CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

20230512 Stappenplan RES 3.0 def..pdf

Commissie Ruimte 6 september 2023, gemeente BunschotenBij agendapunt: Mededelingen en rapportage samenwerkingsverbanden3.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Stappenplan naar RES 3.0 DEEL B 20 • 4 • 2023

2 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

1. Inleiding

De voortgangsrapportage RES 2.0 laat zien dat

alternatief van aardgas wordt. Daarnaast wil het Rijk een

grootschalige opwek voor duurzame elektriciteit in de

versnelling in de warmtetransitie. Voor 2030 moeten

regio stagneert. Het aantal projecten ‘in de pijplijn’ is

in de regio Amersfoort 25.000 woningen duurzaam

onvoldoende en de opdracht vanuit het Klimaatakkoord

worden verwarmd en aardgasvrij of aardgasvrij-ready

om in 2025 tot vergunningverlening over te gaan, wordt

zijn. Dat is 18% van de woningvoorraad. Op dit moment

bij voortzetting van het huidige tempo niet gehaald.

liggen circa 1.000 woningen in een startbuurt waar prioriteit aan de warmtetransitie wordt gegeven. De

Er is een potentiële voorraad aan projecten en de

voortgangsrapportage RES 2.0 laat zien dat er in de

meeste gemeenten hebben een uitnodigings- of

regio een aantal duurzame warmtebronnen beschikbaar

afwegingskader over grootschalige duurzame

zijn waarvan het de moeite waard is om deze nader

elektriciteit dat ontwikkelaars, energiecoöperaties en

uit te werken: warmte uit de Eem en het Eemmeer.

grondeigenaren ruimte biedt om met concrete plannen

Ook is het nodig om de kansen van duurzame warmte

te komen. Maar initiatiefnemers van grootschalige

uit zonthermie, groen gas en geothermie en mogelijk

opwek zijn terughoudend. Dat heeft mogelijk de

andere bronnen nader in beeld te brengen en te

volgende oorzaken:

bepalen in welke mate de regionale bronnen bijdragen aan de warmtetransitie.

•

•

Het afkondigen van netcongestie eind 2021. Het is onzeker of een aansluiting op het

Op weg naar de RES 3.0 is een versnelling noodzakelijk

elektriciteitsnet mogelijk is

om de opgave voor de RES te realiseren. Het

Bij een aantal gemeenten in de regio is

stappenplan in figuur 1 geeft dit op hoofdlijnen weer.

er (grote) terughoudendheid voor zon en wind op landBinnen de spelregels van het

In het volgende hoofdstuk beschrijven wij welke acties in

uitnodigingskader is de business case niet

gang worden gezet om de versnelling te realiseren:

haalbaar •

In de regio zijn lokale energiecoöperaties

•

projecten te ontwikkelen •

Spoor: PlanMER wind op land (provincie Utrecht)

niet in staat om (relatief) omvangrijke •

Spoor: Wind op land: Opwerk Energie op Rijksgrond (OER): A12, A28 en

Voorlichting over financieringsopties en

Soesterwijkwiek

oplossingsrichtingen voor netcongestie •

Spoor: Zon op dak (inclusief solar carports)

•

Spoor: Zon op land

In de RES regio Amersfoort staan circa 135.000

•

Spoor: Regionale Structuur Warmte

woningen. Door de meeste gemeenten is een

•

Spoor Infrastructuur elektriciteitsnetwerk

Transitievisie Warmte opgesteld. Daaruit blijkt dat voor

•

Spoor: Participatie.

bereikt de initiatiefnemers onvoldoende.

het overgrote deel (75%) nog niet is bepaald wat het

Stappenplan naar RES 3.0

Regionale raadsledenbijeenkomst

2023 Start

Q1

Q2

Q3

Q4

PlanMER wind op land (provincie Utrecht) OER: verkenning van wind A28 Zon op dak

Sturing op flexibilisering zon op dak (inclusief batterij opslag)

Solar carports

Markt consultatie en (mogelijke) aanbesteding solar carports

Zon op land

Inventarisatie vertraging + oplossingsrichtingen

>

Versnelling zon op land

OER: (voor)verkenning zon A1, A12 en A28 Warmte

Nadere uitwerking regionale bronnen (collectief versus individueel) en groen gas

Netwerk

Uitvoeringsplan uitbreiding en bouw nieuwe stations (Stedin en TenneT)

2025

2024

(uiterlijk) 1 juli 2025 herijking RES 3.0

PlanMER wind op land (provincie Utrecht) Besluitvorming van verkenning naar planuitwerking

Optioneel PlanMER ondergrond (2024) Uitvoeringsplan uitbreiding en bouw nieuwe stations (Stedin en TenneT) Figuur 1: Stappenplan naar RES 3.0

4 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

2. Uitwerking stappenplan

In dit hoofdstuk is een stappenplan uitgewerkt welke stappen worden ondernomen om toe te werken naar de RES 3.0.

2.1

Spoor: PlanMER wind op land (provincie Utrecht)

Onderstaand kader beschrijft het resultaat dat bij vaststelling van RES 3.0 moet zijn bereikt om de opgave te realiseren.

Bij de vaststelling van de RES 3.0 (uiterlijk medio 2025) heeft de provincie in afstemming met de (gemeenten in de) regio vastgesteld op welke locaties windturbines worden gerealiseerd en planologische procedures zijn (zo ver mogelijk) doorlopen.

Hiernaast hebben we toegelicht hoe wordt toegewerkt naar het bovenstaande resultaat. Op 20 september 2022 heeft de provincie geconstateerd dat de Utrechtse gemeenten te weinig plannen hebben ingediend om provincie-breed tot 1 TWh aan windenergie te komen. Daarom heeft de provincie besloten om een planMER uit te voeren om inzicht te krijgen in de milieu-informatie van windenergiegebieden in de hele provincie Utrecht. De planMER is enkel een onderzoek. De uitkomst van de planMER is een bouwsteen voor de afweging en besluitvorming. In figuur 2 zijn de vervolgstappen (en besluitvorming) voor de planMER schematisch weergegeven.

Proces PlanMER PlanMER wind op land (provincie Utrecht)

Start Zienswijzen

Concept NRD

Onderzoeksfase PlanMER

Instapmoment gemeente

Besluit GS PlanMER

Ontwerp voorkeurs beslissing GS

Afspraken tussen provincie en gemeenten (uitwerking voorkeursbeslissing)

Voorlopig schema besluitvorming is afhankelijk van de afspraken in het provinciale coalitieakkoord. Figuur 2: Stappenplan planMER wind op land (provincie Utrecht)

Zienswijzen

Voorkeurs beslissing GS

(uiterlijk) 1 juli 2025 herijking RES 3.0

Besluit

Invloed

6 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Na afronding van de planMER worden verschillende opties (alternatieven) voor

•

Impact op de omgeving

windgebieden opgesteld. Behalve de planMER zal ook andere input worden gebruikt

•

Participatie inrichten met de omwonenden

voor deze afwegingen, bijvoorbeeld de uitkomsten van het participatieproces en de

•

Gevolgen van het radarstation Soesterberg in beeld brengen

(financiële) haalbaarheid. Hierbij worden verschillende alternatieven ontwikkeld en met

•

Compensatieruimte ecologie onderzoeken.

elkaar vergeleken. De provincie gaat ook met de uitkomsten van de planMER en het participatietraject met gemeenten en regio in gesprek.

Door Rijkswaterstaat is een verkenning gestart in het kader van OER om de mogelijkheden voor wind op land langs de A28 nader te verkennen. Daarbij worden

Gemeenten krijgen de mogelijkheid om aan te geven welke locaties ze zelf willen

bovenstaande aandachtspunten meegenomen. Daarnaast heeft de gemeente

ontwikkelen (het instapmoment). Als uitkomst van dit afwegingstraject nemen Gede-

Amersfoort een besluit genomen over windturbines op bedrijventerrein Isselt.

puteerde Staten (GS) een ontwerp voorkeursbeslissing; een voorlopige beslissing welke oplossing de voorkeur heeft. Ook staat erin hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke

2.3

organisaties en bestuursorganen zijn betrokken. Op de ontwerp voorkeursbeslissing

Onderstaand kader beschrijft het resultaat dat bij vaststelling van RES 3.0 moet zijn

Spoor: zon op dak

kunnen zienswijzen worden ingediend en Provinciale Staten wordt geconsulteerd waar-

bereikt om de opgave te realiseren.

na GS een definitieve voorkeursbeslissing neemt. Na deze voorkeursbeslissing is er een overlegmoment tussen gemeenten en provincie waarin afspraken worden gemaakt hoe wordt toegewerkt naar een projectbesluit voor de gekozen windlocaties. De uitkomst

Bij vaststelling van de RES 3.0 is de stagnatie voor zon op dak doorbroken.

van de voorkeursbeslissing wordt verankerd in de RES 3.0.

Gerealiseerd en ‘pijplijn’ bedraagt minimaal 0,1 TWh

2.2

Spoor: Wind op land (OER A28 en Isselt)

Onderstaand kader beschrijft het resultaat dat bij vaststelling van RES 3.0 moet zijn

Uit de voortgangsrapportage RES 2.0 blijkt dat de hoeveelheid grootschalig zon op dak

bereikt om de opgave te realiseren.

fors is toegenomen en dat de groei door netcongestie afvlakt. Het aantal grootschalige daken met zonnepanelen neemt moeizaam toe door netcongestie en een forse toename van de materiaalprijzen.

Bij vaststelling van de RES 3.0 (uiterlijk medio 2025) is een besluit genomen over

TenneT werkt op dit moment nauw samen met de markt om middels

de uitkomsten van de verkenning Opwek Energie op Rijksgrond (OER) A28. Medio

netcongestiemanagement ruimte op het net te creëren. Naar verwachting komt er

2025 is de planuitwerking ver gevorderd voor die projecten van zon op land en

jaarlijks ruimte vrij op het net dat benut kan worden voor zon op dak. Landelijk zijn

wind op land waarover tijdens de verkenning een positief besluit is genomen.

een aantal maatregelen genomen om vertraging voor de realisatie van zon op dak te voorkomen. Deze maatregelen zijn:

De gemeenteraad van de gemeente Amersfoort heeft een besluit genomen over het realiseren van windturbines op het bedrijventerrein Isselt

•

Met ingang van 2023 is er geen (jaarlijks) plafond voor de SDE++ regeling

•

De kosten voor dakverzwaring mogen meegenomen worden in een SDE+++ subsidieaanvraag en worden ook gesubsidieerd door de provincie

Het belemmeringenonderzoek laat zien dat er in principe mogelijkheden zijn voor

•

Vanuit de branche en verzekeraars is gewerkt aan een preventieregeling

windturbines langs de A28 en de Vlasakkers. Belangrijke aandachtspunten voor het

voor zon op dak. Het doel van de preventieregeling is dat verzekeraars

vervolgonderzoek zijn:

randvoorwaarden stellen aan zon op dak zodat verzekering mogelijk is

7 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

Om bovenstaande opgave te bereiken, stellen we een uitvoeringsaanpak op. Deze

De afgelopen twee jaar zijn er geen nieuwe projecten voor zon op veld geïnitieerd. Met

aanpak maakt concreet welke acties ondernomen worden voor bedrijfsdaken, maat-

andere woorden: het overgrote deel bestaat uit ambitie (trede 3).

schappelijk vastgoed en grote daken in het buitengebied. Belangrijke onderdelen in de uitvoeringsaanpak zijn de fasering, planning en organisatie/bemensing van de aanpak.

Door Rijkswaterstaat is een verkenning gestart in het kader van OER om de

Ook brengen we in beeld waar opwek en afname bij elkaar liggen en/of we in samen-

mogelijkheden voor zon op land langs de A12 nader te verkennen. Hieruit zal blijken

werking met Stedin tot een oplossing kunnen komen. Bijvoorbeeld mogelijkheden voor

welke bijdragen de gronden langs de A12 kunnen leveren in samenhang met de

batterijopslag, spreiding in de elektriciteitsvraag, etc. Ook de stakeholders LTO en Ener-

omliggende regio’s. Daarnaast wordt in het kader van OER in 2023 een verkenning

gie van Utrecht betrekken we nauw bij de aanpak. Met bijvoorbeeld LTO wordt een actie

langs de A1 uitgevoerd.

in gang gezet voor grootschalig zon op dak op agrarische bedrijfsdaken. In de regio worden (relatief) weinig initiatieven ontplooid. We zullen o.a. een Bij de aanpak brengen we (ook) in beeld:

marktconsultatie uitvoeren om helder te krijgen waardoor dit komt. Vervolgens brengen we in beeld of en hoe een versnelling kan worden gerealiseerd waarbij we ook in beeld

•

Hoe lokaal initiatieven kunnen worden geclusterd (al dan niet in

brengen of aanpassing van uitnodigingskaders nodig is om ontwikkelende partijen te

combinatie met zon op veld) om voldoende schaalvoordeel te creëren voor

interesseren. Ook zullen we de mogelijkheden voor zon langs provinciale infrastructuur

een rendabele business case en netaansluiting

met de provincie Utrecht verder oppakken.

•

Hoe kunnen aanbesteding en vergunningverlening worden versneld?

•

De uitkomsten van de marktconsultatie voor solar carports vertalen in een

2.5

vervolgtraject waarbij onderzocht wordt of een (gezamenlijke regionale)

Onderstaand kader beschrijft het resultaat dat bij vaststelling van RES 3.0 moet zijn

aanbesteding mogelijk is en openbare ruimte ter beschikking wordt

bereikt om de opgave te realiseren.

Regionale Structuur Warmte

gesteld.

2.4

Zon op veld

Bij vaststelling van de RES 3.0 hebben we in beeld in welke mate regionale

Onderstaand kader beschrijft het resultaat dat bij vaststelling van RES 3.0 moet zijn

bronnen bijdragen aan de warmtetransitie en welke mogelijkheden er zijn voor

bereikt om de opgave te realiseren.

de financiering en governancestructuur van warmtenetten.

Bij vaststelling van de RES 3.0 zijn er voldoende initiatieven beschikbaar om 0,1 TWh zon op land te realiseren. Dit betekent dat 0,05 TWh is gerealiseerd en/of in

Uit de voortgangsrapportage (onderdeel RSW) blijkt het volgende:

de pijplijn zit en voldoende concrete plannen beschikbaar zijn om de overige 0,05 TWh te realiseren.

•

Voor 7.500 tot 15.000 woningen (5 à 10% van de woningvoorraad) kunnen het Eemmeer en de Eem dienen als regionale warmtebron. Het exacte aantal is afhankelijk van de geografie en ligging ten opzichte van de bron

Gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden en Soest- en Woudenberg

•

Uit recent onderzoek blijkt dat de oostzijde van de regio mogelijk geschikt is voor geothermie

hebben een vastgesteld beleids- of uitnodigingskader voor zon op veld. •

Een inhaalslag/versnelling is nodig zodat voor 2030 circa 135.000 woningen

8 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

• •

aardgasvrij of aardgasvrij-ready zijn

2.6

Er is nog weinig inzicht in de potentie van zonthermie. De potentie van

Onderstaand kader beschrijft het resultaat dat bij vaststelling van RES 3.0 moet zijn

Elektriciteitsnetwerk

deze bron moeten we verder in beeld brengen

bereikt om de opgave te realiseren.

Een fundamentele vraag is of gemeenten inzetten op individuele of collectieve warmteoplossingen. Een collectieve oplossing is nodig wanneer gebruik wordt gemaakt van regionale bronnen. Deze keuze

Bij vaststelling van de RES 3.0 zijn ruimtelijke procedures gestart om uitbreiding

moet snel gemaakt worden omdat burgers vanwege hoge energiekosten

van energiestations mogelijk te maken

steeds vaker eerder willen verduurzamen en kiezen voor een individuele oplossing. Dit maakt de business case voor een collectieve oplossing op termijn lastiger. In het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) Rijk en provincie willen een versnelling in de warmtetransitie realiseren. De regionale

werken TenneT, Stedin de provincie Utrecht en de drie regio’s (Amersfoort, Foodvalley en

samenwerking benutten we vooral om:

U16) samen om een uitvoeringsplan te maken. Doel van dit uitvoeringsplan is concreet te maken hoe het elektriciteitsnetwerk wordt ingericht voor de toekomst. Daarbij

• •

De mogelijkheden van Warmtenet collectieve oplossingen (lokaal en

wordt gekeken naar de relatief korte termijn (tot en met 2030) en een strategie voor de

regionaal) verder uit te werken door verdiepend onderzoek uit te voeren

langere termijn (tot en met 2050). In de regio Amersfoort is op verschillende locaties

Gezamenlijk te werken aan de afweging waar wel of geen collectieve

een uitbreiding van bestaande stations of de bouw van nieuwe stations nodig. Over de

oplossing (en op welk schaalniveau) mogelijk is. De keuze hoe een wijk

locatiekeuzes, het moment van uitbreiding en de samenwerking tussen partijen zullen

aardgasvrij wordt is nog niet overal gemaakt. We willen inwoners een

in 2023 afspraken worden gemaakt.

duidelijk antwoord hierop geven, zodat ze zelf ook gericht investeringen kunnen doen voor duurzame energie-installaties zoals een warmtepomp. Hierbij maken we gebruik van informatie die aangeleverd wordt vanuit het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en uitkomsten van onderzoeken op provinciale schaal. Ook maken we gebruik van beschikbare kennis binnen de regiogemeenten. We onderzoeken ook de mogelijkheid hoe de kapitaalsbehoefte en governancestructuur voor (verschillende soorten) warmtenetten kan worden ingericht. •

Kennisuitwisseling te faciliteren voor plan van aanpak individuele warmteoplossingen

•

Kennisuitwisseling te faciliteren voor plan van aanpak isolatieprogramma.

De concrete samenwerking vindt plaats aan de ‘warmtetafel’ waarbij samenwerking tussen twee of meerdere gemeenten waar hetzelfde issue speelt door de regio wordt gefaciliteerd.

9 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

10 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

3. P  articipatie en communicatie

Bij vaststelling van de RES 3.0 hebben we bereikt dat we intensief samenwerken met de regionale stakeholders en dat de stakeholders actief bijdragen aan de uitvoering van de RES

Op weg naar de RES 3.0 onderscheiden we 5 sporen in participatie en communicatie •

Wind van de provincie: provincie in de lead voor wat betreft participatie:

•

OER-trajecten: Rijkswaterstaat

•

Regionale trajecten in voorbereiding: regio in de lead voor de participatie

•

Projecten in uitvoering: ontwikkelaar en/of gemeente in de lead voor de participatie

•

RES algemeen (kennis van proces en urgentie): regio in de lead.

Het samenwerken met alle betrokkenen, het toelichten van het proces en het meenemen in de urgentie wordt steeds belangrijker. Hoe concreter projecten worden, hoe groter de interesse hierin van alle betrokkenen. Hier ligt een belangrijke wisselwerking met regionale en lokale communicatie en participatie. Hierbij is het van belang dat we een eenduidige regionale boodschap blijven ontwikkelen rondom de energietransitie, met ruimte voor lokale accenten en kleuring. Naast een eenduidige boodschap is ook het faciliteren van het continue gesprek van belang. Want de energietransitie is niet alleen een technisch, ruimtelijk, infrastructureel en economisch vraagstuk, het is vooral een maatschappelijk vraagstuk. Door de complexiteit van de uitdaging en de impact die het heeft op onze leefomgeving, is het belangrijk dat iedereen die dat wil, mee kan doen. Meedoen in het proces, en meedelen in de opbrengst van de energieopwekking. Meedoen betekent dat naast technische haalbaarheid, we ook maatschappelijke haalbaarheid onderzoeken en laten meewegen. Daarvoor moet we ook de belangen, zorgen en ideeën van de samenleving ophalen en in de plannen verwerken. Dat doen we door het gesprek met inwoners op verschillende momenten te faciliteren, maar ook door mogelijk te maken dat stakeholders het bestuur adviseren. Hierin willen we ook vormen van participatie inzetten die verder gaan dan adviseren.

We erkennen de waarde van bijvoorbeeld een burgerberaad. We gaan onderzoeken of een burgerberaad op regionaal niveau mogelijk is, wetende dat een

11 Regionale Energie Strategie 2.0

••••

energieregio geen bevoegd gezag heeft, en rekening houdend met de fase waarin de

Behalve dat het fijn is voor je portemonnee, betekent lokaal eigendom ook

RES zich nu bevindt.

zeggenschap. Als mede-eigenaar kan je meebeslissen over het project. Over de uitvoering, maar ook tijdens de exploitatie. Bijvoorbeeld over stilzetten van de turbine

Bij de totstandkoming van de RES 2.0 hebben we voor het eerst gewerkt met een

bij een bepaalde windrichting om geluidsoverlast te verminderen of bij laagstaande zon

stakeholderoverleg dat input heeft gegeven voor de RES 3.0. Deze samenwerking gaan

om slagschaduw te verminderen.

we de komende jaren verstevigen en verder uitbouwen. Met deze groep van regionaal

De afspraken over lokaal eigendom in deze RES worden gemaakt in de initiatieffase en

belanghebbenden gaan we ook verbetering van participatie onderzoeken.

vastgelegd in een intentieovereenkomst. Tijdens de definitiefase leggen we deze afspraken vast in een samenwerkingsovereenkomst en/of de ‘anterieure overeenkomst’.

•

Hoe krijgen we betere representatie binnen participatie? Het complexe van participatie is dat het vaak tegengeluid mobiliseert, en een specifieke doelgroep van de samenleving uitnodigt zich te laten horen. Hoe komen we tot een betere afspiegeling van de samenleving? Zowel in afkomst (cultureel, sociaal, leeftijd) als in houding ten opzichte van de energietransitie.

•

Welke innovatieve werkvormen kunnen ons daarbij helpen? Op dit moment vindt participatie vooral plaats op het niveau van raadplegen. Veel inwoners voelen zich daardoor niet gehoord, of denken dat bestuurders hun ideeën niet serieus nemen. Welke verdergaande werkvormen, zoals een burgerberaad of participatieve waarde evaluatie (PWE), passen bij onze opgave en zouden ons kunnen helpen de betrokkenheid van inwoners te vergroten?

Financiële participatie Naast meepraten over uitgangspunten en projecten, is ook het vergroten van zeggenschap een doel. Financiële participatie kan hier een belangrijke rol in spelen. In het Klimaatakkoord staat vermeld dat het streven is om minimaal 50% in lokaal eigendom op te wekken. Dat betekent dat windmolens of zonnevelden niet volledig in bezit zijn van energiemaatschappijen of investeerders, maar dat omwonenden en lokale ondernemers de kans krijgen mee te delen in de opbrengst en zeggenschap hebben over te maken keuzes. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen. Zo kunnen er aandelen of obligaties worden uitgegeven die de omwonenden kunnen kopen (financiële deelneming). Of een gedeelte van de omzet van het energieproject kan worden afgedragen ten gunste van individuen of een fonds voor de omgeving (financiële afdracht).

www.resregioamersfoort.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12869840/1