1216864j Legesverordening Bunschoten 2025.doc
Tekst van het document
c.
leges; bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
25%
Artikel 2.15.4 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat a. bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag: 75% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag: 50% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c. bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: 25% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges.
Artikel 2.15.5 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 20% van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.15.6 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a. Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 20% van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b. Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
0% Artikel 2.15.7 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.13. Artikel 2.15.8 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 75,00 wordt niet teruggegeven.
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2 Paragraaf 3.1 Horeca Artikel 3.1.1 Exploitatie openbare inrichting (horecabedrijf) 3.1.1.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening 3.1.1.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijziging van een exploitatievergunning horecabedrijf, als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening Ontheffing sluitingsuur: 3.1.1.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing van het verbod als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene Plaatselijke Verordening
€
341,00
€
35,10
€
35,10
Artikel 3.1.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf 3.1.2.1 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning ingevolge artikel 3 van de Alcoholwet € 3.1.2.2 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet € 3.1.2.3 Het tarief bedraagt terzake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet €
341,00 164,00 35,10
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.2.1 Vergunning seksbedrijf of escortbedrijf 3.2.1.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.4 van de Algemene Plaatselijke Verordening €
784,00
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.3.1 Ontheffing winkeltijden 3.3.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.3.1.1 voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de Winkeltijdenwet (Stb. 1996, 182) € 3.3.1.2 voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Winkeltijdenwet € 3.3.1.3 voor een ontheffing als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Winkeltijdenwet € 3.3.1.4 voor een ontheffing als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Winkeltijdenwet € 3.3.1.5 voor een ontheffing als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Winkeltijdenwet € 3.3.1.6 tot het verlenen van toestemming om een in de vorige onderdelen bedoelde ontheffing over te dragen aan een ander € 3.3.1.7 tot een intrekking of wijziging van een in de vorige onderdelen bedoelde ontheffing €
35,10 35,10 35,10 35,10 35,10 35,10 35,10
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.4.1 Organiseren evenement 3.4.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening (evenementenvergunning) indien het betreft: 3.4.1.1 Een evenement met verhoogd risicoprofiel € 292,00 3.4.1.2 Een evenement zonder verhoogd risicoprofiel € 35,10 3.4.1.2 Een herdenkingsplechtigheid € 35,10 3.4.1.3 Een braderie € 35,10 3.4.1.4 Een optocht, niet zijnde een betoging, op de weg € 35,10 3.4.1.5 Een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg € 35,10 3.4.1.6 Een kleinschalig vergunningplichtig evenement € 35,10
Artikel 3.4.2 Organiseren markt 3.4.2 3.4.3
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene Plaatselijke Verordening Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning voor het organiseren van een markt als bedoeld in de Marktverordening (vergunning organisatie)
€
35,10
€
35,10
Paragraaf 3.5 Standplaatsen Artikel 3.5.1 Standplaatsvergunningen 3.5.1 Het tarief bedraagt ter zake van het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het innemen van een standplaats, anders dan op gemeentegrond
€
66,60
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 en Wet goed verhuurderschap Artikel 3.6 Huisvestingsvergunningen en Wet goed verhuurderschap Diverse woonruimtevergunningen Niet van toepassing. Paragraaf 3.7 Brandbeveiligingsverordening Artikel 3.7. Brandveiligheid 3.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.7.1 een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning met betrekking tot het brandveilig gebruik van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1.1 van de Brandbeveiligingsverordening € 3.7.2 een aanvraag tot wijziging van een gebruiksvergunning, in afwijking van artikel 3.3.1, voor wijzigingen op gebruiksvergunningen: a in geval het een wijziging van administratieve aard betreft € b in geval er sprake is van een bouwkundige wijziging (zonder uitbreiding en eventueel aangevuld met een administratieve wijziging) € c in geval er sprake is van een uitbreiding van de bestaande bouwvergunning, zijn de in artikelen 3.7.2 a en b genoemde bedragen van toepassing, verhoogd per m2 aan uitbreiding met €
121,00 80,85 80,85 0,70
Paragraaf 3.8 Kinderopvang Artikel 3.8 Kinderopvang 3.8.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: 3.8.1.1
3.8.1.2 3.8.1.2.1 3.8.1.3 3.8.2.1
3.8.2.2
Het in exploitatie nemen van een kindercentrum (kinderdagverblijf en/of buitenschoolse opvang) of gastouderbureau als bedoeld in artikel 1.45, eerste lid van de Wet kinderopvang. € 2.027,00 Hier valt eveneens het exploiteren van een nieuwe locatie of een verhuizing van een opvanglocatie onder. Het bieden van gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45, tweede lid van de Wet kinderopvang, Indien een voorziening voor gastouderopvang plaatsvindt op het woonadres van de vraagouder/gastouder en de voorziening verhuist naar een nieuwe locatie € 673,00 Een uitbreiding van het aantal kindplaatsen op de huidige locatie van een kindercentrum (dagopvang en/of buitenschoolse opvang) of gastouderopvang
€
569,00
Indien de in 3.8.1.1 bedoelde aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van twee weken na het in behandeling nemen ervan, bedraagt de teruggaaf van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges 75% Indien de in 3.8.1.1 bedoelde aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van tien weken na het in behandeling nemen ervan, of wordt afgewezen op
3.8.2.3
grond van de inspectie voor aanvang exploitatie, bedraagt de teruggaaf van de op grond van dit onderdeel voor de betreffende activiteit verschuldigde leges Indien de in 3.8.1.2(.1) of 3.8.1.3 bedoelde aanvraag wordt ingetrokken binnen een termijn van tien weken na het in behandeling nemen ervan, of wordt afgewezen op grond van het toetsingskader, bedraagt de teruggaaf van de op grond van dit onderdeel voor de betreffende activiteit verschuldigde leges
50%
50%
Paragraaf 3.9 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.9 Niet benoemd besluit op aanvraag 3.9.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking
Behorende bij raadsbesluit van 24 oktober 2024 De griffier van Bunschoten,
Drs. E. Hoogstraten
€
35,10
Bijlage A Behorend bij artikel 2.4.1 Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) Deze bijlage vormt onderdeel van de Legesverordening Bunschoten 2025 en bijbehorende tarieventabel.
1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b. de oppervlakte niet meer dan 150 m2;
2. een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening dat niet voldoet aan de in dat subonderdeel genoemd eisen, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. niet hoger dan 5 m, en
b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. niet hoger dan 10 m, en
b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²;
4. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw;
5. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m;
6. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998;
7. een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen;
8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied;
9. het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen;
10. het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen:
a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet en Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) aan een bestaande woning gestelde eisen;
b. de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden alsmede het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL)
c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en
d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was;
11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar.
Behorende bij raadsbesluit van 24 oktober 2024 De griffier van Bunschoten,
Drs. E. Hoogstraten