Concept-Wijzigingsbesluit GR-AVU.pdf
Tekst van het document
Concept-Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling AVU De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten: Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist; ieder voor zover voor de eigen gemeente bevoegd; overwegende: -
-
dat de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht laatstelijk per 1 januari 2019 is aangepast in verband met het in werking treden van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 januari 2015 ; dat een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022 in werking is getreden, welke het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling AVU noodzakelijk maakt; dat de Wet Open Overheid die op 1 mei 2022 van kracht is geworden het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling AVU noodzakelijk maakt; dat de gemeente Vijfheerenlanden per 1 januari 2021 de gemeenschappelijke regeling heeft verlaten;
gelet op: -
de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet; de toestemming van de gemeenteraden van Amersfoort, Baarn, Bunnik, Bunschoten, De Bilt, De Ronde Venen, Eemnes, Houten, IJsselstein, Leusden, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Renswoude, Rhenen, Soest, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Veenendaal, Woerden, Wijk bij Duurstede, Woudenberg en Zeist, overeenkomstig artikel 1, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
besluiten: de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht als volgt te wijzigen:
Artikel I De Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht wordt als volgt gewijzigd: Actieve informatieplicht en zienswijzen Artikel 15 lid 7 wordt gewijzigd in: 7 Het algemeen bestuur verstrekt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen, die door een of meer leden van de colleges worden verlangd en wel op de wijze, te bepalen in het reglement van orde op de vergaderingen van het algemeen bestuur. Na artikel 15 lid 7 worden twee leden ingevoegd die luiden: 8 Het Algemeen Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 9 Er zijn geen besluiten van het Algemeen Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen. Na artikel 23 lid 3 worden twee leden ingevoegd die luiden: 4 Het Dagelijks Bestuur verstrekt de raden alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 5 Er zijn geen besluiten van het Dagelijks Bestuur, waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd, zoals bedoeld in artikel 10, vijfde en zesde lid, Wet gemeenschappelijke regelingen.
Burgerparticipatie en Evaluatie Na artikel 15 worden ingevoegd (waaruit volgt vernummering van de artikelen 16 e.v.) een artikel dat luidt: Artikel 16 Burgerparticipatie Ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van besluiten op grond van deze regeling slechts betrokken, voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Algemeen Bestuur bepaald. En een artikel dat luidt: Artikel 17 Evaluatie Het initiatief tot evaluatie van de gemeenschappelijke regeling is voorbehouden aan het Algemeen Bestuur. Termijnen Artikel 33, vernummerd 35, wordt als volgt gewijzigd: In het derde lid wordt ‘acht’ vervangen door: ‘twaalf’. Na het derde lid wordt, onder vernummering van het vierde tot vijfde lid en het vijfde tot zesde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 4. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het derde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Artikel 34, vernummerd 36, wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ‘1 augustus’ vervangen door: 15 september. Artikel 35, vernummerd 37, wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid wordt ’33 lid 3 en 34 lid 3’ vervangen door ’36 lid 3 en 37 lid 3’.
Artikel 36, vernummerd 38, wordt als volgt gewijzigd: In het vijfde lid wordt ‘15’ vervangen door ‘30’; Toe- en uittreding, wijziging en opheffing Artikel 39, vernummerd 41, wordt als volgt gewijzigd: Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid en het derde tot vierde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 2 Een ontwerptoetredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerptoetredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Artikel 40, vernummerd 42, wordt als volgt gewijzigd: Na het tweede lid wordt, onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 3 Een ontwerpuittredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpuittredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Na het vernummerde vijfde lid worden, onder vernummering van het zesde en zevende lid tot elfde en twaalfde lid, vijf leden ingevoerd die luiden: 6.
Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
7. De voorlopige respectievelijk definitieve uittreedsom bestaat uitsluitend uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. De frictiekosten en desintegratiekosten worden berekend op basis van de principes van goed koopmanschap en de principes van accounting. 8. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten te maken door het openbaar lichaam die het directe gevolg van de beslissing tot uittreding van een deelnemer. 9. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding. 10. Het vierde lid is van overeenkomstige toepassing op kosten te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan binnen een periode van 5 jaar vanaf het moment van uittreding als direct gevolg van de uittreding. Een lid wordt toegevoegd, dat luidt: 13. De Uittredingsregeling AVU 2020, dan wel hierop volgende uittredingsregelingen zijn van toepassing.
Artikel 41, vernummerd 43, wordt als volgt gewijzigd: Na het eerste lid wordt, onder vernummering van het tweede tot derde lid, een lid ingevoegd dat luidt: 2 Een ontwerpwijzigingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeenteraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerpwijzigingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur. Overige wijzigingen Artikel 9 wordt als volgt gewijzigd: In het tweede lid sub. d wordt ‘30’ vervangen door ‘32’; In het tweede lid sub. e wordt ‘39’ vervangen door ‘41’ en ‘42’ vervangen door ‘44’; Artikel 25, vernummerd 27, wordt als volgt gewijzigd: Twee leden worden toegevoegd: 8 De directeur is contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. 9 De directeur kan in zijn plaats een medewerker benoemen als contactpersoon conform het bepaalde in art. 4.7 Woo. Artikel 26, vernummerd 28, leden 1 en 2 worden gewijzigd in: 1 De medewerkers hebben een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. 2 De CAO-sgo is van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Een lid wordt toegevoegd: 3 Organisatie-specifieke regelingen worden vastgelegd in een personeelshandboek.
Artikel II Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking daarvan, onverminderd het bepaalde in artikel 26, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Aldus vastgesteld te Leusden d.d. 28 juni 2023.