CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Leidraad Participatie voor ontwikkelen en bouwen.pdf

Commissie Ruimte 7 september 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1171464 - Participatiebeleid1.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

LEIDRAAD PARTICIPATIE

voor ontwikkelen en bouwen

PARTICIPATIE Werk je aan een initiatief en heb je één of meer vergunningen nodig? Dan kan dit invloed hebben op de mensen en bedrijven in de omgeving. Daarom vinden zij het fijn om vroeg van het plan te horen en niet in de krant te lezen wat de plannen zijn voor hun buurt.

DRAAGVLAK Door participatie zorg je ervoor dat alle belangen, meningen, kennis en creativiteit direct op tafel komen. Door bezwaren, maar juist ook goede ideeën met elkaar te bespreken, kun je het initiatief beter maken en is er meer kans op draagvlak.

Omdat zij de omgeving kennen, kunnen ze vaak waardevolle inbreng leveren. Ook het betrekken van toekomstige bewoners, bezoekers of experts kan zinvol zijn voor jouw initiatief. Een goed initiatief vraagt dus om afstemming en samenwerking met inwoners, ondernemers, overheid en andere organisaties. Dat is goed voor de relatie met de omgeving en kan formele bezwaren voorkomen. Dit noemen we participatie.

Bunschoten vindt het heel belangrijk om de omgeving zo vroeg als mogelijk te betrekken bij ontwikkelingen en vraagt dat ook aan initiatiefnemers. Het college van de gemeente Bunschoten heeft vertrouwen in de kennis en kunde die in de samenleving aanwezig is en wil daar optimaal gebruik van maken. Deze leidraad is een hulpmiddel hiervoor.

PARTICIPATIE EN DE VERGUNNINGAANVRAAG De gemeente vraagt je om de omgeving te betrekken en adviseert je hoe je dit kan aanpakken. PARTICIPATIEPLAN Om de participatie goed te organiseren, vragen we je om vooraf een participatieplan op te stellen. De intensiteit en manier van participatie stem je af op de impact (de gevolgen) dat jouw initiatief op de omgeving kan hebben. Over het algemeen geldt: hoe groter en veelomvattender het initiatief, hoe belangrijker participatie is. Daarnaast spelen ook factoren als politieke gevoeligheid en de te verwachten overlast een rol.

NIVEAUS VAN PARTICIPATIE

HULPMIDDELEN EN TIPS We kennen verschillende niveaus van participatie. Om het niveau van participatie te bepalen, maak je gebruik van de hulpmiddelen en tips op onze website. Hier vind je een overzicht van ingrediënten van een participatieplan. Dit wordt verder toegelicht in deze leidraad. Op de website beantwoord je deze vragen: 1. In welke categorie past het initiatief? 2. Heeft het initiatief een positieve invloed op de samenleving? 3. Krijgt het initiatief (naar verwachting) veel aandacht in politiek en/of (negatieve) aandacht in de (sociale) media? 4. Geeft het initiatief hinder of overlast voor een ander, waardoor er weerstand ontstaat voor de omgeving, tijdens of na de realisatie?

Vervolgens geeft de website aan welk participatielevel je initiatief nodig heeft. Dit helpt om te bepalen hoe uitgebreid je participatieplan moet worden.

VOORBEELDEN VAN PARTICIPATIE NIVEAU 1 Brief Buurt WhatsApp-groep Persoonlijke gesprekken NIVEAU 2 Enquête Informatieavond Website of -pagina NIVEAU 3 Meedenkavond Brainstormsessie Bewonersplatform

INGREDIËNTEN PLAN De gemeente kan je vragen om een participatieplan op te stellen.

INGREDIËNTEN 1. Uitslag scan 2. Wie betrek je erbij? 3. Waar gaat de participatie over? 4. Hoe ga je het organiseren? 5. Planning

Hierin neem je de uitslag op van de (Think) participatiescan. Je beschrijft onder meer wie je gaat betrekken en waar de participatie over gaat. Wees op voorhand al duidelijk. Waar is ruimte om input te geven en waar niet? Ook omschrijf je de manier waarop je de participatie gaat organiseren en neem je een planning voor de participatie op.

BEOORDELEN VAN DE PARTICIPATIE Wanneer je een omgevingsvergunning aanvraagt, weegt de gemeente ook de participatie mee, rekening houdend met de omvang van je initiatief. De gemeente kijkt naar: 1. Wie heb je betrokken? 2. Hoe heb je hen betrokken? 3. Wat heb je gedaan met de resultaten van de participatie? In de volgende hoofdstukken gaan we hier verder op in.

1. WIE HEB JE BETROKKEN? Geef aan wie betrokken is. Denk bijvoorbeeld aan (toekomstige) buurtbewoners, omwonenden, bezoekers en weggebruikers. Of aan partijen die vanuit een bepaalde positie een rol spelen, zoals belangengroepen, pers en andere belanghebbenden. Hierbij kun je ook denken aan partijen die kennis leveren of betrokken zijn bij de uitvoering van het initiatief.

Het is belangrijk dat je de mensen kent die participeren. En denk ook hieraan: • Spreken zij namens zichzelf, of vertegenwoordigen ze een groep? Bijvoorbeeld een belangengroep, een buurt of straat. Weet ook hoe zij zelf onderling de afstemming hebben geregeld. • Stem de manier van communiceren en de werkvorm af op je participanten. Zo loopt het proces prettig en soepel. • Maak gebruik van informatie die er al is. • Houd presentielijsten en verslagen bij.

2. HOE ZIJN DE PARTICIPANTEN BETROKKEN? Maak aan de participanten duidelijk wat jouw rol is als initiatiefnemer en wat de rol is van de gemeente en participanten zelf. Denk bijvoorbeeld aan: beslissen, regisseren, sturen, kaders stellen, toetsen en organiseren. Bepaal de rollen van de andere participanten en zorg dat je het daarover met elkaar eens bent. Soms volstaat het als je participanten informeert. Anderen kunnen vanuit hun rol meedenken en concrete inbreng leveren. Tot slot zijn er altijd belanghebbenden die je nodig hebt om je initiatief mogelijk te maken. Zij hebben in meer of mindere mate een beslissende stem. De gemeente is hiervan een voorbeeld.

KADERS Maak duidelijk wat het doel is van je initiatief. Geef aan wat de kaders zijn, wat er al vast ligt en waarover overleg mogelijk is. Vaak ligt bijvoorbeeld het budget al vast, zijn er al eerder besluiten genomen, of is er simpelweg regelgeving waar je rekening mee moet houden. Licht toe over welke onderwerpen de participanten wel kunnen meepraten en over de speelruimte per onderwerp. COMMUNICEER • Blijf communiceren tijdens het proces. Doe dat open, eerlijk en transparant. Dus niet alleen voorafgaand aan de vergunningaanvraag, maar ook tijdens de uitvoering van je initiatief.

• •

Leg informatie vast en deel het met de deelnemers. Evalueer tijdens het proces en leg ook de evaluaties vast.

MAAK HET MAKKELIJK EN LEUK • Overleg met de belanghebbenden op de locatie waar het initiatief straks komt. • Werk met beelden: het is makkelijker meedoen als je weet hoe het eruit ziet. • Als je te maken hebt met veel participanten en veel belangen, laat het participatieproces dan begeleiden door een ervaren procesbegeleider. • Of laat bijeenkomsten begeleiden door een geoefend gespreksleider, als je dat zelf lastig vindt.

3. WAT HEB JE GEDAAN MET DE RESULTATEN? Leg de resultaten van de participatie vast en deel de resultaten van de participatie met alle belanghebbenden. Geef een inschatting of er sprake is van groot draagvlak, beperkt draagvlak of geen draagvlak voor je initiatief. Vervolgens geef je aan wat je gedaan hebt met de resultaten van de participatie. Heeft de participatie bijvoorbeeld geleid tot aanpassing van het initiatief? ADVIES Heb je advies nodig? De medewerkers van het team Omgevingsontwikkeling adviseren je graag over de mate van participatie dat past bij je initiatief.

AFWEGING Uiteindelijk wordt het participatieplan meegenomen in de afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning.

COLOFON Deze leidraad is geïnspireerd op de participatiemethodiek THINK!, die is ontwikkeld door het ministerie van BZK, VPNG en de gemeente Kampen. BEREIKBAARHEID Gemeente Bunschoten Stadsspui 1 3752 CL Bunschoten-Spakenburg

06 22 27 18 29 033 - 299 14 11 www.bunschoten.nl

/gembunschoten @gembunschoten @gembunschoten

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11747522/1