Aanbiedingsbrief bij de AVU-ontwerpbegroting 2027 (1290021)
Tekst van het document
Aanbiedingsbrief bij de ontwerpbegroting 2027
Soest, 26 november 2025 Geachte leden van de Raad, Uitvoering gevend aan de artikelen 34 en 35 van de statuten van de gemeenschappelijke regeling Afval Verwijdering Utrecht, bieden wij u de ontwerpbegroting 2027 aan. Deze is door het Dagelijks Bestuur op 26 november jl. voorlopig vastgesteld, waarna de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Wij verzoeken u uw zienswijzen voor 1 mei 2026 schriftelijk en ter attentie van het Algemeen Bestuur van de AVU in te dienen, dan wel aan te geven dat u geen zienswijzen indient. Begrotingsgegevens In de ontwerpbegroting 2027 is uitgegaan van de afvalhoeveelheden die in de begroting 2026 zijn opgenomen. Hierbij wordt gekeken of deze in lijn zijn met de werkelijke hoeveelheden van 2025. Omdat de ontwerpbegroting 2027 al in oktober 2025 wordt opgesteld, kan het voorkomen dat gegevens die door derden moeten worden verstrekt, nog niet voorhanden zijn of door gewijzigd gemeentelijk beleid alsnog wijzigen. De ervaring leert dat de gegevens meestal voor de behandeling van de begroting in het Dagelijks Bestuur, voorafgaand aan de definitieve vaststelling door het Algemeen Bestuur, - voor 2027 is dit op 24 juni 2026 -, bekend zijn.
Waar dit niet het geval is, wordt op basis van jarenlange ervaring een inschatting gemaakt, of wordt indexering van de bekende gegevens (hoeveelheden en tarieven) toegepast. Voor het wijzigen van begrotingsgegevens voor zover het hoeveelheden afval betreft, behoeven overigens geen zienswijzen te worden ingediend, deze wijzigingen kunnen ambtelijk worden afgedaan met de AVU. Inhoudelijk In de begroting zelf zijn in een apart hoofdstuk “Uitgangspunten Programma- en Productbegroting” de uitgangspunten verwoord, waarnaar wij u graag verwijzen. In deze aanbiedingsbrief willen wij met betrekking tot de productbegroting een algemene toelichting geven en de opvallende ontwikkelingen kort nader beschouwen. 1. Hoeveelheden en verwerkingskosten huishoudelijk afval Over het algemeen vertonen de hoeveelheden huishoudelijk restafval, grof huishoudelijk restafval en gft-afval weinig schommelingen over de jaren. Belangrijk om te melden is dat afwijkingen tussen de begrote en de werkelijke hoeveelheden van 2 á 3% normaal zijn. Hoewel er door alle gemeenten wel naar wordt gestreefd, is gemiddeld genomen nog geen scherpe daling van de hoeveelheid restafval ingezet. Ook voor wat betreft het gft-afval zijn de hoeveelheden redelijk stabiel. Afwijkingen als gevolg van weersomstandigheden kunnen 5 á 10% tussen opeenvolgende jaren belopen, die zijn echter niet te voorspellen.
De verwerkingskosten (= het begrotingstarief) zijn in 2027 lager dan in 2026. Dit heeft te maken met de verlenging van de verwerkingscontracten. Er is voor gekozen het huidige contract dat afloopt op 31 december 2026 te verlengen, mits met de contractpartner, - de combinatie AVR-Attero -, een acceptabel voorstel met betrekking tot de verwerkingskosten zou worden overeengekomen. De AVU en de combinatie AVR-Attero hebben de volgende afspraken gemaakt: a. Verlenging van het contract voor de verwerking van huishoudelijk restafval met 2 jaar, ingaande per 1 januari 2027; b. Een basis verbrandingstarief van € 60 per ton huishoudelijk restafval per 1 januari 2027; 1
c. Kosten voor de verwerking van lachgascilinders € 15 per ton restafval per 1 januari 2025; d. Een korting ter grootte van 25% van de afvalstoffenbelasting over de jaren 2027 en 2028. Dit komt overeen met circa € 10 per ton huishoudelijk restafval; e. Een éénmalige korting ter grootte van € 5 per ton huishoudelijk restafval over de jaren 2027 en 2028; f. Het saldo van de bovenvermelde afspraken resulteert in een verwerkingstarief van € 60 per ton huishoudelijk restafval; g. De beide kortingen vloeien voort uit afspraken over de verrekening van de gedeeltelijke restitutie van de afvalstoffenbelasting over de eerste contractperiode 2021 - 2026; h. Ten aanzien van het grof huishoudelijk restafval wordt per 1 januari 2027 een goedkopere verwerkingsvariant aangeboden. Indien gemeenten hiervoor kiezen wordt dit dan niet meer gesorteerd, maar geshredderd en verbrand tegen een tarief van € 125 per ton. De keuze voor shredderen is facultatief. Het begrotingstarief is samengesteld uit meerdere componenten, namelijk het verwerkingstarief, kosten voor overslag en transport, de te verrekenen additionele kosten, de te verrekenen organisatiekosten, de afvalstoffenbelasting en de CO2-heffing.
Was het begrotingstarief per ton huishoudelijk restafval in 2026 nog bijna € 163, in 2027 wordt dit € 144 waarbij moet worden opgemerkt dat hierin wel een forse stijging van de CO2-heffing van ruim € 12 is verwerkt. Op het moment van het tot stand komen van de ontwerpbegroting 2027 zijn de onderhandelingen over de verlenging van de verwerkingscontracten voor gft en de overslag- en transportcontracten voor de regio Utrecht nog niet afgerond. De krapte op de gft-verwerkingsmarkt maakt dat opnieuw aanbesteden van het verwerkingscontract voor gft-afval niet tot veel lagere verwerkingstarieven zal leiden. Verlengen tegen de huidige contractafspraken ligt dan ook voor de hand. Overslag- en transport voor de regio Utrecht wordt georganiseerd door AVR. De tarieven zijn marktconform. Gezien het feit dat er momenteel geen andere overslagmogelijkheid voor deze regio is en dat aanbesteden daardoor geen soelaas biedt, zullen ook voor dit contract bij verlengingsonderhandelingen geen significant lagere tarieven worden bereikt. 2. Verpakkingsglas en oud papier De hoeveelheid ingezameld verpakkingsglas lijkt zich na een aanvankelijke daling in de achterliggende jaren enigszins te stabiliseren. Sorteerproeven wijzen echter uit dat er nog veel glas tussen het restafval zit, glas dat in de glasbak hoort terecht te komen. Verbetering is hier nog mogelijk.
De hoeveelheid ingezameld oud papier en karton blijft licht dalen, terwijl de verhouding papier-karton verandert, er wordt meer karton ingezameld. Dat er niet meer oud papier en karton wordt ingezameld, vindt mogelijk de oorzaak in de aanhoudende inflatie, waardoor de consumenten de hand op de knip houden. Het verbruik van papier en karton (kranten, tijdschriften, verpakkingen) staat namelijk in directe relatie met de conjunctuur. Omdat glas en oud papier zogenaamde opbrengsten-stromen zijn, - de afnemers betalen een vergoeding per ton -, kunnen economische omstandigheden van financiële invloed zijn op de begroting. Voor wat betreft glas waarbij de inzamelkosten per ton hoger zijn dan de opbrengsten en deze laatste contractueel vastliggen voor enkele jaren, betekent meer of minder glas een evenredige verhoging of verlaging van de begrote kosten voor de inzameling en verwerking van glas. Bij oud papier ligt dit wat genuanceerder. De opbrengst in 2025 lijkt zich te stabiliseren rond de € 80 per ton, met een piek in het voorjaar van € 126 per ton. Er lijkt een evenwicht te ontstaan tussen vraag naar en aanbod van oud papier. In dat geval leidt een tijdelijk verminderde of verhoogde vraag niet direct tot grote prijsschommelingen in korte tijd. Echter, voorspellingen blijven altijd moeilijk waardoor de AVU conservatief blijft ramen met een papierprijs van € 60,00 per ton.
Kortom, minder oud papier en lagere (geraamde) opbrengsten betekenen voor de begroting over het algemeen minder dekking van de kosten. 3. Additionele kosten en beheerkosten Tot de additionele kosten behoren onder meer de kosten voor de sorteeranalyses en de inzameling van oude medicijnen en injectienaalden. Deze kosten liggen in 2027 in lijn met voorgaande jaren. Voor het 2
begrotingsjaar 2027 blijven de beheerkosten (kosten voor het AVU-bureau) voor wat betreft de opzet ook in lijn met de voorgaande jaren. De lichte stijging wordt voornamelijk veroorzaakt door de stijging van de personele kosten als gevolg van te verwachten Cao-afspraken. 4. Afvalstoffenbelasting en CO2-heffing De afvalstoffenbelasting voor 2027 is op het niveau van de jaren 2025 en 2026. Voor 2027 is de hoogte ervan nog niet bepaald. Verwacht wordt een indexatie met enkele procenten tot een bedrag van circa € 40 per ton te verbranden huishoudelijk restafval. Pas per 1 januari 2028 is een forse stijging voorzien tot een tarief van circa € 90 in 2028, doorstijgend naar circa € 125 in 2030. De CO2-heffing lag in de jaren 2025 en 2026 rond de € 5 per ton te verbranden huishoudelijk restafval. In 2027 stijgt deze heffing naar € 17 om volgens verwachting in 2030 uit te komen op € 80. Voor grof huishoudelijk restafval liggen deze bedragen enkele euro’s hoger. Deze beide Rijksbelastingen stijgen enorm. Dit vindt voornamelijk zijn oorzaak in de afschaffing van een geplande “producenten-plastic-heffing” van € 567 mln. Het in de Rijksbegroting ontstane gat wordt opgevulde met de opbrengsten van de stijgende afvalstoffenbelasting en de stijgende CO2-heffing. Daarnaast wil de Rijksoverheid het signaal afgeven dat het verbranden van huishoudelijk afval onwenselijk is.
Weliswaar heeft de Tweede Kamer door het indienen van een motie eind november de onwenselijkheid van deze belastingverhogingen aangekaart, het blijft de vraag of het Kabinet deze motie uitvoert en zo ja, of en waar en met welke effecten deze Rijksopbrengsten elders in de sector worden gevonden. De verwachting bij ongewijzigd beleid is dat in 2030 tweederde van het begrotingstarief voor de verwerking van huishoudelijk restafval en ongeveer de helft van het begrotingstarief voor de verwerking van grof huishoudelijk restafval uit belastingen bestaan. Dit betekent dat kostenbesparing niet zozeer wordt gevonden in lagere verwerkingstarieven, maar vooral in het terugdringen van de hoeveelheden huishoudelijk restafval en grof huishoudelijk restafval. Omdat gemeenten waar mogelijk de afvalscheiding al op een prima niveau hebben gebracht, zijn de meest effectieve maatregelen die zij nog kunnen nemen een mix van diftar en preventie, oftewel een prijsprikkel en goede voorlichting. Afvalverwerkers zullen zich moeten richten op de afvang en de opslag van CO2. Kadernota Gezien het feit dat de AVU-begroting voor het grootste deel (meer dan 98%) wordt bepaald door tonnages welke de deelnemende gemeenten opgeven, de tarieven contractueel zijn vastgelegd en de AVU zelf geen beleid ontwikkelt, zijn de kaders beperkt en afgebakend.
Er is daarom gekozen om deze kaders niet in een aparte kadernota te beschrijven, maar om deze in te bedden in de ontwerpbegroting. Financiële kaders Een apart hoofdstuk “Uitgangspunten Programma- en Productbegroting” is gewijd aan de uitgangspunten welke zijn gehanteerd bij het opstellen van deze ontwerpbegroting. In hoofdstuk 2 van deze ontwerpbegroting voor 2027 worden voorts de financiële kaders beschreven waarop de productbegroting is gebaseerd. In de Wet Gemeenschappelijke Regelingen is vastgelegd dat deze financiële kaders voor 15 april van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten moeten worden toegezonden. Daaraan wordt door het toezenden van deze ontwerpbegroting 2027 op of rond 1 december 2025 voldaan. Met deze ontwerpbegroting 2027 gaan wij ervan uit u een reëel inzicht te geven in de te verwachten financiële ontwikkelingen binnen de AVU. Hoogachtend, Namens het Dagelijks Bestuur, F.A. van Dijk, Secretaris
3