CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

23.173 Stec Groep Participatienotitie woningbehoefteonderzoek Bunschoten 19 februari 2024.pdf

Commissie Ruimte 20 maart 2024, gemeente BunschotenBij agendapunt: CS 1213936 Voorlopig resultaat woonbehoefteonderzoek 20238.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Participatienotitie Stec Groep aan gemeente Bunschoten 19 februari 2024

2

Participatienotitie

Inhoudsopgave Leeswijzer

3

Bijlage A: Participatie verslagen

4

Sessie 1 – Makelaars, bouwers, ontwikkelaars en corporaties Sessie 2 – Corporaties en (woon)zorginstanties Sessie 3 – Inwoners, specifieke belangengroeperingen en lokale werkgevers

4 7 11

Bijlage B: Enquêteresultaten

14

Huishoudens- en inkomenssituatie Actuele woonsituatie Tevredenheid en verhuiswensen Woonwensen Wonen en zorg Duurzaamheid Stellingen

15 16 17 22 26 27 28

Participatienotitie

3

Leeswijzer Dit bijlagerapport bevat twee onderdelen Het voor u liggende document vormt de bijlage bij het woningbehoefteonderzoek van gemeente Bunschoten. Er zitten twee onderdelen in: de verslagen van de eerste ronde participatiegesprekken (23 januari 2024) en de toelichting op de resultaten van de inwonersenquête. Participatieverslagen Op dinsdag 23 januari 2024 zijn de eerste drie participatiebijeenkomsten georganiseerd. Dit is onderdeel van het participatietraject uit het woningbehoefteonderzoek en tevens de eerste ronde van participatie. Voor iedere bijeenkomst zijn verschillende groepen belanghebbenden uitgenodigd. De eerste groep bestond uit makelaars, bouwers, ontwikkelaars en corporaties. De tweede groep bestond uit corporaties en (woon)zorginstanties. Voor de derde groep zijn inwoners, specifieke belangengroeperingen en lokale werkgevers uitgenodigd. Bijlage A bevat de verslagen van de participatiebijeenkomsten. De verslagen bieden een nauwkeurige weergave van de betrokkenheid van individuen of groepen inclusief hun input, feedback op het onderzoek en eventuele uitdagingen waar ze zelf tegenaan lopen in Bunschoten. Inwonersenquête Van 22 november 2023 tot en met 1 januari 2024 hadden inwoners van Bunschoten de mogelijkheid om een woonwensenenquête in te vullen. Bijlage B bevat de toelichting op de resultaten van de enquête.

De enquête is verspreid via de gemeente en via de lokale krant. In totaal hebben 650 inwoners de enquête ingevuld.

Participatienotitie

4

Bijlage A: Participatie verslagen Sessie 1 – Makelaars, bouwers, ontwikkelaars en corporaties Aanwezigen • Corporatie G&O • Corporatie Omthuis • Makelaar Meerwaerde • Aalberts Ontwikkeling • Koelewijn Bouw • Van Der Wardt Bouw • De Bunte • Schoonderbeek BV • Bureau Bos • Janet Berkhoudt, Karin Loman, Emiel Roelofse (gemeente Bunschoten) • Esther Geuting, Saïd Ibrahim (Stec Groep) Algemene opmerkingen • Inwoners geven bij makelaars veelvuldig aan dat ze prefereren dat ‘eigen’ inwoners (Bunschotenaren) voorrang genieten bij het bemachtigen van een woning. • Als je ontwikkelt in welk gebied dan ook, dan komt een grote doelgroep uit je directe omgeving. Als dit in Bunschoten de grotere gezinswoningen zijn dan ga je dat bouwen. Automatisch heb je dan een grotere instroom vanuit je eigen dorp. • Het dorp staat bekend als een gesloten gemeenschap. Toch staan mensen er anders in wanneer ze wat meer binding hebben met de gemeenschap. Ze werken hier, ze kennen mensen, ze gaan naar de kerk. • Het is belangrijk dat de gemeente een visie formuleert op deze kant van Bunschoten: kleur bekennen. Moet het dorp zo “gesloten” blijven? Of trek je het breder? Hier kan je relatief makkelijker/meer bouwen ten opzichte van bijvoorbeeld een gemeente als Baarn. • Woningcorporaties geven aan dat ze weinig mutaties zien.

Bijvoorbeeld een terugblik naar Eiland 4 laat zien dat er weinig mensen van buitenaf komen. De interne behoefte is zo hoog dus het is makkelijk te vullen met ‘eigen’ inwoners. • Bunschoten is voor de ‘Amsterdamse doelgroep’ niet/minder aantrekkelijk. Daar heb je hier minder last van bij de inkomende verhuizingen. Hoe kijken jullie (als vakmensen) naar de woningvoorraad? • We zien dat bijna alle (nieuwbouw)woningen/tussenwoningen van de afgelopen jaren zijn verbouwd met een extra ruimte eraan of erop. • Ze beginnen hier jong met werken, dat zorgt voor een hogere opbouw van eigen vermogen. Dit merk je niet bij anderen gemeenten. • Combineer de doorstroming van ouderen met het verduurzamen van de oude woningen die ze achterlaten. • Misschien ligt er nog een taak voor makelaars om de voordelen van duurzaamheid te kwantificeren voor een koper. Wanneer je dit kwantificeert dan herstelt de markt zichzelf. • Daar staat tegenover: in deze gemeente haakt de koper niet zo snel een makelaar aan, veel transacties vinden zonder makelaar plaats.

Participatienotitie

5

Opmerkingen omtrent de sociale huurwoningvoorraad • De sociale woningvoorraad is compact met 14%. Desondanks was er de afgelopen jaren voldoende beschikbaarheid van sociale woningen om ook de taakstelling voor de huisvesting van statushouders te realiseren. • De beleving onder de inwoners is anders. Het idee heerst dat alle sociale huur naar vluchtelingen gaat, dit is feitelijk niet correct. Opmerkingen over de woningbehoefte • Vooral het segment van kleine betaalbare woningen wordt gemist in de woningvoorraad. • Makelaars en bouwers merken dat binnen het segment van de kleine betaalbare woningen zeker behoefte is. Men is op het moment zelfs bereid om 3 ton te betalen voor 42m². Doorstroming van ouderen • Er is in Bunschoten één grote zorginstelling. Verder zijn er voor ouderen niet veel (woon)voorzieningen. Ouderen accepteren soms matige omstandigheden omdat ze de verhuisbeweging niet kunnen maken naar een kwalitatief betere woning, binnen de gemeente. • Ontwikkelaars en bouwers merken op dat er zodra er meer dan 4laags gebouwd wordt, inwoners dat lastig vonden en mogelijk ook vinden. • Mensen willen in hun buurten blijven wonen. Deelnemers aan de consultatie roepen de gemeente op de schoollocatie aan te wijzen als een cluster voor levensloopgeschikte geclusterde woonvormen voor ouderen. Met een steunpunt in de buurt en voorzieningen in de buurt voor ouderen.

Gewaarschuwd wordt hiermee op tijd te beginnen, bij de groep vanaf 60 jaar en niet vanaf 80 jaar. • Deelnemers zien dat de oudere generatie in Bunschoten steeds vaker gaat huren, zoals bijvoorbeeld in Rengerswetering. Stellingen uit de enquête • Je merkt aan alles dat hoger bouwen niet gewaardeerd wordt hier. Eiland 5 is hier een voorbeeld van. Dit komt omdat het maximaal 6 lagen en het segment sociale huur betreft. • Wat betreft bouwen in het groen: het is een compromis die je uiteindelijk toch zult moeten sluiten op het moment dat de ruimte op. • De kwestie rondom flexwoningen is omstreden in Bunschoten. Als je kostbare grond en locaties gaat gebruiken voor politici die sier willen maken met flexwoningen ben je niet goed bezig. Daarnaast is het financieel bijna niet rond te krijgen en ben je een hoop afval aan het produceren. • De huidige gemeenteraad wilt niks met flexwoningen. Hier is al een hele discussie over gevoerd. • Inwoners van Bunschoten hebben veel belangstelling voor zelfbouw. Vorig jaar waren er op vier vrijgekomen kavels 120 inschrijvingen in totaal en 60 inschrijvingen binnen vijf minuten. • Vanuit het perspectief van de makelaars denken wij dat zelfbouw minder populair is vandaag de tijd, men is niet meer zo handig als vroeger met het zelfbouwen en klussen.

• Eigenlijk had er nog een vraag tussen de stellingen moeten staan: realiseert men zich wel dat zelfbouw duurder is dan projectbouw? • Doordat de kavelprijs hoog is zie je bij zelfbouwprojecten ook dat er soms mooiere huizen op gezet worden, al komen er ook veel cataloguswoningen voor, en dat is jammer. Wat moet er écht in het omgevingsprogramma wonen komen? • Het aanpassen en het vergroten van de rode contour. Deelnemers roepen op om daar op tijd mee te beginnen. • Als marktpartij ben ik van mening dat de gemeente moet faciliteren. Maar als je als gemeente veel sociale voorraad wilt bouwen dan stel ik voor dat dit gaat via actief grondbeleid. • Bunschoten moet ook kijken naar de woningbehoefte in de regio: grotere rol spelen op regionaal vlak. • Inbreidingslocaties moeten meer benut worden voor woningbouw, met name appartementen grondgebonden voor de doorstromingen. Behoud van sociale netwerken is belangrijk. • Er moet meer visie komen op de concrete locaties in de periode t/m 2030. Denk bijvoorbeeld aan Eiland 6.

Participatienotitie

• • • • •

•

• •

•

6

Combinatie in het segment van levensloopgeschikt en ruimere kenmerken zoals een oprit en dergelijk. As je nu heel specifiek voor doelgroepen gaat bouwen, hoe zorg je dat dit over een paar jaar niet verwaterd is? Betaalbaar bouwen en betaalbaar houden. De gemeente moet realistische eisen stellen aan woningbouwpercentages en wat voor woning je gaat maken, anders gaat er een streep door de plannen en komt er niks van de grond. Producten met specifieke regels zorgen ervoor dat er ook groepen ontstaan die overal buiten vallen, daarvoor moeten we ook waken. Als je goedkope woningen wilt dan moet je het product aanpassen aan de prijs: met z’n allen kleiner bouwen. Als je voldoende in die categorie blijft toevoegen dan stijgt die prijs ook niet meer zo hard. We moeten met z’n allen realiseren dat een woning veel geld kost. Pas het product aan naar de prijs, ga niet gedwongen een te lage prijs op de woning zetten. Prijsstijgingen kunnen we beperken door woningen toe te voegen. In de basis moet je zien te voorkomen dat mensen niet afhankelijk zijn van een woningcorporatie en eerder geneigd zijn om te kopen. Dit kan op verschillende manieren: denk aan het bouwen en denk aan financieringsmogelijkheden zoals een starterslening. De gemeente Bunschoten moet visie ontwikkelen op waar je hoog kan bouwen in Bunschoten en hoe je dat mooi vorm geeft.

Het concreet toewijzen van geclusterde woonzorgvormen, geef die ook een paar plekken en verdeel dat over de dorpen. Binnenstedelijk herontwikkeling locaties zijn uitermate geschikt om te gebruiken voor de zorg. Korte Landen was ooit binnen de rode contour, dat is er toen plotseling uitgehaald. Dat soort bijzondere ontwikkelingen moeten we in de toekomst voorkomen en herstellen.

Participatienotitie

7

Sessie 2 – Corporaties en (woon)zorginstanties Aanwezigen • Corporatie G&O • De Haven • De Boei • Stichting Sprank • Janet Berkhoudt, Karin Loman, Martijn Rens, Nichon Ruizendaal (gemeente Bunschoten) • Esther Geuting, Saïd Ibrahim (Stec Groep)

Belangrijkste boodschap • Wij zijn met sociaal werk enorm bezig met de uitdagingen in de maatschappij. Alle vergrijzing en het feit dat mensen veel langer thuis wonen, ook als ze zorg nodig hebben. Dit betekent een druk op de buurten, veel meer voor elkaar zorgen en dat woningen meer voorzieningen moeten treffen. Dit heeft vooral te maken met de omgeving, voorzieningen die er zijn, gelegenheid om elkaar te ontmoeten en dat samen te doen. • Vanuit de verpleeghuissector zien we een dubbele vergrijzing op ons afkomen. Als we dat vertalen naar capaciteit betekent dat er een te grote toename op ons afkomt. Wij worden geacht om verpleeghuiszorg bij de mensen thuis te leveren: dat betekent dat de woning daarvoor geschikt moet zijn. De Haven heeft gelukkig eigen mensen aan boord maar tegelijkertijd is personeelsschaarste een breder probleem. • Onze zorgpartij zit in een hele andere doelgroep, heel veel ambulante begeleiding en we merken een steeds grotere vraag naar begeleid en beschermd wonen in locatie in het dorp en voor het dorp. • De verbinding met de zorgsector en planologie moet sterker gelegd worden. • Als zorgpartijen zien we ook dat veel inwoners wegtrekken uit Bunschoten terwijl wij die ook graag hier zouden willen hebben. • De vergrijzing is een zorg en een goede verdeling woon/zorg is iets dat op ons afkomt en waar we als regio ook over moeten nadenken.

• Stichting Sprank heeft twee woontorens, daar wonen mensen met een beperking. Wij hebben een enorme wachtlijst. Mensen met een beperking willen ook graag hier in Bunschoten blijven wonen. Daar is nu amper mogelijkheid voor. • Stichting Sprank en De Haven werken samen om de doorstroming van ouderen te bevorderen. Het is belangrijk om samen de enorme wachtrijen tegen te gaan. • De wachtlijsten groeien en groeien, de verpleeghuisplekken, de nultredenwoningen en voorzieningen voor ouderen lopen achter. Er is een wachtlijst voor intramuraal, daar is geen passende huisvesting voor waardoor er een gat zit wat we niet met elkaar opvangen. De zorgpartijen kunnen niet wachten met dit thema. Onderling is er al gesproken met een groep inwoners vanuit Bunschoten, de Rabobank en Bureau Bos. Voor ons is het zaak om met een plan te komen, we zijn van de samenwerking en dat kunnen wij in Bunschoten ook heel goed. We willen de groei gaan maken naar de thuissituatie, extramuraal toevoegen. • In Bunschoten is hard gewerkt aan het toevoegen van extra woningen, maar de druk is er niet vanaf. Dit is het meest merkbaar aan jongeren die niet aan huisvesting kunnen komen en senioren die nog zoekende. Urgenten moeten ook nog een plek krijgen in dit verhaal. Daarnaast moet de zelfredzaamheid van bewoners in grotere mate worden ondersteund.

De zwaarte van de casussen in Bunschoten zijn erger dan andere plekken in de omgeving. Een goede plek creëren voor de ouderenzorg is van belang. • Als woningcorporatie valt ons de oververhitte markt ook op. Er komen buitenproportionele hoeveelheden aan reacties van jongeren binnen op vrijkomende woningen in de sociale huur. We realiseren projecten om doorstromingen te bevorderen. De oplossing zit in de doorstroming: het realiseren van aantrekkelijke (toekomstgerichte) woningen voor senioren zodat ze de zekerheid hebben dat ze daar tot in de lengte van hun leven kunnen blijven wonen. Algemene opmerkingen • Van de scholieren loopt het leeuwendeel stage in het dorp.

Participatienotitie

• • •

8

Sociale cohesie is een unieke kwaliteit in Bunschoten die we ook kunnen benutten voor in de zorg. Ook in de sociale huur treed onderhuur/fraude op. Het informele circuit is hier relatief veel groter dan elders. Het circuit dat niet zichtbaar is en waar men wel vanaf weet. Er zijn particuliere initiatieven die hier op inspelen, zowel positief als negatief.

Woonvormen • Als het gaat om nieuwe woonvormen doe je er goed aan om het in nieuwbouw toe te voegen, maar omdat de vraag te groot is ontkom je er niet aan om het ook in de bestaande voorraad te doen. Dat wat er nu niet is ligt de kans vooral in de nieuwbouw. In de nieuwbouw wil je complementair zijn. • Een veilige woonomgeving is belangrijk, de combinatie van het pakket aan voorzieningen en toegankelijkheid is van toegevoegde waarde. • Op Eiland 5 komt een huiskamer van de wijk, een van de woningen is beschikbaar gesteld om met de bewoners dagelijks activiteiten te organiseren. Dat is ook de sleutel om prettig met elkaar te samen leven. • Ook politiek moet de keuze gemaakt worden: bij elke bouwlocatie moet de zorgkwestie meewegen, niet alleen financieel gewin. Het is belangrijk om te realiseren dat je niet voor beide kan kiezen: een zo hoog mogelijke winst en bijdragen aan de zorgkwestie gaat niet hand in hand. • Uiteindelijk zal de zorg anders georganiseerd worden, het geclusterd wonen waar je het met elkaar doet is ook belangrijk voorbeeld. • Er is ruimte nodig voor de buurtfunctie. Er ontbreekt ten allen tijden een ontmoetingsruimte. • Zo’n ontmoetingsplek als Eiland 5 zul je op meerdere plekken in de gemeenten moeten krijgen. Met elkaar eten, koken: positieve gezondheid in plaats van medicaliseren.

• Juist omdat de sociale cohesie groot en hecht is in Bunschoten moet het hier kunnen. • Een constructie uit Eindhoven: jongen mensen kunnen een huisje huren en daar tegenover staat dat ze subsidie krijgen als ze vrijwilligerswerk leveren. • De kracht van mixen tussen doelgroepen is van essentieel belang. Leefbaarheid • Elke overlastsituatie is er een te veel, leefbaarheid is absoluut een aandachtspunt. • Goede samenwerking tussen alle partijen is van belang voor de leefbaarheid. • Elkaar opzoeken bij casussen. • Buurtbemiddeling. • Bovenstaande zaken gebeuren best goed in Bunschoten. • Situaties uit het verleden zorgen ervoor dat nieuwe initiatieven minder snel van de grond komen. • Het is een heel sociaal dorp, totdat het bij je achterdeur/voordeur gaat komen. • Het is van belang om de effecten van de zorg op lange termijn in kaart moet brengen. Wat is het effect op de samenleving in Bunschoten op de lange termijn? Maak dat zo hard mogelijk. • Voorbeeld: als je omhoog gaat met patiowoningen is de opbrengst groter. Het is een kwestie van willen. Er zijn veel meer mogelijkheden. • Het aandeel mensen die kwetsbaar zijn in een sociale huurwoningvoorraad relatief groter is. Omdat de voorraad zo klein is concentreert dat zich in bepaalde buurten. Dat is een gevolg van het feit dat je weinig aanbod hebt en de tweekoppigheid van Bunschoten.

De draagkracht in de buurt wil je meer verdelen dan over een paar complexen. Beschikbaarheid, betaalbaarheid en nieuwbouw • Vanuit het zorglandschap gezien moet er ook gebouwd worden voor de mensen die behoefte hebben aan begeleiding. Denk aan een beschermde/begeleide woonvorm. Dit kan ook in een bestaande woning. • We bouwen niet een of twee kamer appartementen zonder voorzieningen omdat dit te korte termijn denken is. We bouwen liever 45m² en dan zelfstandig, onzelfstandige woningen krijgen we niet rendabel. • Er is meer behoefte aan een combinatie tussen het wonen en zorglandschap, voor juist de mensen met een beperking of een zorgbehoefte, daar moeten we meer aan doen.

Participatienotitie

9

Doelgroepen • Alle jongeren op de wachtlijst willen hier in dit dorp blijven wonen. Dit is ook fijn voor deze jongeren zodat je er een vangnet en netwerk daar omheen hebt. Regionaal clusteren werkt niet. Ze willen met name hun eigen familie en kennissen en vrienden in de buurt hebben. • Mensen uit Amersfoort, vaak met banden in Bunschoten, willen ook graag naar de zorgclusters in Bunschoten. • De christelijke identiteit speelt ook een grote rol. • Een doelgroep die wij bijvoorbeeld niet kunnen bedienen in Bunschoten zijn de jongeren met dementie, die moeten dan naar Amersfoort. Je kan niet altijd alles oplossen in de gemeente. • Vanuit jongvolwassenen is er eigenlijk weinig als het gaat over wonen en zorg. Zorgpartijen komen veel jonge mensen tegen die niet meer bij de ouders kunnen wonen, daar loopt het te hoog op. • Stichting Aunders – lokale samenvoeging van autisme en ouders – woonzorginitiatief voor ouders, daar is het uiteindelijk langdurig zwaar dat er ook geen verbeterperspectief in zit • Het is fijn om een intensieve beschermd wonen locatie te hebben en een uitstroom locatie om dat dus af te bouwen, de urgentieverklaring is goud waard. Zonder urgentie zouden we geen doorstroom hebben want er zijn geen plekken.

• Het aandeel mensen met urgentie is nergens zo hoog als in Bunschoten (1/3), dat komt omdat Bunschoten een eigen urgentiecommissie heeft en de eisen in Bunschoten zijn heel laag. • Om dit te bestrijden heb je meer aanbod nodig voor specifieke groepen. • Door klein en zelfstandig te bouwen is er veel op te lossen. • Meer nadenken over het samenleven, jonge gezinnen die juist ervoor kiezen om een helpende hand te bieden aan ouderen binnen een gemeenschap. • Kinderen onder de 18 kunnen hier voor urgentie aankomen. • Voordeel van de bestaande voorraad gebruiken (bv. splitsen) zorgt voor veel dynamiek onderling. Als het een zelfstandige woning is dan kan je als hulpverlener niet zomaar naar binnen lopen. Onze begeleiding gaat vooral om mensen die vaak in hoog psychische nood of iets dergelijks verkeren. Stellingen uit de enquête • De stellingen over bouwen in het buitengebied en hoogbouw roepen discussie op. Inbreidingslocaties brengen gevoeligheid met zich mee voor de bestaande bewoners als het gaat om groen op offeren en hoogbouw. Wat wilt u ons nog meer meegeven? • Een vorm van een buurthuis is er niet. Dat mist men echt heel erg in Bunschoten. • De deelnemers willen nog een aantal zaken onderstrepen: het unieke karakter van Bunschoten, de samenhorigheid en de gezamenlijkheid. Laat deze kwaliteiten een voorbeeld zijn voor de rest van het land.

• Het thema zelfraadzaamheid sijpelt overal doorheen. Het zou goed zijn als er gesprekken tussen partijen gaan plaatsvinden over hoe dragers en vragers elkaar gaan faciliteren. • Buurthuizen met speciale wijkwerkers zijn een spil in het faciliteren van dragers en vragers. Die kunnen makkelijk schakelen en signaleren hierin. • Er moet meer samenwerking komen tussen de kerken en de zorg. De potentie daarvan moet benut worden. • Ondanks de naastenliefde vergeet niet dat het NIMBY gehalte hoog is in Bunschoten. Alles wat afwijkt van de norm is lastig om te realiseren in Bunschoten. • Laten we politiek gezien een beroep op het hart te doen, ook wanneer je voorstander bent. Niet alleen wanneer je tegen bent. • Facilitaire ondersteuning moet ook over nagedacht worden. De buurtbus kan je bijvoorbeeld niet op vertrouwen. Kan je bijvoorbeeld een regio taxi inzetten maar dan voor specifieke doelgroepen in Bunschoten? • Soms moet je wat investeren om het op lange termijn terug te verdienen, de korte termijn pragmatiek maakt soms dat je op lange termijn de verkeerde keuzes maakt. Daarvoor moet men waken in Bunschoten.

Participatienotitie

10

Participatienotitie

11

Sessie 3 – Inwoners, specifieke belangengroeperingen en lokale werkgevers Aanwezigen • In verband met privacy zijn de namen van de inwoners, belangengroeperingen en lokale werkgevers weg gelaten. • Marlène Motshagen, Karin Loman (gemeente Bunschoten) • Esther Geuting, Saïd Ibrahim (Stec Groep) Belangrijkste boodschap vooraf • De gemeente zou meer moeten doen voor alleenstaande starters. Voor Eiland 5 is er bijvoorbeeld niks voor alleenstaanden starters. Jonge alleenstaanden starters vallen tussen wal en schip. • Ouderen mensen komen maar niet aan de beurt met inschrijvingen. Mensen van 75 tot en met 80 hebben straks geen onderkomen meer. Oproep: meer knarrenhofjes en geclusterde woonvormen voor senioren. • De doorstroming belemmert de woningmarkt en geeft veel problemen. Bouw meer hofjes voor de senioren. Maak het ook betaalbaar voor de jongeren. • Kleiner wonen is onbetaalbaar en er zijn geen locaties waar je klein kan wonen. Huren hoort tot de overwegingen maar er is niks te vinden in de betaalbare categorie. • Oproep aan de gemeente: graag een actieve opstelling. De wollige hoek in de kuipersstraat is heel snel verkocht, waar de gemeente niet actief betrokken is geweest. De gemeente moet zich veel pro-actiever opstellen. Een actieve rol spelen zodat het gebouw niet verkocht wordt aan een ontwikkelaar of aan wie dan ook. • Oproep: Meer seniorenwoningen met een tuintje.

Als het betaalbaar is, rond de 4,5 ton, dan is het nog wel te doen. • De prijzen voor de nieuwbouw hoeven niet per sé als je buiten de gebaande paden gaat denken. Denk bijvoorbeeld aan concept bouw (ongeveer 2 ton) en hoogbouw. • De vraag naar levensloopgeschikte woningen is hoog en die zal alleen maar verder toenemen de komende tijd. De gemeente moet hier meer op inzetten. • Een huis waar maar één slaapkamer bij zit is niet goed genoeg voor senioren. Mensen van buiten moeten ook kunnen langskomen en logeren. Bijvoorbeeld mantelzorgers. Ouderen hebben comfort nodig. Er moet wat te kiezen zijn en er moet ruimte zijn. • Voorzieningen in de buurt met goed openbaar vervoer is van essentieel belang voor ouderen. • Ouderen hebben recht op een comfort woning en niet op appartementen waar ze opgesloten worden. Senioren willen genoeg verhuizen, klein stukje tuin, kleine garage. Er wordt teveel gedacht aan appartementen. • Als starter denk ik dat de oplossing zit in er voor te zorgen dat er geschikt aanbod komt voor ouderen zodat ze door kunnen schuiven. • Als verpleegkundige en case manager zie ik een aantal dingen gebeuren: de verpleeghuizen hebben de indicaties omhoog gegooid, veel mensen vallen tussen wal en schip, de bejaardenhuizen komen niet meer. In een gemeenschap wonen kan de oplossing bieden. Dit is een soort knarrenhofje maar dan altijd met een gezamenlijke huiskamer erbij.

Niet alleen maar senioren moeten daar wonen. Er moet een mix komen zoals in Amersfoort, kijk naar het Zoesterhof. Of naar de woonwijk Hilversum Experiment in Hilversum. Het leuke is dat ze voor elkaar zorgen. Jong met oud mengen. • Waarom ontwikkelt de gemeente niet zelf in plaats van het aan ontwikkelaars over te laten? De gemeente moet meer de vinger aan de pols houden. • Als er straks zo weinig wordt toegevoegd hoe gaat het met de taakstelling zometeen. • De meeste gemeente hebben startersleningen, waarom de gemeente Bunschoten niet? Opmerkingen tijdens de presentatie • Mensen willen nooit weg uit Bunschoten. Als je hier geboren bent ga je ook nooit meer weg.

Participatienotitie

•

• • • • • • • • • • • • •

12

De gemeente is niet alert, pakt niks op en laat alles aan zich voorbij gaan. Daarom een oproep aan de gemeente: alle hands aan deck. Bouw kleine seniorenwoningen. Zorgbestendig, mooie knarrenhofjes. Prachtige stad, binding aan elkaar en we helpen elkaar. Het is moeilijk om de stap te maken van grondgebonden woning naar een appartement. Men heeft geen trek in een VVE constructie bij de woning. Community based wonen werkt ook niet met vijfhoog, dan vecht je elkaar de tent uit. Als je de bestaande hofjes zou renoveren en er een laag er bovenop zet kan je alle eengezinswoningen verspreiden over het hof met een centrale ontmoetingsruimte. Sociale huur moet meer gebouwd worden, als je ziet dat er soms 200 mensen op één woning reageren merk je dat de markt te overspannen is. Door structureel in elk plan dat je ontwikkelt sociale huur toe te voegen haal je de pieken van wachttijden eruit. De woongroepen in zowel Amersfoort als omstreken zijn een mix van koop, huur en sociale huur. Er moet, ook in Bunschoten, voor ieder wat zijn. In Bunschoten zal men moeten wennen aan een mix van koop, huur en sociale huur. Dat is er nog niet in de gemeente. Een anti-speculatiebeding zou een goede oplossing zijn voor het betaalbaar houden van de woningen. Opkoopbescherming zouden we ook in Bunschoten moeten doorvoeren, niet alleen voor de nieuwbouw maar ook voor de bestaande voorraad.

Uitzendbureaus moeten stoppen met het verkameren van panden (met slechte omstandigheden) zodat er meer woningen op de markt vrijkomen. Erfpacht is een optie in de gemeente Bunschoten. Inwoners uit Bunschoten hebben voorrang.

Enquête resultaten • Flexwoningen is een goede tijdelijke oplossing ter overbrugging. • Kavels voor zelfbouw zijn niet te koop. • Deelnemers zijn het eens dat de gemeente haar invloed meer moet benutten. • Door niet levensloopgeschikt te bouwen zet je de doorstroming op slot. • De gemeente moet actiever worden, er zijn veel projecten opgekocht • De gemeenteraad moet meer out of the box gaan denken. Wat wilt u ons nog meegeven? • Er zijn weinig starters aanwezig bij deze bijeenkosmt. • De gemeenteraad realiseert zich niet hoe belangrijk dit onderwerp is. Men begrijpt de urgentie niet van het zorgvraagstuk. Er vallen veel mensen tussen wal en schip. • De kern van het probleem is dat er meer doorstroming moet komen, daar is waar het allemaal om draait. • Met doorstroming los je de woningmarkt op maar ook een stukje verduurzaming. Als je deze mensen in een nieuwbouwwoning zet draag je ook bij aan de verduurzamingsopgave. • Oproep: gemeente moet actief bijdragen aan het beleid • Toekomstgericht bouwen, renoveren en splitsen • Denk ook aan de leefbaarheid, parkeerruimtes en het openbaar groen. Als je verdicht zorg ervoor dat het groen meegroeit en er goed voor parkeren is gezorgd. • Als we een hofje creëren dan moet het nabij voorzieningen liggen. • Er liggen nog een aantal projecten binnen ons dorp, als je de investeerders uit de keten haalt dan komt het de grondprijs ten goede.

De gemeente zou kunnen ingrijpen door die gronden of die scholen die afgebroken worden op een andere manier uit te besteden. Als er woningen op een inbreidingslocatie worden toegevoegd dan moet er ook worden gebouwd in alle segmenten en levensloopgeschikt. • We moeten een gemeente krijgen die een beslissing durft te nemen. Misschien kost het wat en regeer je de volgende periode niet mee, maar dan kan je wel zeggen dat je iets neergezet hebt.

Participatienotitie

• • •

• •

13

Er moet per direct een ambtenaar projectverwering/grondverwerving worden aangesteld en die voert actief grondbeleid uit om zo de regie zelf in handen te nemen Eiland 5 krijg je voorgeschoteld en dat is al helemaal ingevuld. Bij het volgende plan, dus Eiland 6, laat de gemeente eerst kijken wat de behoefte is en dan bepalen wat er neergezet wordt. Uit de samenleving worden er ook dingen ondernomen, zoals de nieuwe bestuursgroep Wonen en Zorg in samenwerking met De Haven. Zij willen een plan opstellen om sneller plannen te realiseren voor kleinere woningbouw, zowel sociaal als koop. Er heerst angst dat de lokale overheid teruggefloten gaat worden door de provincie. Dit gesprek hoor je eigenlijk jaarlijks te houden in plaats van een keer in de vier jaar. Dan begint het meer te leven en wellicht dat het op die manier ook meer aanspreekt.

14

Participatienotitie

Bijlage B: Enquêteresultaten In dit hoofdstuk ligt de focus op de resultaten van een uitgebreide inwonersenquête die in november en december gehouden is onder inwoners van Bunschoten. 650 inwoners uit Bunschoten hebben de enquête ingevuld. Het doel van de enquête was om inzicht te krijgen in de woonbehoeften en -voorkeuren van de deelnemers. De verzamelde gegevens bieden een waardevol inzicht in de huidige woningbehoefte en zullen dienen als input voor toekomstige beleidsvorming. Onderstaande figuren geven een eerste beeld van wie de enquête heeft ingevuld. We zien dat met name bewoners uit de kernen Bunschoten en Spakenburg de enquête hebben ingevuld. Daarnaast is er sprake van een gebalanceerde verdeling van de leeftijdscategorieën onder de deelnemers.

Figuur 1: Aantal deelnemers enquête per kern 400 350 300 250 200 150 100 50 0

Buitengebied

Bunschoten

Eemdijk

Spakenburg

Zevenhuizen

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Figuur 2: Deelnemers verdeeld over leeftijdscategorieën

7%

10% 15-24 jaar

20%

15%

25-34 jaar 35-44 jaar 45-54 jaar 55-64 jaar

16% 19%

65-74 jaar 75-84 jaar

13% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

15

Participatienotitie

Huishoudens- en inkomenssituatie In deze paragraaf kijken we naar de huishoudensverdeling en brengen we de huidige inkomensverdeling in Bunschoten in beeld. Vooral (getrouwde) stellen en gezinnen in Bunschoten, minder dan een kwart woont alleen • 14% van de respondenten woont alleen. • 11% van de respondenten woont thuis bij de ouder(s). • Driekwart van de geënquêteerden heeft een partner of gezin.

Figuur 3: Verdeling huishoudens gemeente Bunschoten 0%

20%

40%

60%

80%

100%

Ik woon alleen, met kind of kinderen Ik woon alleen, zonder kind of kinderen

3% 11%

35%

41%

11%

Ik woon samen met partner/huisgenoot, met kind of kinderen Ik woon samen met partner/huisgenoot, zonder kind of kinderen Ik woon thuis bij mijn ouder(s)

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Respondenten hebben over het algemeen een hoog jaarinkomen • 34% van de respondenten heeft een inkomen van meer dan € 50.000 per jaar. • Een reden voor het grote aandeel hoge jaarinkomens komt doordat driekwart van de geënquêteerden een partner of gezin heeft. Dit zijn over het algemeen tweeverdieners. • 17% van de respondenten geeft aan liever niet het jaarinkomen te delen.

Figuur 4: Verdeling jaarinkomens per huishouden in de gemeente Bunschoten

17%

11% € 20.000 tot € 30.000 per jaar 13%

€ 30.000 tot € 40.000 per jaar € 40.000 tot € 50.000 per jaar

8%

Meer dan € 50.000 per jaar

3% 14%

Minder dan € 20.000 per jaar Weet ik niet Zeg ik liever niet

34% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

16

Participatienotitie

Actuele woonsituatie In deze paragraaf gaan we in op de huidige woonsituatie in Bunschoten. Meeste mensen wonen in een koopwoning • 87% van de respondenten woont in een koopwoning. • 13% van de respondenten woont in een huurwoning.

Figuur 5: Huidige woonsituatie

4%

9%

Huurwoning van woningcorporatie Koopwoning Particuliere huurwoning

87% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Meer dan helft huurders betaalt meer dan €693,61 • 35% van de respondenten betalen tussen €452,20 en €647,19 aan kale huur. • Bijna de helft (48%) van de geënquêteerden die huren, betalen tussen €693,61 en €808,06 aan kale huur. • 10% van de hurende respondenten betalen meer dan €1.100 aan kale huur.

Figuur 6: Hoeveel kale huur betaalt u per maand? 1% 10%

35% 23%

€ 452,20 tot € 647,19 € 647,20 tot € 693,60 € 693,61 tot € 808,06 € 808,07 tot € 1.100 Meer dan € 1.100 Weet ik niet / geen antwoord

6% 25% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

17

Participatienotitie

Meer dan helft woningen heeft een WOZ-waarde tussen €355.000 en €600.000 • 17% van de geënquêteerden heeft een woning met een WOZ-waarde tot €355.000. • Het grootste deel van de woningen van de respondenten heeft een WOZ-waarde van €355.000 tot €450.000 (35%). • Bij 38% van de respondenten is de WOZ-waarde van hun woning tussen €450.000 en €800.000.

Figuur 7: Wat is (ongeveer) de WOZ-waarde van uw woning? 1% 2%

10%

16% Minder dan € 250.000 € 250.000 tot € 355.000

10%

€ 355.000 tot € 450.000 € 450.000 tot € 600.000 € 600.000 tot € 800.000 35%

26%

Meer dan € 800.000 Weet ik niet / geen antwoord

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Tevredenheid en verhuiswensen In deze paragraaf kijken we naar de tevredenheid en verhuiswensen (indien van toepassing) van de respondenten. De helft van de respondenten geeft de huidige woning en buurt een score van 8 of hoger • 27% van de respondenten geeft de huidige woning en buurt een 5 of lager. • De helft van de respondenten geeft de huidige woning en buurt een score van een 8 of hoger. 15% geeft een 8, 16% geeft een 9 en 18% zelfs een 10.

Figuur 8: Ik geef mijn huidige woning en buurt een score van …. 2% 4% 18%

1

5%

2 3

7%

4 9% 16%

5 6

11%

7 8

15%

13%

9 10

18

Participatienotitie

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Comfort, betaalbaarheid en buitenruimte van woning het belangrijkst • Op een schaal van 1 tot 5 over de waarde van hun woning, geeft de helft van de geënquêteerden een drie of lager op het gebied van zorgvoorzieningen in de omgeving, wat laat zien dat de geënquêteerden er minder waarde aan hechten. • De respondenten hechten de meeste waarde aan het comfort, betaalbaarheid en de buitenruimte van hun woning.

Figuur 9: Bij mijn woning hecht ik vooral waarde aan… Wonen in de nabijheid van vrienden en familie 2%7% Zorgvoorzieningen in de omgeving 5% 12% De ruimte in mijn woning 1%3%

20%

53%

23%

Betaalbaarheid van mijn woning 1% 1% 13%

41%

45%

De buitenruimte van mijn woning 1% 2% 16%

31%

49%

Een comfortabele woning 1% 1% 5%

0%

11%

39%

33%

44%

49%

Wonen in de buurt van voorzieningen 2% 9%

17%

41%

34%

20%

14%

49%

26%

40%

60%

80%

100%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Groot deel bewoners tevreden met de huidige woning • 39% van de respondenten is tevreden over hun huidige woonsituatie en wil niet verhuizen naar een andere woning of hun woning willen aanpassen. • Een derde van de respondenten wil verhuizen naar een andere woning binnen 2 jaar (37%). • 24% heeft concreet behoefte aan aanpassing van hun woning binnen 2 jaar.

Figuur 10: Zou u iets willen veranderen aan uw huidige woonsituatie?

10%

Ja, graag zou ik binnen 2 jaar verhuizen naar een andere woning, dit lukt alleen niet

39% 27%

Ja, graag zou ik binnen 2 jaar verhuizen naar een andere woning Ja, ik heb concreet behoefte aan aanpassing van mijn woning binnen nu en 2 jaar

24% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Nee, ik ben tevreden. (mijn woning hoeft ook niet te worden aangepast)

19

Participatienotitie

Verhuizen voor een levensbestendige woning, kleiner wonen en een duurzamere woning • Het grootste deel van de respondenten wil op korte termijn verhuizen, omdat zij een levensloopbestendige woning willen (71 respondenten), kleiner willen wonen (56 respondenten) en een duurzamere woning willen (41 respondenten).

Figuur 11: Welke woningkenmerken zorgen ervoor dat u op korte termijn wilt verhuizen? Overig Geen, ik ben tevreden over mijn woning Ik wil een woning met een kleine ecologische voetafdruk Mijn huidige woning is te duur Ik zoek een woning met thuiswerkplek Ik wil een kleinere buitenruimte Ik wil een grotere buitenruimte Ik wil een nieuwere woning Ik wil een duurzamere woning Ik wil een comfortabelere woning Ik wil kleiner wonen Ik wil groter wonen Ik heb (in de toekomst) zorg nodig Ik wil een levensloopbestendige woning 0

10

20

30

40

50

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Overgrote deel wil in de gemeente Bunschoten blijven wonen • 93% van de bewoners wil in de gemeente Bunschoten blijven wonen. • 6% wil ergens anders in de provincie Utrecht wonen. • Slechts 1% wil verhuizen naar een woonplaats buiten de provincie Utrecht.

Figuur 12: Wilt u in de gemeente Bunschoten blijven wonen? 1% 6% Ja, ik wil in de gemeente Bunschoten blijven wonen Nee, ik wil ergens anders in de provincie Utrecht wonen Nee, ik wil verhuizen naar een woonplaats buiten de provincie Utrecht 93% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

60

70

80

20

Participatienotitie

Grotere behoefte aan eengezinswoning • 68% van de bewoners die willen verhuizen zou naar een eengezinswoning willen verhuizen. • 32% van de bewoners die willen verhuizen zou naar een appartement willen verhuizen.

Figuur 13: Naar welk soort woning zou u willen verhuizen?

32%

Appartement

Eengezinswoning (bijvoorbeeld rijwoning, 2-onder-1-kap of vrijstaand) 68%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

21

Participatienotitie

Wens voor koopwoning het grootst • Driekwart van de bewoners die willen verhuizen wil graag verhuizen naar een koopwoning. • 17% van de bewoners die willen verhuizen wil graag verhuizen naar een sociale huurwoning. • 7% van de bewoners die willen verhuizen geeft de voorkeur aan een huurwoning in de vrije sector.

Figuur 14: Wilt u graag verhuizen naar een huurwoning of koopwoning?

7%

17% Koopwoning Sociale huurwoning Vrije sector huurwoning

76%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Slechts een klein deel respondenten wil naar een vrijstaande woning verhuizen • 44% van de respondenten die naar een eengezinswoning willen verhuizen, heeft een voorkeur voor een levensloopbestendige (gelijkvloerse) woning. • Een kwart van de respondenten die naar een eengezinswoning willen verhuizen, heeft een voorkeur voor een rijtjeswoning. 21% geeft de voorkeur aan een twee-onder-een-kapwoning. • Slechts 9% van de respondenten die naar een eengezinswoning willen verhuizen, wil naar een vrijstaande woning verhuizen.

Figuur 15: Naar welk soort eengezinswoning zou u willen verhuizen?

9% 2-onder-1 kap woning

21%

Beneden-/Bovenwoning 1%

25%

Levensloopbestendige/gelijkvloerse woning Rijtjeswoning (hoek- of tussenwoning) Vrijstaande woning 44%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

22

Participatienotitie

Woonwensen In deze paragraaf gaan we dieper in op de woonwensen van de respondenten. Wens voor verduurzaming en vernieuwing in de huidige woning het grootst • Om de woning beter aan te laten sluiten bij de wensen, wilden respondenten het vaakst verduurzamen (89 respondenten), de badkamer vernieuwen (49 respondenten) en de keuken vernieuwen (67 respondenten). • Ook wil een aantal mensen grootschalig onderhoud plegen (18 respondenten), een aanbouw aan de woning (13 respondenten) en de woning levensloopgeschikt maken (16 respondenten).

Figuur 16: Wat zou u graag aanpassen aan uw woning om deze beter aan te laten sluiten bij uw wensen? Overig Grootschalig onderhoud Verduurzamen Vernieuwen van de badkamer Vernieuwen van de keuken Aanbouw aan de woning Het levensloop geschikt maken van de woning 0

10

20

30

40

50

60

70

80

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Merendeel respondenten wil minder dan €808,06 per maand betalen • 14% van de respondenten wil maximaal €452,20 tot €647,19 betalen aan kale huur. • 16% van de bewoners wil maximaal €647,20 tot € 693,60 betalen aan kale huur. • Het grootste deel (38%) wil maximaal €693,61 tot €808,06 aan kale huur betalen. • Een kwart van de respondenten wil maximaal €808,07 tot €1.100 aan de kale huur betalen.

Figuur 17: Hoeveel kale huur wilt u maximaal per maand betalen? 5%

14% € 452,20 tot € 647,19

27% 16%

€ 647,20 tot € 693,60 € 693,61 tot € 808,06 € 808,07 tot € 1.100 Meer dan € 1.100

38% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

90

100

23

Participatienotitie

Meerderheid wil maximaal €450.000 betalen voor een koopwoning • 20% van de respondenten wil maximaal €250.000 tot €355.000 betalen voor een koopwoning, 7% wil maximaal minder betalen dan €250.000. • Een kwart van de respondenten wil maximaal tussen de €355.000 tot €450.000 willen betalen voor een koopwoning. • 30% van de respondenten wil maximaal €450.000 tot €600.000 betalen voor een koopwoning. • 12% van de respondenten wil maximaal €600.000 tot €800.000 betalen voor een koopwoning, 3% is bereid om meer dan €800.000 te betalen voor een koopwoning.

Figuur 18: Hoeveel wilt u maximaal betalen voor een koopwoning? 3%

2% 7%

12%

Minder dan € 250.000 20%

€ 250.000 tot € 355.000 € 355.000 tot € 450.000 € 450.000 tot € 600.000 € 600.000 tot € 800.000

30%

Meer dan € 800.000 Weet ik niet / geen antwoord 26%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Meerderheid geen voorkeur voor bestaande bouw of nieuwbouw • Meer dan de helft van de respondenten heeft geen voorkeur (55%). • 40% van de respondenten heeft wel een voorkeur voor nieuwbouw.

Figuur 19: Heeft u een sterke voorkeur voor nieuwbouw of bestaande bouw? 5%

40%

Bestaande bouw Ik heb geen voorkeur Nieuwbouw 55%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

24

Participatienotitie

Bijna alle respondenten willen een buitenruimte, vooral een tuin • Een kwart van de respondenten wilt een balkon/dakterras bij hun toekomstige woning. • Slechts 2% van de respondenten heeft geen behoefte aan een buitenruimte.

Figuur 20: Wat voor buitenruimte wilt u bij uw toekomstige woning? 2%

26% Een balkon/dakterras Een tuin Ik heb geen behoefte aan een buitenruimte 72%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Weinig beschikbare en betaalbare woningen grote belemmering bij zoektocht naar woning • Op een schaal van 1 tot 5 van zwak naar sterk, geeft 59% van de respondenten een 4 of 5. Dat houdt in dat ze een sterke of zeer sterke belemmering ervaren of verwachten bij het zoeken naar een woning, omdat levensloopbestendige woningen weinig beschikbaar zijn. • 56% van de respondenten ervaart of verwacht sterke belemmering (33%) of zeer sterke belemmering (23%) bij hun woningzoektocht, omdat er weinig nieuwbouw beschikbaar is. • 80% van de respondenten geeft aan sterke belemmering (49%) of zeer sterke belemmering (31%) te ervaren of verwachten bij het zoeken naar een woning, omdat het type woning dat ze zoeken niet beschikbaar is. • 60% ervaart of verwacht aan sterke belemmering (33%) of zeer sterke belemmering (27%) bij het zoeken naar een woning, omdat het type woning dat ze zoeken niet betaalbaar is.

Figuur 21: In hoeverre ervaart of verwacht u belemmeringen bij het zoeken naar een nieuwe woning? De woning is niet duurzaam genoeg

28%

Ik krijg mijn huidige woning niet /moeizaam verkocht

47%

43%

Ik ben op zoek naar een levensloopbestendige woning en dat is weinig beschikbaar

14%

Ik ben op zoek naar nieuwbouw en dat is weinig beschikbaar

7% 3%

De woningen zijn er wel maar niet op juiste locatie

11%

9%

5%

17% 21%

0% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

27%

29%

9% 31%

33%

40%

23% 33%

49%

20%

3%

33% 40%

Het type woning dat ik zoek is niet beschikbaar 3%2% 15% Het type woning dat ik zoek is niet betaalbaar 4% 7%

37%

32%

35%

9%

13% 1%

60%

27%

80%

100%

25

Participatienotitie

Woonplaats is een sterk spelende factor bij woningkeuze • Op een schaal van 1 tot 5, geeft 49% het energielabel een 4 (sterk) en 19% een 5 (zeer sterk). • De ligging (directe omgeving) speelt voor 41% sterk en voor 19% zeer sterk mee. • De woonplaats heeft een sterke invloed, voor 36% speelt dit sterk mee en voor 37% zeer sterk. • Ook de levensloop bestendigheid van de woning wordt door meer dan de helft als sterk (25%) of zeer sterk (29%) spelende factor benoemd. • Buitenruimte wordt door 41% van de respondenten een sterk spelende factor gevonden en door 15% een zeer sterk spelende factor. • De woonruimte is voor 45% sterk en voor 13% zeer sterk van invloed. • Door 34% van de respondenten wordt de woningprijs als een sterk spelende factor benoemd en door 28% als een zeer sterk spelende factor.

Figuur 22: Welke factoren spelen voor u in meer of mindere mate bij uw woningkeuze?

Het energielabel van de woning 1%7%

25%

De ligging (directe omgeving/buurt) 4% 5%

49%

31%

De woonplaats 1%5% 20% Levensloopbestendigheid woning (gelijkvloers)

19%

41% 36%

25%

19% 1

37%

5% 17%

25%

2

29%

3

Buitenruimte (grootte van tuin/balkon) 3% 12%

29%

41%

15%

4

Woonruimte (aantal kamers / woonoppervlakte) 3% 11%

29%

45%

13%

5

Prijs van de woning 6% 13%

19%

34%

28%

0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Weinig bereidheid om concessies te doen op woonplaats, wel meer bereidheid op levensloopbestendigheid • Bijna de helft van de respondenten is niet bereid om in een andere woonplaats dan vooraf bedacht te gaan wonen (49%). Op een schaal van 1 tot 5, geven zij een 1. • Het meest bereid toe te geven zijn de respondenten op de levensloopbestendigheid van de woning, 20% geeft het een 5 op een schaal tot 5.

Figuur 23: Op welk punt zou u bereid zijn concessies te doen? Het energielabel van de woning

9%

De ligging

11%

De woonplaats Levensloopbestendigheid woning

42%

17%

7%

27%

37%

23%

2%

49%

18%

25%

Buitenruimte

9%

Woonruimte

11%

Prijs van de woning

9% 0%

41%

23%

44%

25%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

25%

39%

29%

20%

20%

13%

29%

21%

16%

11% 3%

19%

40%

60%

80%

1%

20%

1%

20%

2% 100%

26

Participatienotitie

Wonen en zorg In deze paragraaf kijken we naar de relatie tussen wonen en zorg naar aanleiding van de toekomstige zorgvraag en het aanpassen van de huidige woning of verhuizen. Groot deel van de respondenten met toekomstige zorgvraag wil aanpassingen in eigen woning • 8% van de respondenten die in de komende 10 jaar meer zorg nodig heeft, wil graag in een aanleunwoning nabij een zorgvoorziening wonen en 19% in een rollator toegankelijke woning. • 24% van de respondenten geeft de voorkeur aan de eigen woning met aanpassingen, 10% geeft aan dat de woning al geschikt is.

Figuur 24: Als in de komende 10 jaar zorg nodig hebt, hoe zou u dan willen wonen? 1% 14%

8%

aanleunwoning (nabij zorgvoorzieningen) rollator toegankelijke woning 19%

10%

7% 24% 15%

bij familie / mantelzorger in huis

2%

In een beschutte of beschermde woonvorm in de buurt van mijn familie / mantelzorger in een woongemeenschap huidige woning, met aanpassingen Mijn woning is al geschikt Weet ik niet / geen antwoord

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Groot deel verwacht in woning te kunnen blijven wonen wanneer men zorgbehoevend raakt • 24% van de respondenten verwacht dat verhuizen naar een geschikte woning wanneer men licht zorgbehoevend wordt, noodzakelijk is. • 19% verwacht dat dit niet noodzakelijk is, maar zou liever verhuizen. • Voor 11% is de woning al levensloopbestendig en voor 35% is de woning wel geschikt te maken wanneer men licht zorgbehoevend wordt.

Figuur 25: Stel, u wordt in de toekomst licht zorgbehoevend of u raakt minder mobiel, kunt u dan naar verwachting blijven wonen in uw huidige woning? 11%

Ja, de woning is levensloopbestendig

11%

Ja, met aanpassingen is de woning geschikt te maken 24% 35%

Ja, de woning is levensloopbestendig (te maken), maar liever zou ik dan verhuizen Nee, verhuizen naar een geschikte woning is noodzakelijk Weet niet / geen antwoord

19% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

27

Participatienotitie

Duurzaamheid In deze paragraaf behandelen we de investeringsbereidheid en de drijfveer van de respondenten voor het verduurzamen van hun woningen. Meerderheid is bereid tussen €3.000 tot €20.000 te besteden voor verduurzaming koopwoning • 20% van de respondenten met een koopwoning wil niet investeren, kan dit niet betalen of wil minder dan €3.000 investeren. • 22% van de respondenten is bereid om €5.000 tot €10.000 te investeren in de verduurzaming. • 24% van de respondenten met een koopwoning is bereid om meer te besteden dan €20.000.

Figuur 26: Hoeveel bent u bereid te investeren om uw koopwoning te verduurzamen? Ik wil niet investeren 11%

4%

8% 8%

13%

Ik kan een investering niet betalen Minder dan € 3.000 € 3.000 tot € 5.000

18%

€ 5.000 tot € 10.000 € 10.000 tot € 20.000

16%

€ 20.000 tot € 30.000 Meer dan € 30.000

22%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Lagere energierekening belangrijkste drijfveer voor verduurzaming van woning • Meer dan de helft (52%) van de respondenten geeft aan dat een lagere energierekening de belangrijkste drijfveer is voor het verduurzamen van de woning. • 29% geeft aan dat een gezond (en comfortabel) binnenklimaat de belangrijkste drijfveer is.

Figuur 27: Wat is voor u de belangrijkste drijfveer voor verduurzaming van uw woning?

5% 7%

Lagere energierekening Minder afhankelijk van externe partij/leverancier

29%

52%

Gezond (en comfortabel) binnenklimaat Terugdringen klimaatverandering overig

7% Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

28

Participatienotitie

Stellingen In de laatste paragraaf kijken we naar de meningen over stellingen over het woonbeleid. Wij gaan dieper in op een aantal stellingen door verschillen bij leeftijdsgroepen in vergelijking met de totale groep respondenten weer te geven. Meer dan de helft eens met bouwen meer hoogbouw om woningtekort op te lossen • Onderstaande grafieken gaan beiden over dezelfde stelling. De grafiek aan de rechterkant is gefilterd op de antwoorden van respondenten van 65 jaar en ouder. • Het grootste deel van de respondenten vindt dat het bouwen van meer hoogbouw een effectieve oplossing is voor het woningtekort (59%). • Het percentage van respondenten van 65 jaar en ouder die het oneens is met de stelling is 25% en dus lager dan het percentage bij alle respondenten (29%).

Figuur 28: Het bouwen van meer hoogbouw in de gemeente Bunschoten is een effectieve oplossing voor het woningtekort

25%

29%

59% 12%

Eens

Eens

Geen mening

Geen mening

Oneens

14%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

61%

Oneens

29

Participatienotitie

Merendeel vindt opofferen groen in buitengebied gerechtvaardigd voor woningbouw • Meer dan de helft van de respondenten vindt het gerechtvaardigd om groen in buitengebied op te offeren voor woningbouw om aan vraag te voldoen (58%), 30% niet. • Er zijn geen grote verschillen tussen verschillende leeftijdsgroepen.

Figuur 29: Het is gerechtvaardigd om groen in het buitengebied op te offeren voor woningbouw om aan de vraag te voldoen

30% Eens Geen mening 58%

Oneens

12%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Overgrote deel vindt dat gemeente Bunschoten ook moet investeren in renoveren nieuwe gebouwen • 89% van de respondenten vindt dat de gemeente Bunschoten ook moet investeren in het renoveren van bestaande gebouwen naast nieuwe te bouwen. • Er zijn geen grote verschillen tussen verschillende leeftijdsgroepen.

Figuur 30: De gemeente Bunschoten moet ook investeren in het renoveren van bestaande gebouwen naast nieuwe te bouwen

8%

3%

Eens Geen mening Oneens

89%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

30

Participatienotitie

Grootste deel vindt tijdelijke woningen plaatsen gerechtvaardigd, meer voorstanders bij respondenten van 65 jaar en ouder • Onderstaande grafieken gaan beide over dezelfde stelling, de grafiek aan de rechterkant is gefilterd op de antwoorden van respondenten van 65 jaar en ouder. • Onder alle respondenten vindt 48% het gerechtvaardigd om tijdelijke woningen te plaatsen om snel aan de vraag te voldoen. • Bij respondenten onder de 65 jaar ligt het percentage dat het eens is met de stelling hoger, 61% van deze leeftijdscategorie is het er mee eens.

Figuur 31: Het is gerechtvaardigd om tijdelijke woningen te plaatsen om snel aan de vraag te voldoen

24% 39% 48%

Eens

Eens

Geen mening

15%

Oneens

61%

Geen mening Oneens

13%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Meerderheid voor ruimte bieden aan zelfbouwprojecten om woningaanbod te vergroten • 65% van de respondenten vindt dat de gemeente Bunschoten meer ruimte moet bieden aan zelfbouwprojecten om het woningaanbod te vergroten, 26% is het hier niet mee eens. • Er zijn geen grote verschillen binnen leeftijdsgroepen gevonden.

Figuur 32: De gemeente Bunschoten moet meer ruimte bieden aan zelfbouwprojecten om het woningaanbod te vergroten 16%

Eens Geen mening

19%

Oneens 65%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

31

Participatienotitie

Minder voorstanders voor eisen sociale huur onder 15-34 jarigen • Onderstaande grafieken gaan beiden over dezelfde stelling, de grafiek rechts is gefilterd op de antwoorden van respondenten van 15 tot 34 jaar. • Onder respondenten vindt 67% dat er eisen gesteld moeten worden aan projectontwikkelaars om een bepaald percentage van nieuwbouw toe te wijzen aan sociale huurwoningen. • In de leeftijdscategorie 15 tot 34 is slechts 46% het met de stelling eens. 34% van deze groep respondenten heeft geen mening over deze stelling.

Figuur 33: De gemeente Bunschoten moet eisen stellen aan projectontwikkelaars om een bepaald percentage van nieuwbouw toe te wijzen aan sociale huurwoningen

19%

20% Eens

Eens

46%

Geen mening

14%

Geen mening

Oneens 67%

34%

Oneens

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Veel steun voor onderzoek naar aankoop koopwoning voor jonge starters • 91% van de respondenten vindt dat de gemeente moet onderzoeken hoe jonge starters op de woningmarkt het beste geholpen kunnen worden om de aankoop van een koopwoning mogelijk te maken. • Slechts 3% is van mening dat dit niet onderzocht hoeft te worden en 6% heeft geen mening. • Er zijn geen grote verschillen in leeftijdsgroepen gevonden.

32

Participatienotitie

Figuur 34: De gemeente moet onderzoeken hoe jonge starters op de woningmarkt het beste geholpen kunnen worden om de aankoop van een koopwoning mogelijk te maken

6%

3%

Eens Geen mening Oneens

91%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Veel voorstanders voor meer actief beleid bevordering doorstroming woningmarkt • 87% van de respondenten is van mening dat de gemeente Bunschoten meer actief beleid moet voeren om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen. • 4% van de respondenten is het oneens met de stelling. • Er zijn geen grote verschillen tussen verschillende leeftijdsgroepen.

Figuur 35: De gemeente Bunschoten moet meer actief beleid voeren om de doorstroming op de woningmarkt te bevorderen 4% 9%

Eens Geen mening Oneens

87%

Bron: Enquête woningbehoefteonderzoek Bunschoten (2023), N=650.

Participatienotitie

Colofon Datum: 19 februari 2024 Projectnummer: 23.173 Opdrachtgever: Gemeente Bunschoten Opdrachtnemer: Stec Groep Adviseurs: Esther Geuting & Saïd Ibrahim Stec Groep Onderzoek en advies over wonen, werken en leefomgeving Postbus 217, 6800 AE Arnhem Willemsplein 5, 6811 KA Arhnem 026 - 751 41 00 info@stec.nl www.stec.nl

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13881668/1