CDA Vragenhalfuur statushouders 2.0
Tekst van het document
Vragenhalfuur: Verbod op voorrang statushouders sociale huurwoning.
Geacht college,
De Tweede Kamer heeft in de nacht van 3 op 4 juni 2025 ingestemd met de Wet versterking regie volkshuisvesting. Twee aspecten vallen daarbij in positieve zin op. De eerste dat het een einde beoogt te maken aan een grote rechtsongelijkheid die al decennia bestaat. Er komt namelijk een landelijk verbod op het geven van voorrang aan statushouders bij de uitgifte van sociale huurwoningen. Het tweede aspect dat in positieve zin opvalt is de voorrang van dakloze gezinnen met minderjarigen. Zij dienen juist wel voorrang te krijgen.
Opmerkelijk waren de uitspraken van verschillende gemeenten in het land in reactie op de aangenomen wet, o.a. van Amsterdam en Utrecht. Deze en zestien andere gemeenten hebben aangegeven de voorrangspositie van statushouders te willen handhaven. Zoals u weet zijn juist de genoemde twee gemeenten de afgelopen decennia weinig succesvol zijn geweest in het huisvesten van statushouders en zijn daar de achterstanden volgens de huidige quota het grootst.
Naar aanleiding van het besluit van de Kamer over de Wet versterking regie volkshuisvesting, hebben wij de volgende vragen: 1. Welk standpunt neemt het college in over het genoemde besluit van de Kamer tot een verbod op de voorrangsregeling voor statushouders? Bent u van plan de aangenomen wet te volgen of van zins u aan te sluiten bij de zestien gemeenten die de wet niet willen uitvoeren?
2. Op welke wijze bent u zich al aan het voorbereiden op de invoering van deze wet?
3. Kunt u ons meenemen in de gevolgen voor de gemeente Bunschoten, onder meer de effecten op de wachttijd voor de gemiddelde inwoner die op de wachtlijst voor een sociale huurwoning staat?
4. Heeft u al een beeld bij hoe u statushouders gaat invoegen op de wachtlijst en hoe u andere ingeschrevenen gaat informeren over hun gewijzigde plek in de wachtlijst? En hoe zorgt u ervoor dat dit transparant gebeurt op een manier waarbij iedereen gelijk behandeld wordt?
5. Kent u voorbeelden van eerdere situaties waarbij personen door wetwijziging lager en anderen hoger op de wachtlijst voor sociale huisvesting zijn gekomen?
6. Kunt u een indicatie geven van hoeveel statushouders de gemeente Bunschoten de afgelopen 25 jaar al heeft gehuisvest? Hoeveel was dit op het totaal van huurwoningen?
7. Bij de inrichting van de huisvesting aan de Einsteinweg was ook sprake van een rechtsongelijkheid op huisvestingsvlak. De locatie mocht alleen worden ingezet voor arbeidsmigranten, zo bleek uit beantwoording van vragen in debatten. Maar het mochten absoluut geen gewone appartementen of kamers voor starters of studenten zijn. Hier is nadrukkelijk naar gevraagd en we hebben herhaaldelijk gewezen op de rechtsongelijkheid. Hoe kijkt u gezien de huidige doorgevoerde maatregelen en tendens hierop terug?
J.H. Dijkhuizen CDA-Bunschoten