10-2 Zienswijze.pdf
Tekst van het document
CRSSFT
AANTEKENEN
Gemeenteraad van de gemeente Bunschoten Postbus 200 3750 GE Bunschoten-Spakenburg
Zienswijze ontwerp onteigeningsbeschikking ‘De Kronkels-Zuid’ Gemeente Bunschoten, sectie N, nummer 1139
Bunschoten-Spakenburg
5.1.2e
Namens:
2 december 2025 25.00407-1 1227435
5.1.2e 5.1.2e
Ermelo, Ons kenmerk: Uw kenmerk: Betreft:
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
, wonende
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
Namens mijn cliënte,
5.1.2e
Geachte leden van de raad,
Bunschoten-
Spakenburg, dien ik een zienswijze in op de ontwerp-onteigeningsbeschikking (bijlage 1), houdende het door de gemeente te onteigenen perceel kadastraal bekend gemeente Bunschoten, sectie N, nummer 1139. 1
Inleiding
Cliënte is eigenaar van het voornoemde perceel en kan zich niet verenigen met de voorgenomen onteigening. Cliënte is op zichzelf niet tegen de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein ‘De Kronkels Zuid’, maar heeft zich eerder al uitgelaten over het prijsniveau van de gronden en het exploitatieplan. Uit dat exploitatieplan volgt dat er onredelijke en onevenredige kosten worden toegerekend, waardoor de inbrengwaarde zeer laag en niet marktconform is. Dit werkt derhalve ook door in minnelijk gevoerde onderhandelingen ter voorkoming van onteigening. Cliënte heeft dit te lage prijsniveau onderbouwd met een transactie uit 2013. U legt deze transactie naast u neer, maar redelijkerwijs volgt hieruit dat uw minnelijke voorstel onredelijk is en u derhalve geen serieuze poging heeft gedaan om tot verwerving over te gaan. Voorts is cliënte van oordeel dat er geen sprake is van noodzaak tot onteigening, noch dat verkrijging van de gronden urgent is, niet-limitatief zoals bedoeld in artikel 11.5 sub b en c jo. 11.7 lid 2 en 11.11
Ow. Cliënte heeft eerder contact met u gehad en laten samen te kunnen werken met derden en derhalve het beoogde project mede te doen realiseren. Cliënte heeft de facto een beroep op zelfrealisatie gedaan en herhaalt dat hierbij.
Tot slot is cliënte van oordeel dat de voorbereiding tot de (ontwerp-)onteigeningbeschikking
5.1.2e
@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e
]
5.1.2e
[Craeft Advies B.V.] [ , Ermelo] [IBAN: 5.1.2e
5.1.2e
[
5.1.2e
onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, als bedoeld in artikel 3:2 en 3:46 Awb.
]
2. Noodzaak ontbreekt 2.1.Artikel 11.7 Ow is negatief geformuleerd, in zoverre dat in ieder geval niet aan het
noodzakelijkheidscriterium kan worden voldaan als sprake is van de in het artikel
geformuleerde elementen. Cliënte betwist in elk geval dat er sprake is van een serieuze minnelijke onderhandeling zoals bedoeld in artikel 11.7 lid 1 sub a Ow, onder de motivering
5.1.2f
€
5.1.2f
5.1.2f
5.1.2f
dat slechts een aanbod is gedaan onder verwijzing naar de in het exploitatieplan getaxeerde inbrengwaarde. Overigens hebben derden tegen het exploitatieplan beroep ingediend en loopt deze beroepsprocedure nog bij de Afdeling bestuursrechtspraak, waarvan onder meer de hoogte van toerekenbare kosten wordt betwist. Het is in dat kader weinig opportuun om de onteigeningsprocedure op te starten terwijl u weet dat sprake is van een zeer lage, niet marktconforme inbrengwaarde welke nog ter discussie staat. 2.2 Bij brief d.d. 26 juni 2025 is door c.q. namens de gemeente gesteld dat, vanwege tijdsverloop, de voorbereidingen voor de onteigeningsprocedure opnieuw moe{(s}ten worden uitgevoerd en het te onteigenen object opnieuw is getaxeerd.! Vervolgens wordt een waarde geboden van afgerond € /m?, waar eerder sprake was van een voorstel van € /m?. Getuige voornoemde kritiek, is het twee jaar later verhogen van een bieding met
/m? in de huidige markt niet als serieuze voorbereiding noch onderhandeling te
kwalificeren.
23 In uw brief van 25 november 2025 gaat uw in op een gesprek dat met cliënte plaatsvond op 19 november jl.? Hierin heeft cliënte aangegeven dat zij reeds in 2013 een hogere
transactiewaarde heeft bereikt voor nabijgelegen grond, met nota bene uitsluitend een ‘niet lucratief verkeersdoel’, zoals u het noemt. U doet dit vergelijk af door te stellen dat deze prijs niet vergelijkbaar zou zijn met ruwe bouwgrond. Dat klopt in zoverre: bouwgrond met een bedrijfsbestemming is meer waard dan een, zoals u zelf al zegt, uitsluitend niet-lucratieve verkeersbestemming. Voorts doet u een aantal suggesties die de hogere prijs destijds zouden verklaren, maar onderbouwd deze niet met feiten. Dit maakt het voorbereidingsproces tot de
ontwerp-onteigeningsbeschikking reeds om die reden onzorgvuldig en onvoldoende onderbouwd.
Inmiddels
is
er
twaalf jaren verstreken waarbij de waarde van
landbouwgronden, de waarde van gronden ten behoeve van verkeer en ook ruwe bouwgrond oor bedrijfsfuncties aanzienlijk is gestegen. Dit ontkennen en slechts het exploitatieplan en de daarin opgenomen inbrengwaarde opvoeren als argument doet een zorgvuldige voorbereiding te kort en leidt niet tot een andere conclusie dan dat het exploitatieplan kennelijk uitgaat van volstrekt ridicule bedragen waarmee niet aan het vereiste voor algehele schadeloosstelling kan worden voldaan. 2.4. Hoewel het vaststellingsbesluit van het bestemmings- en exploitatieplan in beginsel voldoende is om de onteigeningsprocedure op te starten, is het gelet op het voorgaande onzorgvuldig als
bedoeld in artikel 3:2 Awb om reeds nu de onteigeningsprocedure op te starten, terwijl er zoveel onderbouwde discussie samenhangt met het plan. Ook in het ontwerpbesluit en de bijbehorende zakelijke beschrijving worden deze aspecten niet tot nauwelijks behandeld waardoor er sprake is van strijd met de motiveringsplicht uit artikel 3:46 Awb. 2.5.Ter onderbouwing van het noodzakelijkheidscriterium wordt in de zakelijke beschrijving (pagina 4) aangegeven dat zelfrealisatie niet mogelijk zou zijn nu diegene die zich hierop beroepen over onvoldoende grond beschikken. Cliënte kan dit niet plaatsen nu zij heeft
5.1.2e
aangegeven te kunnen samenwerken met andere eigenaren, welke ook een relatief groot deel van het gebied in eigendom bezitten. In onderlinge samenhang bezien is er daarmee geen sprake van een noodzaak tot verkrijging van de gronden. Sterker nog: vrijwel de meeste eigenaren willen meewerken aan realisatie én zijn kapitaalkrachtig. Er is dus geen enkele noodzaak tot interventie door u als gemeente.
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
1 Brief van Overwater, grondbeleid adviesbureau B.V., kenmerk 30457494.02|BO7 | RKO. 2 Brief van Overwater, grondbeleid adviesbureau B.V., kenmerk 30457494.02|B09 | RKO. [Craeft Advies B.V.] [ ] @craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [ , Ermelo] [IBAN: ] [KvK: 85966401] [BTW-ID:
]
2.6. Andere aspecten ter motivering van noodzakelijkheid volgen niet uit uw ontwerpbesluit maar kunnen niet worden gevonden in sec de realisatie van de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkeling. Cliënte kan dit standpunt niet plaatsen, maar het betekent wel dat het in de zakelijke omschrijving opgenomen argument, te weten dat de gemeente ruimte moet bieden aan te verplaatsen bedrijven, niet zonder meer en zonder nadere aanduiding van die kennelijk te verplaatsen bedrijven, kan gebruiken. Immers, het gaat in casu niet om de behoefte aan een bedrijventerrein (dat is immers reeds bestemd), maar een nadere aanduiding van waarom de gemeente als lokale overheid nu exact belang heeft op een inbreuk van de eigendomssituatie,
nu cliënte nota bene verklaart aan datzelfde doel te willen voldoen. Het voornoemde
argument kan dan ook niet anders uitgelegd worden dan dat de gemeente wil sturen bij de
toekomstige toewijzing. Dit is in strijd met het Didam-arrest.3 Reeds hierom kan in dit
argument geen noodzaak voor onteigening als bedoeld in artikel 11.5 sub a en b Ow. 2.7. Hoewel niet expliciet benoemd in de zakelijke omschrijving zou de passage in 8 3.2 kunnen worden beschouwd als onderdeel van de onderbouwing waarom onteigening noodzakelijk is, namelijk wanneer de wijze van planuitvoering dat vereist. Het tegendeel is echter waar. Het betreft een vrij rechttoe rechtaan bedrijventerrein welke zeer rechthoekig wordt ingericht. Er is dus geen enkele motivering waarom de wijze van planuitvoering nu zodanig bijzonder is in het kader van het functioneel uitvoeren van het plan dat dit slechts bereikt kan worden door overheidsingrijpen. Ook hierin kan dan ook geen motivatie — laat staan noodzaak — tot onteigening worden gevonden. 2.8. Gelet op het voorgaande is de noodzaak niet onderbouwd en voldoet het besluit niet aan de vereisten uit artikel 11.5 sub B en 11.7 lid 1 Ow. Tevens is het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd zoals bedoeld in artikel 3:2 en 3:46 Awb.
3. Beroep op zelfrealisatie 3.1.Zoals onder randnummer 1 en 2 reeds vermeld heeft cliënte een beroep op zelfrealisatie
gedaan en moet dat beroep in casu herhaald en ingelast worden beschouwd. 3.2.In de ontwerp-onteigeningsbeschikking is in het geheel niet nader ingegaan op waarom dat beroep in casu, volgens de gemeente, kennelijk niet zou slagen. 3.3. Zoals gezegd is cliënte een kapitaalkrachtige partij en welke kan samenwerken met een andere eigenaar. 3.4. Artikel 11.7 lid 2 Ow luidt als volgt: “De noodzaak tot onteigening ontbreekt ook als de eigenaar van of een beperkt gerechtigde op de onroerende zaak:
a. aantoont bereid en in staat te zijn om de verwezenlijking van de beoogde vorm van
ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving op zich te nemen, b. daarvoor concrete en op uitvoering gerichte voornemens heeft en die aan het bevoegd gezag kenbaar heeft gemaakt, en
c. de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving zal
verwezenlijken op de door het bevoegd gezag beoogde wijze.” 3.5. Los van de financieel inhoudelijke discussie over het exploitatieplan, is cliënte tevens bereid om tot uitvoering over te gaan zoals in het exploitatieplan beoogd is. Daarbij moet betrokken worden dat het realiseren! van het plan in feite niet veel meer inhoudt dan het laten uitvoeren van grondwerkzaamheden en het aanleggen van de infra. 3.6. Gelet op het vorenstaande ontbreekt de noodzaak tot onteigening eveneens.
4. Urgentie
4.1. De urgentie om te onteigenen als bedoeld in artikel 11.5 sub C jo. 11.11 Ow ontbreekt. 4.2.1n 8 1.2 van de zakelijke beschrijving behorende bij de ontwerp-onteigeningsbeschikking wordt onder meer het volgende gesteld, hetgeen welk ik namens cliënte van een reactie voorzie. 3 HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778.
@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
][
5.1.2e
[Craeft Advies B.V.] , Ermelo] [IBAN:
]
4.2.1.
“Om de ontwikkeling op gang te brengen is het noodzakelijk dat de huidige activiteiten worden beëindigd, omdat de aanwezigheid daarvan de voorgenomen herontwikkeling blokkeert.”
Reactie: Hierin ligt geen enkele vorm van urgentie. Er is sprake van gebruik als landbouwgrond dat zonder overheidsingrijpen door cliënte kan worden beëindigd ten
4.2.2.
4.2.3.
behoeve van het opstarten van de ontwikkeling. Er is dus geen sprake van een blokkerend element dat chronologisch bezien de urgentie motiveert. “Vanwege vaststelling van het bestemmingsplan (..) is het voorkeursrecht gevestigd voor een termijn van vijf jaar (..), welke termijn mogelijk met nog eens vijf jaar kan worden verlengd”. Reactie: Ook vanuit het voeren van grondbeleid is er dus geen sprake van urgentie om het onteigeningsinstrument op dit moment in te zetten. “In het (.) exploitatieplan De Kronkels-Zuid is een fasering aangegeven, die fasering lijkt
echter niet haalbaar. Het is echter aannemelijk dat binnen de in artikel 11.11 van de Omgevingswet genoemde termijn van drie jaar (…) een begin wordt gemaakt met de verwezenlijking van het plan.” Reactie: De gemeente geeft hier zelf aan dat de fasering niet haalbaar is. Vaststaat dat het bestemmings- en exploitatieplan nog niet onherroepelijk is. Het feit dat aannemelijk zou
zijn dat binnen de driejaarstermijn uit artikel 11.11 een begin wordt gemaakt met
verwezenlijking van het plan is daarmee niet alleen niet per definitie aannemelijk maar evenmin onderbouwd met feiten, waardoor het besluit op een onzorgvuldige motivering berust als bedoeld in artikel 3:46 Awb. 4.3. In het ontwerpbesluit wordt het beëindigen van de bestaande activiteiten gekoppeld aan de urgentie om over te gaan tot onteigening. Dit kan nimmer de urgentie motiveren als bedoeld in artikel 11.5 sub C en 11.11 Ow, nu er op geen enkele wijze sprake is van verzet tot beëindiging van de activiteiten noch van een reële, onderbouwde planning om tot realisatie over te gaan.
5
Beoordeling raadsvoorstel 5.1. Onderdeel van de ontwerp-onteigeningsbeschikking vormt het raadsvoorstel, dat als bijlage bij de ontwerpbeschikking is gevoegd. 5.2. Zoals uit het voorgaande blijkt is het gestelde onder 3 van het raadsvoorstel rechtens onjuist. Er is op geen enkele wijze een serieus minnelijk voorstel gedaan en de gestelde inbrengwaarde is volstrekt niet marktconform.
5.3.Ook het gestelde onder 5 van het raadsvoorstel is rechtens onjuist. De ontwerponteigeningsbeschikking is volstrekt onvoldoende onderbouwd en berust uitsluitend op
aannames, waardoor geen sprake is van noodzaak, noch van urgentie. 5.4. Wat voorts opvalt is dat u als raad in het geheel niet geïnformeerd wordt over het werkelijke
verloop van het minnelijke onderhandelingstraject en het feit dat met deze beoogde
onteigening realisatie van het beoogde bedrijventerrein alleen maar langer zal duren. Het is zeer opmerkelijk dat dit niet wordt meegenomen in de belangenafweging die uw raad moet maken. In dat kader is het raadsvoorstel ook onzorgvuldig voorbereid en verzaakt het college dan ook een juiste invulling te geven aan haar taakopvatting op grond van artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet.
@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
][
5.1.2e
[Craeft Advies B.V.] [ , Ermelo] [IBAN:
]
Conclusie
De ontwerp-onteigeningsbeschikking gaat onvoldoende in op de noodzaak en urgentie om tot onteigening over te gaan. Cliënte ziet dat ook niet voor zich, nu hij bereid en in staat is om tot zelfrealisatie op de door de gemeente voorgeschreven wijze over te gaan en het huidige gebruik
spoedig gestaakt kan worden. Ook is er sprake van contra-indicaties: een naar haar aard minstens vergelijkbare transactie met een hogere transactieprijs van twaalf (!) jaar geleden wordt met het aangebodene niet eens geëvenaard. Het minnelijke traject is daarmee onvoldoende geweest en serieuze voorstellen zijdens cliënte zijn niet beantwoord of niet beargumenteerd ter zijde geschoven.
Het raadsvoorstel bevat diverse onjuistheden en informeert u in het geheel niet over de aard van de in deze zaak lopende discussie. Het ontwerpbesluit is derhalve onvoldoende gemotiveerd, in strijd met het recht en onzorgvuldig voorbereid.
Bovenal zal het opstarten van de onteigeningsprocedure niet tot versnelling van de gewenste
planrealisatie leiden en dat is hetgeen wel beoogd zou moeten worden uit hoofdzaak van noodzaak
en urgentie. Gelet op het voorstaande verzoek ik u namens cliënte niet in te stemmen met het raadsvoorstel en dienovereenkomstig het college niet te machtigen te onteigenen maar het raadsvoorstel te weigeren dan wel te amenderen, zodanig dat cliënte de gelegenheid krijgt om tot zelfrealisatie over te gaan.
5.1.2e
Erop vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik.
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e 5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
mr. 1
5.1.2e
5.1.2e
Set wrendeljke groet,
5.1.2e
Bijlage(n)
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e
]
5.1.2e
[Craeft Advies B.V.] [ , Ermelo] [IBAN:
5.1.2e
Ontwerp-onteigeningsbeschikking
]
5.1.2e
5.1.2e
Cysc ef < Bunschoten-Spakenburg
Zuid
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
16 ok 25
Telefoonnummer: 033-2991411 Website: www.bunschoten.nl
,
5.1.2e
Geachte
5.1.2e
5.1.2e
Onderwerp: Brieven inzake Ontwerp-Onteigeningsbesluit De Kronkels-
Bunschoten-Spakenburg, 5.1.2e
Behandeld door:
Ons kenmerk: 1227435
Uw kenmerk:
Voor de realisatie van bedrijventerrein De Kronkels-Zuid, ten zuiden van bedrijventerrein De Kronkels en ten westen van bedrijventerrein Haarbrug-Zuid, dient de gemeente Bunschoten het eigendom, vrij van alle lasten en rechten, te verwerven van onroerende zaken in het plangebied De Kronkels-Zuid. U bent eigenaar van benodigde onroerende zaken. Met u wordt al geruime tijd onderhandeld over de verwerving van de onroerende zaken door de gemeente. Tot op heden is er geen overeenstemming bereikt. Hoewel de gemeente streeft naar het bereiken van minnelijke overeenstemming, betrekt de gemeente de benodigde onroerende zaken nu in een onteigeningsprocedure.
Ontwerp-onteigeningsbeschikking
Op de voorbereiding van een onteigeningsbeschikking is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Bijgevoegd treft u in de bijlage de ontwerp-onteigeningsbeschikking aan. U ontvangt deze brief per aangetekende post en per gewone post. Die bestaat uit het ontwerp-raadsbesluit, de onteigeningslijst, het ontwerp-raadsvoorstel, de grondtekening, de projectietekening en de zakelijke beschrijving inclusief beeldkwaliteitsplan. In deze ontwerp-onteigeningsbeschikking worden onroerende zaken ter onteigening aangewezen die nodig zijn voor het bedrijventerrein De Kronkels-Zuid in de gemeente Bunschoten.
bu
u
GE
pakenburg
KvK
IBAN:
oten.n!
BIC
RABONL
160
BTW: NLC
5.1.2e
Tel
5.1.2e
5.1.2e
5.1.2e
Verder is er een logboek met bewijsstukken beschikbaar waarin is vastgelegd op welke momenten de gemeente met u mondeling of schriftelijk contact heeft gehad om overeenstemming met u te bereiken. Het logboek bevat privacygevoelige informatie en ligt daarom niet voor iedereen ter inzage. U kunt dit logboek met bijbehorende bewijsstukken inzie et tonen van een geldige legitimatie. Daarvoor kunt u contact opnemen met de heer via @bunschoten.nl of via 033-299 1411. Uw eventuele vertegenwoordiger kan het logboek ook inzien. Deze vertegenwoordiger moet zich daarvoor legitimeren en ook een schriftelijke machtiging van u kunnen overleggen.
31B01
Terinzagelegging
5.1.2e
De kennisgeving van de ontwerp-onteigeningsbeschikking met bijbehorende en voorgeschreven stukken vindt plaats in het gemeenteblad van 22 oktober 2025, te raadplegen via www.officielebekendmakingen.nl. De ontwerp-onteigeningsbeschikking met bijbehorende en voorgeschreven stukken liggen gedurende zes weken, met ingang van 23 oktober 2025, fysiek ter inzage op het gemeentehuis op het adres Stadsspui 1, 3752 CL, Bunschoten-Spakenburg. Voor het inzien stukken maakt u twee werkdagen van tevoren een afspraak via @bunschoten.nl of via 033-299 1411. Ook zijn deze stukken met ingang van 23 oktober 2025, gedurende dezelfde termijn elektronisch in te zien via de link: www. bunschoten.nl/ontwerponteigeningsbeschikking
Zienswijzen Belanghebbenden kunnen naar keuze mondeling of schriftelijk hun zienswijze over de ontwerp-onteigeningsbeschikking naar voren brengen. De zienswijzetermijn bedraagt zes weken, met ingang van 23 oktober 2025. Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gericht aan de gemeenteraad van de gemeente Bunschoten, Postbus 200, 3750 GE Bunschoten-Spakenburg.
aar voren brengen van mondelinge zienswijzen kunt u contact opnemen met de via @bunschoten.nl of via 033-299 1411. 5.1.2e
5.1.2e
Voor heer
Wij kunnen ons voorstellen dat u over deze brief of de ontwer vragen heeft. Bij vragen kunt u contact opnemen met de hee mailadres of telefoonnummer.
selretaris/directeur
igeningsbeschikking op eerder genoemd e-
5.1.2e
5.1.2e
rs van Bunschoten
J.L: burg 5.1.2e
5.1.2e 5.1.2e
Met vriendelijke groet,
5.1.2e
Heeft u vragen?
erts
eester
Bijlage 1:
Ontwerponteigeningsbeschikking
Ontwerp ontei Nummer
000%geningsbeschikking
Aan de commissie: Ruimte Portefeuillehouder: W. van der Es Beleidskader: Economische Zaken Opmerkingen griffie:
Sons cot
5.1.2e
5.1.2e
Team: Omgevin sontwikkeling Ambtenaar: Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: @bunschoten.nl Datum raadsvergadering: februari 2026
Onteigeningsbeschikking voor het onteigeningsplan ‘De Kronkels-Zuid’ De gemeenteraad van de gemeente Bunschoten, Gelet op de artikelen 11.3 en 11.4 van de Omgevingswet,
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van XXXX, nummer XXXX, Met overneming van de in het voorstel weergegeven overwegingen, welke worden geacht onderdeel uit te maken van deze onteigeningsbeschikking;
Besluit l
De onroerende zaken, die zijn vermeld op de onteigeningslijst van 1 oktober 2025 die behoort bij deze onteigeningsbeschikking, ter onteigening aan te wijzen op naam van de gemeente Bunschoten.
ll
De rechtbank Midden-Nederland te verzoeken om deze onteigeningsbeschikking te bekrachtigen.
UI.
Het college van burgemeester en wethouders te belasten met de indiening van dit verzoek tot bekrachtiging bij de rechtbank.
IV
Het college van burgemeester en wethouders op te dragen al datgene te doen (besluiten te nemen dan wel handelingen te verrichten) dat bijdraagt aan de bekrachtiging van deze onteigeningsbeschikking. Het college van burgemeester en wethouders op te dragen om bij het wegvallen van de grondslag of noodzaak van onteigening, de bekrachtigingsprocedure voor de betreffende onroerende zaak of zaken te beëindigen.
VI
Het college van burgemeester en wethouders te belasten met de indiening van het verzoek aan de rechtbank tot vaststelling van de schadeloosstelling ten gevolge van de onteigening en de verdere afwikkeling van dat verzoek.
VIL
Het college van burgemeester en wethouders te belasten met de indiening van het verzoek aan een notaris tot het verlijden van de onteigeningsakte en de verdere afwikkeling van dat verzoek.
VIIL
[Vast te stellen dat op de ontwerp-onteigeningsbeschikking wel/geen zienswijzen zijn ingediend en deze onteigeningsbeschikking naar aanleiding van deze zienswijzen wel/niet is aangepast;]
IX.
[Bijgevoegde Nota beantwoording zienswijzen vast te stellen.]
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Bunschoten van 12 februari 2026 Griffier Drs. E. Hoogstraten
Voorzitter J.L. Geurts
Aanvullende stukken &
Bijagen Voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum]; 2 Lijst van te onteigenen onroerende zaken van 1 oktober 2025; 3 Grondtekening van 2 oktober 2025, 4 Projectietekening van 2 oktober 2025; 5 Zakelijke beschrijving behorend bij de onteigeningsbeschikking inzake bedrijventerrein De Kronkels-Zuid van 2 oktober 2025 met beeldkwaliteitsplan; 6 [indien van toepassing Nota beantwoording zienswijzen].
Bijlage 2:
Onteigeningslijst
2,
oge Ps] _
x
EN
een
ma
ma<
“=
wij FOM za TE PWA Aran
©
EN
54
ov ze WOO ux OU uw9
xs
m UU
25°
tse FO D4 …
ve
“
5
&,
£
2
_
=
=
kiem,
…
B
o
mn
Gs]
Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet
Artikel
Omschrijving
Pagina's
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub e
De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer
1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 9
Wet open overheid
Art. 5.1 lid 2 sub f
De bescherming van andere dan in het eerst e lid, onderdeel c, genoemde concurrentieg evoelige bedrijfs- en fabricagegegevens
2