CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

Afwegingskader grootschalige duurzame elektriciteit gem. Bunschoten 202207.pdf

Commissie Ruimte 7 september 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden8.289 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit

Gemeente Bunschoten

Inhoudsopgave 1. Inleiding........................................................................................................................................ 3 1.1.

Klimaatakkoord ..................................................................................................................... 3

1.2.

Regionale Energie Strategie .................................................................................................. 3

1.3.

Lokaal afwegingskader.......................................................................................................... 3

2. Uitgangspunten ............................................................................................................................ 6 2.1.

Technische uitgangspunten ................................................................................................... 6

2.2

Landschappelijke uitgangspunten ....................................................................................... 11

2.3.

Maatschappelijke uitgangspunten ...................................................................................... 14

2.4.

Financiële participatie ......................................................................................................... 15

3. Gebiedstabellen ......................................................................................................................... 18 3.1.

Gebiedstabel voor grootschalige zonnevelden .................................................................... 18

3.2.

Gebiedstabel voor grootschalige windturbines ................................................................... 20

3.3

Opgave gemeente Bunschoten ............................................................................................ 22

4. Randvoorwaarden ...................................................................................................................... 25 4.1.

Procedure ............................................................................................................................ 25

4.2.

Landschappelijke inpassing ................................................................................................. 26

4.3.

Maatschappelijke betrokkenheid ........................................................................................ 26

4.4.

Financiële participatie ......................................................................................................... 26

2

1. Inleiding In de inleiding wordt de context geschetst van het afwegingskader voor het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit.

1.1.

Klimaatakkoord

Het klimaat verandert. De opwarming van de aarde kan worden verminderd door de uitstoot van broeikasgassen te beperken. Hiervoor zijn drastische maatregelen nodig. In 2015 hebben 195 landen het Klimaatverdrag van Parijs gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over het beperken van de gemiddelde temperatuur op aarde tot ruim onder de 2 graden Celsius. Het Nationale Klimaatakkoord is de uitwerking van de afspraken die in Parijs zijn gemaakt. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat Nederland in 2030 49% CO2-reductie moet hebben gerealiseerd ten opzichte van 1990. Deze landelijke doelstelling wordt per 1 juli 2022 aangescherpt naar 55% CO2-reductie in 2030, door wijziging van de Klimaatwet. De Rijksoverheid heeft met allerlei partijen afspraken gemaakt over hoe Nederland deze doelen gaat behalen. Er zijn vijf klimaattafels voor verschillende sectoren geïntroduceerd, die allen een eigen opgave kennen: ‘elektriciteit’, ‘gebouwde omgeving’, ‘industrie’, ‘landbouw en landgebruik’ en ‘mobiliteit’.

1.2.

Regionale Energie Strategie

Het Rijk heeft Nederland onderverdeeld in 30 regio’s, die elk een Regionale Energiestrategie (RES) moeten opstellen. Gemeente Bunschoten maakt deel uit van de RES-regio Amersfoort, waarin wordt samengewerkt met de provincie Utrecht, waterschap Vallei & Veluwe, netbeheerder Stedin en de gemeenten Amersfoort, Baarn, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg. De RES gaat over wat we regionaal (willen) opwekken aan grootschalige duurzame elektriciteit op land, de regionale warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de benodigde energie-infrastructuur daarvoor. Op het gebied van grootschalige duurzame elektriciteit op land volgt uit het Klimaatakkoord de doelstelling 35 Terawattuur (TWh) op te wekken in 2030. Het Rijk gaat op dit moment enkel van zonne- en windenergie uit, omdat dit bewezen technieken zijn die op korte termijn op grote schaal kunnen worden ingezet. Op langere termijn kunnen andere technieken, zoals energie uit oppervlaktewater, een rol gaan spelen. Deze technieken zijn nu nog onvoldoende ontwikkeld om grootschalig ingezet te kunnen worden. Hierop wachten maakt dat het steeds moeilijker wordt de doelstelling voor 2030 te halen; vandaar dat voorlopig ingezet wordt op zonne- en windenergie. In de RES 1.0 zijn de in de Concept RES gemaakte plannen verder uitgewerkt en is meer inzicht verkregen in de kansrijkheid en haalbaarheid van verschillende zoekgebieden.

Om samen met belanghebbenden de (on)mogelijkheden voor zonnevelden en windturbines in kaart te brengen, is regionaal afgesproken per gemeente een afwegingskader op te stellen.

1.3.

Lokaal afwegingskader

Het lokale afwegingskader schept duidelijkheid over de voorwaarden waaronder de gemeente Bunschoten grootschalige zon- en windprojecten wil toestaan. Deze voorwaarden kunnen technisch, landschappelijk en financieel van aard zijn, maar gaan ook over wat we als gemeente maatschappelijk acceptabel vinden. Met het afwegingskader nemen we zelf de regie over 3

ontwikkelingen binnen onze gemeente. Het afwegingskader geeft duidelijkheid aan de volgende partijen: • • •

Aan initiatiefnemers die lokaal duurzame elektriciteit willen opwekken. Aan de gemeente om deze initiatieven te beoordelen op hun technische haalbaarheid, landschappelijke inpasbaarheid en maatschappelijke aanvaardbaarheid. Aan inwoners en andere belanghebbenden over de gebieden waar mogelijk zon- en/of windprojecten worden gerealiseerd.

Hoe is het afwegingskader tot stand gekomen? Het afwegingskader is opgesteld op basis van: •

• •

Technische analyse: welke plekken in Bunschoten zijn technisch geschikt om duurzame energie op te wekken? Denk hierbij aan geldende wet- en regelgeving die mogelijk belemmert, maar ook aan de mogelijkheden om aan te sluiten op het elektriciteitsnetwerk. Ruimtelijke visie: hoe passen zonnevelden en windturbines in het bestaande landschap, ook gezien andere (toekomstige) functies van het landschap? Participatie: hoe kijken inwoners naar mogelijke vormen van grootschalige duurzame elektriciteit in het bestaande landschap? Hiervoor zijn meedenkavonden met inwoners geweest, is een online enquête uitgezet en zijn digitale gesprekken geweest met inwoners en andere belanghebbenden.

Onderstaande afbeelding maakt inzichtelijk welke stappen worden gevolgd om van de opgave die er ligt te komen tot potentiële energieprojecten in Bunschoten. De technische, landschappelijke en maatschappelijke uitgangspunten worden in hoofdstuk 2 besproken.

Afbeelding 1: Stappen afwegingskader

Reikwijdte afwegingskader Zoals eerder aangegeven wordt bij het realiseren van de doelstelling voor grootschalige duurzame elektriciteit voorlopig uitgegaan van zonnepanelen op daken en parkeerterreinen (solar carports), zonnevelden en windturbines. Op het moment dat andere technieken haalbaar zijn, kan dit invloed hebben op het afwegingskader. De RES en het afwegingskader zijn geen statische documenten, de stukken worden periodiek aangepast, waarbij nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen.

4

Grootschalige opwek van energie op land Het afwegingskader gaat nadrukkelijk over het grootschalig opwekken van energie uit zon en wind. Grootschalige opwek is opwek van elektriciteit voor de hele samenleving, en telt daarom mee met het RES-bod. Meegerekend met het RES-bod worden installaties van zonnepanelen op land vanaf 1 hectare (ca. 3.000 panelen), op grote daken met een minimaal vermogen van 15 kWp (40 à 50 zonnepanelen) en een windturbine met een minimaal vermogen van 3 MW. De gemeente volgt hierbij het onderscheid tussen kleinschalige en grootschalige windturbines, zoals opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening (artikel 5.3 en 5.4). Kleinschalige opwek van energie op land In de afgelopen jaren zijn er vragen geweest van inwoners over de mogelijkheden voor kleinschalige opwek van energie. De gemeente wil ruimte bieden aan inwoners om een klein zonneveld of kleine windturbine te realiseren, mits deze op eigen terrein worden gerealiseerd. Netbeheerder Stedin geeft aan dat bij kleinschalige zonnevelden gedacht moet worden aan aansluitingen tot 3x80 ampère, wat gezien de huidige techniek neerkomt op circa 170 panelen. Tot dit vermogen kan worden teruggeleverd op het net van Stedin. Kleine windturbines hebben een maximale ashoogte van 20 meter.

Voor de aanvraag van een kleinschalig energieproject wordt dezelfde procedure gevolgd als bij een aanvraag voor een grootschalig energieproject, zie hoofdstuk 4.1.1. Daarbij kan de gemeente randvoorwaarden meegeven over bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing. Zonnepanelen op daken Daken worden zoveel mogelijk benut voor elektriciteitsopwekking. Zonnepanelen op daken zijn veelal vergunningsvrij. Alleen bij monumenten en binnen het beschermd dorpsgezicht gelden beperkingen. Solar carports Naast de grootschalige opwek van zonne-energie op daken, liggen er kansen om parkeerterreinen te overkappen en vol te leggen met zonnepanelen. De mogelijkheden voor deze solar carports worden samen met de RES-regio in beeld gebracht. Solar carports zijn een sterk voorbeeld van dubbel ruimtegebruik. De uitkomsten van het regionale onderzoek worden gebruikt om gericht gesprekken aan te gaan met partijen, om te komen tot een mogelijke solar carport in Bunschoten.

5

2. Uitgangspunten In dit hoofdstuk worden de technische, landschappelijke en maatschappelijke uitgangspunten voor duurzame elektriciteit besproken. Het gaat om richtinggevende principes, voorkeuren en aannames die de basis vormen voor concrete randvoorwaarden voor het opstellen en de beoordeling van initiatieven voor zonne- en windenergie.

2.1.

Technische uitgangspunten

In de eerste stap uit de trechter (afbeelding 1) wordt gekeken wat technisch (wettelijk) haalbaar is. Op basis van wet- en regelgeving worden de kansen en beperkingen voor het plaatsen van windturbines en zonnevelden in beeld gebracht.

Klimaatwet en Klimaatakkoord In de Klimaatwet is vastgelegd dat de Nederlandse CO2-uitstoot in 2030 met 49% en in 2050 met 95% verminderd moet zijn, beiden ten opzichte van 1990. De doelstelling wordt per 1 juli 2022 aangescherpt naar 55% CO2-reductie in 2030. De maatregelen die nodig zijn om de doelen voor 2030 en 2050 te bereiken, staan in het Klimaatakkoord. Zo’n 70% van de elektriciteitsproductie moet voor 2030 fossielvrij worden gemaakt. In totaal gaat het om 91 TWh aan duurzaam opgewekte elektriciteit, waarbij de volgende drie doelstellingen voor 2030 zijn geformuleerd: • • •

Autonome groei van het kleinschalig opwekken van duurzame elektriciteit met zonnepanelen op daken van woningen, met 7 TWh. Opschaling van windturbines op zee naar 49 TWh (uitwerking door het Rijk); Opschaling van het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit op land naar 35 TWh (uitwerking binnen RES-regio’s).

Omgevingswet Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2023 in werking. Deze wet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Een onderdeel van de Omgevingswet is de omgevingsvisie. Dit is een integrale langetermijnvisie die over alle aspecten van onze leefomgeving gaat. Het Rijk, de provincie en de gemeente maken ieder een omgevingsvisie voor hun eigen gebied. In de omgevingsvisie wegen overheden de verschillende belangen van wonen, bedrijven, mobiliteit en energie ten opzichte van elkaar. Om die reden is dit afwegingskader ook afgestemd op de omgevingsvisie. Wanneer de Omgevingswet onverhoopt niet in werking treedt, dan blijft de bestaande wetgeving van kracht, waaronder de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Nationale omgevingsvisie (NOVI) De NOVI geeft een doorkijk naar 2050, het jaar waarin de uitstoot van CO2 95% lager moet zijn dan in 1990. De NOVI geeft richting aan de grote opgaven die de komende dertig jaar het aanzien van Nederland ingrijpend gaan veranderen en geeft twee richtinggevende kaders mee voor de RES op het gebied voor opwek van duurzame elektriciteit. Dit zijn: •

Voorkeur voor grootschalige clustering Grootschalige clustering van de productie van duurzame elektriciteit (door windturbines, eventueel in combinatie met zonnevelden). Hier ligt echter wel een expliciete afweging tegenover andere waarden, zoals landschappelijke kenmerken, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water en bodem en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. 6

•

Voorwaarde is dat bewoners echt goed zijn betrokken, invloed hebben op het gebruik van en, waar dat kan, meeprofiteren in de opbrengsten. Het is belangrijk aandacht te besteden aan een natuurinclusief ontwerp en beheer bij duurzame energieprojecten om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Daarnaast zijn er ook mogelijkheden natuur te versterken, door bijvoorbeeld onderwaternatuur te realiseren bij windprojecten op water. Voorkeursvolgorde voor zonnepanelen De afwegingprincipes van de NOVI leiden tot een voorkeur voor zonnepanelen op daken en gevels van gebouwen. Het inpassen op daken en gevels draagt niet alleen bij aan het combineren van functies, ook heeft het doorgaans minder invloed op de kenmerken of identiteit van een gebied. Vanuit diezelfde principes hebben daarna onbenutte terreinen in bebouwd gebied de voorkeur. Om aan de gestelde energiedoelen te voldoen, kan blijken dat locaties in het landelijk gebied nodig zijn. Ook in dat geval gaat de voorkeur uit naar het zoeken van slimme functiecombinaties.

Provinciale omgevingsvisie (POVI) en (ontwerpversie) omgevingsverordening In de Omgevingswet, die naar verwachting in 2023 wordt ingevoerd, staat dat elke provincie een visie moet hebben voor de gehele fysieke leefomgeving: de provinciale omgevingsvisie. Om deze visie in de praktijk goed te laten werken, zijn er regels beschreven in de omgevingsverordening. Hier staat bijvoorbeeld in dat de provincie Utrecht Natura 2000-gebieden uitsluit voor de ontwikkeling van zon en wind. Niet alleen worden gebieden uitgesloten, er kunnen ook voorwaarden worden gesteld. Dit kan voor zowel losse gebieden als voor de gehele provincie. 1.

2.

3.

Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties voor Windenergie kan bestemmingen en regels bevatten die de realisatie van windturbines met een vermogen van 3 MW of meer toestaan, mits voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1. de windturbines worden in een in de omgeving passende combinatie van meerdere windturbines opgesteld; en 2. er wordt in een opruimplicht na beëindiging van de activiteit voorzien. Wanneer een bestemmingsplan windturbines met een vermogen van minder dan 3 MW toestaat, wordt onderbouwd waarom windturbines met een vermogen van 3 MW of meer niet mogelijk zijn. Wanneer een bestemmingsplan een solitaire windturbine toestaat, wordt onderbouwd waarom meerdere windturbines niet mogelijk zijn en dat de energieopbrengst van die solitaire windturbine opweegt tegen de impact die een solitaire turbine heeft op de omgeving.

De motivering van een bestemmingsplan bevat: 1. 2. 3.

een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan; een beeldkwaliteitsparagraaf; en: een beschrijving van hoe de omwonenden en andere belanghebbenden in de planvorming zijn betrokken.

Toetsingsvoorwaarden in de provinciale Interm Omgevingsverordening De toetsingsvoorwaarden vanuit de provincie Utrecht voor de ontwikkeling van windturbines en zonnevelden in weidevogelkerngebieden, Natuur Netwerk Nederland (NNN) en stiltegebieden staan beschreven in de Interim Omgevingsverordening. De toetsingsvoorwaarden van stiltegebieden

7

gelden alleen voor windturbines en niet voor zonnevelden, omdat zonnevelden geen tot nauwelijks geluid produceren.

Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) sluit aan bij en gaat op in de Omgevingswet. De Wnb beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. De wet moet ervoor zorgen dat de verschillende planten- en diersoorten in de natuur blijven bestaan. Ook kwetsbare soorten mogen niet verdwijnen. De wet regelt de bescherming van de in het kader van Europees natuurbeleid aangewezen Natura 2000-gebieden en een door de provincies bepaald samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Dit garandeert een zorgvuldige afweging bij projecten die mogelijk gevolgen hebben voor natuurgebieden. Voor gebieden in of nabij Natura 2000-gebied geldt dat onderzocht moet worden wat het significante effect is van een zon/windproject op planten- en diersoorten waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Het bevoegd gezag kan liggen bij het Rijk of de provincie. Voor de gemeente Bunschoten geldt dat gebied E (zie paragraaf 2.2 voor gebiedsindeling) Natura 2000-gebied is. De provincie Utrecht sluit in de POVI zonnevelden en windturbines in Natura 2000gebied uit.

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland is opgebouwd uit kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en verbindingszones. •

•

•

Kerngebieden zijn nationale parken en andere natuurterreinen, landgoederen, bossen, grote wateren en waardevolle agrarische cultuurlandschappen die minimaal 250 hectare groot zijn. Natuurontwikkelingsgebieden zijn gebieden met goede mogelijkheden voor het ontwikkelen van natuurwaarden, van nationale en/of internationale betekenis. Zo zijn de groene contourgebieden in de provincie Utrecht natuurontwikkelingsgebieden. Verbindingszones zijn gebieden die kern- en natuurontwikkelingsgebieden als het ware aan elkaar knopen.

In de gemeente Bunschoten zijn geen Natuur Netwerk Nederland gebieden aanwezig.

Specifieke voorschriften windturbines Om een windturbine te kunnen plaatsen, moet aan verschillende wet- en regelgeving worden voldaan om de veiligheid en de leefbaarheid van de omgeving te beschermen. Zo zijn er regels ten aanzien van geluid, afstand tot kwetsbare objecten en slagschaduw. Hieronder beschrijven we de vigerende wet- en regelgeving. Mocht die regelgeving wijzigen, heeft dat uiteraard effect op de mogelijkheden voor windturbines in Bunschoten. A. Geluid Inwoners die in de omgeving van een windturbine wonen, kunnen hinder ervaren van het geluid van windturbines. Om die reden dient een windturbine afstand te houden tot woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. Deze norm is vastgelegd in het Activiteitenbesluit, waarin staat dat bij geluidsgevoelige objecten gemiddeld maximaal 47 dB Lden en ’s nachts maximaal 41 dB Lden geluid mag worden geproduceerd. 8

Ondanks dat geluid van windturbines minder luid is dan van andere bronnen (zoals verkeer en industrie), wordt dit geluid sneller als hinderlijk ervaren. De reden hiervan is het karakter van het geluid, en dan met name het zoeven en zwiepen van de wieken. Geluid kan leiden tot hinder, in het bijzonder tot verstoring van slaap. De gemeente Bunschoten hanteert bij het plaatsen van windturbines de WHO geluidsnormen. Daarnaast moet er sprake zijn van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De gemeente volgt hierbij het advies van de Omgevingsdienst Regio Utrecht (ODRU) en de GGD, die adviseren om de WHO-advieswaarden aan te houden: maximaal 45 dB Lden overdag en maximaal 40 dB Lden ’s nachts. Om een dergelijk geluidniveau te realiseren, moet meer afstand worden gehouden tussen windturbines en geluidsgevoelige gebouwen. Voor windturbines van 5,6 MW vertaalt de WHOnormering zich grofweg naar een afstand van 500 meter, die moet worden aangehouden tussen windturbines en woningen. De afstand is meegenomen in afbeelding 2, om dit visueel inzichtelijk te maken. Of een mogelijke locatie voor windturbines voldoet aan de geluidsnorm moet per locatie met een akoestisch onderzoek worden bepaald, en vervolgens worden getoetst aan het Activiteitenbesluit (Wabo). De geluidsnorm is daarbij leidend, wat maakt dat de daadwerkelijke afstand die aangehouden dient te worden kan afwijken. B.

Afstand tot objecten Omdat een windturbine risico’s met zich meebrengt voor de directe omgeving, zoals val- en werpgevaar, bestaan er minimale afstanden tussen windturbines en verschillende (beperkt) kwetsbare objecten. In het Handboek Risicozonering Windturbines (2014) zijn minimumafstanden opgenomen voor panden, hoogspanningsleidingen, buisleidingen, risicobronnen, spoorwegen, vaarwegen en hoofdwegen. Bij de plaatsing van een windturbine dient rekening te worden gehouden met de minimumafstand tot deze objecten. Daarnaast hanteert Rijkswaterstaat de beleidsregel dat er minstens vijftig meter afstand tussen een windturbine en een vaarweg moet worden aangehouden, om hinder van radarapparatuur te voorkomen. Ook kunnen windturbines, door hun hoogte en draaiende wieken, verstoring veroorzaken op de beelden van radarsystemen van radarstations van Defensie. Op voorhand is niet te bepalen of een verstoring acceptabel is, daarom dient bij het realiseren van windturbines hoger dan 90 m NAP op verstoring getoetst te worden. C. Slagschaduw De ronddraaiende wieken van een windturbine werpen schaduw op de omgeving. Dat wordt ‘slagschaduw’ genoemd. De frequentie, intensiteit en duur van dergelijke slagschaduw bij een locatie bepalen de mate van hinder. In het Activiteitenbesluit (art. 3.14) en de Activiteitenregeling Milieubeheer (art. 3.12 en 3.13) staan daarom normen voor slagschaduw.

Ter voorkoming van onacceptabele hinder van slagschaduw, zijn deze milieuregels leidend. In sommige situaties moet een windturbine bij wet voorzien zijn van een automatische stilstandvoorziening. Dit is het geval als de afstand tussen de windturbine en het gevoelige gebouw minder dan twaalfmaal de rotordiameter bedraagt en slagschaduw gemiddeld meer dan 17 dagen per jaar gedurende meer dan 20 minuten per dag kan optreden. D. Trillings-hinder Er zijn berichten dat inwoners trillingshinder ondervinden van het draaien van de windturbines. De gemeente Bunschoten wil hier rekening mee houden en vindt dat inwoners ten alle tijden een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moeten hebben binnen de gemeente.

9

Wettelijke kansen en beperkingen voor windturbines en zonnevelden in kaart Afbeelding 2 en 3 laten de kansen en beperkingen voor het plaatsen van windturbines en zonnevelden zien wanneer enkel wordt gekeken naar de wettelijke uitgangspunten. In paragraaf 2.2 en 2.3 worden de landschappelijke en maatschappelijke uitgangspunten besproken. De uitgangspunten vormen de opmaat naar de gebiedstabellen in hoofdstuk 3. De gebiedstabellen vormen het eindresultaat van de doorlopen trechter, en laten dus de daadwerkelijke kansen en beperkingen voor lokale energieprojecten zien. Windturbines Afbeelding 2 laat de kansen en beperkingen voor het plaatsen van windturbines zien, wanneer enkel wordt gekeken naar de geluids- en veiligheidseisen (conform de WHO-normen, zoals geadviseerd door de ORUD en de GGD) en provinciale voorwaarden. Hierbij wordt uitgegaan van bestaande bebouwing, wegen, buisleidingen en hoogspanningsleidingen. Onderstaande kaart laat dus niet zien of deze gebieden ook wenselijk zijn vanuit maatschappelijk en landschappelijk oogpunt. Ook de kansen en knelpunten in het bestaande elektriciteitsnetwerk zijn niet meegenomen in deze kaart.

Afbeelding 2: Kansen en beperkingen voor windturbines in de gemeente Bunschoten vanuit wettelijke uitgangspunten

Toelichting bij legenda: • •

Groene gebieden: windturbines zijn mogelijk volgens de gehanteerde wettelijke geluids- en veiligheidseisen. Er gelden geen aanvullende provinciale voorwaarden. Oranje gebieden: windturbines zijn mogelijk volgens de gehanteerde wettelijke geluids- en veiligheidseisen. Er zijn in deze gebieden aanvullende provinciale voorwaarden rondom natuur aanwezig. Het gaat om gebieden die zijn aangewezen als stilte- of weidevogelgebied of onderdeel zijn van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Ook is gekeken waar vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voorwaarden gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals bij archeologische rijksmonumenten.

10

•

Rode gebieden: hier zijn geen windturbines mogelijk wegens de gehanteerde veiligheids- en geluidsbeperkingen, met name vanwege de afstand tot de bebouwing. Daarnaast heeft de provincie Natura 2000-gebieden uitgesloten voor windturbines.

Zonnevelden Afbeelding 3 laat de kansen en beperkingen zien voor het plaatsen van zonnevelden, wanneer enkel wordt gekeken naar de wettelijke uitgangspunten. Er gelden geen veiligheids- en geluidsbeperkingen voor zonnevelden, maar wel vanuit natuurwetgeving.

Afbeelding 3: Mogelijkheden voor zonnevelden in de gemeente Bunschoten vanuit wettelijke uitgangspunten

Toelichting bij legenda: • Groene gebieden: Geen aanvullende provinciale voorwaarden. • Oranje gebieden: Aanvullende provinciale voorwaarden aanwezig en/of voorwaarden vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Daken binnen de oranje gebieden gelegen zijn groen. • Rode gebieden: hier zijn geen zonnevelden mogelijk vanwege beperkingen vanuit provinciaal beleid.

2.2

Landschappelijke uitgangspunten

De gemeente Bunschoten is onderverdeeld in verschillende zones, op basis van verschil in ondergrond. Afbeelding 4 laat de verschillende gebieden zien. Elke zone heeft zijn eigen karakteristieken, kwaliteiten en opgaven. Of binnen een zone zonnevelden of windturbines geplaatst kunnen worden, hangt af van zaken als wettelijke geluids- en veiligheidsafstanden, provinciaal beleid rondom natuur en maatschappelijke voorkeuren. In hoofdstuk 3 wordt per deelgebied samengevat wat de (on)mogelijkheden zijn voor de opwek van duurzame elektriciteit.

11

Afbeelding 4: Landschappelijke zones gemeente Bunschoten

Regionale Energie Strategie Zoals in de inleiding aangegeven werkt gemeente Bunschoten in regionaal verband aan de Regionale Energie Strategie (RES). In de RES wordt aangegeven wat onze regio bijdraagt aan de landelijke doelstelling voor de opwek van 35 TWh grootschalige elektriciteit op land. De RES is een document dat blijvend meegroeit met de ontwikkelingen en primair werkt aan opgaven uit de klimaattafels ‘elektriciteit’ en ‘gebouwde omgeving’. RES 1.0 In de RES 1.0 zijn de in de Concept RES gemaakte plannen verder uitgewerkt en is meer inzicht verkregen in de kansrijkheid en haalbaarheid van verschillende gebieden. Op het grondgebied van gemeente Bunschoten zijn vanuit de RES 1.0 de volgende projecten voor grootschalige duurzame elektriciteit van toepassing: • • • • • •

Grootschalige zonnepanelen op daken van bedrijventerreinen en overheidsgebouwen (geclassificeerd als ‘richting uitvoering’ = trede 2) Grootschalige zonnepanelen op daken in het buitengebied (geclassificeerd als ‘onderzoeksfase’ = trede 3) Grootschalige zonnepanelen op overkapte parkeerterreinen (geclassificeerd als ‘onderzoeksfase’ = trede 3) Grootschalige zonnepanelen op geluidswallen en in bermgebieden langs de snelweg A1 (geclassificeerd als ‘onderzoeksfase’ = trede 3) Grootschalige zonnepanelen in bermen langs provinciale wegen (geclassificeerd als ‘verkenningsfase’ = trede 4) Grootschalige zonnepanelen bij dorpsranden (geclassificeerd als ‘verkenningsfase’ = trede 4)

Zonnepanelen op daken van bewoners worden in het Nederlandse Klimaatakkoord niet als ‘grootschalige duurzame elektriciteit’ gezien en mogen daarom niet worden meegerekend in het RES-bod, maar zijn wel wenselijk vanuit de RES-regio Amersfoort. 12

Afbeelding 5: Impact RES-bod voor Bunschoten

Elektriciteitsnetwerk De energietransitie resulteert in een meer decentrale energievoorziening. Dit houdt in dat er meer elektriciteit lokaal wordt opgewekt. Dit vraagt om aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk. Op locaties waar elektriciteit wordt opgewekt moet deze ook worden aangesloten op het net. De bestaande kabels en netwerkstations hebben op korte termijn niet allemaal voldoende capaciteit om nieuwe energieprojecten aan te sluiten. Daarnaast kan de ongelijktijdigheid van vraag naar en productie van elektriciteit door zon en wind leiden tot momenten met overschotten (veel opwek, weinig vraag) en momenten van tekorten (veel vraag in de avond of winter, windstil). Hierdoor wordt landelijk en regionaal gekeken naar manieren om elektriciteit op te slaan en vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. In de gemeente Bunschoten is Stedin de netbeheerder. Deze netbeheerder is ook betrokken bij de totstandkoming van dit afwegingskader. Zoals genoemd, zijn door de energietransitie de nodige aanpassingen in het elektriciteitsnetwerk vereist. Deze trajecten kosten tijd en geld. Daarom zijn niet alle locaties geschikt om op korte termijn te gebruiken voor het opwekken van elektriciteit.

Tegelijkertijd zijn er op termijn zeker kansen om door gerichte investeringen van netbeheerders meer ruimte te bieden voor (innovatieve) energieprojecten op locaties waar nu nog onvoldoende capaciteit is om energieprojecten op aan te sluiten. Bovendien zijn er mogelijkheden om een deel van de onregelmatigheden in de elektriciteitsproductie van windturbines en zonnevelden door elkaar te laten wegnemen. Immers: vaak waait het op een donkere dag en is het windstil bij stralend weer. Een stabiele duurzame elektriciteitsproductie kan beter worden gegarandeerd door het combineren van windturbines en zonnevelden op één plek. En door dit te doen, is ook vaak maar één aansluiting op het net nodig (cable pooling). Dat betekent, naast dat slimmer gebruik wordt gemaakt van (bestaande) infrastructuur en hiermee aanvullende (maatschappelijke) kosten voor netuitbreiding worden gedrukt, dat initiatiefnemers van dergelijke lokale energieprojecten minder gebruikerskosten hebben. De netbeheerder hanteert richtlijnen bij de ontwikkeling van wind- en zonneprojecten. De afstand tussen een netstation en een windturbine of zonneveld moet niet te groot zijn, zodat het economisch rendabel is voor de aanvrager om een installatie aan te sluiten op het netwerk. De 13

aanvrager is hierbij degene die een windturbine of zonneveld gaat ontwikkelen. Daarnaast moet er op korte termijn voldoende capaciteit op de kabels en het netwerkstation zijn, zodat wind- en zonneprojecten ook daadwerkelijk kunnen worden aangesloten. Dit wordt meegenomen in de afweging welke zones tot 2030 en daarna worden opengesteld voor lokale energieprojecten.

2.3.

Maatschappelijke uitgangspunten

De gemeente vindt het belangrijk dat nieuwe initiatieven om grootschalig duurzame elektriciteit op te wekken binnen de gemeentegrenzen, kunnen rekenen op zoveel mogelijk maatschappelijke acceptatie. Juist daarom is dit afwegingskader gesproken met inwoners en andere belanghebbenden en is hun input meegenomen en afgewogen, zoals in de gebiedstabellen in hoofdstuk 3. De gemeente Bunschoten realiseert zich dat het niet in alle gevallen mogelijk is dat alle inwoners het eens zijn met de keuzes die gemaakt worden, echter wil de gemeente wel dat het proces uitlegbaar en te volgen is voor de betrokkenen.

De verschillende fases van een initiatief De gemeente heeft als doel om gezamenlijk met de initiatiefnemer en bewoners een keuze te maken voor de beste locaties voor windturbines en/of zonnevelden in het landschap, met oog voor mens en milieu. Om verbindingen te leggen met andere gemeentelijke ambities en opgaven, gaat de gemeente gedurende het proces actief het gesprek aan met de initiatiefnemer en betrokkenen. Er worden duidelijke afspraken gemaakt over de rol van de initiatiefnemer en de gemeente tijdens de verschillende fases van een initiatief. Er worden vier fases onderscheiden: •

•

• •

Verkenningsfase De fase waarin een initiatiefnemer verkent of het mogelijk is in een bepaald gebied duurzame elektriciteit grootschalig op te wekken. Planfase De fase waarin de specificaties van het energieproject worden bepaald, zoals exacte locatie, aantal, hoogte en opbrengsten. Realisatiefase De fase waarin het lokale energieproject daadwerkelijk wordt ontwikkeld. Exploitatiefase De fase waarin het lokale energieproject elektriciteit opwekt.

De betrokkenheid van bewoners start in de verkenningsfase. In overleg met de gemeente stelt de initiatiefnemer een participatieplan vast, waarin wordt toegelicht wie, wanneer en op welke wijze wordt geïnformeerd en betrokken bij het lokale energieproject. Het participatieplan dient een uitkomst te zijn van een gezamenlijk gesprek tussen gemeente, initiatiefnemer en inwoners. Wel stelt de gemeente een aantal minimumeisen en uitgangspunten op die de initiatiefnemer in acht dient te nemen voor het informeren en betrekken van inwoners. Deze eisen staan nader beschreven in de onderstaande paragrafen en komen ook terug in het hoofdstuk over de randvoorwaarden.

De betrokkenheid van bewoners Er is een onderscheid te maken tussen de effecten die het opwekken van duurzame elektriciteit heeft op verschillende bewoners. Direct omwonenden Uitgangspunt is dat inwoners die in de directe omgeving van een windturbine of zonneveld wonen, intensief betrokken worden bij de totstandkoming ervan. Onder een direct omwonende vallen inwoners die de windturbine of zonneveld kunnen zien of redelijkerwijs kunnen horen. Bij twijfel geldt dat de gemeente iedere inwoner van de eigen gemeente of omliggende gemeenten die in een 14

straal van tien keer de tiphoogte woont vanaf de windturbine, gemeten vanaf de meest dichtbij staande windturbine, tot de direct omwonenden rekent. Bij het bepalen van wie direct omwonenden zijn in het geval van zonnevelden, wordt als uitgangspunt een straal van 500 meter genomen, gemeten vanaf de buitenranden van het zonneveld. Acceptatiegebied De effecten van een windturbine of zonneveld beperken zich echter niet tot direct omwonenden. Naast direct omwonenden zijn er ook inwoners wiens belang niet rechtstreeks is betrokken bij de plaatsing van een windturbine en/of zonneveld in hun directe omgeving, maar ervaren zij wel effecten op hun leefomgeving. Dit zijn inwoners die binnen het acceptatiegebied wonen. Over het algemeen wordt voor een acceptatiegebied een wijk of dorp gekozen.

Communicatie De gemeente vindt het belangrijk dat de omgeving van een toekomstig lokaal energieproject de mogelijkheid wordt geboden een actieve en betrokken rol te hebben in de verschillende fases. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor maken van een plan voor participatie, de gemeente beoordeelt dit aan de hand van een aantal minimale eisen.

2.4.

Financiële participatie

Zonnevelden en windturbines hebben een impact op de leefomgeving. Het is daarom belangrijk dat inwoners ook de voordelen ervaren van het grootschalig opwekken van duurzame elektriciteit in hun omgeving. Dit kan bijvoorbeeld door inwoners te laten delen in de opbrengst van en zeggenschap te geven over het initiatief. Dit heet financiële participatie, ook wel projectparticipatie genoemd. Er zijn verschillende vormen van financiële participatie mogelijk: lokaal eigendom, een omgevingsfonds, een omwonendenregeling en sociale grondvergoedingen. De gemeente wil dat iedereen de mogelijkheid heeft om daarin mee te doen, ongeacht financiële draagkracht. De initiatiefnemer dient in het projectvoorstel toe te lichten op welke wijze invulling wordt gegeven aan een of meerdere vormen van financiële participatie. De afspraken die gemaakt worden omtrent financiële participatie moeten bij windturbines in lijn zijn met de gedragscode van de Nederlandse Windenergie Associatie (NWEA) en bij zonnevelden met de gedragscode van Holland Solar. Indien de initiatiefnemer in het projectvoorstel afwijkt van de voorkeuren en/of uitgangspunten van de gemeente, zoals toegelicht hieronder, dan dient de initiatiefnemer dit te verantwoorden in het projectvoorstel.

Lokaal eigendom De gemeente Bunschoten vindt het bij de ontwikkeling en exploitatie van lokale energieprojecten van groot belang dat partijen, inclusief de omgeving, op een gelijkwaardige manier samenwerken. Dit vertaalt zich in een evenwichtige eigendomsverdeling, waarbij de initiatiefnemer ernaar streeft om tenminste 51% lokaal eigendom (burgers en lokale bedrijven) te realiseren. Dit in lijn met de motie ‘Borging maximaal lokaal eigenaarschap en profijt’, die op 8 juli 2021 unaniem door de gemeenteraad van Bunschoten is aangenomen. De gemeente stelt 51% lokaal eigendom nadrukkelijk als streven, en niet als harde eis. Of 51% lokaal eigendom wordt behaald, is immers afhankelijk van de mate van interesse onder inwoners. De initiatiefnemer moet aantonen welke stappen zijn ondernomen om lokaal eigenaarschap te verwezenlijken in het project. Om te borgen dat de initiatiefnemer hiervoor voldoende mogelijkheden biedt, laat de gemeente, wanneer zij hier aanleiding toe ziet, een onafhankelijke toets op lokaal eigenaarschap uitvoeren. De initiatiefnemer dient hier medewerking aan te verlenen. 15

Zodra een lokaal energieproject uitsluitend tot doel heeft om duurzaam opgewekte elektriciteit te verkopen door dit terug te leveren aan het net, dan dient een onafhankelijke lokale organisatie (in de vorm van een stichting, vereniging of coöperatie) betrokken te zijn bij het energieproject om lokaal eigenaarschap te borgen. Alle inwoners van de gemeente Bunschoten moeten de mogelijkheid te hebben om lid te worden van deze organisatie, om zo in het project te participeren. Slechts in het geval dat elektriciteit duurzaam wordt opgewekt voor eigen gebruik, waarbij het overschot op het net wordt geleverd, mag de energie-installatie van een bedrijf of inwoner alleen zijn. De gemeente wil immers niet voorschrijven hoe een bedrijf of particulier zijn eigen stroom opwekt. Voordat er wordt gestart met de realisatiefase van het project, moeten inwoners uit het acceptatiegebied geïnformeerd zijn over de manier waarop er financiële participatie plaatsvindt tijdens de exploitatiefase en hoe zij hieraan kunnen meedoen. Onder lokaal eigendom verstaat de gemeente de opties ‘mede-eigenaarschap’ en ‘financiële deelneming’, zoals omschreven in de Participatiewaaier (2019)1. De gemeente Bunschoten heeft als voorwaarde dat de opbrengsten van lokale projecten ten goede komen voor de inwoners van de gemeente. Opbrengsten worden dus lokaal geherinvesteerd.

Omgevingsfonds Het is een voorwaarde van de gemeente Bunschoten dat de initiatiefnemer van een lokale windproject – coöperatief als niet-coöperatief – een omgevingsfonds opzet. Met een omgevingsfonds kunnen omwonenden die niet in staat zijn zelf te investeren, ook financieel participeren. De wijze waarop dit omgevingsfonds wordt beheerd en de wijze waarop besluitvorming geschiedt wat betreft de besteding van de opbrengsten, wordt opgenomen in het projectvoorstel.

Omwonendenregeling De gemeente vindt dat inwoners, die in de nabijheid wonen van een windturbine, recht hebben op een redelijke bewonersvergoeding. Dit kan gaan om het aanbieden van groene stroom met korting, korting op de energierekening of een andere (financiële) vergoeding. De inwoners die hiervoor in aanmerking komen worden middels maatwerk bepaald. Indien hierbij afgeweken wordt van de groep inwoners die als ‘direct omwonenden’ wordt gerekend, dan dient dit door de initiatiefnemer helder verantwoord te worden in het projectvoorstel. Voor het bepalen van de bewonersvergoeding voor inwoners wordt gebruik gemaakt van een rechtvaardige verdeelsleutel die door de initiatiefnemer, de gemeente en inwoners uit de nabije omgeving van een windturbine, transparant en gemeenschappelijk te worden vastgesteld. De initiatiefnemer dient in het projectvoorstel aan te geven op welke wijze deze vergoeding wordt bepaald.

Grondvergoedingen De gemeente wil voorkomen dat een initiatiefnemer een lokaal energieproject opzet met als startpunt zijn of haar eigen grondposities, en daarbij geen onderzoek meer verricht naar wat de beste locatie is voor een windturbine. Het is immers mogelijk dat percelen, die aangrenzend liggen aan de eigen grondposities, uiteindelijk een betere locatie blijken voor een lokaal energieproject. Om te voorkomen dat initiatieven worden ontwikkeld op niet optimale locaties, worden bij voorkeur voorafgaand aan de planfase afspraken gemaakt over het socialiseren van grondvergoedingen. 1 https://www.klimaatakkoord.nl/documenten/publicaties/2019/11/18/participatiewaaier

16

Afspraken over het socialiseren van grondvergoedingen worden gemaakt met grondeigenaren die hun grond ter beschikking stellen voor de realisatie van een windturbine op eigen terrein én grondeigenaren die (waarschijnlijk) geen windturbine op hun terrein krijgen maar wel grond bezitten in de omgeving van de locatie, waar volgens de conceptplannen – opgesteld in de verkenningsfase van het energieproject – een windturbine wordt geplaatst. Deze afspraken worden vermeld en toegelicht in het projectvoorstel dat de initiatiefnemer indient bij de gemeente. Voor het bepalen van de sociale grondvergoedingen wordt gebruik gemaakt van een rechtvaardige verdeelsleutel die door de initiatiefnemer en grondeigenaren in het gebied transparant en gemeenschappelijk vastgesteld wordt. De verdeelsleutel wordt vastgesteld voordat de exacte locatie van het lokale energieproject is bepaald.

17

3. Gebiedstabellen De gebiedstabellen voor zonnevelden en windturbines geven op basis van de wettelijke geschiktheid, landschappelijke uitgangspunten en maatschappelijke voorkeuren aan wat de “conclusie” is voor het betreffende deelgebied. Wordt het deelgebied opengesteld voor de ontwikkeling van zonnevelden of windturbines of is er bijvoorbeeld nog aanvullend onderzoek nodig? Na de gebiedstabellen volgt de opgave van de gemeente Bunschoten en wordt aangegeven welke stappen worden ondernomen om de energievoorziening op een duurzame manier in te vullen.

3.1.

Gebiedstabel voor grootschalige zonnevelden

Naam gebied

Wettelijke geschiktheid

Landschappelijke uitgangspunten

Maatschappelijke voorkeuren

Conclusie deelgebied

Woonkern Bunschoten (A)

Rood

Woonkern ongeschikt voor zonnevelden. Wel actief inzetten op zonnepanelen op daken (woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed)

Zonnepanelen op daken kan rekenen op draagvlak onder inwoners en andere belanghebbenden

Woonkern ongeschikt voor grootschalige zonnevelden

Oost Bunschoten (B)

Groen

Aandacht voor inpassing in open landschap en natuurwaarden. Er worden kansen gezien bij de “rafelranden” (bedrijventerrein)

Terughoudendheid vanwege open landschap en Natura2000 polders gemeente Nijkerk

Onderzoeken van mogelijkheden voor zonnevelden bij het aanbiedstation meenemen bij eventuele ruimtelijke ontwikkelingen. Rest van deelgebied voorlopig niet (gedeeltelijk) openstellen

KronkelsZuid (C)

Oranje

Aandacht voor inpassing in open landschap en natuurwaarden. Er worden kansen gezien bij de

Zonnepanelen op bedrijfsdaken kan rekenen op draagvlak vanuit inwoners en andere belanghebbenden

Onderzoeken van mogelijkheden voor zonnevelden bij de KronkelsZuid meenemen in planvorming

18

“rafelranden” (bedrijventerrein) Eemdijk (D)

Rood

Woonkern ongeschikt voor zonnevelden. Wel actief inzetten op zonnepanelen op daken (woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed)

Zonnepanelen op daken kan rekenen op draagvlak onder inwoners en andere belanghebbenden

Woonkern ongeschikt voor grootschalige zonnevelden

Natura 2000 (E)

Rood

De POVI sluit zonnevelden in Natura 2000gebied uit

Ontwikkeling van zonnevelden in Natura2000 gebied wordt door inwoners en belanghebbenden als onwenselijk gezien

Ontwikkeling van zonnevelden uitgesloten

Water (F)

Oranje

Er gelden landschappelijk gezien aanvullende voorwaarden

Zonnevelden in en op het Eemmeer stuit op weerstand bij zowel inwoners en natuurorganisaties als de lokale politiek (Amendement raadsvergadering 8 juli 2021)

Ontwikkeling van zonnevelden uitgesloten

Infrastructuur (G)

Oranje

De potentie van zonnepanelen in bermen langs infrastructuur wordt regionaal onderzocht en landschappelijk als passend gezien

Zonnepanelen langs infrastructuur wordt door inwoners als meest kansrijk aangegeven. Ook de lokale politiek geeft aan kansen te zien

Mogelijkheden voor zonnevelden langs de A1 worden, aanvullend op het regionale onderzoek, nader onderzocht

Bunschoten Overig, waaronder onder andere te verstaan het buitengebied rondom Eemdijk (H)

Oranje

Dit gebied bestaat grotendeels uit weidevogelkernen stiltegebied. Bij de ontwikkeling van een zonneveld moet voldaan worden aan strikte (provinciale) voorwaarden

Zonnevelden in de Eempolder stuit op weerstand bij zowel inwoners en natuurorganisaties als de lokale politiek (Amendement raadsvergadering 8 juli 2021). Wel is aangegeven de mogelijkheid voor

Ontwikkeling van zonnevelden in polders uitgesloten. Mogelijkheden voor zonnevelden langs de A1 worden, aanvullend op het regionale onderzoek, nader onderzocht

19

zonnepanelen langs de A1 te onderzoeken (G) Zevenhuizen (I)

3.2.

Rood

Woonkern ongeschikt voor zonnevelden. Wel actief inzetten op zonnepanelen op daken (woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed)

Zonnepanelen op daken kan rekenen op draagvlak onder inwoners en andere belanghebbenden

Woonkern ongeschikt voor grootschalige zonnevelden

Gebiedstabel voor grootschalige windturbines

Naam gebied

Wettelijke geschiktheid

Landschappelijke uitgangspunten

Maatschappelijke voorkeuren

Conclusie deelgebied

Woonkern Bunschoten (A)

Rood

Woonkern ongeschikt voor windturbines

Mogelijkheid niet besproken, woonkern bij voorbaat uitgesloten

Woonkern ongeschikt voor windturbines

Oost Bunschoten (B)

Rood (met klein groen stipje)

Enige mogelijkheid die uit wettelijke uitgangspunten volgt wordt landschappelijk gezien als onwenselijk, vanwege solitaire opstelling midden in het gebied

Inwoners en andere betrokkenen vinden de ontwikkeling van windturbines in het gebied onwenselijk

Ontwikkeling van windturbines uitgesloten

KronkelsZuid (C)

Rood

Uit wettelijke uitgangspunten volgt geen mogelijkheid voor windturbines in het gebied

Inwoners en andere betrokkenen vinden de ontwikkeling van windturbines in het gebied onwenselijk

Ontwikkeling van windturbines uitgesloten

Eemdijk (D)

Rood

Woonkern ongeschikt voor windturbines

Mogelijkheid niet besproken, woonkern bij voorbaat uitgesloten

Woonkern ongeschikt voor windturbines

20

Natura2000 (E)

Rood

De POVI sluit windturbines in Natura 2000gebied uit

Ontwikkeling van windturbines in Natura2000 gebied wordt door inwoners en belanghebbenden als onwenselijk gezien

Ontwikkeling van windturbines uitgesloten

Water (F)

Rood (met klein groen stipje)

Enige mogelijkheid die uit wettelijke uitgangspunten volgt wordt landschappelijk gezien als onwenselijk, vanwege solitaire opstelling midden in het gebied

Windturbines in het Eemmeer stuit op weerstand bij zowel inwoners en natuurorganisaties als de lokale politiek (Amendement raadsvergadering 8 juli 2021)

Ontwikkeling van windturbines uitgesloten

Infrastructuur (G)

Rood

De mogelijkheden voor windturbines langs infrastructuur zijn zeer beperkt. Er gelden aanvullende voorwaarden in het oranje gearceerde gebied

Windturbines in de Eempolder stuit op weerstand bij zowel inwoners en natuurorganisaties als de lokale politiek (Amendement raadsvergadering 8 juli 2021)

Ontwikkeling van windturbines uitgesloten

Bunschoten Overig, waaronder onder andere te verstaan het buitengebied rondom Eemdijk (H)

Rood en oranje

Er gelden aanvullende voorwaarden in de oranje gebieden. Landschappelijke inpassing en bescherming van natuurwaarden aandachtspunt

Windturbines in de Eempolder stuit op weerstand bij zowel inwoners en natuurorganisaties als de lokale politiek (Amendement raadsvergadering 8 juli 2021)

Ontwikkeling van windturbines uitgesloten

Zevenhuizen (I)

Rood

Woonkern ongeschikt voor windturbines

Mogelijkheid niet besproken, woonkern bij voorbaat uitgesloten

Woonkern ongeschikt voor windturbines

21

3.3

Opgave gemeente Bunschoten

Onderstaande afbeelding laat het energieverbruik van de gemeente Bunschoten zien. De gemeente Bunschoten zet zich in om – in lijn met de landelijke ambities – in 2030 49% CO2-reductie (t.o.v. 1990) te realiseren en in 2050 95% CO2-reductie (t.o.v. 1990). De doelstelling voor 2030 wordt per 1 juli 2022 aangescherpt naar 55% CO2-reductie.

Afbeelding 6: Energieverbruik van de gemeente Bunschoten

De uitkomsten van de onderzoeken naar de (on)mogelijkheden voor zonnevelden langs de A1 en bij de Kronkels-Zuid en het aanbiedstation zullen uitwijzen welke bijdrage kan worden geleverd aan het verduurzamen van het energieverbruik van de gemeente Bunschoten.

Vervolgstappen Om te komen tot de gewenste CO2-reductie in 2030 worden de volgende vervolgstappen gezet: •

Stimuleren van zonnepanelen op daken De gemeente Bunschoten beschikt over vele daken die benut kunnen worden voor de energietransitie. Door daken van woningen, bedrijven en maatschappelijk vastgoed (bijvoorbeeld scholen en gemeentepanden) vol te leggen met zonnepanelen, kan veel duurzame elektriciteit worden opgewekt. Het gebruik van daken voor de opwek van zonneenergie is een zogenoemde “no regret”-maatregel, met een beperkte impact op de omgeving. Vanuit de Regio Amersfoort is onderzocht wat de mogelijke potentie is van energie-opwek op grote daken en parkeerterreinen (solar carports). Deze informatie wordt gebruikt om de lokale aanpak vorm te geven. Vervolgstappen: o In 2022-2023 wordt een aanpak opgesteld om zonnepanelen op daken (woningen, bedrijven, maatschappelijk vastgoed en parkeerterreinen) te stimuleren en aan de raad voorgelegd.

•

Onderzoeken mogelijke locaties voor zonnevelden Tijdens het participatietraject zijn drie mogelijke locaties voor zonnevelden naar voren gekomen, zie afbeelding 7. Het zijn locaties langs de zogenoemde “rafelranden” van de gemeente: bedrijventerreinen en infrastructuur. Zorgvuldige inpassing is hierbij een belangrijk aandachtspunt, wat geborgd wordt door toepassing van de randvoorwaarden uit hoofdstuk 4. Het gaat hierbij bijvoorbeeld over de landschappelijke inpassing en bescherming van de aanwezige natuurwaarden. 22

Afbeelding 7: Onderzoekslocaties zonnevelden

Vervolgstappen: o Infrastructuur: in 2022-2023 wordt een onderzoeksopzet gemaakt om de mogelijkheden voor zonnevelden langs de A1 en de eventuele toekomstige ontsluitingsweg (ten oosten van de N199) te onderzoeken. De mogelijkheden van zonnepanelen in bermen en geluidsschermen worden tevens vanuit de RES onderzocht en wordt meegenomen in de lokale aanpak. Een voorstel met onderzoeksopzet wordt in 2023 aan de raad voorgelegd. o Kronkels-Zuid: het onderzoeken van de mogelijkheden voor de opwek van zonneenergie bij bedrijventerrein Kronkels-Zuid wordt meegenomen in de planvorming van het nog te ontwikkelen bedrijventerrein. o Aanbiedstation: het onderzoeken van de mogelijkheden voor de opwek van zonneenergie bij het aanbiedstation aan de Groeneweg wordt onderzocht en verder uitgewerkt op het moment dat hier initiatieven voor ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. •

Opwek van duurzame energie bij nieuwe ontwikkelingen Parallel aan het stimuleren van zonnepalen op daken en het onderzoeken van de mogelijke locaties voor zonnevelden, wordt bij nieuwe ontwikkelingen onderzocht of er mogelijkheden zijn om de ontwikkeling te combineren met de opwek van duurzame elektriciteit. Denk hierbij aan te ontwikkelen bedrijventerreinen, braakliggend terrein, etc.

•

Stimuleren van innovaties zoals thuis-/bedrijfsopslag van duurzaam opgewekte stroom De kansen en stimuleringsmethoden worden meegenomen in het plan van aanpak zoals omschreven bij de vervolgstappen onder de stap ‘Stimuleren van zonnepanelen op daken’.

23

Jaarlijkse monitoring Met de uitvoering van het afwegingskader wordt een bijdrage geleverd aan de landelijke doelstelling om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken in 2030. De uit te voeren onderzoeken moeten duidelijk maken wat de daadwerkelijke potentie is van de onderzoekslocaties, en welke bijdrage kan worden geleverd aan de opgave. Om op deze doelen te kunnen sturen is het van belang de voortgang regelmatig te monitoren, op basis van heldere sturingsinformatie. Vanuit de RES-regio is (regionale) informatie beschikbaar gekomen die inzicht geeft in de voortgang, de bijdrage van landelijke ontwikkelingen en lokaal beleid daarin en de resterende opgave voor 2030. Op basis van de huidige regionale en lokale aanpak is de verwachting dat de uitstoot in 2030 t.o.v. 1990 met 40,8% (van de 55%) verminderd zal zijn. De voortgang van het afwegingskader wordt jaarlijks geëvalueerd, waarbij aandacht is voor de volgende punten: -

-

Voortgang van de opwek van zonne- en/of windenergie (in TWh) binnen de gemeente, uitgesplitst naar zonnepanelen op woningen, bedrijfsdaken, maatschappelijk vastgoed en solar carports, naar zonnevelden en/of windturbines. Hierbij wordt een koppeling gemaakt met de lokale opgave (zie afbeelding 6). Voortgang van de CO2-besparingsopgave, waarbij gebruik wordt gemaakt van het regionale dashboard. Uitkomsten van lokale en/of regionale uitstaande onderzoeken. Nieuwe eisen en/of wetgeving (bijv. natuur) vanuit regio (RES), provincie en/of Rijk. Nieuwe ontwikkelingen wat betreft mogelijke technieken om hernieuwbare energie op te wekken.

Op basis van de jaarlijkse evaluatie kan het nodig zijn de (vervolg)stappen die volgen uit het afwegingskader aan te passen of nieuwe plannen te maken. De jaarlijkse evaluatie wordt gedeeld met de raad, eventuele aanpassingen worden ter besluitvorming voorgelegd.

24

4. Randvoorwaarden In de voorgaande hoofdstukken is uitvoerig stilgestaan bij de verschillende technische, landschappelijke en maatschappelijke uitgangspunten voor het plaatsen van windturbines en zonnevelden in de gemeente. Dit heeft geleid tot de gebiedstabellen, waarin de kansen en beperkingen voor het ontwikkelen van energieprojecten beschreven staan, en de strategie die de gemeente volgt. In dit hoofdstuk worden de voorwaarden beschreven waaraan een voorstel voor een lokaal energieproject moet voldoen.

4.1. 1.

2.

3. 4.

5.

Procedure Om uiteindelijk tot een besluit op een omgevingsvergunning te komen worden de volgende stappen gevolgd: • Verkennend gesprek: eerste gesprek waarin de plannen worden gedeeld en de (on)mogelijkheden worden besproken. • Vooroverleg: bespreken van vragen en aandachtspunten, gericht op het indienen van een principeverzoek. • Indienen principeverzoek: het principeverzoek moet vergezeld gaan met een projectvoorstel. Wanneer wordt afgeweken van de randvoorwaarden zoals door de gemeente gesteld in hoofdstuk 4, wordt dit beargumenteerd in het projectvoorstel. • Beoordeling principeverzoek: de gemeente beoordeelt het voorstel in de intake- en omgevingstafel met ambtenaren vanuit verschillende disciplines, waarbij o.a. wordt gekeken naar de landschappelijke inpassing, het creëren van meerwaarde voor de omgeving (mens en milieu) en (financiële) participatie. Ook de portefeuillehouder dan wel het college van burgemeester en wethouders wordt hierbij betrokken. Waar nodig wint de gemeente advies in. • Aanvraag omgevingsvergunning: afhankelijk van de uitkomst kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd. • Beoordeling omgevingsvergunning: de raad wordt betrokken en een besluit voorgelegd.

Een initiatief achter een projectvoorstel bestaat uit een consortium van minimaal: • Grondeigenaren die bereid zijn de grondposities beschikbaar te stellen die nodig zijn voor het betreffende initiatief. • Eén of meer ontwikkelaars voor een zonneveld of windturbine. • Eén of meer corporaties, verenigingen of stichtingen (in oprichting) die in staat zijn om zowel lokaal eigendom als zeggenschap over de energieproductie door met name inwoners van de gemeente te realiseren. Voorafgaand aan het indienen van het projectvoorstel, wordt de kostenafwikkeling met betrekking tot het project vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De projectvoorstellen worden op volgorde van ontvangst beoordeeld. Pas als blijkt dat een reeds ingediend project toch niet doorgaat of gerealiseerd kan worden, dan wordt op volgorde van ontvangst een nog niet in behandeling genomen projectvoorstel alsnog in behandeling genomen. Voor de initiatiefnemer geldt een opruimplicht van de energie-installatie aan het einde van de exploitatie van het lokale energieproject. Deze verplichting wordt vastgelegd in de anterieure overeenkomst bij de vergunningverlening.

25

4.2. 1.

2.

3. 4. 5.

4.3. 1.

2.

Landschappelijke inpassing De initiatiefnemer toont aan dat het energieproject zo goed mogelijk past in de omgeving waarin deze ontwikkeld wordt. Het energieproject sluit aan bij de maat en schaal van de omgeving; de initiatiefnemer overlegt met de gemeente over een goede inpassing. Het energieproject mag geen negatieve impact hebben op de omliggende natuur en biodiversiteit. Waar mogelijk wordt meerwaarde gecreëerd voor natuur en biodiversiteit. Initiatiefnemers betrekken experts en natuurorganisaties voor de invulling hiervan. De initiatiefnemer neemt een plan op voor het behoud van de bodemgesteldheid en levert het plangebied na afloop op in oorspronkelijke of verbeterde staat. Vanwege het open karakter van het landschap van de gemeente Bunschoten is ervoor gekozen om solitair geplaatste windturbines niet toe te staan. De gemeente kan een aanwijzing geven om een andere locatie te onderzoeken als dat voor een landschappelijke afweging beter zou zijn. Grondposities van de initiatiefnemer zijn voor de gemeente niet bepalend bij de uiteindelijke afweging.

Maatschappelijke betrokkenheid

De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het proces om inwoners te betrekken. De initiatiefnemer stelt, als onderdeel van het projectvoorstel, een participatieplan op waarin wordt verduidelijkt wie, wanneer en op welke wijze geïnformeerd en betrokken wordt bij het lokale energieproject. De gemeente stelt een aantal minimumeisen: • In het projectvoorstel wordt helder verwoord wie voor het lokale energieproject worden beschouwd als direct omwonenden en wie als inwoners van het acceptatiegebied. • Het betrekken van inwoners start in de verkenningsfase van een lokaal energieproject, met een brief richting de direct omwonenden en inwoners van het acceptatiegebied. • Een digitale en/of fysieke bijeenkomst voor direct omwonenden en inwoners uit het acceptatiegebied, waarin de initiatiefnemer de verschillende opties presenteert, voorafgaand aan het maken van de keuze die hierin wordt gemaakt. Ook worden inwoners geïnformeerd over de mogelijkheden die financiële participatie biedt. De bijeenkomsten zijn openbaar toegankelijk. • Een initiatiefnemer maakt een verslag van de bijeenkomsten en geeft aan wat met de input van de aanwezigen is gedaan.

De initiatiefnemer houdt van de verkenningsfase tot de exploitatiefase van het lokale energieproject contact met de gemeente om ervoor te zorgen dat het participatieplan voldoende wordt uitgevoerd, aansluitend bij de voorwaarden uit het afwegingskader. Op deze manier wordt de kwaliteit van het participatietraject geborgd en kunnen de initiatiefnemer en de gemeente hun inspanningen afstemmen.

4.4. 1.

2.

Financiële participatie De initiatiefnemer maakt een voorstel voor de vorm van lokaal eigendom die past bij het project, het gebied en de voorkeuren van direct omwonenden en inwoners uit het acceptatiegebied. De gemeente vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk inwoners de mogelijkheid wordt geboden om mee te doen bij een lokaal energieproject, ongeacht hun financiële draagkracht. De opbrengsten van energieprojecten komen zoveel mogelijk ten goede van de (lokale) omgeving en omwonenden. De initiatiefnemer streeft ernaar dat minimaal 51% van het lokale energieproject in lokaal coöperatief eigendom komt. De initiatiefnemer moet aantonen welke stappen worden ondernomen om 51% lokaal eigenaarschap te verwezenlijken in het project.

26

3.

4.

5.

6.

Het is een voorwaarde van de gemeente Bunschoten dat de initiatiefnemer van een lokale windproject – coöperatief als niet-coöperatief – een omgevingsfonds opzet. De wijze waarop dit omgevingsfonds wordt beheerd en de wijze waarop besluitvorming geschiedt wat betreft de besteding van de opbrengsten, wordt opgenomen in het projectvoorstel. De gemeente vindt dat inwoners, die in de nabijheid wonen van een windturbine, recht hebben op een redelijke bewonersvergoeding. De inwoners die hiervoor in aanmerking komen worden middels maatwerk bepaald. De initiatiefnemer dient in het projectvoorstel aan te geven op welke wijze deze vergoeding wordt bepaald. Voor het bepalen van de sociale grondvergoedingen wordt gebruik gemaakt van een rechtvaardige verdeelsleutel die door de initiatiefnemer en grondeigenaren in het gebied transparant en gemeenschappelijk vastgesteld wordt. De verdeelsleutel wordt vastgesteld voordat de exacte locatie van het lokale energieproject is bepaald. Gemaakte afspraken over financiële participatie worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst bij de vergunningverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11727812/1