CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage B - Begroting VRU 2026 geactualiseerde begroting VRU 2025

Commissie Bestuur en Financiën 18 september 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: Samenwerkingsverbanden28.092 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Begroting VRU Kadernota VRU2026 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025 Algemeen bestuur (vastgesteld 7 juli 2025) Kaders begroting 2026 & geactualiseerde begroting 2025 Algemeen bestuur (versie DB)

V R U punt N L

1

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2

Leeswijzer Opbouw begroting Proces begroting 1.2.1 Kadernota VRU 2026 1.2.2 Zienswijzen Kadernota VRU 2026 1.2.3 Zienswijzen Ontwerpbegroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025 1.2.4 Begroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025

5 5 5 5 6

2 2.1 2.2 2.3

Hoofdlijnen Begroting in één oogopslag Ontwikkelingen Financieel kader 2.3.1 Bijstelling verdelingsgrondslag gemeentefonds 2.3.2 Loonaanpassing 2.3.3 Prijsaanpassing 2.3.4 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid 2.3.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding 2.3.6 Incidentele teruggave aan gemeenten 2.3.7 Samenvatting effect mutaties financieel kader 2.3.8 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket 2.3.9 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket

9 9 10 11 11 12 13 14 16 18 19 20 21

3 3.1

Programmaplan Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg 3.1.1 Waar gaan we voor? 3.1.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.1.3 Waar sturen we op? Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving 3.2.1 Waar gaan we voor? 3.2.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.2.3 Waar sturen we op? Crisisbeheersing & GHOR - Versterking crisisbeheersing 3.3.1 Waar gaan we voor? 3.3.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.3.3 Waar sturen we op?

22 22 22 22 23 24 24 24 26 26 26 27 28

3.2

3.3

7 7

2

3.4

3.5

4 4.1

4.2 4.3

4.4

4.5

4.6

5

Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's 3.4.1 Waar gaan we voor? 3.4.2 Wat gaan we doen om daar te komen? 3.4.3 Waar sturen we op? Ondersteuning 3.5.1 Great place to work 3.5.2 Informatieknooppunt 3.5.3 Overhead 3.5.4 Onvoorzien

29 29 29 29 29 30 30 30 31

Paragrafen Bedrijfsvoering 4.1.1 Personeel en organisatie 4.1.2 Digitale veiligheid 4.1.3 Interne beheersing en rechtmatigheid Openbaarheidsparagraaf Verbonden en overige partijen 4.3.1 De Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio's (WVSV) 4.3.2 Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Onderhoud kapitaalgoederen 4.4.1 Kapitaalgoederen 4.4.2 Onderhoud gebouwen en installaties 4.4.3 Onderhoud materieel Financiering 4.5.1 Financieringsportefeuille 4.5.2 Risicobeheer 4.5.3 Verloop reserves Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.6.1 Omgevingswet 4.6.2 Vrijwilligheid brandweerpersoneel 4.6.3 Overeenkomst van opdracht voor eigen personeel (OVO’s) 4.6.4 Rijksbijdrage (BDuR) 4.6.5 CAO Regeling voor vervroegd uittreden (RVU) 4.6.6 Overige onvoorziene exploitatierisico’s 4.6.7 Kengetallen

32 32 32 36 37 39 40 40

Financiën

57

40 41 41 42 42 42 42 44 45 50 51 52 53 54 54 55 55

3

5.1

5.2

5.3

5.4

6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9

Baten en lasten 2025 & 2026 5.1.1 Baten en lasten per programma 5.1.2 Baten en lasten per categorie 5.1.3 Incidentele baten en lasten Meerjarenraming 2026-2029 5.2.1 Meerjarenraming 2026-2029 5.2.2 Raming meerjarig verloop reserves Gemeentelijke bijdrage 2025-2029 5.3.1 Mutaties gemeentelijke bijdrage 2025-2029 5.3.2 Gemeentelijke bijdrage 2025-2029 per gemeente 5.3.3 Gemeentelijke bijdrage en vergoedingen 2025-2029 per gemeente Uiteenzetting financiële positie 5.4.1 Geprognosticeerde balans 5.4.2 EMU-saldo

57 57 58 59 61 61 62 63 63 63 64 65 65 65

Bijlagen Overzicht bijstelling gemeentelijke bijdrage gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) Baten en lasten per taakveld Tarieventabel 2025 en 2026 Vergoedingentabel 2025 en 2026 Compensatiebedragen 2025 en 2026 Verdelingsgrondslag gemeentefonds gemeentelijke bijdrage GBTP 2025 en 2026 Investeringen 2025 en 2026 Crisisprojecten Begrippen en afkortingen

67 67 69 70 71 72 73 74 75 80

4

1 Leeswijzer 1.1

Opbouw begroting

Figuur 1 Opbouw begroting nleiding ees i zer oofdli nen

eleidsbegro ng rogrammaplan aragrafen

inanci le begro ng inancieel egro ng emeenteli ke bi drage vergoeding iteenze ng nanci le posi e

Deze begroting is als volgt opgebouwd: ▪ Eerst worden de hoofdlijnen (H2) weergegeven met daarin de begroting in één oogopslag, de actuele ontwikkelingen en de financiële kaders op basis van de Kadernota VRU 2026; ▪ Daarna volgt de beleidsbegroting waarin het programmaplan (H3) en de paragrafen (H4) inzicht bieden in de uitvoering van de bestuursagenda en waarin ook de beheersmatige aspecten zijn opgenomen; ▪ Tenslotte volgt de financiële begroting (H5) met daarin de baten en lasten specifiek voor de jaren 2025 en 2026, gevolgd door de meerjarenraming voor de jaren 2026 t/m 2029 en een uiteenzetting van de financiële positie. Tevens bevat de financiële begroting een aantal (deels verplichte) bijlagen.

1.2

Proces begroting

Hieronder volgt een beschrijving van het proces van de totstandkoming van de Begroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025, vanaf de Kadernota VRU 2026 met daarin opgenomen de kaders begroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025 tot de voorliggende begroting. 1.2.1 Kadernota VRU 2026 In de kadernota VRU 2026 zijn de (financiële) kaders voor de begroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025 weergegeven. Een concept van de Kadernota VRU 2026 is in het najaar van 2024 besproken met de gemeentelijke ambtenaren en in oktober 2024 voorgelegd aan de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid (AGV) en de bestuurlijke adviescommissie (BAC) bedrijfsvoering en financiën. Het dagelijks bestuur heeft vervolgens ingestemd met de Kadernota VRU 2026. Op 2 december 2024 is de Kadernota VRU 2026 besproken en vastgesteld in

5

het algemeen bestuur van de VRU, waarna het stuk op 12 december 2024 voor zienswijze is aangeboden aan de gemeenteraden. 1.2.2 Zienswijzen Kadernota VRU 2026 Van alle gemeenten is een zienswijze ontvangen op de kadernota VRU 2026. De meerderheid stemt in met de voorgestelde kaders, maar plaatst daarbij kanttekeningen bij de financiële impact en de toekomstige kostenontwikkeling. Aangezien nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden over investeringen of besparingsopties uit de toekomstscenario’s, blijft de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket voor 2026 in relatie tot de toekomstscenario’s vooralsnog ongewijzigd ten opzichte van de vastgestelde kaders. Na vaststelling van de kadernota VRU 2026 is de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket vanaf 2026 wel structureel verlaagd als gevolg van een technische correctie van de prijsaanpassing. In de zienswijzen op de kadernota VRU 2026 hebben enkele gemeenten gevraagd om (een gesprek over) het aanpassen van de systematiek voor de prijsindexering. Op advies van de bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën heeft het dagelijks bestuur opdracht gegeven om een gezamenlijke verkenning te starten naar een werkbare afstemming tussen de prijsaanpassingssystematiek van de VRU en de (recent gewijzigde) indexeringssystematiek van het gemeentefonds.

De werkgroep met daarin zowel vertegenwoordigers van de gemeenten als de VRU moet een advies voorbereiden, zodat het bestuur uiteindelijk weloverwogen een besluit kan nemen over het al dan niet aanpassen van de indexeringssystematiek en mogelijke beheersmaatregelen om eventuele risico’s op te kunnen vangen. Bij de verkenning zal ook de verbinding worden gezocht met de eerder verstrekte opdracht om de kansen te onderzoeken van een andere financieringssystematiek, gekoppeld aan de groei van het aantal inwoners van de regio. Op 2 december 2024 heeft het algemeen bestuur besloten meer tijd te nemen voor de bespreking en onderbouwing van de opgestelde toekomstscenario’s. Daarnaast heeft het bestuur opdracht gegeven om een aanvullend scenario te ontwikkelen dat zich richt op een beperktere stijging van de gemeentelijke bijdrage, met als doel de nullijn de komende jaren zoveel mogelijk te handhaven. Naar aanleiding van een aantal ingediende zienswijzen op de kadernota VRU 2026 heeft het algemeen bestuur op 24 maart 2025 opdracht gegeven om naast de andere scenario’s ook de consequenties in beeld te brengen van bezuiniging van 3% op de gemeentelijke bijdrage.

In de zienswijzen is door meerdere gemeenteraden gevraagd om de besluitvorming over de toekomstscenario’s synchroon te laten lopen met het dekkingsplan en de scenario’s voor het beheer van de huisvesting, zodat de financiële consequenties integraal kunnen worden afgewogen. Hierin wordt voorzien door de bestuurlijke keuzes / principebesluiten ten aanzien van de toekomstscenario’s te agenderen voor het algemeen bestuur van 7 uli , geli kti dig met de uitgangspunten voor het nieuwe dekkingsplan en een beeldvormende bespreking van de uitge erkte scenario’s voor het beheer van de huisvesting. Vervolgens vindt de formele besluitvorming plaats in het algemeen bestuur van 1 december 2025.

6

Gemeenten en andere relevante partners worden de komende periode actief betrokken bij dit proces. Gemeenteraden krijgen bovendien de gelegenheid om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken via de reguliere zienswijzeprocedures. 1.2.3 Zienswijzen Ontwerpbegroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025 Op 24 maart 2025 heeft het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) unaniem ingestemd met de Ontwerpbegroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025. Hierbij is het voorstel voor de resultaatbestemming tijdens de AB-vergadering aangepast. De aangepaste stukken zijn op 1 april 2025 voor zienswijzen aangeboden aan de deelnemende gemeenten, met een aanvullende correctie op 15 april 2025. Gemeenten hebben tot en met 24 juni 2025 de gelegenheid gekregen om een zienswijze in te dienen. Voorlopig beeld De meeste gemeenten stemmen in met de voorlopige jaarstukken 2024, de ontwerpbegroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025 van de VRU. Daarbij is waardering uitgesproken voor de leesbaarheid van de stukken en het terugstorten van het positieve rekeningresultaat. Een aanzienlijk aantal gemeenten geeft aan geen zienswijze in te dienen, maar benadrukt wel het belang van realistische toekomstscenario’s. Daarnaast is steun voor het herzien van de indexeringssystematiek en het versterken van het weerstandsvermogen, gezien de toenemende risico’s.

Er ordt verzocht om afronding van het traject Visie op huisvesting en om een lange termijn spreidingsplan voor de brandweerkazernes. Verder is er een blijvende behoefte aan betrokkenheid bij strategische trajecten, zoals de brandweertakendifferentiatie, de bestuursagenda en investeringen in vastgoed en innovatie. Tegelijkertijd uiten veel gemeenten in hun zienswijzen zorgen over de oplopende financiële druk op hun eigen begrotingen. n li n met eerdere signalen, onder andere in reactie op de kadernota’s, is er waardering voor het feit dat de VRU deze zorgen serieus heeft opgepakt en naast het oorspronkelijke nulscenario ook een krimpscenario van -3% heeft uitgewerkt. Veel gemeenten benadrukken het belang van duidelijke en realistische keuzes in de verdere uitwerking van de scenario’s. Daarbi vragen zi specifiek aandacht voor de financiële draagkracht van gemeenten en pleiten zij voor het tijdig betrekken van gemeenteraden bij de besluitvorming. Ook is er brede steun voor meer transparantie over reserves en voor afstemming van de indexeringssystematiek met die van het gemeentefonds. Advies bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering en Financiën De adviescommissie heeft de financiële stukken in de vergadering van 5 juni 2025 besproken en positief geadviseerd op de voorgestelde besluiten.

1.2.4 Begroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025 De begroting is gebaseerd op de vastgestelde ontwerpbegroting VRU 2026 & geactualiseerde begroting VRU 2025, die voor zienswijzen is aangeboden aan de deelnemende gemeenten. Ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn enkele technische aanpassingen verwerkt, die geen invloed hebben op de gemeentelijke bijdrage voor 2025 en 2026. Daarnaast is het positieve saldo van de overhead-vergoeding die wij voor 2025 hebben ontvangen voor projecten in het kader van

7

crisisnoodopvang (CNO) in mindering gebracht op de gemeenteli ke bi drage voor (€ , miljoen). Dit betreft het saldo over de eerste helft van het jaar, waarvan de realisatie nagenoeg zeker is. Voor de tweede helft van het jaar is de financiële prognose nog onzeker, aangezien de duur van de opvang op verschillende locaties nog niet is vastgesteld en de bijbehorende begroting nog kan wijzigen en moet worden afgestemd met het COA. Het bedrag voor de tweede helft van (€ 0,7 miljoen) wordt gereserveerd en gestort in de bestemmingsreserve ‘incidentele crisistaken’ voor de uitvoering van crisistaken. Financieel kader Het opgenomen risico van de korting van 10% op de rijksbijdrage (BDuR) is in voorliggende versie van de begroting aangepast ten opzichte van de ontwerpbegroting. Dit is het gevolg van de uitkomsten van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk, waarin de korting van 10% niet is gerepareerd. Op basis van de meest recente BDuR-brief is de korting daarom met ingang van 2026 structureel verwerkt in de begroting. De rijksbijdrage is een algemeen dekkingsmiddel in de begroting van de VRU, als onderdeel van het financieel kader. Mutaties van de rijksbijdrage worden verrekend met de gemeentelijke bijdragen. De afgelopen jaren heeft dit steeds geleid tot een voordeel in de gemeentelijke bijdrage.

Tegenover de korting op de rijksbijdrage staat echter geen directe besparing op de kosten, waardoor deze exogene ontwikkeling niet structureel neutraal in de begroting verwerkt kan worden. Hierover moet nog bestuurlijke besluitvorming plaatsvinden bij de kadernota 2027. Na verrekening met de eerder gereserveerde stelpost voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) van de rijksbijdrage, leidt dit vanaf 2026 tot een structurele verhoging van de gemeenteli ke bi drage (€ , mil oen). Voor het jaar 2026 is ter dekking van deze verhoging een incidentele onttrekking aan de bedrijfsvoeringsreserve (algemene reserve) opgenomen, zodat de gemeentelijke bijdrage voor 2026 gelijk blijft aan die in de ontwerpbegroting. De bedrijfsvoeringsreserve is specifiek voor dit risico opgehoogd via de resultaatbestemming van 2024. De toekenning van de LPO 2025 van de rijksbijdrage wordt in juni 2025 verwacht. Een eventueel surplus kan bij de kadernota 2027 worden verrekend met de korting op de rijksbijdrage, waardoor het structurele effect op de gemeentelijke bijdrage wordt verminderd. Vanaf 2027 zal de korting in elk geval tot gevolg hebben dat de gemeentelijke bijdrage structureel moet worden verhoogd. Dit is reeds verwerkt in de meerjarenraming van de voorliggende begroting.

De structurele verhoging van de bijdrage wordt verwerkt in de kadernota 2027, waarbij aanvullende besluitvorming kan plaatsvinden over eventuele maatregelen. In de voorjaarsnota van het Rijk zijn middelen geoormerkt voor het versterken van de eerbaarheid, aarvan een aanzienli k deel bestemd is voor de veiligheidsregio’s. egin uni is er een motie aangenomen, waarin de regering wordt verzocht inspanningen te plegen om de korting op de rijksbijdrage (BDuR) terug te draaien en dit in relatie te zien met de plannen voor de versterking van de weerbaarheid en nationale veiligheid. Het Rijk moet echter nog besluiten of uit deze middelen ook de reparatie van de korting op de rijksbijdrage kan worden gefinancierd. Als hiervoor wordt gekozen, zal dit worden verwerkt in het financieel kader van de kadernota 2027, met een voordelig effect op de gemeentelijke bijdrage.

8

2 Hoofdlijnen 2.1

Begroting in één oogopslag

Figuur 2 Uitgaven 2026

Figuur 3 Inkomsten

9

2.2

Ontwikkelingen

In de Bestuursagenda VRU 2024-2027 is het beleid vastgelegd ten aanzien van de taken van de VR . De thema’s van de bestuursagenda VR -2027 zijn herkenbaar opgenomen in de het programmaplan en de paragrafen. De voorliggende begroting heeft betrekking op het tweede en derde jaar van de huidige beleidsperiode 2024-2027. Deze begroting bevat naast de reguliere bijstelling van het financiële kader (§ 2.3) onder andere een overzicht van geactualiseerde risico’s (§ 4.6). In afwachting van de verdere bespreking van de toekomstscenario’s is in deze begroting geen mutatie van de gemeenteli ke bi drage opgenomen op basis van deze scenario’s. De gemeenten staan financieel onder druk door een verwachte daling van de inkomsten uit het gemeentefonds. Dit dwingt veel gemeenten tot bezuinigingen. Verschillende gemeenten hebben dan ook in hun zienswijze gevraagd om rekening te houden met de financiële situatie van de gemeenten door de stijging van de gemeentelijke bijdrage te beperken of om besparingsopties in kaart te brengen. Tegelijkertijd wordt onze organisatie steeds vaker langdurig ingezet, met name bij crises, terwijl wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen toenemen.

Daarnaast staan we voor grote uitdagingen door technologische en maatschappelijke veranderingen, krapte op de arbeidsmarkt, hoge inflatie, lange leverti den voor materieel en nieu e risico’s zoals netcongestie, klimaatverandering, verduurzaming en geopolitieke spanningen. Om onze taken te blijven uitvoeren en te anticiperen op nieuwe uitdagingen, zijn daarom ook investeringen noodzakelijk. In de afgelopen periode zijn daarom toekomstscenario’s ontwikkeld om investeringen en besparingsopties in kaart te brengen. In de komende periode worden de volgende onderzoeken uitgevoerd op verzoek van het algemeen bestuur (AB 2 december 2024): 1. 2. 3. 4. 5.

Onderzoek naar de toekomstbestendigheid van de waterongevallenbestrijding. Analyse naar de maatschappelijke en financiële kosten en baten van de AED-taak. Verkenning doorbelasten dienstverlening ambulancezorg. Verkenning doorbelasten dienstverlening liftopsluitingen. Verkennen samenwerkingsmogelijkheden.

Het algemeen bestuur heeft op 2 december 2024 derhalve besloten meer tijd te nemen voor de bespreking en onderbou ing van de toekomstscenario’s. Daarnaast heeft het bestuur opdracht gegeven een aanvullend scenario te ontwikkelen dat zich richt op een beperktere stijging van de gemeentelijke bijdrage, met als doel de nullijn de komende jaren zoveel mogelijk te handhaven. Op 10 maart 2025 heeft het dagelijks bestuur, naar aanleiding van een aantal ingediende zienswijzen, geadviseerd om een aanvullend krimpscenario van -3% in beeld te brengen. Aangezien investeringen door externe factoren onvermi deli k zi n, zullen deze t ee scenario’s ingrijpende voorstellen bevatten die impact hebben op de primaire taken van de VRU. In dit kader is het onvermijdelijk om het sluiten van kazernes te berekenen en taken op het gebied van risicobeheersing te heroverwegen. Voor de bespreking van de bestuurlijk richtinggevende keuzes uit de toekomstscenario’s is een planning opgesteld voor 2025. Hierin worden ook de uitkomsten van de bestuurlijke opdrachten meegenomen, net als de bespreking van het nieuwe dekkingsplan en de scenario’s voor het beheer van de huisvesting.

10

2.3

Financieel kader

2.3.1 Bijstelling verdelingsgrondslag gemeentefonds De ontwikkeling van het gemeentefonds is van invloed op de begroting van de VRU. De voorliggende begroting is gebaseerd op de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. Conform artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling vormen de ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel ‘Crisisbeheersing en brandweer’ de grondslag voor het relatieve aandeel van de gemeenten in de totale bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (hierna GBTP). De ijkpuntscores leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor het GBTP. De ijkpuntscores worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Op totaalniveau is de bijstelling van de ijkpuntscores dus per saldo neutraal. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de ijkpuntscores in relatie tot de gemiddelde trend van alle VRU-gemeenten gezamenlijk. In tabel 1 zijn de percentages voor de begroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. Ter vergelijking zijn ook de percentages uit de begroting VRU 2025 vermeld, die is vastgesteld op 8 juli 2024. Tabel 1 Verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente Begroting 2025

Mutatie (q) maatstaven

Begroting 2025a en 2026

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort U Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

11,41% 1,85% 1,07% 1,29% 3,06% 3,01% 0,64% 3,17% 2,17% 2,00% 0,86% 0,88% 4,43% 0,66% 0,36% 1,33% 3,16% 4,43% 31,89% 3,49% 4,56% 3,67% 1,60% 3,51% 0,83% 4,67%

-0,002% -0,002% -0,006% 0,002% -0,026% -0,002% 0,011% -0,014% -0,024% -0,019% -0,008% -0,009% 0,002% 0,000% -0,005% -0,090% -0,010% -0,023% 0,127% 0,020% 0,037% 0,060% -0,016% 0,011% 0,008% -0,024%

11,41% 1,85% 1,07% 1,30% 3,04% 3,00% 0,65% 3,15% 2,15% 1,98% 0,85% 0,87% 4,44% 0,66% 0,36% 1,24% 3,15% 4,40% 32,02% 3,51% 4,60% 3,73% 1,59% 3,52% 0,83% 4,65%

TOTAAL

100,00%

0,000%

100,00%

11

2.3.2 Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd op basis van artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling(1). In tabel 2 is de stelpost voor loonontwikkeling weergegeven en in tabel 3 is het financiële effect van de loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen. Tabel 2 Stelpost loonontwikkeling Loonbijstelling 2025 Jaar Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2025a

Loonontwikkeling 2026 Begroting Begroting Bijstelling MJR 2025 2026 2026

2025 structureel 2025 incidenteel Subtotaal 2025

5,4% 5,4%

4,8% -2,8% 2,0%

-0,6% -2,8% -3,4%

5,4% 5,4%

4,8% 4,8%

-0,6% 0,0% -0,6%

2026 structureel Subtotaal 2026

-

-

0,0% 0,0%

-

3,4% 3,4%

3,4% 3,4%

5,4%

2,0%

-3,4%

5,4%

8,2%

2,8%

Totaal

In de begroting is voor 2025 en 2026 een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen die is gebaseerd op de indexcijfers uit de septembercirculaire 2024 van het Rijk. Voor 2025 is de stelpost voor de loonontwikkeling incidenteel verlaagd van 5,4 naar 2,0%, omdat de huidige CAO tot 1 augustus 2025 van toepassing is. De stelpost voor 2025 is nu geraamd voor de periode vanaf 1 augustus 2025. Voor 2026 bedraagt de stelpost voor loonontwikkeling 3,4%. We werken met een stelpost, omdat we de precieze omvang voor de periode na de einddatum van het huidige CAO-akkoord nog niet weten. De stelpost is gebaseerd op de loonontwikkeling zoals deze is berekend door het Centraal Planbureau (CPB). De werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt na vaststelling van de cao en premiebijdragen verrekend met de stelpost. Vervolgens wordt een eventueel positief of negatief effect verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald.

1 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen van de

werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling.

12

Tabel 3 Financieel effect loonbijstelling op bijdrage GBTP dr x € 1.000 Loonbijstelling 2025 Jaar Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2025a

2025 structureel 2025 incidenteel Subtotaal 2025

4.078 4.078

3.625

2026 structureel Subtotaal 2026 Totaal

Loonontwikkeling 2026 Begroting Begroting Bijstelling MJR 2025 2026 2026

3.625

-453 -2.309 -2.762

4.078 4.078

3.625 3.625

-453 -453

-

-

-

-

2.810 2.810

2.810 2.810

4.078

3.625

-2.762

4.078

6.435

2.357

2.3.3 Prijsaanpassing Voor de prijsbijstelling van de prijsgevoelige budgetten hanteert de VRU de procentuele mutatie van het indexci fer ‘ ri s bruto binnenlands product’ (pbbp) zoals het CPB heeft berekend(2). Dit staat beschreven in artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. In aansluiting op de gegeven indices die het Rijk heeft opgenomen in de septembercirculaire voor het gemeentefonds, hebben wij de indexatie van specifiek de investeringsbudgetten gebaseerd op het (lagere) CPB indexcijfer ‘prijs bruto overheidsinvesteringen’ (iboi)(3). Jaarlijks vindt een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo indexeren we nooit te veel of te weinig. De ontwikkeling van de prijsindexcijfers (pbbp en iboi) en de relatie met de vastgestelde begroting 2025 is weergeven in respectievelijk tabel 4 en 5. Tabel 4: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto binnenlands product (pbbp)' Prijsbijstelling algemene prijsgevoelige budgetten Jaar Begroting Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2026 2023 2024 2025 Subtotaal 2025

6,2% 3,3% 2,8% 12,3%

7,7% 4,0% 2,7% 14,4%

7,7% 4,0% 2,7% 14,4%

1,5% 0,7% -0,1% 2,1%

2026 Subtotaal 2026

-

-

2,6% 2,6%

2,6% 2,6%

12,3%

14,4%

17,0%

4,7%

Totaal

2 Prijsindexen CPB MEV 2025 (m.b.t. 2025) en CEP 2024 (m.b.t. 2023,2024,2026). 3 Gepubliceerd in tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2024.

13

Voor 2025 bedraagt de prijsbijstelling voor de algemene prijsgevoelige budgetten 2,1% en voor 2026 is de prijsontwikkeling op 2,6% geraamd. De cumulatieve prijsbijstelling voor de algemene prijsgevoelige budgetten komt vanaf 2026 daarmee op 4,7%. Tabel 5: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)' Prijsbijstelling investeringsbudgetten Jaar Begroting Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2026 2024 2025 Subtotaal 2025

3,0% 1,9% 4,9%

3,0% 2,3% 5,3%

3,0% 2,3% 5,3%

0,0% 0,4% 0,4%

2026 Subtotaal 2026

-

-

2,2% 2,2%

2,2% 2,2%

4,9%

5,3%

7,5%

2,6%

Totaal

Voor 2025 bedraagt de prijsbijstelling voor de investeringsbudgetten 0,4% en voor 2026 is de prijsontwikkeling op 2,2% geraamd. De cumulatieve prijsbijstelling voor de investeringsbudgetten komt vanaf 2026 daarmee op 2,6%. De ge ogen pri sbi stelling voor alle pri sgevoelige budgetten komt daarmee op € ,6% voor en 2,5% voor 2026. In tabel 6 is het financiële effect van de prijsaanpassing voor de prijsgevoelige budgetten en opgenomen. Tabel 6: Financieel effect prijsontwikkeling op gemeentelijke bijdrage GBTP dr x € 1.000 Prijsbijstelling algemeen Jaar Bijstelling Begroting Begroting Bijstelling (gewogen) 2025a 2026 2023 2024 2025 Subtotaal 2025

1,0% 0,5% 0,1% 1,6%

408 191 -27 572

408 191 -27 572

408 191 -27 572

2026 Subtotaal 2026

2,5% 2,5%

-

924 924

924 924

Totaal

4,0%

572

1.496

1.496

2.3.4 FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘ asten O-overgangsrecht’. De actualisatie van de meest recente kostenprognose is verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2026 en de geactualiseerde

14

begroting 2025. Op basis van de huidige inzichten en cao-afspraken over het FLO-overgangsrecht zien we geen aanleiding het huidig meerjarig financiële kader bij te stellen. Dit betekent dat we de budgetten voor het FLO-overgangsrecht bij het opstellen van de begroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025 nu alleen verhogen met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 7 is de geactualiseerde meerjarenraming voor het FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 8 geeft een actueel inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2025 en 2026. Tabel 7: meerjarenraming FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 2025-2029 dr

x € 1.000

Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan

2025

2026

2027

2028

2029

Begroting 2025 Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan Storting/ onttrekking reserves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2025

3.010 241 3.250

3.010 241 3.250

3.010 241 3.250

3.010 241 3.250

3.010 241 3.250

Begroting 2025a en 2026 Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan Storting reserves FLO Onttrekking reserves FLO Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2025a en 2026

2.812 355 -11 3.156

2.948 398 3.346

3.091 254 3.346

3.091 254 3.346

3.091 254 3.346

Mutatie structurele lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

-95

95

95

95

95

De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. In april 2025 is de kostenprognose voor de FLO nog geactualiseerd en als incidentele mutatie budgetneutraal verwerkt in de geactualiseerde begroting 2025 en de begroting 2026. Tabel 8: Financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht dr

x € 1.000

FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

Financieel effect 2025a en 2026 Begroting 2025

Begroting 2025a

Begroting 2026

3.250

3.250

3.250

-

3.156

3.346

Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

-

-95

95

Correctie loon- en prijsaanpassing *

-

95

-95

Totaal effect

-

-

-

FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2025 FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan kaders 2025a en 2026

*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de FLO-lasten is onderdeel van de totale loon- en prijsaanpassing (zie § 2.3.2 en 2.3.3). Om dubbeltelling te voorkomen is een correctie toegepast.

15

2.3.5 Brede doeluitkering rampenbestrijding De hoogte van de ri ksbi drage ‘ rede Doeluitkering Rampenbestri ding’ ( DuR) bedraagt voor € K meer dan opgenomen in de vastgestelde begroting . Dit betreft met name de doorwerking van de indexering voor loon- en prijsontwikkelingen (LPO) van de rijksbijdrage BDuR voor ten opzichte van de stelpost van € K die i hiervoor in de begroting hadden opgenomen. Deze extra inkomst wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP voor 2025. De indexering van de BDuR 2025 en 2026 is nog niet bekend en hebben we daarom via een stelpost ingeschat. De stelpost voor 2025 blijft gelijk ten opzichte van de vastgestelde begroting 2025 (225K). Voor 2026 is eveneens een stelpost opgenomen voor een bedrag van 225K. De stelposten worden verrekend met de toekenning van de loon- en prijsbijstelling BDuR 2025 en BDuR 2026 die we respectievelijk in juni 2025 en juni 2026 van het Rijk verwachten. De hoogte van de BDuR voor de VRU in 2026 is in de ontwerpbegroting VRU 2026 begroot op € ,9 miljoen. Dit is inclusief de verhoging van de rijksbijdrage voor de versterking van de crisisbeheersing. In § 4.6.4 van risicoparagraaf van de ontwerpbegroting VRU 2026 wordt beschreven dat er een risico op een korting van 10% vanaf 2026 op de totale omvang van de BDuR is ontstaan. Dit komt voort uit het Hoofdlijnenakkoord van het huidige kabinet.

Hierin is afgesproken dat per 2026 een groot deel van de specifieke uitkeringen wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, waarbij een korting van 10% wordt toegepast. De rijksbijdrage (BDuR) is daar – per abuis – ook onder geschaard. Hiermee zou een einde komen aan de hybride financiering van de veiligheidsregio’s (gemeenten en ri k). Het idee achter de korting is dat een besparing kan worden gerealiseerd op de verantwoordingslast. Bij de rijksbijdrage is dit nagenoeg niet aan de orde, omdat dit bedrag in één keer als ontvangst ordt verant oord via de ‘Single information Single audit (SiSa)’-systematiek, waardoor de verantwoordingslasten minimaal zijn. Inmiddels heeft het kabinet besloten dat de BDuR blijft bestaan als specifieke uitkering en daarmee niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds. Het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) heeft zich ingezet om in de voorjaarsnota 2025 duidelijkheid te geven over de korting van 10% maar uit de voorjaarsnota 2025 van het Rijk blijkt niet dat de korting van 10% van de baan is. Dit betekent dat de ingeboekte korting vanaf 2026 nog steeds is opgenomen in de J&Vbegroting met als gevolg dat we de meerjarenprognose uit de decemberbrief 2024 van het Rijk aan de veiligheidsregio’s, waarin deze korting ook is opgenomen, alsnog hebben verwerkt in de definitieve versie van de begroting VRU 2026.

Hiermee gaan we ervan uit dat het eerder ingeschatte risico van een korting van 10% op de BDuR zich nu voordoet en dat het Rijk de hoogte van de BDuR voor de VRU met € , mil oen structureel naar beneden bijstelt vanaf 2026. We hebben de begroting en de risicoparagraaf hierop aangepast. In tabel 9 is de bijstelling van de BDuR voor 2025 en 2026 en het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket weergegeven.

16

Tabel 9: financieel effect mutatie BDuR dr

x € 1.000

Jaar

Bijstelling BDuR 2025 Begroting Begroting Bijstelling 2025 2025a 2025a

Bijstelling BDuR 2026 Begroting Begroting Bijstelling MJR 2025 2026 2026

2025 structureel 2025 incidenteel Subtotaal 2025

-225 -225

-225 -402 -627

-402 -402

-225 -225

-225 -225

-

2026 structureel Subtotaal 2026

-

-

-

-

-225 -225

-225 -225

10% korting Surplus LPO 2024 Surplus LPO 2025 Surplus LPO 2026 Onttrekking algemene reserve Subtotaal 2026

-

-

-

-

1.490 -402 pm pm -1.088 -

1.490 -402 pm pm -1.088 -

-225

-627

-402

-225

-450

-225

Totaal effect

De voordelige (structurele) bijstelling van de LPO van de BDuR uit 2024 (€ , mil oen) is in de ontwerpbegroting voor 2025 incidenteel verwerkt, vanwege het risico op de aangekondigde structurele korting van 10% op de BDuR vanaf 2026. We hebben nu de voordelige bijstelling uit 2024 vanaf 2026 structureel in mindering gebracht op de korting van 10%. Voor 2026 hebben we het resterende deel van de korting (€ , mil oen) onttrokken uit de algemene (bedrijfsvoering)reserve zodat de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor 2026 niet wijzigt ten opzichte van de ontwerpbegroting. Vanaf 2027 leidt de korting wel tot een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (€ 1,1 miljoen). Een eventueel surplus van de toekomstige LPO van de BDuR voor 2025 en 2026 ten opzichte van de geraamde stelpost LPO van 225K per jaar zal volgens de systematiek van het financieel kader automatisch in mindering worden gebracht op de gemeentelijke bijdrage. In onderstaande tabel is de meerjarige verwerking van de 10% korting weergegeven. Tabel 10: financieel effect verwerking korting 10% BDuR dr

x € 1.000

Mutatie bijdrage GBTP

Financieel effect GBTP 2025 2026 Structureel vanaf 2027

Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR (2025 o.b.v.beschikking) Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR (prognose dec. '24) 10% korting BDuR (structureel)

14.503 -

14.860 13.370 1.490

Dekking 10% korting structureel (surplus LPO 2024) Dekking 10% korting structureel (surplus LPO 2025 en 2026) Dekking 10% korting incidenteel (onttrekking algemene reserve) Subtotaal dekking 10% korting

-

-402 pm -1.088 -1.490

14.860 13.370 1.490 -402 pm -402

Financieel effect op gemeentelijke bijdrage (GBTP)

-

-

1.088

17

2.3.6 Incidentele teruggave aan gemeenten De volgende voordelige mutaties op de gemeentelijke bijdrage voor 2025 zijn incidenteel verwerkt in de geactualiseerde begroting VRU 2025. Ontwikkel- en egalisatiereserve Het algemeen bestuur heeft bij aanvang van de vorige beleidsperiode een besluit genomen om een ontwikkel- en egalisatiereserve in te stellen die gevoed kan worden met positieve rekeningresultaten. De ontwikkel- en egalisatiereserve heeft tot doel om fluctuaties en (incidentele) verhogingen van de gemeentelijke bijdragen zoveel als mogelijk te voorkomen (egalisatiefunctie). Dit leidt tot financiële stabiliteit in de begroting van de VRU en in de bijdrage van de gemeenten. De middelen uit de reserve zijn bestemd voor incidentele/projectmatige (beleids-)activiteiten en voor het dekken van incidentele kosten die voortvloeien uit exogene factoren. Bij het instellen van de reserve zijn spelregels vastgesteld over de besteding en verantwoording van de middelen. Een van de spelregels betreft de omvang van de ontwikkel- en egalisatiereserve. De reserve is gemaximeerd op € ,8 mil oen. Door lagere onttrekkingen dan begroot in 2024 heeft de reserve op 31 december 2024 een omvang van € , 78 mil oen.

Het surplus ten opzichte van de maximumomvang wordt per balansdatum 1-1-2025 afgeroomd en vloeit terug naar gemeenten door middel van een incidentele verlaging van de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket in 2025 (€ 78K). CNO-overheadvergoeding Het positieve saldo van de overhead-vergoeding die wij voor 2025 hebben ontvangen voor de inzet in het kader van projecten voor de crisisnoodopvang (CNO) is in mindering gebracht op de gemeenteli ke bi drage voor (€ , mil oen). Het gaat hier om een vergoeding voor overheadkosten die wij specifiek voor crisisprojecten maken en niet voor onze (wettelijke) taakuitvoering. Het betreft het saldo over de eerste helft van het 2025, waarvan de realisatie nagenoeg zeker is. Voor de tweede helft van het 2025 is de financiële prognose nog onzeker, aangezien de duur van de opvang op verschillende locaties nog niet is vastgesteld en de bijbehorende begroting nog niet is goedgekeurd door het COA. Het genoemde bedrag wordt gestort in de bestemmingsreserve ‘incidentele crisistaken’ voor het afdekken van risico’s voor de uitvoering van crisisprojecten. Bijlage 6.8 bevat een overzicht van de besteding van de CNOoverheadvergoeding. Tabel 11: financieel effect incidentele teruggave aan gemeenten dr

x € 1.000

Incidentele teruggave aan gemeenten

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2025 2026

Ontwikkel- en egalisatiereserve (teruggave) CNO-overheadvergoeding (teruggave)

-178 -1.189

-

Totaal effect

-1.367

-

18

2.3.7

Samenvatting effect mutaties financieel kader

Tabel 12 Effect mutaties financieel kader op bijdrage GBTP dr

x € 1.000

Samenvatting mutaties financieel kader

Financieel effect GBTP Actualisatie Begroting 2025 2026

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds* Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding (verrekening LPO) Ontwikkel- en egalisatiereserve (teruggave) CNO-overheadvergoeding (teruggave)

-2.762 572 -402 -178 -1.189

2.357 1.496 -225 -

Totaal mutatie bijdrage GBTP

-3.959

3.628

*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten.

De gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) wordt op basis van bijstelling van het financieel kader voor het jaar 2025 verlaagd met 4,0 miljoen en voor 2026 structureel verhoogd met € 3,6 miljoen.

19

2.3.8 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket In tabel 13 staan de nummers van de paragrafen weergegeven waarin de inhoudelijke onderbouwing van de financiële mutaties is opgenomen4 Tabel 13 Gemeentelijke bijdrage gezamenlijke basistakenpakket (GBTP) 2025 en 2026 per gemeente Gemeente

Bijdrage GBTP Bijstelling begroting VRU ijkpuntscores 2025 gemeentefonds

Loonbijstelling 2025a

Incidentele loonbijstelling 2025a

Prijsbijstelling 2025a

Incidentele bijstelling BDuR

Incidentele afroming O&E-reserve

Incidentele vergoeding CNO-overhead

(§ 2.3.1)

(§ 2.3.2)

(§ 2.3.2)

(§ 2.3.3)

(§ 2.3.5)

(§ 2.3.6)

(§ 2.3.6)

Bijdrage GBTP begroting VRU 2025a

Incidentele bijstelling 2025a

Stelpost loonontwikkeling 2026

Prijsbijstelling 2026

Stelpost loon-/ prijsbijstelling BDuR

(§ 2.3.2)

(§ 2.3.2)

(§ 2.3.3)

(§ 2.3.5)

Bijdrage GBTP begroting VRU 2026

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist

12.008 1.978 1.164 1.384 3.350 3.278 699 2.990 2.128 2.102 963 971 4.555 726 406 1.421 3.370 4.858 33.553 3.877 3.998 4.074 1.773 3.732 902 4.955

-2 -3 -6 1 -29 -3 12 -15 -7 -20 -9 -11 2 -0 -5 -95 -11 -26 133 19 39 60 -18 11 8 -25

-52 -8 -5 -6 -14 -14 -3 -14 -10 -9 -4 -4 -20 -3 -2 -6 -14 -20 -145 -16 -21 -17 -7 -16 -4 -21

-263 -43 -25 -30 -70 -69 -15 -73 -50 -46 -20 -20 -102 -15 -8 -29 -73 -102 -739 -81 -106 -86 -37 -81 -19 -107

65 11 6 7 17 17 4 18 12 11 5 5 25 4 2 7 18 25 183 20 26 21 9 20 5 27

-46 -7 -4 -5 -12 -12 -3 -13 -9 -8 -3 -3 -18 -3 -1 -5 -13 -18 -129 -14 -18 -15 -6 -14 -3 -19

-20 -3 -2 -2 -5 -5 -1 -6 -4 -4 -2 -2 -8 -1 -1 -2 -6 -8 -57 -6 -8 -7 -3 -6 -1 -8

-136 -22 -13 -15 -36 -36 -8 -37 -26 -24 -10 -10 -53 -8 -4 -15 -37 -52 -381 -42 -55 -44 -19 -42 -10 -55

11.555 1.902 1.115 1.334 3.200 3.155 685 2.851 2.036 2.004 921 926 4.382 699 387 1.277 3.235 4.658 32.418 3.757 3.854 3.987 1.692 3.604 877 4.746

465 75 44 53 124 123 26 129 88 81 35 35 181 27 15 51 128 180 1.305 143 187 152 65 144 34 190

321 52 30 36 85 84 18 89 60 56 24 24 125 19 10 35 88 124 900 99 129 105 45 99 23 131

105 17 10 12 28 28 6 29 20 18 8 8 41 6 3 11 29 41 296 32 42 34 15 33 8 43

-26 -4 -2 -3 -7 -7 -1 -7 -5 -4 -2 -2 -10 -1 -1 -3 -7 -10 -72 -8 -10 -8 -4 -8 -2 -10

12.420 2.042 1.196 1.432 3.431 3.383 735 3.090 2.198 2.154 986 992 4.718 749 414 1.371 3.474 4.992 34.847 4.024 4.203 4.269 1.812 3.871 940 5.099

Totaal

105.214

-

-453

-2.309

572

-402

-178

-1.189

101.255

4.078

2.810

924

-225

108.842

4 Zie ook tabel 44, 45 en 46 van bijlage 6.1

20

2.3.9

Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket

Tabel 14 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 2025 en 2026 5 dr

x € 1.000

Gemeente

Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP Mutatie TUO Vergoeding IGPP begroting VRU incl. loon- & prijskaders VRU incl. loon- & prijs- kadernota VRU 2025 aanpassing 2025 2025a aanpassing 2026 2026

Amersfoort Baarn Bunnik Bunschoten De Bilt De Ronde Venen Eemnes Houten IJsselstein Leusden Lopik Montfoort Nieuwegein Oudewater Renswoude Rhenen Soest Stichtse Vecht Utrecht Utrechtse Heuvelrug Veenendaal Vijfheerenlanden Wijk bij Duurstede Woerden Woudenberg Zeist * Totaal

466 32 24 20 57 18 116 23 66 195 567 98 70 167 11 220 366

7 0 -1 0 0 0 2 0 -1 3 7 -0 -1 -16 -0 3 6

474 33 23 20 57 18 118 24 65 198 574 97 69 151 11 224 371

13 1 1 1 -5 0 3 1 3 5 17 -5 3 0 1 6 10

487 34 24 21 52 19 121 24 68 203 591 93 73 151 11 230 382

2.517

10

2.526

57

2.585

5 De vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) 2025 en 2026 kunnen na de definitieve begroting nog wijzigen als gevolg

van de meest actuele TUO-afspraken.

21

3 Programmaplan 3.1

Brandweer- Toekomstbestendige brandweerzorg

3.1.1 Waar gaan we voor? Binnen de VRU hebben we een fijnmazig netwerk van brandweerposten. Die kazernedichtheid koesteren we en hebben we nodig om de brandweerzorg te leveren. Maar de omgeving verandert. Nieuwe technologieën en maatschappelijke ontwikkelingen brengen zowel nieuwe risico’s als nieuwe mogelijkheden voor de brandweer. Onder andere door de geopolitieke situatie en de gevolgen van klimaatverandering wordt een grotere rol van de brandweer verwacht in het kader van veerkracht en weerbaarheid. De uitdaging is om de samenleving veilig en veerkrachtig te houden, met een brandweerorganisatie die paraat, vakbekwaam en toekomstbestendig is. 3.1.2

Wat gaan we doen om daar te komen?

Doorontwikkelen paraatheid Activiteiten die wij in het kader van paraatheid in 2025 en 2026 uitvoeren zijn onder andere: - Opstellen dekkingsplan - Implementeren efficiënt roosteren - Afronden inzetbepaling brandweereenheden - Uitvoeren onderzoek paraatheidsmodellen, inclusief VRU-flexpool - Vervanging randapparatuur - Implementeren RIS (repressief informatie systeem) Versterken vakbekwaamheid Activiteiten die wij in het kader van Vakbekwaamheid in 2025 en 2026 uitvoeren zijn onder andere: - Verder inrichten vakbekwaamheidsorganisatie naar aanleiding van onderzoek naar benodigde capaciteit en middelen - Implementeren nieuwe elektronische leeromgeving - Start onderzoek opleidingslocatie brandweeropleidingen - Aanbesteding vakbekwaamheidsmanagementsysteem Innovatie toepassen t.b.v. arbeidsveiligheid Voor het vergroten van de arbeidsveiligheid door middel van innovatie werken wij in 2025 en 2026 onder andere aan de volgende activiteiten: - Uitvoeren project 360 graden verkenning - Ervaring opdoen met onderwaterdrones (ROV) - Opzetten project blusrobot

22

Verstevigen natuurbrandbeheersing Wij leveren in 2025 en 2026 een bijdrage aan de uitvoering van het programma natuurbrandbeheersing Onze brandweermensen (vinden, boeien, binden) Activiteiten die wij binnen dit kader in 2025 en 2026 uitvoeren zijn onder andere: - Realiseren toekomstbestendige aansturing van Repressie van MT tot aan de lokale post - Organiseren van eigenheid en identiteit van de posten - Inventariseren en implementeren passende werkzaamheden bij beroeps 3.1.3

Waar sturen we op?

Tabel 15 Indicatoren Brandweer Nr.

Indicator

Realisatie

Begroting

2024

2025 & 2026

Productie-indicatoren Toekomstbestendige Brandweerzorg Incidenten bestrijden 1

Het totaal aantal incidenten

7.239

8.700

2

Het totaal aantal incidenten voor brandbestrijding

3.309

4.200

2a. Het aantal incidenten voor gebouwbranden

685

850

2b. Het aantal incidenten voor overige branden

1.776

2.100

2c. Het aantal incidenten voor (on)echte of (on)terechte OMS-meldingen 3

Het aantal incidenten voor hulpverlening 3a. Het aantal incidenten voor technische hulpverlening 3b. Het aantal incidenten voor hulpverleningen m.b.t. dieren

848

1.250

3.106

3.700

56

100

257

350

1.960

2.350

3d. Het aantal incidenten voor AED-inzet

833

650

Het aantal incidenten voor basishandelingen bij de bestrijding van

655

650

169

150

3c. Het aantal incidenten voor overige hulpverlening, waaronder assistentie politie en ambulance 4

ongevallen met gevaarlijke stoffen 5

Het aantal incidenten voor ondersteuning bij waterongevallen

6

Het aantal geredde slachtoffers

51

7

et aantal inzetten voor en in buurregio’s

315

300

Aantal cursisten dat de opleiding Manschap A heeft afgerond

90

96

Aantal cursisten dat de opleiding Bevelvoerder heeft afgerond

29

18

Vakbekwaamheid

Meldkamer 1

Het aantal meldingen dat bij de regionale alarmcentrale is aangenomen

23.687

24.000

2

Verwerkingstijd meldingen

57 sec.

60 sec.

81%

80%

Prestatie-indicatoren Toekomstbestendige Brandweerzorg Paraatheid & Vakbekwaamheid 10

De opkomsttijden van de brandweer zijn overeenkomstig de eisen van het dekkingsplan uitgevoerd (meettijden)

23

Nr.

Indicator

11

De paraatheid van de brandweer is overeenkomstig de eisen van het

Realisatie

Begroting

2024

2025 & 2026 Ja

Ja

16%

15%

dekkingsplan gegarandeerd Jeugdbrandweer 12

Het percentage jeugdbrandweerleden dat doorstroomt naar de reguliere brandweer ten opzichte van het aantal jeugdleden dat de jeugdbrandweer verlaat op 18/19 jarige leeftijd

3.2

Risicobeheersing - Veilige en gezonde leefomgeving

3.2.1 Waar gaan we voor? De VRU zet zich in voor een veilige en gezonde leefomgeving. Wij werken risicogericht, dat wil zeggen dat e ons zoveel mogeli k richten op het beperken van die risico’s, aarbi e de meeste veiligheidswinst kunnen boeken. Samen met andere partijen zoeken we naar de kwetsbaarheden, risico’s en kansen in onze regio en waar nodig op landelijk niveau. Hiervoor bouwen wij aan een robuust netwerk waarin plaats is voor onze huidige partners, maar waarbij we ook op zoek gaan naar nieuwe partijen en lokale initiatieven. Met als doel om samen tot lokale en regionale oplossingen te komen. Wij zetten in op onze rol van kennis- en netwerkmakelaar, waarbij we de deskundigheid van diverse partners bundelen. Er zijn steeds meer gegevens over de fysieke en sociale leefomgeving digitaal beschikbaar. Deze gegevens vormen voor ons een belangrijke bron aarmee e inzicht kri gen in de risico’s die spelen in onze regio. nformatie-uitwisseling is voor ons van belang om onze partners in een vroeg stadium te kunnen adviseren over veiligheidsaspecten. Doordat wij beschikken over een actueel risicobeeld en informatie- en datagestuurd willen werken, houden wij zicht op de veiligheid in ons verzorgingsgebied.

Daarbij is een breed gezamenlijk netwerk met partners die bijdragen aan veiligheid voor ons noodzakelijk; niet alleen tijdens een incident of crisis maar ook in de fase voorafgaand. De VRU wil zich samen met gemeenten en andere publieke en private partners, maatschappelijke organisaties en inwoners zo goed mogelijk voorbereiden en toerusten om crises te voorzien, te voorkomen en zo nodig te beheersen. De (zelf)redzaamheid van inwoners, bedrijven en instellingen vormt een cruciaal onderdeel van de veerkracht van een samenleving. Door het versterken van de veerkracht en weerbaarheid van de totale samenleving in de regio Utrecht, in samenwerking met de gemeenten, het rijk, (vitale) partners, het bedrijfsleven en inwoners van de regio willen we maatschappelijke ontwrichting voorkomen. 3.2.2 Wat gaan we doen om daar te komen? We gaan in 2025 en 2026 de volgende activiteiten uitvoeren: Bijdragen aan een veilige leefomgeving Risicogericht werken: - Ontwikkelen van een voorstel voor een ‘knoppenmodel’ risicogericht toezicht Voorbereiden op nieu e risico’s: orgen van kennis en implementeren van maatregelen op nieu e risico’s met relevante partners

24

- Geven van uitvoering aan programma natuurbrandbeheersing - Geven van uitvoering aan project klimaatadaptatie Nieuwe voorlichtingsactiviteiten: - Aanbieden van lessen aan het basisonderwijs, te weten ‘basisles brandveiligheid’, ‘veilig laden’ en ‘natuurbrand’ - Publiceren van een digitale brandveiligheidszelfscan voor ondernemers op www.vru.nl - Doen van een verkenning naar breder gebruik van de Whatsapp service voor burgervragen als onderdeel van het pro ect ‘externe dienstverlening’ - Publiceren een nieuwe brandveiligheids-informatiepagina op www.vru.nl gericht op verenigingen van eigenaren Versterken veerkrachtige en redzame samenleving We starten een programma veerkracht waarin we gaan werken aan 7 pijlers: 1. Versterken van onze risicocommunicatie door gerichte handelingsperspectieven te bieden aan inwoners t.b.v. de (samen)redzaamheid 2. Zorgen voor eenduidige en goed vindbare informatie en basisvoorzieningen voor inwoners, ter voorbereiding op, maar ook ten tijde van een crisis. 3. Ondersteunen de gemeenten met het voorbereiden op grootschalige evacuatie en opvang van inwoners- en vluchtelingenstromen 4. Werken aan nieuwe samenwerkingsrelaties met bedrijven en maatschappelijke organisaties als aanvulling op onze crisisorganisatie 5. Ondersteunen de gemeenten in het inventariseren en activeren van lokale maatschappelijke netwerken t.b.v.

de (samen)redzaamheid en het vergroten van de slagkracht als totale samenleving. Hiervoor werken we o.a. aan een veerkrachtprofiel. 6. Werken aan het voorkomen van incidenten door proactief te adviseren over mogelijke aanpassingen van de leefomgeving 7. Werken oplossingen uit voor het scenario langdurige blackout. Intensiveren van de contacten met de netwerkpartners We onderhouden en vergroten een breed gezamenlijk netwerk met partners die bijdragen aan veiligheid tijdens incidenten of crises, maar ook in de fase voorafgaand.

25

3.2.3

Waar sturen we op?

Tabel 16 Indicatoren Risicobeheersing Nr.

Indicator

Realisatie

Begroting

2024 *

2025 & 2026

Productie-indicatoren Veilige en gezonde leefomgeving Advisering ter voorkoming van onveiligheid 1

Het aantal verstrekte adviezen/vooroverleggen t.b.v. omgevingsvisie, -

490

500

3.200

4.000

456

600

*

100%

plannen, -tafels 2

Het aantal verstrekte adviezen Omgevingswet

3

Het aantal verstrekte adviezen voor B&C Evenementen Risicogericht toezicht

4

Toezicht tijdens bouw op verzoek van gemeente

5

Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Milieu

6

Het aantal uitgevoerde toezichtbezoeken Bestaande Bouw (brandveilig

58

75

4.518

5.000

17%

20%

307

500

*

430

Ja

Ja

gebruik) 7

Het percentage hercontroles Bestaande bouw (complementair met het naleefgedrag)

8

Het aantal uitgevoerde controles bij Evenementen Vergroten veiligheidsbewustzijn

9

Het aantal gegeven voorlichtingen (open dagen /veiligheidsdagen, op verzoek van de samenleving, bij kwetsbare inwoners/zorg, bij ondernemers) en bassischolen waar een gastles is gegeven

10

Twee maal per jaar is met de gemeenten het risicobeeld en de kwaliteit en voortgang van de advisering en het toezicht besproken

11

Twee maal per jaar rapporteren we aan de gemeenten de BVL activiteiten

*

Ja

12

Op acute en bijzondere onveilige situaties is aantoonbaar succesvol ingezet

Ja

Ja

(samen met het bevoegd gezag)

* Enkele indicatoren zijn gewijzigd/ samengevoegd ten opzichte van 2024.

3.3

Crisisbeheersing & GHOR - Versterking crisisbeheersing

3.3.1 Waar gaan we voor? We voorkomen, voorzien en minimaliseren de effecten van crises en versterken de weerbaarheid van de samenleving. We investeren in een veerkrachtige en schaalbare crisisorganisatie die, al naar gelang de aard en omvang van de crisis, samen met de betrokken partijen wordt ingericht. Wij kiezen ervoor om als VRU in positie te komen als er sprake is van (dreigende) crisis of maatschappelijke ontwrichting. Wij focussen ons hierbij op onze kerntaken en richten ons op de coördinatie en regie. Het doel is om zo snel mogelijk terug te kunnen keren naar een stabiele situatie en de taak weer over te dragen aan de partij die hier primair voor is toegerust.

26

3.3.2 Wat gaan we doen om daar te komen? We gaan in 2025 en 2026 de volgende activiteiten uitvoeren: Crisismanagement Uitvoeren van programma Versterking crisisbeheersing - Het versterken van proces: risicomonitoring, preparatie, respons, herstel en nafase. - Het versterken van mens en organisatie: werving & selectie OKT permanent, gefaseerd opbouwen naar 3 a 4 teams. Inclusief een vakbekwaamheidsprogramma i.s.m. de afdeling vakbekwaamheid crisisorganisatie. - Coördinatie op formatieve uitbreiding in de reguliere organisatie uitbreiding vanuit BDUR financiering . - Het versterken van techniek: realiseren van 24/7 veiligheidsbeeld. - Afstemmen met andere programma’s, pro ecten en li n. nzicht in afbakening en afhankelijkheden. Waaronder ook VIC MNL. - Opzetten en toepassen van scenariodenken en -methodieken. - Inrichten OKT-p frontoffice voor partners. - Opstellen werkwijzen (denk aan voorzienbare inzetten, langdurige crises, sluimerende en/of dreigende gebeurtenis).

- Blijvend evalueren van ontwikkeling van het OKT-p Upgraden planvorming crisisbeheersing - Upgraden planvorming discontinuïteit stroom, militaire dreiging (nieuw), hoogwater, natuurbrand met de weerbaarheidsaspecten zoals die in het programma weerbaarheid worden ontwikkeld Optimaliseren van de lerende organisatie – basis op orde vakbekwaamheid - Duidelijke processen die vorm kunnen worden gegeven passende systemen met als doel een volledige leercyclus en een optimaal lerende crisisorganisatie Uitvoeren Bevolkingszorg 3.0 - Per 2 januari is de formele doorontwikkeling BZ 3.0 voltooid en gaan we werken in de nieuwe structuur. In de praktijk zullen daarna nog veel zaken moeten worden voltooid, zoals het uitwerken en detail van de governance, financiering Consolideren en versterken Vakbekwaamheid in de keten - Vertalen van de gezamenlijke missie en visie van netwerk coördinatie en vakbekwaamheid naar een strategie en concrete activiteiten in de keten Versterken ketenpreparatie zorgketen - Versterken van de ketenpreparatie binnen de zorgketen door uitvoering te geven aan de aanbevelingen die voortkomen uit de analyse van alle crisisplannen van de acute zorgaanbieders en de hieruit voortvloeiende ketenrapportage. Netwerkmanagement Intensiveren van de contacten met de netwerkpartners

27

-

We onderhouden ons eigen netwerk en dragen bij aan een VRU breed netwerk

Informatiemanagement Inrichten van een VIC (Veiligheidsinformatiecentrum)MNL in gezamenlijkheid met VRFGV GHOR Borgen (Implementeren en positioneren) zorgrisicoprofiel - Borgen aanbevelingen n.a.v. analyse crisisplannen 3.3.3

Waar sturen we op?

Tabel 17 Indicatoren Crisisbeheersing Nr.

Indicator

Realisatie

Begroting

2024

2025 & 2026

Productie-indicatoren Versterking crisisbeheersing Planvorming 1a

Incidentbestrijdingsplannen (elke 4 jaar)

90%

100%

1b

Rampbestrijdingsplannen (elke 3 jaar)

100%

100%

Bezetting piketgroepen 2a

Hoofdstructuur (norm: ≥ 5)

95%

100%

2b

Bevolkingszorg (norm: ≥ 5)

*

100%

2c

GHOR (norm: ≥ 5)

95%

100%

Vakbekwaamheid 3a

Initiële opleiding is afgesloten met een examen (multi)

100%

100%

3b

Initiële opleiding is afgesloten met een examen (GHOR)

100%

100%

90%

90%

**

90%

90%

90%

Verplichte trainingen daadwerkelijk gevolgd 4a

Hoofdstructuur

4b

Bevolkingszorg

4c

GHOR Inzicht in aantal (multidisciplinaire) inzetten*

5a

GRIP (aantal)

10

5b

Kortdurend, < 1 week (aantal)

10

5c

Langdurend, > 1 week (aantal)

1

1

5d

Inzetten OvDG (aantal)

1.271

1.000

5e

Inzetten HINGZ (aantal)

22

24

5f

Inzetten ACGZ (aantal)

27

24

13

11

10

Inzicht in aantal evaluaties Aantal evaluaties: 6 Het aantal platform overleggen met crisispartners * Met ingang van januari 2025 wordt uitvoering gegeven aan bevolkingszorg 3.0

28

3.4

Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's

3.4.1 Waar gaan we voor? Vanaf 3 juni 2025 is er één meldkamer Midden-Nederland (MK MNL) in Hilversum waarin de meldkamerfuncties brandweer, politie, ambulancedienst en de calamiteitencoördinator (caco) samenwerken. Deze (verplichte) ont ikkeling volgt uit de Wet veiligheidsregio’s en de Wi zigings et meldkamers. Dit betekent dat de meldkamers van de veiligheidsregio’s trecht, Gooi en Vechtstreek en Flevoland worden samengevoegd. Het bestuur is de afgelopen jaren meegenomen in deze ontwikkeling. 3.4.2 Wat gaan we doen om daar te komen? De VRU bereidt samen met de andere t ee veiligheidsregio’s de organisatorische samenvoeging voor. In 2024 zijn er afspraken gemaakt over de organisatorische plek van de medewerkers, de inrichting en de ondersteuning en in 2025 wordt er verder gewerkt aan overeenkomsten voor de samenwerking en harmonisering van werkprocessen. We gaan in 2025 en 2026 onder meer de volgende activiteiten uitvoeren: -

Verder harmoniseren van meldkamerprocessen tussen de Veiligheidsregio's Flevoland, Gooi en Vechtstreek en Utrecht. Oprichten van staf Meldkamer Midden Nederland Veiligheidsregio's Voorbereiden en uitvoeren van de Livegang van de Meldkamer Midden-Nederland op 3 juni 2025 Oprichten en implementeren van opschaling meldkamer voor 0900 – 0904 tijdens grote drukte. Oprichten en implementeren van Multidisciplinair Meldkamer overleg

-

3.4.3

Waar sturen we op?

Tabel 18 Indicatoren Meldkamer Midden-Nederland Nr.

Indicator

Realisatie

Begroting

2024

2025 & 2026

Indicatoren Meldkamer Midden-Nederland Veiligheidsregio's Meldkamer 1

Het aantal meldingen dat bij de Meldkamer Midden Nederland is

n.b.

*

n.b.

*

aangenomen 2

Verwerkingstijd meldingen

3 Multidisciplinair beeld is binnen 5 minuten beschikbaar 100% 100% * Vanwege samenvoeging Meldkamer worden indicatoren en streefwaarden nog nader bepaald in samenwerking met de Veiligheidsregio's Gooi en Vechtstreek en Flevoland.

3.5

Ondersteuning

We zien dat onze omgeving verandert en we daarvoor wendbaar moeten zijn. Het werken in programma`s helpt daarbij, naast ons reguliere werk, als sturingsinstrument om onze doelen en

29

ambities te behalen. Een programma ondersteunt een strategische beweging, verandering of ontwikkeling en gaat over grenzen binnen een organisatie (organisatieonderdelen) of tussen organisaties (hele organisaties ook buiten de VRU of afdelingen van verschillende organisaties) heen. Het vraagt betrokkenheid van verschillende organisatieonderdelen. Binnen het organisatieonderdeel ‘Ondersteuning’ werken we aan de volgende programma`s: • Great place to work • Organisatieontwikkeling • Informatieknooppunt 3.5.1 Great place to work De VRU wil op de steeds krapper wordende arbeidsmarkt een aantrekkelijke organisatie zijn waar talent graag wil werken. We zijn maatschappelijk gedreven met een breed werkterrein en we bieden volop ontwikkelkansen. We willen daarbij een warme omgeving bieden waar iedereen welkom is. Onze leidinggevenden worden toegerust om hun mensen richting en ruimte te geven door (dienend) leiderschap te tonen, met ruimte voor ieders ontwikkeling en persoonlijk leiderschap. We willen daarbij graag een diverse en inclusieve organisatie zijn. Niet alleen maken we zo meer gebruik van het talent op de arbeidsmarkt, het helpt ons ook om vraagstukken vanuit meerdere gezichtspunten te benaderen en zo ons werk beter te doen.

3.5.2 Informatieknooppunt Het doel van het informatieknooppunt is het via gerichte informatie nog beter ondersteunen van de activiteiten bij het bestrijden, voorzien en voorkomen van incidenten/crises. We versterken hiermee de crisisbeheersing, en dragen bij aan toekomstbestendige brandweerzorg en een veiligere en gezondere leefomgeving. Hiermee vergroten wij de weerbaarheid in de regio. Wij stimuleren innovatie en andere manieren van werken door het initiëren van informatieoplossingen via innovatieve technieken zoals artificiële intelligentie (AI) en het verder ontwikkelen van informatiegestuurd werken. 3.5.3 Overhead De definitie van overhead uit artikel 1 van het BBV wordt in de meest actuele notitie van de commissie BBV nader geduid als: ‘h t h v fu ct s r cht op d stur o d rst u van de medewerkers in het primaire proces. Hiertoe behoren ook de systemen en aanverwante st d d z fu ct s o d rst u .’ Onderstaand overzicht is opgesteld aan de hand van de geactualiseerde notitie Overhead van de commissie BBV. Deze geactualiseerde notitie geeft een overzicht van de regelgeving inzake de overhead en geeft op een aantal punten een nadere toelichting. Deze notitie is voor de gemeenschappelijke regelingen van toepassing vanaf het (begrotingsjaar) 2026, maar eerder mag ook.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15947154/1