CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Publieksversie inkoopstrategie.pdf

Commissie Samenleving 11 september 2025, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen5.193 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Inkoopstrategie Wmo begeleiding en beschermd wonen 2026 Samenvatting Gemeenten bieden inwoners ondersteuning via de Wmo (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Daarvoor sluiten gemeenten contracten met aanbieders van deze ondersteuning. Gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Nijkerk, Soest en Woudenberg (regio Amersfoort) kopen samen Wmo begeleiding en beschermd wonen in. Dit document beschrijft in het kort de inkoopstrategie. Met het inkooptraject Wmo begeleiding en beschermd wonen 2026 organiseren we aanvullende ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben. Dat is de extra ondersteuning die aansluit op ondersteuning via het sociale netwerk, het welzijnswerk en/of het lokale (wijk)team. Het doel is dat inwoners zo veel mogelijk zelf (weer) de regie kunnen nemen over hun eigen leven. De gemeenten in de regio Amersfoort willen per 1 januari 2027 met een beperkt aantal aanbieders een langdurige samenwerking aangaan van (maximaal) 9 jaar. Vanaf september 2025 start de regio met het publiceren van de vier aanbestedingen bij deze inkoop: 1. 2. 3. 4.

Wmo begleiding, beschermd wonen, begeleid wonen in een safehouse en respijtverblijf.

Tegelijkertijd organiseren de gemeenten praktische begeleiding en ondersteuning door de lokale (wijk)teams in hun eigen gemeente. Met deze inkoop willen de gemeenten in de regio Amersfoort onder meer: • duurzaam partnerschap tussen de regio en aanbieders realiseren, gebaseerd op gezamenlijke verantwoordelijkheid en dialoog en waarbij we investeren in de relatie (de principes van het model van Simons); • de samenwerking tussen aanbieders, lokale (wijk)teams, woningcorporaties, FACT-teams, huisartsen en het mentaal gezondheidsnetwerk verbeteren; • de aanbieders en de sociale basisinfrastructuur (collectief toegankelijke en op herstel gerichte activiteiten) goed met elkaar verbinden; • administratieve lasten voor professionals verminderen, zodat zij kunnen doen wat nodig is. • zorgfraude voorkomen en het toezicht op de kwaliteit van ondersteuning verbeteren. Meer informatie over dit inkooptraject staat op de webpagina: Inkoop Wmo begeleiding & beschermd wonen 2026 | Gemeente Amersfoort.

1

1. Visie en uitgangspunten De uitgangspunten van deze nieuwe inkoop zijn gebaseerd op de Regiovisie Samen in de Wijk, de beleidskaders sociaal domein van de regiogemeenten en het Regioplan Samen Sterker Eemland 2024-2026. Daarin staat centraal dat alle ondersteuning herstelgericht en activerend is en gericht op positieve gezondheid, groei in redzaamheid en participatie. Het doel is dat de inwoner weer zelf de regie kan nemen over zijn eigen leven. De gemeenten willen een transformatie realiseren voor zowel Wmo begeleiding als beschermd wonen. De uitgangspunten daarvoor zijn: • Langdurige contracten met een beperkt aantal aanbieders; • Duurzaam partnerschap tussen de regio en aanbieders, gebaseerd op gezamenlijke verantwoordelijkheid en dialoog en waarbij we investeren in de relatie (de principes van het model van Simons); • Een toegankelijk aanbod voor inwoners in een overzichtelijk en efficiënt georganiseerd zorglandschap; • Verbetering van de samenwerking tussen aanbieders, lokale (wijk)teams, woningcorporaties, FACT-teams, huisartsen en het mentaal gezondheidsnetwerk; • Een sterke verbinding van de nieuwe contractpartners met de sociale basisinfrastructuur (collectief toegankelijke en op herstel gerichte activiteiten); • Ruimte voor aanbieders om te investeren in vernieuwing en innovatieve oplossingen voor knelpunten; • Vermindering van administratieve lasten voor

professionals, zodat zij kunnen doen wat echt nodig is; • Specifieke aandacht voor het voorkomen van zorgfraude en het verbeteren van het toezicht op de kwaliteit van ondersteuning.

2. De Inkoop Om de inkoop Wmo begeleiding en beschermd wonen mogelijk te maken splitsen we deze in vier afzonderlijke trajecten: 1. 2. 3. 4.

Wmo begeleiding Beschermd wonen Begeleid wonen in een safehouse Respijtverblijf

Voor deze inkooptrajecten gelden dezelfde uitgangspunten, maar de manier van bekostigen en de inhoudelijke werkwijze verschillen per traject. Het splitsen in afzonderlijke trajecten maakt de inkoop logisch en uitvoerbaar. Het voorkomt ook dat vertraging in één traject de voortgang van andere trajecten belemmert. Elk inkooptraject wordt apart aanbesteed en geïmplementeerd. In de uitwerking zorgen we voor samenhang en verbinding onderling, ook met de andere vormen van ondersteuning zoals jeugdhulp, maatschappelijk opvang, vrouwenopvang en dagactiviteiten. De volgende thema’s zijn belangrijk bij de uitvoering van de opdracht: 2

Samenwerking Gezamenlijke inzet van en actieve afstemming en duidelijke afspraken tussen contractpartners, lokale (wijk)teams, MetMaya (specialistische jeugdhulp), woningcorporaties en partners in de sociale basisinfrastructuur zijn essentieel. Dit moet bijdragen aan een goede instroom, doorstroom en uitstroom, het voorkomen van onnodige overdrachtsmomenten en passende hulp op het juiste moment. Met name bij de overgang van jeugdhulp naar Wmo en bij het afschalen van beschermd wonen naar aanvullende begeleiding.

Partnerschap Langdurige samenwerking met een beperkt aantal aanbieders gaat versnippering tegen en bevordert het samen werken aan de transformatieopgave. We werken vanuit gedeelde waarden (model van Simons). Daarnaast gelden de uitgangspunten van taakgericht werken: samen leren en ontwikkelen en duidelijke afspraken over aansturing, waaronder één aanspreekpunt voor de gemeenten, lokale (wijk)teams en samenwerkingspartners.

Continuïteit van ondersteuning Inwoners moeten zo min mogelijk last ondervinden van een nieuwe inkoop. Continuïteit van de ondersteuning voor de inwoner staat voorop. Een gezamenlijk plan zorgt voor een soepele overgang van huidige naar nieuwe contractpartners. De overgangstermijn houden we kort. Dit stimuleert de verandering naar de nieuwe situatie en beperkt dubbele kosten.

Monitoring Met een gezamenlijke monitoring maken we de voortgang en realisatie van de opdracht inzichtelijk. De monitoring krijgt prioriteit bij de implementatie en omvat o.a. omvang van de taakopgave, aanbod en inzet, kwaliteit, voortgang van de transformatie en kosten. KPI’s en monitoring hiervan stemmen we af met de tijdens de gunningsfase. Digitalisering De toenemende schaarste aan medewerkers en financiële middelen vraagt om duurzame innovatie. We verwachten van de contractpartners een verantwoorde manier van digitalisering, met oog voor kwaliteit, toegankelijkheid en effectiviteit. Denk bijvoorbeeld aan eHealth, domotica, telezorg en AI-gestuurde ondersteuning. Overeenkomst Voor de nieuwe contractpartners gelden een aantal belangrijke voorwaarden: een Social Return-verplichting van 5%: contractpartners maken hiervoor na gunning een plan met het WerkgeversServicePunt; borging van duurzaamheid via het MVOI-actieplan; contractpartners maken duidelijk hoe zij werken aan religieuze en culturele diversiteit en inclusie; de Wmocontractstandaarden van de VNG (november 2024) passen we toe in de overeenkomst en de inkoopdocumenten; contractpartners handhaven de contractstandaarden in de samenwerking met onderaannemers. Dit draagt bij aan lastenverlichting. 3

3. Inkooptraject Wmo begeleiding 3.1 Stip op de horizon Inwoners met een psychische kwetsbaarheid moeten zoveel mogelijk in hun eigen leefomgeving kunnen herstellen. Ondersteuning vanuit de Wmo wordt in eerste instantie dan ook georganiseerd en geboden in de sociale basisinfrastructuur (sociaal netwerk en welzijnswerk) en door de lokale (wijk)teams. Het moet helder zijn welke aanvullende begeleiding de contractpartner biedt én wat de praktische begeleiding en begeleiding door de lokale (wijk)teams inhoudt. Praktische begeleiding Vanaf 2027 is praktische begeleiding in elke gemeente beschikbaar als algemene voorziening binnen de sociale basisinfrastructuur of de lokale (wijk)teams. Dit omvat activiteiten die inwoners helpen een gestructureerd huishouden te voeren of daarvan deel uit te maken. Vaak gaat het om inwoners die voor een langere periode begeleiding nodig hebben. Begeleiding door lokale (wijk)teams Een lokaal (wijk)team ondersteunt en stimuleert inwoners om zelfstandig te blijven wonen en sluit aan bij de leefwereld van de inwoner. De begeleiding kan gaan over het oefenen en leren van vaardigheden die nodig zijn in het dagelijks leven, het versterken of verbreden van het netwerk, ondersteuning bij communicatie en het aanbrengen van (dag)structuur. In principe pakken de lokale (wijk)teams de begeleidingsvragen op, tenzij: • •

er begeleiding nodig is buiten 8.00-18.00 uur; er aanvullende expertise nodig is.

De lokale (wijk)teams in de regio Amersfoort nemen het Richtinggevend Kader Toegang, lokale teams en integrale dienstverlening (VNG) als uitgangspunt van een ‘stevig lokaal team’. Dat wil zeggen: zij zijn aanwezig op belangrijke plekken in de leefwereld van huishoudens en gezinnen en kennen de mogelijkheden van de sociale basisinfrastructuur. Als gemeenten faciliteren we deze ontwikkeling gezamenlijk met een aparte regionale opdracht. We houden in de bekostiging van de opdracht rekening met de overheveling van praktische begeleiding en begeleiding door de lokale (wijk)teams. De bijbehorende overheveling van middelen naar de gemeenten wordt gebaseerd op de opbouw van begeleiding door de lokale (wijk)teams in de afgelopen vier jaar (2020-2024) en de inschatting van de gemeenten om meer begeleiding te bieden. De uitkomst is bindend voor de gemeenten. Dit draagt bij aan de opdracht van de gemeenten om de begeleiding door de lokale (wijk)teams te versterken. 3.2 Scope De contractpartner biedt individuele en/of groepsgerichte aanvullende begeleiding aan inwoners met specifieke, complexe en/of intensieve ondersteuningsvragen waarbij de problematiek van de inwoner op de voorgrond staat. De doelen uit het ondersteuningsplan van de inwoner zijn leidend. De begeleidingsvragen zijn in principe uitstelbaar en er is geen 24/7-beschikbaarheid noodzakelijk.

Wel is er inzet mogelijk in de weekenden en avonden wanneer nodig. De contractpartner biedt aanvullende begeleiding in nauwe samenwerking met het lokale (wijk)team. Zo kunnen ondersteuningsvragen gezamenlijk (vanuit ieders expertise) worden opgepakt en kan het lokale (wijk)team de begeleiding overnemen als de aanvullende 4

begeleiding niet meer nodig is. Het lokale (wijk)team heeft een actieve regierol, blijft altijd betrokken en sluit aan bij evaluatiegesprekken. De ondersteuning van de Wmo-professionals is gebiedsgericht en sluit aan bij de ondersteuning van de lokale (wijk)teams en de MetMaya teams. De Wmo-professionals bieden zo nodig consultatie aan de professionals van de lokale (wijk)teams en MetMaya en vice versa.

Figuur 1: Aansluiting sociale basis – lokaal (wijk)team – aanvullende Wmo begeleiding

Producten aanvullende begeleiding De aanbesteding Wmo begeleiding bestaat uit de volgende producten: • •

Aanvullende begeleiding voor inwoners die zelfstandig wonen: individuele en/of in groepsgerichte ondersteuning voor inwoners met complexe hulpvragen. Begeleid wonen: wonen in huisvesting van een aanbieder met (woon)begeleiding.

Begeleid wonen Bij begeleid wonen huurt een inwoner tijdelijk woonruimte bij een aanbieder wanneer dit vanuit de ondersteuningsvraag nodig is: de begeleiding is gekoppeld aan de woonruimte. De aanbieder begeleidt de inwoner – vaak jongvolwassenen - bij het zelfstandig leren wonen en het vergroten van de zelfredzaamheid. Bijvoorbeeld bij het op orde krijgen van financiën, zinvolle daginvulling, stabiliteit en zelfstandigheid en het aangaan van sociale contacten. De inwoner betaalt de huur aan de aanbieder. Zodra er geen begeleiding meer nodig is, stopt de huurovereenkomst bij de aanbieder. De ambitie is om wonen en begeleiding zoveel mogelijk te scheiden. De ervaring is namelijk dat inwoners langer begeleiding krijgen dan nodig is omdat de doorstroom naar een zelfstandige woonruimte langer op zich laat wachten door een gebrek aan woningen. Daarom willen we het aantal plekken begeleid wonen langzaam afbouwen. Huren onder voorwaarde, waarbij de huurovereenkomst op naam van de jongvolwassene staat, nemen we als mogelijke tussenoplossing op als te ontwikkelen ondersteuning in de opdracht. Spreiding over de regio In april 2025 waren er in de regio 278 plekken voor begeleid wonen waaronder 24 plekken voor PITSTOP (begeleid wonen voor MBO-studenten in Amersfoort). Daarbij waren 268 plekken in Amersfoort. 5

We willen dat het aanbod voor begeleid wonen evenredig verspreid wordt over de regio. De plekken voor begeleid wonen zijn nu vooral in Amersfoort waardoor de jongvolwassen inwoners, afkomstig uit de hele regio, een binding krijgen met Amersfoort en daar (willen) uitstromen. Dit betekent extra druk op de woningmarkt. Daarbij worden inwoners die begeleid wonen in de nieuwe wetgeving niet meer gezien als urgent. Zij komen niet meer standaard in aanmerking voor een urgentieverklaring. Dit vertraagt de uitstroom. Ook daarom heeft een reguliere huurovereenkomst, of huren onder voorwaarde, de voorkeur. De volgende vormen van ondersteuning, die op dit moment via subsidies worden ingezet voor de regio, maken onderdeel uit van deze aanbesteding. Dit draagt bij aan effectieve en integrale ondersteuning van inwoners in de regio. Het gaat om: • Opvang en begeleiding van jonge moeders (wordt begeleid wonen); • Kortdurend begeleid wonen jongeren waaronder PITSTOP (wordt begeleid wonen); • Begeleid wonen voor vrouwen en gezinnen (wordt begeleid wonen); • Kortdurende ambulante begeleiding voor- en nazorg (begeleiding lokale (wijk)team). We gaan ervan uit dat de nieuwe contractpartner alle hierboven genoemde vormen van Wmo begeleiding kan leveren.

3.3 Bekostiging en omvang van de opdracht Bekostiging De bekostiging van Wmo begeleiding is taakgericht: de financiering wordt op basis van een vast (jaar)budget voor de taak verstrekt. Het (jaar)budget wordt vastgesteld op basis van drie componenten: hoeveelheid cliënten, intensiteit van de ondersteuning en prijs. De prijs wordt bepaald door een kostprijsonderzoek (in 2024 uitgevoerd voor de regio Amersfoort). Doordat de definitie van begeleiding is veranderd, actualiseren we de kostprijselementen van Wmo begeleiding. De opstartkosten voor het eerste jaar van de implementatie bedragen maximaal 5% van het jaarbudget. Uitgangspunt voor de risicoverdeling is dat de gemeenten het risico van de instroom dragen. aangezien zij de toegang tot Wmo begeleiding bepalen. De nieuwe contractpartner draagt het risico van de uitstroom en de intensiteit van de ondersteuning. Omvang van de opdracht De opdrachtwaarde voor Wmo begeleiding wordt indicatief geraamd op basis van de uitgaven in de afgelopen jaren binnen de regio. In 2024 bedroegen de totale kosten voor Wmo begeleiding circa € 18 miljoen voor de gehele regio. Dit bedrag wordt in de aanbesteding opgenomen als richtinggevend kader. Het aantal inwoners dat gebruik maakt van ambulante begeleiding blijft stabiel. De regio heeft geen financiële taakstelling.

We verwachten wel dat in de bekostiging van de nieuwe opdracht sprake kan zijn van kostenbesparing doordat het aantal aanbieders vermindert. 3.4 Procedure We kiezen voor één contractpartner voor het perceel Wmo begeleiding, in de vorm van een consortium of een hoofd- en onderaannemersstructuur met één duidelijk aanspreekpunt, coördinatie en mandaat. Deze keuze sluit aan bij de wens van de gemeenten voor een langdurig partnerschap en investering in de gezamenlijke transformatieopgave. Op deze manier kan de nieuwe contractpartner beter samenwerken met de lokale (wijk)teams. Deze 6

werkwijze sluit aan op de wijze waarop MetMaya voor de specialistische jeugdhulp samenwerkt met lokale teams. We verwerken de voortschrijdende inzichten van de huidige implementatie van MetMaya in de eisen en governance van deze aanbesteding. Dit betreft onder andere het werken met onderaannemers. Hoewel het niet aan de gemeenten is om te bepalen welke onderaannemer wordt ingezet, willen we de nieuwe contractpartner hiervoor een kader meegeven om te stimuleren dat onderaannemers betrouwbaar en van goede kwaliteit zijn. Daarnaast streven we naar een snelle implementatie van de monitoring. Gezien de complexiteit en omvang van de opdracht en de vereiste samenwerking tussen verschillende partijen, kiezen we voor een SAS1 niet-openbare inkoopprocedure. Dat houdt in dat we werken met een selectie- en gunningsfase. In de selectiefase worden twee aanbieders gekozen op basis van hun ervaring en expertise met dergelijke omvangrijke opdrachten. In de gunningsfase vragen we deze aanbieders om een plan van aanpak in te dienen dat inhoudelijk wordt beoordeeld. Op basis daarvan gunnen we de opdracht aan één winnende partij. Onderdeel van de gunningsfase zijn dialoogrondes, waarin de opdracht qua inhoud en financiën besproken en verduidelijkt wordt. Tijdens de dialoogrondes betrekken we de gemeenten en lokale (wijk)teams.

We kiezen voor een niet-openbare inkoopprocedure omdat het niet passend is, gezien de intensiteit van het proces tijdens de gunningsfase om alle geïnteresseerde partijen hieraan te laten deelnemen. 3.5 Toewijzing Het lokale (wijk)team wijst aanvullende begeleiding toe op basis van het ondersteuningsplan van de inwoner dat alle doelen, resultaten en benodigde inzet beschrijft. inclusief de benodigde inzet van eigen netwerk, sociale basisinfrastructuur of aanvullende hulp vanuit domeinen zoals de Participatiewet, specialistische jeugdhulp of GGZ. In het geval van de overgang van jeugdhulp naar Wmo begeleiding, vindt de toewijzing plaats in samenspraak met de MetMaya teams en het lokale (wijk)team. Hierbij is continuïteit van de begeleiding en een soepele overgang het uitgangspunt. Relevant voor deze aanbesteding is de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die gemeenten opdraagt om inwoners duidelijkheid te geven over de aantal uren ondersteuning. In de aanbesteding vragen we aanbieders om in hun inschrijving aan te geven hoe zij invulling geven aan de uitspraak en op basis van welk gevalideerd instrument zij gaan werken. Uitgangspunt blijft het verlagen van administratieve lasten en het hanteren van een eenvoudige werkwijze voor professionals in de uitvoering. 3.6 Duur overeenkomst De looptijd van de overeenkomst voor Wmo begeleiding is maximaal negen jaar.

Dit omvat een initiële periode van drie jaar met de mogelijkheid van drie verlengingen van telkens twee jaar. De lange looptijd is bedoeld om gemeenten en de (nieuwe) contractpartner in staat te stellen een duurzaam partnerschap op te bouwen.

1

SAS: Sociaal en andere diensten inkoop

7

4. Inkooptraject beschermd wonen 4.1 Stip op de horizon Van beschermd wonen naar beschermd thuis We willen dat inwoners in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen en daar, wanneer nodig, passende begeleiding krijgen. Dit sluit aan bij het rapport van de commissie Dannenberg (2015),Van beschermd wonen naar beschermd thuis en de Regiovisie Samen in de wijk 2021-2026. De plekken voor beschermd wonen willen we de komende jaren geleidelijk verruilen voor het bieden van beschermd thuis, aanvullende begeleiding of andere vormen van ondersteuning en participatie in de eigen omgeving. Hiervoor zijn voldoende uitstroommogelijkheden in de regio nodig, met name voor jongvolwassenen. Het tekort aan betaalbare woningen is hierbij echter een knelpunt. Met de inkoop vragen we aanbieders een passend en dekkend aanbod voor jongvolwassenen (18-27 jaar) te ontwikkelen. Op dit moment mist in de regio passende ondersteuning voor jongeren die veel structuur nodig hebben. Daarnaast willen we een betere spreiding van locaties voor beschermd wonen in de regio: in april 2025 waren er 191 plekken voor beschermd wonen waarvan 146 in Amersfoort en 23 in Leusden. 4.2 Scope Bij de aanbesteding beschermd wonen onderscheiden we de volgende producten: • Beschermd thuis: 24/7-bereikbaarheid en -beschikbaarheid; • Beschermd wonen; • Pauzeplekken (voorheen Respijt/Time-out).

Beschermd thuis: wanneer een inwoner 24-uurs bereikbaarheid en/of beschikbaarheid van begeleiding nodig heeft, kan er opgeschaald worden naar beschermd thuis, waarbij de inwoner in de eigen omgeving blijft wonen. Bij beschermd wonen gaan we uit van twee vormen van ondersteuning: • Beschermd wonen ten behoeve van stabilisatie en observatie richt zich op het in kaart brengen en het tot rust brengen van acute problemen. De duur hiervan is een paar maanden tot één jaar. • Bij beschermd wonen ten behoeve van herstel en groei richt de begeleiding zich op persoonlijk herstel, zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Het doel is dat de inwoner (weer) zelfstandig kan wonen, met of zonder begeleiding. Beschermd wonen inclusief dagactiviteiten blijft vooralsnog alleen mogelijk wanneer een inwoner geen gebruik kan maken van alternatieve mogelijkheden. We onderzoeken met MetMaya of het verlagen van de instroomleeftijd van beschermd wonen naar 16/17 jaar, waar enkele gemeenten in land voor kozen, meerwaarde biedt. Als dat zo is, verwerken we dit in de inkoopdocumenten. Pauzeplekken zijn bedoeld voor inwoners die zelfstandig wonen en een korte periode niet thuis kunnen blijven wonen door oplopende spanningen. 4.3 Bekostiging en omvang van de opdracht We bekostigen beschermd wonen op basis van geleverde inspanning.

Deze financiering gaat uit van het bieden van passende ondersteuning binnen een vooraf afgesproken arrangement. 8

In 2023 bedroegen de kosten voor beschermd wonen binnen de regio ca. €13,8 miljoen. In 2024 stegen de kosten naar €15,9 miljoen. Deze groei komt onder andere door prijsindexatie en overheveling van activiteiten naar beschermd wonen. Ook steeg het aantal inwoners dat beschermd woont licht. Het is in 2024 niet gelukt om het aantal plekken beschermd wonen af te bouwen en het aantal trajecten beschermd thuis te vermeerderen. Inwoners die beschermd wonen, wonen langer in deze woonvorm door het ontbreken van eigen woonruimte. Tegen de tijd dat zij uitstromen is vaak geen beschermd thuis meer nodig. 4.4 Aanbestedingsprocedure Met de inkoop van beschermd wonen willen we een dekkend aanbod in de regio realiseren met maximaal vijf aanbieders. We vinden het belangrijk om een partnerschap op te bouwen met een beperkt aantal aanbieders. Daarnaast willen we dat de nieuwe aanbieders de samenwerking met woningcorporaties, aanbieders van aanvullende begeleiding en partners in de sociale basisinfrastructuur versterken. We verwachten van de nieuwe contractpartners dat zij: • de doorstroom van beschermd wonen bevorderen; • de spreiding van de locaties over de regio verbeteren; • de plekken voor beschermd wonen geleidelijk afbouwen; • trajecten voor beschermd thuis opbouwen.

Ook vragen we nieuwe contractpartners te werken onder één gezamenlijke coördinatie en met één aanspreekpunt om de samenwerking met en afstemming tussen de betrokken partijen te versterken, We kiezen voor een SAS niet-openbare inkoopprocedure met een selectie- en een gunningsfase. Tijdens de selectiefase selecteren we maximaal zeven aanbieders op basis van kwaliteitseisen, relevante competenties en ervaring met vergelijkbare opdrachten, inclusief het realiseren van een dekkend aanbod. Met de geselecteerde partijen gaan we vervolgens over de opdracht in gesprek tijdens dialoogrondes. Hierbij betrekken we gemeenten, lokale (wijk)teams en woningcorporaties. Daarna dienen de geselecteerde partijen een plan van aanpak in dat inhoudelijk wordt beoordeeld. Op basis hiervan selecteren we maximaal vijf aanbieders. We kiezen voor een niet-openbare inkoopprocedure omdat het niet passend is, gezien de intensiteit van het proces tijdens de gunningsfase om alle geïnteresseerde partijen hieraan te laten deelnemen. 4.5 Toewijzing De toegang voor beschermd wonen en beschermd thuis heeft de regio belegd bij het team Centrale toegang (CT). Deze blijft hiervoor verantwoordelijk. De centrale toegang heeft overzicht op de bestaande plekken en mogelijkheden en kan zo sturen op een passende vorm van ondersteuning.

4.6 Duur overeenkomst Ook voor beschermd wonen kiezen we voor een overeenkomst van maximaal negen jaar. Dit omvat een initiële periode van drie jaar met de mogelijkheid van drie verlengingen van telkens twee jaar. De lange looptijd is bedoeld om gemeenten en het (nieuw) samenwerkingsverband in staat te stellen duurzaam partnerschap op te bouwen en de investeringen die nodig zijn voor deze opdracht terug te verdienen. 9

5. Begeleid wonen in een safehouse 5.1 Stip op de horizon Safehouses bieden een herstelgerichte, veilige woonomgeving voor inwoners die net zijn afgekickt van verslaving en niet terug kunnen naar huis vanwege het risico op terugval. Zij kunnen middelenvrij vaardigheden aanleren voor blijvend herstel. Meestal werken safehouses volgens de 12-stappen van het Minnesota Model. 5.2 Scope Begeleid wonen in een safehouse richt zich specifiek op mensen die naast verslaving te maken hebben met complexe problemen, zoals psychische klachten, schulden en/of een justitiële achtergrond hebben. De begeleiding is intensief en gericht op het voorkomen van terugval. Het verblijf in een safehouse is tijdelijk, bedoeld als overbrugging, waarbij de inwoner uiteindelijk weer terugkeert naar de gemeente van herkomst. De gemeente van herkomst is verantwoordelijk voor het organiseren van de passende ondersteuning na het verblijf in een safehouse. 5.3 Bekostiging en omvang van de opdracht In de regio Amersfoort kopen we begeleid wonen in een safehouse als een apart product in. In 2024 ging het om gemiddeld 6-10 inwoners uit de regio Amersfoort. De financiering is inspanningsgericht, waarbij de aanbieder passende ondersteuning biedt. De bekostiging van begeleid wonen in een safehouse is onderdeel van het centrumregiobudget.

5.4 Aanbestedingsprocedure De inkoop van begeleid wonen in een safehouse gaat via een open house constructie. Hierbij kunnen aanbieders zich aanmelden, waarna de geschiktheid wordt gecontroleerd en de partijen worden gecontracteerd. Gedurende de contractperiode kunnen er geen nieuwe partijen worden toegevoegd. 5.5 Toewijzing De centrale toegang (CT) is in de nieuwe inkoop verantwoordelijk voor de toewijzing van begeleid wonen in een safehouse. 5.6 Samenwerking De aanbieders van begeleid wonen in een safehouse werken goed samen met de lokale (wijk)team dat betrokken is bij de inwoner en dat de begeleiding kan overnemen wanneer de inwoner het safehouse verlaat. 5.7 Duur overeenkomst Het plan is om dit traject op termijn toe te voegen aan de grotere inkooptrajecten voor Wmo begeleiding of beschermd wonen. Daarom kiezen we voor een overeenkomst met een looptijd van negen jaar, die minimaal één jaar van tevoren kan worden opgezegd.

10

6.Respijtverblijf 6.1 Stip op de horizon Het respijtverblijf biedt tijdelijke zorg om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen door de ondersteuning bij ADL (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) tijdelijk over te nemen. Hierdoor kan de inwoner die zorg nodig heeft langer thuis blijven wonen. 6.2 Scope Het verblijf is gericht op het bieden van fysieke zorg, het verlenen van ondersteuning op onregelmatige tijden, of het preventief ingrijpen bij gedragsproblemen. Het verblijf is kortdurend en omvat de benodigde accommodatie, facilitaire diensten en dagelijkse ondersteuning, zoals persoonlijke verzorging, dagbesteding en begeleiding. Dit kan zowel planmatig als in crisissituaties worden ingezet wanneer overbelasting van de mantelzorger dreigt. Het verschil met de adempauzeplek die in de aanbesteding beschermd wonen is opgenomen, is dat respijtverblijf bedoeld is voor inwoners met een psychische kwetsbaarheid die door verwardheid, oplopende spanningen of isolement tijdelijk niet thuis kunnen zijn en opvang en ondersteuning nodig hebben in een veilige omgeving. 6.3 Bekostiging en omvang van de opdracht De bekostiging van respijtverblijf is inspanningsgericht, gebaseerd op financiering per arrangement. In 2024 bedroegen de totale kosten voor respijtverblijf circa € 240.000 voor de gehele regio.

6.4 Aanbestedingsprocedure De inkoop van respijtverblijf gebeurt volgens een open house constructie. Daarbij kunnen aanbieders zich aanmelden waarna gemeenten bepalen welke partijen gecontracteerd worden. Na de contractperiode komen er geen nieuwe aanbieders bij. 6.5 Toewijzing De toewijzing naar de aanbieder respijtverblijf verloopt via het lokale (wijk)team. 6.6 Samenwerking De aanbieder van respijtverblijf werkt samen met het lokale (wijk)team of aanbieder die aanvullende ondersteuning biedt zodat de terugkeer naar de eigen woning goed begeleid en opgevolgd kan worden. 6.7 Duur overeenkomst Het plan is om dit traject op termijn toe te voegen aan de grotere inkooptrajecten voor Wmo begeleiding of beschermd wonen. Daarom kiezen we voor een overeenkomst met een looptijd van negen jaar, die minimaal één jaar van tevoren kan worden opgezegd.

11

7. Planning De overeenkomsten van alle vier aanbestedingen gaan in op 1 januari 2027. Op hoofdlijnen ziet de planning er als volgt uit: September 2025: Voorjaar 2026: 1 juli 2026: 1 januari 2027:

Publicatie aanbestedingen Wmo begeleiding en beschermd wonen op TenderNed; Publicatie aanbestedingen begeleid wonen in een safehouse en respijtverblijf op TenderNed; Ondertekening nieuwe overeenkomst(en) Wmo begeleiding en beschermd wonen en start van de implementatie; Startdatum nieuwe overeenkomst(en).

8. Afstemming inkoopstrategie In voorbereiding op de inkoopstrategie zijn gesprekken gevoerd met aanbieders via marktconsultaties. Ook hebben we gesproken met woningcorporaties over begeleid en beschermd wonen, aangezien zij belangrijk zijn voor de beschikbaarheid van geschikte woningen. Daarnaast hebben we een regionale raadsbijeenkomst georganiseerd en hebben we gesproken met inwoners (klankbordgroep psychische diversiteit) en een onafhankelijk cliëntenpanel. Het Regionaal Inkoop- en Subsidiebureau (RISB) heeft de inkoopstrategie opgesteld en afgestemd in samenwerking met collega's van de regiogemeenten. Daarnaast is deze besproken met de lokale (wijk)teams. Een externe advocaat heeft de inkoopstrategie juridisch getoetst. Op deze manier werken we aan een zorgvuldig proces.

12

Bijlage: Risicoanalyse Voor een zorgvuldige uitwerking van de inkoopstrategie brengen we de risico’s in kaart. De risicoanalyse helpt ons bij het opstellen van de inkoopdocumenten en het implementatieplan. Het is een dynamisch overzicht dat we na elke afgeronde fase actualiseren, zodat we voortschrijdende inzichten mee kunnen nemen. Algemene risico’s inkoop Beschrijving risico’s Keuzevrijheid van inwoners – Inwoners kunnen het gevoel hebben dat hun keuzevrijheid beperkt wordt bij selectie van een beperkter aantal aanbieders. Dekkend aanbod – Risico op onvoldoende passend en onvolledig aanbod voor alle gemeenten.

Samenwerking – Gebrekkige samenwerking tussen aanbieders of met gemeenten belemmert transformatie.

Onduidelijkheid over onderaannemerschap – Onduidelijke afspraken in de relatie tussen hoofdaannemers en onderaannemers maar ook de samenwerking met de gemeenten onder druk zetten.

Juridische procedures – Risico op bezwaar van niet-geselecteerde en/of niet gegunde aanbieders.

Onvoldoende cliëntperspectief – De stem van inwoners ontbreekt in selectie en uitvoering.

Beheersmaatregelen In de opdracht staat dat aansluiting bij de leefwereld van de cliënt noodzakelijk is. Dit vraagt om een divers team van professionals, met kennis van onder andere culturele en religieuze diversiteit. Inzet van een pgb blijft mogelijk. Onderaannemerschap is toegestaan om maatwerk te kunnen bieden. In de selectie- en gunningscriteria vragen en beoordelen we hoe de beoogde aanbieders het dekkend aanbod gaan organiseren. De mogelijkheid van onderaannemerschap om het dekkend aanbod te organiseren blijft. In de overeenkomst en inkoopdocumenten leggen we vast hoe we de samenwerking gaan volgen. We spreken af dat we regelmatig peilen hoe tevreden we zijn, dat we signalen bespreken en samen terugkijken en evalueren. Reflectie, leren en verbeteren horen bij de samenwerking. We nemen in de aanbesteding op dat de hoofdaannemer verantwoordelijk blijft voor de kwaliteit van de dienstverlening. We gebruiken standaardovereenkomsten op basis van de Wmocontractstandaarden om duidelijkheid te bieden en administratieve lasten te verlichten. Daarnaast investeren we in gezamenlijke communicatie vanuit de gemeente en de nieuwe contractpartner richting potentiële onderaannemers. Om procedurefouten te voorkomen, toetsen een aanbestedingsjurist en een advocaat de inkoopdocumenten.

Daarnaast organiseren we dwarskijksessies met externe betrokkenen om tunnelvisie te voorkomen en het proces scherper te maken. We organiseren een cliëntenpanel en betrekken dit structureel tijdens het inkoopproces.

13

Risico’s Wmo begeleiding Beschrijving risico’s

Beheersmaatregelen

Versterking lokale teams – De gemeenten of één van de gemeenten zijn nog niet klaar voor het leveren van eigen begeleiding waardoor de inhoudelijke en financiële transformatie vertraagt. Het aantal inwoners dat ondersteuning krijgt in de nieuwe opdracht is hoger of lager dan ingeschat.

Gemeenten faciliteren deze ontwikkeling gezamenlijk via een regionale opdracht, waarvan de implementatie op regionaal niveau en maandelijks wordt gemonitord.

Verlies van professionals door onder andere het dreigende wegvallen van niet gecontracteerde aanbieders.

Door het tekort aan (jongeren)woningen lukt het niet om de begeleid wonen plekken bij de betreffende aanbieders af te bouwen.

Voorafgaand aan de inkoop vindt per gemeente een lokale analyse en vertaling plaats van de aantallen en financiering. Tijdens de dialoogfase bespreken we met aanbieders de onderliggende aannames van de opdracht. Tijdens de uitvoering van de overeenkomst signaleert de contractpartner het tijdig als de aantallen anders uitvallen. In dat geval gaan we met elkaar in gesprek om te achterhalen wat er speelt en wat er nodig is om binnen de afgesproken budgetten te blijven. Voorafgaand aan en tijdens de uitvoering van de inkoop communiceren we zo helder mogelijk richting aanbieders en professionals. In de gunningscriteria vragen we aan de aanbieders hoe zij professionals meenemen en informeren over de opdracht. Tijdens de implementatie verwachten we van nieuwe contractpartners dat zij actief personeel werven. Gemeenten stimuleren daarnaast aanbieders hun professionals te behouden voor de regio, ook als zij geen onderaannemer worden van de nieuwe contractpartners. Gemeenten blijven zich, in samenwerking met woningcorporaties, actief inspannen om voldoende passende woonruimte beschikbaar te stellen voor aandachtsgroepen

14

Risico’s beschermd wonen Beschrijving risico’s

Beheersmaatregelen

Samenwerking tussen de maximaal 5 gecontracteerde aanbieders loopt stroef waardoor aanbieders casussen naar elkaar verwijzen.

Onafhankelijke programmanager aanstellen die gemandateerd is en stuurt op de resultaten, samenwerking, verdeling casussen en leren en ontwikkelen op de samenwerking. Daarnaast accountmanager beschermd wonen vanuit het RISB aanstellen die stuurt op het naleven van de afspraken en de overeenkomst. Voorafgaand aan de nieuwe inkoop goede afspraken maken met aanbieders en de centrale toegang over de instroom beschermd wonen. De gecontracteerde aanbieders dienen voor spreiding van locaties te zorgen. Dat kan betekenen dat zij locatie in onderaannemerschap opnemen of overnemen. Gemeenten blijven zich, in samenwerking met woningcorporaties, inspannen om voldoende woonruimte beschikbaar te stellen voor aandachtsgroepen.

Ambitie afbouw beschermd wonen wordt niet gehaald waardoor de financiële kosten oplopen. De kleine aanbieders die nu in de regiogemeente een locatie hebben, verdwijnen uit het zorglandschap. Het aantal beschikbare betaalbare woningruimte voor jongeren neemt af waardoor de uitstroom verder stagneert en de instroom beschermd wonen toeneemt waardoor afbouw niet lukt. Het lukt niet om een passende locatie te vinden om in een regiogemeente een beschermd wonen locatie te starten.

Regiogemeenten en aanbieder zetten zich samen in om een passende plek te vinden.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15785761/1