Bijlage 3. Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Bunschoten 2040 v1.docx
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp omgevingsvisie Bunschoten 2040 ----------------------------------------------------------------------------------------Het ontwerp van de omgevingsvisie Bunschoten heeft er inzage gelegen van 19 januari 2023 tot en met 2 maart 2023. Tijdens deze periode van ter inzagelegging zijn in totaal 3 zienswijzen ingediend.
1. Stichting Natuur- en Milieuzorg NW-Veluwe d.d. 27 februari 2023 Algemeen De stichting geeft aan graag betrokken te willen worden bij de verdere uitwerking en toekomstige aanscherping van de omgevingsvisie. Met geeft aan met name het onderdeel Landschap en Natuur (Flora en Fauna) te missen in de aanscherping. “Temeer daar de oostgrens van uw gemeente gelegen op de Laak, direct grenst aan de unieke Polder Arkemheen, die grotendeels Europese bescherming geniet als Natura 2000 gebied.” De stichting verzoekt om in de verdere uitwerking/verdieping van de Omgevingsvisie Bunschoten de volgende aspecten uit te werken. Een verbetering van de basiskwaliteit van natuur en landschap ook buiten beschermde natuurgebieden en beschermde landschappen. Realisatie van meer leefgebieden voor weidevogels en verbetering van de huidige condities van leefgebieden van weidevogels. Natuur- en landschaps-inclusief bouwen als uitgangspunt opnemen bij nieuwe planvorming en bij nieuwe bouw- en inrichtingsplannen. Toepassing van een biodiversiteitstoets in nieuwe omgevingsplannen/-vergunningen waarin wordt beschreven wat de staat is van de biodiversiteit in en bij de planomgeving en op welke wijze het plan bijdraagt aan behoud en versterking van de biodiversiteit. Goede zonering van de recreatie zodat gevoelige natuur en gevoelige locaties (foerageer-, rust- en broedplaatsen) worden ontzien.
Bescherming van rode lijstsoorten en verbeteren van de leefomstandigheden daarvoor. Verlichting in het buitengebied: als basisprincipe de nee, tenzij benadering toepassen, dus geen verlichting in het buitengebied en als het toch moet dan zo natuur- en milieuvriendelijk mogelijk > kernkwaliteit donkerte. Ook geeft men aan betrokken te willen worden bij initiatieven die invloed uitoefenen op de polder Arkemheen (en het Natura 2000 deel). Aansluitend gaat de stichting in op diverse onderdelen van de ontwerp omgevingsvisie. Reactie: De thema’s landschap en natuur worden uitdrukkelijk behandeld in de omgevingsvisie. Behoud en bescherming van het open landschap is daarin een belangrijk uitgangspunt. De unieke ligging van het open landschap in de nabijheid van beschermde natuurgebieden is expliciet beschreven. In de omgevingsvisie wordt aangegeven dat een landschappelijk inpassingsplan nodig is bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. In de omgevingsvisie wordt de ambitie benoemd om, samen met agrariërs, meer biodiversiteit te realiseren. Hoe we dat concreet gaan doen werken we later uit. In dat kader kan ook bezien worden of een biodiversiteitstoets een bij Bunschoten passend instrument is. Natuurinclusief bouwen is genoemd in de omgevingsvisie als onderwerp waar we aandacht aan willen schenken.
Buitengebied De stichting verzoekt ook De Laak (Natura2000 Arkemheen) op te nemen in de opsomming natuurgebieden buitengebied in de tekst. De stichting verzoekt de tekst die betrekking heeft op de kustzone naast de Zuidwenk, tot aan de gemeentegrens met Nijkerk, aan te vullen met “De aanwezigheid van de authentieke Polder Arkemheen (Europees beschermd Natura 2000 gebied) direct gelegen op de Laak, vraagt daarbij om extra aandacht.” De stichting geeft in haar zienswijze even verderop aan graag betrokken te willen worden bij een gebiedsvisie op deze zone. De stichting geeft aan de ambitie van de gemeente Bunschoten toe te juichen om samen met de buurgemeenten binnen het Nationaal Landschap Arkemheen – Eemland een omgevingsprogramma Landelijk Gebied te ontwikkelen. Reactie: Het spreekt vanzelf dat bij het opstellen van een gebiedsvisie op de genoemde kustzone rekening moet worden gehouden met de nabijheid van de Polder Arkemheen en de instandhoudingseisen die voor dit Natura 2000 gebied zijn geformuleerd. Dat hoeft niet expliciet in de omgevingsvisie te worden opgenomen. Bedrijventerreinen Zuid In de omgevingsvisie wordt de ambitie beschreven betreffende de uitbreiding en ontwikkeling van de bedrijventerreinen zuid. Ook wordt genoemd de mogelijke verbreding van de N199.
In reactie hierop vraagt de stichting aandacht voor het behoud van de zogeheten “wespentaille”, (de Ecologische zone tussen het Utrechtse Eemland en de Gelderse polder Arkemheen). Men noemt de instandhouding en versterking van deze verbindingszone van groot belang en vraagt de gemeente deze ambitie op te nemen in de omgevingsvisie. Hierbij wordt verwezen naar een het rapport van de Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Utrecht d.d. december 2009 en de brief van Gedeputeerde Staten Provincie Utrecht aan Provinciale Staten d.d. 30 maart 2010. Deze documenten zijn als bijlage bij deze Nota gevoegd. Reactie: De zogeheten “wespentaille” dateert uit een rapport van 2009 en heeft geen bijzondere status gekregen. Evenwel wil de gemeente Bunschoten voorkomen dat er een aansluiting tot stand komt van de bebouwing vanuit Amersfoort en vanuit Bunschoten-Spakenburg. Een voldoende brede zone om de kenmerkende openheid van het landschap te bewaren dient in stand te blijven. De zienswijze leidt op dit punt tot een aanpassing van de omgevingsvisie.
Aan het onderdeel “uitbreiding en ontwikkeling” onder het “Toekomstperspectief” voegen we toe dat “randvoorwaarde voor verdere uitbreiding en ontwikkeling is dat er een voldoende brede zone in stand blijft om de kenmerkende openheid van het landschap tussen de bebouwingzones van bedrijventerrein Haarbrug Zuid en vanuit Amersfoort te waarborgen.” Buurtschap Zevenhuizen De stichting pleit “voor een ruimtelijk verantwoorde inpassing van Vathorst-Bovenduijst in dit open nog vogelrijke weidelandschap (kernkwaliteit van dit gebied). De wijk VathorstBovenduijst zal een enorme aantasting betekening van deze Kernkwaliteit , de Openheid en de Wespentaille geweld aan doen.” Reactie: Wij nemen hier kennis van en wensen inderdaad de openheid van het landschap zoveel mogelijk te beschermen. De inpassing van Vathorst-Bovenduijst is evenwel een primaire verantwoordelijkheid van de gemeente Amersfoort. Zuidwenk Naar aanleiding van de beschreven ambitie, geeft de stichting opnieuw aan het van groot belang te achten dat bij de aanleg van het bedrijventerrein Kronkels-Zuid er waarborgen komen voor behoud en versterking van de Wespentaille (zie teksten hiervoor). En naar aanleiding van de opmerking dat de gemeente streeft naar de aanleg van een recreatieve zone langs de rengerswetering, verzoekt de stichting in te blijven zetten op behoud van het
open weidelandschap ten oosten van de rengerswetering, waarbij er wat de stichting betreft geen verbinding mag komen tussen industrieterrein Groene Weg en de Zuidwenk. Reactie: Ten aanzien van de wespentaille, zie hiervoor onder “Bedrijventerreinen Zuid”. Ten aanzien van de recreatieve zone langs de rengerswetering geldt dat behoud van het open landschap in zijn algemeenheid uitgangspunt is, zoals ook in de omgevingsvisie verwoord. Dat neemt niet weg dat soms aanvullende keuzes nodig zijn, waarbij zorgvuldige inpassing belangrijk is. Bodem, lucht en water De stichting verzoekt de tekst als volgt op te nemen: “De Laak en de Rengerswetering als onderdeel van de Laakzone zijn afwateringsriviertjes en geschikt voor extensieve vaarrecreatie (kleine fluisterbootjes). De Eem is voor beroeps- en recreatievaart. Waar zich kansen voordoen willen we deze kwaliteiten versterken. Recreatie: Wat ons betreft is dit een goede toevoeging. De tekst van de omgevingsvisie wordt conform voorstel gewijzigd. Energie De stichting wordt graag betrokken bij het afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit.
De stichting juicht de uitgangspunten in de omgevingsvisie toe, waar staat: “We zorgen voor actueel beleid, als onderdeel van een omgevingsprogramma duurzaamheid, dat ervoor zorgt dat wij initiatieven voor de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit en voor de duurzame voorziening in onze warmtevraag zorgvuldig af te wegen en in te passen. Bij het ontwikkelen hiervan is behoud en bescherming van het open landschap uitgangspunt. Onze opbrengsten komen mede ten goede aan onze gemeenschap. Het vastgestelde beleid verwerken we in ons omgevingsplan. We benutten allereerst de mogelijkheden die het buitengebied zo min mogelijk aantasten.” Reactie: Het afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit is al vastgesteld in de raadsvergadering van 30 juni 2022. Wij nemen er kennis van dat de stichting de in de omgevingsvisie over dit onderwerp opgenomen uitgangspunten toejuicht. Werken en ondernemen De stichting geeft de gemeente mee groot voorstander te zijn van het inbreiden en revitaliseren van oudere industrieterreinen. Dit beperkt de ruimteclaim op het buitengebied. Reactie: Hier nemen wij kennis van. Agrarische sector De stichting is van mening dat een voedselbos niet past in een extreem open landschap. Zij stelt dat de gemeente daarmee de eigen kernkwaliteit, beschreven als “Bunschoten als eiland in een groene ruimte”, hiermee echt onderuit haalt.
De stichting beschrijft als “zeer goed” dat de gemeente samen met agrariërs aan de slag gaat om meer biodiversiteit in het landschap te realiseren. Reactie: Het is niet per se zo dat het realiseren van een voedselbos nooit past bij het waarborgen van het open landschap. Afhankelijk van de specifieke locatie kan een voedselbos wel degelijk denkbaar zijn. Recreatie en toerisme Over de Laak en de Rengerswetering stelt de stichting het volgende. “U beschrijft “dat de Laak en Rengerswetering aantrekkelijk water is om te recreëren”. Wij zijn van mening dat hier waarborgen nodig zijn en randvoorwaarden i.v.m. de bescherming van de bijzondere Landschappelijke natuurwaarden. Immers de ligging van de Laak als integraal onderdeel van Polder Arkemheen en belangrijke blauwe drager van het landschap vereist een goede
bescherming van de Laak! Bovendien is de oostelijke Kade en het water van de Laak tot op uw gemeentegrens een integraal onderdeel van het Natura 2000 gebied Arkemheen met Europees beschermde waarden. Dus alleen extensieve recreatie en kleine (stille) bootjes en kano’s op de Laak tot de N806 (Nijkerkerweg), via de Kooi (Schutsluis) en de Rengerswetering. De stichting plaatst grote vraagtekens bij de ambitie om voor fietsers en voetgangers een verbinding met de Amersfoortseweg te realiseren in het poldergebied achter de A1. Dit is namelijk de zogeheten “wespentaille” waar al eerder in de zienswijze de aandacht op is gevestigd. Nader ecologisch onderzoek is vereist in verband met de daar voorkomende vogelpopulaties. Ook vraagt de stichting aandacht voor het versterken van de zwaluwenwand. De stichting pleit voor het inkorten van het door gele tonnen gemarkeerde motorbootgebied ten zuiden van de vaargeul tussen het stoomgemaal Hertog Reijnout en de haveningang van Spakenburg. Dit omdat steeds eerder in het jaar speedboten etc. met hoge snelheid door dat gebied varen en daarmee nog aanwezige beschermde Natura2000 vogelsoorten (Smient, Kleine Zwaan, Krakeend, Duikeend, Kleine en Grote Zaagbek, etc. verstoord.
De stichting verzoekt een thema uit te breiden, namelijk beschermen landschappelijke- en natuurwaarden, en daarbij de volgende tekst op te nemen: “Inwoners hechten veel waarde aan behoud en versterking van het landschap, boven het toestaan van nieuwe ontwikkelingen. Het open landschap wordt sterk gewaardeerd. Dat geldt ook voor het agrarisch karakter van het buitengebied. Vrij algemeen is het oordeel dat dit nu eenmaal kenmerkend is voor het gebied. Dat betekent dat nieuwe ontwikkelingen vragen om een landschappelijk inpassingsplan, waarmee een initiatiefnemer aantoont hoe het initiatief onze landschappelijke waarden behoudt of zelfs versterkt. Verder moet bij nieuwe initiatieven rekening worden gehouden met de nabije ligging van Natura2000 gebieden Eemmeer & Gooimeer Zuidoever en de authentieke polder Arkemheen. Reactie: De zin dat de Laak en Rengerswetering aantrekkelijk water zijn om te recreëren staat in een beschrijving van de huidige situatie. Het is een constatering, geen beleidsuitspraak. Bij het thema “natuur en landschap” is beschreven dat bescherming van het gebied langs de Laak belangrijk is. Bij het thema “bodem, lucht en water” is beschreven dat de Laak geschikt is voor extensieve vaarrecreatie.
De ambitie om voor fietsers en voetgangers een verbinding te realiseren met de Amersfoortseweg, in het poldergebied achter de A1, vloeit onder meer voort uit de inbreng tijdens de participatie voor deze omgevingsvisie. Het spreekt vanzelf dat inpassing zal moeten voldoen aan landschappelijke, natuurlijke en ecologische randvoorwaarden. Wij nemen kennis van het pleidooi van de stichting om het door hen beschreven gemarkeerde motorbootgebied in te korten. Dat is geen maatregel om in een omgevingsvisie op te nemen. De tekst in de omgevingsvisie onder het kopje “beschermen landschappelijke waarden” gaat over dat onderwerp en minder over de natuurwaarden. Dat wordt elders beschreven. Wij nemen de uitbreiding van de titel niet over. Evenmin nemen we de kwalificerende beschrijving “authentiek” over bij Arkemheen. Op de desbetreffende plaats in de tekst worden de gebieden opgesomd, daar passen geen kwalificaties bij.
2. Cumela, brancheorganisatie voor groen, grond en infra, d.d. 21 februari 2023 In haar zienswijze betoogt Cumela allereerst dat zij belanghebbende is bij deze omgevingsvisie. Daartoe voert zij het volgende aan: “Cumela Nederland is de brancheorganisatie van de ondernemers die met mensen en materieel als specialisten in de groen- grond- en infrasector werken. Dat doen zij als dienstverlener voor belangrijke opdrachtgevers…” Eén van de kerntaken van Cumela Nederland is het behartigen van de belangen van de bedrijven in deze sector in de breedste zin van het woord. Namens enkele leden die in de gemeente Bunschoten zijn gevestigd alsmede leden die werkzaam zijn in de gemeente Bunschoten wordt deze zienswijze ingediend.” Aangegeven wordt dat deze leden naar schatting, in een of andere vorm, 80%85% van de gronden in de gemeente bewerken. “Om de belangen van en de omgevingswaarden voor deze bedrijven te beschermen is deze zienswijze ingediend.” Vervolgens wordt in de zienswijze vrij uitgebreid geschetst hoe de cumelabedrijven bijdragen aan het “oplossen van maatschappelijke uitdagingen.” Via de zienswijze verzoekt Cumela Nederland om het bestaansrecht van de (lid-)bedrijven te erkennen en om qua omgevingswaarden inpassing te geven aan de opgaven en ontwikkelingen welke voor de bedrijven relevant zijn inzake de fysieke leefomgeving.
Dit geldt de vigerende bedrijfslocatie als ook de uitvoering van werken. Concreet wordt gevraagd om mogelijkheden te creëren om bestaande bedrijfslocaties te ontwikkelen, te kunnen uitbreiden en om nieuwvestiging, ook in het buitengebied, mogelijk te maken. Gewezen wordt op de belangrijke rol die de cumelabedrijven nu al vervullen bij het realiseren van de ambities van de omgevingsvisie. Aangegeven wordt dat het realiseren van die ambities niet mogelijk is zonder de inbreng en de participatie van de cumelabedrijven. Gewezen wordt vervolgens op het belang van een goede bereikbaarheid van de bedrijfslocaties voor groot materieel wanneer zij in de bebouwde kom zijn gelegen. Ook dienen de plaatsen waar werk wordt uitgevoerd goed bereikbaar te zijn. Ontsluitingswegen in en rond de gemeente dienen daartoe bruikbaar te zijn. Gesteld wordt dat het essentieel is dat deze bedrijven centraal in het werkgebied zijn gelegen met de bedrijfslocatie. Cumela vraagt om erkenning en behoud van deze positie, zodat de bedrijven hun bijdrage kunnen blijven leveren. Aangegeven wordt dat de cumelabedrijven al doende zijn met de transitie naar een duurzame economie op verschillende thema’s, waaronder circulariteit. Men geeft aan dat voor het uitvoering geven aan een circulaire economie voldoende (buiten)opslag noodzakelijk is.
Samenvattend geeft Cumela aan zich in grote mate te herkennen in de ontwerp omgevingsvisie. Niettemin wil men de aandacht vestigen op thema’s en aspecten welke specifiek en in bijzondere mate aandacht behoeven voor de cumelabedrijven en erkend en betrokken dienen te worden in de omgevingsvisie (en bij de verdere uitwerking daarvan). Graag gaat Cumela Nederland in op de uitnodiging om samen aan de slag te gaan met de ambities en doelen in de omgevingsvisie. Verzocht wordt de zienswijze gegrond te verklaren, gelet op het “ja, mits..” principe van de Omgevingswet en de omgevingvisie gewijzigd vast te stellen op grond van de genoemde aspecten danwel daarin te betrekken, alsook later in het bestemmingsplan (omgevingsplan). Reactie: Los van de vraag of Cumela nu wel of niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, willen wij de zienswijze van Cumela inhoudelijk beantwoorden. Cumela herkent zich in grote mate in de ontwerp omgevingsvisie, maar wil specifiek de aandacht vestigen op zaken bijzondere aandacht vragen met het oog op de aangesloten bedrijven. Hoewel wij het belang van de cumulabedrijven onderkennen, is de omgevingsvisie niet het instrument om specifiek in te gaan op de aspecten die samenhangen met de belangen van een bepaalde branche.
Diverse van deze aspecten zullen bij de uitwerking van de omgevingsvisie in nader beleid via de omgevingsprogramma’s worden meegewogen, samen met alle andere belangen die bij die afwegingen relevant zijn. Voor dit moment nemen wij kennis van de zienswijze van Cumela.
3. Bewoner Vuronger, Bunschoten, d.d. 28 februari 2023 Betrokkene verzoekt bij de uitwerking en inrichting van het gebied ten noorden van de Smeerweg rekening te houden met de huidige bebouwing aan de westzijde van de Oostelijke Randweg, specifiek de vrijstaande woningen aan het Vuronger 1 tot en met 21, waarvan de tuinzijde gericht is op het oosten. Gesteld wordt dat de ontwerp-omgevingsvisie leidt tot aantasting van de privacy, het aantasten van het onbeperkt recht op zonlicht in de tuin, verhoging van de geluidshinder. Dit leidt tot waardevermindering van de woning en het inperken van het woongenot. Betrokkene heeft daarom bezwaar tegen de ontwerp omgevingsvisie. Na een korte schets van de historische eisen die aan de kavels Vuronger destijds door de gemeente werden gesteld, en de gekozen situering van de gebouwen, geeft betrokkene aan in de ontwerp omgevingsvisie te lezen dat de gemeente in het gebied ten noorden van de Smeerweg meer het accent wil leggen op appartementen en ouderen. Betrokkene geeft aan dat sprake zal zijn van negatieve effecten bij situering van meerlaagse appartementen. Betrokkene wijst erop dat nieuwe bebouwing waarschijnlijk zal leiden tot resonantie van geluid en daarmee hoogstwaarschijnlijk geldende wettelijke grenzen zal overschrijden.
Daarnaast geeft betrokkene aan dat bij hoogbouw (meer dan 2 lagen met kap) sprake zal zijn van eventuele onrechtmatige hinder met betrekking tot de privacy van de huidige bewoners en het wegnemen van zonlicht. Betrokkene wijst erop dat er in de verkoopbrochure werd verwezen naar stukken waarin tot 2015 was voorzien in de ontwikkeling van een sportpark, een begraafplaats en een volkstuinencomplex e.d. in het gebied. Betrokkene stelt voor eventuele bebouwing direct tegenover de adressen Vuronger 1 tot en met 21 te beperken tot maximaal 2 lagen met kap. Daarbij is het van belang een ruime afstand tot de Oostelijke Rondweg aan te houden in verband met mogelijke resonantie van geluid. Een eventueel fietspad dient aan de oostzijde van de Oostelijke Rondweg te worden gesitueerd en te worden afgeschermd met een haag/waterpartij. Vervolgens wordt in de zienswijze gemotiveerd aangegeven dat een invulling als hier beschreven bijdraagt aan Groen Groeit mee van de Provincie Utrecht.
Betrokkene verzoekt daarom met inachtneming van zijn zienswijze de ontwerp omgevingsvisie gewijzigd vast te stellen, door toe te voegen dat bij de invulling van het gebied ten noorden van de Smeerweg er direct aan de Oostelijke Rondweg geen hoogbouw wordt toegepast en aangesloten wordt bij het karakter van de huidige bebouwing aan de Koenraadswetering door hier grondgebonden seniorenwoningen en woonvormen/hofjes te situeren. Reactie: Wij nemen kennis van de zienswijze van betrokkene. De omgevingsvisie geeft gewenste richtingen aan maar spreekt zich niet uit over specifieke of concrete stedenbouwkundige inrichtingsvraagstukken of bouwhoogten. Het bestemmingsplan Rengerswetering en het daarop aansluitend opgestelde masterplan zijn lang geleden vastgesteld en onherroepelijk. Daarin is na een afweging van belangen en de ingediende zienswijzen, ruimte gemaakt voor een divers woningbouwprogramma en een gevarieerde invulling met zowel grondgebonden woningen als appartementen. De omgevingsvisie sluit hierop aan. Het is niet wenselijk om de in het bestemmingsplan opgenomen bouwmogelijkheden in te perken. Aan het in de ontwerp omgevingsvisie benoemde accent op appartementen en ouderen willen we dan ook vasthouden, mede gelet op de behoefte.
Verder geeft de omgevingsvisie ruimte om te zijner tijd te komen tot een passende stedenbouwkundige invulling en zullen de voorwaarden voor een zorgvuldige inpassing en het specifieke woonprogramma worden bepaald.