CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

A01 Begroting STEV 2024-2028

Commissie Samenleving 15 februari 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: Ingekomen stukken gemeenschappelijke regelingen voor zienswijze10.164 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting STEV 2024 Inclusief meerjarenraming 2024-2028

Definitief Versie 1.0 Voor bespreking RvT vergadering 19 december.

Inhoudsopgave Voorwoord ............................................................................................................................................. 3 Begroting 2024 algemeen ................................................................................................................... 5 Inleiding.............................................................................................................................................. 5 De planning & control cyclus .......................................................................................................... 6 De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs ................................................................. 7 Tijdelijke STEV Arbeidsmarkttoelage ............................................................................................ 7 Taalklassen ....................................................................................................................................... 8 NPO middelen................................................................................................................................... 8 Leerlingen prognoses ......................................................................................................................

9 Deskundigheidsbevordering ......................................................................................................... 11 Huisvesting ...................................................................................................................................... 11 Samenwerkingsverbanden ........................................................................................................... 12 Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2024 – 2028........................................................................ 13 Algemene uitgangspunten ............................................................................................................ 13 Ad 1 algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden ................................... 13 Ad 2 Uitgangspunten schoolbudget ........................................................................................ 13 Ad 3 Uitgangspunten gezamenlijke begroting ....................................................................... 14 Landelijke ontwikkelingen ............................................................................................................. 14 Interne allocatie ..............................................................................................................................

15 Meerjarenbegroting 2024 – 2028 exploitatieoverzicht inclusief toelichting ............................... 16 Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2024-2028.......................................................... 16 (Rijks)bijdragen OC&W ................................................................................................................. 16 Overige overheidsbijdragen .......................................................................................................... 17 Overige baten ................................................................................................................................. 17 Personele lasten ............................................................................................................................. 18 Afschrijvingen.................................................................................................................................. 19 Huisvestingslasten ......................................................................................................................... 20 Overige instellingslasten ............................................................................................................... 21 Meerjarenbegroting 2024-2028 balans inclusief toelichting ........................................................

22 Meerjaren-balans ........................................................................................................................... 22 Meerjaren-kasstroomoverzicht ..................................................................................................... 24 Meerjaren-kengetallen ................................................................................................................... 25 Bijlage 1

Financiële aandachtspunten en risico’s .................................................................. 27

STEV begroting 2024 v 1.0 2

Voorwoord Het College van Bestuur van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief (STEV) biedt hierbij haar begroting 2024 en de meerjarenprognose aan. Het proces voor het opstellen van deze STEV begroting is in Cogix gedaan. Schoolleiders hebben in eerste instantie zelf de begroting ingevuld als basis voor het gesprek met de controller, daar waar gewenst zijn in overleg aanpassingen gedaan zodat de scholen in de buurt van een sluitende begroting komen. Binnen STEV zijn er 11 scholen die nog veel NPO middelen te besteden hebben. In de begroting zijn deze middelen ingezet in de komende jaren. Dit betekent dat in die jaren we een ‘tekort’ hebben begroot. Deze tekorten worden ten laste van de bestemmingsreserve NPO gebracht. In de zomer van 2023 hebben we €1,2 miljoen ontvangen aan ‘subsidie basisvaardigheden’. In deze begroting zijn de bedragen opgenomen, voor zover er goed zicht was op de uitgaven in 2024 en 2025. De inkomsten zijn gelijk getrokken met de uitgaven, het resultaat is daardoor ‘nihil’. Bij de begrotingsbespreking met de schoolleiders is het huidige formatieplan als uitgangspunt genomen. Voor het nieuwe schooljaar is de ontwikkeling van het aantal groepen onderwerp van gesprek geweest. Deze twee zaken bepalen een groot deel van de formatie van een school.

Naast de personele middelen, vormt het MJOP, het ICT investeringsplan, andere investeringswensen en de werkelijke uitputting van het materiele budget basis van de schoolbegroting voor het nieuwe kalenderjaar. Naast de input van de schoolleiders zijn ook de bij STEV betrokken medewerkers bestuursbureau om advies en input gevraagd. De auditcommissie van de RvT en de financiële commissie van de GMR hebben hun feedback over de conceptversie gegeven. We hebben de (verwachte) financiële ontwikkelingen als uitgangspunt voor deze begroting genomen. Tevens hebben we de huidige einddatum van subsidieregelingen, indien van toepassing, verwerkt. Het komend jaar is begroot met een tekort van € 520.977. Dit bestaat uit de negatieve NPO exploitatie van € 524.508, dit is verwacht en hiervoor benutten we de bestemmingsreserve NPO. Als we daarvoor corrigeren dan zien we een klein positief resultaat van € 3.531. Naast de exploitatiebegroting 2024 is ook een investeringsbegroting 2024-2028 opgesteld. Tevens is een meerjarenbalans en een kasstroomoverzicht opgenomen. Met deze begroting geven we inzicht hoe we onze middelen inzetten om te komen tot een gezonde bedrijfsvoering, ten dienste van goed STEV onderwijs. Daarnaast informeren we STEV begroting 2024 v 1.0 3

middels dit document onze relevante externe stakeholders over de financiële invulling van onze ambitie voor 2024 en verder. A.G. Verhoeven Voorzitter College van Bestuur Amersfoort, december 2023

STEV begroting 2024 v 1.0 4

Begroting 2024 algemeen Inleiding Het belangrijkste doel voor STEV is het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Dit doen de 13 authentieke openbare STEV-basisscholen door in te zetten op een kansrijke ontwikkeling van autonome en initiatiefrijke kinderen binnen een mondiale samenleving. Deze inzet komt tot uiting in ons kernboodschap:

Als STEV hechten wij veel waarde aan kwalitatief goed onderwijs. Hierbij is kwalitatief goed onderwijs meer dan alleen het aanbod in rekenen en taal (zie ook ons kwaliteitsstelsel). Wij staan samen met onze stakeholders voor de brede ontwikkeling van onze leerling tot duurzame wereldburgers. We focussen bij STEV op een vanuit visie gestuurde professioneel handelende onderwijsprofessional die binnen een rijke onderwijssetting met dynamische instructiegroepen, goede voorzieningen en faciliteiten het beste onderwijs verzorgt dat er is. Alle acties die we bij STEV inzetten zijn erop gericht om het leerrendement en de kwaliteit van ons onderwijs te vergroten. Op dit moment werken we aan een evaluatie van ons strategisch beleid om te komen tot een nieuwe strategische agenda. Deze verwachten we in januari 2024 vast te kunnen stellen. Tot die tijd blijven we werken aan de volgende vier beleidslijnen die bijdragen aan kwalitatief goed onderwijs op al onze scholen.

*Zie ook het strategisch beleidsplan STEV 2019-2023

In het verlengde van de besturingsfilosofie en het beleid van STEV, ontwikkelen onze schoolleiders zich naar ‘integraal schoolleider’. Daarbij horen ook bevoegdheden op financieel gebied. Zo hebben schoolleiders (en daarmee ook teams) meer invloed op de inzet van de formatie, maar ook bij het gebruik van de huisvesting. Om bovenstaande doelen uit ons strategisch beleidsplan op de korte en lange termijn duurzaam te borgen, moeten de baten die wij ontvangen in lijn zijn met uitgaven die we doen. Daarnaast moeten de middelen zo worden gealloceerd dat zij gericht zijn op het STEV begroting 2024 v 1.0 5

verbeteren van onze onderwijskwaliteit en het creëren van maatschappelijke waarde. We willen immers een gezonde, transparante en solide stichting blijven met een passende reserve, een goed en verantwoord bestedingspatroon, een passende begroting en heldere kaders en rapportages volgens de cyclus van planning en control. Onderstaand worden de volgende onderdelen toegelicht: - Planning- en control cyclus; - Bekostigingssystematiek in het primair onderwijs; - Arbeidsmarkttoelage; - Leerlingaantallen; - Financiële aandachtspunten en risico’s; - Toelichting op de begroting in hoofdlijnen.

De planning & control cyclus De begroting 2024 is onderdeel van onze planning- en control-cyclus. Als uitgangspunt wordt de “Planning en Control jaarcyclus” gehanteerd. Elk kwartaal stelt het College van Bestuur een financiële rapportage op t.b.v. de Raad van Toezicht. Deze rapportage bevat een financieel uitputtingsoverzicht van de afgelopen kwartalen in relatie tot de prognose en begroting. Deze kwartaalrapportages worden ook gedeeld met het directeurenplatform. Om zicht te houden op de ontwikkeling van de personele kosten, worden maandelijks de salariskosten geanalyseerd. Deze cijfers zijn de input voor de uitputtingsprognose en vormen de basis voor de nieuwe begroting. Voor de beheersing van de personele baten en lasten wordt een onderscheid in personeelsformatieplan en begroting gemaakt tussen de kostensoorten directie, onderwijzend personeel en onderwijsondersteunend personeel. Daarnaast kijken we naar verschillende salariscomponenten, of het gaat om vaste of tijdelijke dienstbetrekkingen, tijdelijke taakuitbreidingen, vervanging ten laste van eigen middelen en permanente of projectmatige baten en lasten. Ultimo kwartaal 1 wordt het bestuursformatieplan opgesteld. Dit plan is gebaseerd op de begroting van het lopende jaar.

Daarin zijn de volgende categorieën te onderscheiden: • De Rijksbijdragen die door de vereenvoudigde bekostiging bestaat uit een bedrag per kind en een bedrag per brinnummer. Er zijn extra bedragen voor kleine scholen en onderwijsachterstandsmiddelen; • Overige subsidies van OC&W, zoals bijzondere bekostiging 1e opvang vreemdelingen; • Subsidies Passend Onderwijs (arrangementen & basisbekostiging); • Gemeentelijke bijdragen als subsidies voor taalklassen voor nieuwkomers en schakelklassen en ondersteuning passend onderwijs; • Eventuele overige overheidsbijdragen. STEV begroting 2024 v 1.0 6

Het bestuursformatieplan is het kader van waaruit de schoolformatieplannen door de schoolleider worden opgesteld. Na goedkeuring door het College van Bestuur van deze schoolformatieplannen wordt hier door de schoolleider uitvoering aan gegeven. In februari van het lopend schooljaar wordt het schoolformatieplan opnieuw vastgesteld met de dan geldende formatieve inzet. In februari/maart wordt de jaarrekening van het afgelopen kalenderjaar opgesteld.

De bekostigingssystematiek in het primair onderwijs Het Ministerie van OC&W bekostigt met ingang van 1 januari 2023 via een zogenaamde ‘vereenvoudigde bekostigingssystematiek’. Deze systematiek is gebaseerd op de leerlingenaantallen per 1 februari van het voorgaande jaar (t-1). Met andere woorden, voor de bekostiging van het kalenderjaar 2024 is het aantal leerlingen per 1 februari 2023 het uitgangspunt. Vanuit de eerder beschreven modellen is: • een bedrag per leerling vastgesteld van ongeveer € 6.000; • er een bedrag per BRINnummer vastgesteld van +/- € 109.000; • er een bekostiging voor nevenvestigingen, kleine scholen en Nederlands Onderwijs Anderstaligen (zogenaamde NOAT leerlingen). De bekostiging voor achterstandsmiddelen loopt ook over de 1 februari-telling vanuit de t-1 systematiek en blijft in stand op het huidige niveau. Afspraak bij deze ‘vereenvoudigde systematiek’ is dat de Rijksbijdragen voorafgaand bekend zijn (de beschikkingen zijn afgegeven). Bij de invoering van deze nieuwe systematiek is ook afgesproken dat er in september/oktober nog een bijstelling kan plaatsvinden op basis van de ontwikkelingen van de Rijksbegroting. De komende 3 jaar is er een overgangsregeling waarbij het Ministerie het verschil tussen de oude en deze nieuwe bekostiging compenseert.

Bij STEV blijft het patroon van plannen van personele uitgaven nog wel over schooljaren lopen, denk daarbij aan de inzet van de formatie.

Tijdelijke STEV Arbeidsmarkttoelage STEV ontvangt middelen voor de tijdelijke arbeidsmarkttoelagen. Doel van deze arbeidsmarkttoelage is om leraren zoveel mogelijk te behouden op de scholen met veel leerlingen die te maken hebben met grote achterstanden. Na een brede raadpleging, is na instemming van de P-GMR het besluit genomen om de arbeidsmarkttoelage op een andere manier te verdelen binnen STEV en het solidariteitsprincipe toe te passen. Dit betekent dat álle personeelsleden in dienst bij STEV in principe tweemaal per jaar een tijdelijke toelage ontvangen. In eerste aanleg was de bedoeling dat de toelage voor 2 schooljaren zou gelden. Voor het schooljaar 2021-2022 was het percentage 5%, dat is licht verhoogd tot 5,5% voor het schooljaar 2022-2023. In voorjaar 2023 kwam het bericht dat de regeling zou worden verlengd tot eind 2023, maar met een korting op het bedrag van ongeveer 1/3e deel. Voor het najaar 2023 is afgesproken dat de uitkering 4%( inclusief vakantie) bedraagt. In het najaar kwam het bericht, dat de regeling nog voor het hele kalenderjaar was verlengd. Voor 2024 is het percentage op 3,3% (inclusief STEV begroting 2024 v 1.0 7

vakantiegeld) vastgesteld. In de regeling was ook opgenomen dat iemand meer dan 6 weken ziek was, er voor de ziekteperiode geen toelage werd uitbetaald. Bij nadere bestudering bleek deze uitsluiting niet te mogen. Dit wordt met terugwerkende kracht hersteld voor de medewerkers die er recht op hebben, vanuit de OCW regeling. Dit is allemaal met instemming van de PGMR. Taalklassen STEV verzorgt al vele jaren een (deeltijd) taalklas in een drietal gemeente. (Soest, Barneveld en Bunschoten). In het afgelopen jaar is mede door de instroom van de Oekraïense kinderen tijdelijke taalklassen opgezet in Baarn en Woudenberg. Mede omdat de instroom van vreemdelingen en asielzoekers hoger is dan voorgaande jaren worden deze tijdelijke taalklassen omgezet naar een definitieve taalklas. Daarnaast is de deeltijd taalklas in Barneveld ook omgezet naar een voltijds taalklas. Doordat de instroom in de taalklas heel grillig kan zijn, wordt er een hoge mate van flexibiliteit gevraagd van de scholen die de taalklas organiseren. Ook geeft dat meteen het risico aan dat er ook momenten zijn dat de er minder leerlingen zijn, maar dat de formatie nog niet kan worden aangepast. Dit is een financieel risico wat niet door STEV kan worden gedragen. Met de gemeenten zijn/worden daarom afspraken gemaakt over de wijze van financieren maar ook van garantstellen indien er een tekort ontstaat.

Ook zullen er afspraken moeten worden gemaakt indien er door personeelstekort geen uitbreiding van aantal taalklassen kan plaats vinden. Dit vraagt een intensief overleg met alle partijen. In de begroting is rekening gehouden met de verschillende wijze van bekostiging van de taalklassen. NPO middelen In 2021 heeft het ministerie aangekondigd dat er extra middelen beschikbaar komen voor het schooljaar 2021-2022 en het schooljaar 2022-2023. Deze middelen zijn bedoeld om de vertraging die is opgelopen door Corona in te halen. De middelen voor het schooljaar 2021-2022 bedroegen € 701,16 per kind en € 251,16 per onderwijsachterstandsscore. In het schooljaar 2022-2023 is het bedrag per kind verlaagd naar € 500 en het bedrag per achterstandsscore verhoogd naar € 464. Ondanks de inspanning die op scholen is geleverd, zijn niet alle middelen die in 2021 zijn toegewezen, besteed. Hierdoor is een bedrag van € 415.003, geoormerkt, aan de bestemmingsreserve NPO toegevoegd. Ook in 2022 werden niet alle middelen uitgegeven. In heel 2022 bleek er een overschot van € 736.107. Ook deze niet bestede middelen zijn (wederom geoormerkt) toegevoegd aan de bestemmingsreserve NPO, die daarmee ultimo 2022 € 1.151.110 bedroeg. De NPO-middelen worden in lijn van de eerder geformuleerde uitgangspunten in het schooljaar 2023-2024 en verder ingezet.

Conform de eisen hebben alle scholen plannen voor de inzet van deze NPO-middelen gemaakt. Hiervoor hebben scholen gebruik gemaakt van het door OCW gepubliceerde keuzemenu. Na breed intern overleg is gezamenlijk en vanuit de bestuurlijke verantwoordelijkheid dit kader aangevuld om ervoor te zorgen dat de NPO-ontwikkelingen ook duurzaam worden ingezet. Voor 2024 hebben we begroot dat er een onttrekking van de bestemmingsreserve van € 524.508 plaats zal vinden. Er is nu begroot dat voor 2025 er nog een bedrag van € 239.606 zal worden onttrokken. In de komende jaren zullen de laatste bedragen ook worden uitgeput. STEV begroting 2024 v 1.0 8

Leerlingen prognoses In onderstaande tabel staan de geprognosticeerde leerlingenaantallen als ook de realisatie op1 oktober weergegeven.

Begroting 2024 Totalen 08EM De Uitkijck 08EN Basisschool Kruisrak 10AH Jan Ligthartschool 10SO Griftschool 10SO01 Basisschool De Dorpsbeuk 11FZ Plantijn 11RU OBS De Lijster 12LJ Obs de Regenboog 19JO Openb basissch De Egelantier 19JO De Buut 23BT Daltonschool Corlaer 23DH De Vliegeniers 27NN Obs De Startbaan aantal leerlingen

1-102020 119 188 214 159 164 121 102 86 101 86 210 131 171 1.852

1-101-102021 2022 werkelijk 113 119 202 201 211 232 159 187 179 175 116 103 96 106 94 91 116 163 112 110 217 204 115 112 119 137 1.849 1.940

1-102023

1-102024

1-102025

104 191 231 179 171 120 134 89 160 109 203 124 144 1.959

96 194 233 173 167 123 132 80 152 110 197 122 162 1.941

94 199 235 176 173 123 133 80 144 111 193 121 175 1.957

1-101-102026 2027 prognose 92 96 197 198 240 254 180 185 170 178 121 121 134 132 84 88 133 131 103 102 188 184 126 122 195 201 1.963 1.992

1-102028 104 203 276 190 174 121 138 88 131 95 189 122 199 2.030

De leerlingenprognoses zijn tot stand gekomen, door de in-, door- en uitstroom in beeld te brengen. De verwachte instroom is op aangeven van de schoolleiders bepaald. De prognose is vastgesteld op basis van de instroom van de afgelopen jaren, de ontwikkelingen in en om de school en de relevante ontwikkeling in de gemeente. De schoolleiders hebben ambitieuze maar haalbare doelen gesteld. In deze prognose zijn we uitgegaan van de huidige realiteit. In de leerlingenaantallen van 1 oktober 2022 en 2023 zijn 93 leerlingen opgenomen die in de taalklassen zitten. De leerlingenaantallen per 1 oktober 2023 is 19 leerlingen hoger dan vorig jaar. En daarbij is niet één oorzaak aan te wijzen. Naar de toekomst toe verwachten we dat een aantal scholen zullen groeien en dat die groei de krimp van andere scholen opvangt. In de prognoses groeien we langzaam door. De ontwikkelingen per school. Groei • De Jan Ligthartschool in Woudenberg laat op termijn een groei zien, dat heeft ook te maken met de ontwikkeling van een nieuwbouwwijk in de buurt wat een extra instoom van leerlingen oplevert. • De Startbaan groeit gestaag door. Er is nog ruimte om de instroom te laten groeien waarmee de school ruim boven de 200 leerlingen uit kan komen. Stabiel • ‘t Kruisrak laat een dip zien in de leerlingenaantallen. Door onrust in één groep zijn er een aantal kinderen in de bovenbouw vertrokken.

De instroom is op peil en we verwachten dat de school ook weer gaat groeien tot de 200 leerlingen. • De Dorpsbeuk laat een stabiel verloop zien, waarbij de instroom van 4 jarige toch altijd wat achterblijft. In deze prognose is nog geen rekening gehouden met de verwachtte nieuwbouw, wat naar verwachting extra leerlingen aantrekt. STEV begroting 2024 v 1.0 9

•

•

• •

•

De Griftschool laat na een flinke groei nu weer een daling zien. De groei heeft vooral te maken met de opvang van Oekraïense kinderen in 2022 (31 kinderen). Hierdoor was er een flinke stijging van leerlingen. Op dit moment zitten er nog 11 leerlingen in de taalklas. We zijn bezig om hier een structurele taalklas van te maken. Door de doorstroom van een aantal leerlingen naar het regulier onderwijs, stijgt het aantal leerlingen licht. De Lijster is dit jaar gestart met een fulltime taalklas. Hierdoor is het aantal leerlingen in de taalklas gestegen van 12 naar 32 leerlingen. Dat verklaart eigenlijk de stijging van de leerlingen. Op de reguliere school zitten rond de 105 leerlingen, dat is al jaren een stabiel beeld. Plantijn laat een stabiel beeld zien na een dip van vorig jaar van net boven de 120 leerlingen. De Buut laat op termijn een daling van leerlingen zien omdat er dan grotere groepen uitstromen dan instromen. In de komende periode gaan we proberen die instroom weer iets te verhogen zodat de stabiliteit blijft behouden. De Vliegeniers stijgt ook omdat de instroom op orde is en er maar een kleine groep 8 is uitgestroomd. We zien dat de school stabiliseert, mogelijk door de aantrekkelijkheid op termijn weer gaat groeien.

Daling • De Uitkijck is helaas in leerlingenaantallen gezakt. In de aantallen zijn ook de 12 kinderen van de taalklas opgenomen. De oorzaak van de daling zien we in de uitstroom van grote groepen, terwijl de instroom beperkt is. De school is per 1 oktober onder de opheffingsnorm gekomen. We zijn aan het onderzoeken of de school op basis van een uitzonderingsregel alsnog een eigenstandig BRINnummer houdt. • De Regenboog laat ook een daling zien van leerlingenaantallen in de komende jaren. Mede omdat de opheffingsnorm in Barneveld is gestegen van 87 leerlingen naar 92 leerlingen in 2023, zakt de Regenboog onder de opheffingsnorm. Ook hier onderzoeken we of de school op grond van een uitzonderingsregel het eigenstandige BRINnummer kan houden. • De Egelantier laat een dalend beeld zien, dat komt omdat er de komende jaren grotere groepen uitstromen, die zijn ontstaan uit het samengaan met de Waterinkschool. In de leerlingenaantallen zitten ook de leerlingen van de taalklas dit zijn zo’n 37 leerlingen. In de prognose is niet meegenomen wat de eventuele gevolgen zullen zijn van de mogelijke komst ven een nieuwe islamitische basisschool in de gemeente. • De Corlaer heeft een licht dalende prognose. De buurt waar de school staat heeft minder kinderen, maar we richten ons ook op de nieuwbouwwijk die vlakbij wordt gebouwd, wat tot een toename aan kinderen kan leiden.

Die ontwikkeling is nog niet meegenomen in de prognose. De leerlingen aantallen hebben we nu nog geprognosticeerd op 1 oktober, omdat dat goed de aantal groepen aangeeft. Op basis van deze aantallen is een omrekening gemaakt naar de aantallen op 1 februari 2024. Deze aantallen vormen de basis voor deze begroting. De leerlingen op 1 februari liggen altijd hoger vanwege de instroom van de 4 jarige kinderen. (Gemiddeld is dat 4,3%). STEV begroting 2024 v 1.0 10

begroting 2024 Totalen

1-2-2022

08EM De Uitkijck

111

125

107

99

97

95

99

08EN Basisschool Kruisrak

208

213

199

202

207

205

206

10AH Jan Ligthartschool

224

241

240

249

261

275

280

10SO Griftschool

166

200

184

178

183

185

192

10SO01 Basisschool De Dorpsbeuk

180

188

176

176

180

180

180

11FZ Plantijn

121

115

125

127

127

126

128

11RU OBS De Lijster

105

119

139

136

137

138

136

12LJ Obs de Regenboog

96

95

94

84

84

89

93

19JO Openb basissch De Egelantier

137

178

165

157

149

138

136

19JO De Buut

116

110

113

112

113

107

106

23BT Daltonschool Corlaer

220

218

210

204

200

197

193

23DH De Vliegeniers

122

120

129

128

127

132

128

27NN Obs De Startbaan

125

141

155

171

184

204

210

aantal leerlingen

1.931

2.063

2.036

2.023

2.049

2.071

2.087

1-2-2023

werkelijk

1-2-2024

1-2-2025

1-2-2026

1-2-2027

1-2-2028

prognose

Bovenstaande leerlingaantallen zijn de bepalende aantallen voor de bekostiging van het jaar erop. Deskundigheidsbevordering Vanuit het strategisch beleid hebben we bij STEV beleidsthema´s geformuleerd. En ook in het nieuwe strategische beleid zijn er beleidsthema’s geformuleerd. We hebben voor het komend jaar voor de verdere implementatie van de beleidsthema´s bovenschools in totaal € 40.000 gereserveerd. Conform beleid krijgen scholen op schoolniveau een professionaliseringsbudget. Daarnaast hebben we ook in 2024 de STEV academie waar we gezamenlijke trainingen organiseren. Naast deze middelen reserveren we onder andere bovenschools, conform cao, professionaliseringsmiddelen voor schoolleiders en gespecialiseerde opleidingsmiddelen In 2024 is er € 250 k voor deskundigheidsbevordering beschikbaar.

Huisvesting In de vorige begroting als ook in de jaarrekening hebben we de wijziging in de berekening betreffende de voorziening groot onderhoud aangekondigd. Dit betreft de al eerder besproken ´componenten-benadering´. In 2023 is eindelijk duidelijkheid gekomen over de methode. En STEV heeft besloten om een voorziening op te bouwen voor het groot onderhoud via de componenten methode met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. Dat betekent dat er op 1 januari 2023 € 2,38 miljoen vanuit het eigen vermogen is toegevoegd aan de voorziening groot onderhoud. Bij de toelichting op de balans wordt dit verder toegelicht. Na analyse van het MJOP is helder geworden dat de jaarlijkse lasten de komende jaren stijgen. STEV had tot nu toe relatief jonge gebouwen, wat zorgt voor lage onderhoudslasten. Door het verstrijken van de jaren, neemt de leeftijd van de gebouwen toe en hebben meer scholen binnen 10 jaar tot 20 jaar ingrijpend onderhoud nodig. Hiervoor moeten we STEV begroting 2024 v 1.0 11

voldoende middelen opzij zetten. Echter doordat we nu door de componentenmethode meer middelen al in de voorziening hebben hoeven we minder te doteren dan aanvankelijk begroot. We begroten de dotatie op € 350.000 terwijl we in 2023 € 400.000 hebben begroot. Op basis van de MJOP’s die door Anculus zijn opgesteld is het onderhoud opgedeeld in een viertal categorieën. Dit betreft “groot onderhoud’, ‘contractonderhoud’ ‘groot onderhoud onder de € 2000’ en ‘correctief onderhoud’. Deze laatste 3 bedragen zijn toegevoegd in de school begrotingen. Het “groot onderhoud” is opgenomen in de voorziening op STEV niveau. Vanuit het strategische beleidsplan heeft STEV duurzaamheid hoog in het vaandel staan (zie beleidsthema ´duurzame wereldburgers´). De afgelopen jaren zijn op veel scholen zonnepanelen geplaatst en is de verlichting vervangen door LED verlichting. In het komende jaar onderzoeken we of de laatste scholen ook nog worden voorzien van zonnepanelen en waar we nog verder kunnen verduurzamen. Zoals vorig jaar ook al vermeld heeft een aantal STEV scholen meer m2 dan op basis van hun leerlingenaantal passend zou zijn. Hierdoor zien we op deze scholen een overschrijdingen op huisvestingsbudget. Tegelijkertijd hebben veel STEV scholen een hoge schoolweging waardoor we relatief kleine klassen formeren. Dit betalen we voor een deel uit de onderwijsachterstand middelen.

Daar waar het niet in de pas loopt, moeten we een deel van de personele baten inzetten voor de bekostiging van de huisvesting. Overigens zijn we hierover met schoolleiders in gesprek en daar waar het kan gaan we ook contracten aan met kinderopvangpartijen of zoeken we andere verhuurmogelijkheden.

Samenwerkingsverbanden Bij alle drie de bij STEV betrokken samenwerkingsverbanden zijn beleidsontwikkelingen gaande die effect hebben op de besteedbare middelen. Daarnaast krijgen ook de samenwerkingsverbanden te maken met de vereenvoudiging van de bekostiging. De financiële regeling die hierbij past wordt, zo meldt het ministerie, pas medio december 2023 gepubliceerd. Dat maakt dat de begrotingen van alle drie de SWV-en onzeker zijn. Als gevolg daarvan begroten we deze middelen conservatiever dan in de voorafgaande jaren. Het SWV Rijn en Gelderse Vallei heeft financiële uitdagingen, waardoor arrangementen en doorverwijzingen (voor een deel) door STEV betaald dienen te worden. Daarnaast is het steunpunt Barneveld/Scherpenzeel ook bezig met een ontwikkelagenda die voor een deel vanuit de eigen SWV middelen bekostigd moet worden. Naast versobering van de schoolarrangementen vraagt SWV de Eem ook een financiële bijdrage voor bepaalde beleidsontwikkelingen (bijvoorbeeld HB). Ook het bedrag per leerling staat onder druk. Bij SWV Zeeluwe is voor de regio Nijkerk/Hoevelaken een externe ondersteuner bezig om met de gezamenlijke besturen tot een ontwikkelagenda te komen. Daarnaast wordt een beleidswijziging voorbereid dat mogelijk op termijn financiële consequenties kan hebben.

STEV begroting 2024 v 1.0 12

Uitgangspunten Meerjarenbegroting 2024 – 2028 Algemene uitgangspunten Hieronder staat een aantal uitgangspunten bij de begroting beschreven. Het is opgedeeld in 1. algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden 2. uitgangspunten voor de schoolbegroting 3. de uitgangspunten voor de gezamenlijke begroting Ad 1 algemene uitgangspunten die voor de hele begroting gelden Bij STEV hanteren we een aantal algemene uitgangspunten. Deze staan hieronder vermeld. 1. We begroten weloverwogen en realistisch. Baten begroten we reëel en lasten als ze bekend zijn. a. Bij de baten maken we gebruik van de laatst bekende bekostigingsgegevens en bekende inkomsten van het samenwerkingsverband. b. Bij de berekening van de loonkosten maken we gebruik van de laatst bekende CAO, rekening houdend met de CAO regelingen, de bekende personele ontwikkelingen en de laatst bekende werkgevers en werknemerspremies. 2. De schoolleider is integraal verantwoordelijk voor het schoolbudget. 3. De begroting is na vaststelling taakstellend. 4. De middelen worden toegerekend aan de scholen. 5. De scholen delen naar rato van de omvang en vanuit solidariteit in de gezamenlijke kosten. 6. We kijken kritisch naar wat efficiënter gezamenlijk kan of wat op schoolniveau passender is. 7. STEV heeft op stichtingsniveau een reserve voor het afdekken van risico’s.

De huidige reserve is ruim voldoende om alle risico’s af te dekken en we de continuïteit kunnen waarborgen (zie ook bijlage 1). 8. De bestuurder is verantwoordelijk voor het gezamenlijke budget en de STEV begroting.

Ad 2 Uitgangspunten schoolbudget Voor de begroting op schoolniveau hanteren we de volgende uitgangspunten: 1. In beginsel komen alle baten toe aan de scholen, zoals de rijksbijdrage, etc. 2. Bij de twee brinnummers (10SO en 19JO) die ieder twee scholen hebben worden de locaties bekostigd als ware het zelfstandige bekostigde scholen. De middelen komen vanuit het gezamenlijk op basis van solidariteit gevormde budget. 3. De schoolleider is verantwoordelijk voor de schoolbegroting. 4. Het onderhoud voor gebouw verloopt via Anculus en de begrote bedragen worden vanuit het onderhoudsplan begroot. 5. Er is een mogelijkheid om een frictieverzoek te doen. CvB besluit over dit verzoek. De middelen komen vanuit het gezamenlijk op basis van solidariteit gevormde budget. STEV begroting 2024 v 1.0 13

Ad 3 Uitgangspunten gezamenlijke begroting Vanuit efficiëntie en verhoging van de effectiviteit bekostigen we de volgende activiteiten gezamenlijk: • Bestuur • Kwaliteit • Personeelszaken en professionalisering • Financiële administratie • Huisvesting en ICT • AVG De gezamenlijke begroting bestaat onder andere uit de volgende kosten: • Gezamenlijke lasten voor scholing/professionalisering; • Verwachte fricties op school (zoals inhuur interimmers, calamiteiten, overige formatie-verzoeken); • Middelen voor uitvoering strategisch beleid; • Middelen voor onderhoud gebouwen; • Middelen voor terugdringen personeelstekort zoals het financieren van zij-instroom en additionele opleidingskosten; • Middelen voor de bedrijfsvoering; • Ziekteverzuim en samenhangende kosten zoals ARBO en vervanging. We zorgen gezamenlijk voor een laag ziekteverzuim en we delen het risico van langdurige zieken.

Landelijke ontwikkelingen CAO ontwikkelingen en ontwikkeling Rijksbijdrage In 2023 is er in september een nieuwe CAO getekend waarin 10% loonsverhoging is toegekend vanaf 1 juli 2023. In de CAO is een voorschot genomen op de verhoging van de rijksbijdrage in 2024. De PO raad heeft berekend dat de voorlopige rijksbijdrage voor 2024 moet worden geïndexeerd met 3,95% om de CAO te kunnen dekken. In de begroting is deze verhoging van de rijksbijdrage opgenomen. In de rijksbijdrage is de indexering voor de materiele lasten voor 2024 minus 0,15%. Nadat in 2023 er een verhoging van 11,4% was is er nu een kleine correctie naar beneden toe. Prijsstijgingen In de kosten hebben we op een aantal posten kritisch gekeken naar de indexering. Zo is de verwachting dat door een loonkostenstijging in de schoonmaakbranche, de tarieven aanzienlijk omhoog zullen gaan. We zijn nog in onderhandeling met ons huidige schoonmaakbedrijf over de exacte verhoging. In de begroting 2024 e.v. gaan we er vanuit dat de energieprijzen stijgen. We kopen, voor de meeste STEV scholen, collectief energie in bij ‘Energie voor scholen’. Er is een indicatie afgegeven van een stijging van de gasprijs van 8 a 10% en elektra van 30 tot 35%. Op basis van deze gegevens en het verbruik van de voorgaande jaren is er een berekening per school gemaakt, deze is opgevoerd in de begroting. STEV begroting 2024 v 1.0 14

Interne allocatie In de vereenvoudigde bekostiging is er een bedrag voor zowel het materiele als de personele rijksbijdrage opgenomen. Bij STEV werken we vanuit solidariteit en efficiëntie met gezamenlijke uitgaven. Dat betreft ook effecten zoals de gevolgen van de inflatie. Op basis van de begroting van de gezamenlijke uitgaven, is een bijdrage per school bepaald. De basis daarvoor is de basisbekostiging, kleine scholentoeslag, NOAT (Nederlands Onderwijs Aan Anderstalige), OAB (Onderwijs AchterstandsBeleid) en het budget voor professionalisering en begeleiding van starters en schoolleiders. We houden het afdracht percentage op 19%. WW uitkeringen Per 1 augustus 2022 is er een nieuw reglement voor het Participatiefonds ingegaan. De basis is dat er nu 50% van de WW uitkering moet worden betaald. Deze kosten belasten we door naar de school waar de medewerker het laatst werkzaam was. Tevens zullen we deze kosten meenemen in het formatieplan van die school. Op dit moment zien we vanwege het personeelstekort geen grote risico’s. In het bestuursformatieplan kijken we of we dit toch niet gezamenlijk moeten gaan dragen gezien de eventuele consequenties. Transitiekosten De kosten horend bij de transitie vergoedingen worden ook toegerekend naar de school waar de werknemer voor het laatst werkzaam was. Ziektevervanging STEV is eigen risicodrager voor ziektevervanging.

We hanteren een opslag van 6,1% van de loonkosten om de kosten van vervanging voor ziekte en verlof te dekken. Dit is ongeveer een bedrag van € 500.000 voor ziektevervanging en vervanging compensatieverlof. BAPO kosten en kosten ouderschapsverlof We vereffenen BAPO kosten en ouderschapsverlof. Dat betekent dat we de scholen compenseren voor de kosten van ouderschapsverlof en BAPO verlof. We betalen dit uit een opslag op de loonkosten van 0,5%. De opbrengsten voor ouderschapsverlof wordt met de kosten verrekend.

STEV begroting 2024 v 1.0 15

Meerjarenbegroting 2024 – 2028 exploitatieoverzicht inclusief toelichting Algemene toelichting kalenderjaarbegroting 2024-2028 Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Grootboekrekening

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

3.1 Rijksbijdragen 3.2 Overige overheidsbijdragen

16.979.151

16.217.736

18.310.855

17.514.910

17.188.088

17.352.254

17.478.613

400.992

405.414

405.163

341.905

331.268

337.538

350.579

285.615

210.224

101.909

100.172

100.172

99.302

84.302

3.5 Overige baten 3 Baten 4.1 Personeelslasten

17.665.758 16.833.374 18.817.927 17.956.987 17.619.528 17.789.094 17.913.494 14.213.158

4.2 Afschrijvingen

13.902.045

16.491.303

15.382.434

14.820.657

14.970.420

15.099.350

284.309

322.900

334.676

356.004

367.481

372.841

373.200

4.3 Huisvestingslasten

1.455.379

1.226.377

1.359.971

1.337.919

1.347.927

1.321.324

1.308.616

4.4 Overige lasten

1.249.019

945.893

1.177.954

1.136.618

1.094.120

1.089.572

1.094.940

4 Lasten

17.201.865 16.397.216 19.363.903 18.212.975 17.630.185 17.754.158 17.876.106

6.1 Financiële baten

668

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

6.2 Financiële lasten 6 Financiële baten en lasten

19.455

9.000

0

0

0

0

0

-18.787

-9.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

1 Resultaat

445.106

427.158

-520.977

-230.988

14.343

59.936

62.388

Resultaat NPO

736.107

407.532

-524.508

-239.606

Resultaat zonder NPO

-291.001

19.626

3.531

8.618

14.343

59.936

62.388

De begroting voor 2024 komt uit op negatief resultaat van € 520.977. Dit wordt voor een totaal bedrag van € 524.508 verklaard uit het onttrekken van nog niet bestede NPOmiddelen uit 2022 en 2021, opgenomen in de bestemmingsreserve-NPO. Als we daarvoor corrigeren dan zien we een klein positief resultaat van € 3.531. (Rijks)bijdragen OC&W De Rijksbaten zijn ten opzichte van de begroting 2023 fors toegenomen. Dit wordt veroorzaakt door een stijging van het aantal leerlingen tussen 1 februari 2022 en 2023. Dit aantal is gestegen met 130 leerlingen. Daarnaast is er een indexering van de rijksbijdragen van 5%. Tegelijkertijd zien we een verlaging (€ 1.1 miljoen) doordat er nu geen NPO middelen zijn ontvangen. In 2025 daalt de Rijksbijdrage dan licht door daling van leerlingen aantallen en het wegvallen van de arbeidsmarkttoelage. Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Grootboekrekening

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

3.1.1 Rijksbijdrage OCW/LNV

15.636.104

15.636.472

16.777.636

16.321.189

16.186.757

16.356.263

16.484.492

3.1.2 Overige subsidies OCW

875.567

222.454

1.183.514

869.761

679.871

677.371

674.871

3.1.3 Ontvangen middelen SWV

467.479

358.810

349.705

323.960

321.460

318.620

319.250

3.1 Rijksbijdragen

16.979.151 16.217.736 18.310.855 17.514.910 17.188.088 17.352.254 17.478.613

STEV begroting 2024 v 1.0 16

De overige subsidies zijn gestegen. We hebben we een bedrag opgenomen van € 608.000 voor de bijzondere bekostiging van asielzoekers en vreemdelingen, die grotendeels naar de taalklassen toestromen. We verwachten dat we structureel meer instroom van deze kinderen zullen hebben in de komende jaren, vanwege de 4 taalklassen die we hebben. Tot slot is een bedrag opgenomen voor de subsidie basisvaardigheden. (2024: € 405.000 ; 2025 € 190.000). Dit is een slechts een deel van het totale bedrag van € 1.224.000. Op dit moment worden de plannen van aanpak gemaakt, waarin ook de financiële verantwoording een plek krijgt. Binnen de begroting zijn de geboekte opbrengsten even groot als de begrote uitgaven, daarmee is het resultaat op het projecten nihil. De ‘Doorbetalingen Rijksbijdrage’ betreffen de subsidies vanuit de verschillende samenwerkingsverbanden (Rijn & Gelderse Vallei, De Eem en Zeeluwe). De baten vanuit de samenwerkingsverbanden zijn lager dan begroot 2023, omdat we nu de verwijzingen naar SO en SBO die we aan SWV Rijn en Gelderse Vallei moeten betalen verminderen bij de inkomsten. De inkomsten van de arrangementen hebben we terughoudend begroot.

Overige overheidsbijdragen

Grootboekrekening 3.2.2 Overige overheidsbijdragen 3.2 Overige overheidsbijdragen

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

400.992

405.414

405.163

341.905

331.268

337.538

350.579

400.992

405.414

405.163

341.905

331.268

337.538

350.579

De gemeentelijke bijdragen bestaan uit subsidies van diverse gemeenten. Het gaat dan vooral om begeleiding/passend onderwijs, taalklassen en loonkostensubsidie OOP. Gemeentelijke ontwikkelingen hebben invloed op de inkomsten. We starten nu in 4 gemeentes een taalklas, waarbij de inkomsten in die taalklas vooral bestaat uit de bijzondere bekostiging nieuwkomer. Ook de inkomsten van de leerlingen die op 1 februari waren ingeschreven bij de taalklassen zal voor een gedeelte worden toegerekend aan de opbrengsten van de taalklassen. De bijdrage van de gemeente zal dan lager worden. Waarbij wel moet worden aangemerkt dat de garantiestelling van de gemeente wel de kosten van de taalklassen moet dekken, als er minder of geen opbrengsten zijn uit de bijzondere bekostiging. Overige baten Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Grootboekrekening

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

3.5.1 Verhuur

59.245

78.300

95.870

95.870

95.870

95.870

80.870

3.5.2 Detachering personeel 3.5.10 Overige (overige) baten

20.826

28.492

205.544

103.432

6.039

4.302

4.302

3.432

3.432

3.5 Overige baten

285.615

210.224

101.909

100.172

100.172

99.302

84.302

STEV begroting 2024 v 1.0 17

Onder de overige baten vallen onder andere de verhuurbaten en opbrengsten van gedetacheerde medewerkers. De verhuur inkomsten zijn verhoogd door een nieuw contract met de kinderopvang bij de Regenboog. De overige baten zijn ingeschat op basis van de realisaties uit het verleden en huidig inzicht. In 2023 waren de overige baten € 100.000 hoger vanwege de middelen die we hebben ontvangen vanwege de leerlingen die van de Waterinkschool zijn overgestapt naar de Egelantier.

Personele lasten Hieronder staan de begrote personele lasten voor 2024.

Grootboekrekening 4.1.1 Lonen en salarissen 4.1.2 Overige personele lasten 4.1.3 Af: uitkeringen 4.1 Personeelslasten

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

12.649.601

12.964.110

15.007.867

14.465.384

13.964.392

14.116.141

14.247.257

1.699.632

1.012.935

1.583.436

1.017.050

956.265

954.279

952.093

-136.074

-75.000

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

-100.000

14.213.158 13.902.045 16.491.303 15.382.434 14.820.657 14.970.420 15.099.350

Het verloop van de personele lasten worden hieronder nader toegelicht. Lonen en salarissen De brutosalarissen, sociale lasten en pensioenlasten zijn begroot op basis van de nu geldende formatie, geaccordeerde toekomstmutaties en gebaseerd op de meest actuele CAO en vastgestelde premies. De salarislasten omvatten alle betalingen en verplichtingen in het jaar ten behoeve van het personeel in loondienst. In het baten/lasten stelsel worden niet alleen de daadwerkelijke uitgaven, die gedurende het boekjaar worden gedaan, opgenomen, maar ook alle nabetalingen, vakantiegelden, eindejaarsuitkeringen en (nog) te betalen sociale lasten, voor zover deze zijn toe te rekenen aan het boekjaar. We hebben in de begroting voor een bedrag van € 155.000 (2023: € 112.000) ruimte opgenomen, om zij-instromers aan te nemen en verder te begeleiden. Eerst voor een half jaar als onderwijsondersteuners. En dan na de zomer stromen ze dan in, in de formatieve ruimte van de scholen, waarbij ze nog een gedeelte van de aanstelling nog bovenschools wordt bekostigd. Daarnaast hebben we voor 2024 € 250.000 gereserveerd voor frictiemiddelen. De stijging van de salarislasten in 2024 ten opzichte van 2023 komt door de indexering van de salarissen en meer fte’s. De stijging komt door de toename van het aantal fte’s in de taalklassen. Die stijgt van 8,37 fte begroot in 2023 naar 15,77 fte begroot in 2024.

En in de jaren daarna zakt die weer met 1 fte. Voor NPO en basisvaardigheden samen is in 2024 9,08 fte begroot (2023: 9,08 fte) en in 2024 4,02 fte en in 2025 is nihil begroot. STEV begroting 2024 v 1.0 18

FTE

FTE

FTE

FTE

FTE

FTE

FTE

Werkelijk

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Dir

12,73

13,67

13,57

12,8

12,61

12,61

12,61

OP

107,76

100,4

106,28

103,92

100,01

100,14

100,55

OOP

35,64

42,49

44,97

39,89

35,71

35,22

35,32

Totaal

156,13

156,56

164,82

156,61

148,33

147,97

148,48

Overige personele lasten Onder overige personele lasten zijn de niet rechtstreeks uit het salarissysteem betaalde lasten ondergebracht, zoals de lasten van inhuur derden voor o.a. huisvesting, cursuskosten (nascholing), teamontwikkeling, bedrijfsgezondheidszorg/Arbo en lasten voor outplacement. De overige personele lasten zijn verhoogd. Voor deskundigheidsbevordering is zoals eerder benoemd een bedrag opgenomen van € 250.000 (2023:€ 225.000). De kosten voor inhuur zijn verhoogd tot € 1.027.000, omdat we een aantal vacatures niet hebben kunnen invullen met vast personeel en deze vacatures nu via uitzendbureaus invullen. Hiervan is € 708.000 op de reguliere bekostiging en € 319.000 voor projecten waaronder taalklassen. Uitkeringen Onder ´uitkeringen´ vallen de WAZO uitkeringen van het UWV. Deze zijn, mede op basis van de realisatie 2022, voor 2024 verhoogd ten opzichte van 2023.

Afschrijvingen De hoogte van de afschrijvingen wordt bepaald door te kijken naar de gerealiseerde investeringen t/m 2023 en geplande investeringen 2024. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen en grondslagen gehanteerd uit de jaarrekening. Inventaris, leermiddelen en andere bedrijfsmiddelen die langer dan een jaar gebruikt worden, worden tegen de aanschafwaarde op de balans geactiveerd. Hierbij is wel de ondergrens van een bedrag van € 1.500 per investering. De volgende investeringsbedragen per categorie zijn gepland voor 2024 en verder:

Categorie

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

Aanschaf waarde

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Gebouwen en terreinen

4.500

70.000

15.000

Leermiddelen

18.711

29.000

20.000

33.500

19.000

17.500

ICT

149.079

198.874

245.075

231.457

236.231

194.270

Meubilair

24.398

66.000

50.000

27.500

12.500

17.500

Inventaris en apparatuur Alle

15.000

20.818

28.500

3.500

3.500

5.500

4.500

217.506

392.374

333.575

295.957

273.231

248.770

Onder de post gebouwen vallen ook de aanpassingen aan het schoolplein of interne verbouwingen die scholen willen. Het betreft dus niet de post groot onderhoud (dat valt onder het MJOP). Aanpassingen aan het schoolplein en speeltoestellen vallen wel onder deze post. De investeringen in meubilair en OLP betreffen met name vervangingen. STEV begroting 2024 v 1.0 19

De ICT-investeringen zijn komend jaar hoger dan in 2023. Doordat de bovenschoolse ICT-er jaarlijks gesprekken voert met de schoolleider, hebben we goed zicht op wat er wenselijk is aan ICT investeringen. Zo zien we een stijging van de ICT investeringen. In de komende jaren zullen we kritischer kijken naar de betaalbaarheid van die wensen. Doordat we de ICTmiddelen collectief aanbesteden, kunnen we een goede prijs bedingen. Dit levert de volgende afschrijvingen op.

Categorie Gebouwen en terreinen

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

Afschrijvings kosten

2023

2024

2025

2026

2027

2028

19.307

25.178

26.734

26.984

26.984

28.234

Leermiddelen

46.692

44.299

41.612

36.693

31.458

25.974

ICT

149.388

171.281

193.482

205.408

218.219

226.804

Meubilair

68.505

76.870

76.241

80.179

79.682

77.850

Inventaris en apparatuur

14.648

17.047

17.935

18.217

16.498

14.340

298.539

334.676

356.004

367.481

372.841

373.200

Alle

Huisvestingslasten De huisvestingslasten bestaan uit onder andere de lasten van schoonmaak, energie, onderhoud en huur. Hieronder volgt voor een aantal posten een nadere toelichting. Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Grootboekrekening

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

4.3.1 Huur

97.317

94.033

98.800

103.800

103.800

103.800

103.800

4.3.2 Verzekeringen

10.895

12.500

14.000

14.000

14.000

14.000

14.000

4.3.3 Onderhoud

298.757

167.022

197.709

182.287

197.245

173.592

171.284

4.3.4 Energie en water

177.555

184.500

248.620

236.990

232.040

229.090

229.090

4.3.5 Schoonmaakkosten

317.699

329.200

412.220

412.220

412.220

412.220

401.820

4.3.6 Heffingen 4.3.7 Dotatie voorziening onderhoud 4.3.8 Overige huisvestingslasten

26.931

32.022

31.522

31.522

31.522

31.522

31.522

505.097

400.000

350.000

350.000

350.000

350.000

350.000

21.127

7.100

7.100

7.100

7.100

7.100

7.100

4.3 Huisvestingslasten

1.455.379 1.226.377 1.359.971 1.337.919 1.347.927 1.321.324 1.308.616

Totaal De totale kosten zijn hoger vanwege de stijging van de onderhoudslasten en verhoging van de energielasten en schoonmaaklasten. Huren Deze zijn gebaseerd op de bestaande huurcontracten. De lasten voor 2024 zijn in lijn met 2023. Het betreft met name de huur van het stafkantoor, de huur van de Egelantier Soest en een aantal kleine huurbedragen voor lokalen, opslagruimte. Groot onderhoud Op basis van een meerjaren-onderhoudsplan wordt de meerjaren-voorziening groot onderhoud opgesteld. Binnen deze voorziening vindt, ter egalisatie van de jaarlijks fluctuerende uitgaven, een dotatie per jaar plaats. De werkelijke uitgaven aan onderhoud op STEV begroting 2024 v 1.0 20

basis van dit plan worden niet opgenomen in een exploitatiebegroting, maar worden rechtstreeks ten laste gebracht van de voorziening. Per 1 januari 2023 zijn we als STEV overgestapt naar de componentenmethode voor de vaststelling van de voorziening ‘groot onderhoud’. Naast de eenmalige toename van de voorziening betekent dit een lagere dotatie op jaarbasis. Daar waar we voorheen € 400.000 in de begroting hadden opgenomen, is dit op basis van de nieuwe methode gedaald naar € 330.000. Daarnaast is er in de exploitatie in 2024 een bedrag van € 21.000 opgenomen voor uitgaven van groot onderhoud die per uitgave kleiner is dan € 2000. De systematiek voor vaststellen van de dotatie is nog wel afhankelijk van de prijsstijgingen die jaarlijks worden opgenomen in de MJOP’s, die moeten nog verrekend worden. Dat kan de dotatie nog beïnvloeden. Zekerheidshalve is er daarom een dotatie van € 350.000 opgenomen in de begroting. Hieronder een voorlopig overzicht van verloop van de voorziening. Waarbij op 1 januari 2023 een bedrag is gedoteerd om uiteindelijk te komen tot een voorziening die voldoet aan de componentenmethode. Realisatie

Realisatie

Prognose

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Groot onderhoud

2022

1-jan-23

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Stand per 31-12

781.954 1.216.508 3.600.648 3.877.754 4.069.397 3.745.610 3.751.282 3.554.653

Dotatie -/- uitgaven groot onderhoud

505.097

Stand per 31-12

2.384.140

70.543

350.000

350.000

350.000

350.000

350.000

350.000

72.894

158.357

673.786

344.329

546.629

431.516

1.216.508 3.600.648 3.877.754 4.069.397 3.745.610 3.751.282 3.554.653 3.473.137

Schoonmaakkosten, energie en water De schoonmaakkosten hebben we verhoogd, we gaan er vanuit dat de kosten 10% zullen stijgen. Voor wat betreft de energie kosten gaan we uit van een stijging van 8% voor het gas en 30% voor elektra. We hebben de nieuwe tarieven en het gemiddelde gebruik van de afgelopen jaren opnieuw berekend en in de begroting opgevoerd. Daar waar we afhankelijk zijn van andere partijen is de inschatting lastig te maken. Ook de opbrengsten van de zonnepanelen wordt nog steeds niet goed verrekend, doordat er geen goede afspraken zijn gemaakt bij het installeren van de panelen.

Overige instellingslasten Onder deze lasten vallen verschillende grootboekrekeningen die hieronder kort worden toegelicht. Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Grootboekrekening 4.4.1 Administratie- en beheerslasten 4.4.2 Inventaris en apparatuur

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

429.768

282.113

319.324

322.520

300.970

298.863

304.135

88.487

69.700

70.250

69.100

67.750

67.750

67.750

4.4.3 Leer- en hulpmiddelen

554.970

500.535

668.505

626.405

605.905

606.405

607.405

STEV begroting 2024 v 1.0 21

4.4.5 Overige (overige) lasten 4.4 Overige lasten

175.794 1.249.019

93.545

119.875

118.593

119.495

116.554

115.650

945.893 1.177.954 1.136.618 1.094.120 1.089.572 1.094.940

Administratie- en beheerslasten De lasten in deze rubriek lopen op. De werkelijke kosten geven aanleiding tot deze lichte verhoging. De uitgaven voor 2022 zijn hoog, de reden hiervan is dat er toen veel deskundigenadvies op de NPO middelen is ingehuurd. Inventaris, apparatuur en leermiddelen Het betreft posten die voornamelijk door de scholen zelf worden begroot. Het blijkt elk jaar weer dat het beschikbare materiële budget voor de scholen krap is. Een ontwikkeling die zich verder doorzet is een verschuiving van uitgaven aan onderwijs-leerpakketten naar licenties en kosten software. Tevens hebben we de afschrijvingsgrens voor de investeringen opgetrokken naar € 1.500. Overige instellingslasten Hieronder vallen diverse lasten, waaronder ook de inzet op arrangementen. Die zijn voor 2024 wel iets ruimer begroot dan in 2023 op basis van de toekenningen voor dit schooljaar.

Meerjarenbegroting 2024-2028 balans inclusief toelichting Meerjaren-balans Vanuit de jaarrekening 2022 en met de begroting 2023 en deze meerjarenbegroting komen we tot het onderstaande verloop van de balans. Ingevoegd is 1 januari omdat er op dat moment vanuit het eigen vermogen, een extra dotatie is gedaan in de voorziening groot onderhoud.

STEV begroting 2024 v 1.0 22

Omschrijving 1 Activa 1.2 Materiële vaste activa Vaste Activa 1.5 Vorderingen 1.7 Liquide middelen Vlottende Activa

Realisatie

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

1-jan-23

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.550.734

1.550.734

1.527.784

1.585.482

1.563.054

1.491.530

1.391.919

1.267.489

1.550.734 1.550.734 1.527.784 1.585.482 1.563.054 1.491.530 1.391.919 1.267.489 435.378

435.378

435.378

435.380

435.380

435.380

435.380

435.380

5.755.661

5.755.661

6.085.342

5.708.308

5.185.961

5.287.499

5.260.417

5.375.719

6.191.039 6.191.039 6.520.720 6.143.688 5.621.341 5.722.879 5.695.797 5.811.099

Totaal Activa

7.741.773 7.741.773 8.048.504 7.729.170 7.184.395 7.214.409 7.087.716 7.078.588

2 Passiva 2.1 Eigen Vermogen

4.041.799

1.657.659

1.677.283

1.156.307

925.318

939.661

999.597

1.061.985

1.662.238

4.046.378

4.333.484

4.535.127

4.221.340

4.237.012

4.050.383

3.978.867

2.2 Voorzieningen Eigen Vermogen 2.4 Kortlopende schulden

5.704.037 5.704.037 6.010.767 5.691.434 5.146.659 5.176.673 5.049.980 5.040.852

Vreemd Vermogen

2.037.736 2.037.736 2.037.736 2.037.736 2.037.736 2.037.736 2.037.736 2.037.736

Totaal Passiva

2.037.736

2.037.736

2.037.736

2.037.736

2.037.736

2.037.736

2.037.736

2.037.736

7.741.773 7.741.773 8.048.503 7.729.170 7.184.395 7.214.409 7.087.716 7.078.588

Door die omzetting van het eigen vermogen, zien we het eigen vermogen dalen. In de risicoinventarisatie is vastgesteld dat het vermogen voor het afdekken van de risico’s € 1,15 miljoen moet zijn. Ultimo 2024 zal dit nog het geval zijn. In de jaren daarna zitten we er net onder. Op dit moment vraagt dit geen extra actie omdat in de afgelopen jaren is gebleken dat we meestal iets positiever uitkomen dan begroot. Die middelen kunnen we dan toevoegen aan de algemene reserve waardoor we uiteindelijk toch rond het gewenste vermogen uitkomen. Het verloop van de activa laat een redelijk stabiel beeld zien, behalve in de laatste jaren; hier laten de investeringen een daling zien. Vooral voor leermiddelen en meubilair blijkt het lastig om een prognose over 5 jaar te maken. Bij ICT lukt dit wel doordat de afschrijvingstermijn een 5 jarige cyclus betreft.

Investeringen (incl. desinv.) Materiele vaste activa per 01-01 Investeringen (incl. desinv.) -/- Afschrijvingen Stand per 31-12

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

1.597.485

1.550.734

1.527.784

1.585.482

1.563.054

1.491.530

1.391.919

41.305

276.551

392.374

333.575

295.957

273.231

248.770

88.056

299.501

334.676

356.004

367.481

372.841

373.200

1.550.734

1.527.784

1.585.482

1.563.054

1.491.530

1.391.919

1.267.489

Het verloop van de onderhoudsvoorziening is hierboven al toegelicht. De liquide middelen worden beïnvloed door de geprognosticeerde resultaten, gecorrigeerd voor afschrijvingen en dotaties aan de voorzieningen, de geplande investeringsuitgaven en de uitgaven vanuit het meerjaren-onderhoudsplan.

STEV begroting 2024 v 1.0 23

Meerjaren-kasstroomoverzicht Op basis van de meerjaren-balans, het meerjaren-onderhoudsplan en het meerjareninvesteringsplan kan een specificatie worden gemaakt van de doorwerking van de primaire stromen (resultaat, investeringen in activa en onttrekkingen uit voorzieningen) op de beschikbare liquide middelen. Onderstaand is de meerjaren-kasstroom weergegeven volgens de indirecte methode. Dit is dezelfde methode die in de jaarrekening wordt gehanteerd. In deze prognose gaan we ervanuit dat er geen veranderingen zijn in de kortlopende schulden en vorderingen. Deze veranderingen kunnen we in het geheel niet prognosticeren. Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

463.893

28.626

-545.977

-255.988

-10.657

34.936

37.388

- Afschrijvingen

284.309

299.501

334.676

356.004

367.481

372.841

373.200

- Mut. Voorzieningen Veranderingen in vlottende middelen:

718.647

287.106

201.643

-313.786

15.671

-186.629

-71.516

- Vorderingen

498.493

- Kortlopende schulden

497.285 615.233

-9.658

-213.771

372.495

221.148

339.072

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Omschrijving Saldo baten en lasten (excl. rente) Aanpassingen voor:

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

Ontvangen interest Betaalde interest Kasstroom uit operationele activiteiten

2.462.627

668 -19.455

-9.000

-18.787

-9.000

25.000

25.000

25.000

25.000

25.000

Invest. in materiële vaste activa Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten

-237.557

-276.551

-392.374

-333.575

-295.957

-273.231

-248.770

-237.557

-276.551

-392.374

-333.575

-295.957

-273.231

-248.770

Mutatie liquide middelen

2.206.283

329.682

-377.032

-522.346

101.538

-27.083

115.302

Beginstand liquide middelen

3.549.376 5.755.659 6.085.342 5.708.308 5.185.961 5.287.499 5.260.417

Mutatie liquide middelen

2.206.283

Eindstand liquide middelen

5.755.659 6.085.342 5.708.308 5.185.961 5.287.499 5.260.417 5.375.719

329.682

-377.034

-522.346

101.538

-27.083

115.302

De ontwikkeling van de liquiditeit is ruim voldoende. Gezien de ontwikkeling van de rente kan het in 2024 weer aantrekkelijk worden om middelen in deposito’s te stoppen.

STEV begroting 2024 v 1.0 24

Meerjaren-kengetallen Een deugdelijke financiële planning en control is van belang om op een juiste wijze financiële verantwoording af te leggen. Begrotingen zetten we in als sturingsinstrument voor de beheersing van activiteiten. Reserves en voorzieningen worden bewust gevormd en onderbouwd met meerjarenplannen, afwijkingen worden geanalyseerd met als doel te bepalen of er aanvullende acties nodig zijn. De Inspectie van het Onderwijs hanteert een set aan kengetallen bij de beoordeling van de financiële positie van een onderwijsinstelling. Op grond van een analyse van de financiële gegevens uit de jaarrekening, de continuïteitsparagraaf uit het jaarverslag of eventuelesignalen, bepaalt de inspectie of de positie van de instelling nader moet worden onderzocht. Bij de analyse gebruikt de inspectie ter detectie van de risico’s een set kengetallen. Deze kengetallen zijn nadrukkelijk geen normen waaraan schoolbesturen moeten voldoen. De door de inspectie gehanteerde normen staan in de tabel hierna vermeld. In onderstaand overzicht staan de financiële kengetallen van STEV vanaf 2022 tot en met 2028 weergegeven. Deze zijn gebaseerd op de meerjarenbegroting en de meerjaren-balans. Signaleringsgrens Inspectie

Realisatie

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Begroting

Omschrijving

2022

2023

2024

2025

2026

2027

2028

Solvabiliteit 2

73,7%

74,7%

73,6%

71,6%

71,8%

71,2%

71,2%

min. 30%

Liquiditeit

3,04

3,20

3,01

2,76

2,81

2,80

2,85

Rentabiliteit

4,2%

0,0%

-2,8%

-1,3%

0,0%

0,0%

0,0%

> 0,75 > 0% (3 jarig)

Weerstandsvermogen

22,9%

10,0%

6,1%

5,2%

5,3%

5,6%

5,9%

min 5%

Solvabiliteit 2 Bij de solvabiliteit 2 gaat het er om in hoeverre een bevoegd gezag op lange termijn, ook in tijden van tegenspoed, aan haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen eigen vermogen, inclusief voorzieningen en het totaal van de passiva. Absolute normen voor solvabiliteit zijn moeilijk te geven. Beoordeling van het eigen vermogen kan niet los worden gezien van de beoordeling van de hoogte van de voorzieningen. Wanneer deze niet toereikend zijn om de toekomstige verplichtingen te dekken, zal aanvulling vanuit het eigen vermogen moeten plaatsvinden. In geval van een gezonde financiële positie, is een ondergrens van 30% wenselijk, aldus de inspectie. De solvabiliteit 2 bevindt zich voor STEV meerjarig op een constant stevig niveau; boven de 70% en is daarmee ruimschoots voldoende. Liquiditeit Bij liquiditeit gaat het er om of het bevoegd gezag in staat is om op korte termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende schulden. Voor een goede liquiditeit zou volgens de inspectie deze minimaal 0,75 moeten zijn. Onze liquiditeit ligt meerjarig boven de inspectienorm en is bovengemiddeld goed. STEV begroting 2024 v 1.0 25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13771365/2