CDA - Drugs op straat
Tekst van het document
VRAGENHALFUURTJE Drugs op straat Bunschoten, 28 mei 2026 Geacht college, Inleiding In de woonwijk Rengerswetering zijn tijdens het Pinksterweekend door inwoners meerdere zakjes met cocaïne aangetroffen op straat (foto’s beschikbaar). Dat is een buitengewoon zorgelijke ontwikkeling. De openbare ruimte moet veilig zijn voor iedereen, maar zeker voor kinderen die in de wijk spelen. Het aantreffen van drugs op straat roept ernstige vragen op over de veiligheid in buurten, de risico’s voor de volksgezondheid en de mate waarin de gemeente, samen met politie en handhaving, zicht heeft op de omvang van het probleem. Daarom stellen wij het college de volgende vragen: Vragen 1.
Is het college bekend met meldingen van inwoners over het aantreffen van voornoemde drugs in de Rengerswetering?
2.
Komen er vaker dergelijke meldingen binnen, of meldingen van vondsten van bijvoorbeeld gebruikte spuiten/naalden? Op welke locaties of in welke wijken deden deze meldingen zich voor, en ziet het college hierin een toename?
3.
Deelt het college de opvatting dat het aantreffen van drugs in woonwijken, in de nabijheid van speelplekken, scholen of looproutes van kinderen, volstrekt onacceptabel is? Zo ja, welke concrete acties verbindt het college daaraan?
4.
Welke risico’s ziet het college voor spelende kinderen, jongeren en andere inwoners wanneer zij dergelijke zaken aantreffen op straat?
5.
Op welke wijze worden meldingen over aangetroffen drug momenteel opgepakt, afgehandeld en geregistreerd, en welke rol spelen politie, boa’s en gemeentelijke diensten daarbij?
6.
Hoe worden inwoners geïnformeerd over wat zij moeten doen wanneer zij vermoedelijke drugs of drugsafval aantreffen, en acht het college deze communicatie op dit moment voldoende zichtbaar en duidelijk? Doen wij voldoende aan voorlichting op het aantreffen van dit soort zaken?
7.
Is het college bereid om, samen met politie en handhaving, te komen tot een stevigere aanpak op dit onderwerp, inclusief extra toezicht, verscherpte handhaving en gerichte communicatie in betreffende wijken?
8.
Welke aanvullende maatregelen is het college bereid op korte termijn te nemen om de veiligheid in de wijk te vergroten en te voorkomen dat kinderen of andere inwoners worden blootgesteld aan de risico’s van drugs, of materialen waar drugs mee is toegediend (spuiten), in de openbare ruimte?
9.
Is het college het met ons eens dat hier niet alleen sprake is van zwerfafval of overlast, maar van een serieus signaal van normvervaging, ondermijning en een directe bedreiging van de leefbaarheid en volksgezondheid in onze buurten? Zo ja, hoe gaat het college deze urgentie zichtbaar vertalen in beleid en optreden?
Wij verwachten van het college dat dit signaal met de grootst mogelijke ernst wordt opgepakt en dat de veiligheid van onze wijken, onze kinderen en de volksgezondheid vooropstaat. Christiaan Buis Namens de fractie CDA Bunschoten