CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

A04 Marktconsultatie Jeugd verslag sessie 1

Commissie Samenleving 21 april 2022, gemeente BunschotenBij agendapunt: Ingekomen stuk A04, inkoop specialistische jeugdzorg, op verzoek van het CDA en de SGP1.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VERSLAG

Overlegorgaan Datum vergadering

Marktconsultatie aanbieders specialistische jeugdhulp, sessie 1 16 november 2021, 12.30-14.00

Opening en vaststelling agenda Er wordt door een aantal deelnemers aangegeven dat ze nog vol zitten met de emoties van vanochtend. Het duizelt nog. Het is nog niet duidelijk wat het concreet betekent en men spreekt uit nog vol vragen te zitten. De gespreksleider geeft aan dat het belangrijk is om in alle sessies dezelfde informatie op dezelfde manier aan te bieden. Dat betekent dat het maar heel beperkt mogelijk is om extra informatie te geven. Deze sessie is bedoeld om input op te halen. Er wordt geen dialoog gevoeld. En heeft men de indruk dat er niets is gedaan met de input die er gegeven is in de informatiesessie voor de zomer. Het beleid daar is niet zo veel op aan te merken, maar de uitvoeringsvariant, daar is men niet gelukkig mee. En de zorgaanbieders missen dat ze niet betrokken zijn geweest bij de keuze voor deze uitvoeringsvariant. 1. Wat is van belang voor cliënten als de hulp en ondersteuning via gebiedsteams georganiseerd gaat worden? Het gedachtegoed van de gemeenten is nog niet helder is en te veel hoog over. Men maakt zich zorgen om de continuïteit van zorg, omdat als het in dit tempo moet, er wellicht een kaalslag gaat plaatsvinden. De individuele hulpverlener die de zorg verleent, is voor de cliënt essentieel. Je wilt dus dezelfde hulpverlener bij de cliënt houden.

Hoe kan je dat behouden? Er worden zorgen geuit over wat de uitvoeringsvariant voor de cliënten gaat betekenen. De gemeenten hebben gekozen voor een grote verschuiving en het lijkt alsof we dat niet vanuit de client hebben gedacht. Wat levert dit op voor de cliënt? Voor wie heeft dit een voordeel? Er wordt gesproken van continuïteit, maar daar kan eigenlijk geen sprake van zijn. Er blijven straks twee gebiedsteams per perceel (1 voor Wmo en 1 voor Jeugd) dus 1 gezin 1 plan bereik je straks ook niet. Met de uitvoeringsvariant die we nu gekozen hebben, raken we juist verder verwijderd van stepped care. Dus neem dat mee bij de uitwerking.

Het onderzoek van JB Lorenz en het taakgericht bekostigen kwam kort na het in werking treden van de gebiedsteams BSA uit. Er is/was nog weinig te zeggen over hoe het werkte, en wat het gebiedsteam voor de cliënten hebben betekend. In een gebiedsteam ga je een stap verder dan elkaar als zorgaanbieder opzoeken. Het gaat echt uit van het bieden van integrale specialistische jeugdhulp, en een verdiepende analyse, samen met de lokale teams of een andere verwijzer.

2. Wat is van belang voor de professionals in de gebiedsteams? Het gaat nog niet over de inhoud van zorg, maar alleen over de organisatie. Zorgaanbieders vragen zich af of ze nog wel door kunnen/willen gaan. Zorgaanbieders zouden mogelijk willen stoppen met jeugdhulp en zich alleen nog op volwassenen richten.

3. Hoe werken we goed samen tussen gebiedsteams, lokale teams en de lokale basisinfrastructuur? De rolverdeling van het gebiedsteam in het proces van aanmelding tot uitvoering is nog niet duidelijk. Gebiedsteam per perceel. Hoe voorkom je dat jeugd en Wmo een apart kanaal blijven? En niet met elkaar verbonden worden. Het is belangrijk dat dit niet aparte eilandjes blijven. Als een kleine aanbieder iemand moet leveren voor het gebiedsteam, dan wordt de praktijk van die kleine aanbieder mogelijk uitgehold. Het is goed om te leveren van de ervaringen van de BSA, maar het is geen blauwdruk over hoe het er straks uit moet zien. In de taakgerichte inkoop is het straks echt de bedoeling dat het vanuit partnerschap ingericht wordt. Het is helder dat wij als gemeenten zaken in partnerschap willen ontwikkelen, maar voor de aanbieders is het te vaag. Zij kunnen zich daar nog te weinig bij voorstellen. Er is onduidelijkheid over welke route een verwijsbrief straks aflegt. Hoe komt die straks bij het gebiedsteam. Altijd via het sociaal team of juist de huisarts? Er zijn zorgen of de administratieve kant wel goed doordacht en uitgewerkt wordt. En dat de administratieve lasten van de onderaannemer toenemen. Zorgen over hoe je die samenwerking tussen de lokale teams en de gebiedsteam goed kan organiseren.

Die zorgen komen voort uit de breedte van het perceel en hoe je als aanbieder dan de juiste focus kunt houden? De link tussen de gebiedsteams en de PoH’ers GGZ moet ook goed geregeld zijn. Er is veel behoefte aan een schema met processtappen van aanmelding tot zorglevering. En wat er verandert met het nieuwe uitvoeringsvariant.

2

4. Welke afspraken zijn noodzakelijk over hoofd- en onderaannemerschap? Er wordt opgemerkt dat de vraagstelling te nauw is. Er wordt gesproken over een hoofd- en ondernemerschap, maar een samenwerkingsverband is ook nog een optie. Het zou mooi zijn als het een coöperatie zou worden. Hoe kan de gemeente het voortraject voor ons faciliteren? Voor de zorgaanbieders wordt het onoverzichtelijker en duurder. Zij moeten tijd en geld gaan insteken in de samenwerking. De deelnemers voelen heel veel onzekerheid. Het is de vraag of een kleine aanbieder straks ondernemer wordt en onder welke voorwaarden? Kan er nog wel naar je als kleine aanbieder verwezen worden? En tegen welke tarief? En welke andere voorwaarden. De deelnemers willen dat de gemeente de onrust onderkent en aanbiedt om met de kleine aanbieders mee te lopen. Ook om te voorkomen dat ze straks worden uitgeknepen door de hoofdaanbieder. De vereisten aan de contracten die vanmorgen getoond werden, gaan niet over de hoofdtaak van de zorgaanbieders. (bv. berichtenverkeer) Geen zorgaanbieder zit erop te wachten om een nieuwe organisatie op te richten. Er wordt door de aanbieders aangegeven dat het vanuit de gemeente als een goed idee lijkt, maar voor de aanbieders voert het alsof er iets vanuit de politiek over de schutting wordt gegooid. Er wordt veel nadruk gelegd op het feit dat er meer tijd nodig is.

Tijd om elkaar te leren kennen en te gaan vertrouwen. Er zal zeker een jaar voor nodig zijn om elkaar te leren kennen om te bepalen of je wil samenwerking in een consortium of als onderaannemer. En dan moet je nog het gesprek aan over hoe je dan wil samenwerken. Kleine en grotere aanbieders hebben deels dezelfde zorgen. Een grotere aanbieder geeft aan dat zij wellicht al wat verder zijn in hun denken over de uitvoeringsvariant, maar ook zij hebben zorgpunten. Onder meer over de hoeveelheid aanbieders en de diversiteit, is een punt van zorg. En ook de zorgcontinuïteit en hoe je alle cliënten kan blijven bedienen. Moet de hoofdaanbieder alle zorg in heel de regio kunnen bieden of kan die ook later op zoek naar onderaannemers die rest invult? Het is een groot perceel met verschillende vormen van zorg. Stel er zijn vier partijen die alle expertise hebben, die moeten ook de aantallen aankunnen. Dan kom je uit bij grote zorgaanbieders. En hoe kunnen die alle benodigde expertise leveren? Stel ik ben straks onderaannemer: leg ook goed vast hoe het administratief geregeld wordt tussen onder- en hoofdaannemer en zorg dat het niet tot een verzwaring van de administratieve lasten leidt. Niet terug naar de periode van voor 2015.

3

Er moet bij de budgetbepaling rekening gehouden worden met het feit dat de administratieve lasten naar de aanbieder gaat en moet daar dus in meegenomen worden. Je hebt een zorgbudget nodig en een overheadbudget en ook dat laatste moet groot genoeg zijn. Het is misschien wel geen bezuiniging, maar kostenbeheersing is wel een belangrijk punt. En hoe dat zou werken, wordt nog niet gevoeld. De verschuiving van rollen en taken vragen grote investeringen en ze het wordt niet logisch gevonden, juist in het licht van de wens van kostenbeheersing. Zorg over überhaupt de grootte van de taak van de hoofdaanbieder. Die moet het eerst met elkaar gaan regelen. En dan nadenken over hoe ze het gaan doen met het onderaannemerschap. Er wordt verwacht dat dat niet de directe prioriteit zal hebben. De onderaannemers komen dan achteraan. Het zou voor de vrijgevestigde praktijken mogelijk moeten blijven dat er nog rechtstreek naar verwezen kan worden. Het zou mooi zijn als het vanuit de regio meteen mogelijk wordt gemaakt (zoals in Utrecht nu het geval is) dat er sprake blijft van een directe verwijzing. Het zou mooi zijn als die meegenomen wordt in de criteria die er straks gepubliceerd worden. Belangrijk punt: wie is er straks eindverantwoordelijke voor de geleverde zorg. En hoe gaan we om met de AVG? Met een extra laag ertussen wordt dat nog extra lastig.

De kleinere aanbieders geven aan er last van te hebben dat de hoofdaannemer nog niet bekend is en er daardoor nog heel veel onzeker is. Behoefte aan meer randvoorwaarden (voor kleine aanbieders) omdat zij allemaal dingen moeten gaan doen, waar ze geen kennis en kunde in houden (organisatie, administratie). Graag op beleidsniveau daar input op vanuit de gemeente. Als je als kleine aannemer een coöperatie wil vormen of bij een consortium aan wil sluiten. Welke opties voor een consortium zijn er? Ervaringen uit Utrecht worden gedeeld. Het proces in Utrecht kende een veel langere doorlooptijd. Daar zijn ze jaren bezig geweest om te gaan samenwerken. In die periode is veel kennis vergaard en zelfs toen bleek het in de praktijk ingewikkeld te zijn. Het blijkt in de praktijk moeizaam om in te schatten welke capaciteit je nodig hebt en hoe je die organiseert. Als je deel uit wilt maken van een consortium ben je financieel volledig verantwoordelijk voor de tekorten. Amersfoort zal wellicht ook dingen vragen over het vermogen en de winstcapaciteit. De (kleine) aanbieders worden dan dus ondernemer i.p.v. behandelaar. Daar maken ze zich zorgen over. De hoofdaanbieder moet straks in een half jaar (want je gaat pas aan de slag als je gegund bent) een juridische entiteit worden. Dat gaat nooit lukken. De taakgerichte opdracht wordt veel breder.

Hoe kan je de kwaliteit waarborgen als je als hoofdaanbieder (en eindverantwoordelijke) op dat hele brede scope zicht moet hebben.

4

5. Zijn er nog andere punten die gemeenten niet mogen vergeten? Moeten de kleine aanbieders zelf voor alle kosten opdraaien die met dit plan gepaard gaan. Of wat financiert de gemeente hierin? Er wordt gevraagd of de gemeente overweegt om in een overgangsjaar garant te staan voor de financiële risico’s die het nieuwe consortium de eerste periode loopt. Behoefte om in het proces van de aanbesteding hulp en begeleiding te ontvangen. Dit geldt voor zowel kleine als grotere aanbieders. Ligt het feit dat de transformatieopgave nog onvoldoende behaald wordt aan het systeem (en moet je daarom voor een taakgerichte aanbesteding in grote percelen kiezen) of hadden we het systeem niet beter aan kunnen passen. Kunnen we de motie in Baarn niet gebruiken om onze keuze te heroverwegen.

Tot slot: Er wordt wel waardering uitgesproken dat de zorgaanbieders nu betrokken worden bij de uitwerking van de hoe. Bij het plannen van deze bijeenkomsten, zou het fijn zijn als er eerder van tevoren een concreet tijdstip wordt gekozen. Er wordt aangegeven dat ze allemaal enorm bereid om het zorglandschap te verbeteren. Maar ze moeten wel snappen wat nu echt het voordeel is van deze uitvoeringsvariant. En dat is nog niet helder voor de aanbieders nu. De oproep is: Maak het concreter en toets het bij ons. I.p.v. uitvragen hoe zij het zien. We hadden concreter kunnen zijn in ‘zo zijn wij het voor ons’ en dat toetsen. Nog een keer de nadruk op de planning dat die echt ruimer moet om voor de aanbieders tot samenwerking te komen.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11384373/1