CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode integriteit Bunschoten 2026 college, inclusief protocol handhaving integriteit .docx

Gemeenteraad 12 februari 2026, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1228998 Gedragscode integriteit politieke ambtsdragers 20266.816 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

GEDRAGSCODE INTEGRITEIT BURGEMEESTER EN WETHOUDERS INLEIDING Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient een ieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.

Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. De gemeenteraad stelt zowel voor de eigen leden als voor het college van burgemeester en wethouders een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet (artikel 15, lid 3 en artikel 41c, lid 2). De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de volksvertegenwoordigers is er naast die voor de voorzitter/dagelijkse bestuurders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op burgemeester en wethouders. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien.

Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken.

Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Daarom is het in ieder geval het downloaden van illegale software, het bekijken, downloaden of verspreiden van pornografische, racistische, discriminerende, beledigende, aanstootgevende of (seksueel) intimiderende teksten en afbeeldingen, of het versturen van berichten die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld uit den boze.

Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken.

En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.1

1

Het begrip netwerkcorruptie is geïnspireerd door het promotieonderzoek van Netwerkcorruptie; wanneer sociaal kapitaal corrupt wordt’ van Willeke Slingerland, 2018.

De gemeenteraad van BUNSCHOTEN;

Gelet de artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, van de Gemeentewet;

BESLUIT: voor de burgemeester en voor de wethouders de navolgende gedragscode integriteit vast te stellen: 1 Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor de voorzitter en overige leden van het dagelijks bestuur (artikelen 41c, tweede lid, en 69, tweede lid, Gemeentewet)

1.1 De gedragscode geldt voor burgemeester en wethouders. 1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. 1.3 Burgemeester en wethouders bejegenen elkaar, raadsleden, ambtenaren, burgers en vertegenwoordigers van organisaties waardig, correct en respectvol, zowel in woord als geschrift. 1.4 Ter gelegenheid van het afleggen van de eed of belofte ontvangt de burgemeester respectievelijk de wethouder een exemplaar van de gedragscode en van de bepalingen van de Gemeentewet die betrekking hebben op het handelen en op de rechten en plichten van het raadslid. 1.5 De burgemeester, respectievelijk de wethouder zijn door iedereen aanspreekbaar op de naleving van de gedragscode. Toelichting Het lijkt een overbodige bepaling maar dat is zij toch niet. Op deze wijze worden burgemeester en wethouders scherp doordrongen van de consequenties van hun publieke taakuitoefening. Het gaat hierbij om het borgen van de naleving en de handhaving van belangrijke verplichtingen.

2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader

Afleggen eed of belofte (artikelen 41a en 65 Gemeentewet) Alvorens zijn functie te kunnen uitoefenen de burgemeester en de wethouder volgende eed (verklaring en belofte) af: Ik zweer (verklaar) dat ik om tot het ambt benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten uit het ambt naar eer en geweten zal vervullen.

Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 58 jo artikel 28 Gemeentewet) Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

Incompatibiliteiten en nevenfuncties:  Verboden overeenkomsten/handelingen: bestuurders mogen in geschillen, waar de gemeente partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikelen 41c, eerste lid, en 69, eerste lid, jo artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).  Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een bestuurder sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 68 Gemeentewet).  Op overtreding van de incompatibiliteitenregeling staat uiteindelijk de sanctie van ontslag (artikelen 46, tweede lid, en 47 Gemeentewet)  Vervulling nevenfuncties: voor bestuurders is bepaald dat zij geen nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van hun ambt. Voor burgemeesters is daaraan toegevoegd dat zij evenmin nevenfuncties hebben die ongewenst zijn met het oog op de handhaving van hun onpartijdigheid en onafhankelijkheid of van het vertrouwen daarin. Bestuurders melden het voornemen tot aanvaarding van de nevenfunctie aan de volksvertegenwoordiging.

Voor de burgemeester geldt deze meldverplichting niet voor ambtshalve nevenfuncties (artikelen 41b en 67 Gemeentewet)  Openbaarmaking nevenfuncties: bestuurders maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Voor burgemeesters zijn ambtshalve nevenfuncties daarvan uitgezonderd. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b en 67 Gemeentewet).  Openbaarmaking inkomsten nevenfuncties: fulltime bestuurders maken

hun inkomsten uit nevenfuncties openbaar; de opgave van neveninkomsten wordt ter inzage gelegd op het gemeentehuis, uiterlijk 1 april na het jaar waarin de inkomsten zijn genoten (artikelen 41b en 67 Gemeentewet) Verrekening inkomsten nevenfuncties: bestuurders mogen geen vergoedingen ontvangen voor ambtshalve nevenfuncties; die worden in de gemeentekas gestort. Voor fulltime bestuurders is geregeld dat de inkomsten uit andere nevenfuncties voor een deel worden verrekend, volgens dezelfde verrekenings-systematiek als voor leden van de Tweede Kamer (artikelen 44 en 66 Gemeentewet)

2.1.1 1. Burgemeester en wethouders voorkomen elk persoonlijk belang bij enig door het college van burgemeester en wethouders of de raad te nemen besluit. 2. De burgemeester levert de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geeft hem de wijzigingen daarin door. 3. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, wat het (verwachte) tijdsbeslag is en wat de inkomsten daaruit zijn. 4. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 2.1.2 1. Wethouders leveren de gemeentesecretaris de informatie aan over de nevenfuncties die openbaar gemaakt moeten worden, bij aanvang van het ambt, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de nevenfunctie en geven hem de wijzigingen daarin door. 2. De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de nevenfunctie, de organisatie voor wie de nevenfunctie wordt verricht, of het al dan niet een nevenfunctie uit hoofde van het ambt betreft, wat het (verwachte) tijdsbeslag is, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is, dan wel – voor zover die openbaar gemaakt moeten worden – wat de inkomsten daaruit zijn. 3.

De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 2.2. 1. De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. 2. Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester. 3. Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning, de commissaris van de Koning bespreekt een dergelijke situatie met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2.3

1. Het college van burgemeester en wethouders sluit de burgemeester en wethouders gedurende een jaar na aftreden uit van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. 2. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente Bunschoten. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. 3. Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties betrokken zijn. 4. Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren raad regelmatig over de toepassing in de praktijk. 2.4 1. Het college van burgemeester en wethouders draagt burgemeester niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. 2. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Toelichting 2.1.1 en 2.1.2 Zoals uit het opgenomen wettelijk kader blijkt zijn er enkele verschillen in de wetgeving ten aanzien van de openbaarmaking van (inkomsten uit) nevenfuncties tussen de burgermeester enerzijds en de wethouder anderzijds.

De nadere invulling daarvan in 2.1.1 en 2.1.2 is in lijn hiermee dan ook niet exact gelijk. De bepalingen betreffen een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. De ambtsdrager is zelf verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Hoewel aan het ambt gerelateerde nevenfuncties (q.q.-functies) wettelijk niet openbaar gemaakt hoeven te worden, verdient het aanbeveling deze wel op te nemen in het overzicht van nevenfuncties. 2.3 en 2.4 In deze bepalingen is de zogenaamde draaideurconstructie geregeld. De draaideurconstructie geldt niet bij aanvaarding van het raadlidmaatschap. In 2.3 gedurende 1 jaar na aftreden is de uitsluiting geregeld van betaalde werkzaamheden ten behoeve gemeente en in 2.4 de uitsluiting van benoeming als commissaris of bestuurslid van een ‘verbonden partij’, ofwel, kort samengevat, van een organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft. Het begrip ‘verbonden partij’ is ontleend aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Daarin staat dat een verbonden partij een privaatrechtelijk of publiekrechtelijke organisatie is waarin gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft.

En onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Een financieel belang wordt gedefinieerd als een aan de betrokken organisatie ter beschikking gesteld bedrag dat niet die organisatie failliet gaat, dan wel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de organisatie haar verplichtingen niet nakomt. Hiermee wordt mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele

belangen vermeden. Wees extra voorzichtig als je oud-bestuurders/ bevriende relaties werft. Aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente is niet uitgesloten. Dat kan van belang zijn in het kader van de re-integratie van de voormalige bestuurder en ter voorkoming van uitkeringslasten voor de gemeente.. Uiteraard dienen daarbij de regels van werving en selectie en aanstelling te gelden die er voor iedereen zijn die bij de gemeente gaat solliciteren. In het eerste jaar na aftreden kunnen in elk geval oud-bestuurders niet worden aangetrokken om tegen beloning activiteiten de eigen gemeente te verrichten.. Na één jaar verdient het aanbeveling om bij opdrachtverlening de gebruikelijke aanbestedingsvereisten met meerdere offertes te hanteren als een voormalige bestuurder of een relatie van de huidige bestuurders meedingt naar een opdracht. Een afwegingskader voor selectie en benoemingen van externen kan behulpzaam zijn. Transparantie over de afwegingen die zijn gemaakt bij het aantrekken van externen is daarbij van wezenlijk belang. Het bepaalde in 2.2, eerste lid, (vooruitlopen op een nieuwe functie na aftreden) geldt uiteraard evenzeer voor een functie bij de voormalige gemeente. 3. Informatie Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak.

Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 169 en 180 Gemeentewet). Geheimhouding - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). - Burgemeester en wethouders kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook burgemeester heeft die bevoegdheid. - De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook de gemeenteraad dan wel, (de voorzitter van) een commissie kunnen/kan geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet).

-

-

De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

3.1 De burgemeester respectievelijk de wethouder zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. 3.2 De burgemeester respectievelijk de wethouder maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie. Toelichting 3.1 Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van de artikelen 41a en 65 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling. 4.1 1. Een burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten aan als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 2. De burgemeester respectievelijk de wethouder kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden. 3. Geschenken die de burgemeester respectievelijk de wethouder uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

4. De gemeentesecretaris legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5. De burgemeester respectievelijk de wethouder ontvangt geen geschenken op het woon/huisadres. 4.2 1. Een burgemeester respectievelijk de wethouder accepteert geen lunches, diners, recepties en andere uitnodigingen die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel. 2. Bij twijfel legt de burgemeester respectievelijk de wethouder de uitnodiging ter bespreking voor aan het college het college van burgemeester en wethouders.

4.3 1. Invitaties voor excursies, evenementen en buitenlandse reizen op rekening van anderen dan de gemeente legt burgemeester respectievelijk de wethouder vooraf ter bespreking voor aan het het college van burgemeester en wethouders. 2. De burgemeester danwel de wethouder maakt de excursies en evenementen die hij heeft aanvaard openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden, onder vermelding van wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen. De informatie is via internet beschikbaar 3. De informatie over buitenlandse reizen voor rekening van derden wordt binnen één week na terugkeer in Nederland opgenomen in het register, bedoeld in artikel 5.3, tweede lid. Toelichting 4.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de bestuurder kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door de bestuurder worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is.

Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van gemeente die/dat zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven. 4.2 Dit geldt ook voor werkbezoeken. 4.3 Het gaat hier om excursies en evenementen die betrokkene als burgemeester dan wel als wethouder aanvaardt. Excursies en evenementen in

de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier niet onder. Bij 4.2 en 4.3. dienen eveneens als afwegingskader voor de motieven van de uitnodigende partij beoordeeld te worden. Het mag er niet om gaan de onafhankelijke positie van de bestuurders te beïnvloeden. 5 Gebruik van voorzieningen van de gemeente Wettelijk kader Geen andere inkomsten Een bestuurder geniet geen andere vergoedingen ten laste de gemeente dan die bij of krachtens de wet zijn toegestaan (artikelen 44 en 66 Gemeentewet) Procedure van declaratie (modelverordeningen rechtspositie VNG en IPO) Er zijn voor wethouders voorschriften opgenomen in gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente. Ook zijn in de gemeentelijke verordening voor wethouders voorschriften opgenomen over het (zakelijk) gebruik van een gemeentelijke creditcard. Buitenlandse dienstreis wethouders (modelverordeningen VNG en IPO) 1. Als de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reis- en verblijfkosten vergoed. 2. Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van burgemeester en wethouders vereist. 3.

De gemeenteraad kan aan deze toestemming voorwaarden verbinden. 5.1 1. Het college van burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. 2. De burgemeester en de wethouder verantwoorden zich over hun gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgestelde regels en procedures. 5.2 1. Een burgemeester respectievelijk de wethouder meldt het voornemen tot een buitenlandse dienstreis of een uitnodiging daartoe aan het college van burgemeester en wethouders. Hij geeft daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de geraamde kosten en de wijze waarop van de reis verslag wordt gedaan. 2. De burgemeester, dan wel de wethouder meldt daarbij tevens als hij voornemens is om de buitenlandse dienstreis voor privédoeleinden te verlengen. De extra kosten van de verlenging komen daarbij volledig voor eigen rekening.

3. Het college van burgemeester en wethouders betrekt alle aspecten in de besluitvorming en informeert de gemeenteraad zo spoedig mogelijk over het genomen besluit. 5.3 1. Een burgemeester respectievelijk de wethouder legt verantwoording af over afgelegde buitenlandse dienstreizen. Hij maakt in ieder geval openbaar wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse dienstreis is geweest en wat daarvan de kosten waren voor de gemeente. 2. De gemeentesecretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 5.4 Voor de toepassing van de artikelen 5.2 en 5.3 wordt onder buitenlandse dienstreis niet verstaan een dienstreis naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland. 5.5 Een burgemeester respectievelijk de wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.

5.6 Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan. Toelichting 5.1 Aan bestuurders worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de bestuurders mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen: a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld; b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald; c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt; d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de bestuurder zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de bestuurder maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk.

De bestuurder zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.

5.2 en 5.3 Uitgangspunten zijn hier eigen verantwoordelijkheid, transparantie en bereidheid om verantwoording af te leggen. De beoordeling van de noodzaak van de buitenlandse dienstreis ligt bij het college burgemeester en wethouders. Ingevolge 5.4 gelden de bepalingen van 5.2 en 5.3 niet voor de meer reguliere (buitenlandse) dienstreizen naar een Europese instelling of een dienstreis naar een buurgemeente in het buitenland. Voor dergelijke (buitenlandse) reizen vormen deze bepalingen wel een belangrijke richtsnoer. Buitenlandse reizen die worden gemaakt ten behoeve van de politieke partij zijn geen ‘dienstreizen’ en vallen dus niet onder 5.2 en 5.3 en komen niet ten laste van de gemeente. Zie paragraaf 5.3. lid 1. voor een uitgebreide toelichting over de regels met betrekking tot verlenging van dienstreizen. Hierbij kan worden aangesloten hetgeen voor rijksambtenaren in de CAO-Rijk is afgesproken over verlengen van een buitenlandse dienstreis wegens privéomstandigheden. De verlenging bedraagt maximaal 72 uur, de meerkosten voor reis en verblijf zelf worden betaald en eventuele besparingen voor de gemeente zijn. Het verlengen van uw dienstreis voor privédoeleinden aan het begin van uw dienstreis is niet toegestaan als u eerder dan noodzakelijk vertrekt om te herstellen van de reis of om te acclimatiseren aan de lokale omstandigheden.

5.6 Stelregel is dat privé gebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel hebben organisaties mogelijk een specifieke regeling die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert. 6

Uitvoering gedragscode

6.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. 6.2 a. De gemeenteraad bespreekt minimaal eens per twee jaar het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en de gedragscode in het bijzonder; b. De processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente worden beschreven in een protocol dat als bijlage onderdeel uitmaakt van deze gedragscode. c. In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus. 2. De afspraken als bedoeld onder 1, worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.

Toelichting 6.1 De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden. 6.2 De gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen. Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren. De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten. Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, van het thema integriteit, zowel met de volksvertegenwoordiging als binnen het bestuur. De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan.

Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier/griffierdirecteur) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de burgemeester nadere afspraken maken/maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt. Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 6.2, zijn niet uitputtend. Voor bureaus die integriteitsonderzoeken uitvoeren, geldt dat zij verplicht een vergunning moeten hebben op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr). Alleen bureaus met zo’n vergunning die herkenbaar zijn aan een POB-nummer, zijn bevoegd om dit type onderzoek uit te voeren. Advocaten- en accountantskantoren zijn uitgezonderd van deze vergunningplicht, omdat zij vanwege hun beroepsregels al aan strikte wettelijke kaders zijn gebonden.

Bijlage 1 bij gedragscode college gemeente Bunschoten 2026

Protocol handhaving integriteit Inleiding De gedragscode heeft tot doel burgemeester en of wethouder te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. In aanvulling op de gedragscode beschrijft het protocol de procedures op welke wijze een burgemeester of wethouder handelt bij (een vermoeden van) schending van de integriteit. Er zijn verschillende fasen te onderscheiden die spelen bij het toezien op de naleving van de gedragscode: 1. het bespreken van lastige integriteitskwesties;

2. het signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode; 3. het eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de

gedragscode; 4. het eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode.

In iedere fase is het van belang om de volgende drie principes te hanteren: 1. Onpartijdige handhaving 2. Terughoudendheid met publiciteit 3. Zorgvuldigheid tegenover vermeende schender. Hoofdstuk 1 benoemt de rollen van de betrokkenen in de procedure, hoofdstuk 2 beschrijft de procedures en hoofdstuk 3 gaat in op de communicatie rondom een (vermeende) integriteitschending.

HOOFDSTUK 1 VIJF ROLLEN: WIE DOET WAT 1. Burgemeester -

Doet (voor)onderzoek of laat (voor)onderzoek doen naar de vraag of er sprake is van een redelijk vermoeden van een integriteitschending.

-

Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek.

-

Beoordeelt de resultaten van het onderzoek, legt deze resultaten van het onderzoek onder geheimhouding voor aan het presidium en vervolgens met advies over mogelijke consequenties voor aan de raad.

-

Doet eventueel aangifte.

-

Stemt waar nodig af met de griffier of vraagt om advies over bovenstaande voor zover het gaat om aangelegenheden van de raad.

2. Gemeentesecretaris -

Ondersteunt en adviseert samen met de griffier de burgemeester bij de uitvoering van rol en taken.

-

Ondersteunt de wethouders bij de uitvoering van hun rol

3. griffier -

Ondersteunt de burgemeester en de raad bij de uitvoering van hun rol.

3. Raad -

Beoordeelt de uitkomsten van het onderzoek indien er sprake is van een integriteitsschending.

-

Bepaalt of het niet naleven van de gedragscode onderdeel wordt van het politieke debat en over mogelijk politieke gevolgen.

4. Presidium

-

Vormt het klankbord voor de burgemeester waarmee deze tussentijds kan overleggen over trajecten rond vermeende schendingen.

HOOFDSTUK 2 PROCEDURES Hieronder wordt ingegaan op de situaties waarin een burgemeester of wethouder twijfelt over: 1. 2. 3. 4. 5.

eigen handelingen; handelingen van een raadslid; handelingen van een andere wethouder; handelingen van de burgemeester; handelingen van de griffier

1. Twijfels ten aanzien van eigen handelingen 1a. De burgemeester twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling. De burgemeester vraagt om advies in het driehoeksoverleg met de griffier en de gemeentesecretaris: is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de Commissaris van de Koning (CvdK). De CvdK formuleert (eventueel na raadpleging van interne en/of externe deskundigen) een advies. De burgemeester volgt dit advies in beginsel op. Als de burgemeester toch van het advies van de CvdK afwijkt, meldt deze dit zelf aan de CvdK, in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Indien de burgemeester dit nalaat te doen, dan informeert de CvdK de locoburgemeester hierover. Deze zal vervolgens, eventueel na het informeren van de burgemeester, het college en de gemeenteraad informeren. 1b De burgemeester twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling De burgemeester vraagt om advies in het driehoeksoverleg met de griffier en de gemeentesecretaris: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. Bij aanhoudende twijfel gaat de burgemeester naar de CvdK.

Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de burgemeester in ieder geval de wethouders en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties. Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de CvdK om te besluiten of de stap naar vervolgonderzoek wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan. c.

De wethouder twijfelt over een eigen nog uit te voeren handeling.

De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: Is deze voorgenomen handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat de voorgenomen handeling geen schending is, is de zaak afgedaan. Als de wethouder en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de voorgenomen handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. De burgemeester formuleert (eventueel na raadpleging van

interne en/of externe deskundigen) een advies. De wethouder volgt dit advies in beginsel op. Als er toch van het advies van de burgemeester wordt afgeweken, meldt de wethouder dit zelf in de collegevergadering en aan de gemeenteraad. Laat de wethouder dit na, dan doet de burgemeester het. d.

Een wethouder twijfelt over een eigen al uitgevoerde handeling

De wethouder vraagt de gemeentesecretaris om advies: is deze handeling een schending? Als de gedeelde conclusie is dat er geen sprake is van een schending, is de zaak afgedaan. Als de wethouder en de gemeentesecretaris er niet uitkomen – vanwege een verschil van inzicht of er blijft twijfel bestaan over de uitgevoerde handeling – gaan ze samen naar de burgemeester. Als de gedeelde conclusie van dit gesprek is dat er inderdaad sprake is van een schending, zal de wethouder in ieder geval het college en de gemeenteraad informeren en indien mogelijk de schending ongedaan maken of de schade herstellen. De raad beoordeelt zelfstandig de politieke consequenties, zonder dat de burgemeester eerst een zwaarte-oordeel heeft geveld. Als er geen sprake is van een gedeelde conclusie, is het aan de burgemeester om te besluiten of de stap naar vervolgonderzoek wordt gezet dan wel dat de zaak is afgedaan.

2. Twijfels ten aanzien van het handelen van een andere wethouder 2a. Een burgemeester of wethouder twijfelt over een nog uit te voeren handeling van een andere wethouder. De burgemeester of wethouder twijfelt over een nog niet uitgevoerde handeling van een andere wethouder. Hij waarschuwt desbetreffende wethouder, benoemt zijn twijfels en verwijst naar de gedragscode. Tevens verwijst hij de betreffende wethouder naar de gemeentesecretaris en de burgemeester. Zie verder onder procedure bij 1c 2b. Een wethouder twijfelt over een vermeende uitgevoerde handeling van een andere wethouder. De wethouder heeft diverse mogelijkheden: 1. Hij of zij bespreekt de vermeende handeling met de betreffende wethouder. Als de ander hierdoor gaat twijfelen over de al uitgevoerde handeling: zie procedure 1 d. Als aangesproken wethouder niet twijfelt over de al uitgevoerde handeling, dan bespreekt de wethouder die twijfelt dit met de gemeentesecretaris. Deze geeft advies. Wijst dat advies erop dat de vermeende handeling een schending zou zijn, dan wordt het voorgelegd aan de burgemeester. 2. Hij of zij vraagt aan de gemeentesecretaris of de handeling van de betreffende wethouder een schending is. De gemeentesecretaris geeft advies. Is het advies dat er sprake kan zijn van een schending dan wordt het voorgelegd aan de burgemeester. 3. Hij meldt de vermeende overtreding bij de burgemeester.

De burgemeester doet een vooronderzoek. N.B. De wethouder die twijfelt aan een andere wethouder doet zelf geen vooronderzoek. Dat is aan de burgemeester. Is na het vooronderzoek de conclusie van de burgemeester dat er geen grond is voor de

verdenking, dan is de zaak afgedaan. De burgemeester beoordeelt of hij het college en het seniorenconvent hierover moet informeren. Komt uit het vooronderzoek dat wethouder zelf erkent een schending te hebben begaan: zie procedure 1d. Komt uit het vooronderzoek dat er gronden zijn voor de verdenking dat er een integriteitschending heeft plaatsgevonden, maar dat er geen sprake is van erkenning door de wethouder, dan gelast de burgemeester een onderzoek door deskundigen. Het onderzoek richt zich in ieder geval op de feiten en op welke wijze de gedraging zich verhoudt tot hetgeen in de wet en gedragscode is vastgelegd. De burgemeester beoordeelt de resultaten van het vervolgonderzoek. Geen integriteitsschending: Als het vervolgonderzoek tot de conclusie leidt dat er geen integriteitschending is begaan, wordt dat in het college en seniorenconvent gedeeld. Het vervolgonderzoek blijft in beginsel vertrouwelijk, alleen de melder, de betrokken wethouder, burgemeester, gemeentesecretaris, college en de leden van het seniorenconvent weten ervan. Integriteitsschending: Als de conclusie van het vervolgonderzoek luidt dat er sprake is van een integriteitschending, legt de burgemeester de resultaten eerst voor aan het college. Hierbij deelt de burgemeester zijn visie over de ernst van de schending en welke consequenties hieraan verbonden kunnen worden.

De burgemeester kan, als hij dit nodig acht, aan een expert advies vragen. Vervolgens legt de burgemeester de resultaten en het eventuele advies zoals besproken in het college, voor aan de raad. Oordeel raad: Als is komen vast te staan dat er sprake is van overtreding van de gedragscode dan kan dit diverse gevolgen hebben. Hoewel het niet naleven van de gedragscode op zichzelf geen rechtsgevolgen heeft, is de gedragscode niet vrijblijvend. De gedragscode is een vorm van zelfbinding, waarbij de regels in gezamenlijk debat worden vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. Schendingen die de zuiverheid van de besluitvorming raken, zoals belangenverstrengeling, corruptie en sommige kwesties rondom het gebruik van informatie, raken aan de kerntaak van politieke ambtsdragers en zijn om die reden ernstig. De bestuurders kunnen worden aangesproken en dienen zich over de naleving van de gedragscode te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan onderdeel worden van het politieke debat en kan politieke gevolgen hebben. De raad beoordeelt de politieke consequenties. Hierbij wordt het advies zoals besproken in het seniorenconvent voorgelegd. Gevolgen: Er zijn verschillende gevolgen, die aan de orde kunnen zijn voor gekozen dan wel benoemde politieke ambtsdragers.

Strafrechtelijke vervolging kan alleen indien er sprake is van een strafbaar feit, niet sec overtreding gedragscode. Daarnaast kan worden gedacht aan: -

publiek excuus; afkeuring door fracties;

-

motie van treurnis; motie van wantrouwen (tegen een wethouder).

Daarnaast heeft de partij waartoe betrokkene behoort de volgende mogelijkheid: -

royement van het lidmaatschap.

3. Twijfels ten aanzien van een vermeende uitgevoerde handeling van een raadslid Zie procedure 2b. Voor gemeentesecretaris moet griffier worden gelezen. De raad beoordeelt geheel zelfstandig de politieke consequenties die de eventuele schending zou moeten hebben. Daarover adviseert de burgemeester niet. Bij elk dossier over een vermeende schending van de integriteit wordt vastgelegd wie bij afwezigheid van de burgemeester als locoburgemeester toegang heeft tot het dossier. 4. Twijfels ten aanzien van een vermeende uitgevoerde handeling van de burgemeester Zie procedure 2b. In plaats van naar de burgemeester, gaan wethouder en gemeentesecretaris naar de vicevoorzitter van de raad. Na vooronderzoek door de vicevoorzitter wordt de commissaris van de Koning erbij betrokken als er reden is om het onderzoek voort te zetten. 5. Twijfels ten aanzien van een vermeende uitgevoerde handeling door de griffier Zie procedure 2b. Bij twijfel over een vermeende uitgevoerde handeling van de griffier, laat de burgemeester vooronderzoek uitvoeren. HOOFDSTUK 4 COMMUNICATIE Communicatie over integriteitkwesties of vermeende integriteitkwesties vragen om zorgvuldige communicatie wat betreft moment, toon en informatie. In beginsel wordt geen melding gedaan over kwesties, anders dan naar direct betrokkenen en eventueel senioren. Het betreft lopende het (voor)onderzoek een 'interne kwestie'.

Als de pers op de hoogte worden gesteld wordt, dan staat de burgemeester als eerste de pers te woord. Geen van de overige betrokken spreekt met de pers, voordat de burgemeester de pers heeft geïnformeerd. Mocht de pers of anderen over de casus berichten lopende een (voor)onderzoek, dan is de burgemeester woordvoerder.

Bijlage 2 bij Gedragscode Bunschoten 2026

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16475298/2