Bijlage 3d. Beroepschrift reclamant 2.pdf
Tekst van het document
LOVENSJLLOEFF
POSTADRES
Postbus 71170 1008 BD AMSTERDAM
Law & Tax
KANTOORADRES
Parnassusweg 300
1081 LC AMSTERDAM TELEFOON
+31 20578 57 65
FAX
+31 20 578 58 00
PER AANGETEKENDE POST
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Postbus 20019
INTERNET
anna.schingenga@loyensloeff.com
loyensloeff.com
2500 EA DEN HAAG
___ ____ __________
VAN
REFERENTIE
AS
-
_
________
70153442
UW REFERENTIE
202400739/1/R4
DATUM
28 maart 2024
BETREFT
SBDE / Bestemmingsplan "Eemdijk-Oost" nader stuk onderzoeksrapport
Geachte _______ ______
Zoals besproken in ons telefoongesprek en bevestigd bij brief van 27 februari 2024, zend ik hierbij namens Stichting Behoud de Eemvallei (SBDE) het onderzoeksrapport na (Bijlage 1), waarnaar in haar aanvullend beroepschrift van 22 februari 2024 onder IV.2 wordt verwezen.
Met vriendelijke groet,
______ _ _____ ____
_ RAAG VAN STATE INGEKOMEN __
____ __________
=d APR. 2024 ZAAKNR,
AAN:
ILIA
BEHANDELD DD*
_ __
__
Loyens & Loeff N.V. is gevestigd te Rotterdam en staat ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel onder nr. 24370566. Uitsluitend Loyens & Loeff N.V. geldt als opdrachtnemer. Op haar dienstverlening zijn haar Algemene Voorwaarden van toepassing, waarin onder meer een beperking van de aansprakelijkheid en een aanwijzing van de bevoegde rechter is opgenomen. Deze Algemene Voorwaarden zijn te raadplegen via www.loyensloeff.nl. Deze voorwaarden zijn ook gedeponeerd bij het
handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nr. 24370566.
Amsterdam, Brussel, Londen, Luxemburg, New York, Parijs, Rotterdam, Tokio, Zürich
1/ 4
-
Bijlage 1
ie, Rapport
Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost
O
Second opinion; Ladder voor duurzame verstedelijking plan Eemdijk-Oost
Datum
26 februari 2024
Opdrachtgever:
Omwonenden Kerkepad Eemdijk
Contactpersonen:
____ _______ __ _____ __ _____
Nadere inlichtingen:
____ ____ ____ ______ ___ ___ _______ ____ ______________________
__ ___ ___ __ _ P46740
Projectnummer:
hij
EE
Aangesloten bi de
er
5 Vereniging vaar Beleidsonderzoek 8191
OS
ee
EC €
ZECu u
LER
\Ctge
e=
Er ETC
2075
Inhoud
Samenvattende conclusie
4
Inteiding
4
1
2
Oordeel over de gevolgde methodiek en motivering
5
1,1
Algemeen
6
1.2
Onderzoeksgebied
7
1.3
Kwantitatief woningaanbod (de capaciteit in overige plannen)
8
1.4
De kwantitatieve woningbehoefte
9
1.5
De kwalitatieve woningbehoefte
4
1.6
Te weinig binnenstedelijke ruimte om in de behoefte te voorzien?
13
Aanvullende toets binnenstedelijke ruimte (RIGO)
15
2.1
Toets gemeenteniveau
15
2.2
Toets regioniveau
15
Samenvattende conclusie Het Bestemmingsplan 'Eemdijk-Oost' voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is
daarmee 'ladderplichtig', ofwel Artikel 3.1.6 lid 2 Bro is van toepassing. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt (vanaf 2017): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een
nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand
stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Deze second opinion is van toepassing op de ladderonderbouwing zoals opgenomen in de bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan Eemdijk-Oost'. Hierna te noemen
"Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost". Wij komen tot de volgende conclusies:
Het aansluiten van het plan op overig gemeentelijk beleid wordt ten onrechte aangehaald
als motivering van de laddertoets In de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt ook ingegaan op het provinciale en
gemeentelijke beleid en de betekenis daarvan voor de woningbouw op Eemdijk-Oost. Het aansluiten op gemeentelijke en provinciale beleid wordt meegenomen in de argumentatie
waarom het plan voldoet aan Artikel 3.1.6 lid 2 Bro. in hoeverre het plan aansluit op gemeentelijk en provinciaal beleid is uiteraard van belang maar hoort volgens ons niet thuis in
een Ladderonderbouwing (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) als zodanig. Dit wekt op zijn minst verwarring.
"Een toelichting waar uitsluitend wordt verwezen naar gemeentelijke of regionale beleidskaders is in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro" (AbRvS 25 september 2013, BR 2013/152). Op gemeentelijke niveau onvoldoende tadderruimte
Als we ervan uitgaan dat het plan bestaande uit 72 grondgebonden woningen enkel in een lokale gemeentelijke behoefte zal voorzien concluderen wij dat er hiervoor onvoldoende tadderruimte is. Er kan immers binnen de reeds vigerende harde plannen de komende 10 jaar al meer worden gebouwd dan de geraamde lokale behoefte voor die periode. Dit blijkt uit cijfers
over de lokale behoefte en de plancapaciteit in harde plannen zoals opgenomen in de
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost. Het lokale gemeentelijke niveau is volgens de opstellers van de ladderonderbouwing het primaire verzorgingsgebied. De toets slaagt op gemeentelijk niveau volgens ons echter niet. In het vervolg van de betreffende ladderonderbouwing hanteert men als uitgangspunt dat het
verzorgingsgebied de regio is en niet enkel de gemeente.
1
Bijlage 3: Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning: 29 april 2022;
Bijlage 4: Oplegger Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning: 14 februari 2023.
De regionate woningbehoefte is groter dan de cepaciteit in herde plannen
Op pagina 19 van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onder de kop "VOLDOENDE REGIONALE BEHOEFTE" de volgend tekst opgenomen: "In de regio is daarmee ruim voldoende
behoefte voor de ontwikkeling van 64 woningen inEemdijk-Oost. Bovenop de toekomstige
huishoudensgroei in de regio Amersfoort is momenteel al sprake van een tekort van 4.200 woningen"
Uitgaande van de cijfers zoals opgenomen in Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost komen wij tot dezelfde conclusie. Althans, de regionale behoefte voor het realiseren van 64 woningen is aangetoond. Dit betekent nog niet dat het voorzien in die behoefte op de locatie "in EemdijkOost" is aangetoond. Het gaat immers om een buitenstedelijke locatie. Juist het bezien of gemotiveerd kan worden dat er buitenstedelijk gebouwd dient te worden, is een belangrijk onderdeel van de ladder voor duurzame verstedelijking. De kwalitatieve behoefte naar woningtype De ladderonderbouwing Eemdijk-Oost bevat geen cijfermatige onderbouwing van de
woningbehoefte wat betreft het bouwprogramma zoals opgenomen in het bestemmingsplan Eemdijk-Oost. We doelen dan op de kwalitatieve behoefte in de zin van het woningtype en prijsklassen. Er wordt ook niet meegenomen in hoeverre andere plannen, of het vrijkomend
aanbod, hier al in voorzien. De kwalitatieve woningbehoefte naar woonmilieu is onvoldoende in beeld gebracht De gehanteerde methode om de behoefte naar woningmilieu in beeld te brengen is volgens ons
onvoldoende en levert cijfermatige uitkomsten op waar men volgens RIGO geen enkele
conclusie aan kan verbinden ten aanzien van een eventuele kwalitatieve toetsing van het plan. De methodiek is niet alleen zeer ongebruikelijk, er wordt ook voorbijgegaan aan een aantal
fundamentele zaken met betrekking tot de werking van de woningmarkt. Zo wordt er geen
rekening gehouden met het feit dat bestaande voorraad een belangrijke rol speelt bij het inwilligen van woonvoorkeuren, een groot deel van de verhuizingen ook zorgt voor vrijkomend
aanbod en dat de komende 10 jaar de samenstelling van de bevolking veranderd. Te weinig binnenstedelijk ruimte om in de behoefte te voorzien?
Er wordt in de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost niet kwantitatief getoetst in de zin of het
aantal te realiseren woningen (in het plan) ook binnenstedelijk zou kunnen worden voorzien. In van plaats daarvan wordt enkel gekeken of er binnenstedelijk nog plaats is voor het realiseren met een dichtheid minimaal en een (soortgelijk) plan van landelijk dorps gelijke omvang woonmilieu. De opstellers van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost kijken dus niet of er
"niet binnen het
bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." (Artikel 3.1.6 lid 2 Bro) maar men kijkt of het planLzelf (m.b.t. omvang, dichtheid en woonmilieu) binnenstedelijk kan worden
voorzien. Dit is volgens ons onvoldoende in een laddertoets en wordt volgens ons door de wetgever niet bedoeld. Dit staat dus nog los van het feit dat de behoefte (tekort) aan dit woonmilieu onvoldoende cijfermatig inzichtelijk is gemaakt (zie vorige alinea).
Aanvullende anatyse: Voldoende binnenstedelijke ruimte om in de behoefte te voorzien Er is in de betreffende Ladderonderbouwing Eemdijk-Gost volgens ons niet expliciet getoetst of
in kwantitatieve zin binnen het bestaand stedelijk gebied
van het ruimtelijk verzorgingsgebied
aan de behoefte aan de te realiseren woningen (in het plan) kan worden voorzien. Hierom is er kort aanvullend onderzoek verricht. Hiertoe zijn alle plangegevens per 1-1-2023 uit de
zogenaamde plan registratie wonen van provincie Utrecht betrokken en geanalyseerd. Hieruit komt naar voren dat: Op gemeenteniveau zien we geen resterend kwantitatieve behoefte die niet al in de reeds goedgekeurde plannen zou kunnen worden voorzien. Volgens ons is het daarom -uitgaande van het gemeenteniveau als verzorgingsgebied op dit moment in onvoldoende mate te motiveren waarom buiten het stedelijk gebied woningen toe te voegen zoals voorgesteld in het
bestemmingsplan Eemdijk-Oost. Ook kwalitatief gezien (woningtypen en prijsniveau) zijn er ons binnen de resterende plancapaciteit in de gemeente (harde plannen) voldoende
volgens
mogelijkheden voor het reatiseren van het bouwprogramma zoals voorgesteld in dit plan. We kijken hier dan niet eens naar de overige ruimte in andere zachte binnenstedelijke plannen.
Op regioniveau concluderen wij dat ook hier de cijfers aantonen dat er voldoende binnenstedelijke ruimte aanwezig lijkt te zijn om in de geraamde (regionale) vraag te voorzien voor de komende 10 jaar. Er is volgens ons in onvoldoende mate gemotiveerd waarom dit buitenstedelijk gelegen bestemmingsplan Eerndijk-Oost zou voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking in de zin dat het plan in een woningvraag voorziet waar
binnenstedelijk onvoldoende ruimte voor zou zijn.
Inleiding Aanleiding De omwonenden Kerkepad Eemdijk (plan Eemdijk-Oost) hebben behoefte aan een second
opinion op de ladderonderbouwing behorende bij het bestemmingsplan 'Eemdijk-Oost'.
(Hierna te noemen "Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost") De second opinion is van toepassing op twee Bijlagen bij de toelichting van het
bestemmingsplan: o
Bijlage 3: Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning; 29 april
o
Bijlage 4: Oplegger Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost, Bureau Stedelijke Planning;
2022.
14
februari 2023.
Het Bestemmingsplan 'Eemdijk-Oost' voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is
daarmee 'ladderptichtig', ofwel Artikel 3.1.6 lid 2 Bro is van toepassing. Artikel 3.1.6 lid 2 Bro luidt (vanaf 2017): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand
stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Deze second opinion De ladder voor duurzame verstedelijking is een motiveringsverplichting. Dit betekent dat het
instrument ruimte biedt aan gemeenten voor het maken van een eigen afweging. Gemeenten zijn echter verplicht om in het kader van een goede ruimtelijke ordening een zorgvuldige
afweging te maken over het wel of niet toestaan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De Ladder biedt hiervoor een stramien. Met nadruk dient vermeld te worden dat deze second opinion enkel een uitspraak doet over de
uitgevoerde toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Er wordt geen uitspraak gedaan over de wenselijkheid specifiek op deze locatie woningen te realiseren. Daarnaast worden ook geen uitspraken gedaan over eventuele bestuurlijke afspraken binnen de regio.
Leeswijzer Deze second opinion bestaat uit twee onderdelen: o
Oordeel over de gevolgde methodiek en motivering zoals opgenomen in het
o
Een indicatie van de uitkomst volgens RIGO (Hoofdstuk 2)
bestemmingsplan (Hoofdstuk 1)
1
Oordeel over de gevolgde methodiek en
motivering Inleiding De methodiek voor het uitvoeren van de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet strikt vastgelegd. Het is immers een procesvereiste zonder expliciet uitgewerkte
inhoudelijke voorschriften hoe het onderzoek/de toets uit te voeren. Er is echter in de loop der jaren jurisprudentie ontstaan die iets zegt over de methodiek die past bij een deugdelijk
motivatie. RIGO is hiervan op de hoogte en heeft veel ervaring met het uitvoeren van een ladderonderbouwing. Daarnaast is er ook gebruik gemaakt van de Handreiking Ladder voor
duurzame verstedelijking van het Ministerie I&M. RIGO denkt met haar methodiek zo goed
mogelijk aan te sluiten op hetgeen de wetgever voor ogen heeft bij een dergelijke toets.
Samengevat zijn de volgende elementen van belang bij een ladderonderbouwing:
Afbakening van het ruimtelijk verzorgingsgebied van het plan. Dit heeft invloed op de te hanteren cijfers aangaande woningbehoefte en de capaciteit in overige woningbouwptannen. De definitie van het ruimtelijk verzorgingsgebied is niet wettelijk vastgelegd. Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de ontwikkeling waarin het plan voorziet?
Woningbehoefte komende 10 jaar* (bron niet ouder dan 2 jaar). Dit komt in de regel neer op een cijfermatige onderbouwing. In een toelichting uitsluitend verwijzen naar gemeentelijke en regionale beleidskaders leidt tot strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro (AbRvS 25 september 2013, BR 2013/152). Inzicht in woningbouwcapaciteit in reeds vigerende woningbouwptannen waar al gebouwd gaat worden. Is deze capaciteit lager dan de behoefte voor de komende 10 jaar, dan is de
kwantitatieve (uitbreidingsbehoefte) aangetoond. Is de locatie binnen- of buitenstedelijk gelegen? Een motivatie waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied van het ruimtelijk verzorgingsgebied aan de behoefte aan de te realiseren woningen (in het plan) kan worden voorzien. -
Doorgaans wordt een indicatie van de al bestaande binnenstedelijke ruimte in kwantitatieve zin verkregen door te kijken naar het saldo van de ruimte voor woningen binnen alle harde én potentiële (zachte) binnenstedelijke plannen die op het moment van het onderzoek bekend zijn Definitie bestaand stedelijk gebied (artikel 1.1.1 Bro): 'Bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca,
alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
*
$
ABRvS 11 maart 2015, ECLENL:RVS:2015:715, r.0. 7.8. "Overeind blijft dat de motivering van zorgvuldig ruimtegebruik gebaseerd moet zijn op een
gedegen argumentatie over de te verwachten behoefte in de komende10 jaar" (een bestemmingsplan heeft een looptijd van 10 jaar en moet voor die periode gebaseerd zijn op reële inschattingen van wat zich voor kan doen in de vraag naar ruimte in dezelfde termijn als
geldigheid bestemmingsplan).
14
Algemeen
1.1.1
Toetsen aan beleid past niet in de ladderonderbouwing.
In de betreffende Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt ook ingegaan op het provinciate en
gemeentelijke beleid en de betekenis daarvan voor de woningbouw op Eemdijk-Oost. Dit komt o.a. terug in hoofdstuk 2 beteid. Ook wordt het aansluiten op dat gemeentelijke en provinciale
beleid meegenomen in de onderbouwing zelf, zoals de vitaliteit van de dorpen.
Oordeel In hoeverre het plan aansluit op gemeentelijk en provinciaal beleid is uiteraard van belang maar
hoort niet thuis in een Ladderonderbouwing (artikel 3.1.6 lid 2 Bro) als zodanig. Het besluit ruimtelijke ordening is immers een algemeen geldend wettelijk (rijks) kader die geldt voor alle
gemeenten. In het betreffende artikel 3.1.6 lid 2 Bro wordt niet gevraagd of een plan past binnen het lokale gemeentelijk beleid. Dan zou het opnemen van dit artikel in het besluit ruimtelijke ordening immers ook geen meerwaarde meer hebben. Binnen de rechtspraak wordt hier hetzelfde over gedacht: "Een toelichting waar uitsluitend wordt verwezen naar gemeentelijke of regionale beleidskaders is in strijd met artikel 3.1.6 lid 2 Bro (AbRvS 25 september 2013, BR 2013/152)."
1.1.2
Zowel als binnen- ats buitenstedelijke locatie aangemerkt in de onderbouwing
Op pagina 11 tweede opsommingsteken: "In Het plan voor Eemdijk-Oost is met 64 woningen opgenomen als concreet plan ("realisatie") in het Programma woningbouw Regio Amersfoort.
Het plan is (net als alle andere plannen binnen de gemeente) opgenomen als binnenstedelijk plan. Eemdijk-Oost staat geprogrammeerd voor de periode 2020 tot en met 2024. Uit het
provinciaal programma komt naar voren dat behoefte is aan de realisering van een woningbouwplan in Eemdijk-Oost. Het plan voor Eerndijk-Oost is met de opname in het
regionale woningbouwprogramma regionaal afgestemd."
Oordeel De tekst op pagina 11 omschrijft dat het gaat om een binnenstedelijk plan. Wij menen dat hier
geen sprake van kan zijn. Het plan is volgens ons niet als "binnenstedelijk" aan te merken gelet op de definitie bestaand stedelijk gebied (artikel 1.1.1 Bro): 'Bestaand stedenbouwkundig
samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk
groen en infrastructuur'. De volgende vier punten onderschrijven dit volgens ons: 1.
Inde betreffende Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt getoetst of het plan ook
binnenstedelijk zou kunnen worden voorzien. Dit onderdeel is alleen noodzakelijk om uit te voeren als het een buitenstedelijk locatie betreft. 2.
Het plan is in 2021 ook als uitleglocatie (dus buitenstedelijk) door de gemeente
3.
aangemeld bij de provincie in de zogenaamde Planregistratie Wonen. Op het overgrote deel van het plangebied is momenteel het bestemmingsplan
'Landelijk Gebied, 1e herziening' van toepassing. A.
De luchtfoto in figuur 1 geeft volgens ons duidelijk aan dat het hier gaat om landelijk
gebied en niet een bestaand bebouwd gebied. Het is een uitbreiding van het bestaand stedelijk gebied. Ofwel 'uitleg'.
Figuur 1: ligging plangebied
Het bevreemdt ons overigens ook dat in de provinciale Planregistratie Wonen de locatie in 2023
opeens als "verdichtingslocatie" is aangemerkt. Het begrip "verdichtingslocatie" wordt in de ruimtelijke ordening gebruikt als het gaat om binnenstedelijke verdichting. Het gaat hierbij doorgaans om braaktiggende grond, groengebieden (zoals parken, groenstroken), wegen e.d. die worden veranderd in een nieuw woongebied (met voorzieningen, winkels, openbare ruimte
e.d). Het gaat dus letterlijk om verdichting van het al bestaande stedelijk gebied. Gaat het echter om groen buiten de bebouwd kom, dan spreekt men doorgaans juist niet van een verdichting- maar van een uitleglocatie (dus niet binnenstedelijk). Wij gaan in deze second-opinion uit van een buítenstedelijke locatie.
12
Onderzoeksgebied
In de betreffende Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt gekozen voor:
Primair verzorgingsgebied: de gemeente Bunschoten. Dit is gemotiveerd op basis van
o
verhuisbewegingen uit het verleden (p.8 en p.9).
Secundair verzorgingsgebied: regio Amersfoort waarbij alleen de Utrechtse gemeenten
o
worden meegenomen; Bunschoten, Eemnes, Baarn, Soest, Amersfoort, Leusden en
Woudenberg. Dit wordt gemotiveerd op basis van de ligging (p.8 en p.9). Oordeel De methodiek om te kijken naar verhuisbewegingen uit het verleden bij de inschatting van het
onderzoeksgebied/verzorgingsgebied is een gebruikelijke methode om een indicatie te krijgen. Volgens ons had er echter rekening gehouden moeten worden met een aantal relevante
aanvullende aspecten alvorens de conclusie te trekken dat het primaire verzorgingsgebied de gemeente Bunschoten, te weten: o
De verhuisbewegingen zoals we die zien in de afgelopen jaren laat uiteraard ook zien
dat de gemeente Bunschoten, inclusief de kern Eemdijk, niet op zichzelf staat. Er zijn
juist ook verhuizingen tussen gemeenten zowel binnen de regio als van en naar CBS ongeveer plekken daarbuiten. Jaarlijks vestigen zich in Bunschoten volgens het 500 inwoners van buiten de gemeente (tegenover 1.400 interne verhuizingen). o
Inhet overgrote deel (83%) van de woningen die voorzien zijn binnen het plan is het iedereen ongeachte voormalig woonplaats momenteel vrij om te komen wonen op het
moment dat de woningen op de markt komen (zie tabe! 1). Het regionale (en landelijke)
woningtekort zorgt ervoor dat woningzoekenden juist een groter zoekgebied hanteren. Dit geldt met name voor gezinnen die veelal een voorkeur hebben aan grondgebonden woningen, zoals dit plan in voorziet. Alleen de 17% woningen die zijn voorzien in de sociale sector kunnen met voorrang worden aangeboden aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente Bunschotenf. o
Uit de gegevens, zoals in de betreffende Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost zijn
opgenomen, blijkt het volgende: De capaciteit in de al goedgekeurde harde plannen overstijgt met 1.510 (of 920) woningen (pagina 17, tabel 4) de lokale behoefte te
Bunschoten die wordt geraamd op 870 woningen voor de komende 10 jaar (pagina 13). Men bouwt hiermee dus automatisch al meer dan enkel de geraamde lokale behoefte. Dit zal extra toekomstige verhuizingen naar de gemeente oproepen, die niet zijn af te
leiden uit louter de verhuisbewegingen uit het verleden.
woningtype in plan
aandeel
woningen
sociale huur rijwoning
12
17%
midenhuur rijwoning
4
6%
betaalbare koop rijwoning
20
28%
twee onder een kap
16
22%
vrijstaand
20
28%
totaal plan
72
100%
*
<deels lokaal toe te wijzen"
Zie ook voetnoot 4.
Conclusie: In de reeds vigerend plannen binnen de gemeente kan de komende 10 jaar al meer worden gebouwd dan de geraamde lokale behoefte. Het is dus logisch dat de woningen binnen de al bestaande harde plannen én de woningen die onderdeel uit maken van het bestemmingsplan Eemdijk-Oost ook deels zullen worden betrokken door mensen van buiten
de gemeente. Er zijn vooralsnog ook maar zeer beperkte sturingsmogelijkheden om de woningen die onderdeel uitmaken van het plan lokaal toe te wijzen. Het is daarom niet
aannemelijk dat het verzorgingsbied primair de gemeente Bunschoten is maar dat het om minimaal een regionale markt gaat. Bij een regionale markt dient men bij de laddertoets ook
naar de regionale behoefte en het overige regionale planaanbod te kijken.
1.3
Kwantitatief woningaanbod (de cepeciteit in overige plannen)
In paragraaf 4.1 kop "Gepland aanbod"(p17) van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost
worden cijfers gepresenteerd over de capaciteit in harde plannen. Dit wordt gedaan voor zowel
de gemeente Bunschoten als de regio Amersfoort. Ook wordt een onderscheid gemaakt tussen harde capaciteit die gepland staat voor de komende 10 jaar en hetgeen gepland staat voor de
periode daarna.
Artikel 3.4 Voorrang bij economische of maatschappelijke binding; Huisvestingsverordening gemeente Bunschoten, Geldend vanaf 01-04-2022
$
Oordeel Wij onderschrijven de gevolgde methodiek. Het is gebruikelijk om de plancapaciteit in harde plannen te inventariseren en daarbij is gebruik maken van de provinciale gegevens als bron ook gebruikelijk. Op pagina 17 Gepland aanbod staat "De harde plancapaciteit in de gemeente Bunschoten bestaat uit 1.510 woningen tot 2042 (Tabel 4). Van de 1.510 woningen in de harde
plancapaciteit zijn 920 woningen voorzien in de periode tot 2032. De overige 585 woningen zijn voorzien in de periode 2032 2042". Hier wordt volgens ons afgeweken van de jurisprudentie. Alle harde capaciteit telt immers mee bij het bezien of er nog ruimte is voor het vaststellen van een nieuw hard plan (zoals dit bestemmingsptan).
14
De kwentitatieve woninghehoefte
Een belangrijke stap bij een tadderonderbouwing is te bezien of er voldoende behoefte aan
woningen is bovenop hetgeen al gepland staat in vigerende (harde) plannen. 1.4.1
Kwantitatieve toetsing op gemeenteniveau
Op pagina 19 van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onder de kop "VOLDOENDE
REGIONALE BEHOEFTE" de volgend tekst opgenomen: "De kwantitatieve behoefte in de gemeente Bunschoten is door het omvangrijke plan Rengerswetering voor de periode 2022-2032 licht negatief. Rengerswetering wordt echter
gebouwd om in de regionale behoefte te voorzien en niet enkel voor de gemeentelijke behoefte (zie ook onderstaand kader voor uitgebreide toelichting). De regionale behoefte is groter dan waarin Rengerswetering kan voorzien."
Oordeel Er wordt in bovenstaande quote dus ook op gemeenteniveau getoetst. Dit ís volgens de
opstellers van het rapport het primaire verzorgingsgebied (de gemeente Bunschoten). Bij deze toetsing op gemeenteniveau zijn de volgde belangrijke opmerkingen van belang: 1.
De eerste zin "De kwantitatieve behoefte in de gemeente Bunschoten is door het omvangrijke plan Rengerswetering voor de periode 2022-2032 licht negatief". Er kan hieruit niet anders geconcludeerd worden dat de toets op gemeenteniveau in
kwantitatieve zin dus niet slaagt. Dit volgt ook uit de cijfers die hierbij gepresenteerd worden in de tabel. Deze conclusie is niet expliciet geformuleerd in de rapportage. Er is
echter op basis van de gepresenteerde cijfers geen ander conclusie te trekken dat; uitgaande van de gemeente Bunschoten als primaire verzorgingsgebied, kan in
kwantitatieve zin niet gemotiveerd worden dat er ruimte is voor de bouw van de 72 extra woningen. De ruimte die de harde plancapaciteit in de gemeente biedt is immers al hoger dan de geraamde lokale behoefte. NJ
Er is al binnen de gemeente sprake van een omvangrijk plan "Rengerswetering"
(waardoor zoals aangegeven de harde capaciteit dus al hoger is dan de behoefte). De opstellers van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost geven hierbij het volgde aan: "Rengerswetering wordt echter gebouwd om in de regionale behoefte te voorzien en niet enkel voor de gemeentelijke behoefte
Er …".
De regionale behoefte is groter dan
waarin Rengerswetering kan voorzien." Dit is een bijzondere opmerking op deze plaats. Het is niet duidelijk wat er met "echter" wordt bedoeld. Er is hier in ieder geval geen
sprake van een uitzonderlijke situatie die ervoor zorgt dat er op gemeenteniveau
eigenlijk wel een tekort is aan harde plancapaciteit ten opzichte van de gemeentelijke behoefte, omdat het plan Rengerswetering enkel voorziet in een regionale behoefte. (In de raming van de gemeentelijke behoefte zit overigens ook migratie). Het al vigerende
plan Rengerswetering is ook beschikbaar voor de lokale woningzoekende. Ook kan
(zoals eerder aangegeven) het plan Eemdijk-Oost niet enkel aan inwoners van
Bunschoten worden toegewezen. Er wordt hier onterecht gesuggereerd dat een bepaalde locatie in de regionale behoefte voorziet en een andere locatie in enkel de lokale behoefte. Verder staat er "…De regionale behoefte is groter dan waarin Rengerswetering kan voorzien". Ook deze opmerking kunnen wij niet plaatsen als ter
zake doende. De regionale behoefte is immers altijd groter dan de capaciteit binnen een individuele woningbouwlocatie. De regionale behoefte hoeft ook niet alleen op deze
locatie te worden voorzien. Er zijn veel meer bouwlocaties in de regio. 2
Verwarrend is dat men ook de behoefte na 2032 in beeld brengt en dit terug laat komen in de ladderonderbouwing. De prognose van de behoefte voor de periode verder dan 10
jaar is immers niet van toepassing op een ladderonderbouwing. Een bestemmingsplan heeft een looptijd van 10 jaar en moet voor die periode
gebaseerd zijn op reële inschattingen van wat zich voor kan doen in de vraag naar ruimte. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu geeft ook aan: "Overeind blijft dat de motivering van zorgvuldig ruimtegebruik gebaseerd moet zijn op een gedegen argumentatie over de te verwachten behoefte in de komende 10 jaar" Bron: Handreiking
Ladder voor duurzame verstedelijking p.21 (op een na laatste alinea). Opvallend is dat op een aantal pagina's eerder (pagina 9) van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost ook staat: "De Ladderonderbouwing heeft betrekking op de periode
2022-2032. Door uit te gaan van een periode van tien jaar wordt aangesloten op de planhorizon van het bestemmingsplan". Dat men even later in het rapport de behoefte na 2032 opneemt is dus zowel inconsequent als niet ter zake doende.
Conclusie: Als ervan wordt uitgegaan dat het plan bestaande uit 72 grondgebonden woningen enkel in een lokale gemeentelijke behoefte zal voorzien dienen we te concluderen dat er hiervoor onvoldoende ladderruimte is. Er kan immers binnen de reeds vigerend harde plannen
de komende 10 jaar al meer worden gebouwd dan de geraamde lokale behoefte voor die
periode. Dit blijkt uit cijfers over de lokale behoefte en de plancapaciteit in harde plannen zoals opgenomen in de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost. Het lokale gemeentelijke niveau is
volgens de opstellers van de toets het primaire verzorgingsgebied. De toets slaagt op gemeentelijk niveau dus niet. 1.4.2
Kwantitatieve toetsing op regioniveau
Op pagina 19 van de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt onder de kop "VOLDOENDE REGIONALE BEHOEFTE" de volgend tekst opgenomen: "In de regio is daarmee ruim voldoende behoefte voor de ontwikkeling van 64 woningen in
Eemdijk-Oost…."
Oordeel Hier wordt dus op regioniveau getoetst. Uitgaande van de cijfers zoals opgenomen in de
rapportage klopt deze conclusie. De harde plancapaciteit in de regio Amersfoort is momenteel kleiner dan de geraamde regionale behoefte voor de komende 10 jaar. Hiermee is de regionale behoefte aangetoond. Dit betekent nog niet dat de locatie "in Eemdijk-Oost" is aangetoond. Hiermee is uiteraard nog niet aan de laddertoets voldaan. Het is inmers een buitenstedelijke
locatie. Juist het bezien of er noodzaak is om buitenstedelijk te bouwen, is een belangrijk onderdeel van de ladder voor duurzame verstedelijking en de mede de reden waarom deze is opgenomen is in het Bro.
15
De kwelitatieve waningbehoette
In de betreffende laddertoets wordt op verschillende plekken de kwalitatieve woningbehoefte
genoemd. In paragraaf 3.2 pagina 14 wordt een toelichting gegeven bij de totstandkoming van de cijfers.
1.5.1
Geentoetsing bouwprogramma
Allereerst constateren we dat er in de rapportage geen cijfermatige onderbouwing van de
kwalitatieve vraag wat betreft het bouwprogramma zoals opgenomen in het bestemmingsplan
Eemdijk-Oost. Er wordt ook niet aangegeven in hoeverre andere bouwplannen of het vrijkomend aanbod als gevolg o.a. vergrijzing hier al in voorzien. Een cijfermatige onderbouwing die naast de kwantitatieve behoefte ook ingaat op de
kwalitatieve behoefte is niet een vast voorgeschreven vereiste. Dit laatste geldt overigens ook voor de behoefte naar woonmilieu (zie volgende paragraaf).
1.5.2
De gebruikte methodiek bepaling behoefte naar woonmitieu
Onder de kop "VRAAG NAAR DORPS/LANDELIJKE WOONMILIEU" op pagina 17 wordt toegelicht hoe men komt aan de behoefte aan het zogenaamde dorps/landelijk woonmilieu:
"Voor de regio Amersfoort zijn de woonvoorkeuren naar woonmilieu in beeld gebracht aan de
hand van het meest recente landelijke woonwensenonderzoek WoON2018 (Ministerie van BZK en CBS, 2019). Eemdijk-Oost wordt ontwikkeld in een dorps/landelijk woonmilieu.
29% van de respondenten in de regio heeft een voorkeur voor een dorps/landelijk woonmilieu (Tabel 3). Rekening houdend met een groei van 14.925 huishoudens tot 2032 in de Regio Amersfoort bedraagt de totale vraag naar woningen in een dorps/landelijk
woonmilieu 4.325 woningen. In Bunschoten is vraag naar 250 woningen in een dorps/landelijk woonmilieu."
Oordeel Wij concluderen dat het bureau BSP op basis van het WoOn-behoefteonderzoek een berekening heeft gemaakt van de toekomstige vraag, onderverdeeld naar woonmilieu, welke
sterk afwijkt van regulier woningbehoefteonderzoek zoals uitgevoerd en gebruikt door
Universiteiten, het Ministerie van BZK, Provincies en onderzoeksbureaus die hierin gespecialiseerd zijn zoals Companen, ABF en RIGO.
De gehanteerde methode om de behoefte naar woningmilieu in beeld te brengen is volgens ons
onvoldoende en levert cijfermatige uitkomsten op waar men volgens RIGO geen enkele conclusies aan kan verbinden ten aanzien van de bouwopgave of een eventuele kwalitatieve
toetsing van het plan. De methodiek is niet alleen zeer ongebruikelijk, er wordt ook voorbijgegaan aan een aantal fundamentele zaken met betrekking tot de werking van de woningmarkt. Zo wordt er geen rekening gehouden met het feit dat bestaande voorraad een belangrijke rol speelt bij het inwilligen van woonvoorkeuren, een groot deel van de verhuizingen
zorgt immers voor (specifiek) vrijkomend aanbod en dat de komende 10 jaar de samenstelling van de bevolking verandert. Zie voor een nadere uitleg tekst kader 1.
KADER 1. Nadere toelichting onjuistheid methodiek kwalitatieve woningbehoefte In het WoOn-behoefteonderzoek wordt aan mensen (die binnenkort) willen verhuizen, naast
woningtype, ook gevraagd naar welk woonmilieu men zou willen verhuizen. Door het aandeel van de respondenten met een voorkeur voor een dorpswoonmilieu toe te passen op de geraamde huishoudensgroei wordt voorbijgegaan aan een aantal zaken, te weten: 1.
Voor huishoudens met een voorkeur voor een woonmilieu geldt dat dit niet alleen de nieuwbouw betreft. Een groot deel van het woningaanbod ontstaat juist door woningen die vrijkomen na verhuizing (bijvoorbeeld in het dorps/landelijke woonmilieu). Mensen die naar een gewenste woonmilieu vetrekken laten ook een
woning achter in het woonmilieu waarin ze nu wonen. Het is niet zo dat huishoudens die nu in het dorps/landelijk woonmilieu wonen niet naar een ander woonmilieu verhuizen. Theoretisch kan het zelfs zo zijn dat als 30 procent een dorps/landelijk
woonmilieu wenst en de rest (het merendeel) een ander type woonmilieu (maar nu deels in een landelijk dorpsmilieu) er per saldo geen uitbreidingsbehoefte hoeft te zijn aan dit dorps/landelijk woonmilieu. Omdat ook het vrijkomend aanbod als gevolg van verhuizingen belangrijk is om mee te nemen, wordt hier in regulier (lees 2.
professioneel) woningbehoefteonderzoek juist rekening mee gehouden. De woonwensen van huishoudens op enig moment, kunnen niet zomaar toegepast worden op de toekomstige huishoudensgroei als totaal voor de komende tien jaar. De komende 10 jaar vinden er immers ook veranderingen plaats wat betreft de samenstelling van de bevolking. Die ziet er dus anders uit dan tijdens de meting van de woonvoorkeuren (in 2018). Zijn er bijvoorbeeld veel jonge gezinnen die een woning zoeken? In de komende 10 jaar kan dit aandeel relatief gezien juist afnemen als gevolg van demografische ontwikkelingen. Daarnaast kan als gevolg van vergrijzing, een grotere groep een gezinswoning (moeten) achterlaten (die daardoor vrijkomt). Dit speelt juist vaak ook in dorpse/landelijke woonmilieus. Er is in de
methodiek geen rekening gehouden met dergelijke verschuivingen zoals het 3
vrijkomend aanbod als gevolg van vergijzing. In de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt ervan uitgegaan dat de voorkeuren naar woonmilieu zoals gemeten op regioniveau ook hetzelfde zijn op gemeenteniveau (tabel 3 pagina 15). Men gaat er dus vanuit dat de woonmilieuvoorkeur overal hetzelfde is. Dit impliceert dat mensen die een woning wensen te Bunschoten naar verhouding exact hetzelfde willen als die in Amersfoort
willen wonen. Dit lijkt ons veel te ver afstaan van de werkelijkheid.
16
Te weinig binnenstedelijke ruimte om in de behoefte te voorzien? Alleen beperkt kwalitatief getoetst
1.6.1
Er wordt in de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost niet kwantitatief getoetst in de zin of het
aantal te realiseren woningen (in het plan) ook binnenstedelijk zou kunnen worden voorzien. In plaats daarvan wordt enkel gekeken of er binnenstedelijk nog plaats is voor het realiseren van een (soortgelijk) plan van minimaal gelijke omvang en dichtheid met een landelijk dorps
woonmilieu. Oordeel methodiek
Enkel kijken naar de binnenstedelijke ruimte voor het realiseren van een (soortgelijk) dorps/landelijk woonmilieu levert volgens ons een onvoldoende motivering op om aan te tonen dat er binnenstedelijk onvoldoende ruimte is om in de vraag te voorzien. De volgende redenen
zijn daarbij van belang:
het wetsartikel (Artikel 3.1.6 lid 2 Bro) staat "de behoefte aan de te realiseren woningen". Hier staat dus niet "de behoefte aan het betreffende woonmilieu". In de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost wordt volgens ons enkel de kwantitatieve behoefte aangetoond. En dat betreft het regionale niveau. Op gemeenteniveau wordt dit juist niet aangetoond. Er is volgens ons geen deugdelijke onderbouwing gegeven of en in welke mate de komende 10 jaar een regionaal tekort aan dit type woonmilieu wordt voorzien
(zie ook paragraaf 1.5). Er is zowel provinciaal al regionaal geen onderzoek voorhanden naar de uitbreidingsbehoefte naar dit type woonmilieu. Het gebruik van woonmilieus bij het bepalen van de kwalitatieve behoefte (en een eventueel tekort hieraan) is overigens
ook geen gemeengoed en ook nergens voorgeschreven. De redenatie dat de locatie is
bedoeld voor de lokale behoefte en er dus ook een vraag naar landelijk dorps wonen zal dat er zijn in de komende 10 jaar is ook geen argument. Uit de cijfers is juist af te leiden waar de harde is in lokale plancapaciteit al in bovenop hetgeen uitbreidingbehoefte geen wordt voorzien voorziet (par 1.4.1).
-De
wetenschappelijke literatuur geeft aan dat huishoudenssarmenstelling en inkomen
zeer bepatend zijn in de vertaling naar woonwensen. Deze vertaalt zich in eerste instantie naar het woningtype grondgebonden/appartement en het koop-/huurniveau. Deze keuze naar woningtype (omvang en prijs) wordt in woningmarktonderzoek gezien als een van de
belangrijkste factoren voor een verhuizing, naast de beschikbaarheid van woningen met name in gebieden met grote woningtekorten zoals hier ook het geval is. Het is juist daarom dat een woningzoekende uit de regio een voor hen betaalbare grondgebonden
woning binnen het bebouwde gebied ook gewoon als optie zal zien en niet enkel een woning zal accepteren die onderdeel uitmaakt van een uitbreidingsplan van een kern in het landelijk gebied. Er dient volgens ons dus wel degelijk gekeken te worden of er binnen het bestaand bebouwd
gebied van de gehele regio al of niet voldoende ruimte is om in de behoefte te voorzien. En niet enkel of het een binnenstedelijk landelijk dorpswoonmilieu betreft. Dus los van het feit dat de behoefte aan dit woonmilieu onvoldoende cijfermatig inzichtelijk is gemaakt (zie 1.4.2). De
behoefte (de woningzoekende) is immers ook regionaal, zoals al eerder in de
Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost is aangetoond (en waar ook de opstellers van het rapport van uitgaan).
Aanvullende beperkende voorwaarden niet conform de geest van de wet Bij het zoeken naar alternatieve binnenstedelijke locaties heeft BSP nog een tweetal andere criteria gehanteerd. Dat zijn:
"Voor 64 woningen in een dorps/landelijk woonmilieu dient de inbreidingslocatie wel een
substantiële omvang te hebben" (pagina 22 eerste alinea). En later "Geen van de plannen voorziet in voldoende ruimte voor de ontwikkeling van 65 woningen met eendichtheid van 15 woningen per hectare" (pagina 23 laatste alinea).
Oordeel De opstellers de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost kijken niet of
"….
binnen het bestaand
stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." (Artikel 3.1.6 lid 2 Bro) maar men kijkt of het plan zelf (m.b.t. omvang en dichtheid) binnenstedelijk kan worden voorzien. Het zal
menigeen duidelijk zijn dat dit niet bedoeld is door de wetgever. Dan zou het eenvoudig worden om een plan van 5.000 woningen te maken, en vervolgens aan te tonen dat er binnenstedelijk geen ruimte is voor een aaneengesloten plan voor 5.000 woningen. Het gaat uiteraard om de
som van het totaal aantal woningen waarvoor elders binnenstedelijk (alternatieve) ruimte is.
Dus ook als het meerdere kleinere plannetjes zijn. Wij zijn ook niet bekend met het fenomeen dat woningzoekenden een nieuwe woning afslaan omdat er in de betreffende straat maar vijf nieuwe woningen gebouwd zijn. Kortom, vanuit de behoefte is er geen enkele reden om een
minimale omvang van 65 woningen toe te passen. In Artikel 3.1.6 lid 2 Bro gaat het expliciet om het voorzien in deze behoefte en niet over het voorzien in een minimale omvang van een
bouwplan.
Vitaliteit "De locatie dient bij te dragen aan de vitaliteit van het dorp". En later als conclusie "Elders in de regio is het niet mogelijk om perspectief te bieden voor de leefbaarheid en vitaliteit van het
dorp Eemdijk (een na laatste alinea p24)"
Oordeel
Vitaliteit is geen onderdeel van de ladder voor duurzame verstedelijking. (Dat mag uiteraard wel een aspect zijn van overig gemeentelijk beleid). En ja, er is geen speld tussen te krijgen dat binnenstedelijk bouwen elders in de regio (of in de kern van Bunschoten zelf) niet kan bijdragen
aan de vitaliteit van het dorp Eemdijk. Dat is ook niet de doelstelling van het wetsartikel. Het
doel is onder meer om niet buitenstedelijk te bouwen indien er nog voldoende binnenstedelijke ruimte te benutten is.
2
Aanvullende toets binnenstedelijke ruimte (RIGO)
Er is in de betreffende Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost niet expliciet getoetst of in
kwantitatieve zin binnen het bestaand stedelijk gebied
-
van het ruimtelijk verzorgingsgebied
-
aan de behoefte aan de te realiseren woningen (in het plan) kan worden voorzien. Wij doen dat
hier wel.
2.1
Toets gemeenteniveen
Zoals eerder aangegeven blijkt uit de gegevens zoals opgenomen in de Ladderonderbouwing Eemdijk-Oost dat de ruimte in al vigerende plannen binnen de gemeente groter is dan de geraamde lokale behoefte. Uit de cijfers blijkt dat op gemeenteniveau geen sprake is van een resterend kwantitatieve behoefte voor de komende 10 jaar die niet in de al goedgekeurde
plannen kan worden voorzien. Volgens ons is het daarom -uitgaande van het gemeenteniveau als verzorgingsgebied op dit moment in onvoldoende mate te -
motiveren waarom buiten het stedelijk gebied woningen toe te voegen zoals voorgesteld in het bestemmingsplan Eemdijk-Oost. Ook kwalitatief gezien (woningtypen en prijsniveau)
zijn er volgens ons binnen de resterende plancapaciteit in de gemeente (harde plannen) voldoende mogelijkheden voor het realiseren van het bouwprogramma zoals voorgesteld in dit plan. We kijken hier dan niet eens naar de overige ruimte in andere zachte binnenstedelijke plannen.
2.2
Toets regioniveeu
Ruimte voor meer harde plannen is aangetoond Deze behoefte voor de komende 10 jaar wordt in de betreffende ladder onderbouwing geraamd op 14.920. Het harde planaanbod is 7.210 en de een resterende behoefte (ladderruimte) van
7.715 woningen (zie pagina 19 van de ladderonderbouwing). Hiermee is dus duidelijk dat als we op regioniveau toetsen er voldoende kwantitatieve ladderruimte is voor het betreffende plan van 72 woningen. De binnenstedelijke ruimte om in de behoefte te voorzien
Er dient gemotiveerd te worden waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden
voorzien. De binnenstedelijke ruimte kan gevonden worden om te kijken naar de op dit moment
bekende zachte binnenstedelijke plannen. We kijken hier of de resterende behoefte (buiten dat
wat al in harde plannen zit) binnenstedelijk kan worden voorzien. Er is in de ladderonderbouwing niet regionaal getoetst of het aantal woningen waarin het plan
voorziet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien. De provincie Utrecht inventariseert de plancapaciteit bij ieder van haar gemeenten (de
planregistatie wonen provincie Utrecht). De gemeenten geven zelf de capaciteit door in haar
plannen evenals kenmerken zoals o.a. de status (hard / zacht) en het type locatie. De gegevens zijn op geaggregeerd niveau ook te vinden op de planmonitor wonen van de provincie Utrecht
(ktips://man torwonen.provincie-uirecht.ni). De locaties en een samenvatting van de gegevens / je Ieest cue zijn ook terug te vinden op de website (:
da
HOER
RIGO beschikt over deze gegevens op planniveau per 1-1-2023
(Zie ook de tabellen 2 en 3).
Totale capaciteit
Type ocate : onbekend (vertrouwelijke locaties)
Uitbreiding/uiteg
Binnenstedelijk* Amersboort
16.931
9.934
4.066
2931
Baarn
1,337
251
598
488
Bunschoten
2102
2.073
0
29
Eemnes
1.371
95
170
1.106
Leusden
1.708
272
919
517
Soest
3.114
1.733
620
761
Woudenberg
2.092
30
1.798
264
Regio Amersboort (Utrechtse deel)
28.655
14.388
8.171
6.096
*Locaties aangeduid met herstructurering, transformatie, of verdichting.
Totale capaciteit
Harde plannen
Baarn
status onbekend
Zachte plannen al in voorbereiding ofalin een visie
binnenstedelik Amersfoort
Bron: planregistratie wonen provincie Utrecht
eerste idee ofoptie
3,934
1.950
1.545
439
Ô
251
145
106
0
0
2.073
1.392
663
18
0
Eemnes
95
95
0
0
0
Leusden
272
175
97
0
0
1.133
347
698
500
188
Bunschoten
Soest
Woudenberg
Regio Amershoort (Utrechtse deel)
30
30
0
0
0
14.388
4,134
9.109
957
188
"Locaties aangeduid met herstructurering, transformatie, of verdichting.
Bron: planregistratie wonen provincie Utrecht
Uit de actuele cijfers, zoals opgenomen in de planregistratie wonen, blijkt dat een groot deel van de plancapaciteit in de regio is gelegen op binnenstedelijke locaties. Van deze capaciteit is
totaal 9.109 woningen onderdeel van een zacht plan welke al in voorbereiding is of in een visie genoemd. Dit is dus nog los van de capaciteit op binnenstedelijke locaties die de gemeenten al wel hebben benoemd, maar nog als een eerste idee of optie aangeduid hebben. Ook tellen we de capaciteit op vertrouwelijke locaties, waarvan de ligging ons niet bekend is, niet mee. De eerdergenoemde resterende regionale ladderruimte zoals opgenomen in de
ladderonderbouwing van 7.715 woningen zou dus kunnen worden voorzien op de nu al
bekende binnenstedelijke zachte locaties. We concluderen dat de cijfers aantonen dat er voldoende binnenstedelijke ruimte in de regio aanwezig lijkt te zijn om in de geraamde (regionale) vraag te voorzien voor de komende 10 jaar. Er is volgens ons onvoldoende mate gemotiveerd waarom dit buitenstedelijk gelegen
bestemmingsplan Eemdijk-Oost zou voldoen aan de ladder voor duurzame verstedelijking met als reden dat het plan in een woningvraag voorziet waar binnenstedelijk onvoldoende ruimte voor zou zijn.
Postbus 711/0
NL -1008 BD AMSTERDAM
Be
ee
PNT
UIEN
TE PT REE
ENE
OESAT
LETGed
5,
LEE NE 2
GE ‚
Pa
Ld
Ye k
Nd
RES
ERS
ret ta
(LANG
tE
onserGS, RA renten
IU
SAM NEK
Ht
LRNEVS Lit
AK reren
te
magt
oe
En
ok
Senne
AE
VH
Ws
Intragost BV
Kometenplein 37 S215ME S-HERTOGENBOSCH The Netherland
Aan etekend
postnt Frankering betaald
D-A-1
RyS afdBestuursrechtspraak Postbus 20019
3SMGXY8339828
2500EA 'S-GRAVENHAGE
Racommandà
NL
it
H
ol
NN an
BIAR
taatga
ä:nietin
j
tang
BSMGKVSSSSBZS
"ri