20241016_Uitgangspuntennotitie uitvoeringsorganisatie sociaal domein.pdf
Tekst van het document
Bestuurlijke uitgangspuntennotitie Toekomst uitvoering sociaal domein Baarn, Bunschoten, Soest 9 oktober 2024 Inleiding Eind 2023 is door de colleges van Baarn, Bunschoten en Soest de bestuursopdracht Toekomst uitvoering sociaal domein vastgesteld. Daarmee is opdracht gegeven om de plannen voor een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie verder uit te werken. Aanleiding voor dit traject is dat door de toenemende complexiteit in het Sociaal Domein de druk om de uitvoering goed en passend te organiseren steeds meer toeneemt. De gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest werken al samen en hebben besloten om deze samenwerking uit te breiden en te versterken. Om dit te realiseren is een traject opgestart met twee sporen. Eén spoor gaat over hoe de organisatie er straks uit moet komen te zien en het tweede spoor is gericht op hoe deze organisatie straks wordt bestuurd. Deze uitgangspuntennotitie heeft betrekking op dit tweede bestuurlijke spoor. Doel van de notitie Deze bestuurlijke uitgangspuntennotitie heeft tot doel de drie gemeenteraden te informeren: a. Wat de stand van zaken is in het oprichten en inrichten van een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein; b. Welke uitgangspunten de drie colleges hanteren in het proces tot het opzetten en inrichten van deze nieuwe organisatie; c. Wanneer de gemeenteraden welk besluit kunnen verwachten in het komende anderhalf jaar.
Voor de duidelijkheid herhalen we eerst de belangrijkste uitgangspunten uit de bestuursopdracht. Daarna gaan we verder in op de verantwoordelijkheden, juridische en organisatorische vorm en governance van de beoogde nieuwe organisatie en op het proces daar naartoe. In deze uitgangspuntennotitie is ook de planning van het besluitvormingstraject opgenomen. Eerder vastgestelde uitgangspunten In de bestuursopdracht van augustus 2023 is een aantal uitgangspunten meegegeven. De belangrijkste zijn: 1. Om ook in de toekomst, met steeds complexere hulpvragen, inwoners goed te kunnen blijven ondersteunen willen Baarn, Bunschoten en Soest hun samenwerking in de uitvoering van het sociaal domein intensiveren en opnieuw vormgeven. De gemeenten investeren in de kwaliteit van de uitvoering én de aansturing, door een robuuste, integrale en zelfstandig functionerende samenwerkingsorganisatie te realiseren. 2. Inwoners krijgen ook straks hulp en zorg in hun eigen gemeente. Binnen de drie gemeenten worden integrale toegangen gerealiseerd in het lokale voorveld waar inwoners terecht kunnen met alle soorten vragen. Waar mogelijk worden hulpvragen daar opgepakt met lichte ondersteuning en informatie en advies. 3. Waar lichte ondersteuning onvoldoende lijkt worden inwoners geholpen door professionals die zogenaamde eerstelijnshulp en zorg kunnen bieden.
Die zijn straks werkzaam bij de nieuwe gezamenlijke uitvoeringsorganisatie. Dit omvat het onderzoeken van situaties, besluiten over inzet van hulp, zorg en uitkeringen, regie voeren, begeleiding bieden en zorg en ondersteuning verlenen. Hierbij staat de vraag van de inwoner centraal. Medewerkers met verschillende kennis en expertise werken samen om nog sneller en gerichter die hulp en ondersteuning aan inwoners te bieden die het beste past bij hun vraag.
1
4. De gezamenlijke uitvoeringsorganisatie is verantwoordelijk voor het bieden van hulp en zorg op gebied van: • maatschappelijke ondersteuning; • jeugdhulp; • hulpmiddelen; • werk en inkomen; • minimaregelingen; • schuldhulpverlening; • inburgering; • leerlingenvervoer; • leerplicht; • procesregie zorg en veiligheid (indien juridisch mogelijk). Dat betekent een taakverschuiving van de drie gemeenten Baarn, Bunschoten en Soest naar de nieuwe organisatie. 5. Waar nodig wordt tweedelijnshulp of -zorg ingezet van een gespecialiseerde aanbieder. In dit geval besluit de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie daarover met het afgeven van indicaties en voert regie op de ingezette zorg of hulp. De bestuursopdracht met bovenstaande uitgangspunten is eind 2023 met de gemeenteraden gedeeld. Toen was nog een te onderzoeken punt of leerplicht en leerlingenvervoer onderdeel zouden uitmaken van de uitvoeringsorganisatie. Het voorstel is nu om beide vakgebieden ook bij de uitvoeringsorganisatie onder te brengen. Dit omdat dit aansluit bij de uitgangspunten ‘integraliteit’ van de zorg en hulp voor de inwoners en een robuustere organisatie van de uitvoering. Hetzelfde geldt voor procesregie op gebied van zorg en veiligheid. Aanvullende uitgangspunten De afgelopen periode is veel werk verzet in het inventariseren van mogelijkheden, in kaart brengen van processen en uitwerken van de eerste stappen.
Dat leidt in de oprichting en inrichting van de organisatie tot een aantal aanvullende uitgangspunten. Deze worden aan de colleges voorgelegd en de drie gemeenteraden worden hierover vervolgens geïnformeerd. Juridische en organisatorische vorm 6. De nieuwe uitvoeringsorganisatie is een bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) op basis van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Voor deze juridische vorm is gekozen omdat deze goed past bij de taken en bevoegdheden van de organisatie. Ook andere rechtsvormen zijn overwogen. Aan de organisatie worden alleen collegebevoegdheden overgedragen, die nodig zijn om de taken onder uitgangspunt 4 uit te voeren. Welke dit zijn wordt nader uitgewerkt. De gemeenteraden van Baarn, Bunschoten en Soest behouden daarmee hun bevoegdheden om beleid vast te stellen. Inhoudelijke verschillen in beleid op basis van politieke besluitvorming blijven mogelijk. 7. In de nieuwe uitvoeringsorganisatie komen werkzaamheden samen die nu worden uitgevoerd door de drie gemeenten en BBS. De gemeenschappelijke regeling BBS wordt aangepast naar de nieuwe uitvoeringsorganisatie. 8. De organisatie krijgt een nieuwe naam en uitstraling. Daarmee wordt een heldere scheiding aangebracht tussen het verleden van BBS en de toekomstige organisatie.
Na de start van de nieuwe uitvoeringsorganisatie op 1 januari 2026 wordt een onderzoek gestart naar passende huisvesting, passend bij een robuuste, zelfstandig functionerende organisatie die zoveel mogelijk lokaal is georganiseerd. Hiervoor wordt een zorgvuldig proces doorlopen. 9. De organisatie moet toekomstbestendig en robuust zijn, wat inhoudt dat de nieuwe uitvoeringsorganisatie zelfstandig gaat functioneren. Daartoe worden ook taken als personeelszaken, informatiemanagement, ondersteuning, financiën en control, administratieve organisatie, communicatie en huisvesting ten behoeve van de uitvoeringsorganisatie ondergebracht bij de nieuwe organisatie.
2
Governance/besturing 10. De taken die na 1 januari 2026 in samenwerking worden uitgevoerd vergen bestuurlijke nabijheid en het kunnen nemen van bestuurlijke verantwoordelijkheid. Er wordt toegewerkt naar een heldere rolverdeling tussen bestuur en organisatie. In de ontwerpregeling wordt uitgewerkt hoe de opdrachtnemende, opdrachtgevende en eigenaarsrol zo goed mogelijk kunnen worden vormgegeven. 11. De bestuurlijke verhoudingen en besluitvormingsprocessen worden zorgvuldig vormgegeven zodat sprake is van een passende en toekomstbestendige inrichting. Financieel 12. Er wordt structureel geïnvesteerd in een robuuste en toekomstbestendige nieuwe uitvoeringsorganisatie. Deze investering is nodig voor professionalisering op gebied van strategie, kwaliteit en bedrijfsvoering en wordt gerealiseerd door toevoeging van enkele nieuwe functies. Op basis van de uitwerking tot nu toe wordt hiervoor een stijging van de structurele kosten verwacht van 5-10% ten opzichte van de huidige toewijsbare kosten voor bedrijfsvoering ten behoeve van de taken die in de nieuwe uitvoeringsorganisatie worden ondergebracht. Eind 2024 wordt een fit-gap analyse uitgevoerd waarmee deze kosten nader in beeld worden gebracht. Planning 13. De nieuwe uitvoeringsorganisatie is op 1 januari 2026 operationeel.
Het proces om de gemeenschappelijke regeling te wijzigen en tot een passende nieuwe gemeenschappelijke regeling te komen vergt een aantal stappen. Deels is deze procedure wettelijk vormgegeven. Uitgaande van een aanpassing van de GR BBS komt dit voor het wijzigingstraject op de onderstaande planning. In onderstaande planning zijn geel gemarkeerd de formele (wettelijk verplichte) momenten waarop de gemeenteraad een rol heeft. Om de gemeenteraden goed te betrekken is in de planning een aantal momenten opgenomen waarop de gemeenteraden in ieder geval worden geïnformeerd. Deze momenten zijn blauw gemarkeerd. Wijziging GR
Verantwoordelijke
Planning
Raadsbijeenkomst
Colleges
17 september 2024
Collegebesluit uitgangspuntennotitie
Colleges
22 oktober 2024
Schriftelijk informeren raden overuitgangspuntennotitie
Colleges
November 2024
Ontwerpregeling vaststellen (wijziging GR BBS)
Bestuur BBS
Januari 2025
Ontwerpregeling: concept zienswijze voor de raad vaststellen
Colleges
Januari 2025
Gezamenlijke raadsbijeenkomst over ontwerpregeling
Colleges
Februari 2025
Vaststellen zienswijze ontwerpregeling (8 weken)
Raden
Februari/Maart 2025
Weging zienswijzen ontwerpregeling
Bestuur BBS
April 2025
Startprocedure toestemming en instemming (13 weken)
Bestuur BBS
April 2025
College verzoekt raad om toestemming
College
Mei 2025
Verlenen toestemming wijziging regeling
Raden
September 2025
Instemmen met de wijziging regeling
Colleges
September 2025
Concluderend besluit
Bestuur BBS
Oktober 2025
Bekendmaking gewijzigde regeling
Gemeente Soest
Oktober 2025
Inwerkingtreding nieuwe uitvoeringsorganisatie, gewijzigde GR
3
Januari 2026