CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

A2 Ontwerp Kadernota 2025 RUD Utrecht def. AB 16-11-2023

Commissie Ruimte 17 januari 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenschappelijke regelingen voor zienswijze6.520 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ontwerp Kadernota 2025 Algemeen Bestuur d.d. 16 november 2023

RUD Utrecht Postbus 85242

3508 AE Utrecht

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1 Inleiding

4

2 Ambities en voortgang

5

2.1. Ambitie en voortgang: expertisecentrum

5

2.2. Ambitie en voortgang: partner bij de energietransitie

6

3 Speerpunten voor 2025

7

3.1. Eén robuuste omgevingsdienst van de toekomst voor de gehele provincie Utrecht

7

3.2. Inspelen op landelijke ontwikkelingen

8

3.3. De integrale implementatie van de Omgevingswet

8

4 Ontwikkelingen deelnemersbijdrage en bedrijfsvoering

10

4.1. Bedrijfsvoering

10

4.2. Financieringsmodel

11

4.3. Financiële vertaling ontwikkelingen

12

4.4. Ontwikkeling van de bijdrage

13

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 2

Voorwoord Beste lezers, Voor u ligt de Kadernota 2025 voor de RUD Utrecht. Het jaar 2025 kan zomaar een bijzonder jaar worden, want dit is waarschijnlijk het laatste jaar dat de RUD Utrecht in zijn huidige vorm bestaat. Reeds enkele jaren zijn we in de provincie Utrecht met elkaar in gesprek over de grote uitdagingen die er op allerlei terreinen spelen. Of het nu gaat over de woningbouw, stikstof, energietransitie of andere milieu gerelateerde thema’s, de omgevingsdienst (van de toekomst) speelt hier een belangrijke rol in. Daarnaast is er ook op landelijk niveau steeds meer aandacht voor de rol van de omgevingsdiensten en dan met name over kwaliteit en robuustheid. Voor de provincie Utrecht is opschaling een steeds logischere stap, waarbij de twee huidige omgevingsdiensten op gaan in een nieuw te vormen dienst vanaf 2026. Ik zet mij hier graag volledig voor in! Dit gezegd hebbende betekent dat 2025 voornamelijk een overgangsjaar is waarbij de uitvoerende werkzaamheden op een goed niveau moeten worden uitgevoerd, maar de RUD Utrecht zich daarnaast voornamelijk zal moeten richten op de nieuwe dienst per januari 2026. De overgang moet zo geruisloos mogelijk plaatsvinden, waarbij de sterktes van de ODRU en de RUD Utrecht worden ingebracht. Deze kadernota is dus beleidsluw.

We zullen u meenemen in wat we in 2023 en 2024 als ambitie hebben geformuleerd en waar we in 2024 verwachten te staan. Dit zullen wij koppelen aan welke voortgang we nog in 2025 willen boeken. Deze laatste zal altijd in het teken staan en nauw verband houden met de verwachte situatie vanaf 2026.

Hugo Jungen

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 3

1

Inleiding

In deze kadernota voor 2025 beschrijven we de plannen en ambities van de RUD Utrecht voor dat jaar en hoe deze zich vertalen in de begroting. Het is een beleidsluwe kadernota, waarin we geen nieuwe inhoudelijke voorstellen voorleggen. We zullen in 2025 vooral doorgaan op de ingeslagen weg, zoals vastgelegd in de kadernota’s voor 2023 en 2024. Dit betekent dat we verder zullen werken aan het verwezenlijken van de ambitie:

De RUD Utrecht is het ex pertisecentrum voor de fysiek e leefom geving en partner bij de energietransitie.

De ontwikkelingen om deze ambitie waar te maken, nemen meerdere jaren in beslag. Daarom kiezen we ervoor om voort te bouwen op de basis die we hiervoor de afgelopen jaren hebben gelegd. Bovendien is het op het moment van schrijven - najaar 2023 - de verwachting dat 2025 het laatste jaar zal zijn dat de RUD Utrecht en de twaalf deelnemers in een eigen gemeenschappelijke regeling samenwerken aan een schone, veilige leefomgeving en duurzame oplossingen. Naar verwachting is er vanaf 2026 één nieuwe omgevingsdienst in de provincie Utrecht waar de RUD Utrecht en de ODRU in opgaan. Dit betekent dat we als RUD Utrecht geen ingrijpende nieuwe beleidskeuzes meer zullen maken die mogelijk van invloed zijn op de vorming van de nieuwe omgevingsdienst. We zullen ons in 2025 naast de uitvoering van dienstverleningsovereenkomsten met opdrachtgevers en de verdere invulling van onze ambities, vooral richten op de vorming van een nieuwe omgevingsdienst. Dit betekent dat de focus in 2025 zal liggen op: 1.

De vorming van één nieuwe omgevingsdienst in de provincie Utrecht

2.

Inspelen op landelijke ontwikkelingen

3.

De integrale implementatie van de Omgevingswet

In hoofdstuk 3 worden deze thema’s verder uitgewerkt en toegelicht. Voorafgaand aan dit hoofdstuk, komen we terug op de ambities die zijn vastgelegd in de kadernota’s voor 2023 en 2024. Hierbij geven we aan welke stappen er intussen zijn gezet om deze ambities waar te maken. Na deze inhoudelijke hoofdstukken, volgt de vooruitblik op 2025. We sluiten af met de financiële consequenties van de gemaakte keuzes.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 4

2

Ambities en voortgang

In dit hoofdstuk staan we stil bij de ambities die in de beleidsrijke kadernota’s voor 2023 en 2024 zijn geformuleerd. Deze ambities hadden veelal een horizon van 2030. In 2025 zijn we daarom al even onderweg, maar er waren ook nog een stevig aantal jaren te gaan. Met de verwachting dat de RUD Utrecht en de ODRU vanaf 2026 één nieuwe dienst gaan vormen zal in 2025 hiermee expliciet rekening worden gehouden in de te zetten stappen. In de volgende paragrafen zal derhalve worden teruggeblikt en aangegeven worden welke stappen reeds zijn gezet.

2.1.

Am bitie en voortgang: ex pertisecentrum

De RUD Utrecht als expertisecentrum verbindt en levert kennis, betrouwbare data en, integrale adviezen (strategisch, tactisch en operationeel rekening houdend met technische-, juridische- en omgevingsaspecten) om deelnemers te ondersteunen bij de besluitvorming en het opstellen van beleid en regelgeving. Daarnaast worden kennis en data ingezet voor de efficiënte uitvoering van de VTH-taken gericht op een gezonde en veilige leefomgeving. Zo kunnen gegevens over (de impact van) overtredingen helpen bij het maken van handhaafbaar beleid en om de beschikbare handhavingscapaciteit gericht in te zetten. Kennisontwikkeling bij de RUD Utrecht levert bovendien voordeel voor alle deelnemers op. Wat we bijleren door bijvoorbeeld omgevingswetproof geluidsbeleid voor één gemeente te maken, is beschikbaar voor alle gemeenten. Naast technisch advies over individuele milieuaspecten, ontwikkelt de RUD Utrecht zich ook als integraal adviseur. Bijvoorbeeld door advies over alle milieuthema’s bij een omgevingsvisie, of door de inzet van ROM (ruimtelijke ontwikkeling en milieu)-adviseurs. Dit betekent helemaal vooraan in de planvorming of bij ruimtelijke ontwikkelingen meedenken. ROM-advies gaat verder dan de vraag ‘voldoet dit wel of niet aan de regelgeving’, maar gaat ook over kansen voor bijvoorbeeld natuurinclusief bouwen.

Ook op het gebied van data en geo-informatie groeit de RUD Utrecht door. Zo hebben we de gegevens van veehouderijen letterlijk in kaart gebracht op het niveau van stallen en het aantal en de soorten dieren. De data van 2212 stalobjecten zijn stuk voor stuk geverifieerd, geactualiseerd en in een geoinformatiesysteem gezet. Dit geeft onze opdrachtgevers een sterke informatiepositie, waardoor keuzes op basis van feiten gemaakt kunnen worden. De data geven niet alleen inzicht over stikstof, maar ook over geur, geluid en zoönose. Daarnaast vordert de RUD Utrecht met het bijeen brengen en ontsluiten van bodeminformatie. Er wordt gewerkt aan hét knooppunt voor informatie over bodem en ondergrond in de provincie Utrecht. Grote hoeveelheden informatie en documenten die eerder op verschillende manieren en in verschillende systemen zijn opgeslagen, zijn inmiddels bijeengebracht en ontsloten via een kaartlaag waar je per locatie informatie en documenten kunt raadplegen. In eerste instantie kan dit alleen binnen de RUD Utrecht, later ook met opdrachtgevers en uiteindelijk moet deze informatie ook beschikbaar komen voor burgers en bedrijven.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 5

2.2.

Am bitie en voortgang: partner bij de energietransitie

Als ‘partner in de energietransitie’ wil de RUD Utrecht de denk- en uitvoeringskracht van gemeenten en provincie aanvullen om samen de complexe opgave van de energietransitie te realiseren. Aan de slag gaan met de energietransitie vraagt om pionieren, samenwerken en uitwisselen van kennis en ervaring. Denk hierbij aan het nemen van ingrijpende beslissingen over de verdeling van de schaarse ruimte. Bij het inpassen van de energietransitie in de leefomgeving gaat veel aandacht uit naar planologie en ruimtelijke ontwikkeling. Hier zijn gemeenten goed in. De RUD Utrecht kan kennis over onder andere bodem, grondwater en ondergrond toevoegen. Dit helpt bijvoorbeeld om bodemenergie langdurig effectief te kunnen gebruiken en grondwater te beschermen. De energietransitie heeft ook een sterke regionale component. Hierin kan de RUD Utrecht een verbindende rol spelen. Wij werken immers voor elf gemeenten en de provincie en kennen het hele gebied. Het cluster energiebesparing is in 2023 flink gegroeid van één naar vijf collega’s, waarvan één coördinator en vier toezichthouders. Toezicht energie is een nieuw vak, en de RUD Utrecht leidt de nieuwkomers zelf op. Het toezicht levert veel op: per gecontroleerd bedrijf van een gemiddelde omvang, kan het equivalent van tien huishouders aan energie worden bespaard.

Dit betekent dat de inzet van de toezichthouders miljoenen kilowatturen kan besparen. Een enorme milieuwinst. Voor energiebesparing bij bedrijven voeren we momenteel de VTH-taken uit. Dit is de basis waarop wij verder zullen bouwen. Inmiddels is er een eerste verkenning gedaan met betrekking tot aanvullende producten en diensten op het gebied van energietransitie die nog ontwikkelt kunnen worden om onze opdrachtgevers beter te ondersteunen. Deze verkenning moeten we nog verder uitwerken, waarna concrete voorstellen komen voor de uitbreiding van onze energietaken. Het cluster trekt intensief op met de toezichthouders bij de ODRU. Er is een gemeenschappelijke manier van werken ontwikkeld en er wordt intensief samengewerkt. Dit betekent dat het voor bedrijven die op energiebesparing gecontroleerd worden, niet uitmaakt of de ODRU of de RUD Utrecht toezicht houdt. Voor de toezichthouders betekent de samenwerking dat er meer collega’s en meer casussen zijn om van te leren.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 6

3

Speerpunten voor 2025

Op dit moment staat de RUD Utrecht aan de vooravond van enkele grote en belangrijke veranderingen die het jaar 2025 zullen kleuren. Daarbij bestaat er ook onzekerheid over de besluitvorming omtrent deze veranderingen. In de aanloop naar 2025 zullen deze onzekerheden omgezet worden naar oplossingen en met daadkracht worden opgepakt, zodat we de rol kunnen pakken die de provincie Utrecht en onze elf gemeenten van de RUD Utrecht vragen. Op hoofdlijnen zal 2025 in het teken staan van: 1. Het realiseren van één robuuste omgevingsdienst voor de gehele provincie Utrecht per 1 januari 2026. 2. Het omgaan met landelijke ontwikkelingen én de opvolging van (de resultaten uit) het Interbestuurlijk Programma versterking VTH (IBP VTH). 3. Het verder werken aan de integrale implementatie van de Omgevingswet en de doorontwikkeling- en professionalisering van de daarmee samenhangende processen. 3.1.

Eén robuuste om gevingsdienst van de toek om st voor de gehele provincie Utrecht

2025 zal voornamelijk in het teken staan van voorbereiding op de vorming van één nieuwe robuuste omgevingsdienst in de provincie Utrecht per 1 januari 2026. Hiermee beogen de RUD Utrecht en de ODRU op korte termijn toekomstbestendig te worden en op lange termijn te blijven: los van elkaar zijn beide diensten onvoldoende in staat om grote vraagstukken als energietransitie en klimaatverandering op te pakken en zullen ze in de nabije toekomst tevens niet meer aan de robuustheidscriteria vanuit het ministerie (IBP) voldoen. Als één omgevingsdienst kunnen we díe rol spelen die de eigenaren, opdrachtgevers, de wet én de grote transitieopgaven van ons eisen. Eén omgevingsdienst biedt bovendien duidelijkheid aan inwoners, bedrijven en ketenpartners als VRU en GGD, en met gebundelde krachten kunnen we meer betekenen voor het milieu en de leefomgeving. In 2022 en 2023 heeft een gedegen voorbereidingsproces plaatsgevonden, waarbij bestuurders, regievoerders, directies en managementteams de mogelijke oplossingsrichtingen voor voldoende robuustheid afgewogen hebben. Deze weging leidde tot de keuze voor het oprichten van één nieuwe omgevingsdienst waar beide afzonderlijke OD’s in opgaan. Daarnaast is de huidige samenwerking in de praktijk voortgezet en uitgebreid. Er is reeds een intentieovereenkomst tussen beide diensten aanwezig.

Daarnaast is er voor de bodemwerkzaamheden middels een dienstverleningsovereenkomst substantieel uitvoering gegeven aan deze intentie . Inmiddels werken de eerste toezichthouders van de RUD Utrecht ook voor de ODRU. Ook heeft het IBP VTH medio 2023 belangrijke robuustheidscriteria en kritische prestatie indicatoren (kpi’s) voor omgevingsdiensten vastgesteld. Beide ontwikkelingen hebben een positieve uitwerking op het zetten van de belangrijke en noodzakelijke volgende stap. In het najaar van 2023 worden de besturen van de RUD Utrecht en de ODRU gevraagd om tot een principebesluit te komen. Met dit besluit wordt een routekaart vastgesteld die de ontwikkeling beschrijft tot het opheffen van beide organisaties en op te gaan in één nieuwe robuuste omgevingsdienst voor de gehele provincie Utrecht. De routekaart beschrijft hoofdzakelijk de 3 fasen: richten, inrichten en verrichten. Waar 2024 voornamelijk zal gaan over het richten (plannen, kaders en strategische doelen), zal 2025 vooral bestaan uit het inrichten (operationalisering van de plannen) en (voorbereiding op het) verrichten (uitvoeren van het plan).

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 7

3.2.

I nspelen op landelijk e ontw ikkelingen

Een goed functionerend VTH-stelsel is cruciaal voor een veilige en gezonde leefomgeving. De afgelopen jaren waren er veel landelijke ontwikkelingen die van directe- en indirecte invloed zijn geweest op het VTH-stelsel in algemene zin en omgevingsdiensten specifiek. Met name het rapport van de Commissie van Aartsen en het daaruit voortkomende IBP VTH heeft geresulteerd in concrete stappen tot verbetering van het gehele stelsel. De ministeries van I&W, J&V en BZK, en IPO, VNG, Unie van Waterschappen en Omgevingsdienst NL werken in zes pijlers samen aan de realisatie van de ambitie: robuuste, deskundige en vernieuwende omgevingsdiensten die hun taken met gezag, onafhankelijkheid en professionaliteit kunnen uitvoeren en waarbij de informatiehuishouding tussen alle partijen in de keten op orde is. Na een lange opstartperiode beginnen we langzaam de eerste voorzichtige resultaten uit het programma te zien. Voorbeelden hiervan zijn de robuustheidscriteria en kpi’s voor omgevingsdiensten inclusief een plan van aanpak, maar ook de inrichting van een kennisinfrastructuur, informatievoorziening, de vorming van een model-mandaat en de uitvoering van visitaties. De resultaten uit het IBP VTH hebben (een positieve) invloed op de RUD Utrecht en haar deelnemers en in de samenwerking met de ODRU. Het IBP VTH is een tijdelijk programma dat loopt tot medio/najaar 2024.

Op dit moment is het nog niet duidelijk wat er gebeurt met de resultaten van het IBP in opvolging. Ook zullen nog niet alle onderdelen zijn afgerond of geïmplementeerd als het programma eindigt. Het Rijk en alle partners in het IBP werken op dit moment aan de structurele borging van het programma (en resultaten), maar ook een nieuw te vormen kabinet zal hier structurele keuzes in moeten maken. Wij maken ons hier wel zorgen om. Het is van belang dat er na het tijdelijke programma mensen en middelen beschikbaar zijn en blijven om de resultaten te borgen. In algemene zin zorgt de val van het kabinet Rutte IV voor een onzekere periode met betrekking tot de aandacht voor verbetering van het VTH-stelsel. Het is op dit moment nog afwachten hoe het nieuw te vormen kabinet omgaat met dit dossier. Daarnaast liggen er grote, complexe vraagstukken op tafel omtrent onder andere stikstof, woningbouw, energietransitie, natuurherstel en landbouw. Alle behoeven besluitvorming. Deze besluiten zullen in uitvoering van invloed zijn op de producten en diensten van de RUD Utrecht. 3.3.

De integrale im plem entatie van de Om gevingsw et

Per 1 januari 2024 wordt de Omgevingswet ingevoerd. Naast vele andere overheden moeten ook omgevingsdiensten leren werken met deze nieuwe kaders, zo ook de RUD Utrecht. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert de verantwoordelijkheid voor een veilige, schone leefomgeving en komt er nog meer bij decentrale overheden te liggen. Hiernaast verandert ook het basistakenpakket en worden andere expertises, talenten en competenties gevraagd van onze medewerkers. De exacte impact van de Omgevingswet binnen de RUD Utrecht is vooralsnog niet te voorspellen. Desalniettemin heeft de organisatie hard gewerkt om zo goed mogelijk aan de start te staan en klaar te zijn voor het moment van invoering. Het werken op basis van de Omgevingswet vergt naar verwachting ook in 2025 nog aandacht en aanpassingen. De doorontwikkeling van processen, de samenwerking met deelnemers en ketenpartners én de ontwikkeling van medewerkers zijn van belang voor de verdere professionalisering van de RUD Utrecht onder de Omgevingswet.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 8

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 9

4

Ontwikkelingen deelnemersbijdrage en bedrijfsvoering

De in deze kadernota omschreven ontwikkelingen in het VTH-domein hebben uiteraard ook gevolgen voor de deelnemersbijdrage van de RUD Utrecht en tevens voor de afdeling Bedrijfsvoering. Deze kadernota bevat geen begroting maar geeft wel een indicatie van de deelnemersbijdrage in 2025. Het gaat daarbij om zowel de vaste als de variabele bijdrage. In dit hoofdstuk lichten we de belangrijkste financiële ontwikkelingen toe.

4.1. Bedrijfsvoering Binnen de RUD Utrecht hebben we alle ondersteunende diensten samengevoegd binnen Bedrijfsvoering. Hierbij moet gedacht worden aan zaken als financiën, receptie, ICT en Informatievoorziening (IV), HRM, communicatie, secretariaat en accountmanagement. Al deze onderdelen hebben gemeen dat ze niet direct werkzaam zijn voor de vakgebieden, maar daaraan ondersteuning bieden. Het jaar 2025 is waarschijnlijk het jaar waarin er gewerkt wordt om per 1 januari 2026 één nieuwe omgevingsdienst te hebben voor de gehele provincie Utrecht. Bedrijfsvoering zal zich daarom naast de normale ondersteuning voornamelijk richten op de voorbereiding van deze samenvoeging. Ontwikkelingen zullen we slechts beperkt doorvoeren. Er zal alleen geïnvesteerd worden wanneer dit rechtstreeks inzetbaar is voor de nieuwe omgevingsdienst in 2026 en ook wenselijk wordt geacht door beide partijen. 4.1.1

ICT en IV

De RUD Utrecht beschikt door de uitgevoerde werkzaamheden in het verleden (door zowel de RUD Utrecht als de voorgangers) alsmede door de uitvoering van de dagelijkse werkzaamheden over een grote hoeveelheid data. Doelstelling is deze data zoveel mogelijk om te zetten in relevante informatie die bijdraagt aan de doelstellingen van de RUD Utrecht en zijn opdrachtgevers. De afdeling informatievoorziening (IV) en ICT spelen hier een cruciale rol in. Voor de samenvoeging is het van essentieel belang dat de beide afdelingen ICT en IV naast de meer algemene zaken (zoals welke systemen gaan we gebruiken en hoe moeten ze zijn ingericht) expliciet aandacht hebben voor de aanwezige data en de eventuele overgang hiervan. Voor iedere omgevingsdienst en zeker de omgevingsdienst van de toekomst is het essentieel dat er betrouwbare data beschikbaar is die kan worden getransformeerd in informatie die door de primaire teams wordt ingezet om het werk efficiënt en effectief uit te voeren. Voor de eigen organisatie verwachten we dat we de reeds gestarte trajecten zoals knooppunt bodeminformatie en de RGT-applicatie (risicogerichte toezicht) afronden. Eventuele doorontwikkeling zal alleen plaatsvinden na uitdrukkelijke afstemming met de ODRU.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 10

4.1.2

HRM en arbeidsmarkt

De arbeidsmarkt voor kwalitatief goed opgeleide medewerkers in het vakgebied van VTH en bijbehorende advisering is ontzettend krap. De concurrentie voor personeel is hoog, want naast de omgevingsdiensten zijn ook gemeenten en provincies op zoek naar deze medewerkers. Binnen de RUD Utrecht zorgen wij allereerst middels arbeidsmarktcommunicatie voor zichtbaarheid bij de doelgroep. Daarnaast volgen wij twee sporen. Allereerst zetten wij recruitment in die specifiek zoekt naar voor ons geschikte medewerkers op openstaande en toekomstige functies. Voor starters ontwikkelen we specifiek beleid om deze ook aan ons te binden. Wij hebben in 2024 stagebeleid ontwikkelt dat moet leiden tot stagiaires die ook bij de RUD Utrecht blijven werken en intern worden opgeleid. In 2025 zetten we hierin de volgende stap en kijken hierbij expliciet wat noodzakelijk is voor de nieuwe organisatie in nauwe samenspraak met de ODRU. 4.1.3

Samenwerking met andere collega-omgevingsdiensten

De rijksoverheid heeft met commissie van Aartsen en daarna het Interbestuurlijk programma (IBP) een startschot gegeven voor verbetering van VTH en de keten. Eén van de onderdelen hiervan is robuustheid van de dienst. Om deze robuustheid te creëren en ook te (blijven) voldoen aan de kwaliteitscriteria is het van belang dat op specialistische deskundigheidsgebieden een samenwerking aan te gaan met collegaomgevingsdiensten in de regio. In 2025 verwachten wij middenin het traject van de samenvoeging per 1 januari 2026 te zitten. In 2025 zullen we ons dus ook vooral richten op deze samenvoeging en alles wat daaraan annex is. Keuzes zullen dus ook altijd langs de meetlat van deze samenvoeging worden gelegd.

4.2.

Financieringsm odel

Wij hebben geconstateerd dat er op verschillende gebieden een verschuiving in de costdrivers van onze dienstverlening ontstaat. Waar in het verleden de voornaamste costdriver personeel (loonkosten) was zien we dat er steeds meer specialistische ‘gereedschappen’ in worden gezet voor het uitvoeren van onze taken (met steeds groter wordende investeringen en jaarlijkse kosten). Daarbij moet gedacht worden aan de terreinwagens voor onze groene buitengebied BOA’s, boot, geluidsapparatuur en drones. De huidige financieringsmethodiek is gebaseerd op uren en bijbehorende loonkosten. Wij hadden in 2024 op de planning staan specifiek aandacht te gaan besteden aan de methodiek en dan met name wat de impact van de andere ‘costdrivers’ is en op welke wijze wij deze aan de financieringsmethodiek kunnen toevoegen. Gezien het feit dat de verwachting is dat in 2026 een nieuwe organisatie zal bestaan hebben we besloten in 2024 en 2025 geen aanpassingen meer door te voeren aan het bestaande financieringsmodel. Wel zullen we onze bevindingen meenemen en inbrengen bij het ontwikkelen van de financieringssystematiek van de nieuwe omgevingsdienst. Daarnaast verwacht de RUD Utrecht dat er in de toekomst meer vraag zal zijn naar beleidsondersteunende taken.

De verwachting is hierbij dat deelnemers zich niet voor een periode van vier jaar kunnen committeren aan de afname van adviesproducten en -diensten binnen een bepaald wetgevingsgebied of thema, hetgeen momenteel een vereiste is om taken in de DVO te brengen. Het structureel werken met aanvullende opdrachten of projecten zal leiden tot een toename van de doorlooptijd van deze opdrachten en de administratieve last voor de deelnemers en de RUD Utrecht. Dit is onwenselijk. Met behulp van een aparte financieringsstroom voor adviesproducten en -diensten kan het benodigde maatwerk door de RUD Utrecht worden geleverd. Om goed invulling te kunnen geven aan de adviesrol is er daarnaast differentiatie nodig in de tarieven, dienen functieschalen van RUD Utrecht medewerkers aan te sluiten bij de werkzaamheden en moet er ruimte worden gecreëerd voor kennis- en productontwikkeling. Voor de jaren 2024 en 2025 lossen we dit tijdelijk binnen de huidige methodiek op. Ook dit zal worden ingebracht bij de ontwikkeling van de financieringsmethodiek voor de nieuwe omgevingsdienst.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 11

4.3.

Financiële vertaling ontw ikkelingen

In deze paragraaf beschrijven wij hoe de huidige ontwikkelingen, voor zo ver mogelijk, financieel zijn verwerkt in de bijdrage per deelnemer. 4.3.1

Prijscompensatie

De RUD Utrecht heeft verschillende materiele kostenposten in de begroting van totaal € 3.131.000 niet aangepast voor de te verwachten prijsstijging. Wel is er in de begroting een post opgenomen om de prijsstijging van deze kosten op te kunnen vangen (stelpost prijscompensatie). Uiteraard is de prijsstijging tussen 2023 (huidig jaar) en 2025 nog onzeker. De RUD Utrecht maakt voor een inschatting gebruik van de september-circulaire van de rijksoverheid. De verwachting is dat de materiele kosten met 5% zullen stijgen in 2025. We hebben in 2023 geconstateerd dat met name de huisvestingskosten (energie) en de ICT-ondersteuning meer zijn gestegen dan de gemiddelde index (2,8%). Op totaalniveau verwachten we dus een prijsstijging van € 205.000. Daarom is de stelpost gesteld op € 205.000. 4.3.2

Onvoorzien

De totale begroting van de RUD Utrecht is tussen 2014 (jaar van oprichting) en 2025 (jaar van deze kadernota) gestegen van 10,9 miljoen naar 20 miljoen Euro. Gedurende de eerste jaren heeft de post onvoorzien altijd een omvang van € 225.000 gehad. Behoudens het eerste jaar van oprichting. Vanaf 2024 is deze post verhoogd naar € 325.000. Dit was enerzijds een gevolg van de sterke stijging van de omvang van de organisatie en anderzijds van de toegenomen risico’s. Voor 2025 wordt voorgesteld de post onvoorzien onveranderd te laten (€ 325.000). Gezien de uitdagingen in het jaar 2025 lijkt het behouden van deze post noodzakelijk. 4.3.3

Ontwikkelbudget

De RUD Utrecht heeft met de deelnemers in de afgelopen jaren middels de trajecten ‘kleur bekennen’ en ‘samen op weg’ gezamenlijk invulling gegeven aan de ontwikkelrichting van de RUD Utrecht. Dit heeft ertoe geleid dat vanaf 2024 het Ontwikkelbudget structureel is verhoogd. De RUD Utrecht denkt dat deze verhoging noodzakelijk is voor de gewenste doorontwikkeling. Voor 2025 moeten we echter ook reëel zijn. Het jaar 2025 zal naar verwachting voornamelijk in het teken staan van het uitvoeren van onze inhoudelijke werkzaamheden (de core business) en de voorbereiding van de samenvoeging en oprichting van één nieuwe omgevingsdienst voor de gehele provincie Utrecht. Dit betekent dat er in 2025 veel minder tijd en aandacht zal zijn voor doorontwikkeling van de eigen dienst. Hoewel we in 2024 verwachten een aantal ontwikkelingen nog echt wel af te willen maken (en zodanig voorbereiden dat ze over kunnen), verwachten we dit in 2025 minder. Het voorstel is dan ook in 2025 geen ontwikkelbudget van € 300.000 op te nemen, maar slechts de helft € 150.000. Dit conform de jaren voor 2024. Vanaf het jaar 2026 zal voor de nieuwe omgevingsdienst moeten worden bepaald wat wenselijk wordt geacht.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 12

4.4.

Ontw ikkeling van de bijdrage

De stijging van de totale bijdrage t.o.v. de begroting 2024 bestaat uit een stijging van de vaste bijdrage (€ 400.000) en een stijging van de variabele bijdrage (€ 547.000). De stijging van de vaste bijdrage wordt deels veroorzaakt door een verwachte stijging van de CAO-lonen. Uitgaand van de september-circulaire van de Rijksoverheid zal de CAO-stijging in 2024 6,7% zijn, waar in de begroting van 2024 nog uitgegaan was van 4,2%. Daar bovenop laat de september-circulaire een stijging van 5,8% in 2025 zien. Voor een aantal medewerkers is er verder een individuele groei van 3% in de salarisschaal mogelijk. Voor Bedrijfsvoering gaat dit totaal om een stijging van ongeveer € 300.000. Zoals hier boven gesteld neemt de prijscompensatie af met € 35.000. € 205.000 lijkt voldoende om prijsstijging van de rest van de materiele lasten op te kunnen vangen. Zoals gesteld verwachten we in het jaar 2025 voor te bereiden op de naderende samenvoeging en daarom op het gebied van doorontwikkeling verder geen extra projecten aan te gaan, de Ontwikkelkosten zullen daarom verlaagd worden t.o.v. 2024 naar € 150.000. De variabele bijdrage stijgt ten opzichte van de begroting van 2024 met € 547.000. Dit komt door een verhoging van de tarieven met gemiddeld 8,2%. Deze verhoging komt grotendeels door de grote verwachte CAO-stijging en daarnaast door de individuele stijgingen.

Daarnaast dwingt de krapte in de arbeidsmarkt de RUD Utrecht steeds vaker om medewerkers te laten instromen in een hogere aanloopschaal dan aanvankelijk gebruikelijk was. Het nieuwe tarief voor Vergunningverlening bedraagt € 82,75 en het tarief voor Handhaving bedraagt € 78,00. Onder de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken gaan verschuiven van de Provincie naar de gemeenten. Om een inschatting te maken van hoeveel bodemtaken elke gemeente zal gaan afnemen na ingang van de Omgevingswet zijn individuele gesprekken gevoerd met onze deelnemende gemeenten en ook met de ODRU. Voor de berekening van de deelnemersbijdrage is rekening gehouden met de inschatting uit deze gesprekken. Deze inschattingen zullen tevens besproken worden in het Algemeen Bestuur van 16 november 2023. Aangezien de inschatting van de afname van bodemtaken nog niet definitief zijn voor onze deelnemende gemeenten, moet er rekening mee gehouden worden dat de variabele- en vaste bijdrage nog kunnen veranderen. Hieronder staat een overzicht van de verandering van de indicatieve bijdragen per opdrachtgever ten opzichte van de begroting 2024. In bijlage 2 is een analyse opgenomen van de ontwikkeling van de vaste bijdrage. In bijlage 3 is de analyse voor de variabele bijdrage opgenomen, in bijlage 4 is de ontwikkeling van de totale bijdrage te zien.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 13

Opdrachtgever:

Variabele bijdrage 2025

Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg Totaal

Totale bijdrage Vaste bijdrage 2025 2025

Totale bijdrage 2024

Verschil

% Verschil

1.498.000 374.000 398.000 167.000 291.000 337.000 391.000 366.000 5.788.000 549.000 1.693.000 296.000

966.000 242.000 258.000 108.000 188.000 218.000 252.000 237.000 3.704.000 355.000 1.092.000 191.000

2.464.000 616.000 656.000 275.000 479.000 555.000 643.000 603.000 9.492.000 904.000 2.785.000 487.000

2.272.000 568.000 604.000 253.000 441.000 511.000 592.000 556.000 9.340.000 833.000 2.593.000 449.000

192.000 48.000 52.000 22.000 38.000 44.000 51.000 47.000 152.000 71.000 192.000 38.000

8,5% 8,5% 8,6% 8,7% 8,6% 8,6% 8,6% 8,5% 1,6% 8,5% 7,4% 8,5%

12.149.000

7.811.000

19.959.000

19.012.000

948.000

5,0%

De inschatting van de bodemactiviteiten bij de provincie is voor 2025 bijgesteld naar 12.365 uur. De vergelijkende cijfers uit de begroting 2024 zijn nog gebaseerd op de oude inschatting van de bodemactiviteiten (17.267 uur) waardoor er nu een daling te zien is. Bij deze bijdrage is nog geen rekening gehouden met het feit dat de Provincie Utrecht nog gedurende de jaren 2024 en 2025 een deel van de kosten voor de uitvoering van de Wbb taken voor haar rekening neemt.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 14

Bijlage 1 Risicomanagement Algemene risico’s Het risicoprofiel van de RUD Utrecht bestaat uit bedrijfsspecifieke risico’s en meer algemene risico’s. Bij deze laatste kan onder meer gedacht worden aan macroeconomische ontwikkelingen en loon- en prijsontwikkelingen. Ook zijn er natuurlijk onzekerheden over (toekomstig) rijksbeleid en ontwikkelingen in wet- en regelgeving. Al deze ontwikkelingen kunnen risico’s en onzekerheden met zich meebrengen. Deze zijn echter nagenoeg niet beïnvloedbaar noch kwantificeerbaar. Deze risico’s worden in principe niet opgenomen in de risicoanalyse zolang ze niet leiden tot meer specifieke en kwantificeerbare risico’s voor de RUD Utrecht. Specifieke risico’s De specifieke risico’s zijn de risico’s die op de RUD Utrecht van toepassing zijn. Net als vorig jaar zijn middels sessies met MT en medewerkers de risico’s in kaart gebracht en is een inschatting gemaakt van de kans dat de gebeurtenis daadwerkelijk plaatsvindt en de (financiële) impact daarvan. Dit heeft geresulteerd in onderstaande risicoanalyse voor 2025: Risico

Omschrijving

1. Outputfinanciering:

De productie (producten) zoals afgesproken in de DVO’s wordt niet gerealiseerd (kwantitatief of kwalitatief) waardoor de

productie, achterblijvende

inkomsten lager zijn dan begroot. 1% minder productie is meer dan € 100.000 minder inkomsten. Een deel van de productie

vraag

is vraag gestuurd. De kosten om deze productie te realiseren is echter wel vast en betreft voornamelijk loonkosten.

2. Outputfinanciering: onvoldoende productiviteit

Binnen de RUD Utrecht is ervan uitgegaan dat medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar maken in de primaire teams.

3. Outputfinanciering:

De kentallen in de PDC komen niet overeen met de werkelijke uren voor een product waardoor er meer of minder kosten

kengetallen

gemaakt worden.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Kans

Impact x €

Restrisico x

%

1000

€ 1.000

S

25%

€ 400

€ 100

S

25%

€ 400

€ 100

I

25%

€ 300

€ 75

I/S

Pagina 15

Risico

4. Ziekteverzuim

Omschrijving

Bij de begroting is ervan uitgegaan dat de productieve medewerkers 1.360 declarabele uren per jaar realiseren. Die aanname is o.m. gebaseerd op een maximaal verzuim van 5%.

5. Wet- en regelgeving:

Als gevolg van nieuwe wet- en regelgeving zoals de Omgevingswet zullen werkprocessen, systemen en producten aangepast

Algemeen

moeten worden en medewerkers bijgeschoold.

6. Wet- en regelgeving: Invoering Omgevingswet transitie bodemtaken

Kans

Impact x €

Restrisico x

%

1000

€ 1.000

S

25%

€ 190

€ 48

S

20%

€ 300

€ 60

I

25%

€ 1.500

€375

I

25%

€ 400

€ 100

I/S

Als gevolg van de invoering van de Omgevingswet zal het bevoegd gezag van de bodemtaken verschuiven van de Provincie naar de verschillende gemeentes. Als deze verschuiving betekent dat er minder bodemtaken bij de RUD Utrecht worden belegd zullen er frictiekosten gaan ontstaan, aangezien de RUD Utrecht in dat geval gedwongen afscheid zal moeten nemen van vast personeel. Gebruikelijk gaat de RUD Utrecht voor de prijsstijging en CAO stijgingen, bij het opstellen van de begrotingen, uit van de

7. Inflatie (specifiek)

circulaire die door de rijksoverheid wordt opgesteld. Momenteel is de inflatie zodanig hoog dat de inschatting gebaseerd op de circulaire mogelijk te laag zijn ingeschat. Wel is de overheid momenteel bezig met een pakket aan maatregelen om de koopkracht op peil te houden en de inflatie te beperken. Het prijsniveau in 2025 blijft echter een specifiek risico voor 2025.

Totaal restrisico:

€ 858

Tegenover de bestaande risico’s staat het vrij beschikbare vermogen (algemene reserve + jaarresultaat), waarvan het saldo per 31-12-2022 € 559.000 bedraagt, als financiële buffer (weerstandscapaciteit). De hierbij behorende ratio is: 0,65 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt hiermee onder het gewenste niveau. Echter is er ook nog de post Onvoorzien in de begroting voor 2025. Deze is vrij besteedbaar en wordt normaliter als eerste ingezet wanneer één van bovenstaande risico’s zich voordoet. Rekening houdend met de post Onvoorzien is het weerstandsvermogen € 884.000. Hiermee ligt de weerstandscapaciteit boven de 1,0.

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 16

Bijlage 2 Ontwikkeling van de vaste bijdrage De vaste bijdrage is bepaald op basis van de kosten van de bedrijfsvoering (overhead) en de directe (vaste) overige kosten van de uitvoering van het VTHwerkproces. De directe (vaste) overige kosten van dit werkproces betreffen bijvoorbeeld automatiseringsapparatuur, kosten voor het primaire zaaksysteem Powerbrowser en archivering. De stijging van de vaste bijdrage met € 400.000 wordt deels veroorzaakt door een verwachte stijging van de CAO-lonen. Uitgaand van de september-circulaire van de Rijksoverheid zal de CAO-stijging in 2024 6,7% zijn, waar in de begroting van 2024 nog uitgegaan was van 4,2%. Daar bovenop laat de septembercirculaire een stijging van 5,8% in 2025 zien. Voor een aantal medewerkers is er verder een individuele groei van 3% in de salarisschaal mogelijk. Voor Bedrijfsvoering gaat dit totaal om een stijging van ongeveer € 300.000. Zoals hier boven gesteld neemt de prijscompensatie af met € 35.000. € 205.000 lijkt voldoende om prijsstijging van de rest van de materiele lasten op te kunnen vangen. Zoals gesteld verwachten we in het jaar 2025 voor te bereiden op de naderende samenvoeging en daarom op het gebied van doorontwikkeling verder geen extra projecten aan te gaan, de Ontwikkelkosten zullen daarom verlaagd worden t.o.v. 2024 naar € 150.000.

De vaste bijdrage wordt verdeeld over de opdrachtgevers op basis van de in de programmabegroting vastgestelde omvang en naar rato van de afgenomen uren in het DVO. Deze uren zijn vooralsnog niet veranderd ten opzichte van 2023. Hieronder staat een overzicht van de stijging van de vaste bijdrage per opdrachtgever ten opzichte van de begroting 2024. De vaste bijdrage zal op basis van de definitieve uitvoeringsplannen 2025 en 2024 nog gaan verschuiven per deelnemer.

Opdrachtgever:

Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg Totaal

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Vaste bijdrage 2025

966.000 242.000 258.000 108.000 188.000 218.000 252.000 237.000 3.704.000 355.000 1.092.000 191.000

7.811.000

Vaste bijdrage 2024

886.000 222.000 236.000 99.000 172.000 200.000 231.000 218.000 3.634.000 325.000 1.013.000 175.000

7.411.000

Verschil

80.000 20.000 22.000 9.000 16.000 18.000 21.000 19.000 70.000 30.000 79.000 16.000

% Verschil

400.000

9,0% 9,0% 9,3% 9,1% 9,3% 9,0% 9,1% 8,7% 1,9% 9,2% 7,8% 9,1% 5,4%

Pagina 17

Bijlage 3 Ontwikkeling van de variabele bijdrage De variabele bijdrage van de opdrachtgevers is gebaseerd op de verwachte afname van producten en diensten zoals deze is opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO). Daarnaast bestaat de variabele bijdrage uit gemeenschappelijke regionale taken. De variabele bijdrage zal worden afgerekend op basis van de werkelijke productie. De stijgende loonkosten als gevolg van de nieuwe CAO en de individuele groeimogelijkheden van medewerkers veroorzaken een tariefstijging van ongeveer 8,2%. Het nieuwe tarief voor Vergunningverlening bedraagt € 82,75 en het tarief voor Handhaving bedraagt € 78,00. We hebben een analyse gemaakt van de verschillen in de variabele bijdrage ten opzichte van de initiële programmabegroting 2024. De verschillen bestaan uit de stijging van het uurtarief (+) en verlaging van de bodemtaken als gevolg van de afbouw bij de Provincie naar aanleiding van de verschuiving van het bevoegd gezag in 2024. Hieronder staat een overzicht van de indicatieve variabele bijdrage per opdrachtgever voor 2025.

Opdrachtgever:

Variabele bijdrage 2025:

Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg Totaal

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Verklaard door tariefstijging:

Variabele bijdrage 2024: Verschil:

Verklaard door verlaging uren uitvoeringsplannen:

1.498.000 374.000 398.000 167.000 291.000 337.000 391.000 366.000 5.788.000 549.000 1.693.000 296.000

1.386.000 346.000 368.000 154.000 269.000 311.000 361.000 338.000 5.706.000 508.000 1.580.000 274.000

112.000 28.000 30.000 13.000 22.000 26.000 30.000 28.000 82.000 41.000 113.000 22.000

112.000 28.000 30.000 12.000 22.000 25.000 29.000 28.000 434.000 41.000 126.000 22.000

-351.000 1.000 -13.000 -

12.149.000

11.601.000

547.000

909.000

-363.000

Pagina 18

Bijlage 4 Ontwikkeling van de totale bijdrage Hieronder staat een overzicht van de indicatieve totale bijdrage per opdrachtgever voor 2025. Opdrachtgever:

Variabele bijdrage 2025 (excl. Bodemtaken)

Bodemtaken 2025

Variabele bijdrage 2025

Totale bijdrage Vaste bijdrage 2025 2025

Totale bijdrage 2024

Verschil

% Verschil

Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg

1.158.000 292.000 339.000 127.000 212.000 274.000 293.000 285.000 4.787.000 445.000 1.396.000 217.000

340.000 82.000 59.000 40.000 79.000 63.000 98.000 81.000 1.001.000 104.000 297.000 79.000

1.498.000 374.000 398.000 167.000 291.000 337.000 391.000 366.000 5.788.000 549.000 1.693.000 296.000

966.000 242.000 258.000 108.000 188.000 218.000 252.000 237.000 3.704.000 355.000 1.092.000 191.000

2.464.000 616.000 656.000 275.000 479.000 555.000 643.000 603.000 9.492.000 904.000 2.785.000 487.000

2.272.000 568.000 604.000 253.000 441.000 511.000 592.000 556.000 9.340.000 833.000 2.593.000 449.000

192.000 48.000 52.000 22.000 38.000 44.000 51.000 47.000 152.000 71.000 192.000 38.000

8,5% 8,5% 8,6% 8,7% 8,6% 8,6% 8,6% 8,5% 1,6% 8,5% 7,4% 8,5%

Totaal

9.825.000

2.323.000

12.149.000

7.811.000

19.959.000

19.012.000

948.000

5,0%

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 19

Kadernota 2025 RUD Utrecht

Pagina 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13646285/1