Brief beoordeling IBT Omgevingsrecht 2022-2023 Bunschoten.pdf
Tekst van het document
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunschoten Postbus 200 3750 GE BUNSCHOTEN-SPAKENBURG
Beoordeling IBT omgevingsrecht 2022-2023 DATUM 30-01‑2024 DOCUMENTNUMMER UTSP-390265605-12914 VAN Jeroen van Dam BIJLAGE Overzicht verbeterpunten ONDERWERP
TELEFOONNUMMER E-MAILADRES
DOMEIN/OPGAVE TEAM
06-39632192 jeroen.van.dam @provincie-utrecht.nl BDO BEI
Geacht college, Uw gemeente heeft in het kader van Interbestuurlijk Toezicht (IBT) informatie toegezonden over uw taakuitvoering in 2022-2023 op het gebied van het Omgevingsrecht. Wij hebben deze informatie beoordeeld. In deze brief leest u onze beoordeling. Oordeel over uw taakuitvoering omgevingsrecht Ons oordeel over uw taakuitoefening luidt: -
Vakgebied Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) - Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH): voldoet. Vakgebied Monumenten / Archeologie: voldoet.
Het oordeel ten aanzien van het vakgebied Wabo over 2022-2023 luidt ‘voldoet’. U heeft een verbetering laten zien ten opzichte van de voorgaande beoordelingsrondes door nieuw VTH-beleid vast te stellen, waarin u een uitvoerige risicoanalyse heeft uitgevoerd en concrete prioriteiten heeft gesteld voor alle taakvelden. De activiteiten met betrekking tot de hoge prioriteiten voert u uit. U heeft daarnaast ingezet op het integraal uitvoeren van toezicht en het inrichten van een nieuw (zaak)systeem. Ondanks deze verbetering, constateren wij dat er nog wel een doorontwikkeling van het beleid aan de hand van de verbeterpunten nodig is. In de bijlage treft u verbeterpunten aan. Wij gaan er van uit dat u de verbeterpunten uitvoert bij het evalueren en tussentijds wijzigen van het nieuwe beleid op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Als wij bij de volgende beoordeling constateren dat u geen of onvoldoende uitvoering heeft gegeven aan de verbeterpunten, kan dat gevolgen hebben voor de beoordeling 2023-2024 Toelichting beoordeling Bij het uitvoeren van onze wettelijk toezichtstaak hanteren wij de Verordening systematische toezichtinformatie provincie Utrecht (hierna: IBT-verordening), het Beleidskader Interbestuurlijk Toezicht 2021-2024 en de interventieladder die landelijk tussen Rijk, IPO en VNG is afgesproken.
Het beleidskader vindt u via de volgende link: www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/bestuurlijke-zaken/interbestuurlijk-toezicht, onder het kopje “Beleidskader en
1 van 6
Uitvoeringsagenda”. Een toelichting op de interventieladder is te vinden op onze website www.provincieutrecht.nl/werkwijze-ibt. In de vorige beoordelingsperiode is de taakuitvoering van uw gemeente als ‘voldoet deels’ beoordeeld. Dit betekent dat wij de toezichtinformatie inhoudelijk hebben beoordeeld. Daarnaast hebben onze toezichthouders op 21 november 2023 een gesprek gevoerd met een beleidsadviseur milieu en juridisch adviseur van de gemeente. De informatie uit dit gesprek is in deze beoordeling meegenomen. Hieronder leest u per vakgebied een toelichting op deze beoordeling. Wabo – VTH Bij de beoordeling van de informatie voor het vakgebied VTH hebben we getoetst of uw gemeente de processen zodanig heeft ingericht dat deze taken naar behoren kunnen worden uitgevoerd. Wij baseren ons hierbij op de wettelijke eisen voor deze processen, zoals vermeld in hoofdstuk 5 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, hoofdstuk 7 van het Besluit omgevingsrecht en hoofdstuk 10 van de Ministeriële regeling omgevingsrecht. Deze proceseisen staan ook bekend als de BIG-8 cyclus. Uitvoerings- en Handhavingsbeleid voor de gemeentelijke thuistaken (VTH-beleid / U&H-strategie thuistaken) Positief is dat u op 15 december 2022 nieuw VTH-beleid 2023-2027 heeft vastgesteld. Aan dit beleid ligt een uitvoerige risicoanalyse ten grondslag.
U geeft prioriteit aan de hoogste risico’s en daarnaast heeft u op basis van de gebiedsanalyse nog enkele aanvullende prioriteiten gesteld. Wel zijn er verbeterpunten. Zo is de evaluatie van het voorgaande VTH-beleid 2017-2021 summier uitgevoerd waardoor niet duidelijk is in hoeverre de beleidsdoelen uit die beleidsperiode zijn bereikt en op welke wijze bijsturing nodig is of het beleid moet worden aangepast. U heeft in het nieuwe VTH-beleid strategische doelen geformuleerd die u heeft uitgewerkt in beleidsdoelen voor specifieke taakvelden. De beleidsdoelen zijn over het algemeen concreet en meetbaar, maar zijn niet altijd direct gerelateerd aan de prioriteitstelling. Zo heeft het doel voor de taakvelden ‘Ruimtelijke Ordening’ en ‘Bestaande bouw’ dat 90% van de handhavingsbesluiten standhoudt in bezwaar of beroep, dat op zichzelf natuurlijk nastrevenswaardig is, geen directe relatie met de geprioriteerde risico’s voor deze taakvelden. Indien de relatie tussen risico’s, prioriteiten en doelen niet duidelijk is, is het lastig om gericht en effectief beleid te voeren om de risico’s en problemen aan te pakken, waarbij de financiële en personele middelen zo optimaal mogelijk worden ingezet.
Wat het VTH-beleid betreft is vereist dat u de voor het bereiken van de in het beleid geformuleerde doelen en de uit te voeren werkzaamheden benodigde én beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk maakt en in de begroting borgt. Ook de wijze waarop de benodigde financiële en personele middelen is berekend moet inzichtelijk worden gemaakt. U verwijst hiervoor in het beleid naar de jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma, maar dit moet dus in het kader van de (vaststelling van) het VTH-beleid plaatsvinden. In het uitvoeringsprogramma dient u vervolgens te zorgen voor voldoende financiële en personele middelen om de activiteiten te kunnen uitvoeren. Verder is er geen duidelijke koppeling tussen het uitvoeringsprogramma en het VTH-beleid. De geprogrammeerde activiteiten zijn namelijk niet (direct) aan beleidsdoelen gekoppeld, maar aan de risico- en probleemanalyse. U heeft in het verificatiegesprek uitgelegd dat de activiteiten met betrekking tot de hoogste prioriteiten gewoon worden uitgevoerd en het daarom niet nodig is een relatie te leggen met doelen uit het VTH-beleid. Dit maakt het echter lastig om jaarlijks te evalueren in hoeverre de uitgevoerde activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van de doelen uit het VTH-beleid en in hoeverre bijsturing nodig is.
Verder heeft u in het uitvoeringsprogramma ook weer andere doelen opgenomen dan de beleidsdoelen in het VTH-beleid. Het is onduidelijk hoe dit eraan gaat bijdragen om aan het einde van de looptijd van het VTH-beleid de strategische doelen gerealiseerd te krijgen. Tot slot stelt u het uitvoeringsprogramma en jaarverslag zodanig laat vast dat bijsturing binnen de operationele cyclus (voorbereiden, uitvoeren, monitoren) van de BIG-8 cyclus niet goed mogelijk is. Door het uitvoeringsprogramma te laat vast te stellen is niet mogelijk om in de begroting voldoende personele en financiële middelen te vragen om de
2 van 6
in het uitvoeringsprogramma geprogrammeerde activiteiten uit te voeren om de doelen te bereiken. Wij geven u daarom in overweging mee om de BIG-8-cyclus aan te laten sluiten bij de P&C-cyclus. Een overzicht van alle verbeterpunten treft u aan in de bijlage. Uniform Uitvoerings- en Handhavingsbeleid voor de basistaken omgevingsdienst (U&H-strategie regio Utrecht) In de beoordelingsronde 2021-2022 is vastgesteld dat uw college op 25 januari 2022 de U&H-strategie regio Utrecht heeft vastgesteld, maar dat het een groeidocument betreft. Ook is vastgesteld dat er nog geen uniform uitvoeringsprogramma is vastgesteld op basis van de U&H-strategie regio Utrecht. In de regio wordt de U&H-strategie de komende jaren nog doorontwikkeld en wordt nagedacht over een uniform uitvoeringsprogramma. Ondanks deze lopende doorontwikkeling, zullen wij de huidige U&H-strategie regio Utrecht in 2024 beoordelen. Eventuele verbeterpunten die bij de beoordeling in 2024 naar voren komen, zullen met u en de regionale werkgroep worden gedeeld om mee te nemen bij de doorontwikkeling. Verordening Kwaliteit VTH Wij toetsen of uw college jaarlijks evalueert in hoeverre de kwaliteitscriteria worden nageleefd door de omgevingsdienst én de eigen organisatie. Daarnaast toetsen wij of uw college daarover mededeling doet aan de gemeenteraad.
De kwaliteitscriteria hebben betrekking op opleidingen, kritische massa en frequentie van de uitvoering van taken per medewerker. Deze criteria zijn in uw gemeente van toepassing op de basis- en plustaken die de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) voor Bunschoten uitvoert en de VTH-taken die uw eigen organisatie uitvoert. We hebben geen document aangetroffen waarin uw college taken gemotiveerd heeft uitgesloten. In het uitvoeringsprogramma 2023 staat, net als in het voorgaande uitvoeringsprogramma, alleen dat uw medewerkers voldoen aan de kwaliteitscriteria 2.1, terwijl sinds 2019 (!) (ook ten tijde van de vaststelling van het uitvoeringsprogramma al) de kwaliteitscriteria 2.2 gelden. Bij het jaarverslag van de RUD is een evaluatie van de naleving van de kwaliteitscriteria door de RUD gevoegd (bijlage 3). Het is niet duidelijk wanneer deze evaluatie is uitgevoerd. Wij wijzen u erop dat de RUD sinds 2019 aangeeft voor de specialistische deskundigheidsgebieden deels niet meer aan de kwaliteitscriteria te voldoen als gevolg van vertrekkende medewerkers. De RUD geeft aan dat dit de komende jaren des te meer een aandachtspunt wordt nu een aantal medewerkers hun pensioengerechtigde leeftijd bereiken en opvolging geborgd moet worden.
De evaluatie is weliswaar als onderdeel van het jaarverslag van de RUD aan de gemeenteraad toegezonden, maar in de raadsbrief is daar niet in het bijzonder aandacht aan besteed. Wij verzoeken u wederom dringend de evaluatie van de kwaliteitscriteria 2.2 (er is recent een nieuwe set kwaliteitscriteria 2.3 met het oog op de Omgevingswet vastgesteld) alsnog uit te (laten) voeren voor zowel uw eigen organisatie als voor de RUD, zodat duidelijk wordt in hoeverre uw gemeente en de RUD voldoen aan de kwaliteitscriteria en waar de knelpunten liggen, en hierover met een heldere onderbouwing te rapporteren aan de gemeenteraad, Monumenten en Archeologie Bij de beoordeling van dit vakgebied hebben we getoetst of sprake is van adequate vergunningverlening, of de monumentencommissies goed functioneren en in hoeverre er sprake is van adequate advisering in het kader van de archeologische monumentenzorg. De beoordeling van dit taakveld over 2022 luidt ‘voldoet’. Dit betekent dat u grotendeels voldoet aan de wettelijke eisen. Uit de door u ingediende toezichtinformatie blijkt dat archeologie structureel deel uitmaakt van de vergunningsprocedure. Bij omgevingsvergunningen voor Rijksmonumenten is advies gevraagd aan de Monumentencommissie.
Toezichtregime komende beoordeling Komende beoordeling toetsen we wederom of uw gemeente de processen voor het vakgebied VTH zodanig heeft ingericht at deze taken naar behoren kunnen worden uitgevoerd. Nu de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2024 in werking treden, valt in 2024 elke gemeente onder het reguliere toezichtregime. Dat betekent dat de toezichtinformatie inhoudelijk wordt beoordeeld.
3 van 6
Tot slot Hiermee is deze toetsingsronde afgerond. We verzoeken u de hiervoor genoemde verbeterpunten op te pakken en bij de toezichtinformatie voor de volgende beoordelingsronde een overzicht te voegen met de ondernomen acties naar aanleiding van deze verbeterpunten. De volledige toezichtinformatie over de periode 2023-2024 ontvangen wij graag zo spoedig mogelijk nadat u deze hebt vastgesteld, maar in ieder geval uiterlijk op 15 juli 2024. Een afschrift van deze brief sturen wij ter kennisgeving aan uw gemeenteraad. Wij publiceren de resultaten van ons toezicht op de IBT-kaart. Zie utrecht.nl/interbestuurlijktoezicht. Deze brief wordt via deze kaart ook toegankelijk.
daarvoor
www.provincie-
Hoogachtend, Gedeputeerde Staten van Utrecht, Namens hen,
H.P. van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Coördinatie Omgevingsbeleid, Energietransitie, Milieu en Bestuur
4 van 6
Bijlage: overzicht verbeterpunten Rapportage en evaluatie 1. Stel de jaarverslagen en uitvoeringsprogramma’s voor RO, Bouw en Milieu tijdig vast. Toelichting: wettelijk is bepaald dat het uitvoeringsprogramma voor het komende jaar moet worden vastgesteld. Het jaarverslag en het uitvoeringsprogramma zijn vastgesteld tijdens het lopende jaar. 2. Vermeld in het jaarverslag in hoeverre de beleidsdoelen en de bovenliggende strategische doelen zijn bereikt. Toelichting: het volstaat niet om alleen cijfermatig inzicht te verschaffen aan de hand van de monitoringindicatoren, aangezien dit niet direct duidelijk maakt in hoeverre de beleidsdoelen en de bovenliggende strategische doelen zijn bereikt. 3. Voer periodiek een rapportage uit ten aanzien van het toezicht- en handhavingsbeleid voor RO, Bouw en Milieu, waarin wordt nagegaan in hoeverre het beleid nog voldoet. Pas zo nodig het beleid aan. Toelichting: zoals in de beoordelingsbrief over 2021-2022 is geadviseerd, had u een periodieke beleidsevaluatie kunnen uitvoeren in het kader van het formuleren van het VTH-beleid 2023-2027. Dit heeft u niet gedaan. U kunt een periodieke evaluatie van het beleid ook jaarlijks opnemen in het jaarverslag en zonodig bijsturen in het uitvoeringsprogramma.
Het is wel van belang dat de beleidsevaluatie ziet op het evalueren van de beleidsdoelen en niet slechts een beschrijving is van wat er in het afgelopen jaar is gebeurd en heeft plaatsgevonden. Strategisch beleid 4. Geef in het beleid inzicht in de afspraken die u heeft gemaakt met de andere betrokken bestuursorganen over de samenwerking bij en de afstemming van de werkzaamheden. 5. Geef in het beleid inzicht in de afspraken die u heeft gemaakt met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. 6. Maak in het beleid inzichtelijk welke capaciteit of middelen benodigd zijn om de doelen te bereiken. Toelichting: in het beleid wordt uitgegaan van de bestaande personele capaciteit. De bestaande capaciteit vormt de uitgangssituatie voor het programma van activiteiten. Het is echter de bedoeling om inzichtelijk te maken welke financiële en personele middelen benodigd zijn om de doelen te bereiken en, indien de bestaande middelen onvoldoende zijn, extra middelen vrij te maken of extra te prioriteren. Operationeel beleid 7. Beschrijf welke toezichtstrategieën worden gebruikt om de doelen te bereiken (preventie/toezichtstrategie). Toelichting: strategieën worden wel uitvoerig beschreven, maar alleen bij taakveld bouwen wordt expliciet een toe te passen strategie benoemd. 8.
Beschrijf hoe bevindingen worden gerapporteerd en welk vervolg hieraan wordt gegeven (toezicht/rapportage). 9. Beschrijf hoe bestuursrechtelijke sancties worden afgestemd op strafrechtelijke handhaving. 10. Beschrijf hoe wordt omgegaan met overtredingen begaan door de eigen organisatie of andere overheidsorganen Programma en Organisatie 11. Zorg dat in de uitvoeringsprogramma’s rekening is gehouden met de beleidsdoelen en prioriteiten en programmeer de activiteiten die nodig zijn om de gestelde doelen te bereiken. Toelichting: de koppeling in het uitvoeringsprogramma met de beleidsdoelen is ontoereikend. Programmeer die activiteiten die nodig zijn om de beleidsdoelen te bereiken. 12. Stem het uitvoeringsprogramma af met andere betrokkenen bestuursorganen en de organen die belast zijn met strafrechtelijke handhaving. 13. Draag zorg voor voldoende financiële en personele middelen om de in het uitvoeringsprogramma voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren en vul zo nodig deze middelen aan of pas het uitvoeringsprogramma zo nodig aan. Voorbereiding, monitoring en uitvoering 14. Zorg dat toezichthoudend personeel wordt gerouleerd, zodat deze niet voortdurend belast wordt met toezicht op dezelfde doelgroep.
5 van 6
15. Zorg dat 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid is georganiseerd. 16. Evalueer de naleving van de kwaliteitscriteria door uw eigen gemeentelijke organisatie en de omgevingsdienst en rapporteer hierover aan de gemeenteraad.
6 van 6