CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

AVU Ontwerpbegroting 2027 (1290022)

Commissie Ruimte 28 januari 2026, gemeente BunschotenBij agendapunt: Samenwerkingsverbanden14.036 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

ONTWERP

PROGRAMMA– EN PRODUCTBEGROTING 2027

Vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 24 juni 2026

Inhoudsopgave Aanbieding ..........................................................................................................................................4 Leeswijzer ...........................................................................................................................................5 Inleiding ..............................................................................................................................................6 De AVU en de actuele afvalwereld ................................................................................................6 De AVU als aanbestedende dienst ..................................................................................................7 De AVU in CirkelWaarde...............................................................................................................9 De AVU als platform voor de gemeenten.....................................................................................10 Deel I: Programmabegroting 2027....................................................................................................11 Inleiding ........................................................................................................................................11 Hoofdstuk 1: Programma’s

...........................................................................................................12 Programma 1: Huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft..............................12 Programma 2: Glas en Oud papier ............................................................................................14 Programma 3: Overhead ............................................................................................................15 Hoofdstuk 2: Financieel beleid .....................................................................................................16 §1. Omschrijving kosten en baten .............................................................................................16 §2. Meerjarenbegroting: Indexatie ............................................................................................17 §3. Meerjarenbegroting: Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing ...............................................17 §4. Meerjarenbegroting 2027-2030 ...........................................................................................19 §5. Geprognosticeerde balans 2027-2030 .................................................................................20 §6.

Verschillenanalyse ...............................................................................................................21 Hoofdstuk 3: Overige informatie ..................................................................................................22 §1. Inleiding ...............................................................................................................................22 §2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing...........................................................................22 §3. Bedrijfsvoering ....................................................................................................................23 §4. Verbonden Partijen ..............................................................................................................23 §5. Treasury c.q.

financiering ....................................................................................................24 Grafiek : Ontwikkeling afvalhoeveelheden ...............................................................................28 Deel II: Productbegroting .................................................................................................................29 Inleiding ........................................................................................................................................29 Hoofdstuk 1: Uitgangspunten van de productbegroting ...............................................................30 Hoofdstuk 2: Hoeveelheden, tarieven en kosten...........................................................................32

2

§1. Hoeveelheden per AVU-deelnemer.....................................................................................32 §2. Tarieven voor AVU-deelnemers .........................................................................................33 §3. Tarieven en kosten voor huishoudelijk rest- en grof afval ..................................................34 §4. Tarieven en kosten voor gft-afval ........................................................................................35 §5. Kosten injectienaalden/oude medicijnen .............................................................................36 §6. Infrastructurele kosten .........................................................................................................36 §7.

Kosten sorteeranalyses ........................................................................................................36 Hoofdstuk 3: Beheerskosten .........................................................................................................37 Deel III: Overige activiteiten welke de AVU uitvoert ......................................................................38 Administratie kunststof verpakkingen, drankenkartons en blik ...................................................38 Textiel ...........................................................................................................................................38 Bijlagen .............................................................................................................................................39

3

Aanbieding Voor u ligt de begroting 2027 - 2030 van de Afvalverwijdering Utrecht. Deze geeft een getrouw beeld van de financiële verwachtingen bij de vastgestelde kaders. De omschreven hoofdtaak van de AVU - het organiseren van de verwijdering en de verwerking van de huishoudelijke afvalstoffen – wordt al jaren volgens een vaste blauwdruk uitgevoerd en is op hoofdlijnen niet aan grote veranderingen onderhevig. Dit heeft tot gevolg dat de kaders ook weinig veranderlijk zijn. De min of meer vaste kaders zijn geen garantie voor een onveranderlijke begroting. Externe invloed komt van geopolitieke en economische ontwikkelingen, van belastingmaatregelen die worden opgelegd door de Rijksoverheid, nationaal afvalbeleid en van de transitie welke zich momenteel voltrekt in de AVU-regio als gevolg van de verschuiving van de inzameltaken naar de publieke sector. Bij het doen van uitspraken, aannames en schattingen op de middellange termijn om te komen tot een evenwichtige begroting voor 2027 worden externe invloeden meegewogen, voor zover deze bekend zijn of worden voorzien. Met het bovenstaande in gedachten is het verstandig om rekening te houden met een forse stijging van de belastingcomponent van de verwerkingstarieven. Over enkele jaren zou deze wel eens voor meer dan de helft van het tarief bepalend kunnen zijn.

Verwerkingskosten kunnen desalniettemin effectief worden beïnvloed door het terugdringen van de hoeveelheden restafval door betere afvalscheiding en minder consumptie. Ondanks de problemen met de recycling van grondstoffen door stijgende energieprijzen en het aanbod van goedkope primaire grondstoffen uit het buitenland, loont afvalscheiding mede door producentenverantwoordelijkheid nog steeds! Maar het zijn niet alleen economische motieven die de mate van afvalscheiding moeten bepalen. Het terugwinnen van grondstoffen en het brede hergebruik zijn ook belangrijke maatregelen om de impact van de mens op de aarde, het milieu en het klimaat te verkleinen.

4

Leeswijzer Deel I omvat de Programmabegroting 2027. Daarin wordt achtereenvolgens ingegaan op: • • • • •

een omschrijving van de activiteit (de “wat” vraag); de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de activiteit (de “hoe” vraag); kosten en baten; een aantal paragrafen, welke op basis van de comptabiliteitsvoorschriften (BBV) verplicht moeten worden opgenomen.

Deel II omvat de Productbegroting 2027, waarin onder meer zijn opgenomen kerngegevens en specificaties van de door de gemeenten (individueel) te betalen vergoedingen. Deel III betreft activiteiten die niet voor alle gemeenten worden uitgevoerd: de inzameling en de verwerking van textiel en overige activiteiten die niet onder de kostenverevening vallen. Tenzij uitdrukkelijk anders vermeld, zijn alle in deze begroting weergegeven bedragen exclusief BTW.

5

Inleiding De AVU is de gemeenschappelijke regeling van 23 Utrechtse gemeenten1. Met een kleine bureauorganisatie die “in een notendop gezegd”, de regeling uitvoert en organiseert dat het afval dat de gemeenten inzamelen op een verantwoorde wijze wordt afgevoerd en wordt verwerkt. In de gemeenschappelijke regeling zijn de onderlinge afspraken tussen de gemeenten vastgelegd, kortom het “wat en het hoe”. De AVU betekent meer voor de gemeenten, naast het vervullen van haar basistaak adviseert zij de gemeenten over allerhande afvalonderwerpen én vergaart zij kennis op het vakgebied. Kennis, die de gemeenten weer ten goede komt.

De AVU en de actuele afvalwereld De afvalsector staat voor grote uitdagingen. Net als in iedere andere sector zijn ook hier de gevolgen van dure energie en brandstoffen en hoge personele kosten flink merkbaar, vooral in de recyclingketens. Ondernemers zijn terughoudend met investeringen vanwege de onzekerheden over de ontwikkeling van de regelgeving en de belastingen. Er is daardoor een reële verwachting dat de nodige innovatie van de recyclings- en verwerkingsprocessen zal worden vertraagd. Kijkende naar de “bulkstromen” gft, glas en oud papier, is de markt nog wel in balans. De hoeveelheden zijn redelijk stabiel en afzet en hergebruik van deze stromen verlopen nog steeds zonder al te grote problemen. Wel komt er steeds meer aandacht voor de kwaliteit van deze secundaire grondstoffen. De kwaliteitseisen worden door de afnemers opgeschroefd waardoor de kans op afkeur bij de afvalverwerkers toeneemt. Omdat kwaliteit begint bij de inzameling, of beter gezegd bij het aanbieden van de afvalstromen, zullen gemeenten op hun plek in de keten ook een zekere verantwoordelijkheid moeten nemen en met de instrumenten die hen ter beschikking staan, een zo hoog mogelijke kwaliteit van de grondstoffen proberen te bereiken. Actueel zijn met name afzetproblemen voor de pmd-, (harde) kunststoffen en textiel.

Het RIVM berekent dat slechts 7% van de in Nederland op de markt gebrachte plastic verpakkingen daadwerkelijk wordt hergebruikt als grondstof in nieuwe verpakkingen. Oorzaken hiervan zijn veel aanbod uit China van goedkoop virgin materiaal en het ontbreken van harde eisen ten aanzien van de toevoeging van gerecycled materiaal in nieuwe verpakkingen. Dit betekent ook dat er hoge kwaliteitseisen worden gesteld aan secundaire grondstoffen waardoor veel afkeur van ingezameld materiaal plaatsvindt en dat veel geproduceerd secundaire grondstof (granulaat) geen toepassing vindt of wordt “gedowncycled”. Er is dus nog een lange weg te gaan. De PPWR is de Packaging and Packaging Waste Regulation, ofwel de Verordening voor Verpakkingen en Verpakkingsafval. Deze EU-wetgeving vervangt sinds februari 2025 de EU-Verpakkingenrichtlijn. Het doel van deze wet is om verpakkingsafval te verminderen, hergebruik en recycling te verhogen, en circulaire economieprincipes te stimuleren, met maatregelen die de hele verpakkingsketen raken. Producenten, importeurs, maar ook alle andere schakels in de keten zullen effecten merken van de nieuwe wet. De nieuwe regels zijn nog niet 100% vastgelegd. Tot en met 2029 is de verwachting dat met regelmaat aanscherping en verduidelijking van eisen en doelen zal plaatsvinden.

1

De gemeenten Vijfheerenlanden, Eemnes en De Ronde Venen zijn respectievelijk per 1/1/2021, 1/7/2026 en 1/1/2027 geen lid meer van de AVU.

6

Ook de textielketen stagneert. Van de totale hoeveelheid afgedankt textiel wordt ongeveer 50% gescheiden ingezameld. Van deze hoeveelheid wordt ongeveer 50% hergebruikt (tweedehandskleding), 30% gerecycled (poetslappen, nieuwe garens) en 20% verbrand. Deze keten was voor wat betreft de afzet voornamelijk gericht op het buitenland. De tweedehandsafzet naar het buitenland is vrijwel geheel stilgevallen, waardoor er in Nederland een enorm overschot aan textiel is ontstaan, zodanig dat er vrijwel geen vergoedingen meer worden uitbetaald en veel textiel alsnog in de verbrandingsovens eindigt. Dit ketendeficiet is niet zondermeer met wetgeving op te lossen. Wachten op herstel van de afzetmarkten en innovatie bij het fabriceren van garens en minder kleding kopen zijn de enige opties. Overheden moeten kritischer worden en zullen met wetgeving en gerichte aanpak (beleid) de problematiek met betrekking tot de afvalfase van producten moeten oplossen. Dat alle ketenpartners hierbij een grote verantwoordelijkheid hebben, moge duidelijk zijn. Zo kennen we de in Nederland afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing op iedere ton te verbranden afval en Europees de CO2certificaten (EU-ETS).

Als met dit soort maatregelen een omslag in denken wordt bereikt en voor producenten al dan niet mede gedwongen door uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid (UPV) in de fabricage en samenstelling van producten én in de wijze waarop in de afvalfase ervan met die producten duurzaam en circulair het uitgangspunt wordt, is dat pure maar noodzakelijke winst. De AVU zet zich in om bij te dragen aan deze ontwikkelingen in de afvalwereld (zie ook bladzijde 9: De AVU in CirkelWaarde).

De AVU als aanbestedende dienst De basistaak van de AVU, het afvoeren en verwerken van het door 23 Utrechtse gemeenten ingezamelde afval bestaat uit het overslaan het afval uit de kraakperswagen in grote transportvrachtwagens of in schepen, waarna het naar de verwerkers gaat. Het plaatje laat zien waar het afval van de AVU-gemeenten wordt overgeslagen.

7

De overslagwerkzaamheden in Utrecht zijn uitbesteed aan AVR, dit bedrijf is ook eigenaar van deze overslaglocatie. Deze opdracht wordt periodiek Europees aanbesteed. Zowel in Amersfoort als in Ede is met respectievelijk ROVA (AVU is aandeelhouder) en BV Afvaloverslag (een gezamenlijke BV van AVU en ACV Ede) een dienstverleningsovereenkomst gesloten voor de overslag en het transport naar de verwerkers, dat betekent dat deze werkzaamheden niet worden aanbesteed. Voor de verwerking van huishoudelijk restafval en grof huishoudelijk restafval is een overeenkomst gesloten met de bedrijven AVR en Attero die voor deze opdracht een combinatie hebben gevormd. Het huishoudelijk restafval dat in Utrecht wordt overgeslagen, wordt verwerkt door AVR in Rozenburg, het huishoudelijk restafval van de overslagen Amersfoort en Ede wordt verwerkt door Attero in Wijster. Het grof huishoudelijk restafval van alle gemeenten wordt onder de verantwoordelijk van AVR en Attero in onderaanneming verwerkt door Renewi in Nieuwegein.

Het gft-afval wordt verwerkt door Attero, op 2 locaties. Het gft-afval van de overslagen Amersfoort en Ede wordt (deels) vergist en gecomposteerd in Wilp en het gft-afval dat in Utrecht wordt overgeslagen wordt in Wijster tot compost verwerkt. Daarnaast organiseert de AVU de verwijdering van door inwoners bij apotheken of milieustraten ingeleverde oude medicijnen en injectienaalden in de AVU-gemeenten. Deze dienstverlening is opgezet om te voorkomen dat deze afvalstoffen in het restafval, in andere afvalstromen of op straat terechtkomen en om te voorkomen dat deze via bijvoorbeeld de riolering in het milieu terechtkomen. Stadsbedrijven Utrecht verzorgt deze dienstverlening voor de AVU op basis van een dienstverleningsovereenkomst. Oude medicijnen en injectienaalden worden op afroep opgehaald bij milieustraten, apotheken en apotheekhoudende huisartsen. De verwerking ervan wordt door Renewi gedaan. Ook glas en oud papier behoren tot de aan de AVU overgedragen afvalstromen. Voor beide grondstofstromen heeft de AVU contracten afgesloten. Het glas wordt verwerkt door het bedrijf Maltha in Heijningen en het oud papier wordt in Renkum verwerkt door het bedrijf SmurfitWestrock.

8

Tot 1 januari 2027 verzorgde de AVU ook de inzameling van deze grondstoffen. Echter vanwege de verschuiving van de afvalinzameling naar publieke organisaties, is dit geen AVU-taak meer. Overigens zijn er enkele gemeenten die nog niet aangesloten zijn bij een publieke organisatie, waarvoor de AVU de inzameling van glas en oud papier nog wel faciliteert. Andere afval- en grondstofstromen vallen buiten de regeling, maar ook die kan de AVU overnemen op verzoek van de gemeenten. De AVU besteedt de contracten voor inzamelmiddelen, transport en verwerking periodiek Europees aan en beheert deze vervolgens voor de gemeenten. Het blijven echter wel contracten tussen de gemeenten en de opdrachtnemers. Voorbeelden hiervan zijn de textielcontacten van 12 AVU-gemeenten en de contracten voor de afvoer en de verwerking van de milieustraatstromen voor inmiddels 16 gemeenten. Tevens draagt de AVU zorg voor de financiële afwikkeling, wat inhoudt dat de opdrachtnemers dienen te worden betaald en dat de kosten en (in het geval van glas en oud papier) de opbrengsten worden doorberekend aan de gemeenten. Hiervoor wordt naast de financiële administratie ook een registratie van hoeveelheden bijgehouden.

De AVU in CirkelWaarde Om de ontwikkelingen te begrijpen, aan de discussies deel te nemen, een mede-bepaler van het landelijk beleid te zijn én tegenwicht te bieden aan de afvalverwerkers en de producenten op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau, moet “publieke massa” worden gecreëerd. Daarom heeft de AVU samen met de partner-organisaties ROVA (regio Zwolle) en Circulus (regio Deventer-Apeldoorn) de samenwerking CirkelWaarde opgezet, een samenwerking gebaseerd op kennisvergaring en het verwaarden van grondstofstromen, waarin gezamenlijk vorm en inhoud wordt gegeven aan duurzaamheid en aan de Circulaire Economie. Deze samenwerking strekt zich uit over bijna 60 gemeenten, met gezamenlijk ongeveer 2,5 miljoen inwoners. De focus ligt met name voor circulariteit op keukenafval en gft, oud papier, AEEA, textiel, en luiers. Voor restafval worden de verschillende bestaande en nieuwe technieken zorgvuldig gemonitord. Het uiteindelijke doel is het duurzaam en verantwoordelijk verwerken van afval, hergebruik en effectief recyclen van afval en grondstoffen en het voorkomen van afval door afvalpreventie-campagnes. Naar de markt toe is CirkelWaarde een samenwerking die eenheid en expertise uitstraalt én van een onderscheidende grootte is voor wat betreft het aantal gemeenten dat wordt vertegenwoordigd.

Meer efficiency wordt nog toegevoegd met het bundelen van dezelfde aanbestedingsopdrachten voor de 3 CirkelWaarde-partners. Er is veel marktkennis nodig om de afvalsector en de ontwikkelingen te volgen en te begrijpen. In CirkelWaarde is de expertise van drie organisaties daartoe gebundeld. Met deze gecombineerde kennis kunnen contracten met externe partijen, zoals onder andere aanbestedingen, in eigen beheer efficiënt en strategisch inhoudelijk slim worden opgezet. Ook blijft de verworven kennis die ten behoeve van de aanbestedingen wordt vergaard, behouden voor de drie organisaties. Gezamenlijke aanbestedingen zijn ook goedkoper en de drie organisaties staan samen sterker ten opzichte van marktpartijen waardoor lagere tarieven kunnen worden behaald en duurzaamheidseisen kunnen worden gesteld. Een gezamenlijke aanbesteding van de grote afvalcontracten biedt dan ook de gelegenheid om meer volume in de markt te zetten op een wijze waardoor beter gebruik gemaakt kan worden van de behoefte van de markt én om eisen met name op het gebied van duurzaamheid

9

te formuleren. Het gezamenlijk aanbesteden met de CirkelWaarde-partners vermindert de werkdruk bij de AVU. Voor de AVU blijft er hierdoor meer tijd over om de gemeenten te adviseren en te ondersteunen bij het afvalbeleid. Via CirkelWaarde nemen de medewerkers van de drie organisaties deel in activiteiten van landelijk opererende organisaties (NVRD, VNG, BKN) en zijn zij aanspreekpunt voor organisaties als het CBS, en het Ministerie van IenW. Dit “netwerken” stelt de medewerkers in staat te participeren in en te anticiperen op bepaalde ontwikkelingen en invloed te hebben op die ontwikkelingen. Een recent voorbeeld is de betrokkenheid van CirkelWaarde in het overleg over uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV). De AVU onderhoudt met de CirkelWaardepartners inmiddels dan ook een uitgebreid relatienetwerk met overheden en andere organisaties. De AVU legt met CirkelWaarde in de regio verbindingen tussen kennisinstituten, brancheorganisaties, nonprofitorganisaties en het bedrijfsleven ter bevordering en ontwikkeling van de Circulaire Economie en afvalpreventie.

De AVU als platform voor de gemeenten De bundeling van kennis en hoeveelheden leidt voor de gezamenlijke deelnemende gemeenten tot een sterke positie op de afvalmarkt waar het gaat om belangenbehartiging, zowel voor wat betreft landelijk beleid als bij aanbesteding van verwerkingsopdrachten. De centrale adviserende rol van de AVU is van meerwaarde voor de gemeenten. Samenwerking in AVU-verband op de huidige provinciebrede schaal, biedt goede kansen en mogelijkheden om zowel bestuurlijk, strategisch als operationeel in te spelen op de actuele en toekomstige ontwikkelingen van de afval- en grondstoffenketen, ervaringen te delen en gezamenlijk initiatieven te ontplooien. De AVU is daarmee voor de deelnemende gemeenten het samenwerkingsplatform waar het de afvalketen betreft en wil zich door ontwikkeling zodanig positioneren dat dit platform in de toekomst van toegevoegde waarde blijft voor zowel gemeenten als publieke inzamelorganisaties. Omdat 2 van de 3 grote private inzamelbedrijven in 2024 hebben aangegeven geen huis aan huis inzameling meer te willen verzorgen, is er een beweging op gang gekomen van private naar publieke inzameling. In de provincie Utrecht maakten 11 gemeenten gebruik van een privaat inzamelbedrijf. Deze gemeenten hebben zich aangesloten bij een publiek afvalbedrijf. Er zijn meerdere publieke afvalbedrijven in de provincie Utrecht actief.

Deze bedrijven voorzien ook in de aanbesteding en het beheer van verwerkingscontracten. In een toekomstige situatie wanneer de belangen van de publieke partijen groeien, kunnen gemeenten om hun moverende redenen er zelf toe besluiten om het afval en het contractbeheer over te dragen aan een publiek afvalbedrijf. In principe vervalt dan de kerntaak van de AVU voor die gemeenten. Er van uitgaande dat niet alle gemeenten ervoor kiezen alle afvaltaken onder te brengen bij hun publieke afvalbedrijf, ontstaan er verschillende belangen. Voor de gemeenten die de afvaltaken onderbrengen bij hun publieke afvalbedrijf kan de AVU een adviserende en verbindende rol vervullen, of de binding tussen de verschillende publieke bedrijven bewerkstelligen. Voor de gemeenten die het contractbeheer bij de AVU wensen blijven te beleggen, verandert er niets in de dienstverlening. Zo verzorgt de AVU de binding tussen de gemeenten, alsook de binding tussen de publieke afvalbedrijven, waardoor een regio ontstaat met een zekere mate van eenheid in het afvalbeleid. Deze eenheid en de regionale belangenbehartiging vormen de meerwaarde voor de gemeenten.

10

Deel I: Programmabegroting 2027 Inleiding De programmabegroting omvat in feite de kaders waarbinnen de AVU opereert, zijnde de contracten én de bedrijfsvoering. Aanbestedingen met een looptijd van circa 4 jaar of langer en de mogelijkheid om te verlengen, garanderen stabiliteit in de begrotingen. Grote veranderingen in de contractafspraken met betrekking tot de afvalstromen of wijziging ervan door externe factoren worden, indien deze tijdig bekend zijn, in de begrotingen verwerkt of er vinden na vaststelling van de begrotingen begrotingswijzigingen plaats. Huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval Er worden voor 2027 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent deze afvaldeelstromen die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten. Wel leidt de gewijzigde belastingwetgeving tot hogere begrotingstarieven. Glas Er worden voor 2027 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent deze deelstroom die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de productbegroting. Oud papier Er worden voor 2027 geen wijzigingen voorzien in de regelgeving omtrent deze deelstroom die van invloed kunnen zijn op de lopende contracten en op de productbegroting. Huishoudelijk textiel Omdat de textiel geen aan de AVU overgedragen afval- of grondstofstroom is, wordt deze nog niet opgenomen in de programma- en de productbegroting voor 2027.

AVU-bedrijfsvoering Er worden voor 2027 geen wijzigingen voorzien in de AVU-bedrijfsvoering die van invloed kunnen zijn op de productbegroting. Relatie met de productbegroting De geraamde uitgaven in de programmabegroting, worden in de productbegroting nader gespecificeerd.

11

Hoofdstuk 1: Programma’s Programma 1: Huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft Wat te doen In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat de AVU zorgdraagt voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van het door de gemeenten ingezamelde huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval. Realisatie (hoe) De AVU heeft op 1 januari 2027 de volgende contracten voor de verwerking van huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval: Afvalverwerking Omschrijving

Contract

Einde

Verlenging Einde na verlenging

Verwerking restafval en grof restafval

AVR-Attero 1-1-2021

Ingang

31-12-2026

2x 2 jaar

31-12-2030

Verwerking gft

Attero

31-12-2026

2x 2 jaar

31-12-2030

1-1-2021

De verwerkingscontracten zijn per 1 januari 2027 verlengd met 2 jaar en eindigen per 31 december 2028. Voor overslag en transport voor de regio’s Utrecht, Amersfoort en Veenendaal heeft de AVU een contract met AVR en als aandeelhouder DVO’s met ROVA en BV Afvaloverslag afgesloten. Het contract met AVR is eveneens verlengd met 2 jaar en eindigt per 31 december 2028. Afvaloverslag en -transport Omschrijving

Contract / DVO

Ingang

Einde

Verlenging Einde na verlenging

O&T restafval en gft regio I

AVR

1-1-2021

31-12-2026

2x 2 jaar

O&T restafval en gft regio II

ROVA NV

1-1-1998

Onbepaalde tijd, opzegtermijn onbepaald

O&T restafval en gft regio III

BV Afvaloverslag

1-1-2012

Onbepaalde tijd, opzegtermijn 2 jaar

31-12-2030

Met Stadsbedrijven Utrecht zijn er DVO’s afgesloten inzake de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden, maar ook voor de inzameling van luiers en incontinentiemateriaal. Met CirkelWaarde is de AVU een pilotproject gestart voor de verwerking van deze afvalstroom. Oude medicijnen & injectienaalden en luiers & incontinentiemateriaal Omschrijving

Contract

Ingang

Einde

Verlenging Einde na verlenging

Inzameling oude med. & inj.

Stadsbedrijven

1-1-2021

31-12-2025

5x 1 jaar

31-12-2030

Inzameling luiers en incomat.

Stadsbedrijven

1-4-2022

30-6-2026

5x 1 jaar

30-6-2031

Met de transitie naar publieke inzameling worden luiers en incontinentiemateriaal alleen nog ingezameld bij de AVU-gemeenten met een gemeentelijke inzameldienst (Lopik, Woerden,

12

Oudewater en Rhenen). De inzameling van oude medicijnen en injectienaalden blijft een dienstverlening voor alle AVU-gemeenten. Kosten en baten Overzicht van kosten en baten 2026 Kosten

●

●

Afvoer, hergebruik en verwerking van afval en grondstoffen Vereveningsregeling Advisering en ondersteuning van gemeenten Personele kosten

●

Bijdragen deelnemende gemeenten

● ● Totaal Baten Totaal

2027

2028

58.382.775 53.541.960 75.076.500 -

-

-

100.000

100.000

100.000

323.000 339.000 339.000 58.805.775 53.980.960 75.515.500 58.805.775 53.980.960 75.515.500 58.805.775 53.980.960 75.515.500

Verschillenanalyse De kosten van dit programma vallen in 2027 8,2% lager uit dan de kosten in de begroting van 2026. • Met name de verwerkingstarieven voor huishoudelijk restafval en grof huishoudelijk restafval (o.b.v. de keuze voor shredderen) zijn fors zijn gedaald als gevolg van de verlengingsafspraken per 1 januari 2027; • De kosten voor het verwijderen van lachgascilinders worden naast de verwerkingskosten doorberekend, maar worden gecompenseerd door korting op de afvalstoffenbelasting en verrekening van restitutie van de afvalstoffenbelasting over de jaren 2025 en 2026; • Per 1 januari 2027 is de CO2-heffing fors verhoogd. In 2028 zal de afvalstoffenbelasting eveneens fors worden verhoogd. Beleidsindicatoren Gezien het beleidsarme karakter van de AVU-taken, zijn geen beleidsindicatoren voor dit programma geformuleerd. Wel wordt bij de aanbesteding van de opdrachten naar zoveel mogelijk duurzaamheid gestreefd, met name beperking van de CO2-uitstoot, de duurzaamheid van het verwerkingsproces, uitstoot-arm transport en de transportafstand hebben hierbij de aandacht. Daarnaast maken PSO (de Prestatieladder Sociaal Ondernemen) en/of SROI (Social Return On Investment) altijd deel uit van de gunningscriteria.

Informatie en verwijzing • De aan overslag, transport en verwerking van huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval verbonden kosten en baten zijn vermeld in hoofdstuk 2: Financieel beleid, in deel II: De productbegroting en in bijlagen 1.1 en 1.2; • Een totaaloverzicht van de kosten wordt gegeven in bijlage 1.6.

13

Programma 2: Glas en Oud papier Wat te doen In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat de AVU zorgdraagt voor een goede, reguliere en milieuverantwoorde verwijdering van het door de gemeenten ingezamelde glas en oud papier. Realisatie (hoe) Activiteit - omschrijving

Contract / DVO

Overslag, transport, verwerking papier

Smurfit Kappa

Einde na verlenging Wordt in 2026 aanbesteed, ingangsdatum 1/1/2027

Inzameling glas

Stadsbedrijven

Wordt in overleg verlengd per 1/1/2027

Overslag, transport, verwerking glas

Maltha

Ingang

Einde

1-1-2024

31-12-2027

Verlenging

2x 1 jaar

31-12-2029

2027 223.814 -4.044.089 50.000 -3.770.275 -3.770.275 -3.770.275

2028 220.000 -4.040.000 50.000 -3.770.000 -3.770.000 -3.770.000

Kosten en baten Overzicht van kosten en baten Kosten

Totaal Baten Totaal

● ● ●

Inzameling en verwerking van glas Inzameling en verwerking van oud papier Personele kosten

●

Bijdragen deelnemende gemeenten

2026 214.156 -2.511.907 50.000 -2.247.751 -2.247.751 -2.247.751

Informatie en verwijzing • De aan de inzameling, transport en verwerking van glas en oud papier verbonden kosten en baten zijn vermeld in de bijlagen 1.3 en 1.4; • Ondanks de middelhoge markttarieven in 2025 voor het oud papier van circa € 95 per ton wordt op basis van berichten vanuit de oud papiermarkt en de betrekkelijk lange periode tussen de raming en 2027, een conservatieve raming van € 60,00 per ton in 2027 aangehouden. Dit mede gezien het feit dat het gemiddelde tarief 2025 het resultaat is van enkele uitschieters naar boven; • De contractueel overeengekomen bonus (= extra opbrengst) staat gedurende de contractperiode vast en kan daarom voor 2027 worden begroot op € 40,32 per ton oud papier. Beleidsindicatoren Gezien het beleidsarme karakter van de AVU-taken, zijn geen beleidsindicatoren voor dit programma geformuleerd. Wel wordt bij de aanbesteding van de opdrachten naar zoveel mogelijk duurzaamheid gestreefd, met name beperking van de CO2-uitstoot, de duurzaamheid van het verwerkingsproces, uitstoot-arm transport en de transportafstand hebben hierbij de aandacht. Daarnaast maken PSO (de Prestatieladder Sociaal Ondernemen) en/of SROI (Social Return On Investment) altijd deel uit van de gunningscriteria.

14

Programma 3: Overhead Wat te doen Overhead betreft alle niet direct aan de programma’s toe te rekenen kosten en baten. Realisatie (hoe) Het totaal aan beheerskosten bedraagt voor 2027 € 766.000, terwijl aan baten € 115.188 wordt verwacht. Van de directeur-secretaris wordt 0,7 fte en van de projectmanager/adviseur gemeenten en de projectmanager/adviseur circulaire economie worden van beiden 1,0 fte direct aan de programma’s toegerekend, in totaal € 389.000. Daarnaast worden kosten voor inhuur van derden ten laste van de overige kosten begroot op € 100.000. Deze mogen conform de BBV ook worden toegerekend aan de programma’s. In totaal kan naar schatting € 489.000 van de beheerskosten aan de programma’s worden toegerekend, waardoor de uiteindelijke bruto-overhead op € 277.000 komt (beheerkosten minus de aan de programma’s toegerekende kosten) oftewel 0,55% van het begrotingstotaal. Na verrekening van de administratieve vergoedingen (baten) voor glas en papier en verpakkingsafval, blijft netto over € 161.813. Verschillenanalyse De totale bruto overheadkosten in 2027 stijgen ten opzichte van de totale overheadkosten 2026. Dit heeft met name te maken met de indexering van de personele lasten vooruitlopend op Cao-afspraken en een kleine stijging van de huisvestingskosten en de accountantskosten. Daarentegen zijn de administratieve lasten wat naar beneden bijgesteld.

Er is daardoor een stijging van 2,2% te noteren ten opzichte van 2026 waar die kosten € 271.000 bedroegen. Kosten en baten Overzicht van kosten en baten Kosten

Totaal Baten

● ● ● ●

Personele kosten Huisvestingskosten Bureaukosten Overige kosten

● ●

Overige inkomsten Bijdragen deelnemende gemeenten

Totaal Saldo

2026 162.000 43.500 8.500 57.000 271.000 138.436 132.564 271.000

2027 157.000 46.000 9.000 65.000 277.000 115.188 161.813 277.000

2028 217.500 48.000 9.000 72.000 346.500 115.000 231.500 346.500

0

0

0

Er zijn m.b.t. de bruto-overheadkosten geen beleidsindicatoren gedefinieerd.

15

Hoofdstuk 2: Financieel beleid §1. Omschrijving kosten en baten Kosten voor overslag, transport en verwerking van huishoudelijke afval- en grondstoffen De kosten van de AVU betreffende de overslag, transport en verwerking van de afvalstoffen worden bepaald door met derden gesloten overeenkomsten. Het is gebruikelijk dat in dit soort overeenkomsten bepalingen zijn opgenomen voor een jaarlijkse aanpassing van de tarieven aan de hand van een indexcijfer. Beheerskosten De beheerskosten bestaan voornamelijk uit uitgaven ten behoeve van het exploiteren van de bureauorganisatie, waarbij circa 80% niet direct beïnvloedbaar is, zonder gevolgen voor de organisatie. Het gaat hierbij om personele lasten, huisvesting en accountantskosten. Een conclusie is dat de personele kosten slechts veranderen als gevolg van Cao-afspraken, Niet-personele kosten zijn markt- en economieafhankelijk. In het bijzonder zijn in de voorgaande jaren de accountantskosten fors toegenomen. Niet zozeer vanwege de stijgende tarieven, maar omdat de wetgever een steeds intensievere en meer uitgebreide controle vereist. Personele lasten Met de invoering van de WNRA volgt de AVU met ingang van 1 januari 2020 de Cao-sgo. Organisatie-eigen afspraken worden in een aanvullend handboek vastgelegd. De personele administratie is uitbesteed aan de afdeling HRM van RMN.

De salarisverwerking wordt gevoerd door het bureau IJK, alwaar ook RMN de salarisverwerking heeft ondergebracht. Baten deelnemende gemeenten Van de kosten die de AVU-begroting kent is 98,5% voor de verwijdering en de verwerking van het gemeentelijke afval. Circa 1.5% betreft de beheers- en overige kosten. De baten zijn de bijdragen van de deelnemende gemeenten en dienen de kosten 100% te dekken. Los van de bijdragen van de gemeenten staat de uitbetaling van de opbrengsten van het glas en oud papier die eén op één worden doorberekend aan de gemeenten. De AVU is niet bedoeld om winst te maken. Reserves en voorzieningen De begroting van de AVU kent geen reserves of voorzieningen. Alle in enig jaar gemaakte kosten en verkregen opbrengsten worden in datzelfde jaar verrekend met de deelnemende gemeenten. Rente- en dividendbaten Omdat rente- en dividendbaten niet vooraf kunnen worden bepaald, worden deze op nihil vastgesteld. Rente wordt weer gegeven op de gelden welke bij het Ministerie van Financiën zijn

16

ondergebracht, - het zogenaamde “Schatkistbankieren”. Dividend wordt doorgaans jaarlijks uitbetaald door ROVA, de collega-organisatie waar de AVU aandeelhouder is. Dit vanwege de overslagactiviteiten welke ROVA voor de AVU verzorgt in Amersfoort. Dit betekent niet dat ieder jaar op dividend kan worden gerekend, dan wel dat de hoogte van de uitkering vaststaat.

§2. Meerjarenbegroting: Indexatie Voor de meerjarenbegroting 2027 t/m 2030 gelden ongewijzigde kerngegevens zoals opgenomen in Hoofdstuk II en de Productbegroting. Waar nog geen indexatie kan worden berekend op de met derden gesloten overeenkomsten, gold jarenlang waar van toepassing een voorlopige indexatie van 2%, ongeveer gelijk aan de inflatie destijds, bijgesteld in 2026 naar 3%. Op verzoek van de gemeente Rhenen, - overgenomen door alle AVU-gemeenten -, wordt met ingang van 2027 daar waar geen index contractueel is vastgelegd, de index voor het Gemeentefonds gehanteerd. Voor 2027 is deze index 4,8%. Voor de jaren 2028 t/m 2030 4,1%.

§3. Meerjarenbegroting: Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing Iedere te verbranden ton afval wordt door de Rijksoverheid belast met de afvalstoffenbelasting en een CO2-heffing. Deze zijn bedoeld om de verwerkers te dwingen om zo min mogelijk afval te verbranden en tegelijkertijd dit zo duurzaam mogelijk te doen. Aangezien deze belastingen 1 op 1 worden doorberekend aan de “ontdoeners”2 betekent dit simpelweg een verhoging van de verwerkingskosten. De verwerkingstarieven in de begrotingstabellen 1.1a, 1.1b en 1.1c zijn inclusief de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing. Afvalstoffenbelasting / jaar

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

ASB /ton brandbaar afval (€)

39,70

92,95

95,56

126,56

114,30

106,10

101,43

110,41

119,76

Met de vaststelling van het Belastingplan 2026 zijn forse verhogingen van de afvalstoffenbelasting doorgevoerd per 2028. De bedragen in de tabel komen uit het Belastingplan 2026 en fluctueren omdat deze zijn begroot op de per jaar gewenste Rijksinkomsten. Naast de afvalstoffenbelasting wordt op iedere te verbranden ton afval door de Rijksoverheid ook een belasting op de daaraan gerelateerde uitgestoten hoeveelheid fossiele3 CO2 (verder: CO2) geheven. Deze Nederlandse heffing is een extra heffing naast de Europese heffing, het EU Emission Trade System (EU-ETS). Broeikasgas-uitstotende bedrijven dienen via het ETS emissierechten te kopen. De kosten worden door afvalverwerkers 1 op 1 in de tarieven doorberekend. Om dubbele heffing te voorkomen, mag het emissierecht per ton CO2 worden afgetrokken van de CO2-belasting per ton. Het voert te ver om hier nu op in te gaan, maar het komt hierop neer dat bij een positief saldo, dit saldo dient te worden bijbetaald. Bij een negatief saldo is de netto CO2-heffing 0. Ook de CO2-heffing wordt door de afvalverwerkers 1 op 1 doorberekend aan de “ontdoeners” van het afval. Vanaf 2026 wordt daarom ook rekening gehouden met een te betalen CO2-heffing, waardoor het

2

De AVU is namens 23 Utrechtse gemeenten de ontdoener. Fossiele CO2 is afkomstig van afvalcomponenten die zijn gebaseerd op aardolie, zoals plastics. Ruwweg twee derde van de CO2-uitstoot bij verbranding van restafval. 3

17

tarief per ton te verbranden restafval verder oploopt. Het AVU-restafval wordt verwerkt (verbrand) door AVR en Attero, respectievelijk circa 155 kTon en 70 kTon. Renewi verwerkt voor AVR als onderaannemer daarbij nog zo’n 36 kTon grof huishoudelijk afval, waarvan 27 kton wordt verbrand. Dit leidt tot het onderstaande inzicht in de geschatte CO2-heffing die deze bedrijven per ton zullen moeten afrekenen met de fiscus en zullen doorbelasten aan de AVU. Het voert te ver om op de onderliggende berekeningen in te gaan, maar in de tabel zijn de verwachte maximale CO2-heffing per ton restafval en per ton grof huishoudelijk restafval weergegeven. CO2-heffing / jaar

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

2035

Heffing /ton CO2 (€)

149,00

198,00

247,00

295,00

295,00

295,00

295,00

295,00

295,00

CO2-heffing /ton hra (€)

17,23

36,13

56,75

79,69

86,15

90,88

95,06

95,06

95,06

CO2-heffing /ton gha (€)

20,94

44,00

69,13

97,11

104,99

110,76

115,86

115,86

115,86

Besparing op deze heffing kan door de afvang van CO2. Echter, waar eerst nog werd uitgegaan van het gegeven dat zowel CCU (hergebruik van CO2 bijvoorbeeld door de glastuinbouw) als CCS (opslag van CO2 in oude gasvelden) voor vrijstelling van de CO2-heffing in aanmerking kwamen, is in 2025 duidelijk geworden dat de vrijstelling alleen nog voor CCS geldt. AVR is bezig met het realiseren van CO2-opvang (CCS) met een geschatte reductie van 50% tot 100%. Vanaf volgende jaar zal de opslag van het project Porthos (Gasunie, EBN en Havenbedrijf Rotterdam, opslag 37 mln ton CO2) operationeel zijn. Een tweede omvangrijker project, genaamd Aramis (Shell, TotalEnergies en EBN), wordt mogelijk volgende jaar opgestart. AVR wil op deze projecten aansluiten voor de opslag van CO2 en verwacht in 2029 de eerste afgevangen CO2 onder de Noordzee te kunnen opslaan. Attero heeft geen CO2-afvang maar sorteert het restafval voor dat dit wordt verbrand en verwijdert kunststoffen en rdf (brandstof voor de cementindustrie) waarbij de reductie op 10 - 15% wordt geschat. Verdere ontwikkeling van de voorsortering wordt vooralsnog niet uitgesloten. Contractueel zijn door de AVU eisen voor wat betreft de CO2-afvang vastgelegd, echter dit kan in de huidige contracten zowel CCS als CCU zijn. AVR realiseert momenteel in Duiven CCU in de vorm van hergebruik van CO2 door de glastuinbouw.

Deze duurzame besparing op de uitstoot van CO2 wordt aan de AVU toegerekend. Echter, duurzaamheid leidt in dit geval niet tot belastingreductie. Voor 2027 blijven voorsortering van het huishoudelijk restafval door Attero en het grof huishoudelijk restafval door Renewi de belangrijkste maatregelen ter vermindering van de CO2uitstoot. Maar de beste en meest effectieve vorm van beperking van CO2-uitstoot is en blijft het terugdringen van de hoeveelheid te verbranden restafval.

18

§4. Meerjarenbegroting 2027-2030 UITGAVEN Verwijdering brandbaar afval, gft en pmd Verwijdering glas en oud papier, containers

Rekening

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

51.068.926

54.532.252

57.688.555

52.810.594

74.356.000

83.898.000

101.982.000

-3.770.000

-3.770.000

-3.770.000

-4.569.184 345.398

-2.008.801 425.000

-2.247.751 437.750

-3.770.275 458.325

477.000

497.000

517.000

Infrastructurele kosten

77.546

79.097

81.470

79.041

82.000

85.000

88.000

Sorteeranalyses

119.758

125.000

125.000

130.000

135.000

141.000

147.000

Personeelskosten

485.124

516.000

535.000

560.000

583.000

607.000

632.000

Huisvestingskosten

33.526

42.000

43.500

46.000

48.000

50.000

52.000

Bureaukosten

11.806

21.500

8.500

9.000

9.000

9.000

9.000

Overige kosten

36.602

161.500

157.000

165.000

172.000

179.000

186.000

Uitbetaald resultaat

303.626

0

0

0

0

0

0

47.913.128

53.893.548

56.829.024

50.487.685

72.092.000

81.696.000

99.843.000

47.594.505

53.755.676

56.690.589

50.372.498

71.977.000

81.581.000

99.728.000

318.623

137.872

138.436

115.188

115.000

115.000

115.000

47.913.128

53.893.548

56.829.024

50.487.685

72.092.000

81.696.000

99.843.000

Verwijdering medicijnen en injectienaalden

INKOMSTEN Bijdragen deelnemers Rente opbrengsten en overige baten Bedragen in €

19 19

§5. Geprognosticeerde balans 2027-2030 Activa in Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2027 83 0 15.000 250

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

15.333 Activa in Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2028 83 0 20.000 250

Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2029 83 0 25.000 250

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

Vaste activa (fin) Voorraden Vorderingen Liquide middelen

31-12-2030 83 0 30.000 250

31-12-2028 0 0 0 20.333 20.333

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

25.333 Activa

0 0 0 15.333 15.333

20.333 Activa

31-12-2027

31-12-2029 0 0 0 25.333 25.333

Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden

30.333

31-12-2030 0 0 0 30.333 30.333

(bedragen x € 1.000)

20

§6. Verschillenanalyse ➢ De hoeveelheden brandbaar afval en gft-afval vertonen in vergelijking met de begrote hoeveelheden voor 2026 na correctie voor de uittreding van de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes geen spectaculaire stijging of daling, brandbaar afval +1,1%, gft-afval +0,9%. Hierbij moet wel worden gerealiseerd dat op de hoeveelheden die de AVU omzet, afwijkingen van de werkelijke hoeveelheden op de begroting van 3% normaal zijn. Omdat zowel voor 2026 en 2027 de hoeveelheden zijn gebaseerd op schattingen, kan pas bij de jaarafrekening iets worden gezegd over de ontwikkeling van de hoeveelheden. ➢ De begroting voor 2027 voor de overslag, transport en verwerking van restafval, grof huishoudelijk afval, gft-afval, glas, papier en de overige kosten welke worden overgeslagen per ton, - zie “Meerjarenbegroting 2027 - 2030” -, komt 11% lager uit t.o.v. de begroting 2026. Dit is de resultante van de begrote hoeveelheden, de nieuwe tarieven, de verhoging van de afvalstoffenbelasting én de doorberekening van de CO2-heffing. Ook is de uittreding van de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes van invloed. Daarnaast worden per 1 januari 2027 geen kosten voor de papierinzameling meer in de begroting opgenomen, omdat de gemeenten deze zelf organiseren. ➢ De beheerskosten van 2027 zijn 3% gestegen ten opzichte van de beheerskosten 2026. Dit is het resultaat van “plussen” en “minnen”.

De stijging zit voornamelijk in de geïndexeerde personele lasten. ➢ Gecorrigeerd voor de uittreding van de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes is de daling van de begrote hoeveelheid verpakkingsglas voor 2027 1,7% ten opzichte van 2026. Het is te vroeg om hierover conclusies te trekken. Bij het opstellen van de begroting voor 2027 was al een neerwaartse trend zichtbaar, het lijkt erop dat deze zich doorzet. De glasbedrijven zelf geven aan dat de hoeveelheid verpakkingsglas momenteel daalt. Er is een zichtbare verandering in de gebruikte verpakkingen, zoals de toename van stazakken. Daarnaast is verpakkingsglas conjunctuur gevoelig. Een aantrekkende economie laat een stijging van de hoeveelheid verpakkingsglas laten zien, terwijl een krimpende economie zomaar weer een daling kan betekenen. Ook zit er nog veel glas dat in de glasbak hoort, in het restafval. Daar valt zeker nog wat te verbeteren. De glasopbrengsten, - de vergoedingen per kleur in €/ton -, liggen contractueel meerjarig vast en wijzigen daarom niet per begrotingsjaar. ➢ Gecorrigeerd voor de uittreding van de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes is de daling de begrote hoeveelheid oud papier voor 2027 4,5%. Ook de papiermarkt meldt dat er steeds minder oud papier wordt ingezameld. Omdat er geen toename van het oud papier in het restafval wordt gesignaleerd, lijkt het erop dat het papiergebruik vermindert.

Dat is op zich een goede zaak. Het aandeel verpakkingen in het oud papier (karton) is vastgesteld op 40%, maar stijgt wel. De papieropbrengst wordt vanwege de dalende lijn van de ingezamelde hoeveelheid ook voor 2027 conservatief geraamd op € 60,00 per ton. Enerzijds is de oud papiermarkt volatiel waardoor voorzichtigheid is geboden, anderzijds lijkt de prijs niet mee zakken, omdat er mogelijk een evenwicht ontstaat tussen vraag en aanbod. De contractuele bonus per ton bedraagt € 40,32.

21

Hoofdstuk 3: Overige informatie §1. Inleiding Op grond van de comptabiliteitsvoorschriften en het Besluit Begroting en Verantwoording dient in de begroting een aantal verplichte paragrafen te worden opgenomen. Dit betreft: a. Weerstandsvermogen en risicobeheersing; b. Bedrijfsvoering; c. Verbonden Partijen; d. Treasury c.q. financiering; e. Onderhoud van kapitaalgoederen; f. Grondbeleid; g. Lokale heffingen. De verplichte paragrafen onder e., f. en g. zijn niet van toepassing op de gemeenschappelijke regeling AVU.

§2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen kan worden gedefinieerd als het vermogen van de AVU om eventuele financiële risico’s op te kunnen vangen. Zoals al eerder aangegeven kent de gemeenschappelijke regeling AVU geen reserves of voorzieningen. Dit betekent dat eventuele tegenvallers direct worden verrekend met de deelnemende gemeenten. Zie hoofdstuk 2: Financieel Beleid. De vraag is of er tegenvallers te verwachten zijn. De overslag, het transport en de afvalverwerking zijn tot en met 2030 zeker gesteld. Ook de tarieven kunnen geen onverwachte tegenvallers opleveren. Deze staan vast tot eind 2028 en kunnen uitsluitend worden aangepast door middel van een jaarlijkse indexatie. Wanneer toch tariefsaanpassingen plaatsvinden, zal deze via een wijziging in de begroting worden verwerkt. Voorts worden bij het sluiten van de overeenkomsten de risico’s contractueel bij de opdrachtnemer neergelegd. Als er tegenvallers kunnen ontstaan is dit veelal het gevolg van nieuw Rijksbeleid met name op het belastinggebied én extra kosten als gevolg van de lachgascilinder-problematiek.

Het moge duidelijk zijn dan tegenvallers met name in de tarieven als gevolg van verhogingen als uitkomst van een aanbesteding, van verhoging van Rijksbelastingen of tegenvallers als gevolg van de lachgascilinderproblematiek niet worden gedefinieerd als risico’s waarvoor een weerstandsvermogen moet worden aangehouden. Vanwege de directe doorbelasting van de kosten aan de deelnemende gemeenten, houdt de AVU reserves noch weerstandsvermogen aan. De belangrijkste conclusie die uit de nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing (vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 6 juli 2022) kan worden getrokken, is dat een discontinuïteit in de afvoer en de verwerking van met name het huishoudelijk en het grof huishoudelijk restafval en het

22

gft-afval kan worden begroot op een financieel risico van maximaal circa € 6,00 per ton restafval en gft-afval. Indien de gemeenten een voorziening willen treffen in de risicoparagraaf van de gemeentebegroting, is dit het bedrag waarmee rekening kan worden gehouden. De Nota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing wordt eens per 5 jaar geactualiseerd en opnieuw vastgesteld door het Algemeen Bestuur. Volgens de BBV moeten in deze paragraaf Weerstandsvermogen de kengetallen netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen), solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte zijn benoemd. Omdat de AVU geen winstoogmerk heeft en niet van tevoren bekend is of er op 1 januari 2027 sprake is van vorderingen op of van gemeenten, worden deze op 0 begroot en in de jaarrekening berekend op basis van de dan bekende werkelijke bedragen.

§3. Bedrijfsvoering De personele bezetting van de AVU is vastgesteld op vijf formatieplaatsen, zijnde 1 directeursecretaris, 1 projectmanager, 1 beleidsmedewerker, 1 financieel-economisch medewerker en 1 administratief (secretarieel) medewerker. Van deze formatieplaatsen worden alleen de directeursecretaris, de projectmanager en de beleidsmedewerker met een vaste medewerker ingevuld. Voor het financieel beheer huurt de AVU een extern bureau in. Dit bureau heeft 2 medewerkers voor de AVU ter beschikking, zodat financiële ondersteuning altijd is geborgd. De inhuur bedraagt gemiddeld een dag per week. Het dynamisch archief en het statisch archief van de AVU worden beheerd door het Archief Eemland en zijn daar ook fysiek ondergebracht. De AVU huurt circa 1 dag per maand een archivaris in van het bedrijf DOX-Support. De kosten voor de inhuur worden ten laste van de post personeelskosten gebracht. De salarisverwerking verloopt via RMN en wordt extern uitgevoerd door het bedrijf IJK uit Heerlen. De uitbetalingen worden door de AVU zelf gedaan.

§4. Verbonden Partijen De AVU heeft bestuurlijke en financiële belangen bij een aantal verbonden partijen. Ten eerste zijn dat uiteraard de in de provincie Utrecht gelegen gemeenten, die deelnemen in de AVU, 25 in totaal. Bij het toetredingsbesluit in 1983/1984 hebben de gemeenten gelijktijdig hun bevoegdheden (zorgplicht) op het gebied van de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen overgedragen aan dit openbaar lichaam. De deelnemende gemeenten hebben als oprichters vanzelfsprekend een grote inbreng in het door AVU te voeren beleid. Zo hebben zij inspraak in de begroting alvorens deze door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Daarnaast is elke gemeente vertegenwoordigd in het Algemeen Bestuur, het orgaan dat de besluiten neemt over onder meer het aangaan van contracten en het beleid. Uit

23

dit Algemeen Bestuur wordt vervolgens een Dagelijks Bestuur gevormd dat onder meer als taak heeft de aansturing van de ambtelijke organisatie. Voor besluiten die een grote invloed hebben op het gemeentelijk beleid of de gemeentelijke financiën, worden de raden geïnformeerd en geconsulteerd. Voorts heeft de AVU een belang in ROVA en in de BV Afvaloverslag. Van beide organisaties is de AVU-aandeelhouder. De voorzitter van de AVU is commissaris bij de BV Afvaloverslag. De directeur van de AVU woont de aandeelhoudersvergaderingen van de BV Afvaloverslag en ROVA bij. ROVA verzorgt voor AVU voor de regio Amersfoort-gemeenten het overladen en transporteren van het restafval, het grof huishoudelijk afval, het gft-afval en het pmdafval. De BV Afvaloverslag verzorgt dit in Ede voor de regio Veenendaal-gemeenten. Het aandeelhouderschap van de AVU in ROVA en de BV Afvaloverslag versterkt de AVU in haar inkooppositie (gelijke kansen voor iedereen en stimulering marktwerking) bij de verwerking van afval. Beide partijen vinden de betrokkenheid van AVU van belang en voor AVU zijn er geen financiële en bestuurlijke nadelen aan verbonden. In tegendeel: AVU profiteert bij goede resultaten mee van dividenduitkeringen. In de onderstaande tabel worden de belangrijkste kengetallen weergegeven die bij het opstellen van deze begroting bekend zijn.

Verbonden partij / Vestigingsplaats Eigen vermogen 01-01-2025

ROVA / Zwolle BV Afvaloverslag / Ede 44.169 18

Eigen vermogen 31-12-2025

nnb

18

Vreemd vermogen 01-01-2025

63.717

nnb

Vreemd vermogen 31-12-2025

nnb

nnb

Resultaat 2025

nnb

0

Bedragen x € 1.000

§5. Treasury c.q. financiering 5.1. Algemene ontwikkelingen In deze paragraaf worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst binnen de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht die invloed kunnen hebben op de treasuryfunctie, de financiële posities en de geldstromen. Dit zijn : • Externe ontwikkelingen : internationale economische indicatoren en de ontwikkeling op de Europese geld- en kapitaalmarkt. De gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht is ongevoelig voor externe ontwikkelingen omdat kosten één op één aan deelnemers worden doorberekend. • Verwachte wijzigingen in wet- en regelgeving : de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht is ongevoelig voor wijzigingen in wet- en regelgeving. • Kostenverhogingen hieruit voortvloeiend worden één op één doorberekend aan de deelnemers. • Debiteurenrisico : de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht is gevoelig voor dit risico. Aangezien de debiteuren alleen de deelnemende gemeenten zijn, is dit risico praktisch verwaarloosbaar.

24

5.2. Treasurybeheer 5.2.1. Risicobeheer In de Verordening Financieel beleid c.a. zijn in het kader van het risicobeheer regels vastgelegd met betrekking tot het aantrekken van geldmiddelen of het uitzetten ervan. Conform deze verordening : • Zullen slechts leningen uit hoofde van de publieke taak worden verstrekt aan door het Algemeen of Dagelijks Bestuur goedgekeurde derde partijen; • Zal de uitzetting van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico; • Is het gebruik van derivaten niet toegestaan. Bij de gemeenschappelijke regeling Afvalverwijdering Utrecht zijn de volgende risico’s actueel: • • • •

Renterisico van de vlottende schuld; Kredietrisico van de verstrekte gelden; Debiteurenrisico met betrekking tot de achtergestelde lening aan de N.V. ROVA Holding; Investeringsrisico inzake de deelnemingen in de N.V. ROVA Holding en de BV Afvaloverslag.

Het renterisico van de vlottende schuld wordt in de navolgende tabel weergegeven: Kasgeldlimiet Omvang begroting 2027 1. Toegestane kasgeldlimiet - in bedrag 2. Omvang vlottende schuld - kredietinstellingen 3. Vlottende middelen - kredietinstellingen Toets kasgeldlimiet 4. Totaal netto vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet (1) Ruimte (+)/Overschrijding (-); (1-4)

Bedragen per jaar € 50.487.685 €€€€€€-

Het kredietrisico van de verstrekte gelden wordt in de navolgende tabel weergegeven: Risicogroep Gemeenten Overheidsinstellingen Totaal

Hypothecaire zekerheid Nee Nee -

25

Restantschuld in x% -

5.2.2. Financiering In het begrotingsjaar 2027 zullen geen nieuwe leningen worden opgenomen. Omdat hiervoor kosten in rekening worden gebracht, houdt de AVU geen rekening-courantkrediet aan bij de Bank Nederlandsche Gemeenten. Met een adequate liquiditeitsplanning behoeft normaliter geen gebruik te worden gemaakt van een rekening-courantkrediet. Wanneer een krediet toch op enig moment nodig blijkt, kan altijd een kortlopend krediet worden aangevraagd en zullen rentekosten genomen moeten worden. In het begrotingsjaar 2027 zal financiering uit hoofde van crediteuren op hetzelfde niveau zijn als in voorgaande jaren. 5.2.3. Uitzetting Op 21 februari 2001 heeft het bestuur een achtergestelde lening van € 69.882 met een looptijd van 10 jaar verstrekt aan N.V. ROVA Holding met een mogelijkheid van een éénzijdige verlenging met 10 jaar door ROVA. De rente bedraagt op jaarbasis 8%. Voor 21 februari 2026 zal vanuit ROVA worden voorgesteld de lening te willen continueren, dan wel te willen aflossen. 5.2.4. Relatiebeheer In het begrotingsjaar 2027 zullen naar verwachting geen belangrijke wijzigingen in de relatie met de BNG optreden. 5.2.5. BBV, Uniforme basisset van financiële kengetallen Begroting 2026 Kengetallen:

Verloop van de kengetallen Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Jaarrekening Begroting 2022 2023 2024 2025 2026

Begroting 2027

0%

0%

0%

-

-

-

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

-

-

-

-

-

-

-

-

-

netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio

-0,5%

0%

0%

-

-

-

1,1%

0%

structurele exploitatieruimte

0,3%

grondexploitatie belastingcapaciteit

-

5.2.6. BBV, Inzicht in de toerekening van de rente aan de taakvelden Vanuit het taakveld Treasury dient inzichtelijk te worden gemaakt op welke wijze de toerekening van de rente aan de verschillende taakvelden geschiedt. Omdat de AVU-begroting slechts één taakveld betreft, wordt hiervoor verwezen naar de Meerjarenbegroting 2027 - 2030 in hoofdstuk 2. 5.3. Kasbeheer Het kasbeheer wordt voortgezet in lijn met voorgaande jaren. De totale kosten volgens de begroting 2027 ad € 50.487.685 worden onder verrekening van overige inkomsten en rentebaten

26

doorberekend aan deelnemende gemeenten door facturering middels voorschotnota’s per kwartaal. Verschillen tussen het totaal van de voorschotnota’s en het totaal af te rekenen bedrag worden met de betreffende gemeenten afgewikkeld na de vaststelling van de jaarrekening over 2026 door het Algemeen Bestuur. 5.4. Organisatie Naar verwachting zullen in 2027 geen aanpassingen plaatsvinden in de administratieve organisatie en interne controle, zoals vastgelegd in de “ Verordening Financieel Beleid c.a.”. 5.5. Informatievoorziening Naar verwachting zullen in 2027 geen aanpassingen plaatsvinden in de informatie en systemen voor het beheer van de treasuryfunctie. Soest, 24 juni 2026, het Algemeen Bestuur van de AVU, De secretaris,

De voorzitter,

F.A. van Dijk

G.J. Spelt

27

Grafiek : Ontwikkeling afvalhoeveelheden Begrote en werkelijke hoeveelheden restafval en gft-afval

kton 350 300 250 200 150 100 50 0 2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Restafval Begroting

Restafval Jaarrekening

Gft-afval Begroting

Gft-afval Jaarrekening

28

2027

Deel II: Productbegroting Inleiding Voor de opstelling van de productbegroting worden de afvalhoeveelheden zo goed mogelijk benaderd aan de hand van de meest recente registraties van hoeveelheden. Ook worden de begrotingsgegevens vergeleken met de vastgestelde jaarcijfers van 2024 en de voorlopige jaarcijfers van 2025, met in acht name van mogelijke beleidswijzigingen van gemeenten. Uiteraard hebben de gemeenten de mogelijkheid om de hoeveelheden aan te passen voordat de begroting wordt vastgesteld. Daarnaast gelden de contracttarieven, al dan niet geïndexeerd. De berekening van de indexatie is vastgelegd in de contracten, maar de benodigde gegevens (CPB, NEA) voor de berekening van de indexatie 2027 zijn op het moment dat deze begroting tot stand komt, nog niet voorhanden. Daarom worden voor 2027 de voor 2026 bekende tarieven geïndexeerd met een voorlopig percentage. In 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om “begrotingsbreed” uit te gaan van de index die voor het gemeentefonds wordt gehanteerd, dit is eenduidig. Dat betekent dat voor de contractuele indexering deze index wordt aangehouden als voorlopige indexering en voor de overige kosten als reguliere indexering. Tevens moet al in 2025 een inschatting worden gemaakt van mogelijke overige kostenstijgingen in 2027, terwijl hierover meestal nog geen gegevens die aan die raming ten grondslag kunnen liggen, voorhanden zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16504216/1