Memo commissie Ruimte - regels toeristische verhuur toevoegen aan de Huisvestingsverordening (1204769)
Tekst van het document
Memo Aan:
commissie Ruimte
cc:
wethouders Huig van Barneveld (wonen), Rick Beukers (economie) en Peter van Asselt (toerisme)
c.c.
Dennis van der Heijden, Annelies Schaap, Patrick de Bourgraaf
Van:
Hans van Tellegen
Datum: 3-12-2021 Betreft: regels toeristische verhuur toevoegen aan de huisvestingsverordening en opkoopbescherming zonder meer invoeren
Geachte commissie, In uw commissie Ruimte van 1 december 2021 is behandeld het raadsvoorstel getiteld “Huisvestingsverordening Bunschoten 2022-2025”. Punt 1: In de commissie is onder meer de suggestie gedaan om laatste recente aanpassing van het model Huisvestingsverordening van de VNG (regulering toeristische verhuur in woonruimten) zonder meer te verwerken in onze nieuwe Huisvestingsverordening. Punt 2: Daarnaast is de opmerking gemaakt om de opkoopbescherming (nieuwe wettelijke mogelijkheid per 1-1-2022: het college doet voorstel om dit te onderzoeken) ook meteen te verwerken in de Huisvestingsverordening, nu drie partijen de opkoopbescherming wel zien zitten. Een onderzoek zou dan achterwege kunnen blijven lijkt hiermee te worden gesuggereerd. Hieronder een reactie op deze twee stellingen. Toeristische verhuur van woonruimte Op 1 januari 2021 is de Wet toeristische verhuur van woonruimte in werking getreden. Deze wet heeft de Huisvestingswet 2014 gewijzigd in verband met de aanpak van ongewenste neveneffecten van toeristische verhuur van woonruimte en de aanpak van woonoverlast. Gemeenten hebben hiermee de bevoegdheid om door middel van de Huisvestingsverordening een registratie-, melden/of vergunningplicht of ontheffingsplicht in te stellen om toeristische verhuur van woonruimte te reguleren en te controleren.
Het is daarbij raadzaam de belastingafdeling van de gemeente ook in te lichten over de wijzigingen. Aangepaste VNG Model Huisvestingsverordening De VNG heeft de Model Huisvestingsverordening, zoals laatstelijk gewijzigd in april 2021, aangepast. In hoofdstuk 3, paragraaf 3.1 (onttrekking aan de woonruimte voorraad enz.) en 3.2 (splitsing van woonruimte), is het mogelijk om naast of in plaats van een vergunningenstelsel een ontheffingenstelsel in te voeren. Ook is het mogelijk om van sommige verboden algemene vrijstellingen te verlenen. Daarnaast is een facultatief hoofdstuk 3A toegevoegd ter regulering van toeristische verhuur van woonruimte, waarin ook kan gebruik worden gemaakt van de figuren ontheffing en vrijstelling.
Reactie college Dit nieuwe beleid is vooral ingegeven door grotere gemeenten die veel last hebben van digitale verhuurplatforms, die vraag en aanbod op eenvoudige wijze bij elkaar brengen. Daarbij is de toeristische verhuur van woonruimten in de grotere gemeenten (bv. Amsterdam) fors toegenomen. Het college is van mening dat we alleen beleid moeten formuleren als hiertoe aanleiding is. Op dit moment bestaat niet het beeld dat deze maatregelen voor onze gemeente nodig zijn. Ook moeten we ervoor waken dat we de ondernemers in onze gemeente in de toeristische sector niet wegjagen en/of het onmogelijk maken om het toerisme te bevorderen in onze mooie gemeente. Daarnaast willen we ook niet het risico lopen dat we de mogelijkheid om arbeidsmigranten te huisvesten onbedoeld te veel beperken (*). Verder kost de maatregel ambtelijke capaciteit qua vergunningverlening en handhaving. Deze ambtelijke capaciteit (die krap is) zetten we liever in op zaken die meer urgent zijn. Tenslotte is in de opzet van de nieuwe Huisvestingsverordening het onderdeel vergunningverlening juist geminimaliseerd voor sociale huurwoningen. Als we daar een uitgebreid en streng regime voor andere woningen tegenoverzetten, dan vereist dit een uitgebreide herbeoordeling hoe onze verordening moet worden opgezet.
Daarnaast moeten er ook nog specifieke keuzes worden gemaakt blijkt uit de nieuwsbrief van VNG over dit onderwerp. In ieder geval kan deze maatregel niet zonder meer worden doorgevoerd in de nieuwe verordening die voorligt in de raad van 16 december 2021. (*) = Arbeidsmigranten zijn hard nodig voor onze lokale economie. Uit een recent onderzoek blijkt dat we voornamelijk arbeidsmigranten huisvesten, die ook werken in onze gemeente. Voor arbeidsmigranten zijn we juist bezig met het huisvesten van short stayers in centrale locaties dicht bij het werk en met begeleiding. Ook zijn er voor long-stayers afspraken gemaakt met arbeidsbureau ’s om zich te laten inschrijven in de basisregistratie personen en handhavingsregels om over-bewoning (basisregel: niet meer dan 4 personen per woning) te voorkomen.
Advies 1. Voer deze maatregel “regulering toeristische verhuur in woonruimten via de Huisvestingsverordening” niet in. Mocht u er toch nog prijs op stellen dat er een nader onderzoek komt over dit onderwerp, dan kan het college dit separaat aan het onderzoek van de opkoopregeling in de eerste helft van 2022 verder uitzoeken en uitwerken. 2. Daarnaast dient de opkoopbescherming voor bepaalde categorieën bestaande goedkope en middeldure woningen voor afzonderlijke wijken c.q. buurten feitelijk te worden onderbouwd. De gemeente start hiertoe een onderzoek met regiogemeenten en het Kadaster. De uitgangspunten voor dit onderzoek worden momenteel nog nader uitgewerkt en afgestemd. Het zonder meer doorvoeren van een opkoopbescherming in de Huisvestingsverordening is juridisch aanvechtbaar en zal geen standhouden. Het college adviseert u dan ook eerst de resultaten van het onderzoek af te wachten.