Bijlage 4a. Toelichting.pdf
Tekst van het document
Voor zover een ontheffing benodigd zou zijn, volgt uit het bovenstaande dat er op voorhand geen redenen zijn om aan te nemen dat het plan dat het bestemmingsplan mogelijk maakt, voor het aspect flora en fauna niet uitvoerbaar is. Het is daarmee wel zaak dat het nader onderzoek tijdig wordt opgestart. Indien een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig is, zit daar de volgende planning aan: Voorjaar en zomer 2024 onderzoek in het veld. Aanvragen ontheffing; naar verwachting 13+7 weken. Rapportage nader onderzoek Uit de uitgevoerde quickscan flora en fauna is gebleken dat het plangebied potentieel geschikt is voor verschillende wettelijk beschermde soorten waaronder poelkikker (Pelophylax lessonae), heikikker (Rana arvalis) en grote modderkruiper (Misgurnus fossilis). Uit een door Laneco aangevulde memo ecologie blijkt dat het plangebied tevens potentieel geschikt is voor rugstreeppad (Epidalea calamita) en ringslang (Natrix helvetica) en platte schijfhoren (Anisus vorticulus). Nader ecologisch onderzoek is noodzakelijk om het gebruik van het plangebied voor deze beschermde soorten in beeld te brengen. Omdat haas (Lepus euroapeus) per 1 september 2024 van de vrijstellingslijst in de provincie Utrecht is gehaald, is tevens onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van haas. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 21.
De conclusies zijn onderstaand opgenomen: Grote modderkruiper: Binnen de grenzen van het plangebied is grote modderkruiper aangetroffen met behulp van eDNA in één van de watergangen. De beoogde planontwikkeling heeft mogelijk een aantastend effect op het leefgebied van grote modderkruiper.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
44
Platte schijfhoren: Tijdens de onderzoeksrondes zijn geen waarnemingen gedaan van platte schijfhoren. Negatieve effecten op platte schijfhoren zijn daarom uitgesloten. Ringslang: Tijdens de onderzoeksrondes zijn geen waarnemingen gedaan van ringslang. Negatieve effecten op ringslang zijn daarom uitgesloten. Heikikker: Tijdens de onderzoeksrondes zijn geen waarnemingen gedaan van heikikker. Negatieve effecten op heikikker zijn daarom uitgesloten. Poelkikker: Gedurende het onderzoek naar poelkikker is een kleine populatie (5-10) poelkikker vastgesteld binnen het plangebied. De beoogde planontwikkeling heeft mogelijk een aantastend effect op het leefgebied van deze populatie poelkikker. Rugstreeppad: Tijdens de onderzoeksrondes zijn geen waarnemingen gedaan van rugstreeppad binnen het plangebied. Negatieve effecten op rugstreeppad zijn daarom uitgesloten. Haas: Gedurende het onderzoek naar haas is een kleine populatie (5-15) haas vastgesteld binnen het plangebied. De beoogde planontwikkeling heeft mogelijk een aantastend effect op het leefgebied van deze populatie. Het plangebied is onderdeel van het leefgebied van haas. Daarbij valt op te merken dat de omgeving van het plangebied ten noorden, oosten en zuiden omgeven is door (alternatief) leefgebied van haas. De beoogde nieuwbouwplannen hebben een aantastend effect op grote modderkruiper, poelkikker en haas.
Voor de nieuwbouwplannen in Eemdijk-Oost is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig voor het aantasten van leefgebied van de hierboven genoemde soorten. Daarnaast geldt een specifieke zorgplicht waarbij de initiatiefnemer alles moet doen wat in zijn macht licht om het doden en of verwonden van in het wild levende dieren te voorkomen. Het is raadzaam om maatregelen vast te leggen in een ecologisch werkprotocol om te voldoen aan de specifieke zorgplicht. Daarbij moeten er maatregelen worden genomen om het doden en of verwonden van dieren te voorkomen. Daarnaast moeten er maatregelen worden genomen om het leefgebied van deze voorkomende dieren zoveel mogelijk te herstellen/compenseren. Memo haalbaarheid mitigatie en compensatie Uit het nader ecologisch onderzoek (Borgers, 2024) blijkt dat plangebied onderdeel is van het leefgebied van poelkikker, haas en grote modderkruiper. Voor de nieuwbouwplannen in EemdijkOost is een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig voor het aantasten van leefgebied van de hierboven genoemde soorten. Uit het nader onderzoek blijkt dat het plangebied geen onderdeel is van het leefgebied van heikikker, rugstreeppad, ringslang en platte schijfhoren.
Om de ruimtelijke haalbaarheid van het plan te kunnen bepalen is door Laneco voor het onderdeel ecologie gevraagd om na te gaan of er in het plan voldoende compensatie en mitigatiemogelijkheden zitten met het oog op de aangetroffen soorten. Deze memo is opgenomen in Bijlage 22. De conclusies zijn als volgt: De initiatiefnemer is voornemens om nieuwbouw te realiseren binnen het plangebied van figuur 1 van de memo. Daarbij worden verschillende watergangen aangetast, waarbij de oost-west georiënteerdewatergangen worden gedempt. Daarvoor in de plaats wordt aan de oostzijde van het plangebied in noord-zuid richting een nieuwe watergang aangelegd. Daarnaast worden de watergangen aan de westzijde vergroot. Indien de watergangen aan de rand van het plangebied natuurvriendelijk worden ingericht is compensatie van het leefgebied van grote modderkruiper en poelkikker haalbaar.
Daarbij wordt er gedacht aan een combinatie van maatregelen zoals weergegeven in figuur 5 van de memo: Een natuurvriendelijke oever van één meter aan weerszijden met plas-dras; Middels een stuwtje of overloopberm wordt de watergang voor poelkikker afgesloten van doorgaande watergangen om geschikt biotoop te creëren; Naar verwachting worden de watergangen daarmee ook minder voedselrijk vanwege zuiverende soorten in deze zones; In de groenzones van het plan kunnen enkele poelen en/of lage plas-dras zones (die ook als wadi mogen dienen) worden aangelegd; Aanleg plas-dras zone met poel in ‘overhoekje’ aan de Vaartweg; De groene zones worden daarnaast ingericht met kruidenrijke begroeiing; De noordelijke watergang wordt verbeterd ingericht voor grote modderkruiper; Afgevangen grote modderkruipers worden uitgezet in de verbeterde watergang. In totaal wordt er 505m1 watergang gedempt welke potentieel geschikt zijn voor poelkikker
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
45
en grote modderkruiper. Deze watergangen zijn in de huidige situatie sub-optimaal leefgebied voor poelkikker en grote modderkruiper, zie ook hoofdstuk 2. Daarvoor in de plaats worden in- en aangrenzend aan het plangebied 367m1 watergang opnieuw natuurvriendelijk ingericht. Tevens wordt er 260m1 bestaande watergang aan de westzijde van het plangebied verbeterd door natuurvriendelijke oevers aan te leggen, waardoor de plasdraszone wordt verbreed. Ook wordt de zone rondom de watergang kwalitatief verbeterd met poelen, kruidenrijke bermen en een plas-dras moeras. Daarmee wordt er in totaal netto meer en kwalitatief beter leefgebied teruggebracht dan in de huidige situatie aanwezig is voor grote modderkruiper en poelkikker. Met deze maatregelen is de compensatie/mitigatieopgave voor poelkikker en grote modderkuiper naar verwachting in- en direct naast het plan op te lossen. Voor haas worden in overleg met de provincie maatregelen uitgewerkt buiten het plangebied, deze maatregelen worden geconcretiseerd in aanloop van de Omgevingsvergunningaanvraag omdat de uitwerking overéénstemming vereist van omliggende perceeleigenaren. Indien medewerking wordt verkregen van omliggende perceeleigenaren, is compensatie voor haas in de nabijheid van het plangebied te realiseren.
Er is een Omgevingsvergunning Flora- en fauna-activiteit nodig voor de werkzaamheden en met deze notitie zijn er tal van aanknopingspunten voor vergunningverlening. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
4.10
Archeologie en Cultuurhistorie
Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.
Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Eemdijk-Oost Het plangebied Eemdijk-Oost behoort tot het vanaf de 12 de eeuw ontgonnen gebied Bunschoten te Velde (het land ten oosten van de Eem). Vanwege de uiterst natte omstandigheden was deze regio op dat moment mogelijk al honderden jaren onbewoond, tot er enkele boerderijen ter hoogte van de huidige dijk werden gebouwd. Het gehucht Dijkhuizen, het huidige Eemdijk, vormde de voorkade van de ontginning en Bunschoten (Veenestraat, Dorpsstraat etc.) de achterkade. De bewoning lijkt zich sinds de ontginningen altijd op en aan de dijk geconcentreerd te hebben. Achter de dijk lag mogelijk, parallel aan de Eem, een ontginningsgracht die het zure veenwater moest afvoeren. In de Prehistorie en dan met name in de Midden-Steentijd (Mesolithicum, 8800-4900 v. Chr.), leefden er ook al mensen in dit gebied. Tijdens archeologisch onderzoek in de nabijheid van het plangebied zijn vuurstenen objecten en resten van haardvuren van jagers-verzamelaars teruggevonden. Hun tijdelijke kampementen lagen op de iets hoger gelegen delen in het landschap. Het natte moerasland er omheen leende zich uitstekend voor jacht en visvangst.
Door stijgend grondwater en overstromingen zijn deze hogere plekken in de loop der eeuwen onder een pakket veen en klei verdwenen, waardoor ze tegenwoordig nauwelijks meer opvallen. Ten oosten van het plangebied zijn voor het geoefende oog nog enkele van deze dekzandruggen zichtbaar in het landschap. Archeologische beleidskaart
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
46
De gemeente Bunschoten heeft een Archeologische Beleidskaart vastgesteld in 2011 waar zij mee werkt. Hierop is te zien welke gebieden binnen de gemeente archeologisch belangrijk zijn; zoals de oude kernen, langs oude wegen en de hoger gelegen plekken in de gemeente. Overigens is deze archeologische beleidskaart slechts een momentopname. Ook voortschrijdende inzichten moeten worden meegenomen. De kaart is in 2015 geactualiseerd. Tijdens deze actualisatie zijn de resultaten van het hieronder beschreven RAAP-onderzoek verwerkt in de geactualiseerde versie van de kaart. Gelet op de omvang van het plangebied, bijna 4 hectare, is door Raap Archeologisch Adviesbureau een bureau en inventariserend veldonderzoek verricht. Uit dit onderzoek blijkt dat een vervolg onderzoek nodig is. Dit onderzoek is eveneens door Raap Archeologische Adviesbureau uitgevoerd. De onderzoeken zijn in maart 2014 uitgevoerd. In februari 2022 heeft er contact plaatsgevonden met Raap Archeologische Adviesbureau met betrekking tot de bruikbaarheid van het archeologisch onderzoek. Raap komt tot de volgende conclusies. Er zijn sinds 2014 geen nieuwe vondstmeldingen of archeologische terreinen in de omgeving bij gekomen. Er is aan de Eemdijk ten zuidwesten van het plangebied 1 extra onderzoek (in 2016) bij gekomen, uitgevoerd door RAAP (Notitie 5450).
Dit onderzoek heeft een vergelijkbare bodemopbouw vastgesteld, maar dan met afzettingen in een nat en slecht bewoonbaar milieu en dus een lage archeologische verwachting. Dit in tegenstelling tot in het plangebied waar wel archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Er is ook geen sprake van bouwkundige waarden in het plangebied (wel vlak daarbij, maar niet erin) Raap stelt dat de rapportage uit 2014 inhoudelijk nog steeds up to date is en gebruikt kan worden ter onderbouwing van een besluit over de eventueel te nemen vervolgstappen. De conclusies van het onderzoek worden onderstaand beschreven. Conclusies onderzoeken De bevindingen van beide onderzoeken zijn beschreven in de rapportage van 5 maart 2014 (projectcode BUEE/BUEE2, Bijlage 23. Onder verwijzing naar de rapportage wordt hierna volstaan met de conclusies en de aanbevelingen. Voor het plangebied golden voorafgaand aan het verkennend veldonderzoek onderstaande archeologische verwachtingen: een hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Laat-Paleolithicum - Neolithicum. Eventuele resten bevinden zich in de top van de pleistocene afzettingen, op een diepte van circa 3,0 tot 4,0 m -Mv; een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen.
Eventuele resten kunnen op verschillende dieptes in het veen aanwezig zijn; een middelhoge verwachting voor vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd, samenhangend met het ontginningslint langs de Eem. Op het geraadpleegde historisch kaartmateriaal staat geen bebouwing in het plangebied weergegeven. In het plangebied zelf waren geen archeologische vindplaatsen bekend. Wel was een (ver)melding van een middeleeuwse wetering, die door Vervloet ter hoogte van het plangebied wordt verondersteld (VERVLOET & VAN DEN BERGH, 2007). Het zou gaan om de westelijke begrenzing van het ontginningsblok ‘Wtwik’ (Uitwijk), de voorganger van Bunschoten. Met het verkennend onderzoek is de globale bodemopbouw in het plangebied in kaart gebracht. Hieruit kwam naar voren dat er sprake is van een dekzandrug, afgedekt met een dik pakket veen waarop enkele decimeters ‘Eemklei’ zijn afgezet. Het dekzand is aangetroffen tussen 2,5 en 4,0 m -Mv (ca. 3,2 tot 4,6 m -NAP). Aan de hand van deze diepteligging wordt aangenomen dat het dekzandlandschap rond 5.000 jaar geleden (d.w.z. gedurende het Laat-Neolithicum) verdronk en veranderde in een uitgebreid veengebied. Op basis van de uitkomsten van het verkennend onderzoek is (m.n. hoogteligging, reliëf en bodemvorming) is in het noordelijk deel van het plangebied een karterend vervolgonderzoek uitgevoerd.
Uit de resultaten van het karterend booronderzoek blijkt dat het laat-pleistocene landschap zo goed als intact is; het dekzand is overal afgedekt met veen er is geen sprake van erosie. Op de dekzandrug zelf was in vrijwel alle boringen sprake van een duidelijk ontwikkelde (humus-)podzol, hetgeen eveneens wijst op een intact laat-pleistoceen/vroeg-holoceen landschap. Verder heeft het karterend onderzoek in een groot aantal boringen archeologische indicatoren opgeleverd (houtskool, vuursteen, knappersteen en visresten). Ook gaat het niet om
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
47
indicatoren waarvan ondubbelzinnig gesteld is dat het antropogeen materiaal betreft. Het fragmentje vuursteen (aangetroffen in boring 102) heeft mogelijk een antropogene herkomst. Verder was in vrijwel alle boringen houtskool aanwezig, er was echter geen sprake van (duidelijke) concentraties/clustering van boringen met veel houtskool is echter geen sprake. Op basis van het ontbreken van de ‘zekere’ archeologische indicatoren (zoals verbrand bot, aardewerk of bewerkt vuursteen) alsmede het gehanteerde boorgrid en de bemonsteringsstrategie kan geconcludeerd worden dat in het plangebied geen (middel)grote nederzettingsterreinen (ca. > 750 m²) met een matige/hoge vondstdichtheid aanwezig zijn. Aanwezigheid van vindplaatsen met een geringere omvang of een lagere vondstdichtheid kan niet worden uitgesloten, zeker gelet op de intactheid en het reliëf van het pleistocene landschap. Ten aanzien van de veronderstelde wetering geldt dat twee van de vier mogelijke tracés die op luchtfoto’s herkend waren, verklaard kunnen worden door de ligging van een waterleiding ter plekke. Ter hoogte van beide overgebleven tracés (de door Vervloet geopperde varianten) zijn twee boorraaien gezet. In de westelijke boorraai (raai I) is een gedempte watergang/sloot aangeboord; deze sloot is ook zichtbaar op een aantal van de luchtfoto’s.
Of dit ook daadwerkelijk de ‘ontginningsgracht’ is, blijkt hier evenwel niet uit. In de oostelijke boorraai (raai II) zijn geen aanwijzingen voor aanwezigheid van een (middeleeuwse) wetering. Aanbevelingen Op basis van de resultaten van het verkennend en karterend onderzoek wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen aanbevolen om: zone A geheel vrij te geven voor bodemingrepen; in zone B geen graafwerkzaamheden uit te voeren die dieper reiken dan 2,0 m -Mv (m.u.v. dus van het plaatsen van hei- of funderingspalen, mits de palendichtheid minder is dan 5% van het te bebouwen oppervlak). Dit betekent dat zone A op de verbeelding geen dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' krijgt, maar zone B wel. Voor zone B gelden dan ook de regels zoals beschreven in Artikel 11, waarin niet alleen is bepaald dat zonder archeologische toets niet dieper dan 200 cm mag worden gegraven, maar dat ook een ondergrens van 50 m² is vastgelegd. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 53 en 54 van de Monumentenwet 1988 (herzien in 2007) aanmelding van de desbetreffende vondsten bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verplicht (vondstmelding via ARCHIS).
Conclusie De gemeente Bunschoten (regioarcheoloog) heeft te kennen gegeven dat zij kan instemmen met de uitkomsten van het archeologisch onderzoek. In de regels (Waarde - Archeologie, Artikel 11) wordt opgenomen dat een archeologietoets nodig is bij verstoringen groter dan 50 m² en dieper dan 200 cm. Dit geldt voor zone B dat op de verbeelding wordt vastgelegd. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets Monumenten In het plangebied of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen rijks- en gemeentelijke monumenten aanwezig die nader beschouwd dienen te worden. Cultuurhistorie Met ingang van 1 januari 2012 is het gewijzigde Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden.
Daarin is in artikel 3.1.6 onder 4 bepaald dat de toelichting op een bestemmingsplan een beschrijving bevat van de wijze waarop met de in het gebied
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
48
aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Met deze procesvereiste wordt getracht eventuele cultuurhistorische waarden eerder in het proces van ruimtelijke ordening in te brengen. Met cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. Ontstaansgeschiedenis Het gebied Arkemheen-Eemland is van oorsprong een kustgebied. Het betreft een veengebied dat vanaf de dertiende eeuw stapsgewijs is ontgonnen in de vorm van diepe optrekkende percelen vanuit bebouwingslinten zoals Eemnes en Bunschoten (zie figuur 4.6). Tot 75 jaar geleden stond het gebied echter nog onder invloed van de Zuiderzee. De strijd tegen de zee is één van de oorzaken voor de extreme openheid. De invloed van de zee is onder andere te herkennen aan de dijken, terpen, oude kreken en ook aan de jonge buitendijkse aanwas. De geschiedenis van de oude bebouwingskernen, zoals Spakenburg, is rechtstreeks met de Zuiderzee verbonden.
Figuur 4.6: Fragment historische landschapselementen Arkemheem-Eemland (bron: compendium voor de leefomgeving) Verkavelingspatroon Binnen het Eemlandse deel van het gebied is er sprake van een klassieke slagenverkaveling, bestaande uit lange stroken land, gescheiden door sloten. De rivier de Eem is daarbij cultuurhistorisch gezien van belang, omdat de ontginning plaatsvond vanaf de Eem richting Bunschoten (de achterkade). Deze structuur in het landschap is ook in het plangebied goed terug te zien, zie hiervoor figuur 4.7 . Vanaf de dertiende eeuw werd het stroomgebied van de Eem stapsgewijs ontgonnen, dit ontginningspatroon is nog goed in het landschap terug te zien. Later werd het gebied rond de Eem te nat, waardoor de bebouwing verplaatst werd naar de achterkade. Ook het Arkemheense deel heeft een specifieke ontginningsverkaveling. Kreken en riviertjes hebben geleid tot een onregelmatig verkavelingspatroon. In dit gebied zijn de boerderijen oorspronkelijk gebouwd op kleine terpen.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
49
Figuur 4.7: Schematische weergave hoofdstructuur ter plaatse plangebied (bron: Beeldkwaliteitplan 'Uitbreidingsplan Eemdijk-Oost) Bebouwing Het karakter van het gebied kenmerkt zich behalve door het verkavelingspatroon door bebouwingslinten. Dit is nu nog goed herkenbaar aan bijvoorbeeld de Wakkerendijk en de Zevenhuizerstraat. De ontginning vond plaats vanuit de bewoonde gebieden. Dit zijn de cultuurhistorisch belangrijke woonkernen, zoals Eemnes en Bunschoten. De kern Eemdijk zelf is relatief laat ontstaan, omdat het voortdurend oprukkende water van de Zuiderzee menselijke nederzettingen aan de monding van de Eem bedreigde. Pas in de 19e eeuw ontstond er langs de Eemdijk een buurtschap nabij een waai van de Eem. Dit buurtschap, 'Dijkhuizen' genaamd, bestond uit wat huizen, een haventje ('Het Haventje'), een sluis (de 'Bikkers Sluis') en een vaart (de Bikkersvaart). Zie voor de ontwikkeling van Eemdijk ook paragraaf 2.1. Extreme openheid Arkemheen-Eemland is door het vrijwel ontbreken van bosjes, lijnvormige beplanting en van bebouwing buiten de dorpskernen, een van de meest open nationale landschappen. Ruim de helft van het gebied is als zeer open gebied te beschouwen. De open gebieden rond dorpen en op de overgang naar kleinschalige en besloten gebieden binnen of juist buiten het nationale landschap worden visueel beïnvloed door bebouwing of opgaande begroeiing.
Veenweidekarakter Het veenweidekarakter van het nationale landschap wordt behalve door bovengenoemde kenmerken ook bepaald door het veenpakket en het gebruik als grasland. Eemland is van nature zeer nat en het laagveenpakket is van natuurhistorisch belang en kenmerkend voor laag-Nederland. Wat rest van het oorspronkelijke veenpakket dat enkele meters dikker was,
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
50
dreigt nog verder te oxideren als gevolg van ontwatering van het veen. Grebbelinie Eemland was vanaf de 18e eeuw een onderdeel van de Grebbelinie, die Utrecht en Holland moest beschermen tegen vijandige aanvallen. Binnen het nationale landschap liggen nog enkele historische landschapselementen van dit stelsel van dijken, kaden, inundatievelden en verdedigingswerken dat tussen Spakenburg en de Grebbeberg ligt. Sporen zijn te vinden ten oosten van Spakenbrug (tankversperring) en ten noordwesten van Amersfoort (Werk bij Krachtwijk, Vuijkdijk, Grebbeliniedijk en Coelhorsterkade). Een deel van de Grebbelinie is in figuur 4.8 weergegeven. Het plangebied ligt binnen de oranje cirkel.
Figuur 4.8: Fragment cultuurhistorische kaart Utrecht (bron: www.provincie-utrecht.nl) De Grebbelinie is een zestig kilometer lange waterlinie, gelegen in de Gelderse Vallei tussen de voormalige Zuiderzee en de Nederrijn. De linie is vanaf het midden van de achttiende eeuw aangelegd om de vijand uit het oosten te weren. De Grebbelinie is een samenhangend verdedigingsstelsel van liniedijk, keerkaden, aarden verdedigingswerken, sluizen, waterlopen, inundatie- en schootsvelden. In 1939/40 is de linie versterkt met loopgraven, tankgrachten en kazematten om een Duitse aanval uit het oosten tegen te houden. De hoofdweerstandslijn, gevormd door het Valleikanaal met liniedijk en de Eem boven Amersfoort, werd toen uitgebreid met een voorpostenlijn en een stoplijn als achterste begrenzing. In 1944/45 is door de Duitse bezetter de 'Pantherstellung' deels op de Grebbelinie aangelegd. De verdediging in de breedte is uniek aan deze linie. De forten markeren de plaats van de linie in het landschap, zij liggen op strategische plekken, gebouwd ter verdediging van een acces, zoals (spoor)wegen en stroomruggen. De openheid van de voormalige inundatiegebieden versterkt de beleving van de linie.
Dit reguleren vond plaats middels de liniewal waar het water aan de oostzijde tegenaan kon worden gezet (bij het Binnenveld was dit de natuurlijke verhoging van de Grebbeberg en in de Eempolder de Eemdijk). De Eemdijk vormt een kenmerkend landschappelijk element in het open polderlandschap en verleend deze het gevoel van een liniedijk. Situatie Eemdijk Eemdijk is een Kerkdorp in de gemeente Bunschoten. In het dorp mondt de Bikkersvaart uit in de Eem. Het centrum van het dorp heette vroeger de Bikkershaven. De bebouwing van het huidige dorp is op de dijkbebouwing van Dijkhuizen pas na de jaren dertig van de vorige eeuw gebouwd. Sindsdien hebben er bij het dorp een drietal (kleinschalige) uitbreidingen plaatsgevonden. De laatste uitbreiding heeft plaatsgevonden van begin jaren '90 van de vorige eeuw tot begin deze eeuw. De gemeente heeft het dorp destijds geleidelijke uitgebreid ten noordoosten van Eemdijk (Ringweg - Noord). Daarbij is aan de Eemdijk, naast de Christelijk gereformeerde kerk (nr. 47), een doorsteek gemaakt naar het buitengebied. Vanaf
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
51
hier is geleidelijk een nieuwe buurt gebouwd die tussen de basisschool 'De school met de Bijbel' en de kerk aansluiting vindt bij de Vaartweg. Door de geleidelijke uitbreidingen van het dorp is er qua bebouwingskarakteristiek sprake van de nodige diversiteit. De bebouwing uit de dertiger jaren is zeer divers van karakter, zowel in de situering aan de dijk als in de omvang en detaillering. Ook de nieuwbouw in het lint is zeer gevarieerd. De bebouwing rond het Kerkepad is planmatiger van opzet. Ook deze woningbouw is divers van karakter maar hier en daar bepaalt de seriebouw het karakter. Situatie plangebied Qua stedenbouwkundige opzet sluit het plangebied naadloos aan op de bestaande bebouwing van Eemdijk. Een uitbreiding richting het westen is niet mogelijk door natuurlijke grens die wordt gevormd door de Eem. Gezien de bovengenoemde gebiedskenmerken is een uitbreiding van de linten aan de noord- en zuidzijde van Eemdijk niet wenselijk. Het plangebied grenst daarom aan de oostzijde van Eemdijk, bij de laatste uitbreidingswijk (Kerkepad) en de bestaande bebouwing aan de Vaartweg. Door de bestaande bebouwing was het zicht vanaf de belangrijke toegangswegen (Eemdijk en de Vaartweg) op het plangebied al 'stedelijk'.
De gekozen begrenzing van het plangebied is daarom gebaseerd op de vorm van de bestaande bebouwing van Eemdijk en valt binnen de 'oksel' van de laatste uitbreiding van Eemdijk. Vanuit cultuurhistorisch perspectief wordt zo aansluiting gevonden bij de relatief jonge historische ontwikkeling van de kern Eemdijk, terwijl tegelijkertijd recht wordt gedaan aan de kenmerkende openheid van het landschap en de klassieke slagenverkaveling. In aansluiting op de woningtypen van het bestaande dijkdorp uit de dertiger jaren is gekozen voor een ruime variatie in de woningtypologie. In de ruimtelijke karakteristiek levert dit een zeer afwisselend beeld op en sluit dit goed aan op het beeld van het bestaande dorp. Ook voor de beeldkwaliteit van de toekomstige woningen is aansluiting gezocht bij de bestaande bebouwing in Eemdijk, en voor de overgang van bebouwd gebied naar landelijk gebied. Zie Bijlage 1 voor een nadere beschrijving en motivering van de vereiste beeldkwaliteit. De Eemdijk als zodanig blijft buiten de invloed van het plan. Een groot deel van de gronden die binnen de Grebbelinie liggen, blijven onbebouwd. Er vindt een gedeeltelijke aantasting van de cultuurhistorische waarde ter plaatse van de Grebbelinie plaats. Deze aantasting is gelet op de ligging van het plangebied in relatie tot alternatieve locaties aanvaardbaar.
Conclusie Bij voorliggend plan is op basis van de cultuurhistorische waarden in én grenzend aan Eemdijk gezocht naar een optimale situering en vormgeving van het plangebied. Door de landschappelijke structuren daarbij zoveel mogelijk intact te laten en aansluiting te zoeken bij de jonge ontstaansgeschiedenis en bebouwingskarakteristiek van Eemdijk zijn deze cultuurhistorische waarden op een positieve wijze betrokken in de planvorming. Het aspect 'cultuurhistorie' vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
4.11
Verkeer / parkeren
Verkeer Door Royal Haskoning is een mobiliteitstoets uitgevoerd. In deze toets wordt ingegaan op de mobiliteitsaspecten van het plan: hoeveel verkeer genereert het plan en op welke wijze kan dit worden afgewikkeld. Kunnen de bestaande wegen en kruispunten het extra verkeer verwerken of zijn extra maatregelen noodzakelijk? Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 24. Vanwege de planwijziging naar 72 woningen is door Royal Haskoning een oplegnotitie gemaakt. Deze is opgenomen in Bijlage 25. De belangrijkste resultaten en conclusies zijn als volgt: Verkeersgeneratie Het plan Eemdijk oost voorziet in de bouw van 72 woningen met de volgende verdeling: Koopwoningen, vrijstaand: 18 woningen Koopwoningen, twee-onder-een-kap: 18 woningen Koopwoningen, tussen/hoek: 24 woningen Huurwoningen, sociale huur: 12 woningen Totaal: 72 woningen Voor de berekening van de verkeersgeneratie van deze woningen zijn de kengetallen van CROW volgens publicatie 381 gehanteerd. Daarbij gaan wij uit van de stedelijkheidsgraad “niet stedelijk” en van de situatie “rest bebouwde kom”; Hierbij wordt uitgegaan van
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
52
gemiddelde waarden. Dit leidt tot de verkeersgeneratie:
Figuur 4.9: verkeersgeneratie plan Eemdijk-Oost voor een gemiddelde werkdag (bron: Royal Haskoning) Per saldo resulteert nu dus een verkeergeneratie van 591 (+61) verplaatsingen per etmaal. Wanneer wij ervan uitgaan dat 10% daarvan in het spitsuur plaatsheeft, dan genereert het plan dus 60 (+7) verplaatsingen per uur in zowel de ochtend- als de avondspits: dit is te beschouwen als een worst-casesituatie. Verder veronderstellen wij, opnieuw als worst case, dat deze 60 verplaatsingen volledig het plan uitgaan en in de avondspits weer ingaan. Tenslotte gaan wij ervan uit dat er vanuit het plan 30 motorvoertuigen (+3) de Vaartweg linksaf richting Bunschoten oprijden en eveneens 30 motorvoertuigen (+3) rechtsaf richting de aansluiting A1 bij Baarn. In de avondspits rijden deze voertuigen dan in de tegengestelde richting. Consequenties voor de kruispunten Vaartweg-Eemdijk en Bisschopsweg-Eemdijk/Zuidereind Capaciteitsberekening kruispunt Aan de hand van de nieuw berekende toekomstige intensiteiten is nagegaan of de kruispunten Vaartweg-Eemdijk en Bisschopsweg-Eemdijk/Zuidereind in de bestaande vormgeving voldoende capaciteit hebben om het nu geprognosticeerde verkeersaanbod te kunnen verwerken. En of met de bestaande regeling een voldoende veilige en vlotte afwikkeling zal optreden.
In de huidige situatie is voor het kruispunt van de Vaartweg met de Eemdijk sprake van een gelijkwaardig kruispunt, waar voorrang van rechts geldt; dit punt is gelegen binnen een 30 km/uur-zone. De berekeningen zijn ook nu uitgevoerd met het in de verkeerskunde veel gehanteerde softwarepakket Capacito. Hierbij is de methode Harders toegepast. De berekeningen leren dat ook nu de wachttijden op het kruispunt Vaartweg-Eemdijk zowel in de ochtendspits als in de avondspits ver onder de 15 seconden blijven: er is dus ook in de toekomst sprake van een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer zonder oversteekproblemen voor voetgangers. Op het kruispunt Bisschopsweg-Eemdijk/Zuidereind is ook nu in de ochtendspits voor alle richtingen sprake van wachttijden beneden de 15 seconden: dus is sprake van een vlotte en veilige verkeersafwikkeling. In de avondspits loopt de wachttijd ook nu voor het verkeer uit de richting Zuidereind op tot 20 seconden: dit betekent dat nog steeds sprake is van een acceptabele wachttijd, zodat ook in dit geval geen aanvullende maatregelen op het kruispunt noodzakelijk zijn. Voor beide kruispunten geldt dus dat ook in de nieuwe toekomstige situatie na realisatie van het plan Eemdijk oost sprake is van een vlotte en veilige verkeersafwikkeling op de wegen, waarvan het verkeer gebruik zal maken.
Conclusie Ook bij de nieuw berekende verkeersintensiteiten geldt dat deze alle op de huidige wegprofielen goed te verwerken zijn en passen binnen de veelal gehanteerde criteria voor een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom. Immers de onderhavige wegen hebben alle een profiel van meer dan 5,50 meter breed. Volgens de principes van Duurzaam Veilig is de aanbevolen wegbreedte voor een erftoegangsweg die in twee richtingen wordt bereden, minimaal 4,80 meter en idealiter 5,80 meter.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
53
Ten aanzien van de kruising van de Vaartweg met de Eemdijk doen zich bij de huidige vormgeving geen afwikkelingsproblemen voor als gevolg van de komst van de nieuwbouw in Eemdijk oost. Ook ten aanzien van het kruispunt van de Bisschopsweg met de Eemdijk/Zuidereind geldt dat bij de huidige configuratie de optredende intensiteiten goed kunnen worden verwerkt en er treden geen wachttijden op, die nopen tot het nemen van verdere maatregelen. Per saldo is dus sprake van een goede verkeersontsluiting van de toekomstige wijk Eemdijk oost. Parkeren Bij de woningen is rekening gehouden met minimaal één parkeerplaats op eigen terrein. Bij meeste woningen (niet de rijwoningen) zijn twee parkeerplaatsen op eigen terrein beoogd. Op de gronden met de bestemming 'Wonen – Aaneengesloten' mogen maximaal 36 aaneengesloten woningen worden gebouwd. Op de gronden met de bestemming 'Wonen' mogen maximaal 36 twee-onder-een-kap, danwel vrijstaande niet-gestapelde woningen worden gebouwd. Op 28 augustus 2023 is de Beleidsregel Parkeren Bunschoten 2023 gepubliceerd. Deze beleidsregel vervangt de parkeernormen voor woningbouw uit 2014. Het plangebied wordt gekenmerkt als 'Rest bebouwde kom'. De beleidsregel is opgenomen in Bijlage 26.
Voor dit gebied gelden de volgende kencijfers: sociale huurwoning: 1,3 per woning; tussen-/hoekwoning: 1,8 per woning; een twee-onder-een-kapwoning (koop): 2,1 per woning; een vrijstaande woning (koop): 2,4 per woning. Uitgaande van een maximale invulling van het plangebied en met inachtneming van een maximale parkeernorm betekent dit voor het plangebied dat er maximaal: sociale huurwoning: 1,3 x 12 = 15,6; tussen-/hoekwoning: 1,8 x 24 = 43,2; twee-onder-een-kapwoning: 2,1 x 18 = 37,8; vrijstaande (hogere norm dan bij een twee-onder-een-kap) woning: 2,4 x 18 = 43,2; Oftewel in totaal 139,8 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Dit is een gemiddelde van 1,95 parkeerplaatsen per woning. In onderstaande figuur 4.10 en op pagina 41 van het 'Beeldkwaliteitsplan Eemdijk-Oost' d.d. 31-01-2023 (hierna: beeldkwaliteitsplan, opgenomen in Bijlage 1) is de 'Themakaart parkeren' afgebeeld. Uit deze kaart blijkt dat het plangebied voorziet in de realisatie van 165 parkeerplaatsen voor maximaal 72 woningen, oftewel gemiddeld 2,29 parkeerplaatsen per woning. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de parkeerbehoefte. Tot slot vormt het aspect 'deelmobiliteit', het delen van transportmiddelen tussen gebruikers, dan wel tegelijk of na elkaar, geen onderdeel van dit bestemmingsplan.
Dit vanwege de ligging van het plangebied (op grote afstand van OV-knooppunten), het traditionele autobezit behorende bij kleine plattelandskernen en de beperkte schaalvoordelen voor een dergelijke kleine ontwikkeling. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor voorliggend bestemmingsplan.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
54
Figuur 4.10: parkeersituatie Eemdijk-Oost (bron: Building Design Architectuur)
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
55
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Planopzet en systematiek
De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.
5.2
Toelichting op de regels
5.2.1
Opbouw
In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.
Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
56
bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan
geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.
Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
57
Agrarisch met waarden Een perceel grond naast Kerkepad nummer 55 maakt geen onderdeel uit van de woningbouwontwikkeling. De agrarische bestemming op dat perceel grond blijft daarom gehandhaafd. De regels uit het bestemmingsplan 'Buitengebied' zijn op maat gemaakt voor het onderhavige perceel. Dit betekent dat vanwege het ontbreken van een agrarisch bouwblok geen gebouwen mogelijk zijn. De gronden zijn bestemd voor een agrarisch bedrijf, niet zijnde boomkwekerij, intensieve veehouderij en paardenhouderij. Verder zijn de gronden ook bestemd voor o.a. watergangen en -lopen en oevers met natuurwaarden. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals perceelafscheiden zijn toegestaan. De hoogte bedraagt niet meer dan 1 m. Groen De groenstroken die van belang zijn voor de uitstraling van de woonwijk hebben in dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' gekregen. Het betreft hier enkele gebieden langs de wegen, de speelterreinen aan de Ringvaart, Kerkepad en Vaartweg. Kleinere groene gebieden en stroken, zoals de bermen langs wegen en het zogenaamde snippergroen, worden betrokken binnen de verkeersbestemmingen. Binnen de bestemming 'Groen' zijn ook voetpaden, speelvoorzieningen en ondergrondse nutsvoorzieningen toegestaan evenals waterpartijen. Tuin De bestemming 'Tuin' ligt aan de voorzijde van de in het plangebied te bouwen woningen.
Binnen deze bestemming zijn in principe geen gebouwen toegestaan. Uitzondering hierop vormt de gemeentelijke standaard regeling voor erkers en ingangspartijen. Verkeer - Verblijfsgebied In het plangebied zijn de wegen, (ondergeschikte) groenvoorzieningen die onderdeel uitmaken van de infrastructuur en parkeerplaatsen bestemd als 'Verkeer - Verblijfsgebied'. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied benadrukt het verblijfskarakter. Hiervoor is aangegeven dat de wegen in het plangebied begeleid worden door bomen. Hoewel deze bomen niet de bestemming 'Groen' hebben, zijn zij mede bepalend voor de kwaliteit van de openbare ruimte in het gebied. Water De belangrijkste waterlopen zijn bestemd als 'Water'. De betreffende 'gronden' zijn onder andere bestemd voor openluchtrecreatie en aanlegplaatsen. Verbindingen met de waterlopen/kavelsloten in het landelijk gebied worden ook gelegd door middel van duikers. Wonen Binnen het plangebied zijn maximaal 72 woningen toegestaan, waarbij de woningtypen gedeeltelijk zijn vastgelegd. Afhankelijk van het woningtype is dit een specifieke woonbestemming: Wonen; Wonen - Aaneengesloten. Om in te kunnen spelen op de wensen vanuit de markt, is er voor gekozen een maximum aantal voor aaneengesloten woningen vast te leggen en de rest (twee-aan-een en vrijstaand) binnen een bredere woonbestemming mogelijk te maken.
De variatie in woningen blijft wel gehandhaafd. Maar afhankelijk van de wensen, moet het mogelijk zijn de situering van de betreffende woningvarianten binnen het plangebied te kunnen realiseren. Bouwregels In de regels worden de goot- en bouwhoogte opgenomen. Op de verbeelding wordt tot uitdrukking gebracht waar de aaneengesloten woningen gebouwd mogen worden. Bijgebouwen mogen uitsluitend 5 m achter de voorgevelrooilijn worden gerealiseerd. Onder de voorgevelrooilijn wordt in dit verband verstaan: de voorgevel en het verlengde daarvan. Tot slot zijn burgemeester en wethouder bevoegd om nadere eisen te stellen in de plaats en afmeting van aan- uit- en bijgebouwen, die hetzij op de erfafscheiding, hetzij binnen een afstand van 2 m hiervan worden gebouwd. Daarnaast kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van de bouwregels. Vrije beroepen aan huis Binnen de woonbestemming is bij recht opgenomen dat het mogelijk is om een 'vrij beroep' aan huis uit te oefenen. Hier vallen beroepen onder, zoals huisarts en accountant. De oppervlakte die gebruikt mag worden voor een 'vrij beroep' aan huis mag niet meer bedragen
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
58
dan 15% van de totale oppervlakte van de woning en bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 40 m². Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis In de regels behorende bij dit bestemmingsplan is in de woonbestemming, door middel van een afwijking, geregeld dat in de woning of bijgebouwen in beperkte mate bedrijfsactiviteiten, anders dan 'vrije beroepen' kunnen worden uitgeoefend. De afwijkingsregel is aan voorwaarden verbonden die er zorg voor moeten dragen dat het karakter van de omgeving zo veel mogelijk blijft gehandhaafd en dat er geen overlast voor de woonomgeving ontstaat. De activiteiten dienen bedrijfsmatige activiteiten te zijn die geen omgevingsvergunning voor de activiteit milieu nodig hebben of die op grond van het Activiteitenbesluit slechts gemeld hoeven te worden. Daarnaast is bepaald dat het geen horeca mag betreffen. Detailhandel is zeer beperkt mogelijk en dient zich te beperken tot de verkoop van de thuis vervaardigde producten en niet concurrerend te zijn. Maximaal 15% van het totale vloeroppervlak van de woning mag worden gebruikt voor de bedrijfsmatige activiteit met een maximum van 40 m². Ten aanzien van verkeers- en parkeerdruk wordt bepaald dat de bedrijfsactiviteit niet mag leiden tot een onevenredige vergroting daarvan in de omgeving. Gebruik van woningen Het gebruik van woningen wordt in eerste instantie voorbehouden aan reguliere huishoudens.
In woningen groter dan 80 m² bvo mogen ook vier afzonderlijke personen (c.q. éénpersoonshuishoudens) worden gehuisvest. Onder voorwaarden kunnen burgemeester en wethouders toestaan dat in woningen groter dan 150 m² bvo meer dan vier afzonderlijke personen worden gehuisvest. Leiding - Water Binnen deze dubbelbestemming ligt de watertransportleiding van Vitens. Om te voorkomen dat de leiding beschadigd wordt, geldt er een beschermingszone van 20 m (10 m aan beide zijden van de leiding). Binnen de dubbelbestemming mogen slechts bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden opgericht met een hoogte van niet hoger dan 3 m. Waarde - Archeologie Op basis van een archeologisch onderzoek is naar voren gekomen dat een deel van het plangebied volledig vrijgegeven kan worden en dat een deel de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie' dient te krijgen. Met deze dubbelbestemming wordt het onbedoeld verstoren van het mogelijk waardevolle bodemarchief voorkomen. Afhankelijk van de aard en diepte van de werkzaamheden zal wel of niet nader aangetoond moeten worden in hoeverre eventuele resten worden verstoord.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
59
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
60
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Utrecht Conform het door de provincie Utrecht gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie Utrecht. De provincie Utrecht heeft in haar reactie aangegeven dat het kan instemmen met het voorliggende plan. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. Waterschap Vallei en Veluwe Op 27 juli is het plan via de digitale watertoets en waterstructuurplan kenbaar gemaakt bij het waterschap Vallei en Veluwe. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft.
Het plan voldoet aan de uitgangspunten van het waterschap en krijgt een positief wateradvies voor de bestemmingsplanwijziging. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg. Veiligheidsregio Utrecht Het plan is voorgelegd aan de Veiligheidsregio Utrecht (VRU). De VRU heeft positief geadviseerd op de plannen. Daarbij hebben ze drie aandachtspunten benoemd. Het betreft de beoordeling van de bereikbaarheid van de calamiteitenroute, de beoordeling van bluswatervoorzieningen en waterveiligheid (toegang tot droge verdieping). We nemen het advies van de VRU mee in de verdere uitwerking van het bestemmingsplan en bij de aanvraag van de omgevingsvergunningen.
7.2
Zienswijzen
Voorontwerpbestemmingsplan Het voorontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 16 juni 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn drie zienswijzen binnengekomen. Daarnaast heeft er na de ter inzage legging van het voorontwerpbestemmingsplan een planwijziging voorgedaan. Daarbij zijn het aantal woningen toegenomen van 64 woningen naar 72 woningen. In Bijlage 27 is de nota inspraak en vooroverleg voorontwerpbestemmingsplan 'Eemdijk-Oost' opgenomen. Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 9 maart 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn twee zienswijzen binnengekomen. In Bijlage 28 is de nota van beantwoording zienswijzen en ambtshalve wijzigingen opgenomen.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
61
7.3
Beroep en gewijzigde vaststelling hangende het beroep
Na vaststelling is het bestemmingsplan wederom gedurende zes weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode konden belanghebbenden beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State tegen het bestemmingsplan. Er zijn twee beroepen ingediend. Op basis van de beroepschriften heeft de gemeente gekozen om enkele wijzigingen en aanvullingen door te voeren op basis van artikel 6:19 Awb. De wijzigingen en aanvullingen zijn: Toevoegen van het nader ecologisch onderzoek en memo notitie compensatie Eemdijk-Oost als bijlagen bij de toelichting inclusief tekstuele aanvulling in paragraaf 4.9. Wijziging van verbeelding, waarbij ter hoogte van de Vaartweg enerzijds een gedeelte van circa 8 m2 is gewijzigd van de bestemming Verkeer – verblijfsgebied naar de bestemming Agrarisch met Waarden en een gedeelte van de bestemming Tuin is gewijzigd naar de bestemming Groen. Toevoegen van aanvullende notitie Akoestisch onderzoek Eemdijk als bijlage bij planregels, inclusief tekstuele aanvulling paragraaf 4.5 en toevoeging van voorwaardelijke verplichting in planregels. De gemeente heeft ervoor gekozen om het bestemmingsplan, hangende de beroepsprocedure, op basis van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opnieuw vast te stellen. De gewijzigde onderdelen in het bestemmingsplan zijn voor de leesbaarheid geel gemarkeerd.
Degenen die beroep hebben ingesteld tegen het bestemmingsplan dat de raad eerder heeft vastgesteld en ook degenen die vinden dat zij door het herstelbesluit ten opzichte van het eerder vastgestelde bestemmingsplan in een nadeliger positie zijn komen te verkeren, kunnen tegen het herstelbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
bestemmingsplan Eemdijk-Oost NL.IMRO.0313.EEMDIJKOOST2400-0301
62