Bijlage 3. Bp. Eemdijk-Oost - Herstelbesluit (2).pdf
Tekst van het document
MEMO BETREFT
: Bp. Eemdijk-Oost - herstelbesluit
Aanleiding Op 4 februari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) een tussenuitspraak gedaan in het beroep tegen de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Eemdijk-Oost’.1 Kort gezegd heeft de Afdeling de raad de opdracht gegeven om binnen 20 weken na de uitspraak de in de uitspraak opgesomde gebreken in het besluit te herstellen. Vanwege het uitvoeren van aanvullend onderzoek, het vergaderschema van de gemeenteraad en de termijnen die gelden voor aanleveren van stukken, kan het herstelbesluit niet eerder dan 9 juli 2026 door de gemeenteraad worden genomen. Dit betekent dat het herstelbesluit niet binnen de termijn van 20 weken kan worden genomen. Daarom is aan de afdeling verzocht om de gemeenteraad uitstel te verlenen voor een termijn van 4 weken voor het nemen van het herstelbesluit. De gebreken en de herstelopdrachten 1. Onder 12.7 van deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het betoog van [appellant sub 2] en anderen en de stichting dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat kan worden voldaan aan de eisen van artikelen 9.24 en 9.27 van de IOVPU slaagt. Het herstelbesluit is in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.
De raad kan het gebrek genoemd onder 12.7 herstellen door bijvoorbeeld gemotiveerd te reageren op de in het rapport "72 nieuwbouwwoningen Eemdijk-Oost; second opinion akoestisch onderzoek stiltegebied" van 22 mei 2025, uitgevoerd door Cauberg Huygen, genoemde tekortkomingen in het akoestisch onderzoek van 29 november 2024. 2. Onder 13.2 van deze uitspraak is de Afdeling tot de conclusie gekomen dat ook de voorwaardelijke verplichting ten aanzien van de stille elementenverharding niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De raad kan het onder 13.2 genoemde gebrek herstellen door bijvoorbeeld artikel 6.3.1 van de planregels zo te wijzigen dat de stille elementenverharding moet zijn aangebracht vóór ingebruikname van de eerste woning, en door in de voorwaardelijke verplichting een instandhoudingsverplichting op te nemen voor de stille elementenverharding.
1 ABRvS 4 februari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:646.
4432659/1
Pagina 2
3. Onder 13.3 van deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de verwachte geluidreductie door de aanleg van de stille elementenverharding onvoldoende is onderbouwd. Het onder 13.3 genoemde gebrek kan de raad herstellen door bijvoorbeeld de verwachte geluidreductie door de aanleg van de stille elementenverharding op het wegvak zoals aangeduid in het akoestisch onderzoek van 29 november 2024 te onderbouwen. 4. Onder 13.4 van deze uitspraak heeft de Afdeling geconcludeerd dat de raad ten onrechte niet heeft onderbouwd waarom een overschrijding van de voorkeurswaarde uit 9.24 van de IOVPU aanvaardbaar is. Het onder 13.4 genoemde gebrek kan de raad herstellen door te motiveren waarom het een overschrijding aanvaardbaar vindt van de in artikel 9.24 van de IOVPU opgenoemde voorkeurswaarde voor een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van 40 dB(A) voor gronden aangeduid als ‘Bufferzone stiltegebied’.
1. Gemotiveerde reactie op second opinion van Cauberg Huygen Met het laten opstellen van het geluidonderzoek door DGMR heeft de raad voldaan aan deze opdracht van de Afdeling. In het geluidrapport gaat DGMR gemotiveerd in op de second opinion van Cauberg Huygen. 1.1. Verschil werkdag- en weekdaggemiddelden en verkeersgeneratie DGMR reageert in paragraaf 2.1 van het rapport inhoudelijk op het verschil in werkdag- en weekdaggemiddelden en de verkeersgeneratie van het plan. Uit berekeningen (hoofdstuk 3) volgt dat het hanteren van werkdaggemiddelde verkeersintensiteiten en een hogere verkeersgeneratie een verschil oplevert van hoogstens afgerond 1 dB ten opzichte van het geluid met de uitgangspunten van het originele akoestisch onderzoek voor het stiltegebied. 1.2. Meegenomen infrastructuur in akoestisch onderzoek Eveneens in paragraaf 2.1 reageert DGMR op de wijze waarop de infrastructuur is meegenomen in het rekenmodel. DGMR concludeert dat het rekenmodel op dit punt niet compleet was en heeft in hoofdstuk 3 een nieuwe berekening en het effect van de uitbreiding van de infrastructuur op de resultaten opgenomen. De conclusie is dat het toepassen van een stille elementenverharding op een wegvak van 125 meter voldoende is: het geluid wordt met 1 dB tot 2 dB verminderd ten opzichte van een ‘gewone’ elementenverharding.
Daarmee is deze bronmaatregel effectief om de overschrijding weg te nemen. 2. Voorwaardelijke verplichting stille elementenverharding Om te kunnen voldoen aan de opdracht van de Afdeling wordt de voorwaardelijke verplichting voor toepassen van stille elementverharding anders geformuleerd.
4432659/1
Pagina 3
artikel *** De woningen in het plangebied mogen niet eerder in gebruik worden genomen dan dat ter plaatse van de aanduiding ‘stille elementenverharding’ een wegdekproduct is aangebracht, en in stand wordt gehouden, dat de eigenschappen van een ‘stille elementenverharding’ bevat, met een minimale geluidreductie van 2 dB ten opzichte van traditionele bestrating.
3. Onderbouwing geluidreductie stille elementenverharding DGMR heeft in paragraaf 3.2 van het rapport toegelicht met welk wegdektype is gerekend en waar de gehanteerde wegdekcorrectie op gebaseerd is. DGMR verwijst hiervoor naar bijlage IVe, paragraaf 2.4.2, van de Omgevingsregeling. Omdat de Afdeling heeft overwegen (r.o. 12.6) dat het gebruik van de rekentool volgens de Omgevingsregeling een betrouwbaardere benadering van de werkelijkheid is, is hiermee voldoende onderbouwd wat de verwachte geluidreductie van dit wegdektype is. Bovendien volgt uit de berekeningen van DGMR dat het toepassen van dit wegdektype op een wegvak van 125 meter volstaat. 4.
Onderbouwing aanvaardbare overschrijding geluid bufferzone stiltegebied In het oorspronkelijke geluidonderzoek was sprake van een overschrijding van de voorkeurswaarde van 40 dB(A) voor het 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h in de Bufferzone stiltegebied. De raad heeft dit aanvaardbaar geacht door te stellen dat de grenswaarde niet wordt overschreden. Deze waarde werd echter wel overschreden, althans er was niet duidelijk gemotiveerd waarom hieraan wel werd voldaan. Bij een nieuwe lezing van de betreffende artikelen uit de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht (hierna: ‘IOVPU’) en de toelichting daarbij is de raad tot een andere motivering gekomen. In artikel 9.24 van de IOVPU staat geen norm die rechtstreeks werkt. Het is een doelstelling van de provincie. Artikel 9.24 IOVPU luidt: Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied De regels in deze paragraaf zijn gericht op het bereiken en behouden van: a. een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van ten hoogste 40 dB(A) in de Stille kern van stiltegebieden; en b. een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van bij voorkeur 40 dB(A) maar ten hoogste 45 dB(A) in de Bufferzone stiltegebied.
Alleen via instructieregels kan de provincie andere bestuursorganen aangeven op welke wijze aan doelstellingen van de provincie meegewerkt dient te worden. De gemeenteraad is gehouden te voldoen aan de instructieregel. De gemeenteraad voldoet aan de instructieregel zoals opgenomen in artikel 9.27 van de IOVPU. Dit artikel is van toepassing op bestemmingsplannen binnen een Aandachtsgebied stiltegebied en luidt:
4432659/1
Pagina 4
Artikel 9.27 Instructieregel geluidsniveau in aandachtsgebied stiltegebied 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aandachtsgebied stiltegebied bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in artikel 9.24. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan.
De instructieregel houdt in dat met de doelstellingen van artikel 9.24 rekening gehouden moet worden. De toelichting bij dit artikel vermeldt dat voorkomen moet worden dat geluidsbronnen buiten het stiltegebied een ongewenste aantasting van de akoestische kwaliteit in het stiltegebied veroorzaken. De instructieregels zijn opgenomen met als doel dat geluidsbronnen buiten het stiltegebied niet in het stiltegebied een geluidsniveau van meer dan 35 dB(A) veroorzaken. Omdat in de meeste gevallen sprake is van cumulatie (opeenstapeling) van het geluid van meerdere bronnen, hanteert de provincie per geluidsbron een LAeq,24h, van ten hoogste 35 dB(A) op een afstand van 50 meter van de geluidsbron. In de bufferzone geldt dezelfde waarde als in de stille kern, ook al is hier een hoger totaal geluidsniveau aanvaardbaar. De reden hiervoor is dat hier over het algemeen meer sprake is van cumulatie van het geluid van meerdere geluidsbronnen. De raad heeft rekening gehouden met de doelstellingen. De berekeningen van DGMR laten ten eerste zien dat het geluidniveau op de grens met het stiltegebied lager is dan 40 dB(A). Op de grens met de bufferzone stiltegebied is het geluidniveau lager dan 45 dB(A), waarmee aan de grenswaarde wordt voldaan.
De berekeningen laten vervolgens zien dat het geluid van de wegen op een meetpunt 50 meter in het stiltegebied een geluidniveau van niet meer dan 35 dB(A) veroorzaakt. Hiermee wordt aan de instructieregel van artikel 9.27 IOVPU voldaan. Omdat de gemeenteraad voldoet aan de instructieregel die invulling geeft aan de doelstelling van artikel 9.24 IOVPU, acht de gemeenteraad de overschrijding van de voorkeurswaarde van 40 dB(A) in de Bufferzone stiltegebied aanvaardbaar. Bovendien volgt uit de nieuwe berekeningen met de stille elementenverharding dat de grenswaarde van 45 dB(A) niet wordt overschreden. Conclusie DGMR is in het rapport voldoende gemotiveerd ingegaan op de second opinion van Cauberg Huygen. Door dit rapport als bijlage aan de plantoelichting toe te voegen voldoet de raad aan de herstelopdracht van de Afdeling voor de punten 1 en 3. Voor de herstelopdracht onder 2. is het nodig dat de raad een nieuwe voorwaardelijke verplichting vaststelt. Technisch gezien betekent dit dat artikel 6.3.1 wordt aangepast en vernummerd.
4432659/1
Pagina 5
De vierde herstelopdracht is in het aanvullende onderzoek van DGMR uitgewerkt. Wij stellen voor paragraaf 4.5 in de plantoelichting als volgt aan te passen: Stiltegebied Door DGMR is een aanvullend onderzoek gedaan naar de effecten van de beoogde woningbouwontwikkeling op het naastgelegen stiltegebied. Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 11.***. Ten oosten van het plangebied ligt een stiltegebied. Rondom een stiltegebied ligt een bufferzone en een aandachtsgebied. Het plangebied ligt in het aandachtsgebied van het stiltegebied. De bufferzone stiltegebied grenst direct aan het plangebied op slechts 10 m uit het hart van de ontsluitingsweg. In de Interim Omgevingsverordening van de Provincie Utrecht (hierna: ‘IOVPU’) is voor het geluid in het stiltegebied en in de bufferzone een doelstelling opgenomen. Artikel 9.24 IOVPU luidt: Artikel 9.24 Doelstelling voor het geluidsniveau in stiltegebied De regels in deze paragraaf zijn gericht op het bereiken en behouden van: a. een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van ten hoogste 40 dB(A) in de Stille kern van stiltegebieden; en b. een 24-uursgemiddeld geluidsniveau LAeq,24h van bij voorkeur 40 dB(A) maar ten hoogste 45 dB(A) in de Bufferzone stiltegebied.
Dit artikel bevat geen normen die rechtstreeks werken. Het is een doelstelling. Alleen via instructieregels kan de provincie andere bestuursorganen aangeven op welke wijze aan doelstellingen van de provincie meegewerkt dient te worden. De gemeenteraad is gehouden te voldoen aan de instructieregel. Het plangebied ligt in het aandachtsgebied van het stiltegebied. Artikel 9.27 van de IOVPU is daarom van toepassing. Dit artikel luidt: Artikel 9.27 Instructieregel geluidsniveau in aandachtsgebied stiltegebied 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Aandachtsgebied stiltegebied bevat regels die rekening houden met de doelstellingen voor het geluidsniveau bedoeld in artikel 9.24. 2. De motivering van een bestemmingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met de doelstelling voor het geluidsniveau is omgegaan.
De instructieregel houdt in dat met de doelstellingen van artikel 9.24 rekening gehouden moet worden. De toelichting bij dit artikel vermeldt dat voorkomen moet worden dat geluidsbronnen buiten het stiltegebied een ongewenste aantasting van de akoestische kwaliteit in het stiltegebied veroorzaken. De instructieregels zijn opgenomen met als doel dat geluidsbronnen buiten het stiltegebied niet in het stiltegebied een geluidsniveau van meer dan 35 dB(A) veroorzaken. Omdat in de meeste gevallen sprake is van cumulatie (opeenstapeling) van het geluid van meerdere bronnen, hanteert de provincie per geluidsbron een LAeq,24h, van ten hoogste 35 dB(A) op een afstand van 50 meter van de geluidsbron. In de bufferzone geldt dezelfde waarde als in de stille kern, ook al is hier een hoger totaal geluidsniveau aanvaardbaar. De reden hiervoor is dat hier over het algemeen meer sprake is van cumulatie van het geluid van meerdere geluidsbronnen, aldus de toelichting.
4432659/1
Pagina 6
De raad heeft rekening gehouden met de doelstellingen. De berekeningen van DGMR laten ten eerste zien dat het geluidniveau op de grens met het stiltegebied lager is dan 40 dB(A). Op de grens met de bufferzone stiltegebied is het geluidniveau lager dan 45 dB(A), waarmee aan de grenswaarde wordt voldaan. Uit de toelichting volgt dat de provincie een geluidniveau hoger dan 40 dB(A) in de bufferzone aanvaardbaar acht. De berekeningen laten vervolgens zien dat het geluid van de wegen op een meetpunt 50 meter in het stiltegebied een geluidniveau van niet meer dan 35 dB(A) veroorzaakt. Hiermee wordt aan de instructieregel van artikel 9.27 IOVPU voldaan. Omdat de gemeenteraad voldoet aan de instructieregel die invulling geeft aan de doelstelling van artikel 9.24 IOVPU, acht de gemeenteraad de overschrijding van de voorkeurswaarde van 40 dB(A) in de Bufferzone stiltegebied aanvaardbaar. Het geluid van de wegen, die maatgevend zijn, blijft immers lager dan 35 dB(A). Bovendien volgt uit de nieuwe berekeningen met de stille elementenverharding op de toegangsweg dat de grenswaarde van 45 dB(A) niet wordt overschreden.
4432659/1