Mer-beoordeling Broerswetering 6-8 Bunschoten-Spakenburg 26-11-2024.pdf
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg Gemeente Bunschoten
A
Kerkewijk 156 3904 JJ Veenendaal
T
0318 – 505 637
E
info@kubiek.nu
WWW .KUBIEK .NU
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg Gemeente Bunschoten
PLANGEGEVENS Projectnummer: Datum: Titel:
2
K22245 26 november 2024 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................................................................................................................. 3 1.
2.
Inleiding ..................................................................................................................................................................................................................... 4 1.1.
Aanleiding .................................................................................................................................................................................................. 4
1.2.
Ligging plangebied ............................................................................................................................................................................. 4
1.3.
Besluit m.e.r. ............................................................................................................................................................................................. 6
1.4.
M.e.r.-beoordeling................................................................................................................................................................................. 6
1.5.
Leeswijzer .................................................................................................................................................................................................. 8
Vormvrije m.e.r.-beoordeling ..................................................................................................................................................................... 9 2.1.
Kenmerken van het project .......................................................................................................................................................... 9
2.1.1. 2.2.
De omvang en locatie van het project................................................................................................................... 9
Plaats van het project ...................................................................................................................................................................10
2.2.1.
Bestaande situatie .............................................................................................................................................................10
2.2.2. Rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen........................................................................................................................................................................................................10 2.2.3. 2.3.
Kenmerken van het potentiële effect ..............................................................................................................................12
2.3.1.
Verkeer .........................................................................................................................................................................................12
2.3.2.
Parkeren.......................................................................................................................................................................................12
2.3.3.
Bodem...........................................................................................................................................................................................13
2.3.4.
Natuur...........................................................................................................................................................................................15
2.3.5.
Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................................................15
2.3.6.
Externe veiligheid................................................................................................................................................................16
2.3.7.
Geluid.............................................................................................................................................................................................17
2.3.8.
Lucht ..............................................................................................................................................................................................19
2.3.9.
Water .............................................................................................................................................................................................19
2.3.10.
Kabels en leidingen ............................................................................................................................................................20
2.4. 3.
Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu .....................................................................................10
Cumulatieve effecten....................................................................................................................................................................20
Conclusie ...............................................................................................................................................................................................................21
3
1. Inleiding 1.1. Aanleiding Aan de Broerswetering 6 en 8 zijn respectievelijk een kantoor (Rabobank) en een supermarkt (Lidl) gevestigd. Voorliggend plan voorziet in de herontwikkeling van de locatie, waarbij de supermarkt zich op de gehele begane grond zal vestigen. Op de verdiepingen boven de supermarkt worden 31 woonappartementen gerealiseerd. Omdat de activiteit onder onderdeel D van bijlage II van het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r) valt, moet een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd.
1.2. Ligging plangebied et plangebied is gelegen aan de Broerswetering 6-8 te Bunschoten-Spakenburg. Het plangebied ligt aan de westelijke rand van het centrum van Spakenburg. Het plangebied is omringd door verschillende winkels, kantoren en horeca met ten noorden van het plangebied een parkeerplaats ten behoeve van de bereikbaarheid van het centrum. Ten westen van het plangebied ligt een woonwijk. Het plangebied is gelegen op het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Bunschoten ,sectie K ,percelen 2369, 3110, 3585, 4750, 4751 en een deel van perceel 5503. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 2.100 m². In de onderstaande figuren is de ligging van het plangebied aangegeven.
4
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
5
1.3. Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. zijn twee lijsten opgenomen met activiteiten, plannen en besluiten die mogelijk nadelige milieugevolgen kunnen hebben: ▪
Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is.
▪
Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.beoordeling verplicht is.
Daarnaast dient, ook bij activiteiten onder de drempelwaarden, getoetst te worden of er belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn. Dit betreft de zogenoemde vormvrije m.e.r. beoordeling. De voorgenomen activiteiten, aan de Broerswetering in Bunschoten-Spakenburg, vallen onder de volgende categorie(ën) van het Besluit m.e.r.:
Voor elke activiteit die genoemd wordt in onderdeel D van het Besluit m.e.r., moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) nadelige milieugevolgen. Voor deze activiteiten die onder de drempelwaarde vallen zoals genoemd in kolom 3 mag de m.e.r.-beoordeling vormvrij uitgevoerd worden. Deze motivering dient qua inhoud aan te sluiten bij de m.e.r.-beoordeling, maar heeft geen vormvereisten. Wel vindt deze beoordeling doorgaans plaats in de vorm van een aanmeldnotitie. Als de activiteiten boven de drempelwaarde vallen, is de m.e.r.-beoordeling niet vormvrij. Onderhavig initiatief valt onder de drempelwaarden behorend bij D 11.2, waardoor een vormvrije m.e.r.-beoordeling volstaat.
1.4. M.e.r.-beoordeling De m.e.r.-beoordeling bestaat uit een toets aan Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particulier projecten’. De volgende drie hoofdcriteria staan daarbij centraal: 1. Kenmerken van het project; 2. Plaats van het project; 3. Kenmerken van het potentiële effect. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is het gevolg van de uitspraak van het Europese hof over de manier waarop de EU-richtlijn in de Nederlandse regelgeving was geïmplementeerd. De essentie van die
6
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
uitspraak is dat altijd een m.e.r. noodzakelijk is als belangrijke nadelige milieugevolgen niet kunnen worden uitgesloten. Het bevoegd gezag dient vervolgens binnen zes weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen. Dit besluit hoeft, anders dan in de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure, niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden. De initiatiefnemer voegt het m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag.
7
1.5. Leeswijzer In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt aandacht besteed aan de criteria die zijn opgenomen in Bijlage III van de Europese richtlijn ‘betreffende milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten’. Dit zijn achtereenvolgens de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect. In de hoofdstuk 2 wordt getoetst aan de hoofdcriteria. In paragraaf 2.1 komen de kenmerken van het project aan de orde. In paragraaf 2.2 staat de plaats van het project centraal. Vervolgens worden in paragraaf 2.3 de kenmerken van het potentiële effect beschreven. Hoofdstuk 3 bevat ten slotte de conclusie van deze m.e.r.-beoordeling.
8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
2. Vormvrije m.e.r.-beoordeling 2.1. Kenmerken van het project 2.1.1. De omvang en locatie van het project Het plangebied is gelegen aan de Broerswetering 6-8 te Bunschoten-Spakenburg. Het is gelegen in het centrum van Bunschoten-Spakenburg. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2.100 m2.
9
Cumulatie m Het plan heeft betrekking op de bouw van 31 appartementen en de uitbreiding van de supermarkt. De huidige bebouwing op het terrein zal worden gesloopt. Bij de ontwikkeling wordt niet permanent gebruik gemaakt van natuurlijke hulpbronnen. Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies, zal er geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen. Cumulatie met andere projecten in de nabijheid van het plangebied is niet aan de orde. Er zijn ten tijde van deze notitie geen andere ontwikkelingen of ontwerpbestemmingsplannen in de omgeving, die de milieueffecten vanuit het plangebied beïnvloeden en omgekeerd.
Verontreiniging en hinder Ten aanzien van verontreiniging en hinder zijn de aspecten verkeer, geluid en luchtkwaliteit van belang. Door de realisatie van de woningen ter plaatse van gronden die momenteel bedrijfsmatig in gebruik zijn, neemt het aantal verkeersbewegingen toe. Dit kan leiden tot geluidhinder en verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarmee is er sprake van een potentieel effect. In paragraaf 2.3 wordt hier nader op ingegaan. Door de realisatie van woningbouw wordt het risico op ongevallen niet vergroot. Er is geen sprake van een potentieel effect. Indien er verontreinigingen in de bodem aanwezig zijn en ter plaatse langdurig personen verblijven, bestaat er een risico voor de menselijke gezondheid. In paragraaf 2.3 wordt onder meer nader ingegaan op het aspect bodem. Ook bedrijfsmatige activiteiten die plaatsvinden, kunnen op het gebied van geur, stof, geluid en gevaar hinder veroorzaken voor de omgeving en daarmee ook voor de menselijke gezondheid. De aspecten bedrijven en milieuzonering en externe veiligheid worden eveneens in paragraaf 2.3 nader beschreven.
2.2. Plaats van het project 2.2.1. Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Broerswetering 6-8 te Bunschoten-Spakenburg. Het plangebied ligt aan de westelijke rand van het centrum van Spakenburg. Het plangebied is omringd door verschillende winkels, kantoren en horeca met ten noorden van het plangebied een parkeerplaats ten behoeve van de bereikbaarheid van het centrum. Het plangebied heeft de enkelbestemming ‘Centrum’, ‘Gemengd – 1’ en ‘Verkeer – Verblijfsgebied’. Het betreft bedrijfsbebouwing (een supermarkt en een kantoorpand) en een steeg tussen beide gebouwen.
2.2.2. Rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen De locatie heeft geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen.
2.2.3. Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Gebiedsbescherming Het plangebied is niet gelegen in beschermd natuurgebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, Arkemheem en Eemmeer & Gooimeer zuidoever, ligt op circa 2 kilometer van de planlocatie (bijlagen 2
10
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
en 3 van ruimtelijke onderbouwing). Dit is op onderstaande afbeelding weergegeven. Daarmee zijn relevante nadelige milieugevolgen van het project op voorhand uit te sluiten.
Ecologie Uit de QuickScans is geconcludeerd dat er mogelijk een verblijfplaats van vleermuizen aanwezig is aan de Broerswetering 8. Er is om die treden een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de vleermuis. Het nader onderzoek naar vleermuizen is als bijlage 4 bijgevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing. Uit het nader onderzoek is geconcludeerd dat voorliggend initiatief niet resulteert in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Ook zal het initiatief door het nemen van maatregelen geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten. Er is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd met behulp van de AERIUS Calculator. Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. Het rapport, inclusief bijlagen, is opgenomen in bijlage 5 van de ruimtelijke onderbouwing. Negatieve effecten zijn uit te sluiten. Archeologie De gewenste ontwikkeling vindt plaats op gebied met een archeologische verwachting. Uit het verkennende onderzoek blijkt dat voor specifieke delen van het plangebied nader onderzoek noodzakelijk is. Ten behoeven van de praktische uitvoerbaarheid worden de aanvullende boringen na de sloop/ verwijderen van ondoordringbaar materiaal uitgevoerd. Het vervolg wordt in overleg met het bevoegd gezag uitgevoerd.
Rekening houdend met vervolgstappen tijdens de uitvoering, geven de
11
aspecten archeologie en cultuurhistorie verder geen belemmering voor de betreffende planontwikkeling. Cultuurhistorie In het plangebied en de directe omgeving zijn geen gebouwde cultuurhistorische elementen aanwezig.
2.3. Kenmerken van het potentiële effect Om te kunnen bepalen of er sprake is van potentiële aanzienlijke effecten moeten de aspecten uit de voorgaande paragrafen in het bijzonder in overweging worden genomen. Hierbij zijn de volgende aandachtpunten van belang: •
Het bereik van het effect;
•
De waarschijnlijkheid van het effect;
•
De duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect.
2.3.1. Verkeer Het plangebied wordt ontsloten door de Broerswetering. De verkeersbewegingen nemen met onderhavig initiatief toe met minimaal 427,9 en maximaal 783,9 mvt/etmaal. Gezien de ligging en de huidige verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied wordt aangenomen dat de verkeersafwikkeling van onderhavige ontwikkeling geen verkeerskundige belemmeringen vormt voor de directe omgeving.
2.3.2. Parkeren Auto parkeren Op basis van de Beleidsregel Parkeernormen van de gemeente Bunschoten kan inzicht worden verkregen in de nieuwe parkeersituatie. Voor een Discountsupermarkt geldt een minimale parkeernorm van 2,3 en een maximale parkeernorm van 4,3 parkeerplaatsen per 100m2 bvo. Voor voorliggend initiatief is gekozen om aan te sluiten bij een gemiddelde parkeernorm van 3,3 parkeerplaatsen per 100m2 bvo In bijlage 7 is een berekening van de parkeerbalans toegevoegd. Hierin wordt de gehanteerde parkeernorm onderbouwd. Voor de verschillende typen appartementen geldt een parkeernorm van 1,2, 1,4 of 1,7 per koopappartement (afhankelijk van het oppervlakte). Voor de locatie geldt dan een totale parkeervraag van 108 parkeerplaatsen. Hierbij is rekening gehouden met een pand van 2000 m² en 31 appartementen in het centrum in een matig stedelijk gebied. De parkeerplaats op het Visrokerplein en de nieuwe ondergrondse stallingsgarage bieden ruimte voor 115 parkeerplaatsen. Hiermee kan ruim aan de parkeerbehoefte worden voldaan.
Fiets parkeren
12
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
De norm voor het fiets parkeren is 2,5 fietsparkeerplaats per 100 m² bvo. Dat komt voor de supermarkt met een omvang van 2000 m² uit op 50 fietsparkeerplaatsen. Er zijn 52 fietsparkeerplaatsen aanwezig, daarmee voldoet het plan aan de gevraagde norm voor fiets parkeren. Doordat de parkeerplaatsen binnen het plangebied deels op eigen terrein gerealiseerd worden en deels in openbaar gebied, vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
2.3.3. Bodem Onderhavig initiatief betreft een wijziging naar detailhandel en wonen op een locatie die in gebruik is als kantoor. Ten aanzien van het initiatief zullen er graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. De planologisch geldende functie van het pand betreft een milieugevoelige functie, aangezien meerdere personen voor langere tijd in het pand aanwezig kunnen zijn. Op het plangebied is daarom een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 9 aan de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Tijdens het onderzoek zijn er bodemverontreinigingen met lood, zink en PAK aangetroffen. Verder is ter plaatste van één specifieke boring (boring 4 in verkennend bodemonderzoek bijlage 9 van de ruimtelijke onderbouwing) een bijmenging van metselpuin en hout aangetroffen, waardoor deze locatie als asbestverdacht is aangemerkt. De vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt een belemmering voor de voorgenomen herontwikkeling en de mogelijke aanvraag van een omgevingsvergunning. Hierbij wordt opgemerkt dat deze belemmering uitsluitend van toepassing is ter plaatse van de steeg tussen beide panden. In de andere boringen zijn zowel zintuiglijk als analytisch geen bevindingen naar voren gekomen om bodemverontreiniging te verwachten.
Op de specifieke locatie (boring 4 in verkennend bodemonderzoek bijlage 9) is nader onderzoek nodig naar de aard, mate, omvang en oorzaken van verhoogde gehalten. Het nader onderzoek zal bij de uitvoering van de werkzaamheden/sloop worden gedaan. Op basis van de conclusies uit dat onderzoek zal de bodemkwaliteit, wanneer nodig, geschikt gemaakt worden voor de gewenste planontwikkeling. Recentelijk is een nieuw verkennend- en aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 10 toegevoegd. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit ter plaatse van de Lidl afdoende vastgelegd en bestaan er, met uitzondering van de aangetoonde bodemverontreiniging aan de oostzijde van het pand, geen bezwaren voor de voorgenomen sloop, nieuwbouw en de aanleg van een parkeergarage. De aangetoonde bodemverontreiniging aan de oostzijde van het pand dient voorafgaand aan de nieuwbouw te worden gesaneerd. De sanering van de verontreiniging dient voor aanvang gemeld te zijn bij het bevoegd gezag. De verontreinigingen met gehalten > I waarde dient minimaal 4 weken voor aanvang, via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), een plan van aanpak te worden ingediend bij het bevoegd gezag, de Gemeente Bunschoten-Spakenburg.
Na de sloop van de supermarkt en sanering van de bodemverontreiniging zal middels een insitu AP04 partijkeuring, de definitieve afzetmogelijkheden van het vrijkomende zand, klei en veen te bepaalt worden. Op basis van de conclusies uit het verkennend bodemonderzoek zijn er voor de Broerswetering 6 en 8 afzonderlijke asbestinventarisaties gedaan. De rapporten zijn respectievelijk als bijlage 11 en 12 aan de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Uit de inventarisaties is naar voren gekomen dat in het pand
13
aan de Broerswetering 6 asbesthoudende materialen aanwezig zijn, maar er zijn aanwijzingen gevonden voor asbesthoudende materialen in verborgen gebouwdelen. Er is daarom geen aanvullend onderzoek nodig voor de Broerswetering 6. Bij de asbestinventarisatie van de Broerswetering 8 is er niet direct asbest waargenomen. Echter is de inspectie beperkt doordat er plekken niet goed bereikbaar waren. Als werkzaamheden uitgevoerd worden ter plaatse van deze beperkingen, dan is een aanvullende asbestinventarisatie nodig. De aanwezige asbesthoudende materialen zullen tevens, aan de hand van de asbestinventarisatierapporten, verwijderd worden. Naar aanleiding van de conclusies van het verkennende bodemonderzoek en de asbestinventarisaties is er een aanvullend bodemonderzoek en indicatief asbest in grondonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 13 bijgevoegd. Uit het onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden.
Aanvullend bodemonderzoek Geconcludeerd wordt dat in de steeg tot maximaal 3,0 m-mv bodemvreemde materialen worden aangetroffen. Tot deze diepte worden matig tot sterk verhoogde gehalten zware metalen en PAK aangetoond. De verontreiniging is hiermee in verticale richting afgeperkt. De verontreiniging is in horizontale richting nog niet in voldoende mate afgeperkt. Eveneens wordt geconcludeerd dat onder het pand ook sprake is van bodemvreemde materialen in de kleilaag. Ook hier is een sterk verhoogd gehalte lood aangetoond.
Asbest in grondonderzoek Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdachte locatie’ voor het asbest in grondonderzoek stand houdt. In het mengmonster (MM-A) van de boringen 101 tot en met 105 is asbest aangetoond. Het gehalte overschrijdt de grenswaarde voor nader asbest in grondonderzoek (50 mg/kg d.s.). Naar aanleiding van de aangetroffen analyseresultaten is een nader onderzoek noodzakelijk naar zowel de omvang van de bodemverontreiniging met zware metalen en PAK als het gehalte asbest in de bodem. Dit wordt gecombineerd met het in beeld brengen van de slootdemping/afvalhoudende laag en beide onderzoeken worden uitgevoerd na sloop van de panden en het omleggen van de NUTSvoorzieningen. Naar aanleiding van de conclusies van het verkennende bodemonderzoek en de asbestinventarisaties is er voor de Broerswetering 8 een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 10 in de ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Op basis van onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: •
Ter plaatse van de supermarkt (Broerswetering 8) is de milieukundige toestand van de bodem voldoende vastgesteld.
•
Er is momenteel geen noodzaak voor nader bodemonderzoek.
•
Maximaal is in de grond klasse industrie aangetroffen.
•
Nadat de bebouwing is verwijderd dient een insitu bodemonderzoek te worden uitgevoerd om de afvoermogelijkheden van de te ontgraven grond vast te kunnen stellen.
14
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
Uit de uitgevoerde onderzoeken blijkt geen redelijk vermoeden van ernstige bodemverontreiniging conform artikel 6.2c Wabo op het perceel. Vanwege de ontgraving ten behoeve van de parkeerkelder dienen aanwezige verontreinigingspots ontgraven te worden conform het saneringsregime uit de Omgevingswet.
2.3.4. Natuur Soortenbescherming Om in te schatten of er binnen het plangebied beschermde planten- en diersoorten aanwezig of te verwachten zijn, is voor zowel de Broerswetering 6 als Broerswetering 8 een QuickScan Wet Natuurbescherming uitgevoerd. Tevens is beoordeeld of de voorgenomen ingreep invloed kan hebben op gebieden die een beleidsmatige bescherming genieten of deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De QuickScans zijn respectievelijk als bijlage 2 en 3 bij de ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Uit de QuickScans is geconcludeerd dat er mogelijk een verblijfplaats van vleermuizen aanwezig is aan de Broerswetering 8. Er is om die treden een nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de vleermuis. Het nader onderzoek naar vleermuizen is als bijlage 4 bijgevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing. Uit het nader onderzoek is geconcludeerd dat voorliggend initiatief niet resulteert in het opheffen van vaste rust- en verblijfplaatsen. Ook zal het initiatief door het nemen van maatregelen geen wezenlijke invloed hebben op de gunstige instandhouding van beschermde soorten. Gebiedsbescherming De locatie ligt op voldoende afstand van Natuurnetwerk Nederland om uit te sluiten dat er negatieve effecten optreden. Een mogelijke uitzondering daarop is grensoverschrijdende stikstofdepositie.
Daarom is stikstofdepositieberekening uitgevoerd met de AERIUS-calculator (bijlage 5 van ruimtelijke onderbouwing). Hieruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling niet leidt tot een stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar.
2.3.5. Bedrijven en milieuzonering Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe functie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De omgeving van het plangebied kan gekarakteriseerd worden als gemengd, gelet op de functiemenging van wonen, bedrijven en andere centrumfuncties. Woonappartementen worden in het kader van bedrijven en milieuzonering gezien als een gevoelige functie. In de directe nabijheid liggen milieubelastende bestemmingen:
Detailhandel op de begane grond Direct onder de appartementen van de eerste en tweede verdieping wordt een uitgebreide supermarkt gerealiseerd. De supermarkt heeft milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. Er wordt aan de richtafstand voldaan.
Bedrijfsbestemmingen ten oosten van het plangebied
15
Aan de oostzijde van het plangebied bevinden zich een slager, opticien, kledingwinkel, schoenenzaak en horecagelegenheden. Deze functies hebben allen milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 met in gemengd gebied. Er wordt aan de richtafstand voldaan. Andersom wordt er een potentieel overlast gevende functie uitgebreid, namelijk de supermarkt. Zoals eerder gezien heeft de supermarkt milieucategorie 1 met een richtafstand van 0 meter in gemengd gebied. De milieugevoelige functies in de buurt liggen op voldoende afstand. Gelet op het voorgaande vormen de milieubelastende functies vanuit het oogpunt van milieuzonering geen belemmering voor de in dit plan besloten ruimtelijke ontwikkeling. Andersom leidt bouw van de woningen niet tot milieutechnische problemen voor de omliggende milieugevoelige functies. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is te achten met een goede ruimtelijke ordening.
2.3.6. Externe veiligheid Met de ontwikkeling wordt geen Bevi-inrichting gerealiseerd. Zware ongevallen of rampen zijn door de ontwikkeling niet te verwachten. Conform de risicokaart zijn in de omgeving geen risicovolle inrichtingen aanwezig. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van het transport van gevaarlijke stoffen over wegen. Ook zijn er geen buisleidingen aanwezig met gevaarlijke stoffen. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid zijn er geen significante negatieve effecten te verwachten.
16
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
Figuur X. Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: Atlas Leefomgeving))
2.3.7. Geluid De locatie is niet gelegen binnen de geluidzone van wegverkeer of van een industrieterrein. Wel liggen nabij de nieuwe woningen enkele 30 km/uur-wegen. Ondanks het feit dat er geen sprake is van een geluidzone langs deze wegen, is er onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting. Het onderzoeksrapport is in bijlage 13 bijgevoegd. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting op de nieuwe woningen vanwege het verkeer op: •
bijna alle 30 km/uur-wegen, lager zal zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen;
•
de Broerswetering en de De Savornin Lohmanstraat hoger zijn dan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder, maar lager dan de maximale ontheffing, zoals deze geldt voor gezoneerde wegen.
Op basis van het voorgaande wordt gesteld dat de geluidbelasting vanwege het verkeer op de 30 kmwegen aanvaardbaar is. Omdat 30 km/uur-wegen volgens de Wet geluidhinder niet gezoneerd zijn, kan (en hoeft) voor de geluidbelasting van de Broerswetering en de De Savornin Lohmanstraat geen hogere waarde te worden verleend.
17
Gezien de hoogte van de geluidbelastingen vanwege de Broerswetering en de De Savornin Lohmanstraat, is het vanuit het gemeentelijk geluidbeleid noodzakelijk om ook voor 30 km/uur wegen te toetsen aan de wettelijke eisen voor het binnenniveau, te weten 33 dB. Om de geluidwering van de gevels te beschouwen moet worden uitgaan van de totale gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante wegen. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt maximaal 59 dB.
Geluidemissie supermarkt Bovenop het onderzoek in bijlage 13 is er een onderzoek uitgevoerd naar de geluidemissie van de uitgebreide supermarkt in de gewenste situatie. Het onderzoeksrapport van dit onderzoek is als bijlage 14 toegevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat er niet aan alle richtwaarden wordt voldaan. Het blijkt niet mogelijk en/of wenselijk om in deze situatie maatregelen te treffen om de geluidemissie vanwege het laden en lossen van de vrachtwagens en de indirecte hinder vanwege de af- en aanrijdende personenwagens te reduceren. In de omgevingsvisie van de gemeente Bunschoten opgenomen bij het ontwikkelen van locaties de gemeente duurzame keuzes wil maken en integraal wil werken. Dat betekent dat niet alles kan. In zijn algemeen is het uitgangspunt van de gemeente dat de milieukwaliteit op en als gevolg van een ontwikkeling niet mag verslechteren, behoudens tijdelijke uitzonderingen. Hierbij wordt opgemerkt dat bij de nieuwe woningen in de nieuwe en bestaande situatie sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. In de huidige situatie is een bestaande supermarkt en bank aanwezig. In de nieuwe situatie gaat het om een uitbreiding van de bestaande supermarkt, waarmee de bank komt te vervallen. In deze situatie gaat om een uitbreiding van de bestaande supermarkt. De twee panden van de huidige supermarkt en de huidige bank worden samengevoegd.
De activiteiten (o.a. laden/lossen) voor de bedrijfsvoering van de supermarkt zijn op een drukke maatgevende dag (inclusief koopavond) gelijk aan die in de huidige situatie. Voor de uitbreiding van de supermarkt neemt het aantal parkeerplaatsen slechts zeer beperkt toe in de nieuwe situatie (zie ook paragraaf 4.3 en bijlage 7). Met andere woorden, door de uitbreiding van de bestaande supermarkt zal het woon- en leefklimaat bij de bestaande woningen niet significant veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Dit is in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Bunschoten dat de milieukwaliteit als gevolg van de ontwikkeling niet mag verslechteren. Om de supermarkt te kunnen realiseren wordt de gemeente Bunschoten-Spakenburg verzocht om de volgende maatwerkvoorschriften op te stellen: • 54 dB(A) in de dagperiode vanwege de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus; • 56 dB(A) etmaalwaarde van de indirecte hinder vanwege het verkeer op de De Savornin Lohmanstraat. 4.6.3 Conclusie Vanuit de Wet geluidhinder bestaan er geen beperkingen tegen onderhavige planontwikkeling. Het woon- en leefklimaat bij de bestaande woningen zal niet significant veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Dit is in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Bunschoten. Om de uitbreiding
18
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
van de supermarkt te kunnen realiseren, zal de gemeente voor de geluidemissie van de uitgebreide supermarkt maatwerkvoorschriften moeten opstellen. De geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen zal ten gevolge van het wegverkeer op de 30 km-wegen aanvaardbaar zijn. Gezien de hoogte van de geluidbelastingen is het vanuit het gemeentelijk geluidbeleid noodzakelijk om ook voor 30 km/uur wegen te toetsen aan de wettelijke eisen voor het binnenniveau, te weten 33 dB. Bij de bepaling van de geluidwering van de gevels moet uitgegaan worden van de totale gecumuleerde geluidbelasting vanwege alle relevante wegen. Ook ten gevolge van het geluid van de supermarkt, is het mogelijk om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Zo beschikken alle nieuwe woningen over een eigen privé buitenruime en kunnen de bewoners gebruik maken van de gezamenlijke geluidluwe buitenruimte. Ook zijn de slaapkamers van de nieuwe woningen nabij de laad- losvoorziening gesitueerd aan de geluidluwe achterzijde. Bij de bestaande woning aan de Broerswetering 4 zal het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau aan de voorzijde toenemen tot maximaal 52 dB(A). Dit vanwege de nieuwe laad- en losvoorziening. Deze woning heeft geen buitenruimte aan de zijde van de laad- en losvoorziening. De achterzijde van de bestaande woning is geluidluw.
Normaliter wordt met standaard bouwmaterialen (dubbele beglazing, normale ventilatie voorzieningen die voldoet aan een geluideis van Rq;a ≥ 0 dB) voldaan aan de minimale geluidwering van de gevels van 20 dB(A), waardoor er binnen de bestaande woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Op basis van het voorgaande wordt gesteld dat ter plaatse van de nieuwe woningen sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat.
2.3.8. Lucht Uit onderzoek naar de luchtkwaliteit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Daarnaast is luchtkwaliteit ter plaatse goed genoeg voor een goed woonen leefklimaat op de planlocatie.
2.3.9. Water Tijdens planvormingsfase is er digitaal advies gevraagd bij het waterschap Vallei & Veluwe. Van hieruit is er overleg geweest tussen de initiatiefnemer en het waterschap. Naast een aantal algemene adviezen geeft het waterschap aan dat ‘waterkeringen’ en ‘grondwaterhydrologie’ van specifiek belang zijn voor voorliggend initiatief:
Waterkering beschermingszone B: De ontwikkeling is voor een deel gesitueerd in een beschermingszone B van de waterkering van Bunschoten. De ontwikkeling zoals hij nu voorligt heeft geen invloed op de stabiliteit van de waterkering.
Grondwaterneutraal: Het waterschap ziet risico’s als het gaat om de aanleg van de parkeergarage onder het grondwaterniveau. Relevant is de beleidsregel van het waterschap, 7.1.1 Duurzaam en doelmatig gebruik grondwater. Permanente onttrekkingen van het grondwater voor het drooghouden van gebouwen is niet toegestaan. Waterdicht bouwen heeft de voorkeur. Hierbij is het relevant dat het
19
object bij voorkeur niet in een lokale grondwaterstroming geplaatst wordt, vanwege mogelijke negatieve effecten op de omgeving, die als gevolg van een volledige of gedeeltelijke blokkade door het bouwwerk kunnen optreden. Om de te verwachte effecten en risico’s van de ondergrondse parkeergarage te onderzoeken is er een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is in bijlage 15 toegevoegd. Na de realisatie van de parkeerkelder in de ondergrond vormt deze een, in principe, extra obstakel voor de afstroming van het grondwater. Vanwege de ontwateringsdiepte wordt verwacht dat de voorgenomen uitbreiding geen negatieve invloed heeft op eventuele grondwateroverlast. De berekende verandering van grondwaterstanden is relatief beperkt. Vanuit waterhuishoudkundige overwegingen worden er geen bezwaren verwacht tegen onderhavig initiatief.
2.3.10. Kabels en leidingen Uit de toelichting en verbeelding van bestemmingsplan ‘Spakenburg-Centrum’’ is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Bij eventuele graafwerkzaamheden zal een klic-melding uitgevoerd worden aangezien er wel overige nutsvoorzieningen zich binnen het plangebied bevinden
2.4. Cumulatieve effecten Met de ontwikkeling is geen sprake van cumulatie van belangrijke nadelige effecten met overige in de omgeving milieubelastende activiteiten/projecten.
20
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg
3.
Conclusie
Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling van het realiseren 31 appartementen en uitbreiding van de supermarkt met bijbehorende voorzieningen nabij de Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (en de omgeving) zal hebben. Er zijn geen essentiële milieueffecten, die door middel van een milieueffectrapport nader onderzocht moeten worden. Voor de verschillende milieueffecten kan op basis van beschikbare onderzoeken behorende bij het bestemmingsplan beoordeeld worden of er sprake is van potentiële effecten. Er is derhalve geen m.e.r.procedure noodzakelijk.
21
22
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. – Broerswetering 6-8 in Bunschoten-Spakenburg