240130 BVR Groeidocument lowres singlepage
Tekst van het document
Grootste veranderingen
Ecologisch slootbeheer als standaard, versnelde aanpassing en extensivering van de landbouw met oog op terugdringen emissies en KRW-waterkwaliteit, meer ruimte voor beekdalnatuur, meer bos en herstel van kleinschalige landschapselementen, samen de ecologische verbinding vormend van heuvelrug-Veluwe (Vallei-lint) en Grebbelinie en Valleikanaal uitgebouwd als groenblauwe drager voor de recreatie.
Wat moet er gebeuren
Uitbouwen van lonend natuurinclusief beheer door de collectieven, uitrol van verdienmodel voor boer als medebeheerder van het landschap, herschikken van gronden via kavelruil, afstemming en commitment nodig van Foodvalley.
34
Bron: www.fietsen123.nl
Concept schets Gelderse Vallei in 2040
In 2040 is de Gelderse Vallei (Utrecht en Gelderland) het internationale voorbeeld voor duurzame landbouw. Op de vruchtbare gronden is de bodemkwaliteit met duurzame maatregelen verhoogd. De beschikbaarheid van zoetwater met uitstekende waterkwaliteit is een vestigingsvoorwaarde voor de landbouw. In de Vallei van 2040 is de landbouw steeds natuurinclusiever en extensiever (samen met Foodvalley telt het Valleigebied in 2040 25% biologische landbouw conform de Europese standaard). De veehouderij (melk-, vlees-, pluim-) is aangepast met robuuste ondersteuning van de overheid. Elke ondernemer heeft daarin de beschikking over een mix van eigen opties zoals technische innovaties, meer areaal of diversificatie en alternatieve teelten.
de erven zoals batterijen en compacte biogasinstallaties of elektrolysers voor waterstof om lokaal de energie te bufferen. Voor nieuwe woonwijken is warmtewinning uit het Valleikanaal (aquathermie) een belangrijke duurzame bron. Windturbines langs de A1 en A12 en bij bedrijventerreinen (vraag) zijn in 2040 noodzakelijk voor een goede energiebalans. In 2040 wordt daarnaast gebruik gemaakt van nieuwe technieken zoals nieuwe batterijtechniek. Behalve landbouw zijn in de Vallei de landgoederen dominant aanwezig. Boeren en landgoederen zijn georganiseerd in collectieven die het landschap beheren. Daar staat tegenover dat ze ook meer mogelijkheden hebben om te ondernemen en bijvoorbeeld te bouwen (rood voor rood) of horeca te exploiteren. Regels dienen door raden en staten hierop te worden aangepast.
De bedrijven in 2040 zijn in kwaliteit concurrerend op de wereldmarkt en worden beloond voor hun ‘bijproducten’, de groenblauwe diensten. Korte ketenlandbouw gericht op de honderdduizenden nieuwe inwoners in de provincie Utrecht levert de boeren hier extra inkomsten op. In het gebied is in 2040 het aandeel van andere landbouwvormen gegroeid zoals herenboeren, agroforestry, vezelteelten, insectenteelt etc.
Er is een verschil tussen hoge en lage delen van de Vallei. Hoge delen zijn landbouwgronden, maar de meest droogtegevoelige delen in akkerbouwpercelen zijn in 2040 omgezet naar grasland. Dat spaart water (er hoeft minder beregend te worden) en voorkomt uitspoeling van meststoffen. De lage delen in de Vallei zijn nattere slagenlandschappen van de veenontginningen en de beekdalen.
Op de daken van boerderijen wordt met zonnepanelen de energie opgewekt. Het energienetwerk is in 2040 hiervoor verzwaard. Nieuwe technieken hebben een plek op
35
vooral hun weg langs de Grebbelinie en het Valleikanaal. Natuur en recreatie vragen extra ruimte ten koste van een deel van de vrijkomende landbouwgrond van vrijwillige stoppers. De ruimte voor natuur en recreatie wordt toegedeeld via grondbank, vrijwillige kavelruil en ook door combinaties van agrarische gronden met recreatief medegebruik. De boer wordt ruimhartig en langjarig beloond voor deze diensten via speciale fondsen.
In 2040 is er meer natuur in de Gelderse Vallei. Een groot deel is in agrarisch natuurbeheer, het natuurnetwerk is vergroot langs de beekdalen en in een raamwerk van houtwallen en bosgebiedjes tussen Heuvelrug en Veluwe (het ‘Vallei-lint’, de ecologische verbinding tussen Heuvelrug en Veluwe). In beekdalen is ook ruimte voor waterberging en waterkwaliteit. Recreanten vinden
36
UITNODIGING
Denk met ons mee! WE HOREN GRAAG UW REACTIE OP DIT DOCUMENT. DAT KAN DOOR TE REAGEREN VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER. UW REACTIE VERWERKEN WIJ IN HET HANDELINGSPERSPECTIEF.
Principe doorsnede Geldese Vallei
37
Grootste veranderingen:
GELDERSE VALLEI
Ecologisch slootbeheer als standaard, versnelde aanpassing en extensivering van de landbouw met oog op terugdringen emissies en KRW, meer ruimte voor beekdalnatuur, meer bos en terugkeer van kleinschalige landschapselementen (ecologische verbinding heuvelrug-Veluwe Vallei-lint en Grebbelinie en Valleikanaal als groene drager voor de recreatie.
Afwisselend natuur-inclusief landbouwgebied, natuurrijke beekdalen, fijnmazige groenstructuur van bos en kruidig grasland
LANDSCHAPSTYPE
Kampenlandschap (ruggen en laagtes)
Slagenlandschap en heideontginningen
Beekdalen
RECREATIE
WONEN/WERKEN
Natuurinclusieve landbouw, meer diverse (high tech) regionale voedselteelten, korte keten, hoge (natuurlijke) bodemkwaliteit, ecologisch maai- en slootbeheer, goede verdeling huis- en veldkavels, extensieve delen, meer grasland op droogtegevoelige dekzandruggen
Recreatieve fiets- en wandelroutes langs bosrijke dekzandruggen, sommige VAB’s ingezet voor recreatie ontwikkeling ‘Groene Valleilint’ als aaneenschakeling van coulissenland-schap
Kleinschalige woningbouw in buurtschappen en nieuwe landgoederen, sommige VAB’s ingezet als woon en of werklocatie
Akker- en tuinbouw, weidegebied, afwisseling extensieve en meer intensieve landbouw, betere huiskavels, dooradering, evenwichtsbemestinghoge bodemkwaliteit, flexibel peilbeheer
doorsteken voor recreant via open veen ontginningen, Groene Valleilint
Extensieve natuurinclusieve landbouw, natuurlijke bodemkwaliteit met sponswerking
Fiets en wandelroutes langs delen beekstructuur, kruisingen (brug, stuw) als bijzondere plekken
Geen rode ontwikkeling
Aquathermie
Hoofdroute voor fietsen en wandelen tot Eem, recreatiepunten in het routenet met voorzieningen, erfgoedverhaal, groene poorten, Groene Valleilint
Wonen en werken aangepast op natte omstandig-heden
Zon op dak, Aquathermie Biogas Evt. Windmolens linie Valleikanaalzone in aansluiting op Scherpenzeel/ Renswoude.
Recreatiepunten in het routenet met voorzieningen
Voorbeeld: 'landgoedwonen'
Zon op dak
Valleikanaal Grebbeliniezone
Kernrandzones (Leusden, Woudenberg, Amersfoort, Nijkerk, Barneveld)
ENERGIE (MITIGATIE)
LANDBOUW
Voedselbos en vormen van tuinbouw
38
Zon op dak, wellicht kleine windmolens bij erven (25 m)?, evt. overwegen kleinschalige zonnevelden in coulissen bij het erf, Grootschalige opwek wind en zon bij hoofdnetwerk langs de A1 zone en A12 zone, Zon op geluiddschermen Biogasproductie
Biogas eventueel zonneveld in combinatie met moeras natuurontwikkeling
Handelen:
Uitbouwen van lonend natuurinclusief beheer door de collectieven, uitrol van verdienmodel voor boer als medebeheerder landschap, herschikken van gronden via kavelruil, afstemming en committment nodig van Foodvalley.
INFRA
UPLG NATUUR
UPLG WATER
UPLG KLIMAAT
Bos langs kampen, vochtig beek-begeleidend bos en natte kwelafhankelijke kruidenrijke (schraal) graslanden, houtwallen en slootkanten, robuuste ecologische structuur heuvelrug-Veluwe, randen en overgangen versterken
Levendige sloten, stuwencascade om water vast te houden, kringlooplandschap op levende bodem
Ruimte voor waterberging rond de beken, boszones langs beken om CO2 vast te leggen
Dooradering met natuurvriendelijke oevers en rijke slootkanten, houtwallen, diverse laanbeplanting en knotbomen, natte kruidenrijke kwelafhankelijke graslanden, groene valleilint
Hoger (flexibel) waterpeil, levendige sloten, kringlooplandschap op levende bodem
Piek waterberging nabij beken en Valleikanaal
Ruime doorgangen voor de beek
Brede natuurzones ter weerszijden) rond beken met vochtig beek-begeleidend bos en graslanden, habitat voor stroom-minnende diersoorten, groene valleilint
Natuurlijke bekenstructuur met KRW kwaliteit, aangepast beekprofiel (ondiep, meanderend, accoladeprofiel), robuust en natuurlijk oppervlaktewatersysteem van bron tot monding
Waterberging in beekdal, piekwater-berging bij samenloop van meerdere beken, CO2 opvang in beekbegeleidend bos
Stuwenbeheer
Natte natuur (grasland en vochtig bos) rondom Valleikanaal, houtwallen en beboste dwarskaden
KRW kwaliteit
Klimaatmantel met vasthouden van zoet water en gebieden voor waterberging
OV en fietsgebruik
Natuurinclusieve woonomgeving
Afkoppelen regenwater, infiltratie, geen vervuiling vanuit rode functies
klimaatbos
39
6. Financieringsmogelijkheden Een opgave als het handelingsperspectief buitengebied voor de regio Amersfoort vraagt om een lange adem, veel betrokken partijen en een grote zak met geld. Vanuit een financieel perspectief is dit geen eenvoudige business case om rond te rekenen. In dit hoofdstuk zijn verschillende bouwstenen benoemd die kunnen helpen bij het verkrijgen van financieringsmogelijkheden. Ook worden partijen of mogelijke subsidies genoemd waar je aan zou kunnen denken. Dit zijn allemaal opties om samen nader te verkennen. Tijdens de consultatieronde willen we verkennen welke voorstellen op draagvlak kunnen rekenen en welke niet.
Een andere vorm van een autonome ontwikkeling is het opnieuw planten van (andere) soorten bomen, indien er bomen gekapt, gesneuveld of dood zijn. Dit zit opgenomen in de herinvesteringsopgave van bijvoorbeeld Staatsbosbeheer. Als gefaseerd bomen worden vervangen, beperkt dit de investeringsopgave en kan dit gefinancierd worden uit jaarlijkse onderhoudsbudgetten. Gestuurde ontwikkelingen vanuit gerichte investeringen vraagt om aanvullende budgetten Gebiedsgerichte ingrepen vragen om investeringsbereidheid van partijen in het gebied en het inzichtelijk maken van partijen die profijt hebben van deze ingrepen. Hierbij worden business cases gemaakt (kosten en opbrengsten worden tegen elkaar afgezet) om inzichtelijk te maken wat het te investeren bedrag is en welke financiering (dekkingsbronnen) hiervoor beschikbaar zijn. Hierbij speelt ook een belangrijke rol welke partij is bereid en in staat om hiervoor geld ter beschikking te stellen.
De opgave wordt benaderd vanuit twee perspectieven: wat zou er sowieso al plaatsvinden in het gebied zonder een handelingsperspectief (de autonome ontwikkeling) en waar moeten gericht acties op worden ingezet (de gestuurde ontwikkeling). Beide ontwikkelingen worden kort toegelicht. Autonome ontwikkelingen vanuit bestaande budgetten/ natuurlijke (her) investeringsmomenten De autonome ontwikkeling gaat uit van het slim omgaan van natuurlijke momenten om te (her)investeren. Hierbij kan gedacht worden aan het vervangen van asbestdaken (een verplichting vanuit het rijk) of van daken die technisch verouderd zijn, door deze te vervangen door geïsoleerde daken met zonnepanelen (waarvoor subsidies beschikbaar zijn gesteld en waarbij een verdienmodel d.m.v. opwekking energie wordt gecreëerd). Door natuurlijke herinvesteringsmomenten te creëren, in plaats van gestuurde ingrepen worden partijen niet geconfronteerd met onverwachte uitgaven, maar kan dit gefaseerd worden meegenomen.
40
VOORBEELDEN
Boeren polder Oosterwolde zelf aan stuur voor meer perspectief Een groep van achttien boeren in de polder Oosterwolde wil zelf de gebiedspuzzel leggen met daarin de oplossing voor stikstof, water, natuur, klimaat en verdienmodel. Het is de boeren in de Gelderse polder Oosterwolde gelukt om samen een gebiedsplan op te stellen dat goed is voor de natuur en perspectief biedt aan de landbouw. Door de beoogde aankoop van een leegstaande boerderij die in het bezit is van de provincie krijgen ze in totaal 200 hectare grond in handen, die ze onderling kunnen verdelen en (her)verkavelen. Daardoor wordt het mogelijk een ‘piekbelaster’ nabij een Natura 2000-gebied te verplaatsen, terwijl zijn collega’s ruimte krijgen voor een extensievere bedrijfsvoering met agrarisch natuurbeheer en hogere grondwaterpeilen.
Denk met ons mee! KENT U GOEDE VOORBEELDEN UIT HET GEBIED (OF ELDERS UIT NEDERLAND OF HET BUITENLAND) DIE WE TER INSPIRATIE TOE KUNNEN VOEGEN? GEEF HET AAN ONS DOOR VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER.
Meer financiële waardering voor kringloopboeren in Midden-Delfland
https://www.nieuweoogst.nl/ nieuws/2022/10/13/boeren-polderoosterwolde-zelf-aan-stuur-voor-meerperspectief
De coalitie Rotterdam de boer op! gaat bijdragen aan ‘gestapeld belonen’, het financiële beloningssysteem voor de kringloopboeren in Midden-Delfland. Dit betekent dat boeren die zich extra inzetten voor het sluiten van bodem, -plant, -dier, en mestkringlopen op hun bedrijf, hier een vergoeding voor krijgen. Naast de gemeente Midden-Delfland en het Hoogheemraadschap van Delfland draagt ook de coalitie Rotterdam de boer op! bij aan deze regeling. Daarbovenop betaalt Friesland Campina haar leden een meerprijs per liter duurzamer geproduceerde melk” https://www.middendelfland.nl/ meer-financiele-waardering-voorkringloopboeren-in-midden-delfland
41
Ontwikkelpad “collectief beheren en ontwikkelen" 1
Inventarisatie doorgaan versus stoppende agrariërs Wat: provincie Utrecht (1 op 1 gesprekken met agrariërs).
2
Doorgaande agrariërs – transitie duurzame/ natuurinclusieve vorm van landbouw Investering (€): Duurzame vorm van landbouw (extensief ruimtegebruik, natuurlijk grasbeheer, etc - door agrariërs Baat (€): Bijdrage voor duurzame vorm van landbouw - vanuit regio aan agrariërs Baat (€): Bijdrage voor duurzaam geproduceerde melk - vanuit zuivel Dekking (€): Transitiefonds Benodigd: Opstellen KPI’s voor duurzame landbouw met bijbehorende vergoeding door Provincie Utrecht
€€€ €€ €
Relatief grote investering
3
Stoppende agrariërs – marktconforme (ver)koopprijs Baat (€€€): Marktconforme vergoeding voor grond en opstal - voor agrariërs Dekking (€€€): Transitiefonds
4
Opzetten grondbank (regionaal) > Aankoop gronden van vrijwillig stoppende agrariërs > Inschrijving agrariërs voor extra m2 grond toekenning voor duurzame / extensieve vorm van landbouw > Ruilverkaveling gronden (indien van toepassing) > Introduceren nieuwe agrariërs in gebied indien er onvoldoende belangstelling is voor beschikbare grond > Alternatief gebruik voor vrijkomende agrarische bebouwing – indien alleen gronden worden (her)verdeeld > Inzet gronden uit grondbank voor aanleg wandel/ fietspaden en recreatief gebruik
Relatief kleine investering
Toekomstige situatie
Huidige situatie
42
Een belangrijke bouwsteen uit dit ontwikkelpad is de aanbeveling:
HOE Via het vrijwillig aanbieden van gronden door agrariërs kan de grondbank gronden kopen. Indien dit dreigt te belanden in commerciële handen dan kan de overheid (gemeente/regio danwel provincie) een voorkeursrecht vestigen op de gronden, om deze vervolgens, via de grondbank, te kopen.
Richt een regionale grondbank op WAT Er is behoefte aan meer ruimte. Een extensievere bedrijfsvoering vereist meer ruimte om landbouw en natuur te verweven. Extensivering betekent in de praktijk: meer rustgewassen en minder dieren per hectare. Ook op gebiedsniveau is vaak extra grond nodig om tot een passende inrichting te komen die ecologisch en hydrologisch voldoende robuust is, bijvoorbeeld door de aanleg van groenblauwe dooradering in het landschap of de vormgeving van brede beekdalen.
Het beheren van een grondbank vraagt om professionele aansturing en rentmeestersexpertise, financiële speelruimte en fiscale kennis. Dit moet daarom professioneel en zorgvuldig worden opgezet. De grondbank kan aangekochte gronden tegen (gereduceerd) tarief weer uitgeven aan agrariërs die willen omschakelen naar extensieve landbouw, of benutten als ruilgrond/ schuifruimte om bedrijven op de juiste plek te krijgen (waarbij gronden tot huiskavels geclusterd worden waardoor er minder transportbewegingen hoeven plaats te vinden). In het uitgifteproces zou de grondbank agrariërs kunnen uitdagen om gezamenlijk tot de best passende inrichting te komen.
Aan de andere kant zien we ook ontwikkelingen waarbij agrariërs stoppen met hun bedrijfsvoering (natuurlijke afvloeiing binnen de agrarische sector doordat boeren geen opvolger hebben, waardoor zij de komende jaren hun bedrijf zullen staken). Om de dynamiek van meer vraag naar agrarische gronden enerzijds en het aanbod van stoppende agrariërs in goede banen te kunnen leiden zou er een (regionale) grondbank moeten worden opgericht voor de regio Amersfoort die de grond van stoppende boeren moet kunnen kopen.
RANDVOORWAARDELIJK Grond vormt de sleutel om de beweging naar een natuur inclusieve landbouw op gang te brengen Een actieve grondpolitiek is daarbij noodzakelijk. Gemeenten, regio Amersfoort en de provincie Utrecht zullen gezamenlijk snel moeten schakelen om dit mogelijk te kunnen maken. Een grondbank in combinatie met een duurzame gronduitgifte zijn essentiële onderdelen om dit te laten slagen.
Tijd is een belangrijk aandachtspunt hierbij, immers ruimtelijke (her)inrichting kost veel tijd, want dit hangt mede af van de vertrouwensrelaties met eigenaren, pachters en de betrokken gemeenten in de regio Amersfoort.
43
Ontwikkelpad Waterreservoir Heuvelrug 1
Agro-forestry (voedselbossen) op de flanken Investering (€€): Aanleg fruitbomen (pluktuinen) - door initiatiefnemers + Provincie Baat: Ontspanning in natuur, lokale productie voedsel Dekking (€): Verkoopopbrengst fruitverkoop - door bezoekers + bijdrage Provincie
Water vasthouden d.m.v. groen Investering (€€): Beplanting aanbrengen, vervanging bestaande naaldbomen, minder verharding - door Provincie/ Waterschap/ individuen Baat: Waterretentie bij droge periodes en bij hevige regenbuien - Waterschap Dekking (€€): Middelen Provincie / Waterschap
2
Water vasthouden d.m.v. infiltratie bodem en verhogen peil flanken Investering (€€): Verhogen waterpeil, infiltratie bevorderlijke ingrepen bodem door Waterschap Baat: Waterretentie bij droge periodes en bij hevige regenbuien - Waterschap Dekking (€€): Middelen Waterschap
Beperken gebruik watergebruik grootverbruikers Investering (€€): Afspraken maken met ondernemers - door Vitens / Provincie / Waterschap Baat: Buffer opbouwen drinkwater in bodem - voor gehele gebied Dekking (€€): Middelen Vitens / Provincie / Waterschap
Recreatie rondom flanken Investering (€€): Aanleg wandel en fietspaden - door Provincie / Waterschap Baat: Recreatie, ontspanning in natuur voor omwonenden / bezoekers Dekking (€€): Middelen Provincie
€€€ €€ €
Beperken onttrekken drinkwater Investering (€€): Beperken licentie Vitens door Provincie / Waterschap Baat: Buffer opbouwen drinkwater in bodem - voor gehele gebied Dekking (€€): Middelen Provincie / Waterschap
Relatief grote investering Relatief kleine investering
Toekomstige situatie
Huidige situatie
44
Een belangrijke bouwsteen uit dit ontwikkelpad is de aanbeveling:
Naast de aanvullende verdienmodellen voor natuurbeheer doen wij een oproep aan de regio Amersfoort en de provincie Utrecht om de hoogte van de vergoeding van natuurbeheer door agrariërs op een kostendekkend niveau te brengen. Temeer omdat natuurbeheer door agrariërs in schril contrast staat met de gebieden die door Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten worden beheerd (welke een directe bekostiging vanuit het Rijk ontvangen). Om natuurbeheer op een vrijwillige basis mogelijk en aantrekkelijk te maken voor agrariërs moet er een ander bekostigingsmodel worden ontwikkeld, waarbij de agrariër gestimuleerd wordt zowel vanuit een natuurbeheer perspectief, maar ook vanuit een financieel perspectief om tot natuurbeheer over te gaan. Een eerste stap hierbij is de pilot met Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) in de Kromme Rijnstreek. Hierbij worden boeren financieel beloond, waarbij een integrale set van 14 KPI’s als beloningssystematiek opgenomen is voor een natuurinclusieve vorm van kringlooplandbouw. Waar dit reeds al eerder in de praktijk tot uitvoering is gebracht is in de provincie Zuid-Holland.
Richt natuurbeheer in als verdienmodel WAT Op dit moment is natuurbeheer door agrariërs op agrarische gronden een niet rendabele activiteit. Het vergoedingenstelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) is niet rendabel. Boeren die aan intensief natuurbeheer (meer dan 20%) doen, leveren nu geld in: de kosten die gepaard gaan met uitgesteld maaien en andere maatregelen wegen niet op tegen de vergoeding. HOE De succesfactor voor de combinatie van landbouw met natuur is een effectief verdienmodel waar de natuur onderdeel van is. Kern van het verdienmodel is dat niet alleen geld wordt verdiend met agrarische productie. Tegelijkertijd wordt ook waarde gecreëerd voor en mèt de natuur. Dit kan door de natuurwaarden of opbrengsten uit de natuur te vermarkten en door eigenschappen van de natuur te benutten in de bedrijfsvoering en daarmee bedrijfskosten uit te sparen. (Bron: Verdienmodellen natuurinclusieve landbouw, WUR 2019).
45
Baat: Beschikbaarheid zoet water voor droge periodes, buffercapaciteit voor natte periodes Dekking (€€): Investeringsopgave Waterschap
Ontwikkelpad Schone Eem 1
2
Opkoop gronden van gestopte agrariër Investering (€€€): Aankoop gronden - door Regio Baat: Vrijwillig gestopte agrariër krijgt marktwaarde voor gronden. Dekking (€€€): UPLG gelden
3
Aanleg pleisterplaats met horecavoorzieningen Investering (€): Aanleg infrastructuur (wegen) vanaf openbare weg tot pleisterplaats - Regio Investering (€€€): Aanleg parkeervoorzieningen en horecavoorzieningen - horecaondernemer Baat: Verblijfsfunctie voor inwoners Dekking (€): Concessie/ pacht vanuit horecaondernemer
4
Langzaam verkeerroutes Investering (€€): Aanleg fiets en wandelpaden langs de Eem - Regio Baat: Vergroten recreatienetwerk, aantrekkelijk maken gebied Dekking (€€): Provinciale middelen
5
(Fiets)brug over de Eem Investering (€€): aanleg (fiets)brug over de Eem - Regio Baat: Vergroten bereikbaarheid en aantrekkelijkheid regio Dekking (€€): Provinciale middelen
6
Natuurlijke oevers langs de Eem Investering (€€): Aankoop grond/ pacht/ vergoeding aan bestaande grondeigenaren om natuurlijke oevers mogelijk te maken Regio Investering (€€€): Verwijderen deel damwanden en vervangen door natuurlijke oevers - Regio Baat: Vergroten biodiversiteit, natuurwaarden en recreatie potentie Dekking (€€): UPLG gelden Dekking (€€€): Bijdrage Provincie
7
Erfbeplanting Investering (€): Erfbeplanting, groenblauwe ingrepen in het landschap Investering (€): Vergoeding aan bestaand grondeigenaren om groenblauwe ingrepen in het landschap toe te passen Baat: Vergroten biodiversiteit en natuurwaarden Dekking (€): Bijdrage Provincie/ UPLG
Aanleg waterplas t.b.v. recreatie (a), zandwinning (b), drinkwater(c), energieopwekking (d) en waterbuffer (e) a. Recreatie Investering (€€): Ontgraving waterplas door concessiehouder zandwinning Investering (€): Aanleg strand en natuurlijke aankleding oevers - door Regio/ Waterschap Baat: Recreatiegebied - voor inwoners Dekking (€€): Inkomsten t.b.v. grondstoffendelving (grond en zand) concessie private partij b. Zandwinning Investering (€): Aanleg infrastructuur t.b.v. zandwinning - door Regio Investering (€€): Ontgraving waterplas door concessiehouder zandwinning Baat: Beschikbaarheid grondstoffen (grond en zand) Dekking (€€): Inkomsten t.b.v. grondstoffendelving (grond en zand) concessie private partij c. Drinkwater Investering (€): Waterzuivering - Vitens Baat: Beschikbaarheid drinkwater Dekking (€): Concessiebijdrage onttrekking drinkwater vanuit Vitens - Verkoop drinkwater aan bedrijven/ huishoudens d. Energieopwekking Investering (€): Aanleg drijvend zonnepark op deel van de plas - concessiehouder zonnepark Baat: Beschikbaarheid duurzaam opgewekte energie Dekking (€): Concessiebijdrage zonnepark eigenaar - levering stroom e. Waterbuffer Investering (€€): Koppelingen met ander water (Eem en overige plassen) Waterschap 46
8
Baat: Een aantrekkelijk gebied waar recreatie mogelijk is met verblijfsfunctie, energie duurzaam opgewekt kan worden, water gebufferd kan worden en ingezet worden voor drinkwater, waar landbouw profiteert van additionele waterberging en waar er ruimte is voor economische activiteiten. Dit vertaalt zich terug in een gebied waar mensen graag willen wonen (positief effect op grondprijs en WOZwaarde).
Totaalbeeld: Een natuurlijke Eem Investeringen: totaalbeeld van voorgaande stappen om fijn recreëren mogelijk te maken, bestaande grondeigenaren een marktconforme vergoeding te bieden om alle ingrepen mogelijk te maken en het faciliteren van zowel natuurwaarde als economische mogelijkheden. Om de Eem ook daadwerkelijk schoon te krijgen en te houden heeft dit effect op de beroepsvaart en recreatievaart (die zullen moeten verduurzamen en op specifieke momenten wel/ niet varen).
€€€ €€ €
Dekking: Partijen die profiteren van economische activiteiten investeren mee in de opgave. De resterende onrendabele top wordt gefinancierd vanuit de UPLG gelden i.c.m. met een bijdrage van de Provincie.
Relatief grote investering Relatief kleine investering
Huidige situatie
Toekomstige situatie
47
Een bouwsteen uit dit ontwikkelpad is de aanbeveling:
Aan de afspraken over de woningbouwopgave en de werklocatieopgaven in de provincie Utrecht is randvoorwaardelijk de groenblauwe inrichting gekoppeld. Als deze randvoorwaarde niet wordt ingevuld komen de afspraken over woningbouw en werklocaties in het gedrang.
Plaats Groen Groeit Mee in breder perspectief WAT De regio Amersfoort groeit in inwonertal. Bij een groene en gezonde leefomgeving hoort meer dan alleen de ruimte voor de woningen, wegen, bedrijven en energielocaties. De ontwikkeling vraagt ook om extra investeringen in groene en blauwe kwaliteit en om het slechten van barrières voor fietsers en voetgangers.
Groen Groeit Mee richt zich op het groen en landschap rondom steden en dorpen, alsmede de kernrandzones, scheggen en groenblauwe dooradering van bebouwd gebied. Het vraagt nadrukkelijk aandacht voor de stad-landrelaties en stad-land verbindingen. Dit tussengebied tussen stedelijk en landelijk gebied is een belangrijk gebied waar de recreatieve groenopgave, gekoppeld aan de afspraken over woningbouw en werklocaties, gerealiseerd moet worden. Bij de ontwikkeling van binnenstedelijke woningbouw (het grootste deel van de totaalopgave), werklocaties en energieprojecten is groen groeit mee het hedendaagse principe. Bij zogenaamde uitleglocaties (woningbouw buiten de rode contouren) is het principe van groen groeit mee zelfs als verplichting meegegeven via de provinciale verordening. Provincie Utrecht heeft vier voorbeeldgebieden om te leren hoe dit alles mogelijk wordt. De Zuidelijke Eemvallei (Spoor- en A1-zone Amersfoort) is een voorbeeldgebied in regio Amersfoort, tevens een casus voor het Rijksprogramma Mooi Nederland.
Provincie Utrecht, U10, Regio Amersfoort, Regio Foodvalley (Utrechtse deel) en de vier Utrechtse waterschappen werken onder regie van de provincie samen aan Groen Groeit Mee. Op 7 februari 2022 ondertekenden bijna veertig betrokken overheden, natuurorganisaties en andere partners het Groen Groeit Mee Pact. Daarin staat de gedeelde ambitie om bij alle ruimtelijke plannen en gebiedsontwikkelingen, de ontwikkeling van (recreatief) groen en water evenwichtig en volwaardig te laten meegroeien. Vijf groene waarden geven invulling (en afbakening) aan Groen Groeit Mee: 1 Toegankelijk groen: Iedere inwoner heeft toegang tot landschappen met een kwaliteit die aansluit bij recreatieve wensen en behoeften. 2 Landschapsinclusieve landbouw: De productie van voedsel gaat samen met een aantrekkelijk, rijk, biodivers en toegankelijk landschap. 3 Veerkrachtige natuur: De natuur heeft een rijke biodiversiteit en is veerkrachtig. 4 Beleefbaar landschap: Het landschap is levend en beleefbaar, en draagt bij aan herkenbaar erfgoed, cultuur en biodiversiteit. 5 Zichtbaar water: Een robuust en zichtbaar watersysteem als drager van gezond stedelijk leven, natuur en landbouw.
Bij de verdere invulling en uitwerking van Groen Groeit Mee geldt gebiedsgericht maatwerk. Hoeveel groen en water er (extra) horen bij een gezonde leefomgeving is onderwerp van discussie. Gangbare indicatieve normen (WUR, Planbureau) zijn 75 m2 binnenstedelijk groen per woning en 500 m2 te versterken en geschikt en bereikbaar te maken landschap per woning. Bij dit laatste gaat het om een gebied met groen, water, rust en ruimte volgens de vijf waarden en binnen voeten fietsbereik.
48
Binnen regio Amersfoort wordt Groen Groeit Mee door veel betrokkenen gezien als een extra ruimteclaim en toenemende recreatiedruk van de kernen op het buitengebied, naast de al benodigde grond voor woningbouw in eventuele uitleglocaties. Vanuit het handelingskader doen wij een oproep om de definitie groen breder te trekken door ook bestaande (natuurinclusieve) landbouw hier onderdeel van te laten zijn. HOE Indien agrarische gronden, waar ook natuurbeheer wordt toegepast, als groen bestempeld kunnen worden, hoeven deze gronden niet aangekocht te worden, maar kunnen de financiële middelen uit de GGM-pot ingezet worden voor bestaand (agrarisch) groen. Te denken valt aan het openstellen van agrarische gronden voor recreanten/ bezoekers of het aanleggen van fiets- en wandelpaden. Hiervoor moet wel een passende vergoeding betaald worden aan de (agrarisch) grondeigenaar. Per saldo is het goedkoper voor de provincie Utrecht om de agrarisch grondeigenaar een kostprijs dekkende compensatie te geven voor misgelopen inkomsten, dan hele percelen gronden aan te kopen om natuurbeheer te realiseren. Om tot praktische uitwerkingen te komen kan gebruik gemaakt worden van de eerdergenoemde grondbank/ ruilverkaveling om geen versnipperd eigendom te krijgen en tevens kan er verwezen worden naar natuurbeheer als verdienmodel om het voor agrariërs financieel aantrekkelijk te maken.
UITNODIGING
Denk met ons mee! WAT KUNT U ZELF BETEKENEN VOOR HET BUITENGEBIED EN WAAR HEEFT U HULP BIJ NODIG EN VAN WIE? GEEF HET AAN ONS DOOR VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER.
49
Overheidsbijdragen
> Impulsgelden klimaatakkoord: leefbaar, kwalitatief en concurrerend platteland > Klimaatadaptatie: als onderdeel van het Deltafonds. Het levert een bijdrage aan klimaat adaptieve-maatregelen gericht op wateroverlast, droogte en overstromingen.
Het financieren van gestuurde ontwikkelingen vraagt om overheidsbijdragen. Opgaven met investeringen in het groen, water en landschap zijn over het algemeen geen rendabele projecten. Hiervoor kan de overheid (Europees, rijks, provinciaal en lokaal) subsidies en fondsen inzetten om investeringen haalbaar te maken. Een selectie van de beschikbare financieringsbronnen die vanuit de overheid aangewend kunnen worden voor de opgave van het Handelingsperspectief Buitengebied regio Amersfoort zijn:
Provinciale middelen De provincie Utrecht heeft middelen ter beschikking voor opgaven, die in het coalitieakkoord staan beschreven. Op dit moment heeft de provincie Utrecht nog geen coalitie en is het nog onduidelijk welke middelen beschikbaar worden gesteld. Uit de huidige begroting kan gebruik gemaakt worden van (een selectie van de beschikbare regelingen): > Agenda Vitaal Platteland (AVP): het programma voert voor de provincie maatregelen uit die het platteland krachtig, aantrekkelijk, economisch en sociaal sterk moeten houden > Subsidieverordening Natuur- en Landschapsbeheer (SVNL): richt zich op subsidie voor (agrarisch) natuurbeheer en landschapsbeheer van percelen van minstens 75 ha. > Veenweidebudget: provinciale bijdrage voor het tegengaan van bodemdaling van de veengronden. Daar waar het kan worden gelijktijdig natuur- en klimaatdoelen gerealiseerd
Europese subsidies Europa heeft een groot aantal regelingen beschikbaar voor investeringen in groen, ruimtelijke opgaven en innovaties. Hierbij kan gedacht worden aan onderstaande regelingen (is slechts een selectie van hetgeen beschikbaar is): > LIFE: ondersteunt innovatieve projecten die passen binnen Europees natuur-, milieu- en klimaatbeleid. > EFRO: richt zich op het terugdringen van verschillen tussen Europese regio’s. De provincie Utrecht is onderdeel van EFRO Kansen voor West. > INTERREG: richt zich op stimuleren van samenwerking/cohesie in de EU. Hierbij zijn de programma’s slimmer en groener Europa interessant > Rijks bijdragen > De Nederlandse overheid heeft een aantal subsidieregelingen/ fondsen beschikbaar om gericht te sturen op ruimtelijke opgaven en verduurzaming van de landbouwsector. Hierbij kan gedacht worden aan de volgende regelingen (is een selectie van hetgeen beschikbaar is): > Transitiefonds: Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft 'ja' gezegd tegen het transitiefonds voor het landelijk gebied. In dit fonds zit € 24,3 miljard. Dit is bedoeld voor de reductie van stikstofemissies, maar ook voor het tegengaan van de uitstoot van broeikasgassen, de instandhouding van Natura 2000-gebieden en de waterkwaliteit.
Lokale bijdragen Ieder van de betrokken gemeenten en daarnaast de waterschappen hebben mogelijkheden om financiële bijdragen (onderstaand is een selectie daarvan) te leveren in de vorm van: > Lokale gemeentelijke belasting: belastingen die gemeenten kunnen heffen zijn OZB, toeristenbelasting en parkeerbelasting Lokale waterschapsbelasting: Waterschappen heffen eigen waterschaps belastingen
50
Gebiedsgerichte verdienmodellen
> (baat)Belasting: Betalen naar gebruik is veelvuldig geopperd. Daarbij gaat het niet alleen om de recreant die betaald naar gebruik (denk daarbij bijvoorbeeld aan entreeticket of betaald parkeren), maar ook aan verhoging van de belasting. Hierbij is door burgers geopperd de OZB te verhogen, omdat eenieder profiteert van groen en natuur.
Naast de overheid die subsidies en financieringsbronnen kunnen inzetten, hebben de deelnemers aan de gebiedsateliers de volgende verdienmodellen besproken, die voor een cofinanciering kunnen zorgen: Energieopwekking: De (bestaande) daken van agrarische opstallen kunnen aangewend worden om zonnepanelen op te leggen. In plaats van zonneweiden aan te leggen (waarvoor grond moet worden verworven) en (landbouw)grond verdwijnt is bestaand dakoppervlak een goed alternatief. Op dit moment is wet- en regelgeving rondom opwekking van energie en aansluitmogelijkheden op het energienetwerk nog wel een belemmering. Op langere termijn is lokale energieproductie een aanvullend verdienmodel voor agrariërs.
> Coöperatie met lokale afzet: Door niet alleen voor eigen productie te gaan (bijvoorbeeld melkproductie), maar te kijken naar collectieve vormen van samenwerking kan er een streekproduct ontwikkeld worden. Denk hierbij aan lokaal geproduceerde kaas (waarbij een collectief van agrariërs gezamenlijk gebruik maakt van de faciliteit). > Circulaire hubs: In de gebiedsateliers werd voorgesteld om agrarische bedrijventerreinen op te richten (clustering van agrarische bebouwing). Er zijn tal van praktische bezwaren (waaronder besmettingen) waardoor dit in de praktijk moeilijk te verwezenlijken zal zijn. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is wel dat er circulaire restromen uitgewisseld kunnen worden. Denk hierbij aan voedsel, bemesting, etc. Hierdoor zou je een circulaire hub kunnen creëren, die ook qua transportbewegingen efficiënter ingericht kan worden.
> Verbreding activiteiten: Met name op landgoederen, maar ook op agrarische erven, kan een verbreding van het activiteiten aanbod extra inkomsten genereren voor de eigenaar/ pachter. Hierbij moet gedacht worden aan planologische verbreding om een boerderijwinkel, kinderopvang en dergelijke toe te staan. Veel gemeenten zijn nu nog terughoudend hierin, maar kan in de overgangszones (randen van stedelijke bebouwing) meer verdienpotentie bieden.
> Regelgeving: In de voorgaande verdienmodellen komt al vaak het onderwerp regelgeving langs. Een tweetal concrete voorbeelden laat zien welke bijzondere constructies er bestaan, welke een forse financiële consequentie hebben.
> Rood voor rood naar de stadsranden (zoneringen): Van de ruimte die vrijkomt van de stoppende agrariërs moet niet in het hart van het agrarisch gebied “rood voor rood” worden toegepast, waardoor er extra bebouwing komt. Zorg voor zoneringen, waarbij extra bebouwing juist aan de stadsranden mogelijk gemaakt kan worden. De opbrengsten van deze extra bebouwing kan ofwel rechtstreeks naar de agrariërs gaan, die stopt met zijn activiteiten, of naar een fonds van waaruit extensivering van de landbouw gefinancierd kan worden.
> Bemesting weer op natuurlijke wijze: Stop met afvoeren van natuurlijke bemesting en aanvoer kunstmest. Is tevens financieel verdienmodel. Daarnaast is natuurlijke bemesting beter voor de bodemkwaliteit. > Kalenderlandbouw: stop met bepalen wanneer producten de grond in moeten of wanneer er gemaaid mag worden. De natuur bepaalt wanneer dit kan, zeker met de klimaatveranderingen 51
Bijlage 1: Doelen voor de toekomst Nederland is in verandering. Grote ontwikkelingen vragen om een antwoord, denk aan klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, een groeiende en gelijktijdig vergrijzende bevolking en bijvoorbeeld veranderingen op het wereldtoneel. Dit alles beïnvloed ons gedrag, de keuzes en het beleid en ook de inrichting van het buitengebied.
beleid worden hiervoor indicatieve kengetallen gehanteerd: per huishouden 75 m2 stedelijk groen (direct nabij, 10 minuten lopen) en per huishouden 500 m2 te versterken en geschikt gemaakt, bereikbaar landschap (binnen 5 km, of 15 -30 minuten fietsen). Bedrijvenlocaties Vitaliteit en economische dynamiek moet behouden dan wel versterkt worden door voldoende ruimte te bieden voor werk en kansen voor intensivering dan wel uitbreiding van bedrijventerreinen samen te verkennen voor denkers en doeners. Met inbegrip van intensiveren en transformeren is er een tekort aan bedrijventerreinen van circa 37 ha (Regionaal Programma wonen en werken regio Amersfoort/STEC, 2021).
Zulke fundamentele en complexe veranderingen worden transities genoemd. Transities brengen vele opgaven met zich mee. De overheid vertaalt deze in beleidsdoelen voor korte en lange termijn. Veel van deze doelen zijn afgeleid van internationale verdragen en afspraken. Sommige doelen zijn nog abstract en globaal, andere zijn al concreter voor de provincie, of zelfs voor de regio Amersfoort. Hieronder een beknopt overzicht en eerste aanzet van de nu bekende kwantitatieve beleidsdoelen die relevant zijn voor het buitengebied van regio Amersfoort. Bij voorbaat moet worden gezegd dat het simpelweg optellen van ruimteclaims niet past in de beschikbare ruimte. Kortom, keuzes maken (prioriteren) en slimme oplossingen zoeken (combineren) zijn allebei nodig.
Energie/RES De Rijksdoelstellingen zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord als invulling van ‘Parijs 2015’: In 2030 moet Nederland 55% minder broeikasgassen uitstoten vergeleken met 1990. Het streven is zelfs 60% vermindering. In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgas in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, netto is de uitstoot dus nul. Het energiesysteem is een belangrijke sleutel hierin. Nederland werkt aan duurzame, betrouwbare en beschikbare energie die voor iedereen betaalbaar is. In 2030 moet minimaal 27% van alle gebruikte energie uit duurzame bronnen komen. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam zijn. In 2050 moeten hiervoor onder andere 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen van het aardgas af zijn, in 2030 moeten 1,5 miljoen woningen verduurzaamd zijn. Dat betekent isoleren en gebruikmaken van duurzame warmte en elektriciteit. Binnen de Regionale Energie Strategie (RES) en de Warmtetransitie-visie werken de gemeenten aan concretisering. Het doel is om in 2030 in regio Amersfoort minstens 0,5 Terawattuur elektriciteit (grootschalig) op te
Woningbouw Regio Amersfoort wil voldoen aan de woningbehoefte in de regio en hierbij zorgen voor voldoende betaalbare woningen door middel van een goed aanbod en fasering. 23.000 woningen (Woondeal) tot 2030 en daarna potentieel 3.363 woningen. Van dit totaal zijn 5.370 woningen gericht op uitleglocaties (Regionaal Programma wonen en werken regio Amersfoort/STEC, 2021). Groen in en om de stad Groen Groeit Mee beoogt het evenwichtig meegroeien van groen met verstedelijking in de provincie Utrecht volgens de vijf waarden uit het pact en met name in de overgang tussen stad en land. Binnen wetenschap en
52
wekken met hernieuwbare energiebronnen. (Voortgangsrapportage RES 2.0)
doel: in 2030 gebruikt Nederland 50% minder primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel). In 2050 betekent dat: zoveel mogelijk duurzame hernieuwbare grondstoffen worden gebruik; producten en grondstoffen worden hergebruikt; en nauwelijks afval bestaat.
Circulaire economie Het kabinet werkt toe naar een 100% circulaire economie in 2050 met als richtinggevend
Landelijk gebied (tabel Overzicht provinciale doelen gekoppeld aan het NPLG (bron: Provincie Utrecht, Koersnotitie Utrechts Programma Landelijk Gebied) – dit zijn doelen voor de provincie als geheel.
53
Bijlage 2: Samenhangende trajecten In de regio Amersfoort lopen verschillende beleidstrajecten die van invloed zijn op de toekomst van het buitengebied. Veel gebeurt gelijktijdig en op het niveau van Rijk, provincie, regio en gemeentes. Het is van belang om steeds de samenhang te bewaren tussen deze trajecten. Hierbij een kort overzicht en de relaties. Het is een aanzet en het verdient aanbeveling dat het overzicht verder wordt gecompleteerd.
> Overleg Rijk-regio via het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving (BOL) en Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BOMIRT). In deze overleggen kunnen voor het Handelingsperspectief Buitengebied Amersfoort uiteindelijk afspraken worden gemaakt met het Rijk. Provincie Utrecht/waterschap De provincie werkt nauw samen met de regiogemeenten aan de toekomst van het buitengebied. Het waterschap Vallei en Veluwe beheert het watersysteem volgens de Blauwe Omgevingsvisie en het bijbehorende uitvoeringsprogramma (BOVI/BOP). Van belang zijn de volgende trajecten: > Ruimtelijk Voorstel en Arrangement/ OpU: Op verzoek van de Minister voor Ruimtelijke Ordening is aan elke provincie gevraagd om te komen met een Ruimtelijk Voorstel als integraal antwoord op de nationale ruimtelijke opgaven zoals geformuleerd in Startpakketten (2022). De eerste conceptversie van het Ruimtelijk Voorstel van provincie Utrecht wordt gemaakt in nauw overleg met de regio’s, gemeenten en waterschappen en komt najaar 2023. Het voorstel wordt onderdeel van het gesprek met de Minister en zal landen in bestuurlijke afspraken (arrangementen). Mogelijk kan dit aanleiding zijn om in 2024 de Omgevingsvisie Provincie Utrecht aan te passen. Het Handelingsperspectief Buitengebied wordt input voor het Ruimtelijk Voorstel.
> Utrechts Programma Landelijk Gebied: Elke provincie werkt de nationale doelen voor het NPLG uit. Utrecht maakt een UPLG met een gebiedsgerichte aanpak en een extra doel: duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw. In de Koersnotitie van 1 juli 2023 geven GS inzicht in de provinciale doelen en de aanpak via 22 principes. Via gebiedsgerichte gesprekken zal de
Rijksoverheid Het kabinet herneemt de regie in de ruimtelijke ordening. Er wordt via 26 nationale programma’s gewerkt aan de toekomst van Nederland en een nieuwe Nota Ruimte. Voor het buitengebied zijn daarbij met name van belang: > Nationaal Programma Landelijk Gebied: De nationale doelen voor het landelijk gebied voor Natuur (stikstofaanpak), Klimaat en Water worden via dit programma gerealiseerd, gekoppeld aan de aanwending van het Transitiefonds Landelijk gebied. Het Handelingsperspectief Buitengebied geeft aan hoe en in welke mate kan worden bijgedragen aan de nationale/provinciale doelen. > Landbouwvisie: Het kabinet komt met een eigen landbouwvisie nu het Landbouwakkoord is geklapt in juni 2023. Het Handelingsperspectief Buitengebied Amersfoort kan een voorbeeld zijn hoe vanuit de regio tot gedragen oplossingen kan worden gekomen. > NOVEX: in 16 aandachtsgebieden werken Rijk, Provincies en regio’s samen en spreken in 2024 een Regionale Investeringsagenda (RIA) af. Van belang: het NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort en het NOVEX-gebied Arnhem-NijmegenFoodvalley. Amersfoort Centraal! is de basisvisie voor Regio Amersfoort in de NOVEX samenwerking. Het Handelingsperspectief Buitengebied is een deeluitwerking hiervan.
54
provincie op zoek gaan naar de manier om de doelen te realiseren. Streven is om het UPLG voorjaar 2024 vast te stellen. Het wordt onderdeel van het Ruimtelijk Voorstel. > Groen Groeit Mee: Groen Groeit Mee is een brede samenwerking in de provincie Utrecht tussen vele partijen die in 2022 een Pact hebben gesloten. De provinciale overheid realiseert Groen Groeit Mee als programma en heeft in de Verordening opgenomen dat bij uitleglocaties groen evenwichtig mee moet groeien. Hiervoor is een Handreiking opgesteld. Het definiëren, uitwerken, financieren en realiseren van mogelijke groenprojecten zal gelijk opgaan met de verstedelijking tot 2040. 2023 is een testjaar met diverse gemeenten voor wat betreft uitleglocaties. Daarnaast zijn er vier voorbeeldgebieden om samen te leren. Het Handelingsperspectief Buitengebied zal op een gebiedseigen manier invulling geven aan de vijf waarden van Groen Groeit Mee. > Nationaal Park/Blauwe Agenda: Binnen de Samenwerkingsagenda van Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug is een gezamenlijke deel-agenda opgesteld voor het waterbeheer op de heuvelrug. De hoofdlijnen zoals het behouden en aanvullen van de zoetwaterbel door meer infiltratie worden overgenomen in het Handelingsperspectief Buitengebied.
> Woondeal en versnelling woningbouw: gemeenten werken in onderlinge afstemming aan de ontwikkeling van woningen. Met de Minister is via een Woondeal tot 2030 afgesproken om 23.000 woningen te realiseren, waarvan een deel buiten de rode contouren (uitleg) in het buitengebied. Het Handelingsperspectief Buitengebied geeft aan hoe de nieuwe stad-land relaties kunnen worden vormgegeven. > Amersfoort Centraal! NOVEX-gebied Utrecht-Amersfoort: Voor dit NOVEXgebied worden Amersfoort Centraal! en Utrecht Nabij samengevoegd in één Ontwikkelperspectief, met behoud van de door raden en staten/AB vastgestelde inhoud. In 2024 volgt in overleg met het Rijk een bijbehorende Regionale InvesteringsAgenda. Het Handelingsperspectief Buitengebied is een bouwsteen hiervoor. > RES 2.0: In de Regionale Energie Strategie leggen provincie, gemeenten, waterschap en de netbeheerder vast op welke wijze de doelen voor energie-opwek worden gerealiseerd tot 2030. Inmiddels is er een Voortgangsrapportage (juni 2023) waaruit blijkt dat de realisatie van de doelen achterloopt. In 2024 wordt RES 2.0 vastgesteld. Het Handelingsperspectief Buitengebied geeft een doorkijk op hoofdlijnen naar 2040, welke mogelijkheden zijn er om de doelen van 2040 en 2050 wel te halen.
> Gebiedskompas A-Z: Op de Utrechtse Heuvelrug werken provincie, gemeenten en Rijk samen aan een gebiedskompas, een gezamenlijke kijk op de ontwikkeling van het centrale gebied tussen Amersfoort en Zeist. Hier is veel dynamiek van infrastructuur, ontwikkeling van Defensie en de natuurwaarden. De hoofdlijnen uit het Gebiedskompas maken onderdeel uit van het Handelingsperspectief Buitengebied.
Regio Amersfoort/gemeenten De regio Amersfoort is een ‘lichte samenwerking’ van de 7 betrokken gemeenten, provincie en waterschap, gericht op gedeelde regionale opgaven. Het Bureau Regio Amersfoort ondersteunt de partijen hierbij. Sommige gemeenten werken zelf aan omgevingsvisies /omgevingsplannen en zijn in het buitengebied actief met gesprekken met onder andere grondeigenaars of terreinbeheerders. Voor het buitengebied zijn vooral van belang:
55
Colofon:
Groeidocument Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort ten behoeve van consultatie door gebiedspartijen, raden, staten en AB leden. In opdracht van Regio Amersfoort met medeopdrachtgever provincie Utrecht en belangrijke partner het waterschap Vallei en Veluwe. juli 2023
UITNODIGING
Denk met ons mee! WE HOREN GRAAG UW REACTIE OP DIT DOCUMENT. DAT KAN DOOR TE REAGEREN VIA BIJGEVOEGD REACTIEFORMULIER. UW REACTIE VERWERKEN WIJ IN HET HANDELINGSPERSPECTIEF.