Herziening laadpalenbeleid
Tekst van het document
Raadsvoorstel Nummer 1169793 - Herziening laadpalenbeleid Aan de commissie: Ruimte Portefeuillehouder: R. Beukers Beleidskader: Duurzaamheid en Mobiliteit Opmerkingen griffie: Team: Omgevingsontwikkeling Ambtenaar: Rieneke Gerkema Telefoonnummer: 033 - 299 1427 E-mailadres: r.gerkema@bunschoten.nl Datum raadsvergadering: 30 juni 2022 Aanvullende stukken 1. Titel: Openbare laadinfrastructuur gemeente Bunschoten Bijlagen digitaal beschikbaar: X Ter inzage: n.v.t. Voorstel 1) Stel het herziene beleidskader ‘Openbare laadinfrastructuur gemeente Bunschoten’ (d.d. 3 mei 2022) vast, met als belangrijkste toevoegingen: - Visie op verschillende doelgroepen en verschillende vormen van laden - Voorstel (te onderzoeken) nieuwe locaties, aanvullend op huidige plankaart Inleiding Er komen steeds meer elektrische auto's in Bunschoten. Niet elke gebruiker van een elektrische auto (e-rijder) heeft de mogelijkheid om op eigen terrein de auto op te laden, waardoor de vraag naar openbare laadpalen toeneemt. In 2014 is de ‘Richtlijn laden elektrische auto’s’ opgesteld, waarna twee openbare laadvoorzieningen zijn geplaatst. De gemeente Bunschoten faciliteert het laden van elektrische auto's volgens de “ladder van laden”, in volgorde van voorkeur: 1. Laden op eigen terrein E-rijders parkeren en laden op eigen terrein.
E-rijders die een auto kunnen parkeren op nietopenbaar terrein, bijvoorbeeld bij een appartementencomplex, kunnen in overleg met de beheerder of eigenaar een laadpaal (laten) realiseren. 2. Laden met een kabel over de stoep E-rijders parkeren op een openbare plek en laden via een laadvoorziening op eigen terrein. De benodigde kabel mag alleen over het voetpad lopen, mits afgedekt met kabelmat. 3. Laden in de openbare ruimte E-rijders die niet kunnen laden op eigen terrein of met een kabel over de stoep kunnen gebruik maken van de openbare laadvoorzieningen. De plankaart die onderdeel is van het beleidskader geeft de voorkeurslocaties aan. In 2020 is het beleidskader ‘Openbare laadinfrastructuur gemeente Bunschoten’ vastgesteld, met plankaart. De plankaart maakt inzichtelijk waar de gemeente toestaat een openbare laadpaal te (laten) plaatsen. Ten opzichte van 2014 zijn er achttien extra laadpalen geplaatst en nog negen locaties in voorbereiding. Het plaatsen, onderhouden en beheren van de openbare oplaadpalen ligt bij MRA-E, de partij waarmee in 2020 een meerjarige overeenkomst is afgesloten. Vanwege nieuwe ontwikkelingen en een toenemende vraag is het beleidskader aan herziening toe.
Argumenten 1.1 Lokale visie op doelgroepen en vormen van laden gewenst vanuit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur De Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) is onderdeel van het Klimaatakkoord en richt zich op het realiseren van een dekkend, toegankelijk en aantrekkelijk laadnetwerk. Er is een versnelling nodig om de verwachte ontwikkeling van het aantal elektrische voertuigen te kunnen faciliteren. Vanuit de NAL wordt van gemeenten een visie gevraagd op verschillende vormen van laden ((semi-)publiek, privaat, snel) en het bedienen van verschillende
doelgroepen. Deze onderdelen zijn toegevoegd aan het herziene beleidskader ‘Openbare laadinfrastructuur gemeente Bunschoten’. 1.2 Een toekomstbestendig laadnetwerk vraagt om een brede mix van laadoplossingen Het groeiend aantal elektrische auto’s vraagt om een passende laadinfrastructuur. Er zijn verschillende typen elektrische vervoersmiddelen waarvoor in de toekomst laadinfrastructuur beschikbaar moet zijn. De laadbehoefte verschilt per vervoersmiddel en gebruikersgroep. Ook bestaat er verschil in het type laadinfrastructuur dat bij voorkeur wordt gebruikt. MRA-E brengt op dit moment per doelgroep in kaart wat het laadprofiel is, om zo te kunnen adviseren over het (lokaal en/of regionaal) realiseren van voldoende en passende laadinfrastructuur naar de toekomst toe. 1.3 Nieuwe locaties voor openbare laadpalen zijn nodig om aan de groeiende vraag te voldoen Bij de herziening van het laadpalenbeleid is gekeken of de plankaart uit 2020 nog voldoende aansluit op de toenemende laadbehoefte. Uit de monitoring blijkt dat de laadpalen goed worden gebruikt en uitbreiding in bepaalde buurten en op bepaalde locaties gewenst is. Daarnaast laten de nieuwe prognoses (april 2022) zien dat de behoefte in 2025 zal liggen op 86 laadpalen en op 114 laadpalen in 2030. Op basis van de prognose en de uitgangspunten (o.a.
loopafstand, haaks of schuin parkeren en zichtbaarheid) wordt voorgesteld een aantal nieuwe locaties te onderzoeken en toe te voegen aan de plankaart. Bij het nader onderzoek wordt gekeken naar de parkeerdruk nabij de nieuwe locaties en de aansluitmogelijkheden op de infrastructuur van Stedin. Daarnaast is het voorstel een aantal bestaande locaties uit te breiden met een tweede laadpaal. Dit betreft met name buurten waar in de omgeving van een bestaande laadpaal beperkte mogelijkheden zijn voor een nieuwe locatie. 1.4 Uitbreiding van het laadnetwerk draagt bij aan de energietransitie Het gebruik van elektrische voertuigen draagt bij aan een beter milieu. Elektrische auto’s zijn ten opzichte van brandstofauto’s schoon, stil, goed voor de luchtkwaliteit en ze dragen bij aan het terugdringen van de CO2-uitstoot. Het uitbreiden van de (openbare) laadinfrastructuur past binnen de energietransitie, die gericht is op de omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar duurzame energie. Kanttekening Verwachte aantal benodigde laadpalen ligt hoger dan het aantal voorkeurslocaties De huidige plankaart bevat 42 voorkeurslocaties. Na instemming van de raad en onderzoek naar de parkeerdruk en aansluitmogelijkheden op het net kunnen daar nog zeven nieuwe locaties en acht laadpalen bij bestaande locaties bijkomen. Totaal wordt er dan ruimte geboden voor 57 openbare laadpalen.
Dit is minder dan de prognose, die uitkomt op 86 laadpalen in 2025 en 114 laadpalen in 2030. Mocht uit de jaarlijkse evaluatie blijken dat het aantal voorkeurslocaties niet voldoende is, dan kan gezocht worden naar aanvullende locaties en/of uitbreiding van bestaande locaties. Aangewezen voorkeurslocaties op de plankaart kunnen niet haalbaar blijken Voor de laadpaal moet een elektra-aansluiting worden aangevraagd. Indien blijkt dat de afstand tot de hoofdinfrastructuur van Stedin te lang wordt, kan het zijn dat het financieel en technisch niet haalbaar is om de laadpaal te plaatsen. De reden is dat bij een elektra-aansluiting van meer dan 25 meter de extra meters moeten worden betaald als meerwerk. Ook kan een hoge parkeerdruk een reden zijn dat een locatie afvalt. Mochten er veel locaties afvallen, dan kunnen alternatieve locaties worden aangewezen en onderzocht. De visie op doelgroepen en vormen van laden heeft (nog) geen plek op de plankaart De manieren van laden, het voertuigtype en de brandstofsoorten zijn nog volop in ontwikkeling. De verwachting is dat verschillende brandstoffen, laadoplossingen en voertuigen naast elkaar zullen bestaan en dat een combinatie van technieken nodig is om aan te sluiten bij de diversiteit en het aantal emissievrije voertuigen.
Omdat de onderzoeken van MRA-E nog lopen en er nog onduidelijkheden bestaan, worden er nog geen definitieve keuzes gemaakt en zijn de nieuwe ontwikkelingen (nog) niet op de plankaart terug te vinden. Wanneer er meer duidelijkheid is over bijvoorbeeld snellaadlocaties, kan dit een plek krijgen op de plankaart.
Bij wijzigen voorwaarden zijn in de toekomst mogelijk aanvullende financiële middelen nodig Begin 2020 is door MRA-E een aanbesteding gedaan voor 20.000 laadpunten. Het groeiend aantal elektrische auto's zorgt voor een sluitende business case bij de exploitant. Vanaf 2021 hoeven de bij
MRA-E aangesloten gemeenten de gemeentelijke bijdrage van € 250,- daardoor niet meer te betalen. De kosten voor de gemeente voor uitbreiding van het laadnetwerk zijn daardoor beperkt tot de kosten voor het leveren en aanbrengen van een symbooltegel. Mochten de voorwaarden van MRA-E in de toekomst veranderen, dan kunnen aanvullende financiële middelen nodig zijn. Financiën De elektrische laadpaal inclusief bebording wordt geleverd, geplaatst en aangesloten op het elektriciteitsnet en bekostigd door MRA-E. De gemeente zorgt zelf voor het aanbrengen van een symbooltegel (€ 30,- per stuk) in het betreffende parkeervak. Het aanbrengen van de tegel wordt door de buitendienst uitgevoerd binnen het reguliere werk. De kosten hiervoor kunnen worden betaald vanuit de huidige budgetten. Het voorstel is om zeven nieuwe locaties en acht laadpalen bij bestaande locaties te onderzoeken en mogelijk te plaatsen. Er zijn maximaal dertig symbooltegels nodig, de totale kosten bedragen dan € 900,-. Dit kan betaald worden vanuit de huidige budgetten. Uitvoering Na instemming van de raad met het herziene beleid, worden de nieuwe locaties en een tweede laadpaal op bestaande locaties onderzocht op parkeerdruk en aansluitmogelijkheden op het net. De nieuwe locaties worden toegevoegd aan de plankaart en kunnen vanaf dat moment door bewoners worden aangevraagd.
De mogelijkheid tot een tweede laadpaal wordt niet opgenomen op de plankaart, maar wordt gerealiseerd op basis van monitoring. Wanneer het verbruik bij een laadpaal over een periode van zes maanden hoger is dan 800 kWh, wordt de tweede laadpaal gerealiseerd. Communicatie Over de herziening van het laadpalenbeleid wordt via de gebruikelijke kanalen gecommuniceerd. Wanneer duidelijk is welke nieuwe locaties beschikbaar komen, zal dit worden gedeeld via de gemeentepagina en website. Ook kunnen de voortgang en de lopende aanvragen worden gevolgd via de website van MRA-E.
De raad van de gemeente Bunschoten, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 mei 2022, nummer 1169792; Gelet op de Gemeentewet: Besluit 1. Het herziene beleidskader ‘Openbare laadinfrastructuur gemeente Bunschoten’ (d.d. 3 mei 2022) vast te stellen, met als belangrijkste wijzigingen: - Visie op verschillende doelgroepen en verschillende vormen van laden - Voorstel (te onderzoeken) nieuwe locaties, aanvullend op huidige plankaart Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 30 juni 2022, Griffier Drs. E. Hoogstraten Voorzitter M. van de Groep