CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. Notitie Nadeelcompensatie Omgevingswet.docx

Gemeenteraad 15 december 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1173570 - Verordening nadeelcompensatie Bunschoten 2023908 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie Nadeelcompensatie Omgevingswet Doel: uitleg en achtergrondinformatie over nadeelcompensatie bij het raadsvoorstel Verordening Nadeelcompensatie Bunschoten 2023. Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen nadeelcompensatie en planschade onder één gezamenlijke noemer: nadeelcompensatie. Deze notitie legt uit wat nadeelcompensatie is en wat er verandert ten opzichte van het huidige stelsel. Wat is nadeelcompensatie? Nadeelcompensatie is een nieuw verzamelbegrip onder de Omgevingswet. Deze brengt nadeelcompensatie en planschade samen. Nadeelcompensatie is straks geregeld in afdeling 15.1 Omgevingswet én artikel 4:126 en verder van de Algemene wet bestuursrecht (Awb, Titel 4.5 Nadeelcompensatie). Nadeelcompensatie is onder het huidige recht iets anders dan planschade. Nadeelcompensatie is een vergoeding voor onevenredige schade als gevolg van rechtmatig overheidsoptreden. Voorbeelden hiervan zijn: het tijdelijk of definitief afsluiten van een weg, of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit. In tegenstelling tot het huidige recht, is het vaststellen van een omgevingsplan geen schadeoorzaak meer. Met andere woorden “planschade” bestaat straks niet meer, en daarom vervalt die term ook.

Onder de Omgevingswet kan pas schade ontstaan die aanleiding is tot nadeelcompensatie, wanneer binnen de grenzen van het omgevingsplan en/of met toestemming van een bevoegd bestuursorgaan activiteiten worden uitgevoerd. Dat is een groot verschil met het huidige stelsel. In de Omgevingswet is een uitgebreide limitatieve opsomming opgenomen van mogelijke schadeoorzaken (art 15.1 Ow), De belangrijkste voor gemeenten zijn: het vaststellen, intrekken, verlenen, stellen, treffen, wijzigen of intrekken van een • omgevingsvergunning; • projectbesluit; • een regel in het omgevingsplan, waterschapsverordening, omgevingsverordening of algemene maatregel van bestuur. Deze moeten rechtstreekse rechten of verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatte; • maatwerkvoorschrift; • een programma dat een rechtstreekse titel is voor activiteiten, zoals een beheerplan voor een Natura 2000-gebied. Nadeelcompensatie binnen de Omgevingswet gaat over besluiten of maatregelen: • die rechtstreeks werkende rechten en verplichtingen voor burgers en bedrijven bevatten; • die rechtstreeks gevolgen hebben voor burgers en bedrijven door verandering van de fysieke leefomgeving. Voorwaarden voor vergoeding van schade In het nieuwe stelsel komt schade alleen voor vergoeding als nadeelcompensatie in aanmerking als: • de schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico of het normale bedrijfsrisico.

Dit heet de abnormale last (bijvoorbeeld een stevige omzetdaling); • de schade iemand in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft. Dus de last drukt onevenredig zwaar op een beperkte groep burgers of bedrijven. Dit is de speciale last (bijvoorbeeld een ondernemer aan een afgesloten weg). De schade moet redelijkerwijs toe te rekenen zijn aan de schadeoorzaak. De schade moet: • het rechtstreekse gevolg zijn van het besluit of de maatregel. Bijvoorbeeld de bouw van een woning of aanleg van een weg. • het gevolg zijn van de feitelijke uitvoering van de activiteit. Bijvoorbeeld een tijdelijke wegafsluiting.

•

het gevolg zijn van de activiteit, die pas later zichtbaar wordt. Bijvoorbeeld schade door grondwateronttrekking kan zich jaren later openbaren.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte schade. Directe schade is schade die het gevolg is van het aanpassen van bestaande rechten. Bijvoorbeeld het beperken van de uitbreidingsmogelijkheden van het eigen bedrijf. Indirecte schade is schade veroorzaakt door activiteiten in de omgeving. Bijvoorbeeld waardedaling van een woning door de bouw van een hoge flat op het buurperceel. Verschil met de huidige regeling en verordening: • Er is één verzamelnaam; nadeelcompensatie. De term ‘planschade’ vervalt onder de Omgevingswet • De schadeoorzaak is niet meer het bestemmingsplan, maar de omgevingsvergunning, het gaat om het verschil tussen de feitelijke situatie voor en na het verlenen van de vergunning; • Een planologische vergelijking is dus niet meer aan de orde; het gaat om de vergelijking van de feitelijke situatie; • De aftrek wegens normaal maatschappelijk risico was in de oude regeling situatieafhankelijk. Dit wordt nu een vast forfait. Voor vastgoed is dit 4%. Voor inkomstenderving is dit 2%; • Actieve risicoaanvaarding: in de Omgevingswet is een regeling opgenomen op grond waarvan het recht op schadevergoeding over kan gaan op de koper van een woning; • Passieve risicoaanvaarding: In de Omgevingswet gelden 3 voorwaarden waaraan moet worden voldaan: 1.

het bevoegd gezag heeft minimaal een jaar tevoren bekend gemaakt dat in de toekomst de activiteit niet meer mogelijk zal worden, 2. de activiteit die vervalt ten minste 3 jaar mogelijk is geweest, en 3. tussen deze bekendmaking en het wijzigingsbesluit de belanghebbende geen voorbereidingen heeft getroffen om de activiteit toch te doen. Actieve risicoaanvaarding is bijvoorbeeld kopen van een woning, terwijl op dat moment bekend is dat de situatie ongunstig kan veranderen, bijvoorbeeld omdat er plannen zijn om daar tegenover een flat te bouwen. Onder de nieuwe Omgevingswet kan alleen sprake zijn van actieve risicoaanvaarding bij woningen. Passieve risicoaanvaarding houdt in dat een eigenaar bij de eerste zichtbare voortekenen (voorzienbaarheid) van een voorgenomen nadelige wijziging, concrete pogingen moet doen om de oude bouw- en gebruiksmogelijkheden op zijn eigen terrein alsnog te realiseren. Verjaring De verjaring voor het indienen van een aanvraag inzake planschade van oude bestemmingsplan(nen) (een bestemmingsplan dat is vastgesteld of als ontwerp ter inzage is gelegd onder de Wet ruimtelijke ordening) blijft vast staan op vijf jaar. Deze tijd begint te lopen vanaf: het schadeveroorzakend besluit onherroepelijk was.

Dit geldt voor besluiten waartegen beroep open staat (artikel 4.131, tweede lid Awb), of waarop de aanvrager bekend is geworden met de schade, als er geen beroep kan worden ingesteld. De aanvraag verjaart in ieder geval na twintig jaar, nadat de schade is veroorzaakt (artikel 4.131, eerste lid Awb). Onder het oude recht, de Wro, is het mogelijk tot 5 jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet nog een ‘oud’ planschade verzoek in te dienen op besluiten die gebaseerd zijn op de Wro.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11965375/2