CConstaterende datBunschoten
Koppel je AI →
Document · PDF

10-1 Zienswijze.pdf

Gemeenteraad 12 februari 2026, gemeente BunschotenBij agendapunt: RV 1229237 Onteigeningsbeschikking ten behoeve van het bestemmingsplan De Kronkels-Zuid3.771 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CRGSFT

AANTEKENEN

Gemeenteraad van de gemeente Bunschoten Postbus 200 3750 GE Bunschoten-Spakenburg

2 december 2025 25.00405-1 1227435

Ermelo, Ons kenmerk: Uw kenmerk: Betreft:

Zienswijze ontwerp onteigeningsbeschikking ‘De Kronkels-Zuid’ Gemeente Bunschoten, sectie N, nummer 161 5.1.2e

5.1.2e

Namens:

5.1.2e

Bunschoten-Spakenburg

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

,

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

, wonende

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

Namens mijn cliënt,

5.1.2e

Geachte leden van de raad,

Bunschoten-

Spakenburg, dien ik een zienswijze in op de ontwerp-onteigeningsbeschikking (bijlage 1), houdende het door de gemeente te onteigenen perceel kadastraal bekend gemeente Bunschoten, sectie N, nummer 161. 1

Inleiding

Cliënt is eigenaar van het voornoemde perceel en kan zich niet verenigen met de voorgenomen onteigening. Cliënt is op zichzelf niet tegen de beoogde ontwikkeling van het bedrijventerrein ‘De Kronkels Zuid’, maar heeft zich eerder al uitgelaten over het exploitatieplan. Uit dat exploitatieplan volgt dat er onredelijke en onevenredige kosten worden toegerekend, waardoor de inbrengwaarde

zeer laag en niet marktconform is. Dit werkt derhalve ook door in minnelijk gevoerde onderhandelingen ter voorkoming van onteigening.

Voorts is cliënt van oordeel dat er geen sprake is van noodzaak tot onteigening, noch dat verkrijging van de gronden urgent is, niet-limitatief zoals bedoeld in artikel 11.5 sub b en c jo. 11.7 lid 2 en 11.11 Ow. Cliënt heeft eerder contact met u gehad en laten blijken een en ander zelf te kunnen realiseren,

waardoor cliënt een beroep op zelfrealisatie heeft gedaan en herhaalt dat hierbij. U heeft dit beantwoord met een dreigende brief met betrekking tot het tevens op de gronden rustende

voorkeursrecht. Los van het feit dat cliënt nooit een verkoopovereenkomst is aangegaan of zou willen

aangaan, is een enkel dreigement onvoldoende om vast te stellen dat cliënt geen beroep op zelfrealisatie zou kunnen doen.

Tot slot is cliënt van oordeel dat de voorbereiding tot de (ontwerp-)onteigeningbeschikking onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is, als bedoeld in artikel 3:2 en 3:46 Awb.

@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

][

5.1.2e

[Craeft Advies B.V.] [ , Ermelo] [IBAN: 5.1.2e

5.1.2e

[

]

2. Noodzaak ontbreekt 2.1.Artikel 11.7 Ow is negatief geformuleerd, in zoverre dat in ieder geval niet aan het noodzakelijkheidscriterium kan worden voldaan als sprake is van de in het artikel geformuleerde elementen. Cliënte betwist in elk geval dat er sprake is van een serieuze

5.1.2f

/ ? in de huidige markt niet als serieuze voorbereiding noch onderhandeling te 5.1.2f

5.1.2f

€

5.1.2f

5.1.2f

minnelijke onderhandeling zoals bedoeld in artikel 11.7 lid 1 sub a Ow, onder de motivering dat slechts een aanbod is gedaan onder verwijzing naar de in het exploitatieplan getaxeerde inbrengwaarde. Overigens hebben derden tegen het exploitatieplan beroep ingediend en loopt deze beroepsprocedure nog bij de Afdeling bestuursrechtspraak, waarvan onder meer de hoogte van toerekenbare kosten wordt betwist. Het is in dat kader weinig opportuun om de onteigeningsprocedure op te starten terwijl u weet dat sprake is van een zeer lage, niet marktconforme inbrengwaarde welke nog ter discussie staat. 2.2. Bij brief d.d. 26 juni 2025 is door c.q. namens de gemeente gesteld dat, vanwege tijdsverloop, de voorbereidingen voor de onteigeningsprocedure opnieuw moe(s)ten worden uitgevoerd en het te onteigenen object opnieuw is getaxeerd.! Vervolgens wordt een waarde geboden van afgerond € /m?, waar eerder sprake was van een voorstel van € /m2?. Getuige voornoemde kritiek, is het twee jaar later verhogen van een bieding met kwalificeren.

2.3 In dat verband expliciteer ik zekerheidshalve dat cliënte zich vooralsnog ook niet herkent in de

toepassing van de complexwaardering zoals bedoeld in artikel 15.24 Ow. Om complexwaardering toe te passen moet volgens vaste jurisprudentie sprake zijn van geografische, functionele en financiële samenhang. Allereest is cliënt van oordeel dat

5.1.2e

5.1.2f

functionele samenhang ontbreekt of geacht moet worden te ontbreken. De bestemming op het perceel is in beginsel financieel zelfstandig te realiseren. Derhalve is niet voldaan aan alle criteria om complexwaardering toe te passen. 2.4.Cliënt heeft door de jaren heen aanzienlijke deskundigenkosten moeten maken. Het is ongebruikelijk en in strijd met het recht om deze kosten niet te specificeren en onderdeel te maken van een generiek minnelijk voorstel dat zou aansluiten bij de gestelde taxatiewaarde. Het ontwerpbesluit is hieromtrent niet duidelijk. 2.5. Hoewel het vaststellingsbesluit van het bestemmings- en exploitatieplan in beginsel voldoende is om de onteigeningsprocedure op te starten, is het gelet op het voorgaande onzorgvuldig als bedoeld in artikel 3:2 Awb om reeds nu de onteigeningsprocedure op te starten, terwijl er zoveel onderbouwde discussie samenhangt met het plan. Ook in het ontwerpbesluit en de bijbehorende zakelijke beschrijving worden deze aspecten niet tot nauwelijks behandeld waardoor er sprake is van strijd met de motiveringsplicht uit artikel 3:46 Awb. 2.6.Ter onderbouwing van het noodzakelijkheidscriterium wordt in de zakelijke beschrijving (pagina 4) aangegeven dat zelfrealisatie niet mogelijk zou zijn nu diegene die zich hierop beroepen over onvoldoende grond beschikken. Cliënt kan dit niet plaatsen.

Cliënt beschikt met ruim 3,0 ha over een groot deel van het plangebied en heeft reeds diverse malen aangegeven te kunnen samenwerken met een andere eigenaar, welke ook een relatief groot deel van het gebied in eigendom bezit. Zowel afzonderlijk, als ook in samenwerking, is er daarmee geen sprake van een noodzaak tot verkrijging van de gronden. Sterker nog: vrijwel de meeste eigenaren willen meewerken aan realisatie én zijn kapitaalkrachtig. Er is dus geen enkele noodzaak tot interventie door u als gemeente. 2.7. Andere aspecten ter motivering van noodzakelijkheid volgen niet uit uw ontwerpbesluit maar kunnen niet worden gevonden in sec de realisatie van de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkeling. Zoals door vertegenwoordigers van het college is vastgele d heeft cliënt gesprekken gevoerd met ondernemers, waarbij zij samenwerkte met Development (hierna: TRED).? Volgens u zou dit verboden zijn onder de werkingssfeer van het

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

1 Brief van Overwater, grondbeleid adviesbureau B.V., kenmerk B 30457494.02 |BO8 | RKO. ? Bericht van TRED, , naar aanleiding van een brief van Overwater van 17 oktober 2024. [Craeft Advies B.V.] ][ @craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl] [ , Ermelo] [IBAN: [KvK: 85966401] [BTW-ID: ]

op de percelen rustende voorkeursrecht. Cliënt kan dit standpunt niet plaatsen, maar het betekent wel dat het in de zakelijke omschrijving opgenomen argument, te weten dat de gemeente ruimte moet bieden aan te verplaatsen bedrijven, niet zonder meer en zonder

nadere aanduiding van die kennelijk te verplaatsen bedrijven, kan gebruiken. Immers, het gaat in casu niet om de behoefte aan een bedrijventerrein (dat is immers reeds bestemd), maar een nadere aanduiding van waarom de gemeente als lokale overheid nu exact belang heeft op een inbreuk van de eigendomssituatie, nu cliënt nota bene verklaart aan datzelfde doel te willen voldoen. Het voornoemde argument kan dan ook niet anders uitgelegd worden dan dat de gemeente wil sturen bij de toekomstige toewijzing. Dit is in strijd met het Didam-arrest.3 Reeds hierom kan in dit argument geen noodzaak voor onteigening als bedoeld in artikel 11.5 sub a en b Ow. 2.8. Ook het aspect ‘realisatietempo’ kan nimmer aan de orde zijn, nu TRED reeds gestart was met

het onderzoeken van de energiebehoefte en aansluitmogelijkheden. Nu netcongestie een aspect is dat van wezenlijke invloed is op het realisatietempo, is het bijzonder vreemd en

voorts onzorgvuldig dat een dergelijk initiatief wordt afgeremd en ontmoedigd, terwijl hetzelfde argument gebruikt wordt om de noodzaak en urgentie tot onteigening te onderbouwen.

2.9. Hoewel niet expliciet benoemd in de zakelijke omschrijving zou de passage in 8 3.2 kunnen worden beschouwd als onderdeel van de onderbouwing waarom onteigening noodzakelijk is, namelijk wanneer de wijze van planuitvoering dat vereist. Het tegendeel is echter waar. Het betreft een vrij rechttoe rechtaan bedrijventerrein welke zeer rechthoekig wordt ingericht. Er is dus geen enkele motivering waarom de wijze van planuitvoering nu zodanig bijzonder is in het kader van het functioneel uitvoeren van het plan dat dit slechts bereikt kan worden door overheidsingrijpen. Ook hierin kan dan ook geen motivatie — laat staan noodzaak — tot onteigening worden gevonden. 2.10. Gelet op het voorgaande is de noodzaak niet onderbouwd en voldoet het besluit niet aan de vereisten uit artikel 11.5 sub B en 11.7 lid 1 Ow. Tevens is het besluit onzorgvuldig voorbereid en onvoldoende gemotiveerd zoals bedoeld in artikel 3:2 en 3:46 Awb.

3. Beroep op zelfrealisatie 3.1. Zoals onder randnummer 1 en 2 reeds vermeld heeft cliënt een beroep op zelfrealisatie gedaan en moet dat beroep in casu herhaald en ingelast worden beschouwd.

3.2. In de ontwerp-onteigeningsbeschikking is in het geheel niet nader ingegaan op waarom dat beroep in casu, volgens de gemeente, kennelijk niet zou slagen. 3.3. Zoals gezegd is cliënt een kapitaalkrachtige partij en welke kan samenwerken met een andere eigenaar. 3.4. Artikel 11.7 lid 2 Ow luidt als volgt: “De noodzaak tot onteigening ontbreekt ook als de eigenaar van of een beperkt gerechtigde op de onroerende zaak:

a. aantoont bereid en in staat te zijn om de verwezenlijking van de beoogde vorm van

ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving op zich te nemen, b. daarvoor concrete en op uitvoering gerichte voornemens heeft en die aan het bevoegd gezag kenbaar heeft gemaakt, en

c. de beoogde vorm van ontwikkeling, gebruik of beheer van de fysieke leefomgeving zal verwezenlijken op de door het bevoegd gezag beoogde wijze.”

3.5 Los van de financieel inhoudelijke discussie over het exploitatieplan, is cliënt tevens bereid om

tot uitvoering over te gaan zoals in het exploitatieplan beoogd is. Daarbij moet betrokken worden dat het 'realiseren' van het plan in feite niet veel meer inhoudt dan het laten uitvoeren

van grondwerkzaamheden en het aanleggen van de infra. 3.6. Gelet op het vorenstaande ontbreekt de noodzaak tot onteigening eveneens. 3 HR 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778.

@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

][

5.1.2e

[Craeft Advies B.V.] [ , Ermelo] [IBAN:

]

4. Urgentie

4.1. De urgentie om te onteigenen als bedoeld in artikel 11.5 sub C jo. 11.11 Ow ontbreekt. 4.2.1n 8 1.2 van de zakelijke beschrijving behorende bij de ontwerp-onteigeningsbeschikking wordt onder meer het volgende gesteld, hetgeen welk ik namens cliënt van een reactie voorzie. 42.1. “Om de ontwikkeling op gang te brengen is het noodzakelijk dat de huidige activiteiten worden beëindigd, omdat de aanwezigheid daarvan de voorgenomen herontwikkeling

blokkeert.”

Reactie: Hierin ligt geen enkele vorm van urgentie. Er is sprake van gebruik als landbouwgrond dat zonder overheidsingrijpen door cliënt kan worden beëindigd ten

42.2.

4.2.3.

behoeve van het opstarten van de ontwikkeling. Er is dus geen sprake van een blokkerend element dat chronologisch bezien de urgentie motiveert. “Vanwege vaststelling van het bestemmingsplan (.) is het voorkeursrecht gevestigd voor een termijn van vijf jaar (…), welke termijn mogelijk met nog eens vijf jaar kan worden verlengd”. Reactie: Ook vanuit het voeren van grondbeleid is er dus geen sprake van urgentie om het onteigeningsinstrument op dit moment in te zetten. “In het (…) exploitatieplan De Kronkels-Zuid is een fasering aangegeven, die fasering lijkt

echter niet haalbaar. Het is echter aannemelijk dat binnen de in artikel 11.11 van de Omgevingswet genoemde termijn van drie jaar (…) een begin wordt gemaakt met de verwezenlijking van het plan.” Reactie: De gemeente geeft hier zelf aan dat de fasering niet haalbaar is. Vaststaat dat het bestemmings- en exploitatieplan nog niet onherroepelijk is. Het feit dat aannemelijk zou

zijn dat binnen de driejaarstermijn uit artikel 11.11 een begin wordt gemaakt met

verwezenlijking van het plan is daarmee niet alleen niet per definitie aannemelijk maar evenmin onderbouwd met feiten, waardoor het besluit op een onzorgvuldige motivering berust als bedoeld in artikel 3:46 Awb. 4.3. In het ontwerpbesluit wordt het beëindigen van de bestaande activiteiten gekoppeld aan de urgentie om over te gaan tot onteigening. Dit kan nimmer de urgentie motiveren als bedoeld in artikel 11.5 sub C en 11.11 Ow, nu er op geen enkele wijze sprake is van verzet tot beëindiging van de activiteiten noch van een reële, onderbouwde planning om tot realisatie over te gaan.

5

Beoordeling raadsvoorstel 5.1. Onderdeel van de ontwerp-onteigeningsbeschikking vormt het raadsvoorstel, dat als bijlage bij de ontwerpbeschikking is gevoegd. 5.2. Zoals uit het voorgaande blijkt is het gestelde onder 3 van het raadsvoorstel rechtens onjuist. Er is op geen enkele wijze een serieus minnelijk voorstel gedaan en de gestelde inbrengwaarde is volstrekt niet marktconform.

5.3.Ook het gestelde onder 5 van het raadsvoorstel is rechtens onjuist. De ontwerp-

onteigeningsbeschikking is volstrekt onvoldoende onderbouwd en berust uitsluitend op

aannames, waardoor geen sprake is van noodzaak, noch van urgentie. 5.4. Wat voorts opvalt is dat u als raad in het geheel niet geïnformeerd wordt over het werkelijke

verloop van het minnelijke onderhandelingstraject en het feit dat met deze beoogde

onteigening realisatie van het beoogde bedrijventerrein alleen maar langer zal duren. Het is zeer opmerkelijk dat dit niet wordt meegenomen in de belangenafweging die uw raad moet maken. In dat kader is het raadsvoorstel ook onzorgvuldig voorbereid en verzaakt het college dan ook een juiste invulling te geven aan haar taakopvatting op grond van artikel 160 lid 1 sub b Gemeentewet.

@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

][

5.1.2e

[Craeft Advies B.V.] , Ermelo] [IBAN: 5.1.2e

5.1.2e

[

]

Conclusie

De ontwerp-onteigeningsbeschikking gaat onvoldoende in op de noodzaak en urgentie om tot onteigening over te gaan. Cliënt ziet dat ook niet voor zich, nu hij bereid en in staat is om tot zelfrealisatie op de door de gemeente voorgeschreven wijze over te gaan en het huidige gebruik

spoedig gestaakt kan worden. Ook is er sprake van contra-indicaties: serieuze acties en handelingen van cliënten om te komen tot relevante energievoorziening worden gebruikt in een frame rondom een

kennelijk aangenomen strijd rondom het voorkeursrecht, terwijl dit juist de ontwikkeling zou bespoedigen.

Het minnelijke traject is onvoldoende geweest en serieuze voorstellen zijdens cliënt zijn niet beantwoord of niet beargumenteerd ter zijde geschoven. Het raadsvoorstel bevat diverse

onjuistheden en informeert u in het geheel niet over de aard van de in deze zaak lopende discussie. Het ontwerpbesluit is derhalve onvoldoende gemotiveerd, in strijd met het recht en onzorgvuldig voorbereid.

Bovenal zal het opstarten van de onteigeningsprocedure niet tot versnelling van de gewenste

planrealisatie leiden en dat is hetgeen wel beoogd zou moeten worden uit hoofdzaak van noodzaak

en urgentie. Gelet op het voorstaande verzoek ik u namens cliënt niet in te stemmen met het raadsvoorstel en dienovereenkomstig het college niet te machtigen te onteigenen maar het raadsvoorstel te weigeren dan wel te amenderen, zodanig dat cliënt de gelegenheid krijgt om tot zelfrealisatie over te gaan.

5.1.2e

5.1.2e

Erop vertrouwende u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, teken ik.

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

@craeftadvies.nl] [www.craeftadvies.nl ] [KvK: 85966401] [BTW-ID: 5.1.2e

]

5.1.2e

[Craeft Advies B.V.] [ , Ermelo] [IBAN:

5.1.2e

1. Ontwerp-onteigeningsbeschikking

]

Bunschoten-Spakenburg

Uw kenmerk

Behandeld door

Ons kenmerk; 1227435

5.1.2e

5.1.2e5.1.2e

Wyse

AANGETEKEND VERZONDEN

Bunschoten-Spakenburg, 16 oktober 2025

VERZONDEN 16 OKT 15 Onderwerp: Brieven Inzake Ontwerp-Onteigeningsbesluit De KronkelsZuid

,

5.1.2e

Geachte

Telefoonnummer: 033-2991411 Website: waw bunschoten. nl

Voor de realisatie van bedrijventerrein De Kronkels-Zuid, ten zuiden van bedrijventerrein De Kronkels en ten westen van bedrijventerrein Haarbrug-Zuid, dient de gemeente Bunschoten het eigendom, vrij van alle lasten en rechten, te verwerven van onroerende zaken in het plangebied De Kronkels-Zuid, U bent eigenaar van benodigde onroerende zaken. Met u wordt al geruime tijd onderhandeld over de verwerving van de onroerende zaken door de gemeente. Tot op heden is er geen overeenstemming bereikt. Hoewel de gemeente streeft naar het bereiken van minnelijke overeenstemming, betrekt de gemeente de benodigde onroerende zaken nu in een onteigeningsprocedure.

Ontwerp-onteigeningsbeschikking

Op de voorbereiding van een onteigeningsbeschikking is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Bijgevoegd treft u in de bijlage de ontwerp-onteigeningsbeschikking aan. U ontvangt deze brief per aangetekende post en per gewone post. Die bestaat uit het ontwerp-raadsbesluit, de onteigeningslijst, het ontwerp-raadsvoorstel, de grondtekening, de projectietekening en de zakelijke beschrijving inclusief beeldkwaliteitsplan. In deze ontwerp-onteigeningsbeschikking worden onroerende zaken ter onteigening aangewezen die nodig zijn voor het bedrijventerrein De Kronkels-Zuid in de gemeente Bunschoten.

n{ Ti

nt

299 1

nf

IBAN: BIC

RABONL2U

BTW

5.1.2e

Telef

bu

5.1.2e

5.1.2e

5.1.2e

Verder is er een logboek met bewijsstukken beschikbaar waarin is vastgelegd op welke momenten de gemeente met u mondeling of schriftelijk contact heeft gehad om overeenstemming met u te bereiken. Het logboek bevat privacygevoelige informatie en ligt daarom niet voor iedereen ter inzage, U kunt dit logboek met bijbehorende bewijsstukken inzi het tonen van een geldige legitimatie. Daarvoor kunt u contact opnemen met de hee via @bunschoten.nl of via 033-299 1411. Uw eventuele vertegenwoordiger kan het logboek ook inzien. Deze vertegenwoordiger moet zich daarvoor legitimeren en ook een schriftelijke machtiging van u kunnen overleggen

Terinzagelegging ,

De kennisgeving vaan de ontwetp-onteigening voorgeschreven stukken vindt plaats’In het raadplegen vla www.officielebekendmakinaen.nl

ik

Met bijbehorende on fi 22 oktober 2025, te

De ontwerp-onteigeningsbeschikking met bijb gedurende zes weken, met ingang van 23 oktober 2025 gemeentehuis op het adres Stadsspui 1, 3752 CL, Bu ren van de stükken maakt u twee werkdagen van

geschreven stukken liggen ek ef inzage op het pakenburg, Voor het inzien ak via

m/ens@bunschoten.nl of via 033-299 1411. Ook zijn deze stukken met ingang van 23 oktober 2026, ge

dezelfde termijn

elektronisch in te zien via de nk: www.bunschoten.nl/ontwerpgnteigeningsbeschikking

Zienswijzen

E

Belanghebbenden kunnen naar.keuze mri ontwerp=onteigeningsbeschikking naar vore Ki

wi

schriftelijk gen. De zí

swijze over de mijn bedraagt zes

geme: kenb!

IV jie gemeente |

eken; met ingang van 23 oktopa 2025, Schriftelijke zienswijzen kunnen worden gerie! Bunschoten, Postbus 200, 3750 GE Bunscht

men met de

via

5.1.2e

heer

5.1.2e

Voor het naar voren brengen van mondelfigd @bunschoten.nl of via ‘03

Heeft u vragen?

E

ikking noemd'e-

Wij kunnen ons voorstellen dat u „over deze b vragen heeft Bij vragen kunt u contact.opne mailadres of telefoonnummer. Met vriendeli k:

5.1.2e etaris 5.1.2e

5.1.2e

rs van Bunscho

Bijlage 1:

5.1.2e

5.1.2e

Ontwerponteigeningsbeschikking

Ontwerp ontei Nummer

geningsboschikking

Aan de commissie: Ruimte Portefeuillehouder: W, van der Es Beleidskader: Economische Zaken Opmerkingen griffie:

Voyse®

5.1.2e

5.1.2e

Team: Omg i ikk li g Ambtenaar: Telefoonnummer: 033 - 299 1411 E-mailadres: . @bunschoten.nl Datum raadsvergadering: februari 2026

Onteigeningsbeschikking voor het onteigeningsplan ‘De Kronkels-Zuid’ De gemeenteraad van de gemeente Bunschoten,

Gelet op de artikelen 11.3 en 11.4 van de Omgevingswet, Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van XXXX, nummer XXXX, Met overneming van de in het voorstel weergegeven overwegingen, welke worden geacht onderdeel uit te maken van deze onteigeningsbeschikking;

Besluit l

ll

II. IV

De onroerende zaken, die zijn vermeld op de onteigeningslijst van 1 oktober 2025 die behoort bij deze onteigeningsbeschikking, ter onteigening aan te wijzen op naam van de gemeente Bunschoten. De rechtbank Midden-Nederland te verzoeken om deze ontei geningsbeschikking te bekrachtigen. Het college van burgemeester en wethouders te belasten met de indiening van dit verzoek tot bekrachtiging bij de rechtbank. Het college van burgemeester en wethouders op te dragen al datgene te doen (besluiten te nemen dan wel handelingen te verrichten ) dat bijdraagt aan de bekrachtiging van deze onteigeningsbeschikking. Het college van burgemeester en wethouders op te dragen om bij het wegvallen van de grondslag of noodzaak van onteigening, de bekrachtigingsprocedure voor de betreffende onroerende zaak of zaken te beëindigen.

MI

VIL

VII.

IX,

Het college van burgemeester en wethouders te belasten met de indiening van het verzoek aan de rechtbank tot vaststelling van de schadeloosstelling ten gevolge van de onteigening en de verdere afwikkeling van dat verzoek. Het college van burgemeester en wethouders te belasten met de indiening van het verzoek aan een notaris tot het verlijden van de onteigeningsakte en de verdere afwikkeling van dat verzoek, [Vast te stellen dat op de ontwerp-onteigeningsbeschikkin g wel/geen zienswijzen zijn ingediend en deze onteigeningsbeschikking naar aanleidi Ing van deze zienswijzen wel/niet Ís aangepast;] [Bijgevoegde Nofa beantwoording zienswijzen vast te stellen. J

ie]

.

ae

dus vastgesteld in de openbare vergadering van da faad van de gemeente Bunschaten van 12

feb arl 2025 Griffier Drs.

Hoogstraten

Voorzitter JL: Geurts

Aanvullendè stukken Bijlagen:

4 Voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum; 2 3 4

Lijst van te onteigenen onroerende zaken van 1 oktober 2025; Grondtekening van 2 oktober 2025; Projectietekening van 2 oktober 2025;

6

Zakelijke beschrijving behorend de beeldkwaliteitsplan; onteigeningsbeschikking inzake becrventerein 5 Kronkels-Zuid van 2 oktober 2025bijmet [indien van toepassing Nota beantwoording zienswijzen.

5

we

eager

Bijlage 2:

Onteigeningsilijst

ee

==

==

ene

Ë

SE e= Ee eN

5D Eise]

5D

gg owe nns. To=

pe

x_n

xx

=

9:

ns zZz en

.….

MN

< Urka zv

+

4

£ res

3

U.

iz

-

9

hege

DE NN

Legenda toegepaste uitzonderingsgrondslagen In dit document zijn gegevens definitief geanonimiseerd op grond van: Wet

Artikel

Omschrijving

Pagina's

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub e

De eerbiediging van de persoonlijke levenss feer

1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9

Wet open overheid

Art. 5.1 lid 2 sub f

De bescherming van andere dan in het eerst e lid, onderdeel c, genoemde concurrentieg evoelige bedrijfs- en fabricagegegevens

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16492506/1