Bijlage analyse taskforce jeugdzorg 2023.docx
Tekst van het document
TASKFORCE STIJGING JEUGDZORG 2023 Analyse van de stijging van de zorgvraag en de te nemen maatregelen
Inleiding Het eerste half jaar van 2023 is in het monitoringsoverleg van het sociaal domein vastgesteld dat het aantal unieke cliënten dat specialistische begeleiding of behandeling ontvangt sterk stijgt, ook in vergelijking met gemeenten in de eigen regio. Deze toename is groter dan was verwacht en leidt tot meer uitgaven dan begroot. Sinds het waarnemen van deze stijging van jeugdhulp is sinds mei 2023 een taskforce aan de slag gegaan met het diepgaander analyseren en duiden van deze stijging en het onderzoeken van de mogelijkheden hierop bij te sturen. Aanpak De Taskforce Jeugdzorgkosten wordt gevormd door een leidinggevende, de teamleider van het sociaal team, een senior beleidsadviseur, een financieel controller en een procesregisseur. Er is gekozen om de vraagstelling te behandelen volgens het Shiba & Walden model. Dit model zorgt voor het gestructureerd onderzoeken en oplossen van organisatievraagstukken en biedt een stappenplan voor probleemoplossing. Het is een afwisseling tussen denkwerk/analyse en ervaringswerk, zodoende zijn er tientallen mensen gesproken om data aan te leveren voor dit vraagstuk. Dat betreft data-analisten, triagisten, jeugdconsulenten, beleidsadviseurs, collega's van omliggende regiogemeenten, administratief zorgmedewerkers etc.
De uitkomsten van deze analyse zijn hieronder kort samengevat en vanuit de belangrijkste afwijkingen zijn maatregelen en oplossingen voorgesteld.
1.
Financiële analyse – Feitelijke kostenstijging
De jaarkosten jeugdzorg voor de gemeente bedroegen in 2016 € 3 miljoen (ondergemiddeld t.o.v. de regio), in 2020 € 4,5 miljoen (gemiddeld t.o.v. de regio) en in 2023 zal dit naar verwachting € 8 miljoen bedragen (bovengemiddeld t.o.v. de regio), dit is 15% hoger dan de begroting. Onderdeel hiervan zijn de kosten voor BDVO's (Bijzondere Dienstverleningsovereenkomsten voor niet-gecontracteerde zorg) die hard stijgen. Zo waren er drie (nieuwe) cases die bij elkaar € 250.000 extra kosten ten opzichte van 2021, één client kost jaarlijks € 521.000 (stijging met € 50.000 t.o.v. voorgaand jaar). Ook zonder deze case betaalt Bunschoten fors meer aan BDVO’s dan andere gemeenten met vergelijkbare grootte. De 30 grootste cases kosten sinds 2019 € 6,75 miljoen over de afgelopen vier jaar (en top 10 in 2022 ruim € 1,5 miljoen), vanwege ernstige casuïstiek (zie punt 3). De stijging is ook duidelijk te zien in de percelen ambulante begeleiding en behandeling. De stijging is met ruim € 300.000) bovengemiddeld t.o.v. de regio (zie voor percentage punt 2). Een eerder genomen maatregel is de investering in het sociaal team, dit is nodig om de groei en complexere problematiek op te kunnen vangen en om meer eigen begeleiding te geven. Dit geeft een stijging van personele kosten van het sociaal team van € 725.00 in 2020 naar € 1,45 miljoen euro begroot in 2024.
Hierbij is ook sprake van stijging CAO-lonen. Er worden steeds vaker trajecten gestart met een hoger interventieniveau wat zorg duurder maakt.
2.
Kwantitatieve analyse
De aantallen jeugdigen die jeugdhulp nodig hebben neemt in Bunschoten fors toe. In 2022 hielpen we 716 jeugdigen, halverwege 2023 waren dit al 609 jeugdigen. Met 11,2% heeft Bunschoten het hoogste percentage jeugdigen in jeugdhulp (zonder verblijf), veel meer dan de andere gemeenten en boven het landelijk gemiddelde (9,9%). 2,8% van de jeugdigen maakt gebruikt van pxq ambulante begeleiding t.o.v. 1,4% regionaal. 7,3% van de jeugdigen maakt gebruikt van pxq ambulante behandeling t.o.v. 5,5% regionaal. Het grootste deel van de jeugdigen die zorg nodig hebben ontvangen dit ambulant (627 cliënten in 2022). Er is een dalende trend van huisartsverwijzingen, zowel procentueel als absoluut. Van 53% in 2019 naar 41% in 2023. De groeiende trend komt door eigen verwijzingen. Er zijn sinds 2018 25% meer aanmeldingen,19% meer VeiligThuis meldingen en 79% meer beschikkingen (inclusief ambtshalve verlengingen)
3.
Casusanalyse
Het sociaal team heeft een analyse gedaan op de top 30 duurste casussen. De inhoudelijke duiding van de stijging is (overall): 2
complexe problematiek (huiselijk geweld, verslaving, scheiding), er zijn op dit moment een aantal cases met hele pittige problematiek die intensieve zorg vragen
veel trajecten via het wettelijk / gedwongen kader (OTS, uithuisplaatsing) cliënten zijn langdurig in zorg, geen perspectief op uitstroom vanwege structurele begeleidingsvraag die op dit moment niet beschikbaar is.
De toegang naar Wlz is voor jeugdigen niet eenvoudig, omdat er vaak nog enige wijze van ontwikkeling mogelijk zou kunnen zijn. Soms is het ook gezien de combinatie van problematiek niet mogelijk om de gevraagde diagnostiek te doen. De uitstroom van jeugdzorg naar Wmo wordt bemoeilijkt door de beschikbaarheid van woningen waar iemand dan met begeleiding kan gaan wonen. Daardoor is het soms noodzakelijk om verlengde jeugdzorg met verblijf te blijven bieden en dat is een dure vorm van zorg. De eigen wachtlijsten zijn grotendeels weggewerkt, waardoor nu meer cliënten in regie en eigen begeleiding zijn. De wachtlijsten bij de specialistische hulp zijn echter nog lang, waardoor overbruggingszorg of alternatieve zorg wordt gezocht. De Boei stuurt in opdracht van de gemeente de laatste jaren meer op eigen kracht, gebruik van netwerk en het beperken van de trajectlengte van individuele begeleiding. Wanneer het team verwacht dat structurele begeleiding nodig is dan kan de Boei dat niet bieden. De zichtbaarheid en bereikbaarheid van het sociaal team is vergroot, waardoor de toegangsdrempel lager is geworden. Een aanzienlijk deel is van de cases is langer dan drie jaar bekend, waardoor een vraag om hulp snel bij de professional van het team komt te liggen. Er is meer inzet van en vraag naar jeugdzorg in het onderwijs.
De zorgtrajecten worden steeds langer, maar exacte cijfers ontbreken, omdat er geen regionale definitie is voor begin en eindpunt begeleiding.
4.
Analyse andere gemeenten
In gesprekken met Woudenberg, Nijkerk, Baarn en Soest en in brononderzoek bij andere gemeentes in het land zijn best practices verzameld en blijkt het mogelijk om meer grip te krijgen op instroom, doorstroom en uitstroom. Hier een aantal gedeelde interventies: Bij elke casus eerst kijken wat er voorliggend mogelijk is, waarbij er intensieve samenwerking is met de lokale welzijnsorganisatie(s) bijvoorbeeld via integrale toegang. Starten met groepsbegeleiding en wanneer dit niet toereikend blijkt te zijn dan pas individueel (substitutie, niet en-en). Duidelijk overzichtelijk open gepubliceerd aanbod per leeftijdsgroep en thema met concrete informatie over data, tijden, groepsgrootte en aanmelding. Duidelijke triageschema’s (verwijsprotocollen) die ook gedeeld zijn met huisartsen/jeugdartsen. Normaliseren, vaker nee zeggen tegen ‘lichtere’ problematiek. Vanuit verschillende rollen gezamenlijk kritisch zijn op de in te zetten specialistische zorg in een casus (teamleider, kwaliteitsmedewerker, adviseur, hulpverlener). Verschuiving naar meer eigen begeleiding en eigen behandeling. In principe alleen gecontracteerde zorg. In principe geen verlengingen, duidelijke regie op dat het traject binnen de eerst gestelde termijn wordt afgerond. Monitoring tijdige oplevering evaluatieverslagen, perspectiefplannen etc.
Hervormingsagenda jeugd breed bespreekbaar maken met cliënten, aanbieders, teams inclusief bewustwording over financiën van ingekochte jeugdhulp. Verordening aanscherpen om reikwijdte van jeugdhulp te begrenzen. Duidelijke afbakening tussen jeugdhulp en onderwijs afgesproken. Meer inzet op juiste zorg op de juiste plaats, dus wanneer Wlz op zijn plaats is meer inzet plegen om dit voor elkaar te krijgen.
5.
Procesanalyse
Er is gekeken naar de volgende processen: kwaliteit(shandboek) triage en aanmeldingsprocedure proces toewijzing en beschikking registratieprocessen proces evaluatie en regie Het team was sinds vorig jaar onder leiding van de teamleider in het kader van de transformatie bezig met procesverbeteringen. Het aangepaste kwaliteitshandboek wordt binnenkort vastgesteld. Deze 3
verbeteringen worden waar mogelijk versneld ingevoerd en extra gemonitord om te zien of het gewenste effect wordt bereikt. Maatregelen Vanuit de analyse zijn concrete maatregelen geformuleerd die direct uitvoerbaar zijn. Daarnaast is onderzocht wat kansrijke interventies zijn die we kunnen inzetten, zodat op de middellange termijn het beroep op jeugdhulp structureel afneemt. Dit is nodig om de houdbaarheid van het stelsel in deze gemeente te garanderen, zodat jeugdhulp blijvend ingezet kan worden voor de meest kwetsbare kinderen. We sluiten daarbij tevens aan bij de beweging die door de landelijke Hervormingsagenda Jeugd wordt ingezet, waarbij individuele jeugdhulp niet meer altijd vanzelfsprekend is. De maatregelen zijn erop gericht om waar mogelijk de instroom te beperken, de doorstroom te versnellen en de uitstroom te vergroten. Daarbij is er het uitgangspunt dat passende hulp wordt geboden gericht op vergroten van de eigen kracht en de kracht van het netwerk, zodat afhankelijkheid van professionele hulp zoveel als mogelijk wordt voorkomen. Instroom 1. Strakker sturen aan de poort In lijn met de hervormingsagenda strak sturen op jeugdwet of niet. Wat voorliggend is, eerst voorliggend oppakken (volgens het kader afbakening jeugdwet).
Wat voorliggend ontbreekt, bespreken met teamleider betreffende mogelijke andere oplossingen en registreren (ter bespreking op overleg afstemming beleid-uitvoering). Dit in combinatie met de ontwikkeling van een integrale toegang. 2. We stoppen met het afgeven van BDVO’s Uitgangspunt is dat specialistische jeugdhulp beschikbaar is binnen het ingekochte aanbod, zowel regionaal als landelijk (LTA). 3. Stop op het diagnosticeren van jonge kinderen (onder de twaalf) Alleen bij ernstige gedragsproblemen op school én thuis overgaan tot diagnostiek bij kinderen in deze leeftijd (in afstemming met huisartsen en onze gedragsdeskundigen). Opvoedondersteuning aan ouders is voorliggend. 4. In partnership werken met De Boei Gezamenlijk zoeken naar een oplossing, zoveel mogelijk in het voorveld. Indien er geen oplossing is dan opschalen naar afstemming beleid-uitvoering. 5. We herijken onze afspraken met het onderwijs over de inzet van jeugdhulp. Doorstroom 6. Strak sturen op de afgegeven beschikking De aanbieder wordt gehouden aan de beschikkingsperiode voor het realiseren van de doelstelling(en) uit het plan van aanpak. We verlengen niet meer. 7. Strak sturen op de duur van behandeling De effectiviteit van behandeling ligt bij maximaal 9 maanden tot een jaar.
In samenspraak met de specialistische jeugdzorg worden doelen gesteld binnen de behandeltermijn van 9 maanden, waarop niet wordt verlengd. 8. Verder vergroten van de inzet van eigen begeleiding Starten met het observeren en ondersteunen van het gezin om daarna in samenspraak met het gezin te bespreken of er nog hulpvragen overblijven, waarop begeleiding nodig is (vanuit het lokale team, aangevuld met specialistisch hulp waar nodig). 9. Pas starten met (de inzet van) specialistische hulp nadat het lokaal team actief betrokken is bij de zaak. Vanuit haalbare doelen uit het plan van aanpak stellen inwoner, casusregisseur en specialistische hulpverleners samen vast met welk doel de specialist aan de slag gaat. 10. Strak sturen op de inzet van enkel evidenced based methodieken Voortzetten van het steeds beter toepassen van de NJi richtlijnen om opvoeders uit te leggen waarom de voorgestelde interventie wordt ingezet bij kind/gezin. Uitstroom 11. Versterkte inzet op uitstroom naar de Wlz Een Wlz-indicatie is passend als structureel hulp nodig blijft maar bij jeugdigen lastig te verkrijgen. Met inzet van MEE alle zaken die o.i. thuishoren in de Wlz (nogmaals) voordragen en bezwaar maken tegen afwijzingen. Daarbij kwaliteitsadviseur opleiden voor Wlz aanvraag, zodat kennis ook in team aanwezig is. 12. Strakker sturen op uitstroom jeugdwet (18-/18+) 4
We sturen op de aanwezigheid van een perspectiefplan voor alle 16-jarigen (voor eind 2023). De casusregisseur spreekt de aanbieders (verantwoordelijk) hierop aan. Casusregie ligt bij het lokaal team of bij Save (uitvoerder van (V)OTS/voogdij/reclassering). 13. Periodiek monitoren van de lijst van duurste cliënten Elk kwartaal terugkoppeling in monitoringsoverleg. Het betreft hier een groep cliënten die om hele uiteenlopende redenen een intensief beroep doen op de jeugdwet waaraan hoge kosten zijn verbonden. Blijvende alertheid in deze zaken is daarom gewenst. 14. Sturen op de uitstroom van zaken die al langdurig begeleiding en ondersteuning vragen. Toelichting: ruim een kwart van de circa 500 zaken zijn zaken langer dan 2 jaar in beeld bij het lokaal team. Waar behandeling is afgerond, gaan we over naar ‘loslaten’. Hierover maken we nadere afspraken met het lokaal team en monitoren we de effecten. Benodigde ontwikkeling om maatregelen mogelijk te maken: Om strakker te kunnen sturen op de instroom van individuele hulp en begeleiding en eerder te kunnen loslaten is het ook belangrijk een aantal voorliggende voorzieningen te ontwikkelen. Daarbij worden werkende praktijken van andere gemeenten als voorbeeld genomen en via pilots beoordeeld of dit ook voor Bunschoten effectief is. Op korte termijn: Er wordt in samenwerking met de Boei gestart met een cursus opvoedondersteuning.
De cursus aan ouders is voorliggend aan individuele ondersteuning aan gezin of kind. Er wordt gestart met een aanpak voor structurele ondersteuning. Dit is belangrijk om de individuele hulp te kunnen afschalen aan gezinnen en inwoners die blijvend zo af en toe hulp nodig hebben. Er wordt gestart met een pilot ‘Kamers met aandacht’, vanuit de aanpak dak- en thuisloosheid. Dit is een kans om de uitstroom uit verlengde jeugdzorg met verblijf te versnellen. Daarbij kunnen inwoners een ruimte in hun huis beschikbaar stellen om een jongere te helpen naar zelfstandigheid. Voor jongeren die nog niet helemaal op eigen benen kunnen staan. In 2024: Ontwikkelen van groepsbegeleiding voor jongens en meiden voor een gezonde mentale ontwikkeling Starten pilot aanpak relatie en echtscheidingen, uitwerken met oog voor waar mogelijk behoud relatie en multidisciplinair gesprek bij besluit scheiding. Om te voorkomen dat kinderen in de knel komen. Met scholen ontwikkelen van afsprakenkader betreffende verantwoordelijkheden passend onderwijs en verantwoordelijkheden jeugdwet en hoe hier mee wordt gewerkt in de praktijk. Ontwikkeling van een integrale toegang tot hulp en ondersteuning met lokale maatschappelijke partners, zoals de Boei.
Ontwikkeling triageprotocol in samenwerking met huisartsen en doorontwikkeling samenwerking met de integrale toegang en gedragsdeskundigen (eventueel spreekuur) Tot slot De maatregelen zijn nodig om de benodigde hulp en ondersteuning voor complexe problematiek beschikbaar te houden. Ook andere ontwikkelingen als de samenwerking op de uitvoering van het sociaal domein met Baarn en Soest, en de veranderende wijze van inkoop en samenwerking met de contractpartner zijn bedoeld om daaraan bij te dragen. In het sociaal domein heb je altijd te maken met autonome maatschappelijke ontwikkelingen die de effecten van maatregelen beïnvloeden. Uit het onderzoek is echter gebleken dat bij andere gemeenten zichtbaar is geworden dat het mogelijk is om bij te sturen door soortgelijke maatregelen en meer eigen begeleiding.
5