Bijlage 1a. Ontwerp Facetbestemmingsplan geluidszone Bedrijventerreinen Zuid De Kronkels-Zuid 20220421.pdf
Tekst van het document
Facetbestemmingsplan geluidszone Bedrijventerreinen Zuid/ De Kronkels-Zuid Gemeente Bunschoten Ontwerp
Facetbestemmingsplan geluidszone Bedrijventerreinen Zuid/ De Kronkels-Zuid Gemeente Bunschoten Ontwerp
Rapportnummer:
P02403
IMRO-identificatienummer:
NL.IMRO.0313.Geluidzones2200-0201
Datum:
april 2022
Opdrachtgever:
Gemeente Bunschoten
Projectteam BRO:
RF, JvdA
Concept:
maart 2022
Ontwerp:
april 2022
BRO Vestiging Amsterdam Sarphati Plaza Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 E info@bro.nl
TOELICHTING
Hoofdstuk 6
12
Inhoudsopgave
pagina
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen en doel 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 4
2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Wettelijk kader 2.2 Toetsing 2.3 Overige omgevingsaspecten
5 5 6 7
3. JURIDISCHE PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 Toelichting op de regels
8 8 9
4. UITVOERBAARHEID 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
11 11 11
Inhoudsopgave
1
1.
INLEIDING 1.1 Aanleiding In de Gemeente Bunschoten ligt het ingevolge de Wet geluidhinder gezoneerde industrieterrein ‘De Kronkels/Haarbrug’. Het bedrijventerrein is gezoneerd vanwege de vestiging van VEBO, een zogenaamde 'grote lawaaimaker'. Conform de opgave heeft de gemeente het voornemen ca. 7 hectare netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Dit voornemen wordt planologisch mogelijk gemaakt door bestemmingsplan ‘De Kronkels-Zuid’, dat in procedure is gebracht. In een later stadium zal (eventueel) fase 2 ontwikkeld worden, waarin nog eens ca. 7 hectare bedrijventerrein ontwikkeld zal worden. Daarvoor zal een separate planologische procedure doorlopen worden. De Kronkels-Zuid zal in het kader van de Wet geluidhinder aansluiten op het gezoneerde industrieterrein ‘De Kronkels/Haarbrug’. Rondom deze industrieterreinen dient een geluidzone te worden vastgesteld en vastgelegd door middel van een bestemmingsplanprocedure. Buiten deze zone mag de geluidbelasting als gevolg van het industrieterrein niet meer dan 50 dB(A) bedragen. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om de nieuwe (ruimere) zone juridisch-planologisch vast te leggen. Het bestemmingsplan is een zogenaamd 'facetbestemmingsplan' en betreft een partiële herziening van diverse bestemmingsplannen die binnen de betreffende geluidzone liggen.
Met een facetbestemmingsplan worden deze bestemmingsplannen herzien op één onderdeel, in dit geval de regeling voor de geluidzone rond De Kronkels/Haarbug. Bestemmingsplan ‘De Kronkels-Zuid’ is alleen van toepassing op het industrieterrein zelf, maar niet op de geluidzone om het industrieterrein. Uit een door Antea opgesteld geluidrekenmodel blijkt dat aan de noordzijde van het industrieterrein de in het bestemmingsplan “Bunschoten Wonen West” opgenomen geluidzone iets te krap is. Uit de uitgevoerde actualisatie van het omgevingsmodel van het zonebeheersmodel blijkt namelijk dat bij de woningen ten noorden van de weg Sint Nicolaashoofd – uitgaande van de door de omgevingsdienst aangeleverde actuele geluidemissiegegevens van alle inrichtingen – net niet kan worden voldaan aan de ten hoogste toegestane geluidbelasting van 50 dB(A). Deze overschrijding is geen gevolg van het bestemmingsplan ‘De Kronkels-Zuid’. Om ook de geluidzone op dit punt te corrigeren, is voorliggend facetbestemmingsplan opgesteld.
1.2 Plangebied Het plangebied bestaat uit een zone rond de bestemmingsplannen ‘Bedrijventerreinen Zuid’ en ‘De Kronkels-Zuid’, gelegen aan de zuidzijde van de gemeente Bunschoten. Het nieuwe deel van de geluidzone ligt in het buitengebied van de gemeente Bunschoten en in het bestemmingsplan ‘Bunschoten Wonen West’. Figuur 1.1 geeft de ligging van deze uitbreiding weer.
Hoofdstuk 5
2
Figuur 1.1: Ligging en begrenzing plangebied
1.3 Vigerende bestemmingsplannen en doel Dit bestemmingsplan betreft een facetbestemmingsplan. Dit wil zeggen dat alleen het aspect geluid wordt geregeld in dit bestemmingsplan. Daarnaast blijven de volgende bestemmingsplannen en de hierop betrekking hebbende herzieningen geldend: ‘Bestemmingsplan Buitengebied’, vastgesteld op 20 april 2017; ‘Bunschoten Wonen West’, vastgesteld op 25 april 2013; ‘Centrale As’, vastgesteld op 23 januari 2014; ‘Rengerswetering 2014’, vastgesteld op 15 april 2015. Het facetbestemmingsplan heeft als doel het vastleggen van de geluidzone, wat op basis van de Wet geluidhinder dient te gebeuren. De geluidzone heeft een 'binnengrens', namelijk de begrenzing van het 'industrieterrein', en een 'buitengrens', namelijk het gebied buiten de zone waar de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet mag overschrijden. Buiten de geluidzone hoeft de invloed van het industrieterrein niet meer te worden beoordeeld op geluidgevoelige bestemmingen. Het voorliggende bestemmingsplan wijzigt alleen de verbeelding en regels van het geldende bestemmingsplan ten aanzien van de geluidzone van het industrieterrein ‘De Kronkels/ Haarbrug’. De
Hoofdstuk 5
3
verbeelding en regels van het geldende plan, zoals die luiden op het moment van vaststelling van dit plan, blijven voor het overige onverkort van kracht. De verbeelding van voorliggend facetbestemmingsplan bestaat dan ook alleen uit een aanduiding voor de geluidzone en de regels alleen uit bepalingen die nodig zijn voor deze zone.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie met betrekking tot geluid beschreven en wordt ingegaan op de toekomstige situatie voor geluid en de verschillende besluiten en plannen die daarbij een rol spelen. In hoofdstuk 3 wordt een nadere toelichting gegeven van de regels en verbeelding van onderhavig facetbestemmingsplan. Ten slotte gaat hoofdstuk 4 kort in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Hoofdstuk 5
4
2.
PLANBESCHRIJVING 2.1 Wettelijk kader In de Wet geluidhinder is bepaald dat voor bedrijventerreinen waar geluidzoneringsplichtige inrichtingen zijn gevestigd of zijn toegestaan ('gezoneerde industrieterreinen' conform de terminologie van de Wet geluidhinder), een geluidzone moet worden vastgesteld. De geluidzone is het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting die wordt geproduceerd door alle bedrijven die op het industrieterrein zijn gevestigd, niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Hierbij worden niet alleen de geluidzoneringsplichtige inrichtingen, maar alle bedrijven die op het industrieterrein zijn gevestigd, betrokken. Binnen de 50 dB(A)-contour zijn geen nieuwe geluidgevoelige functies (objecten en terreinen) toegestaan, tenzij een hogere waarde is verleend. Het doel van het vaststellen van een geluidzone is tweeledig. Enerzijds worden geluidgevoelige functies (zoals woningen en scholen) beschermd tegen een te hoge geluidbelasting vanwege industrielawaai. Anderzijds wordt door het vastleggen van een geluidzone akoestische ruimte gecreëerd waarover de bedrijven op het gezoneerde bedrijventerrein maximaal kunnen beschikken.
Gezien de koppeling tussen de Wet geluidhinder, de Wet ruimtelijke ordening en de Wet milieubeheer moet zowel bij ruimtelijke plannen als bij het verlenen van milieuvergunningen (omgevingsvergunningen) rekening worden gehouden met de vastgestelde geluidzone rond een industrieterrein. Bij het vaststellen van een geluidzone moeten, indien noodzakelijk, maximaal toelaatbare grenswaarden ('hogere waarden') worden vastgesteld voor bestaande geluidgevoelige objecten of terreinen binnen de zone. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) wordt ter plaatse van deze objecten immers overschreden. Voor nieuwe situaties bedraagt de maximaal toelaatbare grenswaarde ten hoogste 55 dB(A). Voor bestaande situaties mag de maximaal toelaatbare grenswaarde ten hoogste 60 dB(A) bedragen. Voor geluidgevoelige bestemmingen buiten het industrieterrein zijn – onder bepaalde voorwaarden – hogere geluidbelastingen toegestaan (zogenaamde “hogere waarden”). Indien het treffen van maatregelen aan de bron en/of overdracht onvoldoende soelaas biedt dan wel stuit op overwegende bezwaren, dan kan een zogenaamde hogere waarde worden vastgesteld (tot een wettelijk maximum). Het college van burgemeester en wethouders is hiertoe bevoegd. Het nieuwe industrieterrein De Kronkels-Zuid betreft een uitbreiding van het bestaande gezoneerde industrieterrein De Kronkels/ Haarbrug.
Ingevolge de Wet geluidhinder is in het bestemmingsplan om het industrieterrein een geluidzone vastgesteld, waarbuiten de geluidbelasting van de gezamenlijke bedrijven op het industrieterrein niet meer mag bedragen dan: 50 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur; 45 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur; 40 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur.
Hoofdstuk 5
5
2.2 Toetsing Naar aanleiding van het bestemmingsplan ‘De Kronkels-Zuid’ dat in procedure is gebracht, is door Antea Group een akoestisch onderzoek uitgevoerd, welke is opgenomen in de bijlagen van het bestemmingsplan ‘De Kronkels-Zuid’. Uitgangspunt voor dat bestemmingsplan is dat het uit te breiden deel van het industrieterrein aan de zuidwestzijde geschikt wordt voor bedrijven uit milieucategorie 3.2. Dit zijn doorgaans Type B inrichtingen, waarvoor op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer een geluidnorm geldt van 50 dB(A) etmaalwaarde op een afstand van 50 m uit de grens van de inrichting. Uitgaande van 15 inrichtingen komt dit neer op een collectief geluidvermogenniveau van 111 dB(A), ‘uit te smeren’ over het grondgebied van de uitbreiding. Met een dergelijke geluidvermogenniveau is er in het uitbreidingsdeel voldoende geluidruimte beschikbaar voor 15 Type B inrichtingen. Het onderzoek is gebaseerd en aangevuld op het zonebewakingsmodel van het bestaande industrieterrein, zoals aangeleverd door de omgevingsdienst op 25 mei 2021. Uit de geluidberekeningen blijkt dat de bestaande geluidzone – zoals te verwachten – aan de zijde van de voorgenomen uitbreiding (zuidwest) te krap is, en aldus moet worden verruimd. In figuur 1.1 is reeds de vigerende en benodigde nieuwe geluidzone weergegeven.
Zoals was te verwachten zal de nieuwe geluidbelasting bij de woning aan de Amersfoortseweg 40 toenemen naar 53 dB(A) als gevolg van de uitbreiding van het industrieterrein aan de zuidwest zijde. Deze woning ligt namelijk het dichts bij het uit te breiden deel van het industrieterrein. Bij deze woning geldt een ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 51 dB(A) op grond van artikel 45 Wet geluidhinder (eerder vastgestelde hogere waarde). Op grond van artikel 46 Wet geluidhinder mag de hogere waarde worden verhoogd met ten hoogste 5 dB(A) tot 56 dB(A). Het vaststellen van een (nieuwe) hogere waarde van 53 dB(A) is daarmee mogelijk. Een dergelijke hogere waarde is enkel mogelijk wanneer het maximaal toegestane binnenniveau op grond van artikel 111b Wet geluidhinder wordt gewaarborgd. Op grond van dat artikel mag het binnenniveau maximaal 35 dB(A) bedragen als gevolg van het gezoneerde industrieterrein. Met een hogere waarde van 53 dB(A) moet de gevel ten minste 53 – 35 = 18 dB(A) aan geluid weren. De ervaring leert dat een moderne goed onderhouden woning doorgaans een geluidwering heeft van 20 dB(A) of meer. Het Bouwbesluit kent ook een minimale eis van 20 dB(A), waaraan doorgaans kan worden voldaan zonder geluidwerende voorzieningen. De verwachting is dat het maximaal toegestane binnenniveau bij deze woning dan ook reeds geborgd is.
De geprognosticeerde geluidbelasting van een andere nabijgelegen woning, die aan de Bisschopsweg 7, ten westen van de uitbreiding, bedraagt 46 dB(A) als gevolg van het nieuwe – vergrote – industrieterrein, ondanks dat deze woning reeds in de vigerende geluidzone is gelegen. Ter plaatse van deze woning wordt daarmee voldaan aan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting (50 dB(A)) op grond van artikel 44 Wet geluidhinder. Wat hierbij opvalt is dat met name de eigen opstallen zorgen voor een geluidafschermende werking. Het vaststellen van een hogere waarde is daardoor niet nodig. Een punt van aandacht is daarbij wel dat bij eventuele sloop van deze opstallen een overschrijding van de zonegrenswaarde te verwachten valt.
Hoofdstuk 5
6
Geluidgevoelige objecten op het industrieterrein Uit de uitgevoerde inventarisatie blijkt dat er ook op het industrieterrein zelf geluidgevoelige objecten zijn gelegen. De Wet geluidhinder is voor deze objecten niet van toepassing. In lijn met de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening 1998 is wel getoetst aan een richtwaarde van 65 dB(A) etmaalwaarde ter borging van een acceptabele geluidkwaliteit. Uit de berekeningen blijkt dat bij alle (bedrijfs)woningen nog steeds zal worden voldaan aan de richtwaarde van 65 dB(A), met uitzondering van Celsiusweg 9. Daar treedt met 69 dB(A) een overschrijding van 4 dB(A) op. Voor deze woning is al in 2018 een sloopvergunning verleend (bron: bagviewer.nl). Bovendien wordt deze hoge geluidbelasting vooral veroorzaakt door het eigen bedrijf en staat dit daarmee los van de beoogde uitbreiding van het industrieterrein. Conclusie Vanuit planologisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor het vastleggen van de geluidzone en voorliggend facetbestemmingsplan. Wel zal voor de woning aan de Amersfoortseweg 40 een hogere waarde procedure doorlopen moeten worden.
2.3 Overige omgevingsaspecten Onderhavig facetbestemmingsplan regelt alleen het aspect geluid en legt dit aspect vast in een geluidzone. Derhalve heeft het onderhavig bestemmingsplan geen invloed op andere omgevingsaspecten als bodem, water, cultuurhistorie, archeologie, verkeer en parkeren. Een nadere toetsing aan de voornoemde omgevingsaspecten heeft dan ook niet plaatsgevonden.
Hoofdstuk 5
7
3.
JURIDISCHE PLANOPZET 3.1 Algemeen Inleiding Dit bestemmingsplan is opgesteld om de wijziging van de geluidzone van de Bedrijventerreinen Zuid incl. De Kronkels Zuid juridisch te regelen. Dit hoofdstuk bevat een toelichting op de concrete vertaling van de beoogde wijziging van de geluidzone in het juridisch gedeelte van het bestemmingsplan (de verbeelding en regels). In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet nader toegelicht. Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: De toelichting In de toelichting is de voorgenomen wijziging beschreven en verantwoord, zowel op basis van het beleid als op basis van aspect ‘akoestiek’, aangevuld met een toelichting op de juridische opzet. De regels Deze partiële herziening van het bestemmingsplan is opgesteld met de bedoeling om de eerder genoemd geluidzone te wijzigen. De huidige bestemmingen en aanduidingen in het plangebied, die gelden op basis van de huidige bestemmingsplannen, met de daarbij behorende overige bouw- en gebruiksregels blijven verder onverkort van toepassing. Dit is in de regels beschreven. In de regels zijn enkel de bepalingen opgenomen, die aanvullend gelden ten opzichte van de huidige bestemmingsplannen. De verbeelding De verbeelding geeft het werkingsgebied van dit bestemmingsplan aan.
Dit betreft de gehele geluidzone rondom het gezoneerde industrieterrein, dus zowel de delen die momenteel al onder de geluidzone vallen als de twee zones waar de geluidzone wordt vergroot. Er is uitsluitend één gebiedsaanduiding ‘geluidzone – industrie’ opgenomen. Binnen deze aanduiding gelden aanvullende regels ten opzichte van de onderliggende bestemmingsplannen. De opzet van het plan Een bestemmingsplan is een juridisch plan, dat bindend is voor inwoners en voor de overheid. Zoals gezegd betreft het hier een partiële herziening van de geldende bestemmingsplannen. Dit betekent dat het plan de geldende bestemmingsplannen met de daarin opgenomen bestemmingen en aanduidingen en de daarbij behorende gebruiks- en bouwregels intact laat. De specifiek in deze partiële herziening aangegeven regels gelden aanvullend op deze geldende bestemmingsplannen. Na de vaststelling van deze partiële herziening gelden dit plan, de huidige bestemmingsplannen en het ‘Paraplubestemmingsplan Planregels Wonen’ naast elkaar. In geval van onderlinge strijdigheid, gaan de bepalingen in deze partiële herziening echter vóór op de bepalingen van de onderliggende bestemmingsplannen.
Hoofdstuk 5
8
3.2 Toelichting op de regels Omdat dit bestemmingsplan uitsluitend ziet op een specifieke wijziging, namelijk een aanpassing van de geluidzone rondom het geluidgezoneerde industrieterrein, wijkt de opzet van de planregels af van de gebruikelijke opzet van een bestemmingsplan. Zo zijn er geen bestemmingen opgenomen in deze regels. De bestemmingen volgen namelijk uit de huidige bestemmingsplannen. In de planregels van dit bestemmingsplan zijn enkel de volgende regels opgenomen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk zijn enkele begrippen opgenomen. Dit betreft enerzijds enkele wettelijk voorgeschreven standaardbegrippen en anderzijds enkele begrippen die specifiek in dit bestemmingsplan voorkomen, zoals een ‘geluidsgevoelig object’. De begrippen dienen voor een eenduidige interpretatie van de regels. Hoofdstuk 2 Algemene regels Dit hoofdstuk bevat de volgende regels: Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een ruimtelijk plan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Deze regel moet volgens de wet in ieder ruimtelijk plan opgenomen worden.
Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn regels opgenomen voor de gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie', die op de verbeelding van dit plan is opgenomen. Binnen deze aanduiding zijn de gronden, in aanvulling op de ter plaatse geldende bestemming(en), mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting op geluidgevoelige objecten als bedoeld in de Wet Geluidhinder vanwege de geluidszone van het industrieterrein De Kronkels/Haarbrug. Geluidsgevoelige objecten mogen binnen dit gebied niet zonder meer worden gebouwd. Dit is alleen toegestaan als wordt voldaan aan de voorkeurswaarden van de Wet geluidhinder of aan een middels een besluit vastgestelde hogere waarde. Ook het omzetten van een bestaand niet-geluidsgevoelig object naar een geluidsgevoelig object is niet toegestaan. Overige regels In dit artikel is een van toepassing verklaring opgenomen. Hierin is aangegeven dat de regels van de huidige bestemmingsplannen onverkort van toepassing blijven in het plangebied. De huidige bestemmingsplannen zijn in dit artikel opgesomd. In geval van strijdigheid tussen de regels uit deze partiële herziening en uit de geldende bestemmingsplannen, dan prevaleren de regels uit de partiële herziening. Hoofdstuk 3. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het voor alle ruimtelijke plannen verplichte overgangsrecht is opgenomen.
Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het plan bestaan (of waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De
Hoofdstuk 5
9
overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, ook brengt het niet met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet. Slotregel Dit artikel geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald.
Hoofdstuk 5
10
4.
UITVOERBAARHEID In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
4.1 Economische uitvoerbaarheid Het plan betreft een gemeentelijk initiatief. Dit facetbestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen of bouwplannen mogelijk. Dit plan heeft een beheersmatig karakter en uitvoering van dit plan brengt geen kosten met zich mee. De kosten voor het opstellen van dit bestemmingsplan en de met de procedure gemoeide kosten komen voor rekening van de gemeente. Er is hier binnen de gemeentelijke begroting budget voor gereserveerd. De economische uitvoerbaarheid is hiermee aangetoond. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan door de gemeenteraad zal tevens het besluit worden genomen dat, voor die gevallen waar op basis van artikel 6.12 Wro juncto artikel 6.2.1 Bro een exploitatieplan verplicht is, geen exploitatieplan wordt vastgesteld omdat de kosten anderszins verzekerd zijn.
4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor het ‘Facetbestemmingsplan– geluidszone Bedrijventerreinen Zuid/ De Kronkels-Zuid’ zal de procedure van artikel 3.8 en verder van de Wet ruimtelijke ordening doorlopen worden. Het ontwerpbestemmingsplan zal gedurende zes weken ter visie worden gelegd, waarbij de mogelijkheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen. Na afloop van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan worden (eventuele) zienswijzen beoordeeld en wordt het bestemmingsplan ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. De resultaten van deze procedure worden te zijner tijd in deze toelichting verwerkt.
Hoofdstuk 6
11
REGELS
Hoofdstuk 6
13
Facetbestemmingsplan geluidszone Bedrijventerreinen Zuid/ De Kronkels-Zuid
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
4 4
Hoofdstuk 2 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Overige regels
5 5 6 7
Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
8 8 9
2
Regels
3
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1
plan:
het bestemmingsplan Facetbestemmingsplan geluidszone Bedrijventerreinen Zuid/ De Kronkels-Zuid met identificatienummer NL.IMRO.0313.Geluidzones2200-0201 van de gemeente Bunschoten; 1.2
bestemmingsplan:
De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels; 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.6
geluidsgevoelige objecten:
gebouwen die dienen ter bewoning of een ander als geluidsgevoelig aangewezen gebouw zoals opgenomen in het Besluit geluidhinder; 1.7
geluidszone industrieterrein:
een geluidzone zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, waarbuiten de geluidbelasting vanwege het gezoneerd industrieterrein de waarde van 50 dB(A) niet te boven mag gaan.
4
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
5
Artikel 3
Algemene aanduidingsregels
3.1
Geluidzone - industrie
3.1.1
Aanduidingsomschrijving
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' zijn de gronden in aanvulling op de ter plaatse geldende bestemming(en), mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting op geluidgevoelige objecten als bedoeld in de Wet Geluidhinder vanwege de geluidszone van het industrieterrein De Kronkels/Haarbrug.
3.1.2
Bouwregels
In afwijking van het elders in de ter plaatse geldende bestemming(en), geldt ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' dat een geluidsgevoelig object als bedoeld in de Wet Geluidhinder slechts mag worden gebouwd, indien de geluidbelasting vanwege het industrieterrein op de gevels van dit gebouw voldaan wordt aan: a. de voorkeursgrenswaarden van de Wet geluidhinder, danwel; b. de bij een besluit hogere waarden vastgestelde hogere waarden inclusief de daarin gestelde voorwaarden.
3.1.3
Specifieke gebruik sregels
Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' wordt onder strijdig gebruik in ieder geval begrepen het gebruik van een niet-geluidgevoelig object ten behoeve van een geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet Geluidhinder.
6
Artikel 4
4.1
Overige regels
Van toepassing verklaring
a. de regels in dit plan zijn van toepassing en aanvullend op de hieronder opgenomen plannen: Naam plan
Kenmerk
Vaststelling
Bedrijventerreinen Zuid
NL.IMRO.0313.KronkelsHaarbr1700-0301
09-03-2017
Buitengebied
NL.IMRO.0313.Buitengebied1600-0301
20-04-2017
Bunschoten Wonen West
NL.IMRO.0313.WonenWest1100-0301
25-04-2013
Centrale As
NL.IMRO.0313.Centraleas0100-0302
23-01-2014
Paraplubestemmingsplan Planregels Wonen
NL.IMRO.0313.Paraplubpwonen2000-0301 09-07-2020
Rengerswetering 2014
NL.IMRO.0313.Rengerswet1300-0301
16-04-2015
b. de regels van de bestemmingsplannen die zijn genoemd onder a blijven buiten toepassing voor zover er sprake is van strijdigheid met de regels van dit plan. c. de regels van de bestemmingsplannen die zijn genoemd onder a blijven voor het overige onverminderd van toepassing.
7
Hoofdstuk 3 Artikel 5
5.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 5.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
8
Artikel 6
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Facetbestemmingsplan geluidszone Bedrijventerreinen Zuid/ De Kronkels-Zuid'.
9
BRO heeft vestigingen in Boxtel | Amsterdam | Venlo www.bro.nl
Hoofdstuk 2
14