CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

aanmeldnotitie vormvrije m.e.r beoordeling.pdf

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1216972 aanvraag verklaring van geen bedenkingen terrein achter Frits de Zwerver3.037 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie m.e.r. Frits de Zwerver

8 mei 2024 Kenmerk 0313-33-N01 Projectnummer 0313-33

buRO Brabantsestraat 17 Kantoor 2.20 3812 PJ Amersfoort telefoon: fax: e-mail: internet:

033 465 45 31 033 462 41 15 info@bu-ro.nl www.bu-ro.nl

ing. M.H. van den Bosch ing. R. van Veen

Aan gemeente Bunschoten Van Roel van Veen 1.

Algemeen De Woningcorporatie Het Gooi en Omstreken heeft het voornemen om tussen de Oostelijke Randweg en Frits de Zwerver 15 eengezinswoningen en 16 tiny houses te bouwen. In het vige-rende bestemmingsplan hebben deze gronden een agrarische bestemming en is woningbouw niet mogelijk. In het kader van het project is het volgende van belang. Het Europees parlement heeft op 12 maart 2014 en de Europese Raad op 16 april 2014 ingestemd met de Wijzigingsrichtlijn m.e.r.1 (2014/52/EU). De Wijzigingsrichtlijn m.e.r. moest uiterlijk 16 mei 2017 in de Nederlandse regelgeving zijn geïmplementeerd. Dit is in artikel 2 van de Wijzigingsrichtlijn m.e.r. vastgelegd. Met de wijziging wordt beoogd de m.e.r.-beoordelingsprocedure te verduidelijken, de kwaliteit en de inhoud van het MER te verbeteren en de m.e.r.-procedure te stroomlijnen met milieubeoordelingen uit hoofde van andere EU-regelgeving, teneinde het milieu beter te beschermen, hulpbronnen efficiënter te gebruiken en duurzame groei in de Europese Unie te bevorderen. Sinds 16 mei 2017 is het op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer verplicht een aanmeldnotitie op te stellen wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie dient door het bevoegd gezag te worden vastgesteld. De aanmeldnotitie beschrijft of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen.

Aan de vormgeving van deze notitie wordt slechts één belangrijke randvoorwaarde gesteld: er moet aandacht besteed worden aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn "betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten". In bijlage III van de Europese richtlijn "betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten" staan drie hoofdcriteria centraal die verder zijn aangevuld met subcriteria. Bij een beoordeling of in het kader van de herontwikkeling van een locatie waar

1

m.e.r. = milieueffectrapportage, MER = milieueffectrapport

nu een aantal niet woonfuncties zijn geaccommodeerd naar woningbouw sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen dienen deze criteria in acht te worden genomen. De criteria als beschreven in bijlage III van de Europese richtlijn zijn: ▪ de kenmerken van het project  de omvang van het project  de cumulatie met andere projecten  het gebruik van natuurlijke hulpbronnen  de productie van afvalstoffen  verontreiniging en hinder  risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën ▪ de plaats van het project  het bestaande grondgebruik  de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied  het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden:  wetlands  kustgebieden  berg- en bosgebieden  reservaten en natuurparken  gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (= Habitatrichtlijn)  gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden  gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid  landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang ▪ de kenmerken van de potentiële effecten

 het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking)  het grensoverschrijdende karakter van het effect  de waarschijnlijkheid van het effect  de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. 2.

De kenmerken van het project Algemeen Als eerste hoofdcriterium wordt genoemd: de kenmerken van het project. Hierbij komen naast algemene gegevens van het project, zoals de locatie en de omvang van de voorgenomen activiteit ook zaken aan de orde op het gebied van het productieproces, gebruikte stoffen en technologieën (en de daarvan afgeleide afvalproductie, gebruik van grondstoffen, verontreiniging, hinder en risico's). Bij meer ruimtelijk georiënteerde projecten, bijvoorbeeld woningbouw (valt onder activiteit 11.2: stedelijk ontwikkelingsproject), spelen productieprocessen en dergelijke geen rol. Hier zijn andere kenmerken, zoals de verkeersaantrekkende werking en duurzaamheidsaspecten, van belang. Deze kenmerken zijn ook noodzakelijk om uitspraken te kunnen doen over (mogelijke) belangrijke nadelige milieueffecten.

-2-

Ten slotte geldt dat aandacht moet worden besteed aan mogelijke cumulatie-effecten met andere nabijgelegen projecten. Specifiek met betrekking tot de woningbouw aan de Frits de Zwerver Het project omvat de realisatie van 15 eengezinswoningen en 16 tiny houses. Daarmee is het project significant kleiner dan het aantal van 2.000 woningen genoemd in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het project betreft geen bedrijfsinstallatie of de inwerkingtreding daarvan. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de productie van afvalstoffen heeft daarom slechts betrekking op het functioneren van de woningen. Daarbij kan worden gedacht aan het gebruik van (fossiele) brandstoffen en water en het afvoeren van huisvuil en rioolwater. Er is geen sprake van overige verontreinigingen of hinder voor de omgeving. De woningen worden 'gasloos' gerealiseerd. Hierdoor zal de uitstoot van rookgassen worden beperkt ten opzichte van traditionele woongebieden. De Frits de Zwerver behoort tot het deelgebied 'rest bebouwde kom', dat als matig stedelijk wordt getypeerd.

Op basis van de hoogste verkeersgeneratiecijfers voor diverse woningtypologieën in paragraaf 6.3.3.2 van de ASVV2021 is de totale verkeersgeneratie in de toekomstige situatie, waarbij uitgegaan is van een worstcasesituatie voor de 15 rijwoningen in de sociale huursector en de 16 tiny houses, 124 (15x6,0 + 16x2,1) motorvoertuigbewegingen per etmaal. Bij een spitsuurintensiteit van 10% betekent dit een toename van de 1 motorvoertuigbeweging per 5 minuten op het drukste uur van de dag. Voor de Anne Frank en de aansluitende wegen is deze toename aanvaardbaar. Het omliggende wegennet kan de bestaande en toekomstige verkeersintensiteit goed verwerken. Er is geen sprake van enige vorm van risico van ongevallen als gevolg van de aanwezigheid van de woningen. Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. 3.

Plaats van het project Algemeen Een voorgenomen activiteit vindt altijd plaats in een bepaalde omgeving, bijvoorbeeld een binnenstedelijk gebied, een historisch veenlandschap of een gebied met hoge ecologische waarden. Deze verschillende gebieden zijn in meer of mindere mate kwetsbaar voor nieuwe activiteiten. Voorbeelden hiervan zijn de locaties van Natura2000-gebieden, waterwingebieden, enzovoort. Het gaat bij het criterium 'plaats van het project' niet alleen om het gebied waarin de activiteit gelegen is, maar juist ook om aangrenzende gebieden. Zo is het bijvoorbeeld van belang om te weten of er Natura2000-gebieden in de omgeving zijn waarop de activiteit impact kan hebben. Ook is inzicht nodig in andere ontwikkelingen die in de nabijheid van het project spelen. Dit kan helpen om te bepalen of er mogelijke cumulatie kan optreden door realisatie van activiteiten.

-3-

Specifiek met betrekking tot de woningbouw aan de Frits de Zwerver Het plangebied aan de Frits de Zwerver is gelet op de huidige mate van verstedelijking en de ligging tussen de bestaande woonwijk en het bedrijventerrein als inbreidingslocatie aan te merken. De rijwoningen worden met de achtertuinen richting de achtertuinen van de bestaande woningen aan de Frits de Zwerver georiënteerd. Deze woningen bestaan, net als die bestaande woningen, uit twee bouwlagen met een kap. De tiny houses worden tussen de rijwoningen en de Oostelijke Randweg gestaffeld in korte rijen van twee- of drie-aaneen geplaatst en bestaan uit één bouwlaag. Op twee plaatsen wordt een bergingenblok met elk 8 bergingen gerealiseerd. Alle tiny houses hebben een privéterras aan de achterzijde. Er is een inventariserend archeologisch veldonderzoek uitgevoerd. Uit het verslag van dit onderzoek blijkt dat op basis van het booronderzoek is aangetoond dat voor het hele plangebied een lage archeologische verwachtingswaarde geldt. Derhalve is geen aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt daarom geen belemmering voor de uitvoering van het bouwplan. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek blijkt de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de aanvraag van een omgevingsvergunning.

Het plangebied is gesitueerd binnen de geluidszone van het industrieterrein Kronkels/Haarbrug. Uit de resultaten zoals deze zijn verstrekt door de RUD volgt dat de geluidbelasting ten gevolge van dit gezoneerde industrieterrein op het maatgevende deel van het plangebied op de rijwoningen ten hoogste 55 dB(A) bedraagt. Ter plaatse van de tiny houses bedraagt de geluidbelasting hoogstens 54 dB(A). Het wettelijk maximum van 55 dB(A) wordt bij zowel de eengezinswoningen als de tiny houses niet overschreden. Daarom zal een hogere waarde procedure worden doorlopen, waarbij voor 9 woningen een hogere waarde van 55 dB(A) zal worden aangevraagd en voor 6 woningen een hogere waarde van 54 dB(A). Alle woningen hebben tenminste één geluidluwe gevel. Hiermee kan voldaan worden aan het geluidbeleid van de gemeente Bunschoten. Rekening dient te worden gehouden dat er tenminste één te openen deel in de geluidluwe gevel aanwezig moet zijn. Voor de Oostelijke Randweg is de maximumsnelheid 50 km/uur. De geprojecteerde woningen staan binnen de geluidszone van 200 meter. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van de Oostelijke Randweg op de rijwoningen en 5 tiny houses de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijdt. Wegverkeerslawaai vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling van de rijwoningen.

Voor de overige 11 tiny houses bedraagt de geluidbelasting 49-51 dB en wordt de voorkeursgrenswaarde wel overschreden. Uit het onderzoek blijkt dat bron- en overdrachtmaatregelen overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Voor 11 tiny houses dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen voor wat betreft wegverkeerslawaai. Door de gevelwering van de tiny houses wordt een goed woon- en leefklimaat worden gecreëerd en wordt voldaan aan het binnenniveau van 33 dB zoals vereist op grond van het Bouwbesluit. Daarmee is uit akoestisch oogpunt sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

-4-

Met betrekking tot het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd en een quickscan externe veiligheid uitgevoerd. Het plangebied ligt op circa 360 meter van de rand van de PR 10-6-contour. Van Polynorm B.V. Volgens het vigerende bestemmingsplan Bedrijventerreinen-Zuid dat voor dit bedrijf vigeert, is het groepsrisico van deze inrichting zodanig laag, dat deze niet berekend kan worden. Het plangebied ligt buiten de invloedsgebieden van andere bedrijven. Hierdoor vormen de bedrijven op de aangrenzende bedrijventerreinen geen belemmering voor het planvoornemen. Op circa 650 meter ten zuidwesten van het plangebied ligt hogedruk aardgasleiding W-500-05 van de Gasunie met een invloedsgebied van 75 meter. Daarmee ligt het plangebied buiten het invloedsgebied en kan deze buisleiding buiten beschouwing worden gelaten. Op circa 2,6 kilometer ten zuiden van het plangebied ligt rijksweg A1 (basisnetwegvakken U81/U91) waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze wegvakken hebben een maximaal invloedsgebied van 880 meter vanwege het transport van giftige vloeistoffen (stofcategorie LT2). Daarmee ligt het plangebied buiten het invloedsgebied en kan de A1 buiten beschouwing worden gelaten. Het aspect externe veiligheid vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling.

Op de bedrijfspercelen langs de Oostelijke Randweg zijn bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 3.2 toegestaan. In een rustige woonomgeving geldt hiervoor een richtafstand van 100 meter. De tiny houses die het dichtst bij de bestemmingsgrens van de bestemming "Bedrijventerrein - 1 (De Kronkels - Haarbrug(-Noord))" in het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen Zuid" worden gerealiseerd, staan op ongeveer 45 meter afstand. Derhalve wordt niet aan de richtafstand voldaan. Uit het voorgaande blijkt dat er voor wat betreft industrielawaai en externe veiligheid geen belemmeringen zijn met betrekking tot milieuzonering. Van stofhinder en of trillingshinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten van de momenteel gevestigde bedrijven is evenmin sprake. Het dichtstbij gesitueerde bedrijf met een geuremissie is een bakkerij aan de Handelsweg 1. Deze staat op een afstand van ruim 150 meter tot het plangebied, de maximale richtafstand voor een bakkerij (SBI 1071 /1072) is 100 meter. De richtafstand (voor geur) wordt gerespecteerd en vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling. Uit het oogpunt van milieuzonering zijn er daarom geen belemmeringen voor de realisatie van de tiny houses en de rijwoningen aan de Frits de Zwerver.

Vanuit een goede ruimtelijke ordening is het zinvol om inzicht te hebben in de luchtkwaliteit om te beoordelen of de toekomstige bewoners niet worden blootgesteld aan te hoge concentraties luchtvervuiling. In het kader van de planontwikkeling is onderzocht of er overschrijdingen van grenswaardes plaatsvindt. Er zijn echter geen overschrijdingen van de grenswaarden voor de componenten PM10, PM2,5 en NO2 geconstateerd. Derhalve is de luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde planontwikkeling. Op basis van de ligging en aard van de ruimtelijke ingrepen wordt in de uitgevoerde Quickscan Wet natuurbescherming geconcludeerd, dat vanwege de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, de tussenliggende infrastructuur en de ligging van het plangebied in een stedelijke omgeving negatieve effecten op de Natura 2000 en het NNN kunnen worden uitgesloten. Op basis van de uitgevoerde Quickscan Wet natuurbescherming is geconstateerd dat er geen noodzaak is tot het uitvoeren van nader onderzoek omtrent beschermde soorten mits maatregelen worden genomen. Echter, het is ter beoordeling van bevoegd gezag of maatregelen voor enkele soorten toereikend zijn (vleermuizen foerageer-

-5-

gebied en vliegroutes). De Wet natuurbescherming geen bezwaar voor de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling. 4.

Kenmerken van de potentiële effecten Algemeen Waar het bij de voorgaande criteria vooral gaat om beschrijvingen van de voorgenomen activiteiten en de omgeving gaat het bij de 'kenmerken van de potentiële effecten' juist om de interactie tussen de voorgaande criteria. Hier worden dan ook de effectbeschrijvingen voor de beschouwde milieuthema's weergegeven. Er wordt ingegaan op het bereik van het effect, hiermee wordt bedoeld tot waar er sprake is van significante wijzigingen bijvoorbeeld op het gebied van geluid, lucht en verkeersintensiteiten. Als sprake is van grensoverschrijdende effecten moeten deze apart benoemd worden. Specifiek met betrekking tot de woningbouw aan de Frits de Zwerver Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Bunschoten. Het heeft de voorkeur om zorgvuldig met de schaarse ruimte om te gaan en eerst (beschikbare) locaties binnen het bestaand stedelijk gebied in te vullen voordat uitbreidingslocaties worden benut. Verdichting van het plangebied aan de Frits de Zwerver met woningbouw past binnen de uitgangspunten voor duurzaam ruimtegebruik. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging, hoeven volgens het Besluit NIBM niet afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Het Besluit NIBM omschrijft het begrip nader: een project dat minder dan 3% van de grenswaarden bijdraagt is NIBM.

Dit komt overeen met 1,2 microgram/m³ voor fijn stof en NO2. Voor woningbouw ligt de 3%-grens op 1.500 woningen. Het project is NIBM omdat het 31 woningen omvat. Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Nederland opgenomen. Het Natura2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld onder de Habitatrichtlijn. Het plangebied maakt geen deel uit van een gebied dat is beschermd krachtens de Wet natuurbescherming, het Natuurnetwerk Nederland of ander gebiedsgericht natuurbeleid. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden is van externe werking op omliggende Natura2000-gebieden geen sprake. Om te bepalen of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige natuurgebieden zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd met de AERIUScalculator. Uit de berekeningen blijkt dat het plan op basis van de aangevraagde ontwikkeling in de gebruiks- en aanlegfase geen stikstofdepositie veroorzaakt hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Stikstofemissie vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het plangebied aan de Frits de Zwerver.

-6-

Ten behoeve van de planontwikkeling is een waterparagraaf vervaardigd. Bij het doorlopen van de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is geconstateerd dat er in het plangebied geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging liggen. Uit een compensatieberekening blijkt dat 308 m³ compensatie noodzakelijk is en dat er 355 m³ wordt gerealiseerd. Voor het overige raakt dit plan geen essentiële waterbelangen. De relatieve kleinschaligheid van het project leidt ertoe dat het project uitsluitend effect heeft op de directe omgeving. Internationale, nationale, regionale en lokale effecten treden dan ook niet op. Voor zover er effecten zouden kunnen optreden voor een beperkt aantal beschermde soorten worden bij de uitvoering mitigerende maatregelen genomen ter voorkoming van de mogelijke effecten. 5.

Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het woningbouwplan aan de Frits de Zwerver in Bunschoten kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van kolom 4, bij categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. (nieuwe stedelijke ontwikkeling). Ondanks het feit dat de mogelijk gemaakte ontwikkeling bij lange na niet aan de drempelwaarden van de gevallen (kolom 2) uit het Besluit m.e.r. voldoet, heeft een vormvrije m.e.r.beoordeling plaats gevonden. De in de toelichting van het bestemmingsplan beschreven onderzoeksresultaten (en de daarop gebaseerde voorliggende Aanmeldnotitie) voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vorm-vrije m.e.r.-beoordeling. Artikel 5, lid 1 van de "Europese richtlijn milieu-beoordeling projecten" geeft aan dat de opdrachtgever in "passende vorm" de in bijlage III bedoelde informatie verstrekt. Gelet op de aard van de nu voorgestelde ontwikkeling kan worden gesteld dat de "Kenmerken van het project", de "Plaats van het project" en de "Kenmerken van het potentiële effect" zo kleinschalig en niet significant voor de omgeving zijn dat met de in dit hoofdstuk beschreven kenmerken en gevolgen voldaan is aan de criteria van 'Bijlage III Europese richtlijn milieubeoordeling projecten'.

De in het voorgaande beschreven criteria geven aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de beschreven ontwikkeling, zijn uitgesloten, dan wel door mitigerende maatregelen worden ondervangen. Er zijn geen significante effecten voor de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura2000-gebieden. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.

6.

Procedure Uit de beoordeling blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zijn en er dus geen m.e.r.-procedure wordt opgestart. Het bevoegd gezag meldt dit tevens in de Staatscourant op de website www.officielebekendmakingen.nl.

-7-

Het is mogelijk om bezwaar en beroep aan te tekenen op het besluit van het bevoegd gezag dat er geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze procedure loopt gelijk met de bezwaar en beroepsprocedure van het moederbesluit, in dit geval het verlenen van de omgevingsvergunning met de uitgebreide omgevingsvergunningprocedure.

-8-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14454685/1