CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota bodembeheer 15-5-2014 (1170235)

Gemeenteraad 21 januari 2021, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1155010 Actualisatie en aanvulling (PFAS) Nota bodembeheer inclusief bodemkwaliteitskaart7.721 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CL

\^-5-20\^

Cjbl

^

oranjewöud Memberof Antea Group

n

u o

D n u

[] D u

[1 II

n

.a

oranjewoud MemberofAnteaGroup

Bodembeheernota gemeente Bunschoten

projectnr. 262885 revisie 01 augustus 2013

Auteur N. van Berkel

Opdrachtgever Gemeente Bunschoten

Postbus 200

3750GE Bunschoten-Spakenburg

datum vrijgave

beschrijving revisie 01

goedkeuring

<^-ö Zoiï>

Definitief rapport

M. L. Springec

Colofon

oranjewoüd Memberof AnteaGroup

Contactadres: Beneluxweg? 4904 SJ Oosterhout

Postbus 40 4900 AA Oosterhout

Copyright © 2013 IngenieursbureauOranjewoud Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk,

fotokopie, elektronisch ofop welke wijzedanook, zonderschriftelijketoestemmingvan de auteurs.

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885

oranjewoüd

augustus 2013, revisie01

Inhoud blz. l

Inleiding ..............................................................................................................3

1.1 1.2 1.3 1.4

Beheergebiedenreikwijdte..................................................................... -.... -.......... "--3 Vaststellingen geldigheidsduur..........................................................................................^ Aansprakelijkheidsclausule................................................................................... -............4 Leeswijzer..................................................................................................... "-.... -. -. --4

2

Gemeentelijk bodembeleid

.5

2.1 2.2

Kabelsen leidingen Wegbermen

2. 2.1

Definitiewegbermen.

2.2.2 2. 2.3

Binnen het bebouwd gebied.

.5 .7 .7 .7

Buitenhetbebouwdgebied...........................................................-. --.-----.--..-8 Bodemvreemd materiaal........................................................................................

2.3 2.4 2.5

-.........9

2.7

Vrijstelling bodemonderzoek................................................................................... -....... 10 Dieperebodemlaag................................................... -............................ ---------. 10 Acceptatie andere bodemkwaliteitskaart.......................................................................... 11 Dempen vansloten....................................................................... ""--".-. -------11

3

Bewijsmiddelen ................................................................................................. 13

3.1 3. 1.1

Bodemkwaliteitskaart........................................................................................................ 13 Bodemkwaliteitskaartwel eenbewijsmiddel..................................................................... 13 Bodemkwaliteitskaartgeen bewijsmiddel.........................................................................14 Overige erkende bewijsmiddelen....................................................................................... 16 Partijkeuring........................................ -------...... -. ------. --.. -----.. -16 Erkendekwaliteitsverklaring..........................................................----------..--17 Fajbrifcont-ejgen-i/er/r/ormg................................................................................................ -17 (Water)bodemonderzoek.................................................-......-...----.---.----17

2.6

3. 1.2 3.2

3. 2.1 3.2.2 3. 2.3 3. 2.4

Procedures ........................................................................................................ 19 Melding.............................................................................................................................. l9 Toezichten handhaving......................................................-...................... "-.......""--19 Pro-ort;ei/e/icrndAoi/;'ng............................................................................."................... -19 Actievehandhaving .........""""................"..............-------............---------20 Post-actievehandhaving..............-....................... -............... -..------------..21

4

4.1 4.2 4. 2.1 4.2.2 4. 2.3

Bijlage l

Bodemkwaliteitskaart en functiekaart

Kaartbij'lagen l II

Generieke toepassingskaart (0, 0-0, 5 m -mv. en 0, 5-2, 5 m -mv.) Ontgravingskaart (0, 0-0, 5 m -mv. en 0, 5-2, 5 m -mv.)

III

Bodemfunctiekaart

IV V

Ontvangende bodem (0, 0-0, 5 m -mv. en 0, 5-2, 5 m -mv.) Bodemkwaliteitszones(0, 0-0,5 m -mv. en 0, 5-2,5 m -mv.)

blad l van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

oranjewoüd

blad 2 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten

oranjewoüd

projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

Inleiding Voor u ligt de bodembeheernota van de gemeente Bunschoten. In deze nota is beschreven welke regels en voorwaarden gelden voor het binnen de gemeente Bunschoten (opnieuw) toepassen van schone en licht verontreinigde grond en baggerspecie als bodem. In principe volgt de gemeente met haar bodembeleid het landelijk geldende, generieke kader van het

Besluit bodemkwaliteit. Voor een aantal situaties heeft de gemeente echter gebiedsspecifiekespelregels opgesteld. Deze situaties en spelregels zijn nader toegelicht in hoofdstuk 2 van deze nota. In deze nota is tevens beschreven wanneer gebruik mag worden gemaakt van een bodem kwaliteitskaart

als bewijsmiddelvoor het aantonenvan de milieuhygiënischekwaliteitvan een toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem.

Met het vaststellen van deze beheernota komt het eerder vastgestelde bodembeheerplan te vervallen.

1.1

Beheergebieden reikwijdte Het bodembeleid dat in deze beheernota is beschreven, geldt voor het gemeentelijk grondgebied van Bunschoten.

bron: wikipedia

Figuur 1. 1. Beheergebied

Hierbij is uitgegaanvan het op landbodemtoepassen van grond en baggerspecie, inclusiefhet op aangrenzendepercelen verspreiden van baggerspecie.Toepassingen in oppervlaktewater zijn buiten beschouwinggelaten. Degemeente Bunschoten is voor dezetoepassingen namelijkgeen bevoegd gezag in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.

Daarnaast vallen de volgende locaties c. q. situaties buiten de reikwijdte van deze bodembeheernota: bekende en potentiële lokale gevallen van bodemverontreiniging, niet behorend tot de diffuse bodemverontreiniging;

het herschikkenvan sterk verontreinigdegrond; saneringslocaties in het kader van de Wet bodembescherming;

- gedempte sloten, aangebrachteleeflagen en ophooglagen.

' 'Bodembeheerplan;hergebruikbeleid(lichtverontreinigde)grondals bodem in gemeente Bunschoten',Oranjewoud, projectnummer 19985. 2, revisie 01, april 2005 blad 3 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885

"&

oranjewoud .

augustus 2013, revisie 01

1. 2

Vaststelling en geldigheidsduur Voordatgrondverzetvolgens de in dezebeheernota beschrevenvoorwaardenmagplaatsvinden, moet de nota door degemeenteraadvan degemeente Bunschotenwordenvastgesteld. Hierbijzijn de regels uit Afdeling3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Degeldigheidsduurvan de bodembeheernotais 10jaar. Deactualiteitvan de bodemkwaliteitskaarten functiekaart, waar de bodembeheernota op is gebaseerd, dient daarentegen periodiek te worden

geverifieerd op basisvan nieuween/ofbeschikbaredata. Ookin het geval dat er geenwijzigingenin de bodemkwaliteitskaartoptreden moet dezeelke 5 jaar opnieuwbeleidsmatigwordenvastgesteld. Na het actualiseren van de bodemkwaliteits- en/offunctiekaart moet worden beoordeeld in hoeverre

het wijzigen van de bodemkwaliteit een tussentijdse aanpassing (en het opnieuw vaststellen) van de beheernota noodzakelijk maakt. Ook in het geval van relevante wijzigingen in de wet- en regelgeving moet worden nagegaan of het noodzakelijk is om de bodembeheernota te actualiseren. Aanpassing van

hetgebiedsspecifiekebodembeleid, zoalsverwoord in dezebodembeheernota,dientaltijd door de gemeenteraad te worden vastgesteld.

1. 3

Aansprakelijkheidsclausule Een bodemkwaliteitskaart geeft een indicatie van de kwaliteit van de bodem of een partij vrijkomende

grond. Eengarantie voor de kwaliteit van de bodem of een partij vrijkomende grond kan dan ook niet worden geboden.

Door bijvoorbeeld de aanwezigheid van (on)bekende verontreinigingen in de grond (en het grondwater) kunnen lokaal verschillen optreden met de op de bodemkwaliteitskaart aangegeven milieuhygiënische kwaliteit. Daarnaastis een bodemkwaliteitskaartgebaseerd op een beperkt aantal waarnemingen in onverdachte gebieden (of zones), waardoor een bepaalde mate van onzekerheid ontstaat.

Ditin tegenstellingtot een verkennend bodemonderzoekof een partijkeuringwaarbijsprakeisvan een daadwerkelijkekwaliteitsbepaling.Een bodemonderzoekof een partijkeuringgeeftdan ook meer zekerheid over de milieuhygiënischekwaliteitvan de ontvangende bodem en een partij toe te passen grond dan een bodemkwaliteitskaart. Ondanks de genoemde beperkingen wordt een bodemkwaliteitskaart door de gemeente Bunschoten als

een wettig bewijsmiddelgeaccepteerd bij hettoepassen van partijen grond en baggerspecie. Uiteraard met inachtneming van de voorwaarden die in deze bodembeheernota zijn beschreven. Eén van deze voorwaarden is dat er, wanneereen lokaal onderzoek beschikbaaris, geen gebruik magworden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel (zie paragraaf3. 1. 2). De eindverantwoordelijkheid voor het toepassen van een partij grond (of baggerspecie) ligt altijd bij de

eigenaarof erfpachtervan de locatiewaardegrond of baggerspeciewordttoegepast. Degemeente Bunschoten kan dan ook niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade die voortkomt uit onzekerheden van de bodemkwaliteitskaart dan wel het in deze bodembeheernota beschreven beleid.

1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 is beschreven welke gebiedsspecifiekespelregels gelden voor het binnen de gemeente

Bunschoten (opnieuw)toepassenvan schoneen licht verontreinigdegrond en baggerspecieals bodem. Deeisen diewordengesteld aan bewijsmiddelen,waarmeede milieuhygiënischekwaliteitvan grond en baggerspecie kan worden aangetoond, worden in hoofdstuk 3 toegelicht. De nota wordt in hoofdstuk 4 afgesloten met de procedureleaspecten,zoals hetverrichten en beoordelen van meldingen en handhaving.

blad 4 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

oranjewoud Menba-DlAnteaGinup

Gemeentelijk bodembeleid Voor het binnen de gemeente Bunschoten (opnieuw) toepassen van schone en licht verontreinigde grond en baggerspecieals bodem volgt de gemeente Bunschoten in principe het landelijk geldende, generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit. Voor een aantal situaties heeft de gemeente echter gebiedsspecifieke spelregels opgesteld. Dit betreft: l.

Kabels en leidingen

Bij werkzaamhedenaan kabels en leidingen hoeft niet te worden voldaan aan de criteria van

3.

tijdelijke uitname. Wegbermen Vrijkomende bermengrond mag in de berm van eenzelfde type weg opnieuw worden toegepast. Bodemvreemd materiaal

4.

Vrijstelling bodemonderzoek

2.

Erwordt een maximum gesteld aan de bijmengingmet bodemvreemd materiaal. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en bij gemeentelijke grondtransacties mag in

bepaaldegevallen gebruikworden gemaaktvan de bodemkwaliteitskaartals bewijsmiddel. 5.

Diepere bodemlaaê

De milieuhygiënischekwaliteitvan de ondergrondwordt representatiefgesteld voorde dieper gelegen bodemlaag. 6.

Acceptatie andere bodemkwaliteitskaart

Een bodemkwaliteitskaart die door een aangrenzende gemeente, het Waterschap of Rijkswaterstaat

bestuurlijk is vastgesteld, wordt als bewijsmiddelgeaccepteerd. 7.

Dempen van sloten

Voorafgaandaan de toepassingdient in overleg te worden getreden met het Waterschap. Degenoemdeonderwerpenworden in de navolgendeparagrafen nadertoegelicht.

2. 1

Kabels en leidingen In artikel 36 lid 3 van het Besluit bodemkwaliteit is beschreven dat het tijdelijk verplaatsen of uit een

toepassingwegnemen van grond is toegestaan indien dezevervolgens, zonderte zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditiesopnieuw in die toepassingwordt aangebracht. Dit betekent dat de vrijgekomen grond in dezelfde laag moet worden teruggebracht. Ook de afstand ten

opzichtevan bijvoorbeeld het grondwater moet voor en na de tijdelijke uitname vergelijkbaar zijn. Reden hiervoor is dat de milieuhygiënische kwaliteit van de bovengrond over het algemeen een andere kwaliteit heeft dan die van de ondergrond. Door het niet gescheiden houden van beide lagen, worden verschillende kwaliteitsklassen gemengd. Uitzonderingssituatie

Hetgescheidenontgraven en houdenvan de boven-en ondergrond is in de praktijk echter moeilijk realiseerbaar. Vooral bij werkzaamhedenaan kabels en leidingen (inclusief riolering). Degrond die bij dit soort werkzaamhedenwordt ontgraven, wordt namelijkvaak in ééndepot geplaatst. Daarbijwordt over het algemeen geen onderscheidgemaakt in grond afkomstig uit de bovengrond of uit de ondergrond, met als consequentie dat de grond geroerd in de sleuf wordt teruggebracht. Dit is met figuur 2.1 geïllustreerd.

blad 5 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten

oranjewoüd

projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

MtmbwofAfltóiGroLp

z

I Figuur 2. 1: Werkzaamheden kabels en leidingen Gezien de ervaringen uit de praktijk, maar ook om de werkbaarheid te vergroten, wordt door de gemeente Bunschoten toegestaan dat bij de tijdelijke uitname van grond, specifiek bij werkzaamheden aan kabels en leidingen, de boven- en ondergrond niet gescheiden worden ontgraven en teruggepl aatst. Dit betekent dat in het traject 0, 0-2, 5 m -maaiveld de boven- en ondergrond geroerd mag worden teruggeplaatst, mits wordt voldaan aan de vereisten van de vergunning. In figuur 2. 2 is één en ander schematisch weergegeven. maaiveld

-T ^ 0, 5 m-mv.

maaiveld

7

2, 5 m-mv. -I-

0, 5 m-mv.

2, 5 m-mv.

Figuur 2. 2: Uitzonderingssituatie leidingentracés Deze uitzondering geldt in ieder geval tot de maximale diepte van de bodemkwaliteitskaart (2, 5 m -maaiveld) en is van toepassing binnen de gebieden met de functieklasse wonen of industrie zoals aangegeven op de bodemfunctiekaart (zie kaartbijlage III). De diepte wordt opgerekt tot 4, 0 m -mv. mits wordt voldaan aan de in paragraaf 3. 1. 1 beschreven voorwaarden (zie ook paragraaf 2. 5). Bij het terugplaatsen van de grond dient de zorgplicht van artikel 13 Wet bodembescherming in acht te worden genomen. Overwegingen

Consequentie van deze werkwijze is dat de bodem ter plaatse van leidingtracés geroerd raakt met als mogelijk gevolg het opmengen van verschillende kwaliteitsklassen. Door de gemeente Bunschoten is nagegaan wat hiervan de milieurisico's zijn. Op basis van de bodemkwaliteitskaart (zie bijlage l) wordt geconcludeerd dat alleen in de bovengrond ter plaatse van de oude (lint)bebouwing van Bunschoten en Spakenburg een verslechtering van de bodemkwaliteit kan optreden. Dit wordt echter geaccepteerd omdat, uitgaande van het bodemgebruik, sprake is van verwaarloosbare risico's. Daarbij wordt opgemerkt dat de grond ter plaatse van leidingtracés naar verwachting in het verleden al vermengd is geraakt bij de aanleg van de kabels en leidingen (incl. riolering) dan wel dat de kabelgoten destijds mogelijk zijn aangevuld met schone grond.

blad 6 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten

oranjewoüd

projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

2.2

Wegbermen De bodemkwaliteitskaart van de gemeente Bunschoten wordt niet representatief geacht voor de

wegbermenbinnenen buitenhetbebouwdgebied .Ditbetekentdatdeontgravingskaarten(zie kaartbijlage II) niet als bewijsmiddel kunnenwordengebruiktvoordekwaliteitsklassevan ter plaatse van wegbermen vrijkomt.

de grond die

De milieuhygiënische kwaliteit van uit bermen vrijkomende grond, waarvan men voornemens is om deze elders opnieuw toe te passen, dient derhalve altijd met een onderzoek te worden aangetoond. Omdat voor grondverzet binnen en buiten het bebouwd gebied verschillende voorwaarden gelden, is in navolgende paragrafen één en ander uitgewerkt.

2. 2.1

Definitie wegbermen Voor de begrenzingvan de wegbermen wordt aangesloten bij figuur2.3. Dit figuur is afkomstig uit een brief van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Dienst Verkeer en Scheepvaart (kenmerk RWS/DVS2009/2932, 19 november 2009). In aanvulling hierop wordt gesteld dat tot de wegberm wordt gerekend:

- De bovengrond (0, 0-0,5 m -mv. ) over een strook van maximaal 10 meter aan beidezijden van deweg (vanaf de rand van de wegconstructie), tenzij de berm langs de weg eerder wordt onderbroken door een sloot dan wel de grens van het aangrenzend perceel. Voor wegbermen langs dijkwegen, en voor bermen gelegen in de Ecologische Hoofdstructuur, geldt voor beiden zijden buiten het wegvak een strook van maximaal 2 meter. Dit in verband met de ecologische functie van de wegbermen. Wegconstrucbe

Wegconstnjctle

Begrenzing wegberm

max. 10 m

^ IN OPHOGING

Begrenzing wegberm

Wegconstructie

^

Begrenzing wegberm

max. lOm J Weiland/akter WbgconstrucSe

Eigendunsgrens

max. 10 m,

MAAIVELDUGGINGMET ENZONDERSLOOT VERDIEPTEUGGING

Figuur 2. 3: Begrenzing bermen

2.2.2

Binnen het bebouwdgebied De milieuhygiënische kwaliteit van uit de bermen vrijkomende grond, waarvan men voornemens is om deze elders toe te passen, dient altijd met een partijkeuring te worden aangetoond (zie paragraaf3. 2. 1). Aan welke kwaliteitsklasse een partij grond moet voldoen die ter plaatse van bermen binnen het bebouwd gebied wordt toegepast, kan van de toepassingskaart in kaartbijlage l worden afgelezen. Voorde functieklasse van de bermen wordt namelijk aangesloten bij de functieklasse van het omliggendegebied.

Onder'buiten het bebouwdgebied'wordthetgebiedverstaan datop de bodemfunctieklassenkaartis aangeduidmetde functieklasse 'landbouw/natuur' blad 7 van 21

Bodembeheernota gemeente Bunschoten projertnr. 252885 augustus 2013, revisie 01

2.2.3

oranjewoud MembarofArtuQ'ïii.r

Buiten het bebouwdgebied Dewegbermen buiten het bebouwdgebiedvallen in de functieklasse landbouw/natuur. Dit betekent dat ter plaatse, volgens het generieke kader, alleen schone grond magworden toegepast. Dit terwijl uit de praktijk blijkt dat wegbermen over het algemeen heterogeen verontreinigd

zijn als gevolg van verkeersactiviteiten (o. a. olietekkagesen depositie van uitlaatgassen) en onderhoud (o. a. teerhoudende kleeflagen). Hierdoor ontstaat het knelpunt dat grond die bij werkzaamheden uit de wegbermen vrijkomt, zeer waarschijnlijk niet opnieuw binnen de wegbermen kan worden toegepast. Daarom heeft de gemeente Bunschoten, voor de wegbermen buiten het bebouwd gebied,

gebiedsspecifiekbeleid afgeleid. Dit specifieke beleid houdt in dat: - de wegbermen de functieklasse industrie krijgen toegewezen; de wegbermen van vergelijkbare wegen als één zone worden beschouwd; hierbij wordt onderscheid gemaakt in de volgende typen wegen: . provinciale wegen; . niet-provinciale, verharde wegen (asfalt-, beton- of klinkerverharding); . halfverharde en onverharde wegen.

- de dubbeletoets van het generieke kadervervalt en alleen de functieklassevan de berm (industrie) bepalend wordt geacht voor de kwaliteitsklassevan de toe te passen grond. (Dit wordt voor wegbermen acceptabel geacht omdat de contactmogelijkheden met de bodem gering zijn en de ecologische waarde laag.) Voorwaarden

Met deze uitgangspunten is het mogelijk om grond die uit wegbermen buiten het bebouwdgebied vrijkomt, ook weerter plaatsevan wegbermentoe te passen. Hieraan worden wel een aantal voorwaarden gesteld, namelijk: - De bermengrond mag alleen in dezelfde zone, oftewel in de bermen van hetzelfde type weg, opnieuw worden toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet worden uitgesloten dat sprake is van een verdachte locatie,

bijzondereomstandighedenen/of onverwachtesituaties (de zogenoemde'historischetoets'; zie paragraaf 3. 1. 2, onderdeel C). Wanneer dit niet kan worden uitgesloten, moet de milieuhygiënische kwaliteit van de te ontgraven

bodem in de wegbermen worden vastgesteld met een verkennend bodemonderzoek(zie paragraaf 3. 2. 4). De diepte tot waarop het bodemonderzoek wordt uitgevoerd is de voorgenomen ontgravingsdiepte. De resultaten van het bodemonderzoek worden indicatief getoetst aan de normen van het Besluit bodemkwaliteit zodat kan worden vastgesteld of de te ontgraven grond voldoet aan de toepassingseis:

. Indien blijkt dat de kwaliteitvan de grond voldoet aan de maximale waardenvan de kwaliteitsklasse industrie, dan mag de grond opnieuw in de wegbermen worden toegepast. " Indien de maximale waarden van de kwaliteitsklasse industrie worden overschreden, dan dient voor de grond een andere bestemming te worden gevonden.

. Indien de interventiewaardenworden overschreden, dan dient een saneringsplan/planvan aanpak te worden opgesteld (spoor van de Wet bodembescherming). Door het stellen van maximale waarden wordt voorkomen dat sterk verontreinigde grond elders binnen het beheergebied wordt toegepast. Niet voor alle typen wegen wordt het hierboven beschreven specifieke beleid gehanteerd. In tabel 2. 1 is

aangegevenwaar door de gemeente Bunschoten de knip is gelegd tussen gebiedsspecifiekbeleid (aangegeven met 'ja') en generiek beleid (aangegeven met 'nee').

blad 8 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten

oranjewoüd

projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

MémberofAnteafiroup

Tabel 2. 1: Keuzewegbermbeleid (buitengebied) Provinciale wegen

Niet-provinciale wegen Verhardewegen Onverharde wegen

Ja

Ja^

Nieuw aan te

leggen wegen

nee

nee

Is de ter plaatse van wegbermen toe te passengrond: - wel afkomstig uit een berm buiten het bebouwdgebied (en binnen het beheergebied); - maar niet afkomstig uit de berm van hetzelfdetype weg, dan magvoor devereiste kwaliteitsklassevan de toe te passen grond ook worden aangesloten bij het in deze paragraafbeschreven beleid. Dit betekent dat de partij grond magworden toegepast mits wordt voldaan aan de maximale waarden van de kwaliteitsklasse industrie. In tegenstelling tot het

bovenstaandemoet de kwaliteitsklassevan de opnieuwtoe te passen bermengrond dan met een partijkeuring worden vastgesteld (zie paragraaf 3. 2. 1). Indien de ter plaatse van wegbermen toe te passen grond afkomstig is van: - een andere locatie binnen het beheergebied of; - een buiten het beheergebied gelegen locatie, dan moet voor de vereiste kwaliteitsklasse van de toe te passen grond worden uitgegaan van het

generieketoepassingskaderen dusvan degenerieketoepassingskaartuit kaartbijlage l. Er dient eveneensvan de generieketoepassingskaartte worden uitgegaanwanneerter plaatsevan wegbermen baegerspecie wordt toegepast. De kwaliteitsklasse van zowel de toe te passen partij grond (of baggerspecie) als de ontvangende bodem ter plaatse van de wegberm moet in dat geval kunnen worden aangetoond met één van de in hoofdstuk 3 genoemde erkende bewijsmiddelen.

2.3

Bodemvreemd materiaal In het Besluit bodemkwaliteitis voor toe te passen partijen grond en baggerspecieeen maximum gesteld aan het percentage bodemvreemct materiaal (maximaal 20% (m/m)).

Degemeente Bunschoten hanteertvoor haargrondgebied echter een afwijkend(strenger) percentage. Reden hiervoor is dat de gemeente Bunschoten het niet acceptabel vindt dat grond of baggerspeciedie wordt toegepast in de tuinen van woningen of in het buitengebied net zo veel bodemvreemd materiaal mag bevatten als grond die wordt toegepast op industrieterreinen.

Voor de toegestane percentages wordt uitgegaanvan de gebruiksfunctieszoals aangegeven op de bodemfunctiekaart(zie kaartbijlage III): - Fynctjeklasse wonen

Voor een partij grond of baggerspecie die op een locatie met de bodemfunctieklasse wonen wordt

toegepast, geldt een percentage bodemvreemd materiaal van maximaal 10%(m/m). Fynctleklasse landbouw/natuur

Voor een partij grond of baggerspecie die op een locatie met de bodemfunctieklasse landbouw/natuur

wordt toegepast, geldt een percentage bodemvreemd materiaal van maximaal 10%(m/m). Voor grond of baggerspecie die wordt toegepast op een locatie met de bodemfunctieklasse industrie of

in een grootschalige bodemtoepassinggeldt het percentage zoalsgeneriek opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit (20% (m/m)).

Indienvoor een bepaaldetoepassingslocatiede hiervoor genoemde mate van bijmengingmet bodemvreemd materiaal niet gewenst is, zal dit op een andere wijze in contractstukken (bijv. bestekken) moeten worden geregeld.

blad 9 van 21

Bodembeheernota gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

2. 4

oranjewoüd MemberofAfiteaG!

Vrijstelling bodemonderzoek Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en bij gemeentelijke grondtransacties is in veel gevallen een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 vereist.

Degemeente Bunschoten staat toe dat in bepaaldesituaties geen bodemonderzoekwordt uitgevoerd maar dat gebruik wordt gemaaktvan de bodemkwaliteitskaartvoor het aantonen van de milieuhygiënische k\A/aliteit van de bodem.

In de volgende gevallen verleent de gemeente vrijstelling voor het uitvoeren van een bodemonderzoek: Omeevinesvergunning

Het bouwwerk raakt de grond niet of het bestaande feitelijk gebruik blijft gehandhaafd.

Het bouwwerk heeft geen woon- of verblijfsfunctie, dat wil zeggendat in het gebouw minder dan twee uur per dag mensen aanwezig zijn. Het te bebouwen oppervlak is:

.

kleinerdan 100 m Dit geldt voor gebieden met de functieklasse wonen zoals aangegeven op de bodemfunctiekaart (zie kaartbijlage III) met uitzonderingvan het centrumgebied (zone 2 op kaartbijlageV);

.

kleiner dan 50 m2

Dit geldt voor gebieden met de functieklasse industrie en landbouw/natuur zoais aangegeven op de bodemfunctiekaart(zie kaartbijlage III) en voor het centrumgebied (zone 2 op kaartbijlageV). Grondtransacties - De oppervlakte van het perceel is:

.

kleinerdan 100m2 Dit geldt voor gebieden met de functieklassewonen zoals aangegeven op de bodemfunctiekaart (zie kaartbijlage III) met uitzondering van het centrumgebied (zone 2 op kaartbijlage V);

.

kleinerdan 50 m2 Dit geldt voor gebieden met de functieklasse industrie en landbouw/natuur zoais aangegeven op de bodemfunctiekaart(zie kaartbijlage III) en voor het centrumgebied (zone 2 op kaartbijlageV).

(Verlhuur/erfpacht

- Zowel voorafgaand als na afloop van de (ver)huur-/erfpachtperiode is geen sprake van bodembedreigendeactiviteiten. Voorwaarden

- Er maggeen sprake zijn van een verdachte locatie, bijzondere omstandighedenen/of onverwachte situatie. In deze gevallen kan namelijk sprake zijn van een afwijkende (slechtere) kwaliteit van de bodem dan de kwaliteit zoals aangegeven op de bodemkwaliteitskaart.Om dezesituaties te kunnen uitsluiten dient een historisch onderzoekte worden uitgevoerd (zie paragraaf3. 1). - Het historisch onderzoek mag niet ouder zijn dan 6 maanden. Is het onderzoek ouder, dan moet de informatie aantoonbaarworden geverifieerd en zo nodig met recentere gegevensworden aangevuld.

2. 5

Diepere bodemlaag Aangenomen wordt dat grond afkomstig uit bodemlagen dieper dan de in een bodemkwaliteitskaart gedefinieerdeondergrond (veelal 0, 5-2,0 è 2, 5 m -mv. ), van dezelfde zo niet een betere kwaliteit is als grond afkomstig uit de gedefinieerde ondergrond.

De gemeente Bunschoten accepteert de ontgravingskaartvan de ondergrond dan ook als bewijsmiddel voor grond afkomstig uit bodemlagen dieper dan de gedefinieerdeondergrond (met inachtnemingvan de in paragraaf3. 1 beschrevenvoorwaarden).

blad 10 van 21

Bodembeheernota gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

2.6

oranjewoud MtnbernfAnteaGroup

Acceptatie andere bodemkwaliteitskaart De gemeente Bunschoten accepteert de (water)bodemkwaliteitskaart, die door een aangrenzende

gemeente (Amersfoort, Baarn, Eemnes, Nijkerk, Zeewolde), het WaterschapVallei en Veluweof Rijkswaterstaat, bestuurlijk is vastgesteld als bewijsmiddel. Dit betekent dat deze (water)bodemkwaliteitskaart mag worden gebruikt voor het aantonen van de kwaliteitsklasse van een binnen de gemeente Bunschoten toe te passen partij grond of baggerspecie. Voorwaarde is wel dat de betreffende bodemkwaliteitskaart minimaal aan de volgende eisen voldoet: de bodemkwaliteitskaart is opgesteld conform de Richtlijn voor het opstellen van bodemkwaliteitskaarten waarbij minimaal het volgende stoffenpakket is gehanteerd: o metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); o polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM);

o

polychloorbifenylen (PCBsom 7);

o minerale olie (GC). - de milieuhygiënische kwaliteit is uitgedrukt op klasseniveau; - de kwaliteitsklasse is gebaseerd op de gemiddeld gemeten gehalten; de bodemkwaliteitskaart is niet ouder dan 5 jaar. Daarnaast moet worden voldaan aan de in paragraaf 3. 1 beschreven criteria en mag het percentage bodemvreemd materiaal in de partij grond of baggerspecie niet hoger zijn dan het in paragraaf 2. 3 van deze bodembeheernota genoemde percentage.

2.7

Dempen van sloten Het dempen van sloten of andere watergangen is niet zomaar toegestaan. In de keur van het Waterschap Vallei en Veluwe zijn daarvoor regels opgenomen. Geadviseerd wordt om, voorafgaand aan het indienen van een melding in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, in overleg te treden met het

waterschap(http://www.vallei-veluwe. nl/).

blad 11 van 21

Bodembeheernota

genneente Bunschoten projectnr. 262885 augdsïus 2013, rev:sie 01

oranjewoud MemberolfljiteaQr

blad 12 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

3

Bewijsmiddelen

3. 1

Bodemkwaliteitskaart

oranjewoud MunberofAnteaGniup

Devoorwaarden in deze paragraafgelden voor zowel de bodemkwaliteitskaartvande gemeente Bunschoten (zoals opgenomen in deze beheernota) als voor de (water)bodemkwaliteitskaartvan een andere gemeente of Waterschap (zie paragraaf 2. 6).

3. 1. 1

Bodemkwaliteltskaart wel een bewijsmiddel Bij het binnen de gemeente Bunschoten toepassen van grond of baggerspecie mag een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt mits de bodemkwaliteit op de locatie van herkomst dan wel de toepassingslocatie (naar verwachting) niet afwijkt van de achtergrondwaarden in de betreffende bodemkwaliteitszone.

Daarom moet, voorafgaand aan het grondverzet, worden uitgesloten dat sprake is van een verdachte

locatie, bijzondereomstandighedenen/ofonverwachtesituaties (de zogenoemde 'historischetoets'; zie paragraaf 3. 1. 2). In deze gevallen kan namelijk sprake zijn van een afwijkende (slechtere) kwaliteit van de bodem dan de kwaliteit zoals aangegeven op de bodemkwaliteitskaart. Blijkt uit deze 'historische toets' dat de locatie onverdacht is ten aanzien van bodemverontreiniging, dan mag de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel worden gebruikt.

Issprake van een verdachte locatie, een bijzondereomstandigheiden/of een onverwachtesituatie, dan mag de bodemkwaliteitskaart niet als bewijsmiddel worden gebruikt voor de milieuhygiënische kwaliteit

van de vrijkomendegrond en/of de ontvangende bodem. In dat geval dient de milieuhygiënische kwaliteit op een andere wijze te worden aangetoond. Hiervoor kan gebruikworden gemaaktvan éénvan de bewijsmiddelen zoals beschreven in paragraaf 3. 2. Aandachtspunten bij gebruik bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel Heterogeniteit

In de ondergrond ter plaatse van de oude (lint)bebouwing van Bunschoten en Spakenburg (bodemkwaliteitszone 2; bodemlaag 0, 5-2, 5 m -mv. ) is sprake van sterke heterogeniteit (= mate van

spreidingin degemetengehaltenten opzichtevandenormwaarden)3voordeparameterzink. Als gevolg hiervan beslist degemeente Bunschoten dat de bodemkwaliteitskaart(ontgravingskaart) een onvoldoende betrouwbaar bewijsmiddel is voor grond die uit deze zone vrijkomt. De gemeente hanteert daarom de volgende voorwaarden:

- de ontgravingskaart mag als bewijsmiddelworden gebruiktwanneerde uit zone 2 vrijkomendegrond opnieuw binnen zone 2 wordt toegepast; - wanneer de uit zone 2 vrijkomende grond opnieuw wordt toegepast op een locatie buiten zone 2 moet

de kwaliteitvan de grond met een partijkeuring worden vastgesteld (zie paragraaf3. 2. 1). Grootschalige bodemtoepassing

Wanneer een ontgravingskaart wordt gebruikt als bewijsmiddel voor het aantonen van de milieuhygiënischekwaliteit van vrijkomende grond die wordt toegepast in een grootschalige bodemtoepassing, dient het volgende in acht te worden genomen: Om uit te kunnen sluiten dat de ontvangende bodem verontreinigd raakt als gevolg van het

grootschaligtoepassen van grond met een slechtere kwaliteitsklasse,dient met uitloogonderzoekte worden aangetoond dat de maximale emissiewaarden niet worden overschreden.

Zie het rapport van de bodemkwaliteitskaart('Bodemkwaliteitskaartgemeente Bunschoten', kenmerk 248776, revisie 02, 12 maart 2013) blad 13 van 21

Bodembeheernota gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

oranjewoud MemberoFAnteaGi

Uitloogonderzoek hoeft echter pas te worden uitgevoerd wanneerde grond de zogenaamde emissietoetswaarden overschrijdt. Deze emissietoetswaarden zijn opgenomen in tabel l van bijlage B

van de Regeling bodemkwaliteit. De emissietoetswaarden liggen boven de maximale waardenvan de klasse wonen. Het eventueei moeten verrichten van uitloogonderzoek kan zich derhalve alleen voordoen bij grond die als klasse industrie is beoordeeld. Wanneer de bodemkwaliteitskaart als een voldoende betrouwbaar bewijsmiddel wordt beoordeeld, mogen de gemiddelde gehalten van de bodemkwaliteitskaart worden gebruikt om aan de emissietoetswaarden te toetsen.

Binnen de gemeente Bunschoten zijn geen zones aanwezigwaaruitgrond van de klasse industrie vrijkomt. Opgemerkt wordt echter dat niet kan worden uitgesloten dat grond die uit zone 2 vrijkomt, en waarvan de kwaliteit met een partijkeuring wordt vastgesteld, als industrie wordt geclassificeerd. Mocht uit deze partijkeuring blijken dat de emissietoetswaarden worden overschreden, dient de mate

van uitlog'ng te worden vastgesteld. Alleen wanneerde mate van uitlogingaan de maximale emissiewaardenvoldoet, mag de grond in een grootschalige bodemtoepassingworden verwerkt. Deze maximale emissiewaarden zijn opgenomen in tabel l van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.

3. 1. 2

Bodemkwaliteitskaart geen bewijsmiddel Een bodemkwaliteitskaart kan niet als bewijsmiddel worden gebruikt als: A. sprake is van een uitgesloten gebied B. een partijkeuring of een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd C. uit de 'historische toets' blijkt dat l. sprake is van een verdachte iocatie;

2. sprake is van bijzondere omstandighedenof 3. de grond zintuiglijk opvallende afwijkingenvertoond (onverwachte situaties). A. Uitgesloten gebieden Een aantal gebieden c. q. locaties binnen de gemeente Bunschoten is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (zie bijlage l). Dat betekent dat voor deze gebieden geen gebruik kan worden

gemaakt van de bodemkwaliteitskaartals bewijsmiddelvoor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. De kwaliteitskiassedient in dat geval op een andere wijze te worden aangetoond (zie paragraaf3. 2). B. Lokaal onderzoek

Een bodemonderzoekof partijkeuringgeeft meer zekerheid over de milieuhygiënischekwaliteit van respectievelijk de ontvangende bodem en een partij grond (of baggerspecie) dan de bodemkwaliteitskaart. Dit betekent dat wanneerop de locatie van herkomst en/of de locatie van toepassingeen partijkeuring of een verkennend bodemonderzoekis uitgevoerd dat voldoet aan de eisen van het Besluit bodemkwaliteit (zie paragraaf3. 2. 1 en 3. 2.4), er eeen gebruik mag worden gemaaktvan de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel. In dat geval moet worden uitgegaan van de resultaten van het lokaa] uitgevoerde onderzoek. C. Historische toets

De bodemkwaliteitskaart kan niet ais bewijsmiddel worden gebruikt als: l. sprake is van een verdachte locatie;

2. sprake is van bijzondere omstandighedenof 3. de grond zintuiglijk opvallende afwijkingenvertoond (onverwachte situaties). l. Een verdachte locatie

Onder 'verdachte locaties' worden verstaan: locaties waar in het verleden (bedrijfs)activiteiten hebben

plaatsgevonden waarvan bekend is, of het vermoeden bestaat, dat dezeeen bodemverontreiniging hebben veroorzaakt.

blad 14van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 2G2885 augustus 2013, revisie 01

oranjewoud

Wanneerbodemonderzoekop een verdachte locatie heeft uitgewezen dat er geen sprake is van bodemverontreiniging, en daarnaastde milieuhygiënischekwaliteit vergelijkbaar is met het omliggende gebied, wordt deze locatie niet meer aangemerkt als verdacht. 2. Bijzondere omstandigheden

Een bijzondereomstandigheiddoet zich voor wanneer bekend is dat de bodemkwaliteitop de herkomsttocatie (mogelijk) afwijktvan de omgeving. Dit kan blijken uit historisch onderzoek (verdachte locaties), bodemonderzoek,saneringen etc. Hierbij zal het veelal gaan om: bekendeen potentiële lokale gevallen van bodemverontreiniging, niet behorendetot de diffuse bodemverontreiniging; bodemsaneringin uitvoering; restverontreiniging na bodemsanering; de ondergrond ter plaatse van saneringslocaties; sanering waarbij niet is teruggesaneerd tot de achtergrondwaarde;

- (vermoeden van) de aanwezigheidvan asbest in de bodem; - lokaal gedempte sloten; - lokaal aangebrachte leeflagen; lokaal bekende ophooglagen (1963-1992).

Ook door de provincie aangewezenbeschermingsgebiedenvallen onder locaties met bijzondere omstandighedenvoor grondverzet. Hierbij kan worden gedachtaan grondwaterbeschermingsgebieden, aardkundigeen archeologisch waardevollegebieden en gebiedenvan de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). Kaarten van deze beschermingsgebieden kunnen worden geraadpleegd op de website van de provincie Utrecht: httD://www. Drovincie-utrecht. nl/loket/kaarten/kaarten-thema/ 3. Onverwachte situaties

Het kan voorkomen dat, ondanksdat geen sprake is van bijzondereomstandigheden,tijdens de graafwerkzaamhedenop de locatievan herkomst alsnog een (mogelijke) afwijkingvan de bodemkwaliteit wordt geconstateerd. Een onverwachte situatie doet zich voor indien: - de grond een afwijkende kleur, geur of samenstelling heeft;

de grond een bijmengingaan bodemvreemde materialen bevat (puin, gruis, kooltjes, etc. ) op basis waarvanwordtverwachtdat de bodemkwaliteitskaartniet meer representatiefis voor de milieuhygiënische kwaliteit, dan wel waarvan men redelijkerwijs kan vermoeden dat deze het milieu negatief kan beïnvloeden; in de grond visueel asbest wordt aangetroffen. Een onverwachte situatie dient in alle gevallen te worden geregistreerd en gemeld bij de gemeente. Als

sprake isvan een (vermoedelijk) geval van ernstige bodemverontreiniging, dient hiervan meldingte worden gedaan bij de provincie Utrecht. Historisch onderzoek

Teneindeuit te sluiten dat de locatie van herkomst als 'verdacht' ten aanzienvan bodemverontreiniging moet worden bestempeld, dient voorafgaand aan grondverzet altijd een historisch onderzoek te worden

uitgevoerd (conform de NEN 5725, ten minste op het niveau van een beperkt vooronderzoek). Voor dit historisch onderzoek dient onder anderegebruikte worden gemaaktvan de gegevens in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem waarin, naastfeitelijke gegevens over uitgevoerde bodemonderzoeken, ook potentieel verdachte locaties van (ernstige) bodemverontreinigingzijn opgenomen. Naastde locatie van herkomst dient ook informatie over de toepassingslocatiete worden verzameld. Grondverzet op basisvan een bodemkwaliteitskaartis namelijk niet mogelijk als de toepassingslocatie een geval van ernstige bodemverontreinigingbetreft. Bij toepassingop een dergelijke locatie moet het bevoegdgezagvoor de Wet bodembescherming(Wbb) op de hoogteworden gesteld en zijn de eisen vanuit de Wbb leidend.

blad 15 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2C13, revisie 01

oranjewoud MemberofAnitaGroup

Het is eveneens niet toegestaan om grond of baggerspecie toe te passen op een (half)verhardingslaag. Deze verhardingslaag verliest in dat geval namelijk zijn functie en wordt onderdeel van de bodem. Er is

dan sprakevan het in de bodem brengenvan een afvalstof, zijndede (half)verhardingslaag.

3. 2

Overige erkende bewijsmiddelen Wanneer niet aan de in paragraaf 3. 1 gestelde criteria wordt voldaan, en dus geen gebruik mag worden gemaakt van een bodemkwaliteitskaart als bewijsmiadel, dient de milieuhygiënische kwaliteit van een partij grond (of baggerspecie) en/ofvan de ontvangende bodem op een andere wijze te worden aangetoond: l. partijkeuring 2. erkende kwaliteitsverklaring 3. fabrikant-eigen-verklaring 4. (water)bodemonderzoek

In de navolgende paragrafenvolgt per bewijsmiddel een korte toelichting. Bij al het milieuhygiënisch onderzoek naar de kwaliteit van een partij toe te passen grond of baggerspecie dan wel van de ontvangende bodem moet rekening gehouden worden met Kwalibo (Hoofdstuk 2, Besluit bodemkwaliteit).

3. 2. 1

Partijkeuring Een partijkeuring betreft een onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit, en daarmee de toepassingsmogelijkheden, van een partij grond of (gerijpte) baggerspecie die al dan niet is ontgraven. Eisen

^^ .

^^

Aan een partijkeuring worden in de Regeling bodemkwaliteit de volgende eisen gesteld: - een partij kan worden gekeurd in depot of in-situ; - de partij grond (of baggerspecie) dient door een erkende monsternemer te worden bemonsterd

conformSIKBBRL1000:protocoi 10014; - de voorbewerkingvan de monsters alsmede het laboratoriumonderzoekmoeten worden verricht conform het accreditatieprogrammaAP04door een hiervoor erkend laboratorium. Te onderzoeken parameters

Is de herkomstlocatie van de grond of baggerspecie onverdacht, en is in het geval van baggerspecie dezf afkomstig uit regionale watergangen,dan dienen de monsters van de partij te worden onderzocht op ten minste de parameters van het vigerend standaardpakket (water)bodem. Welke stoffen deel uitmaken van dit standaardpakketis na te gaan op de websites van Bodem+of het SIKB. Ten tijde van het tot stand komen van deze beheernota bestond het standaardpakketuit: - 9 metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); - polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM); - polychloorbifenylen (PCBsom 7); minerale olie (GC).

Wanneer de grond of baggerspecie afkomstig is van een verdachte locatie dan dient de partij, naast de parameters van het standaard analysepakket, tevens op de desbetreffende kritische parameters te worden onderzocht.

4 Beoordelingsrichtlijn, met bijbehorend protocol, voor de monsterneming van partijen gronü en baggerspecie (Stichting Infrastructuur KwaliteitsborgingBodembeheer) blad 16 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

3.2.2

oranjewoud MemberofAiiteaQroup

Erkende kwaliteitsverklaring Een erkende kwaliteitsverklaring bestaat uit twee delen:

, - Het eerste deel is het productcertificaatdat wordt afgegeven door een erkende certificerende instelling (zoals bijvoorbeeld KIWA, Intron of BMC). Op dit proctuctcertificaatstaan de (civieltechnische) eigenschappenvan degrond of baggerspecievermeld, alsmede de milieuhygiënische classificatie(klasse AW2000, klasse 'wonen' of klasse 'industrie'). Het tweede deel betreft de afgegeven erkenning. De eisen die aan een erkende kwaliteitsverklaring voor grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in de Regeling bodemkwaliteit. Een overzicht van afgegeven erkende kwaliteitsverklaringen

wordt gepubliceerd op dewebsitevan RijkswaterstaatLeefomgeving (http://www.rwsleefomeevinR. nl/onderwerDen/bodem-onderKrond/erkenninRen/). 3.2.3

Fabrikant-eigen-verklaring Dit is een milieuhygiënische verklaring die door een producent zelf kan worden afgegeven. In tegenstelling tot een erkende kwaliteitsverklaring, vindt bij een fabrikant-eigen-verklaring geen periodieke externe controle door een certificerende instelling plaats en is er ook geen erkenning noodzakelijk. De verantwoordelijkheid voor de milieuhygiënische kwaliteit van het product ligt dus volledig bij de fabrikant. Echter, voordat een producent een fabrikant-eigen-verklaring mag afgeven, moet hij door middel van een streng toelatingsonderzoek aantonen dat zijn product aan de gestelde milieuhygiënische eisen voldoet.

De eisen die aan een fabrikant-eigen-verklaring voor een partij grond of baggerspecie worden gesteld, staan beschreven in de Regeling bodemkwaliteit. Een overzicht van afgegeven fabrikant-eigenverklaringen wordt gepubliceerd op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (httD://www. rwsleefomRevinR. nl/onderwerDen/bodem-ondergrond/fabrikant/).

3. 2. 4

(Water)bodemonderzoek Landbodem of een partij grond

Bodemonderzoekendievoldoenaanbepaaldeonderzoeksstrategieënuitde MEN57405zijntoegestaan als milieuhygiënischeverklaring in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In de Regeling bodemkwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen onderzoeksstrategieën die kunnen worden gebruikt voor het aantonen van de milieuhygiënischekwaliteit van: a. de ontvangende bodem en b. een partij toe te passen grond. a. Voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende landbodem zijn de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan: onderzoeksstrategievoor een onverdachte locatie; - onderzoeksstrategie voor een grootschalig onverdachte locatie; onderzoeksstrategie bij een onbekende bodembelasting; - onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem; - onderzoeksstrategie voor de toetsing of er sprake is van een schone bodem op grootschalige locaties; - onderzoeksstrategie voor de partijkeuring van niet schone grond uit diffuus belast gebied met een heterogene verdeling van de verontreinigende stof

Landbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond

blad 17 van 21

Bodembeheernota gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

oranjewoud Mem be r af Ar tee Group

b. Voor het aantonenvan de milieuhygiënischekwaliteitvan een partij toe te passengrond zijn alleen de volgende onderzoeksstrategieën uit de NEN 5740 toegestaan:

onderzoeksstrategievoor de toetsing of sprake is van schone bodem; onderzoeksstrategievoor de toetsing of sprake is van schone bodem op grootschaligelocaties; onderzoeksstrategievoor de partijkeuringvan niet schonegrond uit diffuus belast gebied met een heterogeneverdeling van de verontreinigende stof. Dezeonderzoeksstrategieëngaan uit van een monstername-inspanningdie in eenzelfdeorde van grootte ligt als bij de hiervoor beschreven partijkeuring en erkende kwaliteitsverklaring. Waterbodem of een partij baggerspecie

Als milieuhygiënische verklaring voor de kwaliteit van een partij toe te passen (of te verspreiden) baggerspecie en voor de kwaliteit van de waterbodem zijn de onderzoeksstrategieën uit de NEN 5720L toegestaan.

!svoorafgaand aan het toepassen sprake van niet-procesgestuurde rijping of tijdelijke opslagvan de baggerspecie, dan mogen de in-situ onderzoeksgegevens nog voor de betreffende partij baggerspecie als bewijsmiddelworden gebruikt. Gelet echter op het feit dat het rijpingsproces in veel gevallen een verbeteringvan de milieuhygiënischekwaliteitvan de baggerspeciezal opleveren, verdient het aanbeveling om een partij baggerspecie na het rijpen opnieuw te onderzoeken (omdat de NEN 5720 geen onderzoeksstrategie kent voor depots, dient in dat geval de partij baggerspecie aan de hand van de SIKBBRL1000te worden gekeurd (zie paragraaf3. 2. 1)). Hergebruik binnen de wegbermen

Het verificatieonderzoekvoor het ontgraven en opnieuwtoepassen van bermengrond (zie paragraaf 2. 2. 3) moet plaatsvinden volgens de NEN 5740. Hierbij dient te worden uitgegaan van de strategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaalvan monsterneming (VED-HE). De diepte tut waarop het bodemonderzoekwordt uitgevoerd is de voorgenomen ontgravingsdiepte.

Waterbodem: Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie blad 18 van 21

Bodembeheernota gemeente Bunschoten projectnr. 262885 augustus 2013, revisie 01

oranjewOud

Procedures De gemeente Bunschoten is bevoegd gezag voor het Besluit bodemkwaliteit. In dat kader ontvangt,

beoordeelten registreert degemeentede meldingenen verzorgt zij hettoezichtop en de handhaving van het op landbodemtoepassenvan partijen grond of baggerspecie.Dezetaken zijn in devolgende paragrafen toegelicht.

4. 1

Melding Wanneer melden

Op grond van artikel 42 van het Besluit bodemkwaliteit moeten alle toepassingen van grond en baggerspeciewordengemeld, met uitzonderingvan:

- hettoepassen van minder dan 50 m schone grond en baggerspecie (klasse AW2000); het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzend perceel; - het toepassen van grond en baggerspecie door particulieren (behalve wanneer de werkzaamheden

worden uitbesteedtaaneen aannemer, in datgeval moetwel een meldingworden ingediend); - hetverplaatsenvangrondof baggerspeciebinnenéénlandbouwbedrijf(degrond/baggerspeciemoet in dat geval wel afkomstig zijn van een binnen hetzelfde landbouwbedrijf gelegen perceel waarop een vergelijkbaargewaswordtgeteeld).

Voorhettoepassenvanschonegrond en baggerspeciein hoeveelhedenvanaf50 m moeteenmaligde toepassingslocatieworden gemeld. Meldingstermiin en loket

Degene die grond of baggerspecie gaat toepassen, moet dit tenminste vijf werkdagen van te voren melden, bij voorkeur digitaal, via het Meldpunt bodemkwaliteit

(httDS://nneldDuntbodemkwaliteit.aeentschaDnl.nl/VoorDortaal.asDx). Het meldpuntstuurt de meldingvervolgenster beoordelingdoor naarhet betreffendebevoegdegezag. Op de websitevan het meldpunt zijn de meldingsformulieren te vinden alsmede informatie over welke

gegevensbij de meldingmoeten wordengevoegd. Men kan bij het meldpunt ookterechtvoor vragen over het invullen van de meldingsformulieren of hetaanvragenvan een accountom digitaalte kunnen melden.

Indiener onduidelijkhedenoftwijfels bestaanover het op een locatie mogen toepassenvan een bepaalde partij, kan contact worden opgenomen met de bodemambtenaar van de gemeente.

4. 2

Toezicht en handhaving Degemeente Bunschoten isverantwoordelijkvoortoezichten handhavingvan detoepassingvangrond als bodem. De volgende handhavingsmomenten zijn te onderscheiden: handhavingrond de melding (pro-actief); - handhaving in het veld (tijdens het transport of bij de toepassing; actief); handhaving na toepassing (post-actief).

4. 2. 1

Pro-actieve handhaving

Demeldinggeeftdegemeente de mogelijkheidom te verifiërenofdetoe te passenpartij en de voorgenomen toepassing voldoen aan de vereisten van het Besluit bodemkwaliteit.

Demeldingen onderliggendestukkenwordendoordegemeente Bunschotendoorgestuurd naarhet Servicebureau Gemeenten. Deze toetst de melding aan de bodemkwaliteitskaart en het Besluit bodemkwaliteit.

blad 19 van 21

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885

oranjewoüd .

augustus 2013, rev';sie01

^-be-f. -ieiCrïLp

Hierbij wordt in ieder geval nagegaan of:

- het meldingsformulier volledig is ingevuld en of de benodigde bewijsmiddelen zijn bijgevoegd (dus of de melding ontvankelijk is);

de werkzaamheden onder het juiste toepassingskader zijn aangemeld; terecht van de bodemkwaliteitskaartals bewijsmiddelgebruikwordt gemaakt;

op basisvan de verstrekte informatie redelijkerwijs kan worden aangenomen dat er inderdaad geen

sprakeisvan bijzondereomstandighedenofonverwachtesituaties('historischetoets';zieparagraaf 3. 1, 2 van de beheernota);

de aangeleverde bewijsmiddelen acceptabel en voldoende zijn; - de eindconclusie over de toepasbaarheid van de partij grond of baggerspecie juist is.

Indien de melding en/of de bijgeleverde gegevens naar het oordeel van de gemeente onduidelijk, onvolledig of anderszins niet toereikend zijn, zullen door de gemeente nadere gegevens van de melder worden verlangd. Dit verzoek kan telefonisch, per e-mail of per brief plaatsvinden.

Doorde melder kan in principevijfwerkdagenna het melden met dewerkzaamhedenworden

aangevangen.Degemeenteneemt namelijkgeenformeel besluitopdemelding. Eentoepasserkanzich niet beroepen op het uitblijven van een reactievan degemeente op een melding. Detoepasseris en blijft namelijk zelfverantwoordelijk voor het voldoen aan devereisten van het Besluit bodemkwaliteit. 4.2.2

Actieve handhaving

Om hettoepassen (hergebruik) van grond en baggerspecieop zorgvuldigewijzete kunnen later plaatsvinden, alsmede het toezicht hierop te vereenvoudigen, gelden een aantal procedurele voorschriften:

- Indiende uitvoeringsdatumten tijde van de melding nogniet kon worden aangegeven,dient de gemeente uiterlijk vijf werkdagen vóóraanvang van de werkzaamheden op de hoogte te worden gesteld.

- De eigenaar of erfpachter van de locatie waarop de toepassing plaatsvindt dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een kopie van het meldingsformulier, en de bijbehorende

ontvangstbevestiging van de gemeente, aan een toezichthoudend ambtenaar te kunnen overleggen. - Deuitvoerdervan het project dient devoor de aante voeren c. q. toe te passen partij grond of baggerspecie relevante bewijsmiddelen te kunnen overleggen.

- Afwijkingenvan de oorspronkelijke meldingdienenterstond te worden gemeld. - Wanneer tijdens de uitvoering van het grondverzet uit zintuiglijke waarnemingen blijkt dat de grond of baggerspecie mogelijk is verontreinigd, mag dezegrond/baggerspecie niet zonder nader onderzoek 01 nadere bewerking worden hergebruikt. Indien een dergelijke waarneming wordt gedaan, dient de grond/baggerspecie in depot te worden gezet en dient contact te worden opgenomen met de gemeente.

Als blijkt dat detoepassingniet overeenkomt met de meldingzullen detoezichthouderser op toezien dat de ongewenste situatie ongedaan wordt gemaakt. Hierbij zal gebruik worden gemaakt van de beschikbare wettelijke hulpmiddelen.

Afhankelijk van de geconstateerde tekortkoming, zal melding worden gedaan bij het toezichtloket Bodem (= Bodemsignaal)van de Inspectie Leefomgevingen Transport

(httD://www.iIent.nl/contact/melding/bodemsienalen/). Naastgerichte inspecties in relatie tot gemelde toepassingen, worden door de toezichthouders surveillances uitgevoerd teneinde te controleren op niet gemelde toepassingen van grond en baggerspecie.

blad 20 van 21

r

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 2G2885 augustus 2013, revisie 01

4.2.3

oranjewöiid

Post-actieve handhaving Bij post-actieve handhavingkan wordengedacht aan het uitvoeren van een partijkeuring of strafrechtelijke en/of bestuursrechtelijke optredens bij overtredingen. Indien het noodzakelijkwordt geachtom tot monsterneming over te gaan, bijvoorbeeld wanneerwordt

betwijfeldof de kwaliteitvan detoegepastepartij grond of baggerspecieovereenkomt met degemelde kwaliteit, moeten de bemonsteringen het laboratoriumonderzoekplaatsvindenovereenkomstighet daarvoor van toepassing zijnde wettelijke kader (zie paragraaf 3. 2. 1 van deze beheernota). Daarnaast kan strafrechtelijk en/of bestuursrechtelijk worden opgetreden bij geconstateerde overtredingen. Wat hierbij bepalend is, is ofsprake is van een aandachtspuntzoals beschreven in de

HandhavingsUitvoeringsMethode Besluit bodemkwaliteit (HUM-Bbk) . Deze HUM-Bbk is bedoeld om alle handhavende overheidsinstanties, die toezicht houden in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit, ondersteuning te bieden bij het signaleren, beëindigen, ongedaan maken of terugdraaien van een overtreding.

De HUM-Bbk is een uitgave van SenterNovem Bodem+ (tegenwoordig Rijkswaterstaat Leefomgeving), te downloaden via htto://www. rwsleefomeevins. nl/onderwerDen/bodem-onderarond/bbk/instrumenten/hum-bbk/ blad 21 van 21

Bodembeheemota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885

Bijlage l: Boflemkwaliteitskaart en functiekaart

T]

Enviiun Enviiuiuncnuj AIluncr

Bodembeheernota

gemeente Bunschoten projectnr. 262885

oranjewoüd

Bijlage l: Bodemkwaliteitskaart en functiekaart Om het toepassen van grond of baggerspeciebinnen de gemeente Bunschotente kunnen faciliteren, zonder dat telkens een bodemonderzoekof partijkeuring hoeft te worden uitgevoerd, is door Oranjewoud B.V. een bodemkwaliteitskaartopgesteld ('Bodemkwaliteitskaartgemeente Bunschoten', projectnummer 248776, revisie 02, 12 maart 2013).

In deze bijlage wordt een toelichting op deze bodemkwaliteitskaart gegeven. Het gaat daarbij om de volgende kaarten: l. een kaart met de indeling in bodemkwaliteitszones; 2. een ontgravingskaart; 3. een toepassingskaart.

Degenoemde kaarten maken deel uit van deze bodembeheernota en zijn opgenomen in de kaartbij lagen l t/m V.

1. 1 Indeling bodemkwaliteitszones Binnen het grondgebiedvan de gemeente Bunschoten worden 3 bodemkwaliteitszonesonderscheiden. Dezezijn in onderstaandetabel 1. 1 aangegeven en op kaartbijlage V Tabel 1. 1: Bodemkwaliteitszones

Bovengrond (0,0-0,5 m -mv.) (AW2000)

Zone l

Ondergrond (0, 5-2,5 m -mv.)

Een aantal gebiedenc.q. locaties is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Dit geldt onder andere voor de infrastructuur (Rijks- en spoorwegen, provinciale en gemeentelijke wegen) en voor de bodem onder oppervlaktewater.

Daarnaast zijn locaties uitgesloten waarvan wordt verondersteld dat de bodemkwaliteit heterogeen is dan wel het bodemgebruik een belemmering vormt voor vrij grondverzet. Dit betreft de zogenoemde 'verdachte' locaties. Dit zijn locaties waar (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden waarvan bekend is, of het vermoeden bestaat, dat de bodemkwaliteit op de betreffende locatie afwijkt van die van de omgeving. Onder dit soort locaties worden in ieder geval verstaan: erven in het buitengebied; RWZI-terrein;

bijzondere bedrijven aan de Groenweg/oostzijdevan de gemeente. Dat betekent dat op deze locaties vrijkomende grond niet zonder meer mag worden hergebruikt. Deze locaties zijn niet apart aangegevenop de bodemkwaliteitskaart. Voor de uitgesloten gebieden maggeen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaartals bewijsmiddelvoor het aantonenvan de milieuhygiënischekwaliteit van een toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem. Dit is nadertoegelicht in paragraaf3. 1 van deze beheernota.

Xlnogen;

ftrunmcnlalAlluuicc

Bodembeheernota

.A

gemeente Bunschoten

oranjewoüd

proj'ectnr. 262885

1. 2 Ontgravingskaart

Deontgravingskaartgeeftde kwaliteitsklassevandebodemaanop hetmomentdatdezewordt ontgravenvoor hergebruikelders(=beoordelingalseenpartij grond). Hierbijisonderscheidgemaaktin de bovengrond(0,0-0,5 m -mv. ) en de ondergrond (0, 5-2,5 m -mv. ). Dete verwachten bodemkwaliteit is verdeeld in de drie kwaliteitsklassen die binnen het Besluit van kracht zijn (zie figuur 1. 1). industrie

onen

max. waarden

max.waarden

AW2000

wonen

max.waarden industrie

Figuur 1. 1: Overzichtnormen landbodem

DeontgravingskaartenzijnopgenomenalskaartbijlageII. Inonderstaandetabelzijndekwaliteitsklassen samengevat.

Tabel 1. 2: Kwaliteitsklassevrijkomende grond Bodemkwaliteitszone

Kwaliteitsklasse

Bovengrond (0, 0-0, 5 m -mv.) Zone l

Ondergrond (0, 5-2, 5 m -r Zone 2 Zone 3

Wanneer de ontgravingskaart gebruikt kan worden als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de vrijkomendegrond, is beschreven in paragraaf3. 1 van dezebeheernota.

1. 3 Toepassingskaart generieke kader Opdetoepassingskaartisde kwaliteitsklasseaangegevenwaareen partijgrondofbaggerspecieaan moet voldoen wanneermen deze,volgenshetgenerieke kader, op een bepaaldelocatie binnen de gemeente Bunschotenwil toepassen.

Het landelijkgeldendebeleidskadervan het Besluitbodemkwaliteit(=hetgeneriekekader)schrijft voordat:

de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor de functie die de bodem heeft EN

voor hettoepassenvande partijgrondofbaggerspeciede milieuhygiënischekwaliteitvan de ontvangende bodem niet magverslechteren.

Dit betekent dat een toe te passen partij grond of baggerspecie moet worden getoetst aan zowel de kwaliteitklasse als de functieklasse van de ontvangende bodem. Om tot een toepassingskaart te kunnen

komen, i.s dus informatie nodig over de bodemfunctieklasse en de kwaliteitsklasse van de ontvangende bodem. Deze klassen worden hieronder nader toegelicht. Bodemfunctiekaart

Debodemfunctiekaartis een weergavevan het huidige,en eventueel toekomstige, gebruikvan de landbodem. Bij het toekennen van een functieklasse wordt onderscheid gemaakt in: gebieden met de functie 'wonen'; gebieden met de functie 'industrie';

overigegebieden(dezegebiedenzijn nietingedeeldin defunctie'wonen'of'industrie'envallen daardoor automatisch in de functie 'landbouw/natuur').

Xlnoge]"L

Bodembeheernota

.^

gemeente Bunschoten projectnr. 262885

oranjewoud MtmbtrdAau&wp

Degemeente Bunschoten beschikt over een functiekaart: 'Bodemfunctiekaart gemeente Bunschoten', De Roever Milieuadvisering, 17juni 2009. Dezefunctiekaart is opgenomen als kaartbijlage III. Om (lay-out)technische redenen isdezefunctiekaart nagemaakt. Dezenieuwefunctiekaart iseveneens in kaartbijlage IIIopgenomen. Kwaliteitsklasse ontvaneende bodem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9582862/1