A01 Ontwerp Programmabegroting 2022 RUD Utrecht
Tekst van het document
Pagina 18 van 23
Langlopende geldleningen in de komende jaren zijn afhankelijk van omvang en tempo van de investeringen (in bijvoorbeeld ICT) en de ontwikkeling van de reservepositie van de RUD Utrecht. Op dit moment is de verwachting dat in ieder geval tot en met 2022 geen leningen zullen hoeven worden afgesloten.
4.3.
Bedrijfsvoering
4.4.
Onderhoud Kapitaalgoederen
De overhead wordt door de RUD Utrecht geregistreerd binnen het programma Bedrijfsvoering. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 2.4. Programma Bedrijfsvoering.
Artikel 59 tot en met 65 van het BBV zijn van toepassing op het waarderings- , activerings- en afschrijvingsbeleid van de RUD Utrecht. In de financiële verordening van de RUD Utrecht is per soort actief vastgelegd hoe dit beleid wordt toegepast. Materiële vaste activa met economisch nut De materiële vaste activa met economisch nut worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan of gelijk aan € 10.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd (meet)apparatuur. De materiële vaste activa met economisch nut worden afgeschreven in maximaal: 15 jaar : technische installaties en apparatuur in gebouwen 10 jaar : kantoormeubilair, veiligheidsvoorzieningen en verbouwingen 5 jaar : transportmiddelen, aanhangwagens en personenauto's 3 jaar : (automatiserings)apparatuur en telefooninstallaties 1 jaar : meetapparatuur waarbij 50% van de jaarafschrijving wordt verantwoord in het jaar van aanschaf en/of technische/economische ingebruikname. Bij het bepalen van de afschrijving wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Bij een eventuele verkoop van materiële vaste activa wordt de opbrengst via de resultaatbestemming toegevoegd aan de algemene reserve van de RUD Utrecht.
De economische levensduur is beëindigd op het moment dat de aan het actief toe te rekenen jaarlasten hoger zijn dan de aan het actief toe te rekenen jaaropbrengsten. De rente wordt berekend over de boekwaarde per 1 januari.
4.5.
Incidentele baten en lasten
Vanwege de afspraken die gemaakt zijn binnen de Gemeenschappelijke regeling, zijn alleen de structurele baten (DVO’s) en bijbehorende structurele lasten, inclusief overhead, verwerkt. Eventueel aanvullende middelen voor tijdelijke projecten, aanvullende opdrachten en programma’s zijn hierin nog niet verwerkt. Wanneer deze middelen middels een begrotingswijziging worden aangevraagd zullen deze ook als zodanig worden verwerkt en weergegeven onder de incidentele baten en lasten. Ook de huidige positie rondom de bodemtaken kent in principe een structureel karakter.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 19 van 23
5. Bijlagen 5.1.
Meerjarenperspectief financiële positie
Meerjarenperspectief financiële positie Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2021 – 2025. ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter éé
31 december 2021 €
€ €
387.000
673.000 1.092.000
Overlopende activa - Banksaldi
Liquide middelen
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal generaal PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
Eigen vermogen
31 december 2022
€
387.000
€
387.000
€
1.765.000
€
190.000
€
250.000
€ €
2.205.000 2.592.000
€
€ € €
742.000 144.000 6.000
€
892.000
€
276.000
Overlopende passiva
€
Totaal vlottende passiva Totaal generaal
€ €
€
276.000
482.000
673.000 1.004.000
250.000
€
482.000
€
482.000
€
1.677.000
€
205.000
€
250.000
€ €
2.132.000 2.614.000
€
€ €
€
31 december 2022
892.000
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
€ €
31 december 2021
€
Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
€
31 december 2023
€ € €
748.000 144.000 9.000
901.000
€
901.000
€
274.000
1.424.000
€
1.700.000 2.592.000
€ €
274.000
673.000 1.051.000
250.000
€
442.000
€
442.000
€
1.724.000
€
215.000
€
250.000
€ €
2.189.000 2.631.000
€
€ €
€
31 december 2023
€
€
442.000
31 december 2023
€ € €
758.000 144.000 8.000
910.000
€
910.000
€
272.000
1.439.000
€
1.713.000 2.614.000
€ €
272.000
673.000 1.099.000
250.000
€
398.000
€
398.000
€
1.772.000
€
237.000
€
250.000
€ €
2.259.000 2.657.000
€
€ €
€
31 december 2023
€
€
398.000
31 december 2024
€ € €
766.000 144.000 9.000
919.000
€
919.000
€
269.000
1.449.000
€
1.721.000 2.631.000
€ €
269.000
673.000 1.148.000
250.000
€
358.000
€
358.000
€
1.821.000
€
241.000
€
250.000
€ €
2.312.000 2.670.000
31 december 2023
€
€
358.000
€ € €
775.000 144.000 9.000
€
928.000
€
928.000
€
268.000
1.469.000
€
1.474.000
1.738.000 2.657.000
€ €
1.742.000 2.670.000
€
268.000
Toelichting op het meerjarenperspectief financiële positie In het meerjarenperspectief van de financiële positie voor 2021 – 2025 zijn geen uitgangspunten verwerkt buiten de reguliere activiteiten van de RUD Utrecht. Onderhanden zaken ontstaan in verband met het afrekenen onder outputfinanciering. Op de financiële positie zijn deze niet weergegeven, omdat er zowel een schuldpositie als voorschotten van éénzelfde omvang bestaan. Algemene reserve: de resultaten zijn jaarlijks toegevoegd aan de algemene reserve. Volgens de 5% norm die wordt gehanteerd zou dit kunnen betekenen dat in de jaren 2021 en verder afroming tot het maximum plaatsvindt door middel van terugbetaling aan opdrachtgevers of door het vormen van bestemmingsreserves. Gezien het feit dat de werkelijke opbrengsten leidend zijn voor de maximum hoogte van de reserve is dit nog niet in bovenstaand overzicht verwerkt.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 20 van 23
5.2.
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten
Meerjarenperspectief staat van baten en lasten Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2021 – 2025. Begroting 2021 Programma's 1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving Directe vaste kosten handhaving ISV 2 Vergunningverlening
Baten
Lasten
Begroting 2022 Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2023 Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2024 Saldo
Baten
Lasten
Begroting 2025 Saldo
Baten
Lasten
Saldo
5.217.000
5.246.000
-29.000
5.600.000
5.640.000
-40.000
5.667.000
5.708.000
-40.000
5.735.000
5.777.000
-41.000
5.804.000
5.846.000
-41.000
4.243.000
4.272.000
-29.000
4.535.000
4.574.000
-39.000
4.589.000
4.629.000
-39.000
4.644.000
4.685.000
-40.000
4.700.000
4.741.000
-40.000
974.000 -
974.000 -
-
1.065.000 -
1.066.000 -
-1.000
1.078.000 -
1.079.000 -
-1.000
1.091.000 -
1.092.000 -
-1.000
1.104.000 -
1.105.000 -
-1.000
-
-
-
-
-
5.416.000
5.381.000
35.000
5.858.000
5.809.000
49.000
5.928.000
5.879.000
49.000
5.999.000
5.949.000
50.000
6.071.000
6.020.000
51.000
4.417.000 999.000 -
4.382.000 999.000 -
35.000
4.712.000 1.097.000 -
49.000
4.769.000 1.110.000 -
4.826.000 1.123.000 -
-
4.935.000 1.136.000 -
4.884.000 1.136.000 -
51.000
-
4.876.000 1.123.000 -
50.000
-
4.818.000 1.110.000 -
49.000
-
4.761.000 1.097.000 -
3.508.000
3.508.000
-
3.619.000
3.619.000
-
3.662.000
3.662.000
-
3.706.000
3.706.000
-
3.750.000
3.750.000
-
14.141.000
14.135.000
6.000
15.077.000
15.068.000
9.000
15.257.000
15.249.000
9.000
15.440.000
15.432.000
9.000
15.625.000
15.616.000
10.000
Loon- en prijscompensatie
100.000
100.000
-
100.000
100.000
-
101.000
101.000
-
102.000
102.000
-
103.000
103.000
-
Onvoorzien Totaal saldo van de baten en lasten
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
225.000
225.000
-
14.466.000
14.460.000
6.000
15.402.000
15.393.000
9.000
15.583.000
15.575.000
9.000
15.767.000
15.759.000
9.000
15.953.000
15.944.000
10.000
14.466.000
14.460.000
6.000
15.402.000
15.393.000
9.000
15.583.000
15.575.000
9.000
15.767.000
15.759.000
9.000
15.953.000
15.944.000
10.000
Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening PUEV
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's
Toevoeging/onttrekking aan reserves: Gerealiseerde resultaat
-
-
-
Toelichting op het meerjarenperspectief staat van baten en lasten In het meerjarenperspectief van de staat van baten en lasten voor 2021 – 2025 is nog geen rekening gehouden met: De werkzaamheden omtrent externe veiligheid (PUEV) die vanaf 2021 door de gemeenten zelf moeten worden uitgevoerd en bekostigd; De overgang van het bevoegd gezag van de provincie naar de gemeenten voor een groot gedeelte van de bodemtaken (de afbouw van deze werkzaamheden is wel in dit meerjarenperspectief verwerkt, eventuele inbreng van deze taken door de gemeenten niet); Eventuele nog niet voorzienbare gevolgen vanuit de overgang naar de Omgevingswet per 1 januari 2022; De uitkomsten van het traject ‘Samen op Weg’
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 21 van 23
-
-
5.3.
Begrotingswijziging
Op basis van de ontwerp Begroting 2022 wordt de volgende wijziging voorgesteld:
Programma 1 Handhaving
Baten
Lasten
Saldo
€
321.000
€
332.000
€
-12.000
Directe variabele kosten
€
242.000
€
252.000
€
-11.000
Directe vaste kosten
€
79.000
€
80.000
€
-1.000
2 Vergunningverlening
€
378.000
€
365.000
€
13.000
Directe variabele kosten
€
292.000
€
279.000
€
13.000
Directe vaste kosten
€
86.000
€
86.000
€
-
3 Bedrijfsvoering
€
69.000
€
-
Totaal programma's
€
768.000
€
766.000
€
1.000
€
-1.000
€
-1.000
€
-
Stelpost loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal saldo van baten en lasten
69.000 €
€
-
€
-
€
-
€
767.000
€
765.000
€
1.000
€
-
€
-
€
-
€
767.000
€
765.000
€
1.000
Toevoegingen en onttrekking aan reserves: Gerealiseerd resultaat
Bovenstaande wijziging is opgesteld ten opzichte van het meerjarig perspectief zoals gepresenteerd in de tweede Bestuursrapportage 2020.
Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 22 van 23
5.4.
Ontwikkeling variabele bijdrage
De variabele bijdrage van de opdrachtgevers is gebaseerd op de verwachte afname van producten en diensten zoals deze is opgenomen in de dienstverleningsovereenkomsten (DVO) tot 2021. Daarnaast bestaat de variabele bijdrage uit gemeenschappelijke regionale taken en extra opdrachten voor de provincie. De variabele bijdrage zal worden afgerekend op basis van de werkelijke productie. Hier onder hebben we het verschil inzichtelijk gemaakt tussen de variabele bijdrage zoals die van de begroting van 2022 en de variabele bijdrage van de begroting 2021 uit het meerjarig perspectief uit de tweede Bestuursrapportage van 2020. Opdrachtgever:
Variabele bijdrage 2022:
Variabele bijdrage 2021:
Verklaard door tariefstijging:
Verschil:
aanpassingen DVO:
Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Houten Leusden Lopik Nieuwegein Provincie Soest Utrecht Woudenberg Bodemtaken na inwerking treding omgevingswet*
1.114.000 278.000 305.000 118.000 155.000 236.000 287.000 202.000 3.832.000 391.000 1.030.000 240.000 1.108.000
991.000 264.000 277.000 115.000 148.000 231.000 276.000 177.000 4.569.000 363.000 1.003.000 245.000 -
123.000 14.000 28.000 3.000 7.000 5.000 11.000 25.000 -737.000 28.000 27.000 -5.000 1.108.000
23.000 6.000 7.000 2.000 3.000 5.000 6.000 4.000 85.000 8.000 21.000 5.000 20.000
100.000 8.000 21.000 1.000 4.000 5.000 21.000 -822.000 20.000 6.000 -10.000 1.088.000
Totaal
9.296.000
8.659.000
637.000
195.000
442.000
* Overgang van bevoegd gezag van Provincie naar gemeentes. Nog onduidelijk hoeveel van de bodemtaken naar de gemeentes terug zullen vloeien; ze worden daarom weergegeven als nog te verdelen taken
De veranderingen t.o.v. de begroting 2021 bestaan uit de stijging van het uurtarief (+) en verhoging van de DVO’s (+). We hebben de Programmabegroting 2022 aangepast op basis van de uitvoeringsplannen voor 2021. Hierdoor is de variabele bijdrage veranderd. Hieronder staat een overzicht van de indicatieve variabele bijdrage per opdrachtgever voor 2022. De veranderingen in variabele bijdrage ten opzichte van de begroting 2021 zijn deels toe te wijzen aan de tariefstijgingen, deels aan een hogere afname in de DVO. Voor een groot deel wordt dit verklaard door het verschil tussen de begroting 2021 en 2022 in wijze van inrekenen van de Bodemtaken (in het kader van inwerkingtreding van de Omgevingswet). In de begroting van 2021 werd ongeveer 3.600 uur aan Bodemtaken van de DVO van de provincie afgetrokken. Op basis van voortschrijdend inzicht door de nieuwe uitvoeringsplannen zijn in de begroting 2022 alle Bodemtaken van de DVO van de provincie afgetrokken, maar wel apart weergegeven als te verdelen post. Verder is er bij de verschillende opdrachtgevers afname van nieuwe producten als Stimulerend Toezicht Energie en adviesproducten m.b.t. de Omgevingswet. Ook is er bij de opdrachtgevers een toename in de afname van adviesuren m.b.t. milieu en zijn er twee opdrachtgevers die extra asbesturen willen.
Ten slotte is de subsidie voor Externe Veiligheid komen te vervallen per 2021 en worden er daarom nu meer uren van deze activiteiten in de DVO afgenomen. Voorheen liep het gesubsidieerde deel van Externe Veiligheid via een aanvullende opdracht. Ontwerp Programmabegroting 2022 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 25 maart 2021
Pagina 23 van 23