CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Decembercirculaire gemeentefonds 2023.pdf

Commissie Bestuur en Financiën 29 februari 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden25.240 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeentefonds

Decembercirculaire 2023

de gemeentebesturen, ter attentie van de raden en de colleges van B&W

DGOBDR/Bestuur, Financiën en Regio’s Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl Contactpersoon eventuele vragen per e-mail postbus.gf@minbzk.nl Datum 6 december 2023 Kenmerk 2023-0000718122

Onderwerp Doelstelling

decembercirculaire gemeentefonds 2023 bekendmaking van beleid en het geven van informatie

Juridische grondslag Relaties met andere circulaires

Ingangsdatum Geldig tot

decembercirculaire 2022 (2022-0000678404); meicirculaire 2023 (2023-0000285703); septembercirculaire 2023 (2023-0000570821) 6 december 2023 1 juli 2024

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Voorwoord Gemeenten ontvangen op drie tijdstippen in het jaar de informatie over de gemeentefondsuitkeringen: in mei op basis van de Voorjaarsnota, in september op basis van de Miljoenennota en in december, ter afronding van het lopende jaar, op basis van de Najaarsnota. De decembercirculaire heeft doorgaans een beperkte strekking. Het gaat primair om onderwerpen die vóór het einde van het jaar geregeld dienen te zijn, met het oog op de jaarafsluiting door het Rijk en de gemeenten. In het algemeen geldt voor de informatie uit de circulaires het voorbehoud van parlementaire besluitvorming. Dat geldt dit jaar uiteraard ook. De politiek-bestuurlijke zaken zijn in hoofdstuk 1 uitgelicht. De circulaire is in belangrijke mate een financieel-technisch document. De latere hoofdstukken richten zich op de doelgroep van financieel specialisten. Ik wens u veel succes toe bij de uitvoering van uw taken. Mede namens de Staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Hugo de Jonge

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Inhoudsopgave Hoofdpunten ....................................................................................................................... 1 1.1

Inleiding ............................................................................................................... 1

1.2

Belangrijkste mutaties ............................................................................................ 1

Algemene uitkering.............................................................................................................. 2 2.1

Inleiding ............................................................................................................... 2

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering ................................................. 2

1.

Basis Registratie Personen ...................................................................................... 3

2.

Vrijval restant Compensatieregeling Voogdij 18+ ....................................................... 3

3.

Restant Hervormingsagenda Jeugd .......................................................................... 3

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering ..................................................................... 4

2.4

Veranderingen in het verdeelstelsel .......................................................................... 4

2.5

Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor ............................................... 4

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen ............................................................................... 7 3.1

Inleiding ............................................................................................................... 7

3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen ................................... 7

1.

Energietoelage ...................................................................................................... 8

2.

Invoeringskosten omgevingswet .............................................................................. 8

3.

Meerkosten Oekraïne sociaal domein ........................................................................ 8

4.

Faciliteitenbesluit opvangcentra ............................................................................... 9

5.

Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak ................................................................ 9

6.

Maatschappelijke begeleiding ................................................................................. 10

7.

Erfgoed Deal ........................................................................................................ 11

8.

Startbanen statushouders ...................................................................................... 11

9.

Bed, bad en brood ................................................................................................ 11

10.

Nederlands-Soedanese repatrianten ........................................................................ 12

11.

Sectorale ontwikkelpaden ...................................................................................... 12

12.

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ................................................................... 12

13.

Behoud sociale voorzieningen Groningen ................................................................. 13

14.

LHBTI-beleid regenboogsteden ............................................................................... 14

15.

Social Labs .......................................................................................................... 14

16.

Pilot EU burgers .................................................................................................... 14

17.

Veilige Steden ...................................................................................................... 15

18.

Veerkracht en weerbaarheid ................................................................................... 15

19.

Experiment gesloten coffeeshopketen ...................................................................... 15

20.

Nedersaksische taal .............................................................................................. 15

21.

Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit ................................... 15

22.

Opruimen dode vogels i.v.m. vogelgriep .................................................................. 16

23.

VN Decennium ..................................................................................................... 16

24.

Aanpak discriminatie naar herkomst ........................................................................ 16

25.

Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ (IU) ................................................ 17

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen17

Overige mededelingen ........................................................................................................ 18 4.1

Inleiding .............................................................................................................. 18

4.2

Bevoorschotting.................................................................................................... 18

4.3

Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2024 ................................. 18

4.4

Rechtmatigheidsverantwoording jaarrekening ........................................................... 19

4.5

Nieuw proces belastingcapaciteit per 2024 ............................................................... 19

4.6

Website gemeentefinanciën: www.findo.nl ............................................................... 20

Bijlagen ............................................................................................................................ 21 Bijlage 2.1.1 Bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren 2023 en 2024 ................................ 21 Bijlage 2.1.2 Bedragen per eenheid 2023 en 2024, gegroepeerd naar cluster .......................... 27 Bijlage 2.2.1 Opbouw algemene uitkering 2023-2028........................................................... 31 Bijlage 2.5 Aanvullende informatie uitkeringsfactor .............................................................. 32 Bijlage 3.2-1 Decentralisatie-uitkering Energietoelage .......................................................... 34 Bijlage 3.2-2 Decentralisatie-uitkering Invoeringskosten Omgevingswet ................................. 42 Bijlage 3.2-3 Decentralisatie-uitkering Meerkosten Oekraïne sociaal domein ........................... 46 Bijlage 3.2-4 Decentralisatie-uitkering Faciliteitenbesluit opvangcentra ................................... 50 Bijlage 3.2-5 Decentralisatie-uitkering Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak.................... 51 Bijlage 3.2-6 Decentralisatie-uitkering Maatschappelijke begeleiding ...................................... 55 Bijlage 3.2-7 Decentralisatie-uitkering Erfgoed Deal .............................................................

59 Bijlage 3.2-9 Decentralisatie-uitkering Bed, bad en brood ..................................................... 60 Bijlage 3.2-10 Decentralisatie-uitkering Nederlands-Soedanese repatrianten ........................... 61 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Sectorale ontwikkelpaden ......................................... 62 Bijlage 3.2-12 Decentralisatie-uitkering Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) ...................... 63 Bijlage 3.2-14 Decentralisatie-uitkering LHBTI-beleid regenboogsteden .................................. 67 Bijlage 3.2-16 Decentralisatie-uitkering Pilot EU burgers ...................................................... 68 Bijlage 3.2-17 Decentralisatie-uitkering Veilige Steden ......................................................... 69 Bijlage 3.2-18 Decentralisatie-uitkering Veerkracht en weerbaarheid ...................................... 70 Bijlage 4.3 Referentiewaarden EMU-saldo per gemeente ....................................................... 71 Bijlage 4.4 Rechtmatigheidsverantwoording ........................................................................ 79

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

Hoofdpunten 1.1

Inleiding

Deze circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, gemeentelijke rentelasten, dividendopbrengsten en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van deze circulaire. In deze circulaire vindt de verwerking plaats van de mutaties uit de Najaarsnota 2023 en de bijbehorende Tweede Suppletoire Begroting 2023. Dit hoofdstuk bevat een beknopte weergave van de belangrijkste mutaties uit de circulaire. De indeling van de circulaire is afgestemd op de soorten uitkeringen die het gemeentefonds kent: de algemene uitkering en de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Zoals gebruikelijk bevat de decembercirculaire geen nieuwe accresramingen. Voor de jaarafsluiting 2023 is het accres 2023 zoals gemeld in de meicirculaire 2023 de definitieve stand.

1.2

Belangrijkste mutaties

De resterende middelen voor de DU energietoelage 2023 (€ 900 miljoen) kunnen worden uitgekeerd nu de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet is goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Gemeenten zijn hier al eerder over geïnformeerd in de publicatie SZW gemeentenieuws 2023-3.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

1

Algemene uitkering 2.1

Inleiding

Binnen het gemeentefonds is de algemene uitkering de grootste component. Het bedrag aan algemene uitkering wordt verdeeld over de gemeenten via maatstaven, zoals het inwonertal en de oppervlakte van een gemeente, een aan de maatstaven gekoppeld gewicht (bedrag per eenheid) en de uitkeringsfactor (de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor). Die drie componenten zijn aan wijzigingen onderhevig. Dit hoofdstuk geeft informatie over de aanleiding voor die wijzigingen en over de uitwerking ervan. In paragraaf 2.2 worden de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering behandeld en in paragraaf 2.3 worden de consequenties daarvan voor de verdeling aangegeven. In paragraaf 2.4 zijn de mededelingen over de wijzigingen in het verdeelstelsel opgenomen. Paragraaf 2.5 informeert de gemeenten over een aantal gegevens voor de berekening van de algemene uitkering, te weten: maatstaven, gewichten en uitkeringsfactoren. Het totaal van alle wijzigingen vindt zijn neerslag in de bijlagen 2.1.1 tot en met 2.1.3, die overzichten bevatten van maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactoren. De algemene uitkering is vrij besteedbaar voor gemeenten. Eventuele opmerkingen die over de algemene uitkering in deze circulaire worden gemaakt, zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden.

Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

2.2

Wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering

Tabel 2.2.1 bevat de wijzigingen in de omvang van de algemene uitkering over de periode 2023 tot en met 2028 ten opzichte van de septembercirculaire 2023. Het betreft achtereenvolgens: 1. Algemene mutaties Deze mutaties hebben betekenis voor de financiële ruimte van de gemeenten, zonder veranderingen in het takenpakket. 2. Taakmutaties Deze mutaties hebben betrekking op taakmutaties bij gemeenten en hebben corresponderende gevolgen voor inkomsten of uitgaven. De mutaties zijn geordend volgens de clusterindeling van het gemeentefonds om gemeenten een overzicht te bieden per beleidsterrein. De clusterindeling, naar gelijksoortige gemeentelijke beleidsvelden, is een hulpmiddel bij het onderhoud van de verdeling. Het staat gemeenten vrij de indeling al dan niet voor eigen doeleinden te hanteren en de clusterindeling heeft geen gevolgen voor de bestedingsvrijheid van de algemene uitkering. Tabel 2.2.1 geeft een totaalbeeld van de mutaties in de omvang van de algemene uitkering van circulaire op circulaire. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

2

Tabel 2.2.1 Ontwikkeling algemene uitkering, mutaties ten opzichte van de septembercirculaire 2023 (in duizenden euro's)

stand septembercirculaire 2023

2023

2024

2025

2026

2027

2028

35.542.100

38.393.830

40.348.642

38.363.467

40.130.076

41.672.812

38.393.830

40.348.642

38.363.467

40.130.076

41.672.812

algemene mutaties taakmutaties cluster bestuur en ondersteuning 1) Naheffing BRP 2022 BRP experiment BRP Logisch ontwerp

-1.144 821 1.890

cluster Individuele voorzieningen Jeugd 2) Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ 3) Restant Hervormingsagenda Jeugd

2.124 1.063

stand deze circulaire

s

35.546.854

Toelichting 1. Basis Registratie Personen Met betrekking tot de basisregistratie Personen (BRP) vindt een drietal mutaties plaats. In verband met extra gebruik door gemeenten in 2022 wordt een aanvullende bijdrage doorbelast van € 1,1 miljoen. In verband met een experiment waarbij gemeenten ingeschrevenen actief moeten informeren ontvangen gemeenten een incidentele vergoeding van in totaal € 0,8 miljoen voor de periode 2023-2026. Tot slot ontvangen gemeenten een vergoeding van bijna € 1,9 miljoen in verband met extra kosten die zij maken in 2023 en 2024 als gevolg van aanpassingen aan het logisch ontwerp van de BRP. De middelen worden zoals te doen gebruikelijk verdeeld/onttrokken via het cluster Bestuur en ondersteuning op basis van de maatstaf Inwoners. Zie informatie over eerdere mutaties in paragraaf 2.2.8 van de septembercirculaire 2022. 2. Vrijval restant Compensatieregeling Voogdij 18+ Binnen de integratie-uitkering Voogdij 18+ resteert nog een budget van € 2,1 miljoen, als gevolg van aanvullend toegekende loon- en prijsontwikkeling. Dit resterend budget is in 2023 niet nodig voor de compensatieregeling en wordt zoals gebruikelijk overgeheveld naar de algemene uitkering en verdeeld via de maatstaven in het cluster Jeugd. Zie ook paragraaf 3.2.25 van deze circulaire en paragraaf 2.2.10 van de meicirculaire 2023. 3.

Restant Hervormingsagenda Jeugd In de septembercirculaire 2021 is voor 2022 door het kabinet € 1,314 miljard beschikbaar gesteld ter compensatie van tekorten in de jeugdzorg. Op dat moment is, na overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), besloten om hiervan € 9 miljoen over te hevelen naar de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2022. Echter, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft niet het gehele bedrag besteed. Het restant van bijna € 1,1 miljoen wordt daarom nu teruggeboekt naar de algemene uitkering van het gemeentefonds en verdeeld over de gemeenten via de maatstaven in het cluster Jeugd.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

3

2.3

Verdeling mutaties algemene uitkering

De wijze van verdeling van de mutaties uit paragraaf 2.2 is in tabel 2.3.1 weergegeven. De wijze van verdeling bestaat uit een wijziging in hetzij de uitkeringsfactor hetzij het bedrag per eenheid van één of meer maatstaven van het cluster waaronder de mutatie valt. Tabel 2.3.1 bevat het overzicht. De cijfermatige uitwerking is opgenomen in paragraaf 2.5.

Tabel 2.3.1 Verdeelwijze mutaties algemene uitkering Nummer Mutatie

Verdeelwijze

taakmutaties

cluster bestuur en ondersteuning 1) Naheffing BRP 2022

inwoners

BRP experiment

inwoners

BRP Logisch ontwerp

inwoners

cluster Individuele voorzieningen Jeugd 2) Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+

via maatstaven cluster

3) Restant Hervormingsagenda Jeugd

via maatstaven cluster

2.4

Veranderingen in het verdeelstelsel

Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2023 geen veranderingen in het verdeelstelsel van de algemene uitkering voorgedaan.

2.5

Maatstaven, bedragen per eenheid en uitkeringsfactor

De berekening van de algemene uitkering bestaat uit de vermenigvuldiging van het aantal eenheden van alle maatstaven met het bijbehorende gewicht per maatstaf (bedrag per eenheid). De som van deze producten, de zogenaamde uitkeringsbasis, wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor. De verkregen uitkomst moet daarnaast worden opgehoogd met enkele uitkeringsonderdelen binnen de algemene uitkering die buiten het format van aantal eenheden en bedragen per eenheid vallen. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de maatstaven, de bedragen per eenheid en de uitkeringsfactor. In deze circulaire is geen sprake van wijzigingen in de overige uitkeringsonderdelen. Maatstaven Er is in deze circulaire geen sprake van wijzigingen in de definities van de verdeelmaatstaven. Er heeft alleen een actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel plaatsgevonden. Meer informatie over de berekeningswijze van de verdeelmaatstaven van de algemene uitkering kunt u vinden in de toelichting op de berekening van de uitkering uit het gemeentefonds 2023.1 Bedragen per eenheid

1

Toelichting op de berekening van de uitkeringen uit het gemeentefonds, Rijksoverheid.nl

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

4

De informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 is verwerkt. Hierdoor is een aantal bedragen per eenheid voor 2023-2028 ten opzichte van de septembercirculaire 2023 gewijzigd. Bijlagen 2.1.1 en 2.1.2 bevatten het overzicht van de bedragen per eenheid 2023 en 2024. In deze tabellen wordt de stand van de septembercirculaire 2023 vergeleken met de stand decembercirculaire 2023. Uitkeringsfactor De uitkeringsfactor is de voor alle gemeenten gelijke vermenigvuldigingsfactor die wordt berekend door de som van de algemene uitkering, de ozb-maatstaf en de overige uitkeringsonderdelen (circa € 39 miljard) te delen door de uitkeringsbasis (circa € 29,9 miljard in 20232). De – landelijke uitkeringsbasis is berekend door van alle maatstaven de aantallen te vermenigvuldigen met het bijbehorende bedrag per eenheid; er is ook een uitkeringsbasis voor elke gemeente (het product van de gemeentelijke aantallen en de bedragen per eenheid). De uitkeringsfactor verschilt per uitkeringsjaar en ligt voor 2023 rond de 1,3 en voor de jaren 2024 tot en met 2028 tussen de 1,4 en 1,6. Zie voor meer toelichting op het begrip uitkeringsfactor bijlage 2.5 van deze circulaire. De volgende aspecten zijn bij de raming van de uitkeringsfactor van belang: -

de informatie uit de tabellen 2.2.1 en 2.3.1 met betrekking tot de mutaties in de algemene uitkering en de verdeling van deze mutaties;

-

de ontwikkeling van de uitkeringsbasis als gevolg van nieuwe aantallen.

2021 Vanwege nieuwe definitieve gegevens over de belastingcapaciteit 2021 stijgt de uitkeringsfactor voor 2021 met 1 punt naar 1,690. Om het totaal beschikbare bedrag aan algemene uitkering zo volledig mogelijk te laten uitkeren stellen de fondsbeheerders sinds uitkeringsjaar 2017 de definitieve uitkeringsfactor vast op 4 cijfers achter de komma (zie paragraaf 2.5 van de decembercirculaire 2019). Voor uitkeringsjaar 2021 wordt de uitkeringsfactor definitief vastgesteld op 1,6900. 2022 De uitkeringsfactor voor 2022 blijft ten opzichte van de septembercirculaire 2023 ongewijzigd op 1,824. Voor uitkeringsjaar 2022 is er geen aanleiding geweest om de verdeelreserve (€ 20 miljoen) aan te wenden. De verdeelreserve is een buffer die wordt aangehouden om boekhoudkundige verschillen op te kunnen lossen als volumina na afloop van een uitkeringsjaar worden geactualiseerd. Het was gebruikelijk om deze reserve aan het eind van het kalenderjaar vrij te laten vallen. Echter, er is voor gekozen om de verdeelreserve van enig jaar voortaan aan te houden totdat de laatste voluminastanden van dat desbetreffende jaar (in dit geval belastingcapaciteit 2022) zijn opgeleverd en verwerkt, naar verwachting in 2024. Immers, de noodzaak om de verdeelreserve voor enig jaar aan te wenden ontstaat pas na de oplevering van de definitieve voluminastanden van dat desbetreffende jaar.

2

In 2024 is het € 30,1 miljard.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

5

2023 De uitkeringsfactor voor 2023 wijzigt ten opzichte van de septembercirculaire 2023 van 1,311 naar 1,304. Deze bijstelling van -7 punten wordt veroorzaakt door de actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel. De verdeelreserve (€ 20 miljoen) voor dit uitkeringsjaar wordt vooralsnog in deze circulaire aangehouden totdat de laatste voluminastanden van dit uitkeringsjaar zijn verwerkt. Dit betreft de belastingcapaciteit 2023 die naar verwachting in 2025 definitief kan worden verwerkt. 2024 De uitkeringsfactor voor 2024 daalt ten opzichte van de septembercirculaire 2023 per saldo met 7 punten naar 1,399. De actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel leidt tot een verlaging van de uitkeringsfactor met 8 punten. Het vrijvallen van een gedeelte van de verdeelreserve 2024 (€ 20 van de € 40 miljoen) zorgt voor een positief effect op de uitkeringsfactor van 1 punt. De verdeelreserve is een oplopende reeks vanwege de ontwikkeling van de omvang van de AU. Doordat 2024 nu bijna is aangebroken, bestaat er inmiddels een beter beeld van deze ontwikkeling dan een jaar geleden. Daardoor kan een gedeelte van de buffer nu vrijvallen. Het restant van de verdeelreserve voor een gegeven uitkeringsjaar valt vrij op het moment dat de laatste voluminastanden voor het betreffende jaar binnen komen definitief worden (doorgaans t+2).

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

6

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen 3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat mededelingen over de decentralisatie- en de integratie-uitkeringen. Deze uitkeringen maken net als de algemene uitkering deel uit van het gemeentefonds, maar hebben een eigen verdeling over de gemeenten.

Decentralisatie- en integratie-uitkeringen zijn net als de algemene uitkering beleids- en bestedingsvrij en er vindt geen verantwoording naar het Rijk plaats, zoals bij specifieke uitkeringen wel het geval is. Eventuele opmerkingen die over decentralisatie- en integratie-uitkeringen gemaakt worden in deze circulaire, zijn dan ook niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke kosten gemeenten geconfronteerd worden. Dit inzicht is ook van belang voor de Tweede Kamer. Met de betreffende teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. Paragraaf 3.2 informeert over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen en over de omvang en de verdeling ervan. Paragraaf 3.3 bevat overige mededelingen over de decentralisatie- en integratie-uitkeringen. 3.2

Omvang en verdeling decentralisatie- en integratie-uitkeringen

Tabel 3.2.1 bevat de mutaties in de decentralisatie- en integratie-uitkeringen ten opzichte van de septembercirculaire 2023. De mutaties hebben betrekking op 2023 en verder en worden onder de tabel toegelicht.

Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2023-2028 (bedragen in duizenden euro's)* 2023

2024

2025

2026

2027

2028

stand septembercirculaire 2023

4.828.682 4.473.430 4.380.628 4.297.186 4.219.603 4.146.029

1

Energietoelage

867.500

2

Invoeringskosten Omgevingswet

103.659

3

Meerkosten Oekraine sociaal domein

20.200

4

Faciliteitenbesluit opvangcentra

12.633

5

Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak

10.000

6

Maatschappelijke begeleiding

8.087

7

Erfgoed Deal

3.589

8

Startbanen statushouders

2.000

9

Bed, bad en brood

1.600

10

Nederlands-Soedanese repatrianten

1.278

11

Sectorale ontwikkelpaden

1.188

12

Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP)

1.100

13

Behoud sociale voorzieningen Groningen

787

14

LHBTI-beleid regenboogsteden

529

15

Social Labs

469

16

Pilot EU burgers

430

17

Veilige Steden

315

18

Veerkracht en weerbaarheid

308

19

Experiment gesloten coffeeshopketen

232

20

Nedersaksische taal

75

21

Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit

70

22

Opruimen dode volgels ivm vogelgriep

65

23

VN Decennium

61

24

Aanpak discriminatie naar herkomst

25

Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ (IU)

stand deze circulaire

55 -2.124

5.862.788 4.473.430 4.380.628 4.297.186 4.219.603 4.146.029

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

7

Toelichting 1. Energietoelage Het kabinet heeft als prioriteit om mensen met een laag inkomen te ondersteunen bij het voldoen van de energierekening. Hiervoor zijn in navolging van de decembercirculaire 2022 ook in 2023 middelen aan het gemeentefonds toegevoegd voor het uitkeren van de energietoeslag (€ 1,4 miljard waarvan € 500 miljoen al in 2022). Inmiddels is de noodzakelijke wijziging van de Participatiewet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer en kan de overige € 900 miljoen van de € 1,4 miljard worden uitgekeerd. Ten behoeve van een vangnetregeling voor de energietoeslag 2023 is een bedrag van € 32,5 miljoen gereserveerd. Van de overige € 867,5 miljoen wordt € 15,5 miljoen verdeeld op grond van de verdeelherstelactie 2022, waarmee gemeenten die in 2022 nadeel hadden van de gehanteerde verdeelsystematiek een aanvulling ontvangen. Concreet betekent dit dat gemeenten die in 2022 minder dan 90% hebben ontvangen dan waar ze op basis van de maatstaf huishoudens met langdurig laag inkomen (<120% van het sociaal minimum) recht op zouden hebben, een aanvullende bijdrage ontvangen. Het budget dat zij voor de energietoeslag 2022 hebben ontvangen, wordt opgehoogd tot een budget waarmee zij 90% bereik hadden kunnen realiseren. Zie voor meer informatie een speciale nazending van het gemeentenieuws van SZW.

De overige € 852 miljoen wordt, in samenhang met de € 500 miljoen die in januari aan gemeenten is uitgekeerd, verdeeld op basis van het aantal huishoudens met langdurig laag inkomen (<120% van het sociaal minimum). Zie hiervoor ook paragraaf 4.3 van de meicirculaire 2023. Concreet betekent dit dat het totaalbedrag van € 1.352 miljoen nu wordt verdeeld op basis van deze maatstaf. Het nog resterende bedrag per gemeente wordt nu uitgekeerd. De verdeling is opgenomen in bijlage 3.2-1. 2. Invoeringskosten omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van deze € 103 miljoen in 2023 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Zie hiervoor ook de paragraaf 3.2.2 van de septembercirculaire 2022. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staat nog een reservering van in totaal ruim € 151 miljoen voor gemeenten (€ 71 miljoen in 2024 en € 80 miljoen in 2025) en daarnaast € 1 miljoen in 2024 voor provincies.

Zodra deze middelen naar de fondsen worden overgeheveld zodat ze kunnen worden uitgekeerd, zal dit worden opgenomen in een volgende circulaire. De gemeenten ontvangen een uitkering op basis van een vast bedrag (15 procent van het totaal), het aantal inwoners (60 procent) en landoppervlak (25 procent). De verdeling per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-2. 3. Meerkosten Oekraïne sociaal domein De verantwoordelijkheid voor de zorg en ondersteuning vanuit de Wmo 2015 en de Jeugdwet, de uitvoering van het basistakenpakket Jeugdgezondheidszorg, het Rijksvaccinatieprogramma en het prenataal huisbezoek uit de Wet publieke gezondheid, ligt ook voor Oekraïense ontheemden bij

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

8

gemeenten. Het aantal Oekraïense ontheemden is dusdanig groot in omvang dat dit niet als een onderdeel van gebruikelijke fluctuaties gezien kan worden. Daarnaast leidt de opvang van Oekraïense ontheemden tot clustering bij specifieke gemeenten, namelijk in die gemeenten waar opvanglocaties zijn gerealiseerd. Het kabinet heeft op 25 mei 2022 besloten om gemeenten te compenseren voor de extra kosten die zij ten aanzien van bovengenoemde taken maken.3 Later in 2022 zijn hier nadere bestuurlijke afspraken over gemaakt tussen Rijk en VNG om deze compensatie te vertalen in een decentralisatie-uitkering die uitgaat van twee variabelen; het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) maal een bedrag aan zorgkosten per ontheemde (P). Zie ook paragraaf 3.2.18 van de decembercirculaire 2022. Onderdeel van deze bestuurlijke afspraken was om bij een langer verblijf van ontheemden zowel het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) als de gemiddelde zorgkosten per ontheemde (P) periodiek te gaan onderzoeken en mee te wegen in het te verdelen bedrag per jaar. Het CBS heeft -net als in 2022- een maatwerktabel aangeleverd, die gebruikt is als basis voor een objectieve verdeling per gemeente. Met de CBS gegevens kan het gemiddeld aantal opgevangen ontheemden per gemeente per jaar (Q) worden vastgesteld.

De werkelijke zorgkosten per ontheemde konden in 2022 nog niet worden vastgesteld, omdat er nog geen gegevens beschikbaar waren van de werkelijke kosten. Daarom werd voor het eerste jaar uitgegaan van een raming. In 2023 konden de gemiddelde zorgkosten per ontheemde (P) wel worden vastgesteld aan de hand van een extern onderzoek onder Nederlandse gemeenten uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de VNG.4 De meest actuele P en de Q tezamen levert voor 2023 een te verdelen bedrag op van € 20,2 miljoen dat objectief verdeeld is naar rato van het aantal opgevangen ontheemden per gemeente. Zie hiervoor bijlage 3.2-3. 4. Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het op 1 januari van het uitkeringsjaar aantal in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum (zie paragraaf 3.2.3 van de decembercirculaire 2022). Het bedrag van € 12,6 miljoen betreft alle beschikkingen die er dit jaar voor gemeenten zijn opgesteld, om hun werkzaamheden in en voor de opvangcentra te kunnen vergoeden.

Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-4. 5. Uitvoeringskosten gebiedsgerichte aanpak Bij de uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied zijn naast het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit ook medeoverheden betrokken. Gemeenten spelen naast

3 4

emu2021/22, 19637, nr. 2895 Onderzoek uitgaven gemeenten aan Oekraïense ontheemden voor Jeugdzorg, Wmo en Wpg, Rijksoverheid.nl

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

9

provincies en waterschappen een belangrijke rol bij de totstandkoming van de provinciale gebiedsprogramma’s en dat vraagt extra inzet van personeel. Deze decentralisatie-uitkering is een bijdrage in de gemaakte kosten vanuit gemeenten voor hun bijdrage aan gebiedsprogramma’s in 2023. De bijdrage aan gemeenten bedraagt in totaal € 10 miljoen, uiteenlopend van € 5.251 tot € 80.001 per gemeente. De verdeelsleutel die hiervoor wordt gehanteerd, is in overleg met de VNG tot stand gekomen en is gebaseerd op CBS gegevens: de percentages agrarisch landgebruik en bos en het aantal landbouwbedrijven. De verdeling per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-5. 6. Maatschappelijke begeleiding Conform artikel 18 van de Wet inburgering 2013 voorziet het college in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen een aanvulling op de middelen die zij hiervoor reeds ontvangen hebben. In totaal gaat het om een bedrag van € 8.086.440 (3.412 personen * € 2.370). Zie ook paragraaf 3.2.10 van de septembercirculaire 2022.

De middelen worden verstrekt op basis van: - het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000; - het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: 1. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd; 2. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of 3. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

- De personen die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 10 februari 2023 zijn ingeschreven in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen), de meicirculaire 2021 en de septembercirculaire 2022. - In aanvulling op bovenstaande groep zijn in de tellingen ook asielmigranten en hun gezinsleden meegenomen waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 10 februari 2023 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020, de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen), de meicirculaire 2021 en de septembercirculaire 2022. In bijlage 3.2-6 van deze circulaire zijn de uit te keren middelen per gemeente opgenomen. Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

10

maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO.5 7. Erfgoed Deal Het programma Erfgoed Deal is met drie jaar verlengd. Het Rijk investeert tot eind 2025 in totaal € 12,5 miljoen in de voortzetting van het programma. In de Erfgoed Deal slaan 15 partijen - zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen ineen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving. Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In de periode tot eind 2025 blijft vanuit het programma de focus liggen op de actuele transitieopgaven omtrent landbouw & natuur, energie & economie, wonen & mobiliteit en water & bodem. De Erfgoed Deal streeft naar een zorgvuldig vormgegeven leefomgeving, waarin ons verleden tastbaar is en waar we ons – ook in de toekomst – verbonden mee voelen. Zie ook paragraaf 3.2.13 van de meicirculaire 2020. In deze circulaire wordt een 7e ronde met daarin een provinciaal project en zes gemeentelijke projecten aan het portfolio toegevoegd. Daarnaast vinden er verrekeningen plaats met twee projecten uit vorige rondes i.v.m. correcties op eerder gedane stortingen in het Btw-compensatiefonds. In bijlage 3.2-7 is de verdeling van de middelen opgenomen. Het gaat voor de gemeenten om een totaalbedrag van € 3,6 miljoen. 8.

Startbanen statushouders Het bevorderen van de arbeidsparticipatie van statushouders door middel van proeven door gemeenten waarbij statushouders direct een baan (Startbanen) krijgen aangeboden. Vijf gemeenten ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van proeven voor Startbanen voor statushouders. Het betreft de gemeenten Amsterdam, Eindhoven, Helmond, Meierijstad en Rotterdam. Zij ontvangen elk € 0,4 miljoen. In totaal is er dus € 2 miljoen beschikbaar. Recente cijfers laten zien dat de arbeidsparticipatie van statushouders achterblijft in Nederland. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid spant zich in om de arbeidsparticipatie van deze groep te verbeteren. Gemeenten vervullen bij de verwezenlijking hiervan een belangrijke rol in de begeleiding naar werk van werkzoekende statushouders. Betrokken gemeenten ontwikkelen hun eigen proeven (aanpakken) om statushouders die zich gaan vestigen in een gemeente, een betaalde baan (Startbaan) aan te bieden. Gemeenten nemen het initiatief tot het delen van de vergaarde informatie over de proeven met belanghebbende stakeholders. 9. Bed, bad en brood Het pilotprogramma voor de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) had oorspronkelijk een looptijd van 2019 tot en met 2021.

In afwachting van een mogelijke structurele regeling heeft het kabinet, in overleg met de VNG, besloten de pilot te verlengen tot en met 31 december 2023. De middelen die voor deze pilot beschikbaar zijn worden sinds 2022 via een specifieke uitkering verstrekt. Zie ook paragraaf 2.2.6 van de septembercirculaire 2022. De uitkering aan gemeenten met overige onderdak voorzieningen (de zgn. bed-bad-brood voorzieningen) worden via deze decembercirculaire 2023 middels een decentralisatie-uitkering uitgekeerd. Hiervoor is € 1,6 miljoen beschikbaar gesteld. Verdeling hiervan vindt plaats op basis van de bezetting van de voorziening

5

Maatschappelijke begeleiding, duo.nl

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

11

per gemeente op 1 januari 2023 en is opgenomen in bijlage 3.2-9. 10. Nederlands-Soedanese repatrianten De uitkering is bedoeld voor gemeenten die betrokken zijn bij de zogenoemde nazorg van evacués uit Soedan. Het betreft de zorg voor Nederlanders die eind april 2023 zijn gerepatrieerd uit Soedan. Zij zijn vanwege het oorlogsgeweld daar door de Nederlandse regering met hun kerngezin geëvacueerd naar Nederland. De uitkering is gebaseerd op een normbedrag van € 30 per persoon per dag. Het gaat om een totaalbedrag van circa € 1,3 miljoen. In bijlage 3.2-10 is de verdeling per gemeente opgenomen. 11. Sectorale ontwikkelpaden De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap willen (zij-)instroom en doorstroom van werkenden en werkzoekenden, veelal met een afstand tot de arbeidsmarkt, in kraptesectoren bevorderen. Daarvoor worden in samenwerking met brancheorganisaties sectorale ontwikkelpaden tot stand gebracht. Ontwikkelpaden bestaan uit opeenvolgende functies met daaraan gekoppelde (delen van) opleidingen. Gestart is met ontwikkelpaden voor de kinderopvangsector en voor de functie energiefixer (met doorstroom in de sectoren bouw/techniek/energie).

De ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap willen de sectorale ontwikkelpaden niet alleen tot stand brengen, maar ook bijdragen aan de implementatie in de arbeidsmarktregio’s. Daarvoor werken de ministeries samen met enkele centrumgemeenten van arbeidsmarktregio’s die de (verkenning van de) implementatie van de ontwikkelpaden als vooruitlopende regio’s willen oppakken. De uitvoering in deze arbeidsmarktregio’s wordt gevolgd met onderzoek waaraan centrumgemeenten hebben aangegeven te willen meedoen. Het doel van deze DU is centrumgemeenten van arbeidsmarktregio’s tegemoet te komen in de kosten die zij gaan maken voor de implementatie van de sectorale ontwikkelpaden. Dit betreft naar verwachting zowel coördinatiekosten als kosten voor dienstverlening. De decentralisatie-uitkering wordt verstrekt aan de centrumgemeenten van 10 arbeidsmarktregio’s. Het totale bedrag bedraagt circa € 1,2 miljoen (inclusief BTW). De verdeling vindt plaats op basis van afspraken die met arbeidsmarktregio’s zijn gemaakt. De verdeling van de middelen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-11. 12. Einde lening inburgeringsplichtig (ELIP) In het bestuurlijk overleg van april 2020 zijn tussen de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de VNG afspraken gemaakt over het ondersteunen van de zogenaamde ELIPs.

Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. De afspraken zijn met ingang van 1 januari 2023 geformaliseerd in de regelgeving. In het besluit Inburgering is nu opgenomen dat gemeenten inburgeraars die onder de ELIP-definitie gerekend worden, hulp en begeleiding kunnen aanbieden. Met deze formalisering is een grondslag gecreëerd op basis waarvan informatie-uitwisseling tussen DUO en gemeenten over deze doelgroep mogelijk is. Hiermee is een knelpunt voor gemeenten om deze doelgroep te bereiken weggenomen. Zie ook paragraaf 3.2.16 van de meicirculaire 2022. Gemeenten kunnen inburgeraars die tot deze doelgroep behoren begeleiden bij het afronden van

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

12

hun inburgeringstraject. Gemeenten gaan zelf over de wijze van invulling van de begeleiding en de selectie van inburgeraars die daarvoor in aanmerking komen. Niet voor iedereen is ondersteuning nodig. Gebleken is dat een meerderheid van de ELIPs uiteindelijk op eigen kracht aan de inburgeringsplicht kan voldoen. Via een decentralisatie-uitkering worden middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld voor begeleiding en het, in een beperkt aantal gevallen, financieel ondersteunen van ELIPs bij het betalen van extra cursusuren of examengelden. Daarbij is het belangrijk om potentiële problemen bij het voldoen aan hun inburgeringsplicht al in een vroeg stadium te signaleren en de ELIPs te benaderen op het moment dat ze nog ruimte in de lening beschikbaar hebben. De potentiële ELIPgroep is daarom in praktijk afgebakend als: “inburgeringsplichtige asielmigranten onder de Wet inburgering 2013 die nog niet aan de inburgeringsplicht hebben voldaan maar wel: •

€ 9.500 hebben verbruikt van hun lening (ongeacht de termijn) of;

•

€ 7.500 hebben verbruikt van hun lening en waarvan de inburgeringstermijn binnen 12 maanden afloopt.”

Uit de verzamelbrief inburgering 20236 van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is gebleken dat het aantal inburgeraars dat tot de ELIP-groep behoort, in de loop van dit jaar tegen de verwachting in is gestegen. Daarom heeft de minister besloten om voor de komende jaren extra middelen voor deze doelgroep beschikbaar te stellen. Hiervan komt € 1,1 miljoen in 2023 beschikbaar. Dit bedrag wordt in de decembercirculaire toegekend en is op onderstaande wijze over gemeenten verdeeld. In de meicirculaire 2023 is al afgerond € 1,6 miljoen toegekend. In totaal is er dus er voor dit jaar afgerond € 2,7 miljoen beschikbaar. Dit bedrag is opnieuw verdeeld over gemeenten naar rato van het aantal ELIPs volgens bovengenoemde definitie op basis van de DUO-cijfers per 1 september 2023, en vervolgens per gemeente verminderd met het bedrag dat al via de meicirculaire is toegekend. Bij (een beperkt aantal) gemeenten waar het bedrag op basis van deze verdeling lager zou uitvallen dan het bedrag dat in de meicirculaire is toegekend, wordt het aanvullende bedrag op 0 gesteld. Met andere woorden: in de decembercirculaire vindt geen correctie van bedragen uit de meicirculaire plaats, maar wordt alleen extra budget toegekend. De verdeling van de middelen is opgenomen in bijlage 3.2-12. 13.

Behoud sociale voorzieningen Groningen Conform de motie van het lid Nijboer c.s.7 stelt het kabinet financiële middelen beschikbaar op het gebied van leefbaarheid aan vier gemeentes in het aardbevingsgebied. De verdeling per gemeente is als volgt: Groningen: € 250.000; Oldambt: € 300.000; Pekela: € 160.000 en Westerkwartier: € 77.000. Dit met als doel om de brede welvaart te bevorderen, onder andere door het voorkomen van verdere verdwijning van sociale voorzieningen, in het kader van de Sociale Agenda zoals omschreven in Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen. Vooruitlopend op de bredere generatielange sociale agenda wordt er in 2023 een 6 7

Kamerstukken II 2022/23, 32824, nr. 391 Kamerstukken II 2022/23, 35561, nr. 30

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

13

beperkt bedrag door middel van een decentralisatie uitkering beschikbaar gesteld. Hierdoor kunnen sociale voorzieningen in de uiteindelijke afweging van de Sociale Agenda behouden blijven. De middelen zijn verdeeld op basis van de hoeveelheid middelen die de gemeenten nodig achten om de brede welvaart te bevorderen door het behoud van de sociale voorzieningen. 14. LHBTI-beleid regenboogsteden Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en intersekse personen) verder te bevorderen. In totaal ontvangen 54 gemeenten een bijdragen voor de samenhangende aanpak van de Regenboogsteden voor lokaal LHBTI-beleid voor de periode 2023 tot en met 2026. Als onderdeel van het Programma Regenboogsteden is er naar aanleiding van de motie-Bergkamp een speciaal traject binnen Regenboogsteden dat zich richt op veiligheid in wijken voor LHBTI-personen. Zie ook parargaaf 3.2.5 van de decembercirculaire 2022. Het gaat om een totaalbedrag van € 529.000. Voor de verdeling ontvangen de G4-gemeenten allen € 50.000 en alle overige gemeenten € 20.000. Voor enkele gemeenten is er sprake van een btw-afdracht aan het Btw-compensatiefonds. Een overzicht met de totaalbedragen per gemeente voor 2023 is opgenomen in bijlage 3.2-14. 15.

Social Labs Drie gemeenten ontvangen middelen voor het oprichten van Social Labs in 2023 en 2024. Een social lab betreft een werkplaats waarin een consortium van wetenschappers, maatschappelijke organisaties en professionals samen met gemeenten als één ‘pedagogische coalitie’ in de praktijk aan het werk gaan om de veerkracht en weerbaarheid te versterken in gebieden waar de leefbaarheid en veiligheid onder druk staat. Jongeren zelf en de behoeften die zij hebben, staan in een social lab centraal. Met dit project wordt de veerkracht en weerbaarheid van jongeren in kwetsbare omgevingen versterken zodat zij minder vatbaar zijn om in de criminaliteit betrokken te raken. Het gaat om een totaalbedrag van ca. € 469.000 dat als volgt is verdeeld: Amsterdam: € 148.719; Tilburg: € 160.000; Zoetermeer: € 160.000. 16. Pilot EU burgers In paragraaf 3.2.10b van de meicirculaire 2023 is er voor 2023 reeds € 7 miljoen beschikbaar gesteld aan 6 pilotgemeenten ten behoeve van de uitvoering van het Plan van Aanpak kwetsbare dakloze EU-burgers. De evaluatie van de pilot wordt halverwege 2024 verwacht.

Om de periode december 2023 tot mei 2024 te overbruggen stelt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aanvullend € 430.000 beschikbaar, middels de decentralisatie-uitkering dakloze EU-burgers, aan de deelnemende pilotgemeenten om te voorkomen dat er een gat ontstaat in de uitvoering voorafgaand aan de beslissing over eventuele voortzetting van de pilot. Het Plan van Aanpak geeft extra handvatten aan de genoemde gemeenten en betrokken instanties om de specifieke situatie van dakloosheid bij de doelgroep van kwetsbare en/of weinig zelfredzame EUburgers beter te signaleren, te voorkomen en/of op te lossen. De verdeling vindt plaats op basis van de reguliere verdeelsleutel voor maatschappelijke opvang. Een overzicht met de totaalbedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-16

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

14

17. Veilige Steden De 20 gemeenten die participeren in het programma Veilige Steden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen voor de periode 2023-2026 een bijdrage. Het programma heeft als doel de sociale veiligheid van vrouwen in de publieke ruimte te vergroten. Het gaat om een totaalbedrag van € 315.000. De middelen worden volgens bestaande afspraken met de deelnemende gemeenten verdeeld. Zie ook paragraaf 3.2.14 van de septembercirculaire 2023. De G4 ontvangt jaarlijks € 50.000 en de overige gemeenten € 30.000. Een overzicht met de totaalbedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-17. 18. Veerkracht en weerbaarheid Zeven gemeenten ontvangen een bijdrage voor activiteiten gericht op het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van hun inwoners. Samenleven in toenemende diversiteit is een groot goed, maar kan ook leiden tot sociale versplintering. Fenomenen als ongewenste polarisatie of radicalisering kunnen de sociale samenhang onder druk zetten. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid spant zich in voor het versterken van veerkracht en (digitale) weerbaarheid van individuen, omgevingen, gemeenschappen en de samenleving ter bevordering van de sociale stabiliteit. Lokaal bestuur speelt hierin een belangrijke rol. Betrokken gemeenten hebben verzocht om ondersteuning voor de voorgenomen interventies.

Het gaat om een totaalbedrag van €308.000. Een overzicht met de totaalbedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-18. 19. Experiment gesloten coffeeshopketen De ministeries van Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, Welzijn en Sport werken aan de opgave uit het coalitieakkoord 2021 om het mogelijk te maken dat het experiment gesloten coffeeshopketen wordt uitgebreid met een elfde stad. Zie ook paragraaf 3.2.20 van de meicirculaire 2022. De ministeries zijn voornemens Amsterdam toe te voegen voor deelname met stadsdeel Oost. Door deelname aan het experiment krijgt deze gemeente extra taken en bevoegdheden met betrekking tot coffeeshops en coffeeshopbeleid. Hiervoor ontvangt de gemeente, net als de andere deelnemende gemeenten een bijdrage, bestaande uit een vaste component en een variabel deel afhankelijk van het aantal coffeeshops. Deze bijdrage houdt verband met de voorbereidingen die nodig zijn voor de start van het experiment (zoals opleiden handhavers, inrichten toezicht, aanpassen lokaal beleid) en uitvoering van extra werkzaamheden, zoals het uitvoeren van toezicht en handhaving. Het gaat om een bedrag van € 232.000. 20. Nedersaksische taal Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verstrekt via het gemeentefonds een eenmalige bijdrage van € 75.000 aan de gemeente Weststellingwerf voor de bevordering en bescherming van het Nedersaksisch.

Deze bijdrage is bedoeld ten goede te komen aan alle partners in het convenant Nedersaksisch. De uitkering van deze bijdrage verloopt via de gemeente Weststellingwerf, omdat deze gemeente op dit moment voorzitter is van de convenantpartners. 21. Weerbare gemeenschappen tegen ondermijnende criminaliteit De gemeenten Heerlen en Breda ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het weerbaar maken van gesloten gemeenschappen tegen ondermijning en het leggen

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

15

van de verbinding tussen gemeente en gesloten gemeenschappen. De georganiseerde criminaliteit ondermijnt onze rechtsstaat en zet de veiligheid van onze samenleving onder grote druk. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid acht het van belang om ondermijnende criminaliteit preventief tegen te gaan vanuit sociale en economische hoek. Lokaal bestuur kan hier een belangrijk rol in vervullen. Betrokken gemeenten spannen zich hiervoor in en hebben verzocht om ondersteuning voor de voorgenomen interventies. Het gaat om een totaalbedrag van € 70.000. Beide gemeenten ontvangen € 35.000. 22. Opruimen dode vogels i.v.m. vogelgriep Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft aan vier gemeenten in Fryslân eenmalig € 65.000 toegezegd vanwege de voortrekkersrol die zij genomen hebben in het actief opruimen van dode wilde vogels met vogelgriep. De werkwijze en de app voor het melden van wilde vogels, die deze gemeenten ontwikkeld hebben, leveren een unieke en belangrijke bijdrage aan de landelijke structuur waar het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit verantwoordelijkheid voor neemt, en daarom een eenmalige bijdrage vanuit zijn begroting beschikbaar stelt.

De verdeling van de middelen is gebaseerd op de kosten die de gemeenten hebben gemaakt als gevolg van het opruimen van de dode vogels en is als volgt: NoardeastFryslân: € 25.000; Súdwest-Fryslân: € 30.000; Terschelling: € 6.000; Vlieland: € 4.000. 23. VN Decennium Een viertal gemeenten ontvangt een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het VN Decennium voor mensen van Afrikaanse afkomst (de Decade) van januari 2015 – december 2024. De Nederlandse invulling van de Decade wordt aangewend om de (preventieve) aanpak van (anti-zwart)racisme te versterken. Met de ontvangen bijdragen beogen de betreffende gemeenten het contact en de samenwerking met lokale Afro-Nederlandse gemeenschappen te versterken, alsook in te zetten op faciliteren van deze gemeenschappen en meer lokale bewustzijn te stimuleren over anti-zwartracisme en inclusie. Het gaat om een totaalbedrag van ca. € 60.000. De verdeling is als volgt: Hilversum: € 18.200; Leeuwarden: € 15.000; Nijmegen: € 15.000; Zaanstad: € 12.000. 24. Aanpak discriminatie naar herkomst De gemeenten Alkmaar, Amersfoort, Leiden en Utrecht ontvangen een bijdrage voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het voorkomen van discriminatie naar herkomst en het bevorderen van samenleven. Recente cijfers over (ervaren) discriminatie laten zien dat discriminatie naar herkomst veel voorkomt in Nederland.

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid spant zich ervoor in om discriminatie naar herkomst te voorkomen en het samenleven te bevorderen. Lokaal bestuur kan hier een belangrijk rol in vervullen. Betrokken gemeenten spannen zich hiervoor in en hebben verzocht om ondersteuning voor de voorgenomen interventies. De gemeenten hebben beleids- en bestedingsvrijheid bij de uitvoering van de activiteiten. Het gaat om een totaalbedrag van € 55.000. De verdeling van de middelen is als volgt: Alkmaar: € 12.397; Amersfoort: € 15.000; Leiden: € 12.397; Utrecht: € 15.000.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

16

25. Vrijval restant compensatieregeling Voogdij 18+ (IU) Binnen de integratie-uitkering Voogdij 18+ resteert nog een budget van € 2,1 miljoen, als gevolg van aanvullend toegekende loon- en prijsontwikkeling. Dit resterend budget is in 2023 niet nodig voor de compensatieregeling en wordt zoals gebruikelijk overgeheveld naar de algemene uitkering (cluster jeugd). Zie ook paragraaf 2.2.3 van deze circulaire.

3.3.

Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen

Er hebben zich ten opzichte van de septembercirculaire 2023 geen veranderingen voorgedaan in bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen. Verder zijn er geen overige mededelingen ten aanzien van de bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen.

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

17

Overige mededelingen 4.1

Inleiding

Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën. 4.2

Bevoorschotting

Uitkeringsjaar 2022 Voor 2022 geldt dat de voorschotbetalingen in december 2023 niet zijn aangepast. Uitkeringsjaar 2023 De gegevens uit deze circulaire leiden tot aanpassing van de voorschotbetalingen op de uitkeringen over 2023. Het betreft de bijstelling als gevolg van de actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel, de bedragen per eenheid, de uitkeringsfactor en de integratieen decentralisatie-uitkeringen. De bijstellingen als gevolg van de actualisatie van de maatstaf huishoudens met een laag inkomen met drempel en van de integratie- en decentralisatieuitkeringen zijn verwerkt in de betaalmaand december 2023. De bijstelling van de bedragen per eenheid en van de uitkeringsfactor worden verwerkt in de betaalmaand januari 2024. Deze bedragen zullen met ingang van 9 januari betaalbaar worden gesteld. Uitkeringsjaar 2024 De gegevens uit deze circulaire werken met ingang van de betaalmaand januari 2024 door in de voorschotbetalingen op de uitkeringen over 2024. Deze bedragen zullen met ingang van 9 januari betaalbaar worden gesteld. Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen. 4.3

Individuele referentiewaarden EMU-saldo medeoverheden 2024

In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen van 21 november jl. is de EMU-saldonorm voor de medeoverheden voor de periode 2024-2026 op -0,5% van het bruto binnenlands product (bbp) vastgesteld. Dat betekent een verruiming van deze EMU-saldonorm voor medeoverheden ten opzichte van de voorliggende periode met -0,1 procentpunt van het bbp. Hierop wordt de regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake het EMU-saldo aangepast. Momenteel ligt deze regeling middels een zogenaamde voorhangprocedure in de Tweede Kamer.8 Onder voorbehoud van de goedkeuring zal deze regeling in werking treden met ingang van 1 januari 2024 en loopt tot en met 31 december 2026. In deze regeling wordt het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo bepaald alsmede de uitsplitsing daarvan per bestuurslaag. Om provincies en gemeenten tijdig een 8

Kamerstukken II 2023/24, 36410-IX, nr. 35

Decembercirculaire gemeentefonds 2023

18

beeld te geven wat dit voor hen betekent, publiceert het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in lijn met de Wet Hof individuele EMU-referentiewaarden. De referentiewaarden voor gemeenten zijn, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring van de regeling, in bijlage 4.3 opgenomen en tot stand gekomen door het totaalbedrag uit de tabel hieronder op basis van de begrotingstotalen over de gemeenten te verdelen. Tabel 4.3.1: macronorm per bestuurslaag 2024 Gemeenten Provincies Waterschappen Totaal Verdeling macronorm (in % bbp)

0,34

0,10

Verdeling macronorm (x € 1000)

2.683.341

795.064

0,06

0,50

496.915 3.975.320

Geraamde BBP 2024 (x € 1000)= 1.078.300.000.0009 Een individuele EMU-referentiewaarde is geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente in de gezamenlijke tekortnorm heeft. De Wet Hof bepaalt dat de individuele referentiewaarde voor het EMU-saldo van de individuele overheden naast het eigen aandeel ook het aandeel in openbare lichamen betreft. Het aandeel in openbare lichamen is het deel van het EMUsaldo van de gemeenschappelijke regelingen dat aan de betreffende deelnemende individuele decentrale overheid wordt toegerekend. Een deel van het EMU-saldo van de gemeenschappelijke regelingen maakt dus onderdeel uit van het EMU-saldo van de deelnemende medeoverheden. 4.4

Rechtmatigheidsverantwoording jaarrekening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13710246/1