20251128 Installatie uitgangspunten kostenraming sporthal Bunschoten.pdf
Tekst van het document
Installatie uitgangspunten kostenraming Installaties E+W Sporthal De Vaart
Installatie uitgangspunten kostenraming
1 Versie 3.0 Datum: 15-12-2025 Opgesteld door: HJ Huijgen & GJ Heinen
Inhoud 1.
Algemeen
3
1.1
Inleiding
3
2.
Algemene omschrijving van het werk
3
3.
Uitgangspunten installatie concept
3
4.
Werktuigkundige installatie
4
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
Centrale verwarming en koeling sportzaal Ventilatie sporthal Verwarming en koeling ondersteunende ruimtes sporthal Ventilatie ondersteunende ruimtes sporthal Warm tapwater douches Horeca verwarming en koeling Horeca ventilatie Hemelwater afvoer Binnenriool
4 4 4 5 5 5 6 6 6
5.
Elektrotechnische installaties
7
5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4
Centrale voorzieningen Hoofdvoeding Bliksembeveiliging PV-installatie Accu-opslagsysteem
7 7 7 7 7
5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
Krachtinstallatie Basisinstallatie Installatie t.b.v. sporttoestellen en inrichting Verdeelinrichtingen
7 7 7 8
5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3
Lichtinstallatie Sporthal Overige Ruimten Kantine/ Horeca
8 8 8 8
5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
Brandmeld- en Ontruimingsinstallatie Intercominstallatie Omroep- en Geluidsinstallatie Data-installatie Inbraakbeveiliging CCTV-systeem
9 9 9 9 9 10
Installatie uitgangspunten kostenraming
2
1. Algemeen 1.1 Inleiding EMBATO is gevraagd om een kostenraming op te stellen voor de installaties van de nieuw te bouwen sporthal in Bunschoten-Spakenburg. In dit document zijn de uitgangspunten van de installaties beschreven behorende bij de kostenraming.
2. Algemene omschrijving van het werk De nieuw te bouwen sporthal in Bunschoten omvat drie volwaardige sportzaaldelen die flexibel inzetbaar zijn voor onderwijs, verenigingen en evenementen. De plattegrond is compact en logisch georganiseerd, met een duidelijke scheiding tussen publieksruimten, sportzones en ondersteunende functies. Aan de entreezijde liggen de ontvangstruimte, een kantine met keuken en een buitenterras. Direct aangrenzend bevinden zich de kleed- en wasruimten, inclusief faciliteiten voor scheidsrechters en mindervaliden. Voor opslag van sportmaterialen zijn meerdere toestellenbergingen opgenomen langs de zaaldelen. Op de verdieping bevindt zich een ruime tribune met zicht op alle zaaldelen, samen met de technische ruimten voor o.a. luchtbehandeling. De gevel- en gebouwvorm sluiten aan op de groene omgeving en bestaande bebouwing.
3. Uitgangspunten installatie concept ◼ De horeca en de sportaccommodatie + bijbehorende nevenruimtes krijgen eigen installaties los van elkaar; ◼ De cv-installatie wordt gasloos uitgevoerd bij de keuze van warmtepomptechniek; ◼ Er wordt koeling toegepast via de warmtepomptechniek; ◼ CV/koelsysteem wordt als change over uitgevoerd (2-pijps koelen OF verwarmen niet gelijktijdig); ◼ Minimaal te behalen ruimte temperaturen in verblijfsruimtes in de winter 20°C; ◼ Minimaal te behalen ruimte temperaturen in de sportzaal in de winter 15°C, in de tussenseizoenen 20°C; ◼ Minimaal te behalen ruimte temperaturen in toiletten en verkeersruimte in de winter 18°C; ◼ Ventilatiesystemen uitvoeren als warmteterugwinning (WTW);
Installatie uitgangspunten kostenraming
3
4. Werktuigkundige installatie 4.1 Centrale verwarming en koeling sportzaal De sportzaal wordt verwarmd middels de centrale luchtbehandelingskast (LBK), uitgerust met een geïntegreerde warmtepomp. De warmtepomp levert het grootste deel van de warmtevraag op een energiezuinige manier door gebruik te maken van buitenlucht als energiebron. De LBK zorgt vervolgens voor de verdeling van de verwarmde lucht over de zaal, waarbij de luchtvolumestroom wordt afgestemd op bezetting en sportbelasting. Door verwarming via ventilatielucht wordt een gelijkmatige temperatuurverdeling gerealiseerd, terwijl de warmtepomp een zeer hoog rendement biedt ten opzichte van traditionele verwarmingssystemen. Deze combinatie draagt bij aan een comfortabel sportklimaat, lage exploitatiekosten en een duurzame energiehuishouding binnen de accommodatie.
4.2 Ventilatie sporthal De ventilatie van de sporthal wordt uitgevoerd met drie afzonderlijke ventilatie-units, waarbij elk zaaldeel een eigen unit krijgt. Door deze opdeling kan de luchtkwaliteit per gebruiksgebied nauwkeurig worden geregeld en hoeft alleen geventileerd te worden waar daadwerkelijk activiteit plaatsvindt. Elke unit wordt volledig vraag gestuurd op basis van CO₂-concentratie en aanwezigheid. Hierdoor past het systeem de luchtvolumestroom automatisch aan op het actuele gebruik, wat resulteert in een optimale luchtkwaliteit en minimale energieverspilling. De ventilatie-units worden geplaatst op het dak, waardoor ze buiten de gebruiksruimten blijven en er maximale flexibiliteit ontstaat in de interne ruimtelijke indeling. Door de dak opstelling zijn onderhoudszones goed bereikbaar en blijft geluidsoverlast voor de gebruikers beperkt. Luchthoeveelheden worden aangehouden volgens “Sportinfrastructuur.nl” zoals afgestemd met Treem.
4.3 Verwarming en koeling ondersteunende ruimtes sporthal De ondersteunende ruimten binnen het sportcomplex – zoals de entreezone, kantine, gangen, kleedruimten en ondersteunende functies – worden verwarmd en gekoeld middels een vloerverwarmings- en vloerkoelingssysteem. Dit systeem wordt gevoed door een warmtepomp, die zowel warmte als koude levert met een hoog energetisch rendement. Door gebruik te maken van lage temperatuurverwarming en hoge temperatuurkoeling via de vloer ontstaat een stabiel en comfortabel binnenklimaat, zonder tocht of grote
Installatie uitgangspunten kostenraming
4
temperatuurschommelingen. De warmteafgifte is gelijkmatig verdeeld over de ruimten en sluit goed aan op de relatief langdurige verblijfsfuncties. Daarnaast zorgt de warmtepomptechniek voor een aanzienlijk lagere energievraag en draagt deze bij aan de duurzame ambitie van het gebouw.
4.4 Ventilatie ondersteunende ruimtes sporthal De ondersteunende ruimten binnen het sportcomplex – zoals kleedkamers, sanitaire ruimten, gangen en kantine – worden geventileerd middels een warmte terugwin-ventilatiesysteem (WTW). Dit systeem voorziet in de toevoer van verse lucht en de afvoer van vervuilde lucht, waarbij de warmte uit de afvoerlucht wordt teruggewonnen en overgedragen aan de inkomende lucht. Hierdoor wordt het energieverbruik voor verwarming beperkt en blijft het binnenklimaat comfortabel. De ventilatiehoeveelheden worden gedimensioneerd conform de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waarbij per ruimtegebruik de juiste toevoer- en afvoerdebieten worden toegepast. De WTW-units zorgen voor een continue en gecontroleerde luchtverversing, afgestemd op de functie en bezettingsgraad van de ondersteunende ruimten. Dit draagt bij aan een hygiënische, frisse en energiezuinige gebouwexploitatie.
4.5 Warm tapwater douches Voor de warmtapwatervoorziening van de douches wordt gebruikgemaakt van elektrische boilers. Er is bewust gekozen om deze voorziening niet via warmtepomptechniek te realiseren, om zowel de investeringskosten als de onderhoudskosten te beperken. Elektrische boilers bieden een eenvoudige, bedrijfszekere en onderhoudsarme oplossing, met voldoende capaciteit om piekbelastingen tijdens sportmomenten op te vangen. Hierdoor blijft het systeem compact en efficiënt, zonder complexe opwekking of aanvullende installaties.
4.6 Horeca verwarming en koeling Voor de horecaruimte wordt gekozen voor een eigen multisplit-systeem waarmee zowel verwarming als koeling efficiënt kan worden verzorgd. Het systeem bestaat uit één buitenunit die is gekoppeld aan meerdere binnenunits, strategisch geplaatst in de zitruimte en eventueel in de keuken-/uitgiftezone. Hierdoor kan het klimaat per zone nauwkeurig worden geregeld. Het multisplit-systeem werkt op basis van warmtepomptechniek, waardoor het in staat is energiezuinig te koelen in de zomer en te verwarmen in de winter. De directe luchtbehandeling via de binnenunits zorgt voor een snelle reactie op temperatuurschommelingen, wat met name in de horeca van belang is vanwege wisselende warmtelasten (bezoekers, keukenapparatuur, zoninstraling). Door de flexibiliteit en het hoge rendement is het multisplit-systeem uitermate geschikt voor ruimten met een dynamische bezetting, en levert het een comfortabel binnenklimaat met een laag energieverbruik.
Installatie uitgangspunten kostenraming
5
Door het klimaat systeem los van de sprothal te houden kan de energie separaat afgerekend worden en kan in de horeca zelf gekozen worden of er verwarmd of gekoeld wordt.
4.7 Horeca ventilatie De horecaruimte wordt voorzien van een eigen WTW-ventilatie unit om onafhankelijk te kunnen voldoen aan de specifieke ventilatiebehoefte van deze functie. De unit verzorgt de toevoer van verse lucht en de afvoer van vervuilde lucht, waarbij via warmteterugwinning de warmte uit de afvoerlucht wordt benut om de aangevoerde lucht voor te verwarmen. Dit draagt bij aan een energiezuinige werking en een constant comfortniveau. De WTW-installatie wordt CO₂-gestuurd, waardoor de ventilatiehoeveelheid automatisch wordt aangepast op basis van de actuele luchtkwaliteit en bezetting. In periodes met lage bezetting wordt het ventilatiedebiet verlaagd, terwijl bij hogere CO₂-concentraties automatisch wordt opgeschaald. Hierdoor ontstaat een gezond binnenklimaat met minimale energieverspilling. Afzuigkap en andere keuken apparatuur valt buit de scope van de kostenraming.
4.8 Hemelwater afvoer Voor het gehele gebouw wordt een Pluvia hemelwaterafvoersysteem toegepast. Dit onderdruk-gedreven afvoersysteem maakt gebruik van volledig gevulde leidingen, waardoor een hoge afvoercapaciteit met relatief kleine leidingdiameters kan worden gerealiseerd. Dit zorgt voor een efficiënte en ruimtebesparende afvoer van regenwater, wat met name gunstig is bij grote dakoppervlakken zoals die van de sporthal. De Pluvia-installatie zuigt het regenwater via speciaal ontworpen daktrechters aan en voert het onder hoge stroomsnelheid af naar het maaiveldniveau of een infiltratievoorziening. Door de onderdrukwerking is minder diameter benodigd en kunnen langere horizontale leidingen zonder afschot worden toegepast, wat installatie technisch flexibiliteit geeft. Het systeem biedt een betrouwbare afvoer, ook tijdens hevige neerslagpieken, en vermindert de kans op waterophoping op het dak. Daarmee draagt het bij aan een veilige, duurzame en onderhoudsarme hemelwaterhuishouding voor het sportcomplex.
4.9 Binnenriool De rioleringsinstallatie van het sportcomplex wordt uitgevoerd als een gescheiden vuilwateren hemelwatersysteem, conform de eisen uit het Bbl en de lokale aansluitvoorwaarden. Alle vuilwaterafvoeren van sanitair, kleedruimten, douches en overige ondersteunende functies worden aangesloten op het vuilwaterriool binnen het gebouw en vervolgens afgevoerd naar het gemeentelijke rioolstelsel. De afvoeren van de horeca worden separaat aangesloten op een vetvangput. Deze vetvanginstallatie scheidt vetten en oliën uit het afvalwater van de keuken en uitgiftezone, waardoor verstoppingen in de binnenriolering worden voorkomen en vervuiling van het
Installatie uitgangspunten kostenraming
6
gemeentelijke riool wordt beperkt. Na passage door de vetvangput wordt het gezuiverde afvalwater verder afgevoerd via de reguliere vuilwaterafvoer. Door de afzonderlijke aansluiting van de horeca op de vetvangput blijft het rioleringssysteem betrouwbaar, onderhoudsarm en voldoet het gebouw aan de geldende milieutechnische richtlijnen.
5. Elektrotechnische installaties 5.1 Centrale voorzieningen 5.1.1 Hoofdvoeding Er zal een nieuwe nutsvoorziening worden gerealiseerd in de vorm van een kleinverbruik 3x80A aansluiting. Vanaf deze aansluiting wordt de elektrotechnische installatie opgebouwd.
5.1.2 Bliksembeveiliging Er zal onderzocht moeten worden of een bliksembeveiligingsinstallatie benodigd is. Dit zal in een latere fase onderzocht moeten worden door een bliksembeveiligingsadviseur.
5.1.3 PV-installatie Op het platte dak worden PV-panelen aangebracht t.b.v. de duurzame opwek van energie. Uitgangspunt is gesteld op 200 panelen van 450Wp. Daarbij een vermogensbegrenzing voor het niet kunnen overbelasten van de hoofdaansluiting en de beperking op teruglevering van energie.
5.1.4 Accu-opslagsysteem T.b.v. netcongestie moeten er voorzieningen worden opgenomen om de vermogensvraag van het gebouw te behalen. Hiervoor is een memo opgesteld waarin is beschreven de oplossing te vinden in een accu-opslagsysteem. Hiervoor moeten de nodige voorzieningen zijn voorbereid en opgenomen.
5.2 Krachtinstallatie 5.2.1 Basisinstallatie De elektrische installatie betreft een basisinstallatie voor een sporthal. De installatie voorziet in de benodigde aansluitpunten, wandcontactdozen en voeding voor de algemene installaties en het normale gebruik van de sporthal. Er worden aansluitingen opgenomen voor de inrichting en/of sporttechnische toestellen (zoals scoreborden, elektrische toestellen of verplaatsbare sportapparatuur). De installatie wordt minimaal conform de installatie van sporthal “De Kuil” uitgevoerd.
5.2.2 Installatie t.b.v. sporttoestellen en inrichting Ten behoeve van het elektrisch bedienen van de sporttoestellen, voor het op en neer laten van bijvoorbeeld de klimrekken en basketbalborden, worden de nodige elektrische voedingen en
Installatie uitgangspunten kostenraming
7
voorzieningen aangebracht. daarbij worden er voorzieningen meegenomen voor het aansluiten van o.a. het scorebord, geluidsinstallaties.
5.2.3 Verdeelinrichtingen De hoofdverdeelkast voor de sporthal wordt voorzien in de meterkast, afgestemd op de functionele indeling van het gebouw. Voor de horecaruimte (kantine of bar) wordt een aparte verdeelkast opgenomen. Deze kast voorziet in een basisinstallatie met algemene aansluitpunten voor verlichting, stopcontacten en regeltechniek. In deze verdeelkast worden geen aansluitingen opgenomen voor de inrichting of apparatuur van de horeca, zoals keukenapparatuur, koelinstallaties of barinrichting. De horecaverdeler wordt voorzien van reservecapaciteit voor toekomstige uitbreidingen en wordt zodanig opgesteld dat uitbreiding eenvoudig mogelijk is.
5.3 Lichtinstallatie 5.3.1 Sporthal In de sporthal wordt uitgegaan van hoogwaardige sportverlichting, geschikt voor gebruik in een multifunctionele sportaccommodatie. De toegepaste verlichting voldoet aan de eisen voor sportverlichting op basis van de geldende normen en richtlijnen. Kenmerken: ◼ Armaturen met hoge lichtopbrengst, geschikt voor sporttoepassingen. ◼ Gelijkmatige lichtverdeling met minimale verblinding (UGR-waarden conform norm). ◼ Geschikt voor bal- en impactsporten (IK-waarde passend voor sporthallen). ◼ Dimbare of schakelbare functie voor verschillende gebruiksmodi (zoals training/ onderhoud).
5.3.2 Overige Ruimten In alle overige ruimten van het gebouw (zoals gangen, kleedkamers, toiletten, entree, bergingen en algemene ruimtes) wordt uitgegaan van basisverlichting conform de eisen uit NEN-EN 12464-1. Kenmerken: ◼ Toepassing van energiezuinige (LED) armaturen met passende lichtsterkte per gebruiksfunctie. ◼ Verlichting afgestemd op veiligheid, comfort en functioneel gebruik. ◼ Geen speciale functionele of decoratieve verlichting.
5.3.3 Kantine/ Horeca In de kantine/horecaruimte wordt uitsluitend basisverlichting toegepast conform NEN-EN 12464-1. Er is geen aanvullende of sfeerverlichting voorzien binnen het ontwerp. De invulling van eventuele decoratieve verlichting behoort tot de inrichting en valt buiten de elektrotechnische basisinstallatie.
Installatie uitgangspunten kostenraming
8
5.4 Brandmeld- en Ontruimingsinstallatie De brandmeld- en ontruimingsinstallatie wordt uitgevoerd conform NEN 2535 en NEN 2575. Het systeem wordt uitgevoerd als: ◼ Niet-automatische bewaking (uitsluitend handbrandmelders bij vluchtroutes en toegangspunten). ◼ Ontruimingsinstallatie type B, voorzien van slow-whoop signaalgevers. Eventueel worden er automatische melders (zoals rook- of thermische melders) toegepast i.r.t. ontvluchten (doodlopende einden).
5.5 Intercominstallatie Nabij de hoofdentree wordt een intercominstallatie voorzien waarmee een oproep tot stand gebracht kan worden met of de receptie van de sporthal of de bar in de horeca ruimte. De intercom installatie bestaat een spreek luisterverbinding met video in kleurenbeeld.
5.6 Omroep- en Geluidsinstallatie Voor de omroep- en geluidsinstallatie worden de nodige loze voorzieningen met bekabeling voorzien op een aantal posities in het gebouw. Er is rekening gehouden met actieve apparatuur zoals versterker, luidsprekers en microfoonaansluitpunt. Hiervoor is een stelpost opgenomen in de begroting, deze zal in een latere fase definitief uitgewerkt worden.
5.7 Data-installatie Netwerk op basis van universele bekabeling (Data/Voice) – Wifi-gebaseerde infrastructuur. ◼ De ICT-voorzieningen zijn gebaseerd op een Wifi-netwerk voor algemene dekking. ◼ Datapunten worden primair aangebracht voor de Wifi-access points (CAT6A). Enkele vaste datapunten worden geplaatst op functionele locaties: ◼ Receptie ◼ Horeca/bar ◼ Technische ruimte/ patchkast Actieve apparatuur (switches, Wifi-controllers) valt buiten de basisinstallatie.
5.8 Inbraakbeveiliging De inbraakbeveiligingsinstallatie wordt eenvoudig uitgevoerd met PIR-detectie in en nabij de ruimten die gekoppeld zijn aan de buitenschil. Hierbij is het uitgangspunt dwaaldetectie. In een later stadium kan met de verzekering nog worden afgestemd wat de eisen zijn voor detectiegraat i.r.t. de polisvoorwaarden.
Installatie uitgangspunten kostenraming
9
5.9 CCTV-systeem Voor het camerabeveiligingssysteem, bestaande uit IP-camera’s (minimaal Full HD), worden de nodige aansluitingen en camera’s meegenomen. Voor de posities van de camera’s is nu uitgegaan van onderstaande: ◼ Nabij entrees ◼ Verkeers- en centrale ruimten ◼ Tribune ◼ Buitenterrein
Installatie uitgangspunten kostenraming
10
EMBATO Onafhankelijk technisch advies
Haarbrug 6P
T
033 200 31 28
3751LM Bunschoten
KvK
75650487
BTW
NL857204282B01
E
info@embato.nl
W
www.embato.nl
Op onze werkzaamheden zijn algemene voorwaarden van toepassing, waarin een beperking van aansprakelijkheid is opgenomen. Ons privacy statement staat op onze website. General terms and conditions are applicable to our services, including a provision for limited liability. Our privacy statement can be found on our website.
Installatie uitgangspunten kostenraming
11