Jaarverslag 2022 en uitvoeringsprogramma 2023 VRU.pdf
Tekst van het document
Jaarplan 2023 Bunschoten (definitief) Inleiding Elk jaar ontvangt u van ons een concept-jaarplan, met daarin een overzicht van de activiteiten die we vanuit Risicobeheersing voor uw gemeente willen gaan uitvoeren. In het jaarplan is rekening gehouden met de voor de gemeente beschikbare capaciteit (naar rato gemeentefondsbijdrage VRU) en de in de gemeente aanwezige risico’s om daarmee een zo groot mogelijke bijdrage te leveren aan de veiligheid. In overleg met de gemeente wordt gekeken of in het jaarplan andere accenten moeten worden gelegd, bijvoorbeeld omdat de gemeente andere risico’s ziet, of dat de gemeente -in opdracht van de Raad- andere prioriteiten of ambities heeft. Dit leidt uiteindelijk tot een jaarplan per gemeente, waarop ook de rapportage wordt ingericht. Het jaarplan bestaat uit 3 gemeentespecifieke onderdelen: Advies, Toezicht en (Brand)Veilig Leven. Daarnaast zijn er activiteiten die we voor de hele VRU doen (algemeen). Hieronder volgt per onderdeel een toelichting op de producten. In de bijlage(n) staat dit cijfermatig weergegeven, incl. de beschikbare capaciteit.
Gemeentefondssystematiek De bijdrage van de gemeente aan de VRU-begroting in 2023 1,28% van de totale bijdrage gemeentelijk basistakenpakket (zie bijlage 1 van de Begroting 2023, geactualiseerde begroting 2022). Van de totale productieve capaciteit bij Risicobeheersing (ruim 140.000 uur) is daarmee 1.800 uur voor uw gemeente beschikbaar. Deels voor activiteiten die niet specifiek aan één gemeente zijn toe te rekenen (totaal benodigde uren worden verdeeld over de gemeente ‘naar rato’ gemeentefonds). De in dit jaarplan opgenomen (productie)afspraken kunnen we realiseren met de u toegewezen capaciteit. Indien er sprake is van een op handen zijnde overschrijding van de benodigde capaciteit dan nemen we direct contact met u op. Dat kan enerzijds leiden tot het opnieuw prioriteren van het werk, anderzijds tot het in rekening brengen van extra uren. Dit alles vanzelfsprekend in overleg met u.
Kwaliteit De werkzaamheden die de VRU uitvoert, vragen om een goede afstemming en samenwerking met de gemeente. De gemeente is veelal ‘bevoegd gezag’. Daarom wordt vastgelegd wat het niveau van de werkzaamheden of de producten is, en welke termijnen eraan gekoppeld worden. In deze beschrijving zijn de werkzaamheden en taken ten aanzien van advisering, toezicht en (Brand)Veilig Leven opgenomen. De adviseurs en toezichthouders van de VRU geven vakkundig advies en voeren vakkundig toezicht uit ten aanzien van brandveiligheid van bouwwerken, bij evenementen en ten aanzien van omgevingsveiligheid, op bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch gebied. De medewerkers (Brand)Veilig Leven ontwikkelen campagnes en voorlichtingsmiddelen en geven op vakkundige wijze voorlichting aan verschillende doelgroepen ten behoeve van het stimuleren van het (brand)risicobewustzijn en brandveilige gedrag van alle inwoners met betrekking tot hun directe leef- en werkomgeving. De VRU verstaat onder vakkundigheid, dat de medewerkers van Risicobeheersing gezien worden als experts in brandveiligheid en dat zij met een integrale blik en risicogericht met alle partners samen kunnen werken. In de werkzaamheden staat het verzamelen van informatie, het vormen van een oordeel over deze informatie en interveniëren op (brand)onveilig gedrag centraal.
Dit zijn de bouwstenen van de verschillende werkprocessen en werkinstructies. De werkprocessen en werkinstructies zijn allemaal beschreven. De VRU werkt met het workflowsysteem van InProces (Squit 2020 suite).
Pagina
1
Omgevingswet De ontwikkelingen met betrekking tot de Omgevingswet en de veranderingen in de maatschappij vragen een andere manier van werken, handelen, denken en communiceren. Dit betekent ook een verschuiving in de werkzaamheden door ondersteuning bij het opstellen van Omgevingsvisies en –plannen en bijvoorbeeld uitgebreider vooroverleg, de zogenaamde Omgevingstafels, bij complexe aanvragen die naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen. Maatregelen die genomen moeten worden om risico’s te voorkomen of te beperken en (brand)veiligheid te vergroten, zijn niet alleen gebaseerd op de regelgeving (“waar moet aan voldaan worden”), maar vooral op het beperken van de risico’s (“hoe bereik je een zo veilig mogelijke situatie”). Ook worden de inwoners steeds meer gemotiveerd om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor de veiligheid in hun gebouw en bij evenementen. Meer aandacht voor plannen van aanpak, keurmerken en certificaten. Samenwerken vanuit netwerken en uitgaan van vertrouwen zijn daarbij de sleutelwoorden.
Risicobeheersingsbrede activiteiten We zorgen ervoor dat ééns in de 4 jaar het Regionaal Risicoprofiel (RRP) kan worden vastgesteld door het bestuur. Het RRP wordt begin 2023 vastgesteld en is de basis van het VRU-beleidsplan. Hiertoe houden we het overzicht van de risico-objecten en de ontwikkeling van risico’s in ons verzorgingsgebied. We werken aan een informatiestrategie die moet bijdragen aan het slim gebruiken en verrijken van eigen data en die van onze partners. We bieden inzicht in de kwetsbare en vitale objecten, nu nog beperkt tot de thema’s externe veiligheid, zorg en cultuur. We houden zicht op ontwikkelingen in onze omgeving, omdat nieuwe technieken nieuwe risico’s met zich meebrengen, waarvoor de beschikbare wettelijke kaders onvoldoende houvast geven. Dit geldt met name voor de gevolgen van de energietransitie en klimaatadaptatie, maar ook de invloed van cyber-ontwikkelingen bieden de maatschappij zowel kansen als nieuwe risico’s. Hiertoe analyseren we trends en zetten we in op de ondersteuning van gemeenten om beleidskeuzes te maken die bijdragen aan het vergroten van de veiligheid. De input verkregen uit dit proces wordt ingezet om advies-,toezichts- en voorlichtingsactiviteiten nog meer risicogericht in te zetten. In de gehele keten van risicobeheersing worden hiertoe keuzes gemaakt en accenten gelegd in de uitvoering van taken.
Relevante risico’s gemeente Bunschoten
Overstroming, met de gevolgen ervan, is momenteel het meest relevante risico in de gemeente Bunschoten. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is van toepassing op meerdere bedrijven waaronder LPG tankstations, ammoniak koeling, en een bedrijf met een PGS15 opslag. De bedrijven zijn gevestigd op terreinen aan de randen van Bunschoten. Daarnaast is er een gas reduceer- en distributie station.
Advies De VRU geeft advies aan de gemeente op het gebied van (brand)veiligheid op basis van de artikelen 10 en 25 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr), zoals vastgelegd in het Beleidsplan VRU 2020 – 2023. Daarnaast handelt zij meldingen van brandveilig gebruik af. Advies wordt gegeven op verzoek van de gemeente. De gemeente geeft aan voor welke zaken zij advies wil hebben. Daarnaast kan de VRU ook ongevraagd advies geven. In alle gevallen betreft het een advies en is het aan de gemeente om wel of geen gevolg te geven aan het advies. Ook bij een melding brandveilig gebruik kan een (aanvullend) advies gegeven worden. Wet- en regelgeving waarop getoetst wordt De VRU toetst aan de hand van de regelgeving met betrekking tot brandveiligheid van het Bouwbesluit 2012, de Regeling Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Voor een beoordeling maakt de VRU verder gebruik van het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties en de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Voor evenementen wordt getoetst aan het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsten (Bgbop) en aan het bouwbesluit 2012 indien bouwsels bij een evenement daaronder vallen.
Pagina
2
Daarnaast levert de VRU in het kader van risicogericht adviseren, waar mogelijk, een aanvullend advies om risico’s verder te beperken. Dit doen we door te bezien welke impact de Waboactiviteit op de omgeving heeft (en vv). Belangrijk is dat deze nieuwe/veranderde activiteit niet leidt tot extra benodigde (repressieve) maatregelen. Raming 2023 Voor de raming van de aantallen 2023 baseren we ons op de gerealiseerde aantallen van de afgelopen jaren, en de eventueel door uw gemeente aangeleverde verwachting. Het is nog niet zeker of de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in juli 2023 van kracht wordt. De verwachting is dat met de invoering van de eerste tranche (bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1) de gevolgen voor de werkzaamheden van de VRU beperkt blijven. Werkzaamheden Op basis van Wet veiligheidsregio’s (artikel 10c) adviseert de VRU het college van B&W met betrekking tot de brandweerzorg (1.het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt en 2.het beperken en bestrijden van gevaar voor mensen en dieren bij ongevallen anders dan bij brand) en geeft de VRU advies ter voorkoming van onveiligheid. Onderstaand zijn de adviestaken van de VRU uit het basistakenpakket beschreven, zoals vastgelegd in het beleidsplan van de VRU.
De VRU zorgt dat de voortgang van behandeling van een advies door de gemeente te monitoren is middels het toesturen van een wekelijks overzicht over lopende adviesaanvragen en meldingen en de betrokken casemanager. Advies in relatie tot de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 1. Het adviseren van het bevoegd gezag Wabo over de (brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsactiviteit bouw voor 2023 is uitgegaan van het gemiddelde van de gerealiseerde aantallen in 2020, 2021 en de (prognose)cijfers van 2022 en de door de gemeente aangeleverde informatie [ indien van toepassing]. 2. Het adviseren van het bevoegd gezag Wabo over de (brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsactiviteit gebruik en het afhandelen van meldingen brandveilig gebruik Voor 2023 gaan we in de planning uit van het gemiddelde van 2020, 2021 en 2022. Als de Omgevingswet medio 2023 in werking treedt, zal dit aantal lager uitkomen omdat er geen gebruiksvergunningen meer worden verleend en er minder meldingen worden ingediend. 3.
Het adviseren van het bevoegd gezag Wabo over de (brand) veiligheids- en aan de veiligheidsregio’s gerelateerde geneeskundige aspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsvergunningsactiviteit milieu voor 2023 is uitgegaan van het gemiddelde van de cijfers die in 2020 en 2021 zijn gerealiseerd en die in 2022 worden verwacht. Advies in relatie tot Ruimtelijke ordening 1. Bestemmingsplan inclusief externe veiligheid Voor 2023 gaan we in de planning uit van het gemiddelde van 2020, 2021 en 2022. Of dit gemiddelde een goed uitgangspunt is willen we graag met u bespreken. Met de Omgevingswet in het verschiet hebben verschillende gemeentes afgelopen jaar meer adviesverzoeken voorgelegd met de bedoeling om deze nog onder het oude recht en dus de thans geldende criteria af te ronden. 2. Advies bij het ontwikkelen en opstellen van omgevingsvisies en omgevingsplannen De VRU is met alle gemeentes en andere ketenpartners in contact om zich voor te bereiden op de Omgevingswet. Hiermee zijn we al in een vroeg stadium betrokken bij het opstellen van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. Aan iedere gemeente is een VRU adviseur gekoppeld. Hiermee kunnen we adviseren bij het ontwikkelen en opstellen van omgevingsplannen, eventuele omgevingsprogramma’s en daarvan afgeleide projectbesluiten. De stavaza m.b.t.
visies en plannen, peildatum eind oktober 2022, is per gemeente heel divers. Enkele gemeentes hebben hun visie vastgesteld, maar bij de
Pagina
3
3.
meeste is deze nog in procedure. Eén gemeente heeft een vastgesteld Omgevingsplan, de meeste hebben het traject opgestart en een enkeling moet nog opstarten. In het overzicht is een “0” vermeld bij een vastgestelde visie / plan en een “1” als nog geen sprake is van een vaststelling. Omgevingstafel Daar waar gemeentes oefenen met omgevingstafels proberen we als ketenpartner aan te sluiten. Ook al treedt de Omgevingswet op zijn vroegst medio 2023 in werking is de verwachting dat we in toenemende mate gaan deelnemen aan deze (pilot) omgevingstafels. Het aantal Omgevingstafels is geraamd op 10% van het aantal bouwadviezen.
Aanwijzing bedrijfsbrandweer 1. Aanwijzen inrichtingen als bedrijfsbrandweerplichtig Dit betreft een VRU-taak (dus de uren worden niet aan de gemeente toegerekend, maar naar rato over alle gemeenten verrekend met de beschikbare capaciteit). In uw gemeente is geen bedrijf wat hiervoor een aanwijzing zou kunnen krijgen. Advies in relatie tot evenementen 1. Het adviseren van het bevoegd gezag in het kader van brandveiligheid, geneeskundige hulpverlening, rampenbestrijding en crisisbeheersing ten aanzien van evenementen. Het aantal evenementenadviezen is gebaseerd op de cijfers van 2022. Vanwege het niet doorgaan van evenementen door corona zijn de cijfers van 2020 en 2021 niet representatief. Overige advisering Tot slot adviseren wij risicogericht over veiligheidsaspecten die we zien bij ontwikkelingen als de energietransitie, klimaatverandering en/of trends in incidenten die zich voordoen en waarvoor nog geen wetgeving is. Zie separaat bijgevoegd overzicht productgegevens jaarplan 2022
Toezicht Er wordt toezicht gehouden op de naleving van brandveiligheidseisen tijdens de bouw, bij bestaande gebouwen en bij evenementen. Om een brandveilige omgeving te waarborgen moeten er maatregelen genomen worden. De eerste verantwoordelijkheid hiervoor ligt altijd bij de mensen zelf, bijvoorbeeld de eigenaar van een bouwwerk, de organisator van een evenement, of de drijver van een inrichting. Door de VRU wordt toezicht gehouden om normconform gedrag te realiseren. De VRU houdt risicogericht toezicht, daar waar de grootste risico’s voor de samenleving bestaan. Toezicht wordt uitgevoerd op basis van de Landelijke handhavingsstrategie (LHS). Wet- en regelgeving waarop getoetst wordt De VRU houdt toezicht op de naleving van brandveiligheidsvoorschriften op basis van de artikelen 10 en 25 Wvr en aan de hand van de regelgeving met betrekking tot brandveiligheid van het Bouwbesluit 2012, de Regeling Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening. Voor een beoordeling maakt de VRU verder gebruik van het Handboek Brandbeveiligingsinstallaties en de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid van Brandweer Nederland. Voor evenementen wordt getoetst aan de plaatselijke APV en het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsten (Bgbop) en aan het bouwbesluit 2012 indien bouwsels bij een evenement daaronder vallen.
De VRU controleert nieuwbouw, bestaande gebouwen en evenementen. Hierbij wordt gecontroleerd op bouwkundige, installatietechnische en/of organisatorische aspecten.
Pagina
4
Raming 2023 Voor de raming van de aantallen 2023 baseren we ons op de gerealiseerde aantallen van de afgelopen jaren, en de eventueel door uw gemeente aangeleverde verwachting. Werkzaamheden Toezicht op de bouw: Vindt plaats op verzoek van de casemanager van de gemeente. Wij gaan er van uit dat de gemeente bij ons de bouwprojecten aandraagt en ons uitnodigt voor inspecties tijdens de realisatiefase. Per bouwproject kunnen meerdere controles worden uitgevoerd (startcontrole, opleveringscontrole, controle van de installaties). Dit kan in onderlinge afstemming tussen bouwinspecteur gemeente en inspecteur VRU worden bepaald. De bouwinspecteur verzorgt de correspondentie naar de bouwer en neemt hierin de bevindingen van de VRU mee. Voor toezicht op de bouw is gekeken naar de ontwikkelingen per gemeente. Voor 2023 hebben we dezelfde cijfers als 2022 gehanteerd. Toezicht bestaande bouw: De controles bestaande bouw worden geprioriteerd aan de hand van de Risicomodule preventietaken (zie bijlage 1), waarin per gebouwcategorie de risico’s van het optreden van een incident in een gebouw gekoppeld worden aan de kans dat een dergelijk incident zal optreden; de kans maal effect benadering. De score bepaalt de risicoklasse, waaraan de controlefrequentie is gekoppeld (controle 1 keer per jaar, 1 keer per 2 jaar of 1 keer per 4 jaar).
Het overzicht van geplande controles bestaande bouw (gebouwenlijst) 2023 ontvangt u bij dit jaarplan. We vragen om een controle van deze lijst i.v.m. eventuele aanvullingen of wijzigingen. Desgewenst kan op verzoek van de gemeente de gebouwenlijst worden aangepast, wanneer de gemeente dat vanuit haar risico-optiek nodig acht. Naast controles op bouwkundig, installatietechnische en/of organisatorisch gebied voeren we in een aantal gevallen ook controle uit op deel-aspecten. Dit kan door middel van een zelfscan, of een controle op één specifiek aspect. Hiermee willen we capaciteit vrijspelen voor toezicht op nieuwe risico’s. In het Jaarplan staat 1 productregel, waarin initiële controles, hercontroles en overige hercontroles zijn samengevoegd. Er wordt wél op elk onderdeel apart gerapporteerd in de voortgangsrapportages. In de planning wordt rekening gehouden met 20% benodigde hercontroles. De VRU verzorgt de correspondentie over de controles zelfstandig met de eigenaren of gebruikers van een bouwwerk en stuurt de gemeente hiervan een afschrift, zodat zij hun archivering op orde kunnen houden. Het is de bedoeling dat in de nabije toekomst informatie-uitwisseling (afschrift van de verstuurde brieven) mogelijk is via het DSO. Voor toezicht bestaande bouw (gebruik) hebben we een 4-jarenplanning, waardoor we elk jaar een vergelijkbaar aantal objecten kunnen controleren.
Handhaving Politiek en maatschappij verwachten dat het bevoegde gezag uitgaat van vertrouwen, maar verwachten ook dat bevoegd gezag waar nodig optreedt. Daar waar niet aan de regels voldaan wordt, de organisatie niet op orde is en de (vlucht)veiligheid onvoldoende is gewaarborgd, is de brandveiligheid in het geding. Handhaving is dan een logisch gevolg van het toezicht en ook noodzakelijk voor een goed bestuur. De toezichthouders van de VRU hanteren als basis de Interventiematrix brandveiligheid voor de VRU (zie bijlage 2) gebaseerd op de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Hoewel bij een eerste constatering het juridische traject feitelijk nog niet start, is het belangrijk de inspectierapportage zodanig op te stellen dat deze in een verder proces altijd juridisch onderbouwd is. In de inspectierapportages worden standaardzinnen gehanteerd. In de standaardzinnen wordt bij elke specifieke overtreding de passende maatregel aangegeven en op welk wetsartikel dit is gebaseerd. Tevens wordt een termijn benoemd, waarbinnen de constatering moet zijn verholpen. In het stellen van de termijn is het belangrijk het beginsel van de proportionaliteit te hanteren; de toezichthouder maakt hierin een afweging met betrekking tot de duur en de kosten van de
Pagina
5
herstelwerkzaamheden. Bij langdurige trajecten vraagt de toezichthouder de overtreder een plan van aanpak op te stellen, waarin de herstelwerkzaamheden en termijn nader worden beschreven. Bij een mogelijke handhavingszaak wordt direct contact gelegd met de gemeente aangezien de gemeente verantwoordelijk is voor de te nemen vervolgstappen.
Voor de werkwijze van Toezicht door de VRU houdt dit in: Bij een initiële controle constateert de toezichthouder van de VRU of aan wet- en regelgeving voldaan wordt. o Wordt voldaan, dan volgt een bevestiging brandveilig gebruik. De gemeente ontvangt hiervan een afschrift voor het archief. o Wanneer er niet wordt voldaan, dan wordt een constateringsbrief opgesteld met termijnen waarbinnen de maatregelen moeten zijn getroffen om de constateringen op te heffen. o Bij ‘lichte’ afwijkingen van wet- en regelgeving volgt een ‘mits-brief’; waarin gevraagd wordt de overtredingen op te lossen, en de verantwoordelijkheid bij de gebruiker wordt gelegd. o Bij grotere gebreken, volgt een constateringsbrief met rapportage. Daarin worden de termijnen gegeven om de overtredingen op te lossen. Na afloop van de termijn (meestal rond de 6 weken) wordt een hercontrole uitgevoerd. o Deze brief wordt aan de overtreder gestuurd en een kopie naar de gemeente. Bij een hercontrole wordt bekeken of de maatregelen zijn getroffen. Is dit het geval dan volgt een bevestiging brandveilig gebruik. Is dit niet het geval dan wordt een brief concept-Last onder dwangsom opgesteld met termijnen waarbinnen de maatregelen moeten zijn getroffen om de constateringen op te heffen. Tevens wordt de overtreder in de gelegenheid gesteld zijn of haar zienswijze in te dienen.
Wanneer de toezichthouder bij deze stap is gekomen, wordt altijd de teammanager ingeschakeld en de gemeente. Na het verstrijken van de termijn voor het indienen van de zienswijze, wordt normaliter de brief Last onder dwangsom verstuurd – dit gaat altijd in overleg met de gemeente. De brief kan worden aangepast naar aanleiding van de zienswijze die is ingediend, bijvoorbeeld aanpassing van de termijn of de hoogte van de dwangsom. Bij de her-hercontrole wordt bekeken of de maatregelen zijn getroffen. Is dit het geval dan volgt een bevestiging brandveilig gebruik. Is dit niet het geval dan start een eventuele nieuwe opvolging (maatwerk). Dit wordt altijd in overleg met de juridische afdeling van de gemeente opgepakt. Toezicht evenementen Ten aanzien van evenementen wordt de behandelclassificatiescan als uitgangspunt gebruikt. In basis worden alle C-evenementen gecontroleerd. B-evenementen worden gecontroleerd tenzij er geen brandveiligheidscomponent is. A-evenementen worden niet gecontroleerd, tenzij op verzoek van de casemanager van de gemeente of een brandveiligheidscomponent. Bij de meest risicovolle evenementen kan er ook een Veiligheidsoverleg georganiseerd worden (meestal gecoördineerd door de gemeente), waarin ook de toezichthouder participeert. Ook is er signaaltoezicht voor de GHOR en de andere partners als politie en gemeente.
Voor toezicht evenementen is gekeken naar de verwachte adviezen in 2023 en het daaruit voorvloeiende toezicht. Behandeling meldingen en klachten (brand)onveilige situatie Klachten en meldingen van burgers en bedrijven over een brandonveilige situatie worden door Toezicht altijd behandeld. Deze meldingen kunnen ook worden ingebracht door onze VRUcollega’s van Risicobeheersing (bijvoorbeeld via de service voor burgervragen), of van Brandweerrepressie. De melding kan variëren van een klacht van een bewoner over de brandveiligheid in een gebouw tot een melding van (acuut) gevaar. Voor de raming van 2023 is gekeken naar de verwachte realisatie in 2022. Toezicht milieu, vuurwerkopslagen en –verkooppunten Jaarlijks worden er integrale controles uitgevoerd met de ODRU/RUD bij bedrijven met een milieuvergunning of -melding. Onze toezichthouders focussen zich op de BIO-aspecten (bouwkundige, installatietechnische en organisatorische aspecten van brandveiligheid) en geven advies aan de toezichthouders van de ODRU/RUD over brandveiligheidsaspecten bij
Pagina
6
milieuovertredingen. Hierover worden afspraken gemaakt en vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten. In 2023 zullen we óók rapporteren over de afzonderlijke milieucontroles waarbij wij worden gevraagd te inspecteren door gemeente, RUD of ODRU. Deze milieu controles zijn vraaggestuurd. Daarnaast controleren we alle locaties waar vuurwerk wordt opgeslagen en/of verkocht. De raming is gebaseerd op de bij ons bekende vuurwerklocaties. Toezicht op verzoek gemeente: Alle verzoeken van de gemeente bij activiteiten die (nog) niet in onze reguliere 4-jaren toezichtsplan vallen worden via deze productregel gerapporteerd. Met de gemeente worden hierover nadere afspraken gemaakt. De uitkomsten van de inspectie worden gedeeld tussen gemeentelijke toezichthouders en die van de VRU. Wij gaan er van uit dat de gemeente de correspondentie verzorgt naar eigenaar of gebruiker. De specifieke verzoeken (b.v. toezicht op gevelbekleding) worden gerapporteerd via de productregel ‘gemeente-specifiek toezicht’. Door de gemeente kan een verzoek aan de VRU gedaan worden om deel te nemen aan integrale controles. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om speciale (spoed)handhavingsacties. De uitkomsten van de inspectie worden gedeeld tussen gemeentelijke toezichthouders en die van de VRU. Wij gaan er van uit dat de gemeente de correspondentie verzorgt naar eigenaar of gebruiker.
Voor 2023 staan geen gemeente-specifieke projecten in de planning. Hiervoor is nu in het jaarplan geen ruimte. Als hiervoor wensen zijn, dan is dit bespreekbaar. BRZO: Onder regie van RUD-Noordzeekanaalgebied vinden integrale BRZO-inspecties plaats. De capaciteit voor BRZO-inspecties is geen gemeentelijke basistaak, maar een taak die de VRU regionaal uitvoert. De capaciteit die de VRU hiervoor nodig heeft, is dan ook regionaal geraamd. Er wordt wel op gerapporteerd per gemeente, zodat het voor de gemeente inzichtelijk is of er in 2023 een inspectie is uitgevoerd. Dit geldt ook voor toezicht op de aanwijzing bedrijfsbrandweer. In uw gemeente is geen Brzo-bedrijf of bedrijf met aanwijzing bedrijfsbrandweer gevestigd. Controles in het kader van (nodeloze) alarmeringen ten gevolge van OMS-aansluitingen De controles hebben betrekking op bedrijven en instellingen die veel OMS-meldingen genereren. In dat geval wordt door een toezichthouder van de VRU contact opgenomen met de instelling of het bedrijf om na te gaan wat de oorzaak is van deze meldingen en wat er aan gedaan kan worden. Deze controles zijn ook belangrijk om nodeloze uitrukken van repressief brandweerpersoneel tegen te gaan. Zie separaat bijgevoegd overzichten: productgegevens jaarplan 2023 gebouwenbestand waarop we in 2023 gaan controleren
(Brand)Veilig Leven (Brand)Veilig Leven heeft als doelstelling minder branden, minder schade, minder slachtoffers. Dit doen we door het organiseren van voorlichtingscampagnes, het ontwikkelen van voorlichtingsmiddelen en het geven van gerichte voorlichting aan vier doelgroepen waarbij het verhogen van het algemene kennisniveau m.b.t. de risico’s en het bieden van concreet handelingsperspectief voor brandveiliger gedrag, centraal staan. Om tot steeds effectievere gedragsinterventies te komen gaan we op verschillende manieren de effecten onderzoeken en blijven we onszelf ontwikkelen daar waar het gaat om het ervaren worden in het ontwikkelen en uitvoeren van effectieve gedragsinterventies. Dit doen we het liefst zoveel mogelijk landelijk om
Pagina
7
zo van elkaar te leren, succesformules uit te wisselen en eenduidig naar de inwoners in Nederland te zijn Hieronder wordt per doelgroep toegelicht welke activiteiten door (Brand)Veilig Leven worden uitgevoerd en waar de raakvlakken zitten met partnerorganisaties en specifiek de gemeente. In bijlage 3 worden de activiteiten weergegeven waarop we gedurende het jaar de gemeente specifieke productie zullen verantwoorden. Jeugd; (Brand)Veilig Leven streeft naar een brandveilige generatie. Een nieuwe generatie voor wie brandveilig gedrag DE sociale norm is en het signaleren van brandrisico’s en het hier proactief naar handelen net zo’n geautomatiseerd gedrag is als het bekende links-rechts-links kijken vóór het oversteken. Dit vraagt dat deze nieuwe generatie van jongs af aan wordt aangeleerd, hoe dit te doen. Er zijn enkele onderzoeken gedaan naar het effect van de brandveiligheidslessen in het basisonderwijs in het land met positieve resultaten. Ook zijn er verschillende casus bekend waarbij kinderen een brand hebben kunnen de-escaleren na deel te hebben genomen aan een brandveiligheidsles van de brandweer op school. Hiernaast weten we dat goed voorbeeld doet volgen. Daarom richten we onze activiteiten niet enkel op de jeugdigen zelf maar ook op ouders van gezinnen met nog kleine kinderen. Concrete activiteiten van (Brand)Veilig Leven voor deze doelgroep zijn;
De landelijke leerlijn Brandweer op school voor groep 1 t/m groep 8 structureel bij alle basisscholen onder de aandacht brengen. Het geven van online/fysieke lessen aan de kinderen in groep 4. a) Hierbij zijn wij afhankelijk van de bereidheid tot medewerking van de basisscholen / schoolbesturen daar brandveiligheidslessen geen onderdeel zijn van het verplichte curriculum. b) De verwachting is dat we in 2023 op 40% van de scholen ook daadwerkelijk les kunnen/mogen geven aan de leerlingen in groep 4. In Bunschoten kennen wij 11 basisscholen en verwachten wij er bij 4 les te gaan geven. Het landelijke lesmateriaal Brandmeester bij alle relevante (V)MBOopleidingen onder de aandacht brengen. Dit zijn in elk geval de onderwijsstromen ‘bouw’ en ‘zorg’. Brandveiligheid als thema onder de aandacht brengen bij jonge gezinnen door; a) De samenwerking aan te gaan met partnerorganisaties zoals GGD (consultatiebureaus), kraamzorg e.a. relevante partijen in de leefomgeving van jonge gezinnen. b) Voorlichtingscampagnes gericht in te zetten op deze doelgroep c) Dat de afdeling publiekszaken van de gemeente bij aangifte geboorte de jonge ouders enkele brandveiligheidstips meegeeft. In Bunschoten is dit al in 2021 gestart.
Kwetsbare inwoners; De extramuralisering in de zorg enerzijds en de vergrijzing anderzijds, maken dat de verwachting is dat het aantal kwetsbare inwoners in de komende jaren zal toenemen. Met de definitie ‘kwetsbare inwoners’ refereren wij aan alle personen die niet zelf in staat zijn om; 1) Adequaat een calamiteit in te schatten (door bijvoorbeeld beperkte verstandelijke vermogens), en/of 2) Adequaat te handelen naar de ontstane calamiteit (door bijvoorbeeld een gebrek aan kennis hoe te handelen), en/of 3) Zichzelf in veiligheid kan brengen (door bijvoorbeeld beperkte mobiliteit). Naast de groeiende groep kwetsbare inwoners die zelfstandig wonen, leeft in deze regio een grote groep kwetsbare inwoners binnen een zorginstelling.
Pagina
8
We weten dat woningbranden zich steeds sneller ontwikkelen door het gebruik van veel synthetische stoffen in de huidige meubels. De energietransitie zorgt voor nieuwe brandrisico’s in de leefomgeving en enkele onderzoeken hebben uitgewezen dan senioren hun eigen vermogens tot handelen vaak overschatten en dat ook de basiskennis over hoe juist te handelen vaak ontbreekt. Hiernaast weten we dat het brandveiligheidsbeleid binnen zorginstellingen om constante aandacht vraagt van deze organisaties en zorgpersoneel. Dit tezamen maakt dat de kwetsbare inwoners van de regio voor ons een belangrijke doelgroep zijn. We gaan lokaal de verbinding aan met inwoners, verenigingen, zorginstellingen en andere relevante instanties om de veerkracht en (brand)veiligheid van kwetsbare inwoners in hun leefomgeving te bevorderen. Concrete activiteiten van (Brand)Veilig Leven voor deze doelgroep zijn;
Periodiek overleg met de zorginstellingen in de regio over de manier waarop zij omgaan met de brandveiligheid op de zorglocaties en de wijze waarop wij ze daarbij kunnen ondersteunen. o Indien door de zorginstelling gewenst helpen wij de zorginstellingen bij implementatie van de ‘toolbox brandveiligheid in de zorg’ welke zich richt op het (brand)veiligheidsgedrag van het zorgpersoneel. Dit doen we door enkele train de trainer bijeenkomsten te organiseren i.s.m. de zorginstelling. Periodiek overleg met het sociaal domein/WMO van de gemeente over mogelijkheden tot samenwerking. Denk hierbij aan; o Het voorlichten van WMO medewerkers, welzijnswerkers, thuiszorgmedewerkers en mantelzorgers om brandveiligheidsrisico’s bij de kwetsbare inwoners thuis tijdig te signaleren en te weten hoe hiernaar te handelen. o Het sociaal domein informeren over de mogelijkheden die er zijn om nog op andere wijze dan via voorlichting de brandveiligheid bij de mensen thuis te verhogen. In overleg kunnen wij de gemeenten en/of andere partijen uit het sociaal domein ondersteunen bij activiteiten die hiervoor worden geïnitieerd. Periodiek overleg met andere relevante stakeholders zoals de woningcorporaties in de regio waarbij wij hen voorlichting bieden en meedenken hoe zij de brandveiligheid voor hun bewoners kunnen verbeteren.
Het algemeen publiek De meeste slachtoffers van brand vallen in de woning waarbij de 3 meest voorkomende brandoorzaken in de regio, koken, stoken en elektrische apparatuur zijn. Wij vinden het dan ook belangrijk dat iedere inwoner in de regio met enige regelmaat stil staat bij de brandveiligheid in zijn/haar woning.. Hiervoor zijn bereikbaar via verschillende kanalen voor vragen over de (brand)veiligheid in en om huis, geven voorlichting en organiseren (sociale) mediacampagnes waarmee we (brand)veilig(er) gedrag continu bij de inwoners onder de aandacht brengen. Dit betekent concreet de volgende activiteiten;
We geven voorlichting op verzoek aan bijvoorbeeld verenigingen van eigenaren, maar ook tijdens opendagen van de brandweerposten en bij veiligheidsdagen georganiseerd door een gemeente of andere stakeholders. Alle verzoeken die we ontvangen worden binnen 2 weken in behandeling genomen en indien passend bij het taakveld van (Brand)Veilig Leven in overleg met de aanvrager uitgevoerd. Dit betreft altijd maatwerk. We geven ongevraagd voorlichting op het moment dat we kans zien voor een moment waarop een doelgroep ontvankelijk is voor onze boodschap. Enkele voorbeelden hiervan zijn; o Dat de afdeling publiekszaken bij inschrijving van nieuwe inwoners enkele brandveiligheidstips meegeeft. o Dat we met de Expo ‘Zo gepiept’ aanwezig kunnen zijn in publieke ruimten zoals een bibliotheek. We besteden met regelmaat aandacht aan brandveiligheid in huis via (sociale) media. Soms betreft dit een aanleiding zoals een woningbrand in een bepaalde wijk of een vraag vanuit de
Pagina
9
pers, maar kan ook een algemeen bericht betreffen voor alle inwoners van de regio. We vragen hierbij de gemeenten om de berichten op onze sociale mediakanalen actief te delen via de eigen (sociale)media kanalen. We participeren ieder jaar aan de nationale campagnes van het netwerk Nationale Brandpreventieweken met enkele regionale activiteiten zoals een samenwerking met legoincidentencity tijdens de herfstvakantie. Het gaat hierbij om de Koolmonoxide campagne in februari en november en de Nationale Brandpreventieweken in oktober. We zijn laagdrempelig bereikbaar voor burgers met specifieke vragen over de brandveiligheid in hun woning. Alle vragen worden binnen 2 dagen in behandeling genomen en kunnen op verschillende manieren worden afgehandeld. Denk hierbij aan telefonisch, per mail, via videobellen of WhatsApp. We hebben oog voor de nieuwe risico's in de thuisomgeving die voortkomen uit de energietransitie en ontwikkelen hiervoor (i.s.m. met andere regio's) materiaal ter verspreiding via (sociale) media en voorlichtingsmomenten. We hebben oog voor de maatschappelijke ontwikkelingen die maken dat mensen hun gedrag veranderen t.o.v. de brandrisico's in de leefomgeving en spelen hier op in met onze voorlichtingsactiviteiten en berichtgeving in (sociale)media. Een voorbeeld hiervan is het thema (on)veilig stoken n.a.v. de veranderende energieprijzen.
We hebben oog voor de subgroep studenten en creëren maatgericht materiaal voor deze doelgroep dat via de (sociale) media wordt verspreidt.
Ondernemers Op verzoek van ondernemers en gemeenten neemt (Brand)Veilig Leven structureel deel aan de activiteiten in het kader van het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan (KVU). Ons valt hierbij op dat het brandveiligheidsthema maar een zeer klein onderdeel hierin bedraagt. We missen hierbij het directe contact met de ondernemers. Bij veel bedrijven in de regio vinden vanuit toezicht met regelmaat brandveiligheidscontroles plaats. Bij een nog grotere groep bedrijven is dit echter niet het geval. We willen juist ook met deze bedrijven in contact komen over de brandveiligheidsmaatregelen die zij (moeten) treffen. Hiernaast willen we de ondernemers actiever informeren over externe veiligheidsrisico’s en de mogelijke impact hiervan op het bedrijf. Hiervoor is een portal in ontwikkeling. Op het moment dat de portal in een gemeente wordt ingezet zullen we met de gemeente in overleg gaan in welke mate wij ook nog bij de KVO’s en KVU’s betrokken blijven.
In Bunschoten is 1 KVO terrein zover bij ons bekend, deze is echter op dit moment niet actief. Mocht deze weer activiteiten gaan ondernemen dan sluiten we hier weer op aan.
Pagina
10
Bijlage 1 Risicomodule© preventietaken Veiligheidsregio Utrecht Periodieke controles brandveiligheid
Naar start Naar risico analyse
Code
Beschrijving
effecten
naleving
Totaal
Klasse
Frequentie
4300,05
Ziekenhuis > 5000 pers.
9,5
6,2
59,1
I
100%
4400,03
Verpleegtehuizen > 250 pers.
8,9
6,3
56,3
I
100%
4300,06
Ziekenhuis incl. gesloten afdeling
9,1
6,2
56,2
I
100%
4300,04
Ziekenhuis 1000 pers. - 5000 pers.
9,4
5,8
54,4
I
100%
4400,04
Verpleegtehuizen incl. gesloten afdeling
8,6
6,3
54,3
I
100%
4300,03
Ziekenhuis 500 pers. - 1000 pers.
9,3
5,8
54,0
I
100%
1600
Woningen (bedrijfsm./complexen) niet zelfredz.bew. > 10 pers.
8,4
6,4
53,8
I
100%
4400
Verpleegtehuizen > 10 pers.
8,3
6,4
52,8
I
100%
1700,01
Bejaardenoorden / verzorgingshuizen - Woonzorgcomplexen
8,3
6,3
52,1
I
100%
4400,02
Verpleegtehuizen 50 pers. - 250 pers.
8,6
6,0
51,7
I
100%
1700
Bejaardenoorden / verzorgingshuizen > 10 pers.
8,3
6,2
51,2
I
100%
4300,02
Ziekenhuis 50 pers. - 500 pers.
8,6
5,9
50,8
I
100%
4400,01
Verpleegtehuizen 10 pers. - 50 pers.
8,1
6,0
48,4
I
100%
1100
Tehuizen > 10 pers.
8,5
5,6
47,7
I
100%
4300
Ziekenhuis > 10 pers.
8,4
5,6
46,9
I
100%
4200,01
Klinieken (poli-, psychiatr., ..) incl. gesloten afdeling
8,2
5,6
45,8
I
100%
3100,02
Gevangenissen > 50 pers.
8,1
5,6
45,2
I
100%
4300,01
Ziekenhuis 10 pers. - 50 pers.
8,1
5,6
45,2
I
100%
2100
Kinderdagverblijf > 10 pers.
8,1
5,5
44,8
I
100%
3100,01
Gevangenissen 10 pers - 50 pers.
7,8
5,6
43,4
I
100%
1500,02
Woning met zorg - zorgclusterwoning 24 uur zorg
7,0
6,2
43,3
I
100%
1500,03
Woning met zorg - zorgclusterwoning 24 uur zorg in een woongebouw
7,0
6,2
43,3
I
100%
1500,05
Woning met zorg - groepszorgwoning op afspraak
6,8
6,3
43,0
I
100%
4200
Klinieken (poli-, psychiatr., ...) > 10 pers.
7,9
5,4
42,9
I
100%
3100
Gevangenissen > 10 pers.
8,1
5,3
42,8
I
100%
1500
Woningen met zorg
7,0
6,1
42,6
I
100%
1500,06
Woning met zorg - groepszorgwoning 24 uurszorg
7,0
6,1
42,6
I
100%
1500,07
Woning met zorg - andere woonfunctie voor zorg
7,0
5,9
41,2
I
100%
3100,03
Gevangenissen - niet gelegen in een cellengebouw
7,4
5,1
37,8
I
100%
8100,03
School (l.l. < 12 jaar) >1000 pers.
6,3
5,8
36,6
I
100%
7220
Pension/Nachtverblijf > 50 pers.
6,2
5,9
36,4
I
100%
7120
Hotel > 50 pers.
6,1
5,6
34,0
I
100%
14130
Kampeerterrein/jachthaven > 250 pers.
6,2
5,5
33,9
I
100%
7320
Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) > 50 pers.
6,1
5,5
33,7
I
100%
7210
Pension/Nachtverblijf 50- pers.
5,5
6,1
33,5
I
100%
8100,02
School (l.l < 12 jaar) 250 - 1000 pers.
5,9
5,6
33,2
I
100%
7310
Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) 10-50 pers.
5,6
5,9
33,0
I
100%
1800,01
Kamerverhuur > 4 personen - binnenstad
5,0
6,6
32,9
I
100%
1800,02
Kamerverhuur > 4 personen - niet binnenstad
4,9
6,5
31,8
II
50%
7110
Hotel 10-50 pers.
5,5
5,7
31,3
II
50%
14120
Kampeerterrein/jachthaven 100-250 pers.
5,7
5,4
31,0
II
50%
1800
Kamerverhuur > 4 pers.
4,7
6,5
30,9
II
50%
8100
School (l.l < 12 jaar) > 10 pers.
5,4
5,7
30,7
II
50%
8100,01
School (l.l < 12 jaar) 10 - 250 pers.
5,4
5,7
30,7
II
50%
1500,01
Woning met zorg - zorgclusterwoning zorg op afroep in een woongebouw
4,8
6,3
30,6
II
50%
14110
Kampeerterrein/jachthaven 50-100 pers.
5,4
5,6
30,5
II
50%
2930
Cafés, discotheek, restaurant > 500 pers.
4,5
6,7
30,3
II
50%
2200
Peuterspeelzaal > 10 pers.
5,6
5,2
29,0
II
50%
10100,02
Winkelgebouwen winkelcentra
4,4
6,5
28,7
II
50%
1500,04
Woning met zorg - groepszorg woning zorg op afroep
4,7
5,9
28,1
II
50%
2920
Cafés, discotheek, restaurant 250-500 pers.
4,4
6,4
27,9
II
50%
10140
Winkelgebouwen > 1.000 pers.
4,4
6,3
27,8
II
50%
5130,05
Fabrieken > 500 pers. - industrie - BRZO
4,6
5,9
27,3
II
50%
1200
Kloosters/abdijen
5,4
5,0
26,9
II
50%
11230
Stationsgebouwen > 500 pers.
4,5
5,9
26,5
II
50%
1300
Woongeb. met inpandige gangen
5,1
5,2
26,3
II
50%
2730
Tentoonstellingsgebouwen > 500 pers.
4,4
6,0
26,3
II
50%
5130,03
Fabrieken > 500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg
4,4
5,9
26,1
II
50%
5130,04
Fabrieken > 500 pers. - industrie - BEVI
4,4
5,9
26,1
II
50%
5120,05
Fabrieken 250-500 pers. - industrie - BRZO
4,5
5,8
25,9
II
50%
10130
Winkelgebouwen 500-1.000 pers.
4,3
6,0
25,9
II
50%
2330
Theater, schouwburg, bioscoop, aula > 500 pers.
4,6
5,5
25,4
II
50%
4100
Gezondheidsdiensten > 50 pers.
4,7
5,3
25,1
II
50%
Pagina
11
8230
School (l.l. > 12 jaar) > 1000 pers.
4,2
5,9
24,8
III
25%
5120,03
Fabrieken 250-500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg
4,3
5,8
24,7
III
25%
5120,04
Fabrieken 250-500 pers. - industrie - BEVI
4,3
5,8
24,7
III
25%
9230
Sporthal, stadion > 1.000 pers.
4,4
5,6
24,7
III
25%
8230,01
School (I.I. . 12 jaar) Universiteitsgebouwen
4,1
5,9
24,2
III
25%
5110,05
Fabrieken 50-250 pers. - industrie - BRZO
4,2
5,8
24,0
III
25%
5130
Fabrieken > 500 pers.
4,1
5,8
23,8
III
25%
5130,02
Fabrieken > 500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg
4,1
5,8
23,6
III
25%
14200
Markt (periodieke markten)
3,7
6,4
23,6
III
25%
2430
Museum, bibliotheek > 500 pers.
4,5
5,2
23,5
III
25%
2320
Theater, schouwburg, bioscoop, aula 250-500 pers.
4,3
5,5
23,4
III
25%
10120
Winkelgebouwen 250-500 pers.
3,9
6,0
23,4
III
25%
2720
Tentoonstellingsgebouwen 250-500 pers.
4,0
5,8
23,2
III
25%
5110,03
Fabrieken 50-250 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg
4,0
5,8
22,9
III
25%
5110,04
Fabrieken 50-250 pers. - industrie - BEVI
4,0
5,8
22,9
III
25%
10100,01
Winkelgebouwen incl. gevaarlijke stoffen
3,8
6,0
22,8
III
25%
9300
Zwembad
3,9
5,8
22,7
III
25%
9220
Sporthal, stadion 250-1.000 pers.
3,9
5,7
22,3
III
25%
5120,02
Fabrieken 250-500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg
3,9
5,7
22,3
III
25%
5130,01
Fabrieken > 500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg
4,0
5,6
22,2
III
25%
5100,05
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - BRZO
3,8
5,8
22,2
III
25%
2520
Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. > 250 pers.
3,6
6,2
22,2
III
25%
2910
Cafés, discotheek, restaurant 50-250 pers.
3,6
6,1
22,0
III
25%
5130,06
Fabrieken > 500 pers. - gelijkwaardigheid toegepast
3,9
5,7
22,0
III
25%
2420
Museum, bibliotheek 250-500 pers.
4,1
5,3
21,9
III
25%
11220
Stationsgebouwen 250-500 pers.
4,1
5,3
21,9
III
25%
8220
School (l.l. > 12 jaar) 250-1000 pers.
3,9
5,5
21,6
III
25%
5120,01
Fabrieken 250-500 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg
3,8
5,6
21,3
III
25%
5120,06
Fabrieken 250-500 pers. - gelijkwaardigheid toegepast
3,7
5,7
21,1
III
25%
5100,03
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen >10.000 kg
3,6
5,8
21,0
III
25%
5100,04
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - BEVI
3,6
5,8
21,0
III
25%
5120
Fabrieken 250-500 pers.
3,8
5,5
21,0
III
25%
6130
Kantoren > 500 pers.
3,9
5,4
20,9
III
25%
2310
Theater, schouwburg, bioscoop, aula 50-250 pers.
3,7
5,6
20,6
III
25%
2410
Museum, bibliotheek 50-250 pers.
3,7
5,6
20,6
III
25%
14300
Tijdelijke bouwsels > 50 pers.
3,5
5,9
20,5
III
25%
5110,02
Fabrieken 50-250 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg
3,6
5,7
20,4
III
25%
11100
Studio's (opname bv. TV)
3,9
5,1
20,1
III
25%
5110,01
Fabrieken 50-250 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg
3,5
5,7
19,9
IV
25%
10110
Winkelgebouwen 50-250 pers.
3,3
6,0
19,8
IV
25%
12210
Tunnels langer dan 250 meter
3,8
5,2
19,7
IV
25%
2620
Gebedshuis > 250 pers.
3,6
5,5
19,7
IV
25%
5110,06
Fabrieken 50-250 pers. - gelijkwaardigheid toegepast
3,4
5,7
19,3
IV
25%
2999
Overige gebouwen met bijeenkomstfunctie > 50 pers.
3,3
5,8
19,1
IV
25%
9210
Sporthal, stadion 50-250 pers.
3,3
5,8
19,1
IV
25%
5100,01
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg
3,2
6,0
19,0
IV
25%
5110
Fabrieken 50-250 pers.
3,4
5,6
19,0
IV
25%
5100,02
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg
3,3
5,8
19,0
IV
25%
13220
Garage-inrichtingen (alleen opslag, stalling) > 1.000 m2
3,3
5,7
18,7
IV
25%
2510
Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. 50-250 pers.
3,2
5,8
18,5
IV
25%
8210
School (l.l. > 12 jaar) 50 - 250 pers.
3,2
5,7
18,2
IV
25%
11999
Overige gebruiksfunctie
3,3
5,5
18,2
IV
25%
2710
Tentoonstellingsgebouwen 50-250 pers.
3,5
5,1
17,9
IV
25%
11210
Stationsgebouwen 50-250 pers.
3,5
5,1
17,9
IV
25%
5100,06
Fabrieken 0-50 pers. - gelijkwaardigheid toegepast
3,1
5,7
17,5
IV
25%
6120
Kantoren 250-500 pers.
3,4
5,1
17,4
IV
25%
5100
Fabrieken 0-50 pers.
3,0
5,7
17,1
IV
25%
13120
Loods, veem, opslagplaats > 1.000 m2
3,1
5,4
16,6
IV
25%
2610
Gebedshuis 50-250 pers.
3,2
5,2
16,6
IV
25%
9100
Gymzaal, studio (ballet bv.) > 50 pers.
3,3
4,9
16,2
IV
25%
12110
Bouwwerk geen gebouw zijnde
3,3
4,8
15,8
V
25%
6110
Kantoren 50-250 pers.
3,1
4,9
15,1
V
25%
2800
Kantine, eetzaal > 50 pers.
3,0
5,1
15,1
V
25%
Pagina
12
Bijlage 2 Interventiematrix brandveiligheid voor de VRU op basis van de LHS
Interventiematrix LHS Brandveiligheid mate van overtreding
A4
B4
4 spoedeisend
C4
D4
pand niet verlaten
pand niet verlaten
A3
B3
C3
D3
A2
B2
C2
D2
A1
B1
C1
D1
3 zware overtreding 2 matige overtreding
1 lichte overtreding A
B
C
D
goedwillend
onverschillig
calculerend
crimineel
gedrag van overtreder
Pagina
13
Bijlage 3 Beschrijving van de lokale activiteiten die door (brand)veilig leven voor de verschillende doelgroepen worden uitgevoerd en waarop lokaal wordt gerapporteerd. Jeugd
Het aantal basisscholen waar een online/fysieke les is gegeven aan de kinderen van groep 4 Het aantal MBO scholen dat het lespakket ‘Brandmeester’ gebruikt De respons die wij hebben ontvangen n.a.v. de brandveiligheidsinformatie die bij de aangifte van geboorte door de afdeling Publiekszaken van de gemeente is verstrekt.
Kwetsbare inwoners Of periodiek overleg met het sociaal domein tot stand is gekomen. Het algemeen publiek Het aantal gegeven voorlichtingen Inclusief deelname aan een opendag van de brandweerpost en/of een veiligheidsdag) Het aantal dagen dat de expo ‘Zo gepiept’ in de gemeente is ingezet in een publieke ruimte. De respons die wij hebben ontvangen n.a.v. de brandveiligheidsinformatie die verhuizing of inschrijving nieuwe inwoners door de afdeling Publiekszaken van de gemeente is verstrekt Ondernemers Het aantal gebieden met een KVO/KVU waar een actieve bijdrage is geleverd Respons van ondernemers op portal zodra de ondernemers uit deze gemeenten uitnodiging hebben ontvangen voor deelname
Pagina
14