Gladheidsbestrijding 2026-2030.pdf
Tekst van het document
Beleidsplan gladheidsbestrijding Gemeente Bunschoten 2026 – 2030
Bunschoten-Spakenburg, december 2025
Inhoudsopgave Inhoudsopgave .......................................................................................................................2 Samenvatting ..........................................................................................................................4 1 Inleiding ...............................................................................................................................6 2 Bestaande situatie ................................................................................................................7 2.1 Organisatie en uitvoering ................................................................................................7 2.2 Materieel .......................................................................................................................7 2.3 Besluitvorming en signalering .........................................................................................8 2.4 Werkwijze ......................................................................................................................8 2.5 Regionale samenwerking ................................................................................................8 3 Relevante aspecten en bepalingen ........................................................................................9 3.1
Algemeen.......................................................................................................................9 3.2 Juridische aspecten........................................................................................................9 3.2.1 Wegenwet ...............................................................................................................9 3.2.2 Burgerlijk Wetboek ...................................................................................................9 3.2.3 Aansprakelijkheidsstelling...................................................................................... 10 3.2.4 Verantwoordelijkheid burgers................................................................................. 10 3.3 Arbo-aspecten ............................................................................................................. 10 3.4 Milieuaspecten ............................................................................................................ 11 3.5 Risico-inventarisatie en evaluatie ................................................................................ 11 3.6 Integrale Visie ............................................................................................................. 13 3.7 Strooimethodiek en signaleringsmethode....................................................................
13 3.7.1 Strooimethodiek .................................................................................................... 13 3.7.2 Signaleringsmethode ............................................................................................. 13 3.8 Registratie en evaluatie ................................................................................................ 15 3.9 Relevante ontwikkelingen ............................................................................................. 15 4 Uitgangspunten beleid ........................................................................................................ 16 4.1 Algemeen..................................................................................................................... 16 4.2 Keuzes gladheidsbestrijding ......................................................................................... 16 4.2.1 Afwegingen materieel ............................................................................................. 17 4.2.2 Afwegingen personeel ............................................................................................ 17 4.2.3 Systeem gladheidsmelding .................................................................................... 17 4.2.4. Communicatie ......................................................................................................
17 4.2.5 Meldingen van inwoners ......................................................................................... 18 4.2.6 Conservering en onderhoud materieel .................................................................... 19
4.3 Prioriteiten gladheidsbestrijding ................................................................................... 19 4.3.1 Wegtypen .............................................................................................................. 19 4.3.2 Tijdscriteria............................................................................................................ 20 4.3.3. Doelgroepen ......................................................................................................... 20 4.3.4. Prioriteit strooiroutes ............................................................................................ 21 4.4 Kostenraming ............................................................................................................... 22
Samenvatting Huidige situatie De gladheidsbestrijding op de gemeentelijke wegen wordt in eigen beheer en met eigen materieel uitgevoerd. De gemeente heeft de beschikking over twee vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg, twee kleinere auto’s met natzoutstrooier en sneeuwploeg, tractor met schuif, shovel met schuif en borstel. De gemeente via de zogenaamde natzout strooimethode. Het grote voordeel van deze methode is dat de gemeente meer preventief kan acteren. Relevante aspecten en bepalingen De wijze waarop ‘’gladheidsbestrijding’’ vorm krijgt, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het moet worden uitgevoerd. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder, voor het in goede en veilige staat verkeren van de wegen, vastgesteld in de Wegenwet. Bij de invulling van deze zorgtaak heeft de wegbeheerder te maken met Arbo-aspecten en met de nadelige effecten die het gebruik van dooimiddelen heeft op het milieu. Risico-inventarisatie De keuzes die gemaakt worden op het gebied van gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de afweging van de belangen op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. Het uitvoeren van een risicoinventarisatie is een goed hulpmiddel om vooraf na te denken over mogelijke risico’s en de gevolgen ervan.
Integrale visie Met integrale visie wordt beoogd dat zoveel mogelijk wegbeheerders dezelfde uitgangspunten hanteren voor het uitvoeren van de gladheidsbestrijding. Dit omdat wintergladheid niet alleen in de gemeente Bunschoten voorkomt maar grensoverschrijdend is. De geformuleerde visie is een belangrijk hulpmiddel voor de wegbeheerder bij het opstellen en invullen van het beleid pp het gebied van de gladheidsbestrijding. Hierbij wordt ingezien dat een samenhangende aanpak zowel binnen het eigen beheergebied als van aangrenzende wegbeheerders, van groot belang is. Strooimethodiek en signaleringsmethode De gemeente Bunschoten strooit volgens de natzout strooimethode. Voordeel hiervan is dat er gerichter kan worden gestrooid en hierdoor minder dooimiddel nodig is. Ook is dit minder belastend voor het milieu. Tegenwoordig hebben de gladheidscoördinatoren de beschikking tot de Roadmaster-app. Omdat er in Bunschoten geen wegdektemperatuurmeter is, wordt door middel van de app gebruik gemaakt van de wegdektemperatuur van andere (omliggende) gemeenten. De gemeente ontvangt dagelijks de weersverwachting van DTN. Daarnaast is er de eigen waarneming van de coördinator. Met behulp van deze instrumenten beslist de gladheidscoördinator om die dag wel of niet te gaan strooien.
Uitgangspunten beleid In het kader van de gladheidsbestrijding rust op de gemeente een inspanningsverplichting. Het staat haar vrij de beleidskeuze te maken om bepaalde wegen wel en anderen niet te strooien en prioriteiten te stellen op basis van verkeersintensiteiten. Om prioriteiten in gladheidsbestrijding (hoog, middel of laag) te bepalen is door de CROW-stuurgroep ‘’Gladheidsbestrijding’’ gebruik gemaakt van de categorisering van wegen naar hun verkeersfunctie. In bijlage I is per wegcategorie en soort gladheid de voorkeur voor de wijze en prioriteit van gladheidsbestrijding aangegeven. De gemeente Bunschoten conformeert zich zoveel als mogelijk is aan deze richtlijnen waarbij in principe preventief wordt gestrooid. Communicatie en evaluatie Voor alle betrokkenen binnen de eigen gemeentelijke organisatie als voor burgers en weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd. Intern dient de communicatie op een juiste en duidelijke wijze te worden overgebracht. Alle betrokken medewerkers moeten weten wat er in geval van gladheid van hem of haar wordt verwacht. Extern moeten de burgers en weggebruikers tijdig worden geïnformeerd over het gemeentelijke beleid op het gebied van de gladheidsbestrijding.
De laatste stap in het proces van planvorming tot en met uitvoering van de gladheidsbestrijding is de evaluatie. De evaluatie vindt aan het eind van ieder strooiseizoen plaats. Van de evaluatie wordt een verslag gemaakt. De hoofd- en verbeterpunten worden verwerkt in het eerstvolgende ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.
1 Inleiding De eisen die de samenleving stelt aan gladheidsbestrijding nemen verder toe. Mobiliteit moet ook onder veranderende winterse omstandigheden gewaarborgd blijven, terwijl duurzaamheid en kostenefficiëntie steeds belangrijker worden. Klimaatverandering zorgt bovendien voor grotere weersvariatie: minder langdurige vorstperioden, maar vaker plotselinge temperatuurwisselingen en natte sneeuw. Dat vraagt om flexibel en preventief handelen. Daarnaast blijft de juridificering van de maatschappij toenemen. Wegbeheerders worden nog steeds aangesproken op hun zorgplicht voor een veilige weginfrastructuur, ook bij winterse omstandigheden. Een goed onderbouwd beleid en aantoonbare uitvoering zijn daarom essentieel. Het beleidsplan Gladheidsbestrijding 2026–2030 geeft richting aan de wijze waarop de gemeente Bunschoten haar zorgplicht invult. Het beschrijft de verantwoordelijkheden, uitgangspunten en doelstellingen van het gemeentelijk beleid op het gebied van gladheidsbestrijding en vormt de basis voor het jaarlijks op te stellen Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding. Belangrijke accenten voor de nieuwe planperiode zijn:
Versterking van duurzaamheid: gericht strooien, minder zoutverbruik, milieuvriendelijke middelen waar mogelijk; Uitbreiding van datagestuurd werken met verbeterde meet- en signaleringssystemen. Verdere afstemming binnen de regio Eemland om uniformiteit en efficiëntie te bevorderen;
Het uitvoeringsplan wordt jaarlijks geëvalueerd, bijgesteld en door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. De evaluatie vormt de basis voor continue verbetering.
2 Bestaande situatie De gladheidsbestrijding binnen de gemeente Bunschoten wordt op de gemeentelijke wegen uitgevoerd door de buitendienst van de gemeente. De provincie Utrecht is verantwoordelijk voor de gladheidsbestrijding op de provinciale wegen binnen het grondgebied van Bunschoten, te weten de Amersfoortseweg (N199), de Bisschopsweg (N414) en de Oostelijke Randweg/Nijkerkerweg (N806, gedeeltelijk).
2.1 Organisatie en uitvoering De uitvoering vindt plaats in eigen beheer. Binnen het team Buitendienst zijn drie strooiploegen actief, elk bestaande uit drie chauffeurs en een gladheidscoördinator. De ploegen draaien consignatiediensten tijdens het winterseizoen. De consignatieperiode loopt van 1 november tot en met 1 april. In deze periode staat één coördinator stand-by als beslissingsbevoegde voor het aansturen van de gladheidsbestrijding. Bij extreme sneeuwval of langdurige gladheid kan de formatie tijdelijk worden opgeschaald met extra personeel of ingehuurde ondersteuning.
2.2 Materieel Het gemeentelijke materieel voor gladheidsbestrijding bestaat uit: Twee vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg; Twee kleine voertuigen (pick-ups) met natzoutstrooier en sneeuwploeg; Één tractor met schuif; Één shovel met schuif en borstel; Aanvullende handmaterieel voor het ruimen van sneeuw rondom gevoelige locaties (zoals bruggen, trappen en entreezones van publieke gebouwen). Het materieel wordt jaarlijks gekeurd door een gecertificeerde instantie en preventief onderhouden voor aanvang van het winterseizoen. Hiermee blijft de bedrijfszekerheid hoog en de kans op uitval minimaal. De opslagcapaciteit op de gemeentewerf bedraagt circa 120 ton zout. Daarnaast is een strategische voorraad van 70 ton aanwezig op een extern depot binnen de regio. Het gebruikte dooimiddel is natzout (NaCl), dat lokaal wordt aangemaakt door het vermengen van zout en pekelwater. Deze methode leidt tot minder verwaaiing en een lager totaal zoutverbruik dan droog strooien.
2.3 Besluitvorming en signalering De gladheidscoördinator bepaalt op basis van meerdere informatiebronnen of, waar en wanneer er wordt gestrooid. Daarbij wordt gebruikgemaakt van: De Roadmaster-app (inclusief regionale wegdektemperatuurdata); Dagelijkse gladheidsverwachtingen via DTN (voorheen Meteo Consult); Lokale waarnemingen door de coördinator of surveillancerondes; Meldingen van politie of hulpdiensten. De gemeente Bunschoten beschikt niet over een eigen fysiek gladheidmeldsysteem (GMS), maar maakt gebruik van regionale meetpunten van omliggende gemeenten. Er wordt onderzocht of in de nieuwe beleidsperiode één of meerdere sensoren binnen de gemeente kunnen worden geplaatst, bijvoorbeeld op strategische locaties als de Smeerweg of de bruggen richting Eemdijk.
2.4 Werkwijze De gemeente streeft naar preventief strooien. Dit betekent dat, wanneer op basis van de weersverwachting of meetdata kans op gladheid wordt voorzien, voorafgaand aan de neerslag of bevriezing wordt gestrooid. Bij plotselinge gladheid of sneeuwval wordt curatief gestrooid. De maximale uitruktijd bedraagt circa 15 tot 20 minuten na een melding, en een volledige strooicyclus duurt onder normale omstandigheden niet langer dan 3,5 uur. Bij aanhoudende sneeuwval wordt aanvullend materieel ingezet om sneeuwophoping te beperken.
2.5 Regionale samenwerking De gemeente blijft samenwerken met omliggende wegbeheerders (Amersfoort, Nijkerk, Baarn en de provincie Utrecht) om aansluitende routes op elkaar af te stemmen. Dit voorkomt abrupte overgangen in gladheid en bevordert verkeersveiligheid. Ook de gezamenlijke inkoop van zout via de Inkoopsamenwerking Noord-Veluwe (ISNV) wordt gecontinueerd in de nieuwe beleidsperiode, om prijsvorming en leveringszekerheid te borgen.
3 Relevante aspecten en bepalingen 3.1 Algemeen In Nederland is de gladheidsbestrijding een verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. Afhankelijk van het type weg kunnen dit Rijkswaterstaat, provincies, waterschappen en gemeenten zijn. Al deze partijen hanteren hun eigen beleid voor de gladheidsbestrijding en gaan hier op verschillende manieren mee om. Dit kwam de overzichtelijkheid voor de weggebruiker niet ten goede. Daarom wordt er sinds een aantal jaren zoveel mogelijk uniformiteit in de gladheidsbestrijding nagestreefd. De wijze waarop de gladheidsbestrijding vorm krijgt, wordt voornamelijk bepaald door de wettelijke kaders waarbinnen het moet worden uitgevoerd. Zo is de zorgplicht van de wegbeheerder, voor het in goede staat verkeren van de wegen vastgesteld in de Wegenwet (artikel 16 e.v.). Bij de invulling van deze zorgtaak heeft de wegbeheerder te maken met Arbo-aspecten en met de nadelige effecten die het gebruik van dooimiddelen heeft op het milieu. De gemeente Bunschoten is als wegbeheerder verantwoordelijk voor de veiligheid, bruikbaarheid en instandhouding van de wegen binnen de gemeentegrenzen. Deze zorgplicht vloeit voort uit de Wegenwet en het Burgerlijk Wetboek. Gladheidsbestrijding maakt integraal deel uit van deze zorgtaak.
Binnen Nederland wordt gestreefd naar uniformiteit in gladheidsbestrijding, zodat weggebruikers zo min mogelijk hinder ondervinden van verschillen tussen gemeenten en andere wegbeheerders. De gemeente Bunschoten conformeert zich waar mogelijk aan de richtlijnen van Richtlijn organisatie en bestrijding wintergladheid 2024' (CROWpublicatie 323), aangevuld met lokale uitgangspunten uit dit beleidsplan. De uitvoering vindt plaats binnen wettelijke, arbotechnische en milieutechnische kaders. Daarnaast wordt gewerkt met risicobeheersing, registratie en jaarlijkse evaluatie, waarmee de gemeente invulling geeft aan haar inspanningsverplichting.
3.2 Juridische aspecten 3.2.1 Wegenwet Volgens de Wegenwet (artikelen 15 t/m 26) rust op de wegbeheerder de plicht de wegen in een goede en veilige staat te houden. Wanneer de gemeente aantoonbaar zorgvuldig handelt en haar gladheidsbestrijding structureel organiseert, is zij in beginsel niet aansprakelijk voor schade die ontstaat als gevolg van gladheid.
3.2.2 Burgerlijk Wetboek De aansprakelijkheid van de wegbeheerder kan voortkomen uit twee grondslagen:
Artikel 6:174 BW – risicoaansprakelijkheid bij gebreken aan de weg of weguitrusting; Artikel 6:162 BW – aansprakelijkheid op basis van onrechtmatige daad, bijvoorbeeld wanneer de gemeente niet tijdig optreedt bij bekende gevaarlijke situaties.
In de jurisprudentie is bevestigd dat gemeenten die een gedocumenteerd beleid voeren, adequaat registreren en tijdig handelen, voldoen aan hun inspanningsverplichting.
3.2.3 Aansprakelijkheidsstelling Om bij eventuele schadeclaims de zorgplicht te kunnen aantonen, moet de gemeente beschikken over:
Een vastgestelde en jaarlijks geactualiseerde beleids- en uitvoeringsstructuur; Goed onderhouden materieel en voldoende personeel; Een meldsysteem voor gladheidssignalering; Een registratie van uitrukken, routes en weersomstandigheden; Jaarlijkse evaluatieverslagen en verbeteracties.
3.2.4 Verantwoordelijkheid burgers De verantwoordelijkheid van inwoners beperkt zich tot het nemen van redelijke voorzorgsmaatregelen, bijvoorbeeld het gebruik van strooizout op eigen terrein. Van bewoners mag niet worden geëist dat zij hun trottoir voortdurend sneeuw- of ijsvrij houden.
3.3 Arbo-aspecten Gladheidsbestrijding vindt vaak plaats onder zware en onregelmatige omstandigheden, zoals nachtwerk, kou, verminderde zichtbaarheid en gladde ondergrond. Daarom gelden strikte regels vanuit de Arbeidstijdenwet en de Arbowet. De gemeente zorgt voor veilige werkomstandigheden, goedgekeurde materialen en duidelijke instructies. Belangrijke uitgangspunten zijn:
Alle betrokken medewerkers zijn geïnstrueerd over bediening van materieel, persoonlijke bescherming en noodprocedures; Jaarlijks wordt een startbijeenkomst winterseizoen gehouden op de werf, waarin procedures, veiligheidsinstructies en communicatie worden doorgenomen; Al het materieel voldoet aan CE-markering en wordt jaarlijks door een erkende instantie gekeurd.
3.4 Milieuaspecten De milieubelasting van gladheidsbestrijding blijft een aandachtspunt. Zout dat naast het wegdek terechtkomt, kan de bodem, het grondwater en de vegetatie aantasten. De gemeente Bunschoten past de natzoutmethode toe om verwaaiing te beperken en het zoutverbruik te reduceren. Aanvullende milieumaatregelen: Automatische dosering en strooibreedte per voertuig wordt jaarlijks gecontroleerd; Strooiacties worden alleen uitgevoerd op basis van noodzaak, om overmatig zoutgebruik te voorkomen; Vrijkomend spoelwater wordt milieuhygiënisch afgevoerd of hergebruikt; Monitoring van zoutverbruik per seizoen wordt vastgelegd in de evaluatie. Er wordt gestreefd naar een doelmatige en milieubewuste gladheidsbestrijding. Doelmatig en milieubewust betekent ook dat dit het meest kosten efficiënt is.
3.5 Risico-inventarisatie en evaluatie De keuzes die gemaakt worden op het gebied van gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de afweging van de belangen op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. Het uitvoeren van een risicoinventarisatie is een goed hulpmiddel om vooraf na te denken over mogelijke risico’s en de gevolgen hiervan. In tabel 1 zijn de mogelijke risico’s die op de gemeente Bunschoten van toepassing zijn nader beschreven. Risico Verkeer Mogelijk plaatselijk glad
Oorzaak
Maatregel
Wel/niet strooien in hetzelfde wegvak Buitenwegen die niet worden gestrooid Geografische omstandigheden
Overleg/afstemming met aangrenzende (weg)beheerders Waarschuwingsborden plaatsen in het winterseizoen Alarmering uit laten gaan van meest gevoelige locaties. Prioriteit binnen strooigebied bijstellen; Waarschuwingsborden plaatsen. Strooibeleid bijstellen op basis van ervaringen Prioriteit stellen op basis van Gemeentelijke Verkeer- en Vervoerplan Voorlichting inwoners over strooibeleid Gedegen voorraadbeheer; Leveringsgarantie in aankoopcontract regelen;
Overgang in verhardingssoorten Verkeersintensiteit Onwetendheid weggebruiker Te kort aan dooimiddel
Risico
Oorzaak
Extreem langdurige gladheid
Materieel Materieel niet inzetbaar Beperkte inzetbaarheid
Personeel Gezondheid
Uitval
Storing Obstakels, te smal wegprofiel
Chemische samenstelling dooimiddel Ziekte Ongeval
Gladheidsmeldsysteem Geen meldingen Storing mobiele netwerken Milieu Aantasting bermen en Hoge zoutbelasting begroeiing Tabel 1
Maatregel Inkorten strooiroutes en deze beperken tot alleen hoofdwegen en bus routes en dit communiceren naar inwoners Inschakelen van derden (personeel en/of materieel); Inkorten strooiroutes en deze beperken tot alleen de hoofdwegen en de bus routers en dit communiceren naar de inwoners
Preventief onderhoud; Tijdige vervanging; Jaarlijks onderhoud door leverancier Controle tijdens ontwerpfase; Zo nodig aanpassen wegontwerp; Controle routes buiten winterseizoen Voorlichting, instructie gebruik van hulpmiddelen, persoonlijke beschermingsmiddelen beschikbaar stellen Reservechauffeur oproepen Veiligheidsuitrusting materieel; mobiel bereikbaar Via eigen waarneming Automatische controle dosering en strooibreedte. Strooicomputer aanpassen per kant en te gebruiken zout.
3.6 Integrale Visie Gladheid kent geen gemeentegrenzen. De gemeente Bunschoten werkt daarom samen met omliggende gemeenten en de provincie Utrecht om een regionaal afgestemde aanpak te waarborgen. Doel van deze integrale visie is:
Uniforme criteria voor prioritering van strooiroutes; Afstemming van uitruktijden en zoutgebruik; Efficiënter gebruik van materieel; Herkenbare werkwijze voor de weggebruiker.
De gemeente blijft aangesloten bij landelijke kennisnetwerken (CROW, VNG, NVRD) en volgt innovaties in strooitechniek, data-analyse en alternatieve dooimiddelen.
3.7 Strooimethodiek en signaleringsmethode 3.7.1 Strooimethodiek De gemeente hanteert de natzoutmethode als standaard. Deze techniek combineert droog zout met pekel, waardoor het zout direct aan het wegdek hecht en minder verwaait. Voordelen: Lager zoutverbruik (gemiddeld 20–30% besparing); Snellere werking bij lage temperaturen; Minder milieubelasting.
3.7.2 Signaleringsmethode Tot nu toe maakt de gemeente Bunschoten gebruik van gladheidsdata van omliggende gemeenten via de Roadmaster-app en de weersverwachtingen van DTN. Deze werkwijze biedt een globaal beeld van de regionale situatie, maar houdt onvoldoende rekening met lokale verschillen in microklimaat en bodemgesteldheid. Met name in Bunschoten, waar de ligging nabij water, open poldergebied en bruggen zorgt voor plaatselijke variaties in wegdektemperatuur, is lokale meting van groot belang. Voornemen: realisatie gemeentegrenzen
van
één
of
meer
eigen
meetpunten
binnen
de
De gemeente streeft ernaar om in de beleidsperiode 2026–2030 te beschikken over eigen, vaste meetstations voor het zoutgehalte, wegdek- en luchttemperatuur. Deze meetpunten leveren continu actuele data aan de gladheidscoördinator en de
meteorologische dienst. De argumentatie hiervoor is zowel financieel als operationeel onderbouwd: 1. Financieel voordeel en terugverdientijd De aanschaf en exploitatie van één meetstation kent volgens ervaringscijfers uit andere gemeenten, zoals Voorne aan Zee (Sander Kruithof, gladheidscoördinator en spreker op het landelijk gladheidscongres), een gemiddelde terugverdientijd van circa twee jaar. Dit voordeel ontstaat voornamelijk door minder onnodige uitrukken dankzij nauwkeurige lokale metingen. Bij twijfelachtige weersituaties wordt nu vaak preventief gestrooid op basis van regionale data, terwijl lokale meting duidelijk kan aantonen dat dit niet nodig is. De investering verdient zich daarnaast terug door verminderd zoutverbruik en lagere personeels- en brandstofkosten. Ook de bewijsfunctie bij schadeclaims draagt financieel bij: met meetdata kan de gemeente aantonen dat er tijdig en conform beleid is gehandeld, wat juridische kosten en aansprakelijkheidsclaims beperkt. 2. Betere voorspelbaarheid en werkcomfort voor medewerkers De meetstations leveren niet alleen data, maar ook een lokaal maatwerkadvies via de meteorologische dienst. Hierdoor kunnen coördinatoren en chauffeurs tijdig anticiperen op gladheid. Dit verhoogt de voorspelbaarheid en vermindert het aantal ad-hoc acties midden in de nacht.
Voor de buitendienstmedewerkers betekent dit meer rust en duidelijkheid in planning, wat zowel de inzetbaarheid als de veiligheid ten goede komt. 3. Efficiënter en doelmatiger strooibeleid Door lokaal inzicht in temperatuurverloop en vochtigheid kan preciezer worden bepaald wanneer en hoeveel zout moet worden gestrooid. Onderzoek uit meer dan 130 gemeenten en constateert dat een dosering van 15–20 gram natzout per m² in de praktijk leidt tot een stabielere werking en vaak één in plaats van meerdere uitrukken per gladheidsmoment. Door deze optimalisatie wordt niet alleen het milieu minder belast, maar ontstaat ook een constanter en betrouwbaarder effect van de strooiacties. 4. Strategische kennisopbouw en samenwerking Door eigen meetdata op te bouwen, kan de gemeente op termijn bijdragen aan regionale en landelijke kennisontwikkeling over gladheidspatronen in het laaggelegen poldergebied. Dit versterkt de positie van Bunschoten binnen samenwerkingsverbanden zoals de ISNV en bij het delen van data met omliggende gemeenten. Beleidsvoorstel De gemeente Bunschoten stelt voor om te investeren in één of meerdere lokale gladheidsmeetpunten binnen de beleidsperiode 2026–2030. Deze meetpunten worden strategisch geplaatst op locaties met verhoogd risico op gladheid. Hiervoor wordt een meting uitgevoerd die het koudste punt binnen de gemeente vastlegt.
De meetdata worden geïntegreerd met de Roadmaster-app en
DTN-adviezen, zodat besluitvorming over strooiacties volledig data gedreven plaatsvindt. Het plaatsen voor één gladheidsmeetpunt is een investering van € 25.000,-. Dit bedrag omvat de volledige levering, plaatsing en integratie in de bestaande systemen, inclusief meetapparatuur, sensoren, netwerkaansluiting en kalibratie. Hoewel deze besparing zoals aangeven bij onderdeel 1: Financieel voordeel en terugverdientijd op de vorige niet als dekking kan dienen, versterkt de investering de juridische positie bij schadeclaims en draagt bij aan een doelmatiger zoutgebruik en een langere milieubelasting. Deze investering wordt meegenomen in de kadernota van 2027-2030 als nieuwbeleid. De keuze voor een eigen gladheidsmeetpunt is nog voordeliger wegens ons microklimaat. De omliggende buurgemeenten hebben dusdanig andere microklimaten dat wij de meteorologische data niet goed kunnen gebruiken. Het meetpunt wat het meest kenmerkend is met ons microklimaat is het meetpunt in Flevoland nabij de Stichtse Brug.
3.8 Registratie en evaluatie De gladheidscoördinator registreert Daarin worden vastgelegd:
alle
acties
in
een
digitaal
logboek.
Datum en tijdstip van gladheidsmelding; Aard van de gladheid; Besluit tot wel/niet strooien en motivatie; Start- en eindtijd van acties; Betrokken medewerkers, routes, bijzonderheden.
Na afloop van het winterseizoen wordt een evaluatie gehouden met alle betrokkenen van de buitendienst. Bevindingen worden verwerkt in het nieuwe uitvoeringsplan.
3.9 Relevante ontwikkelingen In de periode 2026–2030 verwacht de gemeente onder meer:
Verdere toepassing van data gedreven beheer via sensordata en voorspellende algoritmen;
4 Uitgangspunten beleid In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten beschreven op basis waarvan het ‘’Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding’’ jaarlijks wordt samengesteld. De uitgangspunten beschrijven de keuzes en prioriteiten op het gebied van de gladheidsbestrijding in de gemeente Bunschoten.
4.1 Algemeen In het kader van de gladheidsbestrijding rust op de gemeente een inspanningsverplichting. Het staat haar vrij de beleidskeuze te maken om bepaalde wegen niet te strooien en op basis van verkeersintensiteiten prioriteiten te stellen. De gemeente handelt wel onrechtmatig als zij, ondanks uitdrukkelijk aan haar gegeven waarschuwingen, een gevaarlijke situatie langere tijd zonder noodzaak laat voortbestaan dan wel daarvoor niet waarschuwt. Voor het beleid ten aanzien van de gladheidsbestrijding gelden de volgende uitgangspunten: - doel van de gladheidsbestrijding is een bijdrage te leveren aan de verkeersveiligheid en de economische en maatschappelijke voortgang onder winterse omstandigheden - veiligheid van het uitvoerend personeel heeft tijdens de uitvoering van de gladheidsbestrijding de hoogste prioriteit - gladheidsbestrijding vindt in principe plaats van 1 november tot 1 april het jaar daarop - bij de uitvoering van de gladheidsbestrijding moet worden voorkomen, dat het milieu onevenredig wordt belast door overmatig gebruik van dooimiddel - bij prioritering van routes vindt afstemming plaats met de buurgemeenten - gebouwen met een openbare functie en plaatsen die gevoelig zijn voor het optreden van gladheid, zoals bruggen, trappen e.d. worden zo veel mogelijk opgenomen in de strooiroute
4.2 Keuzes gladheidsbestrijding De keuzes die gemaakt worden op het gebied van de uitvoering van de gladheidsbestrijding zijn afhankelijk van de belangenafweging op het gebied van veiligheid (risico), bereikbaarheid, doorstroming, milieu en kosten. De gladheidsbestrijding is een op zichzelf staand werkveld. Het omvat elementen van wegbeheer en verkeersveiligheid en heeft daarnaast raakvlakken met de aanpak van calamiteiten. Het anticiperen op het voorkomen van gladheid vereist van de gladheidscoördinatoren een basiskennis van de meteorologie en daarnaast kennis van het coördineren van een gladheidsbestrijdingsactie. De coördinator van de gemeente bepaalt uiteindelijk of er wel of niet wordt gestrooid.
Om wintergladheid goed te kunnen bestrijden is het hebben van inzicht in de wijze waarop en de omstandigheden waaronder wintergladheid kan ontstaan van groot belang. Wintergladheid ontstaat meestal als aan twee voorwaarden wordt voldaan: - De temperatuur van het wegdek ligt onder het vriespunt - Het wegdek is nat of bedekt met sneeuw, hagel of ijzel Daarnaast worden drie soorten wintergladheid onderscheiden: - Door bevriezing van natte weggedeelten - Door condensatie (aanvriezen van vocht uit de lucht aan het wegdek) - Door neerslag (ijzel, sneeuw of hagel)
4.2.1 Afwegingen materieel De gemeente Bunschoten beschikt over twee vrachtwagens met natzoutstrooier en sneeuwploeg, twee kleinere auto’s met natzoutstrooier en sneeuwploeg, tractor met schuif, shovel met schuif en borstel. Het materieel is in eigendom van de gemeente.
4.2.2 Afwegingen personeel De gladheidsbestrijding wordt in eigen beheer uitgevoerd. Voor aanvang van de winterperiode wordt door de coördinator gladheidsbestrijding een consignatierooster opgesteld waarop is aangegeven wie in welke week als gladheidscoördinator optreedt. Ook voor de strooiploegen wordt een rooster opgesteld waarbij elke ploeg in principe om de week wachtdienst draait. De gladheidscoördinator is tevens belast met de systematische controle op het verloop en effect van de gladheidsbestrijding tijdens en/of na het strooien. Indien nodig wordt tijdens de strooiactie de strooihoeveelheid aangepast en/of worden weggedeelten voor een tweede maal gestrooid. Controle vindt voornamelijk plaats op de meest kritieke punten.
4.2.3 Systeem gladheidsmelding Een gladheidssysteem verzamelt gegevens over de daadwerkelijke toestand van het wegdek en de wegomgeving. Tegenwoordig is 70% van alle gladheid ongeveer tien uur van tevoren redelijk nauwkeurig te voorspellen. De gemeente Bunschoten beschikt zelf niet over een gladheidsmeldsysteem. Via DTN, ontvangt de gemeente, gedurende het winterseizoen, dagelijks een e-mail met de gladheidsverwachting voor het beheersgebied van de gemeente. Daarnaast voorziet de RoadMaster App de gemeente van de nodige informatie over te verwachten gladheid. Ook houdt de geconsigneerde coördinator gladheidsbestrijding de ontwikkelingen van het weer en de toestand van het wegdek via eigen waarneming in de gaten.
4.2.4. Communicatie Voor zowel betrokkenen binnen de eigen organisatie als voor inwoners en weggebruikers is het van belang dat informatie over de gladheidsbestrijding tijdig en efficiënt wordt gecommuniceerd.
Interne communicatie
Binnen de eigen organisatie moet de communicatie voor de gladheidsbestrijding op een duidelijke wijze plaatsvinden. Iedereen moet weten, wat er in geval van gladheid van hem of haar wordt verwacht. De geconsigneerde gladheidscoördinator van de buitendienst fungeert hierbij als spin in het web. Hij is verantwoordelijk voor de uitvoering en onderhoudt de contacten met het weerbureau en de eigen medewerkers van de gladheidsbestrijding. Externe communicatie
Inwoners en bedrijven binnen de gemeenten moeten voor het winterseizoen worden geïnformeerd over de wijze waarop de gladheid op de gemeentelijke wegen in Bunschoten wordt bestreden. Hierbij moet de volgende informatie in ieder geval worden verstrekt: - Strooiroutes en prioriteitsvolgorde; - Algemene informatie die van belang kan zijn voor de burger en weggebruikers (voorzichtigheid in acht nemen bij mogelijke gladheid e.d.); - De mogelijkheid om vragen te stellen of klachten in te dienen. De communicatiemiddelen die de gemeente voor deze informatieoverdracht voor handen heeft zijn: - De gemeentelijke website; - De gemeentepagina in de huis-aan-huis krant - Inzet van de social mediakanalen (Twitter, Instagram, Facebook) - Persberichten (indien nodig) Daarnaast wordt het ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’ gestuurd aan de regionale meldkamer van de politie. Binnen de gemeentelijke organisatie dient voor de duidelijkheid één vast aanspreekpunt te zijn voor instanties zoals politie, brandweer e.d. Bij de gemeente Bunschoten is de coördinator van de buitendienst het vaste aanspreekpunt.
4.2.5 Meldingen van inwoners Inwoners kunnen snel herstel meldingen doen via de Fixi-app. Voor wat betreft de gladheidsbestrijding kan er niet (extra) gestrooid worden bij meldingen. We houden ons aan de strooiroute(s), buiten deze route(s) wordt er niet gestrooid. Hierop geldt één uitzondering: bij aanhoudende sneeuwval wordt er bij huisartsenposten, kinderdagverblijven, scholen, verpleeghuizen en seniorencomplexen sneeuw geruimd. Afstemming met andere wegbeheerders
Het gemeentelijk gladheidsbeleid is afgestemd met omliggende wegbeheerders. Dit is noodzakelijk uit oogpunt van verkeersveiligheid. Het kan namelijk gevaarlijk zijn als strooiacties op doorgaande wegen aan de gemeentegrens stoppen en niet zijn afgestemd met de aangrenzende wegbeheerders. Hetzelfde geldt voor wegen die door de gemeente lopen en door andere wegbeheerders worden behandeld, zoals de provinciale wegen. De gemeente Bunschoten grenst met haar wegen aan provinciale wegen van de gemeente Utrecht en aan wegen van de buurgemeenten, Amersfoort, Nijkerk en Baarn. Met de genoemde gemeenten zijn werkafspraken
gemaakt voor het strooien van in elkaar overlopende wegen zoals de Zevenhuizerstraat, Bonte Poort en Eemdijk-Zuid.
4.2.6 Conservering en onderhoud materieel Gladheidsbestrijdingsmaterieel moet in de winterperiode 24 uur per dag gebruiksklaar staan. Het gebruik van dit materieel vindt meestal onder slechte en koude weerscondities plaats. Een goede conservering van en onderhoud aan het materieel is dan ook van groot belang. Om de conditie van het materieel in stand te houden dienen na elke strooibeurt de strooiers zoveel mogelijk te worden leeg gedraaid, eventueel schoongemaakt en gestald (behalve als de verwachting is dat binnen 5 uur weer moet worden gestrooid). Het gladheidsbestrijdingsmaterieel van de gemeente Bunschoten wordt jaarlijks op een deskundige wijze onderhouden en geïnspecteerd door de leverancier van de machines. Naast dit onderhoud worden de machines jaarlijks gekeurd. Bij storingen aan de machines wordt de leverancier ingeschakeld. Kleine mankementen kunnen in sommige gevallen door de eigen storingsmonteur worden verholpen.
4.3 Prioriteiten gladheidsbestrijding Het wegennet binnen de gemeente vertoont een grote diversiteit. Gemotoriseerd verkeer maakt gebruik van hoofdwegen tot en met woonerven. Voetgangers en fietsers van trottoirs en fietspaden. Deze verschillende weggebruikers stellen alleen hun specifieke en soms tegenstrijdige eisen als het om gladheidsbestrijding gaat. Het is voor de wegbeheerder onmogelijk om het geheel aan wegen, straten en paden bij (naderende) gladheid in een kort tijdsbestek te strooien. Het zal altijd noodzakelijk zijn om belangen af te wegen en op grond daarvan prioriteiten te stellen. Daarnaast stellen onder andere ligging, de constructie en het gebruik van de verschillende wegtypen bijzondere eisen aan materieel, werkmethoden en strooimiddelen. Soms is het voor strooiwagens niet mogelijk om smalle woonstraten, woonerven en pleintjes te bereiken. Voor de bepaling van prioriteiten moet rekening gehouden worden met: - diensten en openbare voorzieningen die met zo min mogelijk hinder bereikbaar moeten zijn (winkelcentra, gemeentehuis, politie, brandweer, bejaardenhuizen, scholen) - aansluitingen op provinciale wegen en wegen van buurgemeenten - voor gladheid gevoelige locaties (bruggen, trappen en bepaalde wegverhardingssoorten)
4.3.1 Wegtypen Om prioriteiten in gladheidsbestrijding (hoog, middel of laag) en strooimethodiek (curatief of preventief) te bepalen is door de CROW-werkgroep gebruik gemaakt van de categorisering van wegen naar hun verkeersfunctie. In bijlage I is per wegcategorie en soort gladheid de voorkeur voor de wijze en prioriteit van gladheidsbestrijding aangegeven. De gemeente Bunschoten conformeert zich aan de ze richtlijnen waarbij in principe preventief wordt gestrooid.
4.3.2 Tijdscriteria Elk winterseizoen dat loopt van 1 november tot 1 april van het daaropvolgend jaar staande medewerkers van de buitendienst stand-by om voor de gladheidsbestrijding uit te rukken. De beslissing om tot actie over te gaan ligt in handen van de dienstdoende coördinator gladheidsbestrijding. Bij uitrukken worden de volgende actietijden nagestreefd: - Binnen 15-20 minuten na melding moeten de dienstdoende medewerkers aanwezig zijn op de gemeentewerf - De maximale duur van een strooiactie mag, vanaf het begin van het daadwerkelijk strooien, onder normale omstandigheden, niet meer dan 3,5 uur bedragen (zie bijlage I) Deze tijdsnormen zijn niet van toepassing onder extreme omstandigheden en bij aanhoudende sneeuwval of ijzel. Gestreefd wordt om de strooiactie voor de ochtendspits te hebben voltooid.
4.3.3. Doelgroepen Bij gladheidsbestrijding worden, op basis van hun modaliteit, vier doelgroepen onderscheiden namelijk: 1. Openbaar vervoer 2. Autoverkeer 3. Fietsers, bromfietsers en schoolroutes 4. Voetgangers Ad 1) De bus routes door de gemeente worden samen met de hoofdroutes in principe altijd schoongehouden. Voor gebruikers van het openbaar vervoer is het redelijkerwijs mogelijk om de halteplaatsen te bereiken. Ad 2) De gladheidsbestrijding vindt in eerste instantie plaats op de gebiedsontsluitingswegen, bedrijventerreinen en erftoegangswegen type 1 (de zogenaamde hoofdroutes door de wijk). Inwoners moeten rekening houden met een maximale afstand van 500 meter om op een gestrooide route te komen. Afhankelijk van de omstandigheden kan worden besloten om ook wegen buiten de strooiroutes te gaan strooien. Ad 3) Doorgaande fietspaden worden gelijktijdig met de hoofdroutes gestrooid en schoongehouden, zodat vooral woon-werk verkeer in de spits veilig hun bestemming kunnen bereiken. Ad 4) Als wegbeheerder is de gemeente op grond van het Burgerlijk Wetboek aansprakelijk voor de veiligheid in de openbare ruimte, dus ook op trottoirs en voetpaden. Anderzijds kan niet worden verwacht dat alle trottoirs worden gestrooid of sneeuwvrij worden gemaakt.
Uit jurisprudentie is gebleken dat ook de rechter deze nuancering aanbrengt en een deel van de verantwoordelijkheid neerlegt bij de weggebruiker zelf. In principe worden trottoirs en voetpaden niet gestrooid met uitzondering van de vermelde specifieke locaties.
Beschikbaarheid zout voor particulieren
In sommige gemeenten bestaat de mogelijkheid voor inwoners om voor het winterseizoen gratis een emmer zout op te halen op de gemeentewerf. Een belangrijk argument om dit niet te doen is dat de gemeente dan bezig is met oneerlijke concurrentie. De wet Markt en Overheid, als verlengstuk van de Mededingingswet, wil dit namelijk tegengaan. De mogelijkheid die het bedrijfsleven biedt om zout te kopen, vormt samen met de Mededingingswet belangrijke argumenten om geen gratis zout te verstrekken aan de eigen inwoners. Daar komt nog bij dat hiervoor geen financiële middelen zijn opgenomen in de programmabegroting.
Beschikbaarheid zout voor aannemers
De aannemers die de gemeente inschakelt, kunnen zout van de gemeente krijgen, tegen betaling. Zij beschikken zelf niet over een zoutopslag. Zoutkisten
Om inwoners de mogelijkheid te bieden om op enkele gevaarlijke plaatsen zelf zout te strooien, zoals op bruggen, hellingen, langs gevaarlijke waterkanten en trappen, worden jaarlijks voor het winterseizoen op deze specifieke plaatsen zoutkisten geplaatst. De locaties van de zoutkisten worden opgenomen in het ‘’Uitvoeringsplan Gladheidsbestrijding’’.
4.3.4. Prioriteit strooiroutes Bij het opstellen van de strooiroutes vindt een afweging plaats tussen belangen van economie, milieu en veiligheid. Ook wordt zoveel mogelijk gekeken naar aaneengesloten logische routes. De gladheidsbestrijding is in die zin geen exacte wetenschap. Het verstand en de kennis en ervaring spelen een grote rol in de beoordeling. Voor het bestrijden van gladheid en het ruimen van sneeuw in de gemeente Bunschoten wordt gebruik gemaakt van vastgestelde strooiroutes. Hierbij is het volgende onderscheid gemaakt: 1. Hoofdontsluitingswegen, bus routes, industrieterrein en hoofdfietsroutes. 2. Overige wegen. Ad 1) De hoofdroute omvat de hoofdontsluitingswegen met een belangrijke verkeersfunctie, bus routes en belangrijke wegen buiten de bebouwde kom. Bij optredende gladheid en sneeuwval heeft het berijdbaar houden van deze wegen de hoogste prioriteit en deze wegen worden in principe altijd gestrooid. De hoofdfietsroutes omvatten alle fietspaden langs de hoofdwegen in de gemeente. Aangezien de fietsroutes belangrijk zijn als ontsluiting voor woon- werk- en schoolverkeer heeft ook de bestrijding van gladheid op deze fietspaden hoge prioriteit. Ad 2) Overige wegen in de gemeente worden in principe niet gestrooid. Dit tenzij de weersvoorspelling aangeeft dat de gladheid langer gaat aanhouden.
In dat geval bepaalt de coördinator gladheidsbestrijding of er een aanvullende route in de woonwijken wordt gereden waaraan veel (openbare) voorzieningen zijn gelegen.
Hierbij moet worden gedacht aan winkels, scholen, bejaardencentra, begraafplaatsen, kerken, grote parkeerterreinen e.d. Afwegingen bij extreme situaties
Tijdens extreme situaties, zoals bij langdurige en hevige sneeuwval, moet intensiever de overlast worden bestreden. Het verplaatsen van de sneeuw door de sneeuwploegen kan dan problematisch worden. Deze situatie moet dan naar omstandigheden op maat worden ingevuld door bijvoorbeeld de inzet van extra materieel. Het is gewenst om over een lijst met aannemers te beschikken waarop zo nodig door de coördinator een beroep kan worden gedaan. Deze lijst moet worden opgenomen in het ‘’Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding’’.
4.4 Kostenraming Financiering van de gladheidsbestrijding vindt plaats via de jaarlijkse programmabegroting. De kosten voor de uitvoering bestaan uit kosten van eigen personeel, kapitaallasten en onderhoudskosten van het strooimaterieel en aankoopkosten van het strooizout. Voor 2026 is in de begroting een bedrag van € 15.000, - opgenomen. Dit is bedoeld voor onderhoud aan het materieel, huur winteropslag zout, strooizout, DTN etc. Het winterseizoen vindt plaats in twee ‘begrotingsjaren’. Een strenge winter gevolgd door een zachte winter kan de financiële gevolgen engszins middelen. Bij winters met veel gladheid is de kans dat het budget voor de gladheidsbestrijding voor dat jaar wordt overschreden vrij groot. De overschrijding wordt in dat geval via een tussentijdse rapportage gemeld aan het college.