CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

240130 BVR Consultatierapport regio Amersfoort lowres singlepage

Gemeenteraad 18 april 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1213747 Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort29.713 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Consultatierapport Op weg naar het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort Januari 2024

Inhoudsopgave Introductie4 Consultatieproces4 Wie zijn de gebiedspartijen?4 Analyse6 Wat gaat goed samen?6 Wat schuurt? 9 Wat botst? 11 Gebiedsnarratieven14 Foodvalley14 LTO15 Ondernemers recreatieve sector16 Particuliere landgoed-eigenaren en rentmeesters17 Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug18 Utrechtse natuurorganisaties19 Vereniging Eemland 300 en vereniging Vrij Polderland21 Waterschap Vallei en Veluwe22 Samenvatting schriftelijke reacties24 Wat spreekt aan?24 Wat spreekt niet aan? 27 Wat ontbreekt?30 Kritische succesfactoren34 Bijlage 1: integrale reacties gemeenteraden op Groeidocument35 Bijlage 2: integrale reactie collectief Eemland, collectief Utrecht-Oost en LTO62 Bijlage 3: reacties stakeholders op het concept Handelingsperspectief68

Introductie Dit consultatierapport hoort als bijlage bij het Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort (januari 2024). Het Handelingsperspectief is tot stand gekomen middels een interactief gebiedsproces.

gereageerd, zijn er verdiepende gesprekken met stakeholders geweest en zijn de raden van de Utrechtse gemeenten en Provinciale Staten in de gelegenheid gesteld hun vragen en inzichten mee te geven. De reacties op het Groeidocument zijn door BVR-adviseurs geanalyseerd en betrokken bij het schrijven van het handelingsperspectief.

Consultatieproces In het voorjaar van 2023 zijn er in de deelgebieden (Eemland, Utrechtse Heuvelrug en de Gelderse Vallei) verschillende atelierbijeenkomsten georganiseerd waarvoor alle gebiedspartijen zijn uitgenodigd. Na een integratieatelier, waarin alles samen is gebracht, zijn de resultaten verwoord in het Groeidocument, op weg naar het handelingsperspectief (juli 2023). Op dit groeidocument hebben partijen schriftelijk

Het concept handelingsperspectief is voorgelegd aan de externe stakeholders. Deze reacties zijn in de bijlagen van dit rapport integraal opgenomen.

Wie zijn de gebiedspartijen? Onderstaande gebiedspartijen werden uitgenodigd voor een gespreksronde:

Regio Foodvalley

Particuliere landgoedeigenaren

LTO Noord

Ondernemers en vertegenwoordigers recreatieve sector

Vereniging Eemland 300 en Vereniging Vrij Polderland

Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug

De Utrechtse natuurorganisaties Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Utrechts Landschap, Natuur en Milieu Federatie Utrecht en Landschap + Erfgoed Utrecht

Het waterschap Vallei en Veluwe

Vitens

4

Het consultatierapport is een reactie van de stakeholders op het eerder gepubliceerde Groeidocument. De inhoud werd meegenomen in het Handelingsperspectief.

Verantwoording In dit consultatierapport zijn alle schriftelijke toezendingen samengevat. Eventuele feitelijke onjuistheden in het Groeidocument zijn in een erratumlijst opgenomen, die als oplegger wordt toegevoegd aan het oorspronkelijke Groeidocument. Van de verdiepende gesprekken met gebiedspartijen zijn verhalen opgetekend, de narratieven. De reacties van de gemeenteraden zijn door de griffiers op schrift gesteld en integraal in de rapportage opgenomen. Op moment van publiceren is van nog niet alle gemeenteraden een reactie ontvangen.

Op basis van de schriftelijke reacties van raden en gebiedspartijen en de gesprekken is een analyse gemaakt. Wij hebben ons ingespannen om zoveel mogelijk recht te doen aan alle gemaakte opmerkingen. Het Groeidocument met de erratumlijst, het consultatierapport en het Handelingsperspectief buitengebied regio Amersfoort zijn te vinden op www. bureauregioamersfoort.nl Graag willen wij alle mensen bedanken die bijgedragen hebben aan de ateliers en gereageerd hebben op het Groeidocument.

5

Analyse De resultaten van de gesprekken en de schriftelijke reacties werden door BVR geanalyseerd en opgetekend. Hieruit volgen handvatten om het Groeidocument uit te werken tot een echt Handelingsperspectief. In onderstaand overzicht bekijken we: Wat spreekt aan, wat spreekt niet aan, en wat ontbreekt er in het Groeidocument?

Systeemherstel Vanuit verschillende kanten klinkt de roep om systeemherstel van water, bodem en ecologie. Deze vinden hun uitwerking o.a. in het versterken van de groenblauwe structuur en het werken aan waterkwaliteit en waterbalans, waarvan het belang onder de meeste stakeholders geen twijfel lijdt. Het idee over wat de juiste invulling hiervan moet zijn, is weliswaar niet voor iedereen evident. Er zijn bijvoorbeeld verschillende ideeën over peilbeheer en grondwaterwinning, maar ook over de benodigde ruimte voor beekherstel.

Wat gaat goed samen? Over een aantal zaken kan het merendeel van de stakeholders overeenstemming vinden. Daarbij komt het voor dat een ambitie weliswaar breed gedragen wordt, maar dat er verschillende ideeën zijn over de invulling. In enkele gevallen worden gedetailleerde voorstellen gedaan, die terug te vinden zijn in de samenvatting en/of de schriftelijke reacties.

Natuurinclusieve (kringloop)landbouw Over de landbouw als inherente structuur van het buitengebied zijn de stakeholders het eens; veeteelt, weide- en akkerbouw horen bij de regio Amersfoort. Dat de landbouwpraktijk nog meer natuurinclusief wordt, kan ook op draagvlak rekenen. Daarbij worden twee voorwaarden genoemd door de stakeholders; het koppelen van de doelstellingen aan een 0-meting en een structurele compensatie voor natuurinclusief beheer.

Zonering van rust en reuring In de eerste plaats klinken er positieve geluiden rondom een zonering van het buitengebied. Stakeholders zijn het erover eens dat niet alles overal kan, en dat er op bepaalde plaatsen keuzes moeten worden gemaakt over waar de prioriteit ligt, of welke functies gecombineerd kunnen worden. Onderscheid tussen gebieden van rust en van reuring, overgangs- en bufferzones kunnen op draagvlak rekenen. Met name als het gaat om het clusteren en geleiden van recreatie.

Natuurinclusieve landbouw kan op breed draagvlak rekenen, mits voldoende compensatie voor de agrariër.

In de kernrandzones kunnen verschillende functies gerealiseerd worden die de relatie tussen stad en land versterken en waar gedeelde opgaven, zoals vergroening en klimaatadaptatie, een uitwerking krijgen. Kanttekeningen zijn er ook. Agrariërs vragen zich af wat de impact is van meer bufferzones op de beschikbaarheid van landbouwgrond, en welke compensatie hiertegenover staat. Landgoedeigenaren geven aan dat een zoneringsproces zeer complex is en mogelijk onvoldoende rekening houdt met het beheer dat rentmeesters voeren op de gronden.

6

Agrariërs en landgoedeigenaren geven aan dat zij sterk behoefte hebben om middels een referentiemeting in kaart te brengen wat er sinds jaren aan natuurinclusief beheer plaatsvindt, zodat voor iedereen inzichtelijk wordt wat er reeds gerealiseerd is van de topdown natuurdoelstellingen. Stakeholders steunen de uitbreiding van (regionale) kringlooplandbouw middels goed te implementeren maatregelen (bijv. ecologisch slootbeheer, gezond bodembeheer, evenwichtsbemesting). Door op regionale schaal kringlopen van nutriënten te sluiten en ter bemesting weer ruige mest en compost te gebruiken kan bijgedragen worden aan de oplossing van de stikstofproblematiek en kan de vraag naar import van nutriënten worden verlaagd. Stakeholders geven aan dat hiervoor wel verandering in wet- en regelgeving en ook meer financiële prikkels nodig zijn.

Stakeholders zien graag betere vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer en het leveren van ecosysteemdiensten.

Kosten en baten beheer buitengebied De partijen zijn het er grotendeels over eens dat de kosten en baten (zowel financieel als in de verdeling van de druk op het gebied) beter aan elkaar gekoppeld moeten worden. In veel gevallen overstijgen de lasten nu de lusten. Agrariërs ontvangen weliswaar een kostendekkende vergoeding voor hun natuurinclusieve landbouwpraktijk of het beheren van een recreatief wandelpad, maar geen compensatie voor gederfde inkomsten als gevolg van het inleveren op productiegrond. Er ligt een expliciete vraag naar een niet te complex beloningssysteem dat in structurele, toereikende compensatie voorziet voor het leveren van ecosysteemdiensten.

aan te wenden voor het beter beheren van bestaande natuur. Eveneens is de financiering van natuurbeheer en beheer/begeleiding van publieke (recreatieve) voorzieningen is voor particuliere terreinbeheerders vaak niet dekkend. Ook natuurbeheerders (bijv. Staatsbosbeheer) kampen met te weinig middelen voor natuurbeheer. Er zou meer rekening moeten worden gehouden met de beheerskosten en niet alleen de realisatie. Breed gedragen onder stakeholders is de notie dat de financiering hiervoor goed geregeld moet zijn, ongeacht de partij die het beheert en gekoppeld aan de realisatie van de gestelde doelen. Grondbank De geconsulteerde stakeholders staan merendeels positief tegenover een grondbank als instrument om tot een betere verkaveling te komen van het buitengebied, ten behoeve van zowel landbouw als natuur en recreatie. Er bestaat echter geen overeenstemming over bij wie het eigendom/beheer van de

Agrarische grond omzetten naar natuur (NNN en Groene Contour opgave) is vanwege te lage vergoedingen voor natuurinrichting en beheer en de beperkingen die dan op de bedrijfsvoering komen liggen momenteel niet aantrekkelijk. Een aantal stakeholders stelt voor om middelen voor natuurontwikkeling

7

vrijkomende gronden moet komen te liggen. Er zijn verschillende voorstellen voor de invulling van een grondbank. Sommige stakeholders stellen voor dat alle gemeenten een deel van de gemeentelijke eigendomsgronden beschikbaar stellen voor deze grondbank. Die gronden kunnen vervolgens verpacht worden op basis van de regionorm aan diverse agrarische bedrijven en zo bijdragen aan extensivering, zonder dat dit veel inzet van kapitaal vergt voor die bedrijven. Andere stakeholders stellen voor dat een dergelijke grondbank in handen zou moeten zijn van de samenwerkende boerenorganisaties en betreffende gemeente, niet in handen van de provincie.

Heuvelrug worden daarin specifiek genoemd. Voor het in goede banen leiden van recreatie moeten de aard en intensiteit ervan worden afgestemd op de draagkracht van het gebied. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan het voorzien van gepaste infrastructuur en beleving in gebieden waar recreanten welkom zijn, maar ook aan gebieden waar natuur voorrang krijgt. Partijen geven aan dat het belangrijk de recreatiedruk in de kwetsbare en stille gebieden niet verder te intensiveren. Rondom recreatie zijn meerdere suggesties gedaan door stakeholders. Zo zou dit het beste geclusterd kunnen worden rond centrale overstaplocaties, om (auto)verkeer in het buitengebied te ontmoedigen. Deze plekken bieden gelijk ook een kans om hier routes te laten starten en eindigen en functies toe te voegen die aanvullende inkomsten voor het gebied (landeigenaren) genereren. Vanuit deze gebiedsinkomsten kan worden bijgedragen aan beheer en onderhoud van delen van het buitengebied. Daarnaast moeten (seizoens) afsluitingen bijdragen aan rust en veiligheid in het leefgebied van dieren.

Tenslotte zijn er ook stakeholders die van mening zijn dat een grondbank marktverstorend werkt en daarmee nadelig is voor de ontwikkelingsmogelijkheden. Duidelijk wordt dat de verkenning naar een mogelijke grondbank een zorgvuldig proces vraagt. Clusteren van recreatie Een meerderheid van de stakeholders geeft aan dat er in sommige gebieden sprake is van overbelasting door recreanten. Het gebied langs de Eem, Lage Vuursche en de Utrechtse

Het strategisch clusteren van recreatie is essentieel om overbelaste gebieden te ontzien.

8

Wat schuurt?

Behoud en versterking van de weidevogelpopulatie verdient meer aandacht in een Handelingsperspectief.

Als het gaat om schurende elementen in het Groeidocument, ligt de nadruk op gebrek aan concrete uitwerking van opgaven die de belangen van stakeholders raken. Het gaat dan bijvoorbeeld om aanvullende ruimteclaims of de invulling van bepaalde transitieopgaven. Ook onduidelijkheid over de uiteindelijke status van het document houdt veel partijen bezig. Status van het Handelingsperspectief en aansluiting op lopende processen Vanuit meerdere stakeholders komt het verzoek om meer duidelijkheid te geven over de juridische status die het document krijgt, evenals hoe het document zich verhoudt tot de nieuwe Omgevingswet en het UPLG. Ook willen stakeholders weten hoe het Handelingsperspectief zich gaat vertalen naar bijv. de POVI en GOVI.

Daarnaast stellen stakeholders vragen over de ruimteclaim als gevolg van de transitie naar duurzame energie. De netbeheerder geeft aan dat het voor een enorme opgave staat haar elektriciteitsnetwerk te verzwaren en uit te breiden. Ook binnen de gemeenten Amersfoort, Soest/Baarn, Bunschoten, Nijkerk is de noodzaak voor netversterking groot. Concreet omvat dit diverse 150/21kV stations en -verbindingen. Deze uitbreiding vergt veel ruimte in het buitengebied.

Daarnaast worden meerdere programma’s genoemd waarmee het Handelsperspectief afgestemd zou kunnen worden; het Actieprogramma Gooicorridors, U-NED voor Regiohubs, Ontwikkelperspectief NOVEX Utrecht-Amersfoort, Gebiedsonderzoek Spoorzone Amersfoort, Mobiliteitsagenda Regio Amersfoort en de Heuvelrugzone van U-NED, Uitvoeringsprogramma Blauw Groen. Volledigheid ruimtelijke analyse Meerdere stakeholders wijzen erop er voor een aantal ruimteclaims te weinig aandacht is in het Groeidocument. Vanuit verschillende kanten klinkt de vraag naar het inzichtelijk maken van de claim m.b.t. uitleglocaties woningbouw in het buitengebied. Het tekort aan bedrijventerreinen wordt niet benoemd in het Groeidocument, terwijl daar ook een opgave ligt. Daarnaast komt de provinciale opgave voor de uitbreiding van bossen (Bossenstrategie) met bijbehorende ruimtevraag en de te ontwikkelen NNNgebieden te weinig aan de orde.

Natuurontwikkeling Enkele stakeholders geven aan dat er in het Groeidocument te weinig aandacht is voor ontwikkeling van robuuste natuur. Herstel van natuurlijke processen vraagt om het expliciet benoemen van de ruimte en randvoorwaarden die nodig zijn per deelgebied. Behoud en versterking van de weidevogelpopulatie wordt volgens een aantal stakeholders onvoldoende benadrukt in het Groeidocument. Ook wordt erop gewezen op het feit dat de Leusderheide niet is opgenomen in het Groeidocument, terwijl het een zeer belangrijke ecologische structuur betreft.

9

Peilbeheer Er zijn momenteel enkele herzieningen van peilbesluiten in proces in het buitengebied van Amersfoort, waaronder in Eemnes en in Arkemheen. Het waterschap Vallei en Veluwe geeft aan dat een peilbesluit in een dergelijk traject tot stand komt na een uitgebreid traject waarin belangenafweging plaatsvindt tussen de betrokkenen, en dat het niet passend is om in het Handelingsperspectief uitspraken over een (eventueel) hoger peilbesluit te doen.

Daarnaast geven ondernemers in de recreatieve sector en landgoedeigenaren aan dat bepalingen binnen het bestemmingsplan hun mogelijkheden tot exploitatie hinderen, waardoor de rendabiliteit en duurzaamheid van een onderneming onder druk kan komen te staan. Zij zien mogelijkheden om vanuit exploitatie bij te dragen aan goed beheer van de omgeving. Generieke maatregelen Meerdere stakeholders geven aan weerstand te hebben tegen het moeten voldoen aan generieke maatregelen en modelberekeningen, die soms situaties opleveren waarin de papieren werkelijkheid wringt met de realiteit. De roep om maatwerk klinkt vanuit verschillende partijen en heeft betrekking op diverse thema’s: het meten van stikstofuitstoot en waterkwaliteit, bemesting, het berekenen van het areaal natuurinclusieve landbouw. Daar tegenover staan stakeholders die waarschuwen voor de uitvoerbaarheid van al te veel maatwerk, en waken voor het risico op het ontstaan van een hellend vlak als het gaat om de overkoepelende doelstellingen.

Exploitatiemogelijkheden Van meerdere kanten klinkt de roep om exploitatiemogelijkheden en verdienmodellen voor ondernemers in de agrarische sector meer concreet uit te werken in het Handelingsperspectief dan nu het geval is in het Groeidocument. Een aantal stakeholders wijst erop dat natuurinclusieve, circulaire landbouw valt of staat met duidelijke, concrete afspraken over het beloningssysteem voor deze ecosysteemdiensten.

De exploitatiemogelijkheden in het buitengebied zijn volgens sommige stakeholders nu te beperkt.

10

De toekomst van de landbouw is een van de meest prangende kwesties onder stakeholders.

Wat botst? Een deel van de zaken die botsen heeft betrekking op het Groeidocument zelf, bijvoorbeeld als het gaat om de volledigheid van het document. Daarnaast komen er ook een aantal dilemma’s naar voren, waarvan sommige meer fundamenteel zijn dan andere. Vanuit stakeholders wordt verwacht dat het Handelsperspectief hier op een concreet niveau meer duidelijkheid in geeft. Onevenwichtig stuk In de eerste plaats wordt er niet door alle stakeholders gemeend dat het Groeidocument, en in verlengde daarvan het geanticipeerde Handelingsdocument, een stuk is van en voor alle partijen. Een terugkerende opmerking is dat het stuk onevenwichtig geschreven is. Sommige partijen vinden bijvoorbeeld dat de nadruk sterk ligt op het agrarisch perspectief. Enkele agrarische stakeholders hebben juist te kennen gegeven zich niet in het Groeidocument te herkennen. Ze ervaren onder meer een gebrek aan erkenning van - en waardering voor - hun rol in het buitengebied. Gebrek aan keuzes Stakeholders geven voorts aan dat er te weinig keuzes worden gemaakt en dat het Groeidocument onvoldoende concreet wordt. Hoewel het merendeel positief staat tegenover een aanpak van ‘combineren’ en ‘prioriteren’, moet erkend worden dat niet in alle gevallen een integrale aanpak gevolgd kan worden.

landbouwgrond, wijzen enkele stakeholders op de mogelijkheid tot extensivering door het verkleinen van de veestapel. Door meer aandacht voor andere functies, zoals het leveren van ecosysteemdiensten, moet het mogelijk worden om beloningen te stapelen. Gebiedsprocessen en agrarisch natuurbeheer vragen qua financiering en budgettering om langjarige afspraken.

Toekomst van de landbouw Een van de punten van kritiek is dat het Groeidocument teveel uitgaat van het behoud van landbouw in de huidige vorm, m.n. in termen van productie. Aangegeven wordt dat conventionele landbouw en natuur elkaar regelmatig in de weg zitten, vanwege de verschillende wensen voor de grondwaterstand, mest- en bestrijdingsmiddelengebruik. Waar in het Groeidocument de nadruk ligt op extensivering door terugverkaveling van vrijkomende

Aan de andere kant klinkt er kritiek op al teveel ‘wensdenken’ als het gaat om alternatieve verdienmodellen voor agrariërs, zoals 25% biologische landbouw, korte-keten landbouw, recreatie, voedselbossen en agroforestry. De rendabiliteit van deze vormen van landbouw is volgens een aantal stakeholders te weinig onderbouwd. Agrariërs wijzen erop dat voedselproductie de primaire functie van een landbouwbedrijf moet kunnen blijven.

11

Voedselzekerheid versus eiwittransitie Agrarische stakeholders geven aan voor hun rol als voedselproducent te weinig erkenning te ervaren. Zij noemen voedselzekerheid voor de grensoverschrijdende regio als argument om de (intensieve) agrarische bedrijfsvoering te behouden.

Grondwateronttrekking Een belangrijk punt dat wringt is de grondwaterwinning. Conflicten ontstaan met name op de plaatsen waar nieuwe waterwinputten geslagen worden die gevolgen hebben voor de grondwaterstand. Waterwinning op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug heeft volgens sommige stakeholders een verstorende werking op de ‘blauwe motor’ van kwelstromen die ook de Gelderse Vallei voeden. In deze consultatie is Vitens niet ingegaan op een uitnodiging tot gesprek.

Andere stakeholders zien graag meer aandacht voor dierenwelzijn en de eiwittransitie in het Handelingsperspectief, die op een andere manier het landgebruik kunnen beïnvloeden. Waterbeheer Er heersen verschillende ideeën onder stakeholders over de wateropgave in de Regio Amersfoort, zowel als het gaat om kwaliteit als om kwantiteit, waaronder peilbeheer. Het waterschap Vallei en Veluwe is geconsulteerd over beide onderwerpen.

Invulling Groen Groeit Mee Het programma Groen Groeit Mee wordt in het Groeidocument genoemd als kader voor het vergroenen van de overgang tussen stad en land. De kernrandzones worden daarom genoemd als kansrijke plekken voor het versterken van groenblauwe verbindingen en klimaatadaptatie. Ook kan GGM een instrument zijn om boeren te belonen voor bijvoorbeeld natuurinclusieve landbouw en agrotoerisme.

Waterkwaliteit Er is geen overeenstemming onder stakeholders over de bronnen van vervuiling, en daarmee de verantwoordelijke partijen m.b.t. de waterkwaliteit. Het waterschap geeft aan dat zij binnen het mogelijke bijdragen aan waterzuivering en modernisering van RWZI’s, maar dat vervuiling ook bij de bron aangepakt moet worden. Infiltratie-bevorderlijke ingrepen in de bodem vallen bijvoorbeeld niet onder het Waterschap, omdat zij niet met bodem werken. Er is daarmee geen controle over de kwaliteit van effluent water. De sleutel daarvoor ligt bij de eigenaren/gebruikers van de grond. Een betere afstemming en gezamenlijke doelen kunnen gestimuleerd worden met bijvoorbeeld beheerpakketten via de agrarische collectieven.

Een aantal stakeholders geeft echter aan dat het onduidelijk is op welke manier GGM een invulling krijgt in het Handelingsperspectief en zijn onzeker over de mogelijke ruimtelijke impact ervan. Dat moet concreter benoemd worden. Energietransitie Wat betreft de voorgestelde maatregelen in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) verschillen de meningen onder partijen. Er is sprake van grote weerstand inzake de zoeklocaties voor windenergie op de Leusderheide en in de Eempolder. Enkele stakeholders wijzen op de mogelijkheden voor alternatieve, meer landschapsneutrale vormen van energieopwekking, zoals groen gas en het benutten van daken.

Een aantal stakeholders verschillen van mening als het gaat om het vergroten of verkleinen van peilvakken. Het waterschap geeft aan dat, zolang het bodemgebruik bovengronds hetzelfde blijft, deze maatregel in feite geen invloed heeft op het systeem.

12

Grondbank Hoewel de grondbank als instrument voor de (her)verdeling van vrijkomende gronden op instemming van de meeste stakeholders kan rekenen, zijn er fundamenteel verschillende ideeën over welke partijen de zeggenschap krijgen hierover. Er tekent zich een waterscheiding af tussen de agrarische collectieven en de gemeentelijke en provinciale overheden. Geobserveerd wordt dat de onderlinge relaties hierin op scherp komen te staan en dat de organisatie van een grondbank een zeer zorgvuldig proces vraagt. De waterkwaliteit is een aangelegenheid van zowel stad als buitengebied.

13

Gebiedsnarratieven Foodvalley Naar aanleiding van het Groeidocument heeft Regio Amersfoort een aantal gebiedspartijen uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens deze gesprekken konden de gebiedspartijen reageren op het Groeidocument en hun zienswijze meegeven voor het Handelingsperspectief. De gesprekken werden opgetekend door BVR adviseurs als ‘gebiedsnarratieven’. Deze narratieven beschrijven het perspectief van de betreffende gebiedspartij, en maken zo duidelijk op welke manier de partijen zich tot het buitengebied en tot elkaar verhouden.

Vanuit de Foodvalley werken we in een vergelijkbaar traject aan een Groeidocument. In grote lijnen sluiten de beide Groeidocumenten goed op elkaar aan. Het kan een meerwaarde hebben om ervoor te zorgen dat beide documenten elkaar inhoudelijk versterken en daarmee als overkoepelende regio een krachtig perspectief neer te zetten. Ook wat betreft de planning kan het goed zijn om met elkaar af te stemmen. Zo kunnen beide regio’s elkaar ondersteunen en versterken.

14

LTO

Gronden opkopen voor natuurontwikkeling is ons inziens duur en omslachtig. Liever wenden wij de beschikbare middelen aan om bestaande natuur beter te onderhouden. Wij dragen zodoende merkbaar bij aan de natuurdoelstellingen d.m.v. natuurinclusieve landbouw. De progressie daarin kan duidelijk inzichtelijk worden gemaakt middels een 0-meting, die als referentiepunt dient. Zo wordt het beleidsmakers direct duidelijk welke inspanningen wij reeds verrichten, en kunnen de top-down doelen helder getoetst worden aan de realiteit.

Het buitengebied van Amersfoort is in de basis een agrarisch gebied. De landbouwstructuur is de drager van het landschap. Met onze landbouwpraktijk voorzien wij niet enkel in de voedselzekerheid van de regio, maar beheren wij tevens het landschap. In hoofdzaak zullen wij altijd een toekomstbestendige agrarische onderneming zijn. Wat alternatieve landbouwpraktijken betreft, zoals kringlooplandbouw of voedselbossen, staan wij open voor alternatieven, mits deze onderbouwd zijn met een duidelijk rendabel verdienmodel. Aan wensdenken hebben wij niets – we willen concrete afspraken om de continuïteit van onze bedrijfsvoering te bewaken. Dit vraagt ook een bewustzijn onder beleidsmakers m.b.t. een goed economisch en sociaal toekomstperspectief voor agrariërs. Het familiebedrijf moet bestaansrecht hebben. Ook vanuit het UPLG verwachten wij heldere uitspraken waarin wij ons gekend en gewaardeerd voelen als voedselproducenten voor de regio.

Maatwerk is steeds essentieel – of het nu om stikstof, extensivering, evenwichtsbemesting, waterkwaliteit of peilbeheer gaat. Elke onderneming moet daarin gekend worden. De verschillen tussen de gebieden worden daarin duidelijk benoemd, zoals tussen Arkemheen en het Eemland en Soest. Om van voldoende watertoevoer verzekerd te zijn, zijn heldere afspraken met het waterschap belangrijk. We zijn voorstander van een flexibel peilbeheer. Wat we niet willen, is een verhoging van het waterpeil. Er moet tevens een duidelijke afstemming plaatsvinden met Vitens als het gaat om waterwingebieden.

De extensiveringsprocessen moeten gewaarborgd worden door voldoende ruimtereserveringen met agrarische bestemming (ruilverkaveling 2.0). In dit proces achten wij een grondbank een kansrijk instrument, mits de zeggenschap bij de boeren blijft. De overheid kan bijdragen door gemeentelijke gronden in te brengen, die tegen een schappelijke prijs verpacht kunnen worden. Waar passend, nemen wij daarin ruimte op voor natuur en kleinschalige recreatie. Voor de verbreding van onze agrarische praktijk, of het nu om padenbeheer of natuurvriendelijke oevers gaat, willen wij een gegarandeerde, langjarige compensatie ontvangen die niet enkel kostendekkend is, maar ook het bijkomende inkomensverlies c.q. de grondafwaardering dekt. Dan wordt het pas aantrekkelijk voor agrariërs.

Wij zijn trots op ons buitengebied en de bijdrage die we leveren aan het landschap. Daar mag meer vertrouwen in zijn. Er zijn kansrijke initiatieven en innovatieve processen die we willen uitrollen, zoals kunstmestvervangers. De overheid zou dat mogelijk moeten maken. Ontwikkelingsopgaven vanuit het Rijk en de provincie dienen met de grootst mogelijke zorgvuldigheid, in een transparant proces en met heldere communicatie naar - en participatie van -stakeholders bekeken te worden. We zien hierin mogelijkheden om ook over de regiogrenzen te kijken om bepaalde doelen te realiseren – zoals het adopteren van windmolens in Flevoland.

15

Ondernemers recreatieve sector Om de recreatiedruk te beheersen is het daarom belangrijk om de recreatie goed te clusteren. De belevingswaarde is daarin van groot belang. De meeste mensen beperken zich tot een straal van 5 – 10 km in een gebied. Daarin moeten goede routes voorzien zijn en aantrekkelijke horeca, die ook voor de lokale inwoners van betekenis is. Duidelijke routes voorkomen wild rijden en scheiden de verschillende weggebruikers, zodat bijvoorbeeld mountainbikers en wandelende gezinnen elkaar niet in de weg zitten. Dat voorkomt ongelukken.

Anderzijds kan willen we graag weten wat het effect is voor vergunningsbeperkingen. Hoe zorgen we ervoor dat er straks nog steeds voldoende ruimte is om te ondernemen? Rendabele en duurzame accommodaties hebben plek nodig om op te waarderen door uitbreiding of intensivering. Dat is in gebieden zoals de Utrechtse Heuvelrug lastig. De gemeenten zien graag een actieve, vitale recreatiesector, maar tegelijk hebben ondernemers te maken met vergunningsbeperkingen vanuit o.a. N2000. Nu is het soms zo dat een ondernemer op sommige plekken een ontheffing moet aanvragen om een activiteit met 20 mensen te ondernemen, terwijl een familie van 20 mensen vrij rond kan wandelen.

Het buitengebied van Amersfoort kent een afwisselend landschap en heeft daarmee een groot recreatief potentieel. De Utrechtse Heuvelrug is een zeer aantrekkelijk recreatiegebied, net als bijvoorbeeld Lage Vuursche en het Eemland. We merken dat er steeds meer vormen van recreatie zijn, met name als het gaat om dagrecreatie die buiten plaatsvindt. Het buitengebied is ook erg aantrekkelijk voor Randstedelingen. Het zou wel goed zijn als zij dichter bij huis blijven om te recreëren.

De politiek is niet happig op exploitatielocaties. Maar exploitatie hoeft zeker niet ten koste te gaan van omgevingskwaliteit. Goed beheer vraagt exploitatie. We zien kansen om dit soort locaties, zoals zwemplassen, uit te baten vanuit een coöperatie, met de gemeente als aandeelhouder. Hier zijn keuzes nodig. Er is al steeds meer een tendens richting ‘de gebruiker betaalt’, o.a. in de vorm van betaald parkeren en entreegeld.

Het voorstel voor groenblauwe dooradering in het Groeidocument roept vragen op. Is dit een kans of een belemmering voor recreatieve ondernemers? Enerzijds kan het terugbrengen van de beekstructuren in het landschap een kans zijn. Gemeenten kunnen de meer onbekende Gelderse Vallei promoten als aantrekkelijke groene omgeving voor recreanten en zo de druk verlichten op recreatieve hotspots als de Utrechtse Heuvelrug.

16

Particuliere landgoedeigenaren en rentmeesters Kijkend naar de ambities die spreken uit het Groeidocument, kunnen wij stellen dat wij op veel vlakken als koplopers kunnen worden beschouwd. We nemen onze rol en verantwoordelijkheid als rentmeesters van (delen van) het buitengebied zeer serieus. Vanuit een brede kennis beheren wij zorgvuldig diverse unieke landgoederen in het buitengebied. Anders dan de politiek denken wij op een tijdsschaal van eeuwen.

In een grondbank zien we geen oplossing, dat werkt marktverstorend. Vrijkomende gronden moeten ons inziens worden terugverkaveld naar de boeren, zodat zij kunnen extensiveren. Om een toekomstbestendig buitengebied te behouden, moet er aandacht uitgaan naar de natuurlijke systemen en processen die plaatsvinden. Het winnen van drinkwater op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug verstoort de aanvoer van kwelwater naar de Gelderse Vallei, die daarvan afhankelijk is. Vitens krijgt nu te gemakkelijk ruimte voor waterwinning. Dat is een bedreiging.

Teneinde de verweving tussen de arealen te versterken, kopen we ontbrekende schakels op, waarmee we bijdragen aan het verstevigen van de landschappelijke structuren in het buitengebied. De natuur floreert zichtbaar. Wij stellen dan ook kritische vraagtekens bij de doelstellingen voor nieuwe natuur, zoals die in het Groeidocument worden beschreven.

Wij geloven heel sterk in zonering. Onze landgoederen zijn (deels) afgesloten voor recreanten. Het is bijzonder en beschermenswaardig dat sommige gebieden stil zijn.

De ontwikkeling van beekdalen bijvoorbeeld moet niet ten koste gaan van de uitstekende landbouwgrond die wij bezitten. Landbouw is een inherent onderdeel van sommige landgoederen. Op verschillende landgoederen wordt al decennia gewerkt aan ruilverkaveling ten behoeve van de kwaliteit van het gebied. Dat proces is inmiddels in de afrondingsfase. We zien daarom niks in een opgelegde groenblauwe dooradering. Kijk liever met een goede referentiemeting naar wat er al door ons gerealiseerd is.

Recreatieve stromen moeten daarom bewust gestuurd worden. Leg een mountainbikepad aan, zodat er niet meer zomaar overal gefietst wordt. Onze rol in het faciliteren van recreatieve routes kan niet zonder meer. We krijgen er nu te weinig voor terug, terwijl ons gebied belast wordt. Zeker ten opzichte van beheerders als Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, het Utrechts Landschap en het Goois Natuurreservaat hebben wij als particulieren veel minder fiscale en financiële voordelen en exploitatiemogelijkheden. Om ons als particuliere landgoedeigenaren mee te krijgen in dit verhaal, zien we dat graag gelijkgetrokken.

De regie moet bij de landgoedeigenaar liggen. Sommige gronden zijn al honderden jaren in bezit, dat is maatwerk. Ook als het gaat om stikstof. Wij zijn niet meegegaan in de schaalvergroting, maar worden voor ons gevoel nu wel gestraft.

17

Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug We zijn enthousiast over de inhoud van het Groeidocument. Het stuk over de Utrechtse Heuvelrug zit er goed in, met name de begrenzing vanuit de natuurlijke structuur. Het gaat in onze ogen met name om systeemherstel; van water, bodem, ecologie. Dat mag wel nadrukkelijker opgetekend worden in het Handelingsperspectief.

We zijn huiverig voor zonering. Er zijn al een paar serieuze pogingen gedaan om tot zoneringen te komen, maar de belangen van de verschillende terreinbeheerders zijn te divers. Alternatief is om de draagkracht van het gebied als basis te nemen; wat kan het terrein hier wel aan, en daar niet. Hoe kunnen we de draagkracht vergroten, het systeem versterken? Het vraagt kennis op allerlei schaalniveaus. Er is veel te onderzoeken in de flanken bijvoorbeeld. De bossen staan op omvallen. Goed onderzoek is noodzakelijk om te weten waar de schop in de grond kan, en wat dat teweegbrengt.

Er is een verschil tussen de geografische begrenzing van de Utrechtse Heuvelrug en ons werkgebied. Stichting NPUH werkt als onafhankelijke verbinder tussen overheden, grondeigenaren en regionale stakeholders in de Utrechtse Heuvelrug en haar flanken. Als stichting dienen we brede belangen en denken na over waar wij op acteren als stichting. Aan welke tafels schuiven we aan, waar brengen we een meerwaarde? We zijn niet binnen één hokje te vangen maar richten ons juist op netwerken en verbinden. We dragen projecten aan en versnellen de gebiedsprocessen. Op verschillende manieren dragen we bij aan kennisverwerving en projectversnelling van de Utrechtse Heuvelrug. Samen met de Universiteit Utrecht zijn we een onderzoeks- en onderwijshub gestart. Daarnaast hebben we het gebied voorgedragen als pilot binnen het programma MooiNL, dat een mooi ontwerpend onderzoek heeft opgeleverd. Van het EU ontvingen we onlangs een subsidie om met stakeholders een gezamenlijke visie te ontwikkelen rond duurzame mobiliteit en recreatie in het gebied. Tevens voeren we projecten uit voor de Blauwe Agenda van het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden. Ook zijn we actief betrokken bij het UPLG, waar we een volwaardige plek aan tafel hebben.

18

Utrechtse natuurorganisaties De natuurwaarden in Nederland staan onder grote druk. Verschillende onderzoeken, waaronder de recente Natuurdoelanalyses, een set rapportages gemaakt door onafhankelijke partijen en getoetst door de Ecologische Autoriteit, beschrijven de negatieve impact op natuurgebieden door activiteiten die buiten de gebieden plaatsvinden. Het gaat onder meer om verontreiniging van water, verzuring, verdroging, stikstofneerslag en verlies van biodiversiteit.

ons niet moeten beperken tot bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers, maar langs een watergang, waar het kan, een brede bufferzone moeten realiseren, waarin zij buiten haar oever kan treden. Er liggen afspraken voor circa 500 ha nieuwe natuur en 1500 ha groene contour. We zien graag overgangsgebieden gerealiseerd tussen natuur en landbouw. Het zou ook helpen om de bestemmingsplannen aan te passen, zodat er in die gebieden functiemenging natuur en landbouw kan plaatsvinden. Wel moet de te realiseren kwaliteit (doelen) duidelijk en leidend zijn, op gepaste schaal. Maatwerk in doelen klinkt als een hellend vlak.

Er ligt bij de provincie Utrecht een opgave voor de realisatie van ruim 2.165 hectare NNN voor 2027. De ruimtelijke neerslag daarvan, waaronder ook de uitbreiding van bossen, moet een duidelijke plek krijgen in het Handelingsperspectief.

De wens tot behoud van landbouw in het gebied staat niet ter discussie. Wel gaat het Groeidocument sterk uit van landbouw en veeteelt in de huidige vorm. Extensivering kan bijvoorbeeld niet alleen wanneer er meer grond beschikbaar komt (zelfde aantal dieren op een groter oppervlakte), maar ook door de veestapel op het huidige oppervlak te verlagen, mogelijk gemaakt door bijv. kostenverlaging, functiestapeling en stapeling van beloningen.

Er is behoefte aan gebieden waar natuur het enige doel en de enige functie is. Dat veronderstelt het maken van keuzes op de plekken waar het schuurt met andere functies, zoals woningbouw, bedrijven, energie-opwekking of landbouw. Op sommige plekken gaan natuur en landbouw prima samen, op andere plekken is het conflicterend. Benoem de moeilijkheden; waterbehoefte, mest- en bestrijdingsmiddelengebruik. Hetzelfde geldt voor de recreatiedruk, die door het toenemende aantal inwoners alleen maar groter zal worden, en leiden tot een afname van rustgebieden voor fauna. Een duidelijke zonering is wat ons betreft een uitgekozen oplossing daarvoor. Waar gaan we de natuur absolute voorrang geven en bewust afsluiten voor andere functies, zoals recreatie? Alles integraal aanpakken kan vaak helemaal niet.

Duidelijke en niet te complexe beloningssystemen zijn dan ook een kritische succesfactor om natuurinclusieve verdienmodellen op agrarische grond te faciliteren. Deze moeten bovendien planningszekerheid bieden. Boeren moeten beloond worden voor het leveren van ecosysteemdiensten. Dat kan eventueel ook vanuit een PPS constructie. In Brabant en Drenthe is men daar al mee bezig. Ook voor terreinbeherende organisaties liggen de vergoedingen voor natuurbeheer nu te laag. De nadruk ligt nu sterk op boeren, maar ook andere landeigenaars lopen er

Naast zonering moet ook nagedacht worden over betere verbindingen. We moeten gaan voor systeemherstel. Dat houdt in dat we

19

tegenaan. Geld voor ontwikkeling is er wel, maar het beheer daarna wordt steeds duurder, ook door de druk op de natuur.

weidevogel te summier wordt benoemd in het Groeidocument. Pas bijvoorbeeld op met het aanleggen van bruggen over de Eem; daarmee kunnen vossen in het weidevogelgebied terecht komen.

We vinden de grondbank een kansrijk instrument. Het is belangrijk om nu al vast te leggen wat er met de vrijkomende (agrarische) grond gaat gebeuren. Welke systematiek ligt daar aan ten grondslag? Het gaat om lange termijnafspraken, dat moet goed op papier.

Ook missen wij de Leusderheide; een parel van een natuurgebied en het meest waardevolle heideterrein van de provincie Utrecht. Wat betreft de overige kansen die wij zien m.b.t. natuurbeheer en -ontwikkeling in het buitengebied, verwijzen wij voorts naar de nieuwe Natuurvisie 2050 (september 2023).

We zijn tevreden met het stuk over de Utrechtse Heuvelrug, maar vinden dat de

20

Vereniging Eemland 300 en vereniging Vrij Polderland Wij staan pal voor het behouden en versterken van de kwaliteit van het prachtige polderlandschap en belangrijke weidevogelgebied dat het Eemland is. We onderschrijven natuurontwikkeling, natuurinclusieve landbouw en natuurvriendelijke recreatie in onderlinge samenhang. Het uitbreiden van de groenblauwe dooradering, het stimuleren van agrarisch natuurbeheer en omzoming van stedelijke gebieden zijn zaken die ons sterk aanspreken. We verwachten wel dat agrariërs redelijk gecompenseerd worden voor het beschikbaar stellen van hun grond aan wandel- en fietspaden. De agrarische bestemming moet immers als hoofdfunctie van het gebied behouden blijven.

te verlagen. Daarmee komen er meer mogelijkheden voor extensivering. Daarnaast kunnen we beter investeren in agrarische natuur, in plaats van het opkopen van gebieden om natuur te realiseren. We zien ook mogelijkheden om slimmer om te gaan met het waterbeheer, door water heen en weer te pompen. Daarmee kunnen we het water beter vasthouden in het systeem. Kleinere peilvakken zijn dan nodig, en slimme pompen op zonne-energie. Het vraagt een sterke betrokkenheid van het waterschap, die daarin haar rol moet pakken. We hebben nu het gevoel dat de bestuurders niet eerlijk zijn over de ontwikkelingen die mogelijk (kunnen) gaan plaatsvinden in het buitengebied. Er is een gebrek aan transparantie en vertrouwen. Om een kwalitatieve ontwikkeling van het Eemland te bereiken, is het draagvlak onder stakeholders essentieel. Wij zouden graag zien dat de keuzes m.b.t. het buitengebied inzichtelijk worden gemaakt en helder gecommuniceerd. Zorg bijvoorbeeld ook voor een 0-meting, een referentiepunt, als het gaat om de realisatie van natuurdoelen.

Voor sommige zaken moeten we waken. Een grote toeloop van recreanten is ongewenst; dat geeft teveel overlast en drukte in het gebied. Voor een recreatieplas is daarom wat ons betreft geen plek in de Eemlandpolder. Daarvoor moet naar de oostkant van de N199 worden gekeken. Hetzelfde geldt voor woningbouwontwikkeling en wind- en zonneparken. Dat moet uitsluitend binnenstedelijks gerealiseerd worden. De energiestrategie in het buitengebied moet zich richten op landschapsneutrale alternatieven, zoals aquathermie of groen gas productie. Vrijkomende grond kan worden ingezet voor dit doel, of voor weidevogels.

Dit zijn onze aanbevelingen voor het behouden en versterken van ons bijzondere, kostbare open polderlandschap, het Eemland.

Een grondbank achten wij daarin een kansrijk middel. Wel is de vraag wie daarvan de eigenaar zou moeten zijn. Gemeenten moeten een duidelijk grondbeleid hebben. Ze kunnen bijdragen door regie te nemen in dit proces, en door de pacht

21

Waterschap Vallei en Veluwe Er wordt veel naar elkaar gewezen als het gaat om vervuiling van het water – de stad, de landbouw, de Rijn, de Gelderse Vallei. Iedereen heeft tot op zekere hoogte gelijk. Uiteindelijk gaat het om een watersysteem dat van iedereen een inspanning vraagt om afwenteling te voorkomen. Als waterschap hebben we niet overal invloed op – we gaan bijvoorbeeld niet over landgebruik, en hebben daarmee geen controle over de kwaliteit van effluent water. We ontkomen er soms ook niet aan om gebiedsvreemd water in te laten, bijvoorbeeld om bodemdaling tegen te gaan.

ook fors. Het groeiseizoen is langer. De grondwaterstand is ook niet zomaar te beïnvloeden. Sommige percelen zijn zo groot dat we het water niet meer hoog op kunnen zetten in het midden van het perceel. Vijf meter vanaf de rand, verder komen we niet. Kleinere peilvakken klinken mooi, maar zolang het bovengronds om hetzelfde gebruik gaat, heeft dat geen invloed op het systeem. We zien wel gebiedsbeheerders heel actief bezig zijn met peilbeheer. Het nieuwe peilbesluit laat ons nu ook toe om hogere peilen op te zetten. Een aandachtspunt is wel de drooglegging in de polders voor agrarisch gebruik, waar het grondwaterpeil 60 tot 80 cm onder het maaiveld ligt. Dat staat ver af van de streefpeilen beschreven in de Kamerbrief ‘Bodem en water sturend’ uit 2022.

Of de KRW-doelstellingen in 2027 gehaald worden, hangt af van fysisch-chemische waarden van het water. De fysisch-chemische parameters voor de Eem bijvoorbeeld zijn niet allemaal op orde: met name de concentratie nutriënten is te hoog. Deze zijn grotendeels afkomstig uit de Gelderse Vallei. De grootste bronnen zijn de landbouw en rioolwaterzuiveringsinstallaties.

We kijken breed, schuiven ook aan bij het Gelders Ondergrond Overleg (GOO). Water is direct verbonden aan de ondergrond. Resultaat laat vaak lang op zich wachten. Het diepe grondwater bereiken via een natuurlijk proces, vraagt generaties geduld. Maar hoe je het grondwater nu benut, dat is een maatschappelijk vraagstuk.

We werken sinds lang aan het verbeteren van de waterkwaliteit in het buitengebied vanuit de doelstellingen voor de zuidelijke randmeren (BEZEM). Daar is de waterkwaliteit heel goed. Maar niet alle vervuiling is te filteren, met name nieuwe stoffen zoals drugs- en medicijnresten en water van industriële processen, dat via effluent water in het systeem terecht komt. De zuiveringsmethoden worden wel steeds beter – we zijn bezig met de modernisering van de RWZI’s.

Het vraagt veel samenwerking; kunnen we bijvoorbeeld de watervraag van industriële processen aan effluent water koppelen? Kunnen we het hemelwater afkoppelen van de riolering, en op grote schaal infiltreren? Kunnen we dan minder water inlaten vanuit de Rijn, omdat we meer watervoorraad in het gebied hebben?

Daarnaast is er ook een kwantitatief verhaal. Grondwateronttrekking vindt voor 75% plaats door Vitens. Industrie en landbouw hebben daarnaast een vergelijkbaar aandeel in de grondwateronttrekking. Nu met de klimaatverandering is de verdamping

Er wordt veel regenwater getransporteerd. We hebben een capaciteitsprobleem met de zuiveringsinstallaties. Door hemelwater af te koppelen creëren we meer capaciteit voor de rioolafvoer. Dat gaat met een factor 4: door 1

22

hectare hemelwater af te koppelen, ontstaat er ruimte voor het aankoppelen van 4 hectare rioolafvoer. Tegelijk moet er dan wel voldoende ruimte zijn voor het hemelwater dat vervolgens het landelijk gebied instroomt. De vraag is hoe je daarmee omgaat; kunnen we grondeigenaren compenseren voor het leveren van blauwe diensten, zoals het bovenstrooms vasthouden van water? We willen graag een structuur van tijdelijke buffers creëren. Het beeksysteem heeft ruimte nodig; op verschillende plaatsen wordt het afgesnoept, waardoor er nood is aan waterbergingsgebieden. We zien echter dat locaties ook bebouwd worden, en hebben nu nog geen middelen om die gebieden open te houden. Maar we moeten absoluut inzetten op een infiltrerend systeem in plaats van een afvoerend systeem. Dat is niet enkel een aangelegenheid voor de gemeente, maar voor de hele regio. Deze processen om de waterbalans zowel kwalitatief als kwantitatief te verbeteren, vragen wel veel tijd. Het zal nog enkele jaren duren voordat alle stoffen en nutriënten aan de normen voldoen. Als waterschap zetten we daarom nadrukkelijk in op de lange termijn. Onze BOVI loopt tot 2050, en wordt nu geactualiseerd.

23

Samenvatting schriftelijke reacties Wat spreekt aan? Naar aanleiding van het Groeidocument werden stakeholders en betrokkenen in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren. Daarbij werden de volgende inhoudelijke vragen meegegeven:

1. Eigenheid en kracht van het gebied Verschillende stakeholders geven aan dat de landschappelijke karakteristiek van de deelgebieden goed naar voren komt in het Groeidocument. Herkenbaar is de aandacht voor groenblauwe dooradering en landschapselementen, de vervlechting van landbouw en natuur, een robuust bodem- en watersysteem. In aanvulling daarop wordt gewezen op enkele waardevolle gebieden, zoals de Leusderheide, de wespentaille nabij Bunschoten en de weidevogelgebieden, die sterker naar voren mogen komen. In de omgeving van Soest zijn tevens een tiental agrarische bedrijven gesitueerd.

> Wat spreekt aan en heeft u nog suggesties om de inhoud verder aan te scherpen? > Wat spreekt niet aan en heeft u suggesties op welke manier het aangepast zou kunnen worden? > Wat ontbreekt en moeten we niet vergeten in Handelingsperspectief Buitengebied Regio Amersfoort? > Zijn er goede voorbeelden uit het gebied (of elders uit Nederland of het buitenland) die we ter inspiratie toe kunnen voegen?

Daarnaast worden de bottom-up benadering en het benutten van de kracht van de regio als gemeente- en sectoroverstijgend gebied gewaardeerd.

Daarnaast werden een aantal vragen gesteld omtrent het benodigde proces om tot een Handelingsperspectief te komen.

2. Combineren en prioriteren - én zoneren Stakeholders zien voordelen in de aanpak van combineren en prioriteren om verschillende belangen te koppelen en functies te combineren (bijv. groenblauwe dooradering en recreatie). Tegelijk moeten we ons realiseren dat niet overal alles gecombineerd kan worden. Recreatie wordt vaak in deze context genoemd. O.a. de natuurorganisaties geven aan dat voor het in goede banen leiden van recreatie, een afgewogen zonering noodzakelijk is: de aard en intensiteit van recreatie moet worden afgestemd op de draagkracht van het gebied. De huidige beperkte ontsluiting in bepaalde gebieden is vanuit natuuroogpunt een bewuste keuze: gebieden met meer draagkracht worden opengesteld, kwetsbare natuur is (al dan niet tijdelijk, bijvoorbeeld in het broedseizoen) niet toegankelijk voor recreanten.

> Wat kunt u zelf betekenen voor het buitengebied en waar heeft u hulp bij nodig en van wie? > Hoe zou u betrokken willen worden bij het vervolg en de uitvoering van het Handelingsperspectief? > Wat is volgens u een kritische succesfactor om niet alleen een perspectief te schrijven maar ook echt tot handelen te komen? De schriftelijke reacties zijn gerubriceerd per vraag en verwerkt in onderstaande samenvatting. De reactie vanuit de agrarische partijen is integraal opgenomen in bijlage 2 in dit document.

Het merendeel van de stakeholders meent dat zonering een goede maatregel kan

24

zijn om verstoring van bepaalde gebieden te voorkomen. Er is onenigheid tussen stakeholders over het al dan niet volledig afsluiten van bepaalde (natuur)gebieden.

van een schone Eem, en vraagt aanpassingen van o.m. beroepsvaart, landbouw en recreatie. 4. Groenblauwe dooradering Dit Groeidocument geeft een goede invulling aan met de groenblauwe dooradering van het landschap inclusief landschapselementen en natuurlijke oevers. Het kan echter nog duidelijker worden gemaakt dat de groenblauwe dooradering versterkt moet worden om te fungeren als een natuurnetwerk. Zo noemen stakeholders de aandacht voor slootkanten positief, maar mag dit van een aantal partijen wel iets ambitieuzer worden geformuleerd. Een enkeling vindt het daarbij een goed idee om ecologisch slootbeheer de standaard te maken, omdat dit goed aansluit bij agrarische bedrijfsvoering en een goede eerste stap kan zijn voor het verbeteren van de agrarische waterkwaliteit. Hier zijn de komende jaren grote opgaven aan verbonden. Meer ruimte voor beekdalen, hermeandering en brede oevers worden tevens genoemd.

De omzoming van de stedelijke gebieden (kernrandzones) en de polder spreekt aan. In deze zoom of overgangsgebied zien stakeholders graag nieuwe natuur en ruimte voor duurzame landbouw zoals de Herenboeren. 3. Waterbeheer Waterbeheer is één van de cruciale onderwerpen in het Groeidocument. Stakeholders reageren deels positief op voorstellen omtrent de waterkwaliteit, zoals een schone Eem, en waterbalanskwesties, zoals peilbeheer en waterberging. Enkele stakeholders geven aan een hoger waterpeil een goed idee te vinden. Een aanscherping zou volgens hen kunnen zijn om ook duidelijk te maken op kaart waar dit constant verhoogd wordt (veenweide) en waar dit flexibeler kan (klei). Oppervlaktewaterwinning is bovendien als kans te noemen. Water infiltreren en vasthouden, met name op de hogere gronden, wordt over het algemeen ook goed ontvangen. Het waterschap tekent daarbij aan dat het nemen infiltratie bevorderlijke ingrepen bij landeigenaren en gebruikers van de grond ligt. Aangegeven wordt ook dat waterberging ook nodig kan zijn in het bos om droge tijden op te vangen en niet alleen in de polders. Een enkele stakeholder stelt voor om een grotere zoetwaterbuffer aan te leggen door het Eemmeer uit te breiden.

5. Recreatie en beheer De benodigde groenblauwe dooradering van het landelijk gebied met landschapselementen kan worden gecombineerd met recreatieve paden, hoewel sommige partijen aangeven dat dat niet overal wenselijk is i.v.m. biodiversiteit. Stakeholders tekenen daarbij aan dat het goed is om agrariërs te betalen voor wandel/ fietspaden over hun grond en dat recreatieve voorzieningen beperkt blijven om niet te veel recreanten aan te trekken. Dit geldt echter niet alleen voor particulieren: men wil van een fonds voor onderhoud van landgoederen naar structurele financiering van beheer van de gewenste maatschappelijke functies. Als dat niet direct kan dan bv door belasting, zoals de toeristenbelasting, dan bijvoorbeeld gericht door de gebruikers(groepen).

Wat betreft waterkwaliteit wijzen meerdere partijen erop dat het een gezamenlijke inspanning betreft om in het hele stroomgebied de waterkwaliteit te bewaken. Dit geldt in het bijzonder voor het realiseren

25

6. Natuurinclusieve kringlooplandbouw en circulariteit Een aantal partijen steunen de focus op natuur inclusieve kringlooplandbouw. Door op regionale schaal kringlopen van nutriënten te sluiten en ter bemesting weer ruige mest en compost te gebruiken kan bijgedragen worden aan de oplossing van de stikstofproblematiek en kan de vraag naar internationaal import van nutriënten worden verlaagd.

7. Grondbank Stakeholders staan merendeels positief tegenover een grondbank als instrument en wijzen daarbij op eerdere ruilverkavelingsprocessen, die als succesvol zijn ervaren. Er bestaat echter geen overeenstemming over bij wie het eigendom moet komen te liggen. Sommige stakeholders geven aan dat een dergelijke grondbank in handen zou moeten zijn van de samenwerkende boerenorganisaties en betreffende gemeente, niet in handen van de provincie. Verder wordt voorgesteld dat de gemeenten, bijvoorbeeld, 75% van hun eigendomsgronden beschikbaar zouden kunnen stellen voor deze grondbank. Deze gronden kunnen vervolgens verhuurd worden aan diverse bedrijven en zo bijdragen aan extensivering van deze bedrijven zonder dat dit veel inzet van kapitaal vergt voor die bedrijven.

Stakeholder zien daarnaast kansen om ook op blijvende landbouwgrond bij te dragen aan natuurdoelen. Men geeft aan dat hiervoor verandering in wet- en regelgeving en ook meer financiële prikkels nodig zijn. Op dit moment is de vergoeding voor agrarisch natuurbeheer te laag om echt aantrekkelijk te zijn voor boeren. De LTO plaatst kanttekeningen bij verbrede landbouw, en wijst op de wens van boeren om in de eerste plaats voedselproducent te zijn.

Ook over de verdeelsleutel bestaan verschillende opvattingen. Sommige stakeholders wijzen erop dat dit maatwerk moet zijn, anderen geven aan dat er een duidelijk afwegingskader met volgordelijkheid als uitgangspunt voor nodig is. Tenslotte zijn er stakeholders die van mening zijn dat een grondbank marktverstorend werkt.

26

Wat spreekt niet aan? 1. Onevenwichtigheid perspectieven Niet alle stakeholders zijn ervan overtuigd dat dit een stuk is van en voor alle partijen. Hoewel meerdere partijen aangeven dat het Groeidocument aandacht heeft voor verschillende belangen van betrokkenen, vinden sommigen dat de nadruk sterk ligt op het agrarisch perspectief. Zij wijzen op de schadelijke effecten van conventionele landbouw, waaronder de belasting op de beekdalen, onttrekking van grondwater, waterkwaliteit en biodiversiteit. Er mag van hen meer aandacht zijn voor natuur (in het bijzonder weidevogelgebieden) en de kansen voor Groen Groeit Mee, bijvoorbeeld m.b.t. de transitie naar een natuurinclusief landgebruik, de recreatiebehoefte van stedelingen, herstel van biodiversiteit etc.

processen zoals het RES en het VAB-beleid, waarbij er te verregaande conclusies worden getrokken over bijvoorbeeld financiering en beheer. 3. Natuurontwikkeling en -financiering Enkele stakeholders geven aan dat er in het Groeidocument te weinig aandacht is voor ontwikkeling van robuuste natuur. Herstel van natuurlijke processen vraagt om het expliciet benoemen van de ruimte en randvoorwaarden die nodig zijn per deelgebied. In de Gelderse Vallei gaat het bijv. om de grote blauwe verbindingen met brede oevers en passend waterbeheer. In de Utrechtse Heuvelrug speelt vermesting, verzuring en verdroging, die om bodemherstelmaatregelen vragen. In het Eemgebied moet er meer aandacht zijn voor het weidevogelgebied. Gewezen wordt er ook op het belang van de realisatie van robuuste ecologische verbindingen met aaneengesloten natuurgebieden en overgangsgebieden. Agrarische grond omzetten naar natuur (NNN en Groene Contour opgave) is vanwege te lage vergoedingen voor natuurinrichting en beheer en de beperkingen die dan op de bedrijfsvoering komen liggen momenteel niet aantrekkelijk. Meerdere partijen zijn het erover eens dat er meer rekening moeten worden gehouden met de beheerskosten en niet alleen de realisatie, zowel in agrarische natuurbeheer als regulier natuurbeheer (waarbij de bestemming van de grond natuur is).

Het stapelen van beloningen wordt door een aantal stakeholders genoemd als oplossingsrichting.

Enkele agrarische stakeholders hebben juist te kennen gegeven zich niet in het Groeidocument te herkennen en zijn zeer kritisch op wat zij als ‘wensdenken’ van de overheid bestempelen. De genoemde oplossingen voelen voor hen onrealistisch aan. Meerdere stakeholders zetten vraagtekens bij de ambitie van het Handelingsperspectief om een document vóór en dóór alle partijen te zijn. Gewezen wordt o.a. op het meer betrekken van de inwoners van het buitengebied, defensie en industrievertegenwoordigers. 2. Gebrek aan keuzes versus voorbarigheid Stakeholders geven aan dat er te weinig keuzes worden gemaakt en dat het Groeidocument onvoldoende concreet wordt. Er moet erkend worden dat niet in alle gevallen een integrale aanpak gevolgd kan worden. Een zoekgebied voor energieopwekking rondom de Leusderheide is ecologisch onwenselijk, bijvoorbeeld. Tegelijk vinden sommige partijen dat het Groeidocument vooruit loopt op lopende

4. Recreatieve ontsluiting In sommige gebieden is er teveel (over) belasting door recreanten, o.a. langs de Eem, in Lage Vuursche en de Utrechtse Heuvelrug. Voor het in goede banen leiden van recreatie is zonering van recreatie en natuur: de aard en intensiteit van recreatie moet worden afgestemd op de draagkracht van het gebied. Daarbij moet niet alleen worden gedacht aan

27

gebieden waar (veel) recreanten welkom zijn, maar ook aan gebieden waar natuur voorrang krijgt. Het is belangrijk de recreatiedruk in de rustige gebieden niet verder te intensiveren. Concreet is er om die reden vanuit sommige stakeholders weerstand tegen een zwemplas in het Eemland. Ook wordt meer duidelijkheid gevraagd over de consequenties van nieuwe ontsluitende infrastructuur, zoals bijv. de nieuwe brugverbindingen over de Eem. Eveneens roepen stakeholders op om de ruimtelijke inrichting van fietsinfrastructuur mee te nemen, in het bijzonder met betrekking tot snelle e-bikes.

mits onderbouwd rendabel en mits het primaire doel van de bedrijven de productie van voedsel blijft. Het accent moet volgens hen op het versterken van deze bedrijven liggen. Partijen uiten zorgen over de rendabiliteit van alternatieve vormen van landbouw, zoals agroforestry, en wensen meer onderbouwing van de verdienmodellen. Zorgen zijn er ook over de voedselvoorziening in combinatie met extensivering bij een toenemende bevolking. Kritiek is er ook op de ambitie om tegen 2040 25% biologische landbouw in de Gelderse vallei te realiseren, waarbij agrariërs vinden dat dit onrealistisch is bij het (huidige) beperkte marktaandeel dat biologische voedsel inneemt. Daarentegen werd er ook gereageerd dat deze 25% juist beperkt is, en dat bijvoorbeeld 3540% meer gepast zou zijn.

5. Verbrede landbouw Hoewel landbouw door alle partijen als belangrijke structuur van het buitengebied herkend wordt, gaat het Groeidocument volgens sommige stakeholders teveel uit van het behoud van landbouw in de huidige vorm, m.n. in termen van productie. Ze wijzen erop dat conventionele landbouw en natuur elkaar in de weg zitten vanwege de verschillende wensen voor de grondwaterstand, mest- en bestrijdingsmiddelengebruik. In het voorstel voor een grondbank lijkt de landbouw ook leidend te zijn, terwijl hier juist een kans ligt om meer integraal te kijken naar de vrijkomende grond, vinden sommige partijen. Daarnaast kan extensivering ook plaatsvinden door een kleinere veestapel, niet enkel door het uitbreiden van grondareaal. Er moet volgens deze stakeholders meer aandacht zijn voor verbrede landbouw en het stapelen van beloningen daarvoor, binnen een duurzaam verdienmodel. Daarbij wordt er gewezen op alternatieve mogelijkheden voor natuurinclusieve maatregelen, zoals de Utrechtse Monitor Duurzame Landbouw.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13854237/1