar nodig. We hebben nog geen ‘harde indicatoren’ ontvangen van het Ministerie waarop gemeenten zouden moeten monitoren. We gaan alvast deelnemen aan de Divosa benchmark statushouders. Deze benchmark zal moeten leiden tot de definitieve indicatoren die het Ministerie aan de gemeenten zal opleggen. Deze benchmark heeft Divosa in samenspraak met het VNG opgesteld.

● % van de statushouders dat maatschappelijk participeert en sociale contacten heeft ● % van de statushouders dat een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet ● % van de statushouders dat gebruik maakt van de armoederegelingen en of schulphulp ● % van de statushouders dat het inburgeringsdiploma binnen 3 jaar heeft 15

behaald ● % van de statushouders dat gebruik maakt van voorzieningen in het kader van de Wmo en de Jeugdzorg

5.3 De samenwerking met de ketenpartners Op het thema inburgering en integratie is al veel ervaring en samenwerking opgebouwd door verschillen professionele organisaties, particuliere initiatieven en veel vrijwilligers binnen onze gemeente. Met de invoering van de nieuwe Wet inburgering willen we hier zoveel mogelijk op aansluiten en deze betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van deze nieuwe Wet inburgering. Een structurele vorm hiervan is het opzetten van de overlegtafel inburgering. Deze overlegtafel zal maandelijks plaatsvinden om in eerste instantie de vorming van de invoering effectief op elkaar af te stemmen en om vervolgens met elkaar per 1 januari 2022 de uitvoering met elkaar te bespreken en waar nodig bij te stellen. Uiteraard maken we met elkaar heldere afspraken in de vorm van samenwerkingsovereenkomsten, contracten of passen we zo nodig bestaande subsidieafspraken aan. Heldere afspraken hebben o.a. betrekking op de verwachte inzet, de financiële vergoedingen, de monitoring, de uitwisseling van gegevens en de wijze van werken.

5.4 Inzet adviesraad Sociaal Domein en klankbordwerkgroep van ervaringsdeskundigen De adviesraad Sociaal Domein is momenteel bezig met de planning van hun overleggen. Zodra deze duidelijk is zullen we door de adviesraad worden uitgenodigd om de in- en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering toe te lichten. Momenteel wordt er een klankbordwerkgroep van ervaringsdeskundigen samengesteld die zal worden gevraagd om kritisch mee te denken bij de implementatie van de nieuwe Wet inburgering en zullen ook deelnemen aan de overlegtafel inburgering om de uitvoering kritisch te kunnen volgen en zo nodig advies uit te brengen. De klankbordwerkgroep zal ook worden aangehaakt bij Divosa waardoor ervaringsdeskundigheid op een professionele manier kan worden ingezet.

5.5. De informatie-uitwisseling en ICT Om de meest passende en effectieve begeleiding bij de inburgering te bieden en om de voortgang van de trajecten te monitoren is het belangrijk dat informatie uitgewisseld kan worden. Uitgangspunt is uiteraard dat we voldoen aan alle vigerende privacyregels. Bij organisaties van de informatie-uitwisseling werken we samen met de VNG, Divosa, DUO, IND en COA. De definitieve richtlijnen voor informatie-uitwisseling zal binnenkort door het Ministerie aan gemeenten worden meegedeeld. Tot nu toe werd er altijd met de zgn. ‘verwerkingsovereen-

16

komst’ gewerkt deze blijven we hanteren totdat de definitieve richtlijnen van het Rijk bekend zijn.

5.6. De inkoop Vanwege de beperkte omvang van de totale opdracht is het niet noodzakelijk om het taalonderwijs openbaar aan te besteden. Dit zelfde geldt voor het inkopen van onderwijs binnen de onderwijsroute. Het taalonderwijs zal worden ingekocht bij een taalschool waarmee we al samenwerking hebben opgebouwd. Voor het onderwijsonderdeel haken we bij het regionale aanbod aan mede gezien het geringe aantal statushouders welke hier gebruik van zal maken. Bij de maatschappelijke begeleiding van VWN zullen we de bekostiging binnen de bestaande subsidie-afspraken aanpassen. Voor welzijn blijven dezelfde subsidieafspraken van toepassing.

5.7 Het vervolgproces Doordat nog niet alle onderdelen volledig duidelijk zijn zoals de monitoring, informatie-uitwisseling en inkoop binnen de onderwijsroute zal dit uiterlijk in het eerste kwartaal van 2022 zijn definitieve vorm krijgen. De adviesraad Sociaal Domein is momenteel bezig met de planning van hun overleggen. Zodra deze duidelijk is zullen we door de adviesraad worden uitgenodigd om de in- en uitvoering van de nieuwe Wet inburgering toe te lichten. Verder zal de adviesraad geïnformeerd worden over de structurele evaluaties van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Daarnaast willen we de klankbordwerkgroep met ervaringsdeskundigen, welke nu in oprichting is, een belangrijke plaats geven in het vervolg-proces. Zij zal in BBS-verband worden ingezet. Binnen de overlegtafel inburgering zal het vervolgproces van de uitvoering door alle betrokken ketenpartner maandelijks worden besproken zodat alle ontwikkelingen en eventuele bijstellingen constructief kunnen worden besproken. Tweemaal per jaar zal er verantwoording worden afgelegd in de rapportage Sociaal Domein. Het College zal vervolgens middels halfjaarlijkse evaluaties van de uitvoering worden geïnformeerd

17

Bijlage 1: Inzet en bekostiging uitvoeringsorganisatie BBS in 2022 Taken

Fte per jaar

Inburgeringsspecialist o.a. brede intake, PIP en casusregie

1,1

Geraamde kosten per jaar 104.500

Jobhunting /WSP

0,1

8.000

25

Financieel ontzorgen

0,2

15.000

20

Scholing/training medewerkers BBS

Aantal statushouders 60

7.500

Bezwaar / beroep / handhaving

0,1

9.500

20

Monitoring en verantwoording

0,2

15.000

60

Administratieve processen / ICT

0,5

25.000

60

12.000

60

Tolkdiensten TOTAAL

2,3

196.500

Bij de bovenstaande berekening is uitgegaan van richtlijnen van de VNG, Divosa en vergelijkbare gemeenten met dezelfde taakstelling. (TVS)

18

Bijlage 2: Uitgangspunten inburgering in samenspraak met ketenpartners in de gemeente en regio ● Het belang van een goede en snelle integratie van de inburgeraar staat ten allen tijde centraal: dit geldt voor alle afwegingen die de komende tijd gemaakt moeten worden in het uitvoerend beleid van de nieuwe inburgeringswet. ● We kijken naar de totale mens: dat betekent dat we maatwerk leveren en dat we oog hebben voor alle leefdomeinen, zoals bijvoorbeeld (psychische of fysieke) gezondheid, thuissituatie, wonen, het sociaal netwerk en financiële gezondheid. We zorgen voor een integrale en activerende aanpak onder andere door kunst & cultuur, sport en gezondheid een belangrijke plek in het inburgeringstraject te geven.

● We verwachten culturele sensitiviteit van alle uitvoerders en betrokkenen bij het inburgeringstraject: of het nu de uitvoeringsorganisatie van de gemeenten BBS, taalaanbieder of een ketenpartner betreft: bij alle personen die een rol spelen in het totale inburgeringstraject gaan we er vanuit dat er cultuur- en taalsensitief wordt gewerkt en dat er wordt gewerkt met ervaringsdeskundigen ● We organiseren het systeem voor de inburgeraar zo eenvoudig en overzichtelijk mogelijk: we hechten aan een zo eenvoudig mogelijk systeem voor de inburgeraar door het werken met vaste aanspreekpunten (inburgeringsspecialist BBS en medewerker Vluchtelingenwerk), zo goed mogelijke onderlinge samenwerking tussen de betrokken partijen en duidelijke beeldende communicatie. Ook voor de gemeente biedt een eenvoudig systeem voordelen. Zo draagt het bij aan een goed opdrachtgeverschap, regie en monitoring, evaluatie en bijsturen. ● De regie bij de inburgering ligt te allen tijde bij de gemeente: de gemeente heeft bijvoorbeeld diensten ingekocht bij derden als taalschool en onderwijsinstelling, maar de gemeente behoudt altijd de regie op het inburgeringstraject. De gemeente heeft de uitvoerende regie van het inburgeringstraject belegt bij de inburgeringsspecialist van de uitvoeringsorganisatie BBS.

● We werken met ervaren professionals en goed begeleide vrijwilligers: het bieden van begeleiding, taalles of ondersteuning bij de integratie is een verantwoordelijk vak en we willen daarom zoveel mogelijk laten uitvoeren door betrokken professionals en vrijwilligers. Dit komt de kwaliteit en de continuïteit ten goede. ● We werken als Baarn, Bunschoten en Soest ook regionaal samen en behouden lokale ruimte: het is in het belang van de inburgeraar als gemeenten als Baarn, Bunschoten en Soest ook regionaal samenwerken en een vergelijkbare aanpak kennen. Het aantal inburgeraars maakt dat het noodzakelijk is om bepaalde voorzieningen regionaal te organiseren.

19

● We monitoren de voortgang van de inburgering en sturen waar nodig tussentijds bij: we monitoren van 1 januari 2022 de voorgang van de trajecten, zodat we voldoen aan de verantwoordingsplicht aan het Rijk, aan de informatiebehoefte van de gemeenteraden en we bovenal tijdig kunnen bijsturen waar nodig.

20

Bijlage 3: Afkortingen AZC

: Asielzoekerscentrum

COA

: Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers

DUO

: Dienst Uitvoering Onderwijs

ISK

: Internationale Schakelklas

nWi

: Nieuwe Wet Inburgering

VNG

: Vereniging van Nederlandse Gemeenten

MAP

: Module Arbeidsmarkt en Participatie

PIP

: Plan Inburgering en Participatie

PVT

: Participatieverklaringstraject

ROC

: Regionaal Opleidingscentrum

WEB

: Wet Educatie en Beroepsonderwijs

Pharos

: Landelijk expertisecentrum gezondheidszorg

Movisie

: Landelijk kennisinstituut sociale vraagstukken

Stimulansz: Landelijk kennis- en adviespartner voor gemeenten

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12237382/1