0435547 00 Rapport actualisatie bodemkwaliteitskaart gemeente Bunschoten (1178488)
Tekst van het document
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart BunschotenSpakenburg
projectnummer 0435547.100 definitief revisie 00 4 juli 2019
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg
projectnummer 0435547.100 definitief revisie 00 4 juli 2019
Auteurs M.A.L. Rutting MSc I. Lanting MSc
Opdrachtgever Gemeente Bunschoten Stadsspui 1 3752 CL Bunschoten-Spakenburg
datum vrijgave 4 juli 2019
beschrijving revisie 00 definitief
goedkeuring I. Lanting
vrijgave H.E. Oosterbaan i.o.
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
2
2
Uitgangspunten
3
2.1 2.2 2.3
Richtlijn bodemkwaliteitskaarten Relaties oude bodemkwaliteitskaarten Technisch-inhoudelijke onderbouwing
3 3 4
3
Uitvoering
5
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Beheergebied Bodemkwaliteitzones Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart Databewerking Rekensessies
5 5 6 6 7
4
Bodemkwaliteitskaart
Rapport
9
4.1 Indeling bodemkwaliteitszones 4.2 Ontgravingskaart 4.3 Toepassingskaart 4.4 Functiekaart Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten4.5 Vaststelling en herziening
9 9 10 10 11
5
Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart
12
5.1 5.2
Heterogeniteit Saneringscriterium
12 13
Bijlage 1 Toelichting databewerking
15
Bijlage 2 Statistische kentallen
21
Kaarten
23
Spakenburg
I. II. III. IV. V. VI.
Kaart met indeling in deelgebieden; Ontgravingskaart bovengrond (tot 0,5 m-mv.); Ontgravingskaart ondergrond (>0,5 m-mv.-2,5 m-mv); Bodemfunctieklassenkaart; Generieke toepassingskaart bovengrond ; Generieke toepassingskaart ondergrond ;
23 23 23 23 23 23
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
1
Inleiding De gemeente Bunschoten-Spakenburg heeft als onderdeel van een duurzaam bodembeleid een bodemkwaliteitskaart (Oranjewoud, projectnummer 245808) opgesteld. De huidige bodemkwaliteitskaart is bestuurlijk vastgesteld in 2013, tezamen met de Nota bodembeheer. Volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten moet een bodemkwaliteitskaart periodiek (eens per 5 jaar) opnieuw beleidsmatig worden vastgesteld. Dit betekent dat de huidige kaart geactualiseerd dient te worden. De gemeente Bunschoten-Spakenburg heeft Antea Group gevraagd om de huidige bodemkwaliteitskaart te actualiseren. Doel Het doel van het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart is het inzichtelijk maken van de huidige bodemkwaliteit. Deze kaart kan vervolgens, in het kader van het Besluit bodemkwaliteit, binnen de deelnemende gemeenten gebruikt worden als bewijsmiddel voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een partij vrijkomende grond en/of de ontvangende bodem. In onderhavig rapport is het tot stand komen van de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart toegelicht en is de classificatie van de actuele bodemkwaliteit beschreven.
Blad 2 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
2
Uitgangspunten
2.1
Richtlijn bodemkwaliteitskaarten Voor het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart hoeven niet alle stappen doorlopen te worden zoals beschreven in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten van het ministerie van VROM van 3 september 2007 en de Wijzigingsbladen van januari 2013, 2014 en 2016. In de hiernaast afgebeelde Figuur 1 worden de 8 stappen beschreven om een bodemkwaliteitskaart op te stellen. In de toelichting bij artikel 4.3.5 van de Regeling bodemkwaliteit staat dat voor het actualiseren van een bestaande bodemkwaliteitskaart alleen de stappen 3, 4, 5 en 7 van de Richtlijn uitgevoerd hoeven te worden. Dit zijn de rood omlijnde vakken. Als blijkt dat de bodemkwaliteit niet sterk afwijkt van de eerder vastgestelde bodemkwaliteit, kan de kaart voor een periode van 5 jaar verlengd worden. Naast de genoemde richtlijn is de bodemkwaliteitskaart tevens gebaseerd op het Besluit en de Regeling bodemkwaliteit. Ook is gebruik gemaakt van de 'Handreiking Besluit bodemkwaliteit' van Bodem+ (tegenwoordig onderdeel van Rijkswaterstaat Leefomgeving) en van het boekje 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' van TNO/Deltares (opgesteld in opdracht van Bodem+).
2.2
Relaties oude bodemkwaliteitskaarten De gebruikte methode voor het opstellen van de huidige, geactualiseerde regionale bodemkwaliteitskaart wijkt nauwelijks af van de eerder opgestelde kaart. Zo is gebruik gemaakt van zone-indelingen en kenmerken die in de eerdere kaarten zijn opgesteld. Dit betekent dat stap 1 en 2 niet gevolgd hoeven te worden.
Figuur 1: Het opstellen van een bodemkwaliteitskaart in acht stappen
Blad 3 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
2.3
Technisch-inhoudelijke onderbouwing De technisch-inhoudelijke onderbouwing gaat in op de eisen waar een bodemkwaliteitskaart aan moet voldoen. In de richtlijn zijn de onderwerpen benoemd die essentieel worden geacht om de kwaliteit van het grondverzet te kunnen waarborgen. Deze onderwerpen moeten dan ook minimaal in de onderbouwing worden meegenomen. Dit betreffen: - het (deel van het) beheergebied waarvoor de bodemkwaliteitskaart wordt opgesteld; - de diepte en de te onderscheiden dieptetrajecten waarover de bodemkwaliteitskaart een uitspraak doet; - de stoffen die in de bodemkwaliteitskaart worden opgenomen; - de onderscheidende kenmerken op basis waarvan de bodemkwaliteitszones worden gedefinieerd; - de kwaliteitseisen waaraan een zone moet voldoen; - de statistische kentallen op basis waarvan de zones worden gekarakteriseerd; - in welk kader (generiek of gebiedsspecifiek) de kaart functioneert. In hoofdstuk 3 is beschreven hoe bij het opstellen van de bodemkwaliteitskaart met bovengenoemde eisen is omgegaan. De bodemkwaliteitskaart zelf wordt toegelicht in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is beschreven hoe is omgegaan met de vereisten rondom de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteitskaart en de algemene regels voor het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet.
Blad 4 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
3
Uitvoering
3.1
Beheergebied Het gebied waarvoor deze bodemkwaliteitskaart is opgesteld, is gelijk aan het grondgebied van de gemeente Bunschoten-Spakenburg.
Figuur 2: Beheergebied gemeente Bunschoten-Spakenburg
3.2
Bodemkwaliteitzones Het uitgangspunt voor het definiëren van een bodemkwaliteitszone wordt gevormd door een vergelijkbare, gebiedseigen, bodemkwaliteit. Het indelen in bodemkwaliteitszones vindt daarom over het algemeen plaats op basis van de gebruikshistorie en de milieuhygiënische bodemkwaliteit, eventueel in combinatie met de bodemopbouw. Omdat de gemeente Bunschoten al beschikt over een bodemkwaliteitskaart, is voor het actualiseren van de bodemkwaliteitskaart, de bestaande indeling in bodemkwaliteitszones als uitgangspunt gehanteerd.
Blad 5 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
3.3
Uitgangspunten bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart is opgesteld: - volgens het generieke kader van het Besluit bodemkwaliteit; - voor alleen grond en dus niet voor grondwater of de bodem onder oppervlaktewater (waterbodem); - voor de boven- en ondergrond (respectievelijk 0-0,5 en 0,5-2,5 m -mv.); - op basis van relevante informatie uit het bodeminformatiesysteem (zie paragraaf 3.4); - voor de parameters van het standaard stoffenpakket grond: o metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); o polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM); o polychloorbifenylen (PCB som 7); o minerale olie (GC). - met minimaal 20 waarnemingen per zone en 3 waarnemingen ter plaatse van ieder nietaaneengesloten gelegen deelgebied. - voor de toetsing is uitgegaan van de normen en rekenregels voor het op landbodem toepassen van grond. De bij deze toepassing behorende toetsingswaarden (klasse AW2000, klasse wonen en klasse industrie) zijn opgenomen in tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit. Toetsregel klasse AW2000 Om te bepalen of sprake is van een overschrijding van de achtergrondwaarden (AW2000) is artikel 4.2.2 van de Regeling bodemkwaliteit van toepassing.
Dit artikel stelt dat de bodem, een partij grond of een partij baggerspecie nog in de klasse AW2000 valt als bij meting van 2 stoffen het rekenkundig gemiddelde gehalte van maximaal 12 stoffen de achtergrondwaarden overschrijdt. In de onderstaande tabel is de toetsregel voor AW2000 opgenomen. Tabel 1: Toetsregel AW2000 Aantal onderzochte stoffen X Aantal overschrijdingen Y
2 1
7 2
16 3
27 4
37 5
Toetsregel klasse Wonen (voor ontvangende bodem) De overschrijding mag maximaal 2x de achtergrondwaarde van de betreffende stof bedragen. Daarnaast geldt dat het rekenkundig gemiddelde gehalte kleiner dan of gelijk moet zijn aan de Maximale Waarden Wonen. Omdat de achtergrondwaarde en Maximale Waarde Wonen (bijna) gelijk zijn aan elkaar, vervalt voor de stoffen nikkel en PCB de voorwaarde dat het gehalte kleiner moet zijn dan de Maximale Waarden Wonen. Per 1 januari 2016 is de Regeling bodemkwaliteit en de richtlijn bodemkwaliteitskaarten aangepast voor o.a. de stoffen barium, kobalt en molybdeen en (eerder al) PCB. Het gaat hierbij om aangepaste toetsingswaarden en het aantal noodzakelijke waarnemingen. De huidige bodemkwaliteitskaart sluit aan op deze laatste richtlijn.
3.4
Databewerking Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart is gebruik gemaakt van onderzoeksgegevens uit de bodeminformatiesysteem (Squit iBis) van de gemeente Bunschoten-Spakenburg. De data in december 2018 aangeleverd. Voor het opstellen van de voorgaande Bodemkwaliteitskaart zijn aanvullende meetpunten verzameld middels bodemonderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn destijds niet opgenomen is het bodeminformatiesysteem (BIS) van de gemeente. Daarom zijn de resultaten van de destijds verzamelde meetpunten aan de huidige dataset toegevoegd.
Blad 6 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
In een bodeminformatiesysteem zijn de onderzoeksgegevens van diverse typen onderzoeken opgenomen, zoals verkennend en nader onderzoeken maar ook saneringen en evaluatierapporten. Omdat de bodemkwaliteitskaart een betrouwbare en representatieve weergave moet zijn van de actuele (diffuse) bodemkwaliteit, moeten onderzoeksgegevens van bijvoorbeeld puntbronnen of verdachte percelen buiten beschouwing worden gelaten. Dit betekent dat de datadump moet worden bewerkt ('opgeschoond') zodat alleen die analysegegevens overblijven, die geschikt zijn om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart. De selectiemethode is beschreven in bijlage 1. Op de aangeleverde data van de gemeente Bunschoten-Spakenburg heeft een eerste dataselectie plaatsgevonden. Bij het tot stand komen van de vorige bodemkwaliteitskaart zijn de daarbij geconstateerde uitbijters in de database van de gemeente Bunschoten-Spakenburg gemarkeerd. Deze uitbijters zijn hergebruikt in deze actualisatie. Daarnaast zijn voor het opstellen van de voorgaande Bodemkwaliteitskaart aanvullende meetpunten verzameld middels bodemonderzoek onderzoek. Deze metingen zijn niet opgenomen in een rapport maar in dit geval wel wederom toegevoegd aan de dataset.
3.5
Rekensessies In totaal zijn drie verschillende rekensessies uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste rekensessies met redenen beschreven en schematisch weergegeven. 1e rekensessie Bij deze rekensessies is de periode van 0-5 jaar en de periode van 5- 10 jaar doorgerekend Vervolgens is de dataset per periode doorgerekend. De uitkomsten van de twee periodes zijn met elkaar vergeleken. Hierbij zijn geen significante verschillen in bodemkwaliteit vastgesteld. Op basis van de uitkomsten van deze rekensessie is de bodemdata van de periode tot 5 jaar terug en de periode van 5 tot 10 jaar terug samengevoegd. Het voordeel hiervan is dat met grotere dataset gerekend wordt, waardoor een betrouwbaarder beeld van de bodemkwaliteit in een zone ontstaat. 2e rekensessie Na de eerste rekensessie is de volledige dataset van de periode tot 10 jaar terug (periode 20182008) doorgerekend. Bij deze rekensessies is uitgegaan van de eerder genoemde zone indeling. Ook is de dikte van de bovengrond 0,0-0,5 m -mv. en ondergrond 0,5-2,5 m –mv. van de bodemlagen van de voorgaande bodemkwaliteitskaart aangehouden. Van de afzonderlijke diepte trajecten zijn de geconstateerde extreme gehalten verwijderd (zogenoemde uitbijters; zie paragraaf 3.6). 3e rekensessie Bij de 3e rekensessie is per bodemkwaliteitszone de kwaliteitsklasse definitief vastgesteld.
Per zone zijn de voor de actualisatie de benodigde (statistische) kentallen gegenereerd: - het aantal waarnemingen; - de gemiddelde gehalten per parameter (incl. lutum en organische stof); - de minimale en maximale gemeten gehalten; - diverse percentielwaarden (P50, P80, P90, P95); Het vergelijken van percentielwaarden levert informatie op over de betrouwbaarheid van de bodemkwaliteit binnen een zone. Zo geeft bijvoorbeeld de P95 de waarde aan waar 95% van de waarnemingen onder ligt en 5% van de waarnemingen boven ligt. - boven- en ondergrens van het 80% betrouwbaarheidsinterval rond het gemiddelde;
Blad 7 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
-
heterogeniteitstoets; variatiecoëfficiënt.
Op basis van deze (statistische) kentallen is bepaald of er: - voldoende waarnemingen aanwezig zijn om tot het opstellen van de bodemkwaliteitskaart over te gaan; - de ruimtelijke verdeling van de waarnemingen binnen elk deelgebied toereikend is.
Blad 8 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
4
Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit: 1. een kaart met de zone-indeling; 2. een ontgravingskaart; 3. een toepassingskaart; 4. een functiekaart. Dit hoofdstuk geeft een korte toelichting op de genoemde kaarten.
4.1
Indeling bodemkwaliteitszones Binnen het beheergebied van de gemeente Bunschoten-Spakenburg zijn 3 verschillende bodemkwaliteitszones te onderscheiden. Voor de actualisatie wordt in eerste instantie deze indeling aangehouden. In onderstaande tabel is een overzicht gemaakt van de zone indeling. Tabel 4.1: Bodemkwaliteitszones Bovengrond (0,0-0,5 m -mv.) Zone 1 Ondergrond (0,5-2,5 m -mv.) Zone 2 Zone 3
Uitgesloten gebieden Een aantal gebieden binnen het beheergebied van de gemeente Bunschoten-Spakenburg is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. Dit geldt onder andere voor de infrastructuur (Rijks- en spoorwegen, provinciale en gemeentelijke wegen) en voor de waterbodem. Daarnaast zijn locaties uitgesloten waarvan wordt verondersteld dat de bodemkwaliteit heterogeen is of het bodemgebruik een belemmering vormt voor vrij grondverzet. Dit betreft de zogenoemde 'verdachte' locaties. Dit zijn locaties waar voormalige (bedrijfs)activiteiten hebben plaatsgevonden waarvan bekend is, of het vermoeden bestaat, dat de bodemkwaliteit op de betreffende locatie afwijkt van die van de omgeving. Deze locaties zijn, voor zover bekend, buiten beschouwing gelaten bij de databewerking (zie bijlage 1). Voor deze uitgesloten gebieden kan geen gebruik worden gemaakt van voorliggende bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor het aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit van een toe te passen partij grond en/of de ontvangende bodem.
4.2
Ontgravingskaart Deze kaart geeft de kwaliteitsklasse van de bodem aan op het moment dat deze wordt ontgraven voor hergebruik elders (= beoordeling als een partij grond). Voor het tot stand komen van deze kaart zijn de gemiddeld gemeten gehalten van de zones getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. De uitkomsten van deze toetsing zijn weergegeven in tabel 4.2. De huidige bodemkwaliteit sluit aan bij de eerder opgestelde ontgravingskaarten uit 2013 van de bovengrond (0-0,5 m -mv.) en de ondergrond (0,5-2,5 m -mv.). De (geactualiseerde) ontgravingskaarten zijn opgenomen in de kaartbijlagen II en III.
Blad 9 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
Tabel 4.2: Kwaliteitsklasse vrijkomende grond Bovengrond (0,0-0,5 m -mv.)
Kwaliteitsklasse
Zone 1
AW2000
Ondergrond (0,5-2,5 m -mv.)
4.3
Zone 2
Wonen
Zone 3
AW2000
Toepassingskaart Het landelijk geldende beleidskader van het Besluit bodemkwaliteit (= het generieke kader) schrijft voor dat: - de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor de functie die de bodem heeft EN - door het toepassen van de partij grond of baggerspecie de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende bodem niet mag verslechteren. Dit betekent dat een op de landbodem toe te passen partij grond of baggerspecie getoetst moet worden aan zowel de kwaliteitsklasse als de functieklasse van de ontvangende bodem. De strengste van beide klassen bepaalt uiteindelijk de kwaliteitsklasse waar een toe te passen partij grond of baggerspecie aan moet voldoen (zie onderstaande tabel). Tabel 4.3: Overzicht indeling in homogene deelgebieden
4.4
Functie (op kaart)
Actuele bodemkwaliteit
Welke kwaliteit maximaal toepassen
Landbouw/natuur
AW2000
AW2000
Landbouw/natuur
Wonen
AW2000
Landbouw/natuur
Industrie
AW2000
Wonen
AW2000
AW2000
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Industrie
Wonen
Industrie
AW2000
AW2000
Industrie
Wonen
Wonen
Industrie
Industrie
Industrie
Functiekaart De functiekaart is aangeleverd door de gemeente Bunschoten-Spakenburg. De bodemfunctiekaart is opgenomen in de kaartbijlage V.
Blad 10 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
4.5
Vaststelling en herziening De bodemkwaliteitskaart (conform het generieke beleid), inclusief de beschrijving van het tot stand komen daarvan, moet door het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Bunschoten-Spakenburg worden vastgesteld voordat met de bodemkwaliteitskaart grondverzet kan worden gefaciliteerd. Herziening Omdat nieuwe onderzoeksgegevens van invloed kunnen zijn op de bodemkwaliteit, dient de actualiteit van de bodemkwaliteitskaart en de eventuele noodzaak tot herziening hiervan, met enige regelmaat te worden getoetst. Bij een dergelijke toets moeten in principe alle stappen voor het opstellen van een bodemkwaliteitskaart opnieuw worden doorlopen. Alleen dan kan worden vastgesteld of de bodemkwaliteitskaart nog wel voldoende in overeenstemming is met de werkelijkheid. Ook wanneer er geen wijzigingen in de bodemkwaliteitskaart optreden moet deze periodiek (eens per 5 jaar) opnieuw beleidsmatig worden vastgesteld.
Blad 11 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
5
Betrouwbaarheid bodemkwaliteitskaart Om de betrouwbaarheid van een bodemkwaliteitskaart te kunnen aantonen, moeten volgens de richtlijn enkele controles worden uitgevoerd. Deze controles zijn in dit hoofdstuk beschreven.
5.1
Heterogeniteit Heterogeniteit Een bodemkwaliteitskaart wordt gebaseerd op de gemiddeld gemeten gehalten binnen de zones. Deze gehalten worden getoetst aan de toetsingswaarden van het Besluit bodemkwaliteit, op grond waarvan vervolgens een indeling in een kwaliteitsklasse plaatsvindt. Is binnen een zone echter sprake van sterke heterogeniteit (= mate van spreiding in de gemeten gehalten ten opzichte van de normwaarden) dan kunnen de gemiddelden een vertekend beeld geven van de bodemkwaliteit alsmede van de kwaliteit van vrijkomende partijen grond. In dat geval zou ten onrechte van de bodemkwaliteitskaart gebruik worden gemaakt als bewijsmiddel. Om voor de zones na te kunnen gaan hoe het met de heterogeniteit is gesteld, is gebruik gemaakt van een berekening die is beschreven in het boekje 'Grondverzet met bodemkwaliteitskaarten' van TNO/Deltares (destijds opgesteld in opdracht van Bodem+). Dit in verband met gebrek aan een andere (landelijk) geldende toets. In dit boekje wordt voorgesteld om de heterogeniteit te bepalen door het verschil tussen twee percentielwaarden (de P5 en P95; de kop en de staart van de verdeling) te delen door een referentiewaarde van de normen (maximale waarde 'industrie' minus de achtergrondwaarde): P 95 P 5 industrie AW 2000
De uitkomst van deze vergelijking levert een factor op die de mate van heterogeniteit weergeeft: - bij waarden kleiner dan 0,2: er is sprake van weinig heterogeniteit - bij waarden tussen 0,2 en 0,5: er is sprake van beperkte heterogeniteit - bij waarden tussen 0,5 en 0,7: er is sprake van heterogeniteit - bij waarden groter dan 0,7: er is sprake van sterke heterogeniteit Het resultaat van deze 'heterogeniteitstoets' maakt deel uit van het overzicht met kentallen in bijlage 2. Op basis van de uitkomsten van deze toets kan worden geconcludeerd dat er sprake is van sterke heterogeniteit in alle zones voor één of meer parameters (de heterogeniteitsfactor groter is dan 0,7). Dit is per zone samengevat in tabel 5.1. Tabel 5.1: Parameters met sterke heterogeniteit per zone Zone
Parameter met sterke heterogeniteit (heterogeniteitsfactor > 0,7)
Uitkomst heterogeniteitstoets (Bijlagen 2)
Zone 1
Nikkel
0,80
Zone 3
Minerale olie
0,72
Dat voor bovengenoemde parameters de heterogeniteitsfactor groter is dan 0,7 betekent niet per definitie dat de bodemkwaliteit in deze zone niet of onvoldoende betrouwbaar is. Zo wordt
Blad 12 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
voor de parameter minerale olie de uitkomst 'sterk heterogeen' namelijk veroorzaakt door de gehanteerde formule (het grote verschil tussen de P95- en P5-waarde in combinatie met het kleine verschil tussen de normwaarden). Daarnaast is voor zone 1 de gemiddelde kwaliteit bepaald voor zowel het buitengebied als de dorpskern. Enige mate van heterogeniteit (in dit geval voor de stof nikkel) is dan ook verklaarbaar door de toevoeging van de dorpskern als gevolg van een intensiever bodemgebruik. Geconcludeerd wordt dat de aangetoonde mate van heterogeniteit geen aanleiding geeft voor aanpassing van de zone-indeling.
5.2
Saneringscriterium Wanneer de P95-waarde boven de interventiewaarde ligt, bestaat de kans dat in de betreffende bodemkwaliteitszone grond voorkomt die het saneringscriterium overschrijdt. De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten schrijft in dat geval voor dat de P95-waarde moet worden ingevoerd in de risicotoolbox. Blijkt uit deze toetsing van de P95-waarde dat er sprake is van risico's bij een bepaalde bodemgebruiksvorm, dan worden er beperkingen gesteld aan het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet vanuit deze zone. Het wordt dan namelijk niet verantwoord gevonden om zonder aanvullende partijkeuring grondverzet vanuit die zone te laten plaatsvinden naar gebieden met een bodemgebruiksvorm waarvan de risicotoolbox heeft aangegeven dat daarvoor het saneringscriterium wordt overschreden. Uit de tabellen in bijlage 2 blijkt dat bij geen van de bodemkwaliteitszones de P95-waarde boven de interventiewaarde ligt. Dit betekent dat er vanuit dit oogpunt geen beperkingen worden gesteld aan het gebruiken van de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel voor grondverzet Gemiddelde gehalten vs. P80-waarden De mogelijkheden voor grondverzet, waarbij de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel wordt gebruikt, worden volgens het generieke kader bepaald door het gemiddelde gehalte in de betreffende zone.
Wanneer een zone echter heterogeniteit vertoond, kan het gemiddelde een minder betrouwbare weergave zijn van de aanwezige bodemkwaliteit en de kwaliteit van vrijkomende grond. Om na te kunnen gaan hoe betrouwbaar de kwaliteitsklasse van de uit deze zones vrijkomende grond is, welke is gebaseerd op de gemiddelde gehalten, kan naar een andere percentielwaarde worden gekeken, bijvoorbeeld de P80-waarde (oftewel, de waarde waar 80% van de waarnemingen onder ligt en 20% van de waarnemingen boven ligt). Voorheen was deze norm bepalend of sprake was van 'gebiedseigen kwaliteit'. Deze vergelijking is opgenomen in tabel 5.3. Tabel 5.3: Gemiddelde gehalten vs. P80-waarden Functie (op kaart)
Gemiddelde gehalten
P80
AW2000
AW2000
Zone 2
Wonen
Wonen
Zone 3
AW2000
AW2000
Bovengrond (0,0-0,5 m -mv.) Zone 1 Ondergrond (0,5-2,5 m -mv.)
Blad 13 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
Bijlage 1 Toelichting databewerking
Blad 14 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
Bijlage 1 Toelichting databewerking 1. Type onderzoek De eerste stap bij de selectie van de juiste onderzoeksgegevens, is de selectie van het type onderzoek en de aanleiding van het onderzoek. In de tabellen 1 en 2 is aangegeven welke typen en aanleidingen van onderzoek relevant zijn bevonden voor de bodemkwaliteitskaart. In deze tabellen is uitgegaan van de omschrijvingen zoals aangegeven in het bodeminformatiesysteem. Het gaat hier om de aantallen bodemonderzoeken tot 10 jaar terug en niet om het aantal monsters of stoffen per onderzoek. Tabel 1: Onderzoekstypen Omschrijving
Aantal onderzoeken in database
Relevant?
Indicatief onderzoek
16
Ja
Verkennend onderzoek NEN 5740
401
Ja
Verkennend onderzoek NVN 5740
94
Ja
Orienterend bodemonderzoek
4
Ja
brf (briefrapport)
1
Ja
avr (aanvullend rapport)
1
Ja
Nul situatieonderzoek
13
Ja
Bodemsanering bedrijven (BSB)
2
Nee
Nader onderzoek
17
Nee
Saneringsplan
1
Nee
Sanerings evaluatie
8
Nee
Bouwstoffenbesluit
8
Nee
Partijkeuring grond
1
Nee
Omschrijving
Aantal onderzoeken in database
Relevant?
bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling
24
Ja
Bouwvergunning
258
Ja
Civieltechnisch
25
Ja
Landsdekkend
1
Ja
Nulsituatie
20
Ja
Transactie
158
Ja
Omgevingsvergunning
33
Ja
Eindsituatie
1
Ja
BOOT
5
Nee
Vermoeden of melding verontreiniging
10
Nee
Voorgaand
19
Nee
Onbekend
11
Nee
(niet gevuld)
2
Nee
Tabel 2: Aanleiding
Blad 15 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
2. Periode De onderzoeksgegevens, op basis waarvan de actuele bodemkwaliteit wordt vastgesteld, moeten voldoende recent zijn om te waarborgen dat de gegevens representatief zijn. In de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat gegevens daarom in principe niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Het gebruiken van gegevens ouder dan 5 jaar is toegestaan, mits wordt aangetoond dat deze gegevens vergelijkbaar zijn met de recentere gegevens. In de huidige kaart zijn de gegevens tot 10 jaar terug gebruikt. Tabel 3: Periode Periode onderzoeken
Aantal onderzoeken
0 - 5 jaar ( 2014-01-26 t/m 2019-01-25 )
72
5 - 10 jaar ( 2009-01-26 t/m 2014-01-25 )
78
3. Bodemlagen Om de analysemonsters te kunnen toekennen aan de boven- en ondergrond, is uitgegaan van de gemiddelde diepte van de analysemonsters. Hiermee wordt bedoeld dat: - wanneer de gemiddelde diepte van de bemonsterde laag tussen 0,0 en 0,5 m -mv. valt, dit als bovengrond is beschouwd (bijv. in het geval van een bemonsterde laag uit het traject 0,2-0,7 m -mv.: de gemiddelde diepte is dan 0,45 m -mv.); - voor de ondergrond geldt dat de gemiddelde diepte van het bemonsterde traject groter moet zijn dan 0,5 m -mv. en kleiner dan of gelijk aan 2,5 m -mv. (bijvoorbeeld in het geval van de laag 0,3-0,8 m -mv.; de gemiddelde diepte is 0,55 m -mv.). 4. Rapportagegrenzen en somparameters Voor de omgang met 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden, alsmede de wijze waarop gehalten van individuele parameters moeten worden opgeteld om tot een somparameter te komen, is aangesloten bij wet- en regelgeving. Zo is in de Regeling bodemkwaliteit het volgende aangegeven: "Bij een resultaat < dan de rapportagegrenzen genoemd in tabel 1 van deze bijlage (zijnde bijlage G), mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden.
Indien de op het analysecertificaat weergegeven < rapportagegrens hoger ligt dan de in tabel 1 vermelde rapportagegrenzen dan dient de desbetreffende < rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen rekenwaarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarden. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de gemeten gehalten < rapportagegrens vermenigvuldigd met 0,7. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn of geen rapportagegrens in tabel 1 is opgenomen, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Indien alle individuele waarden als onderdeel van deze berekende waarde < rapportagegrens uit tabel 1 zijn, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden."
Blad 16 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
Het bovenstaande is op de volgende wijze toegepast op de dataset: - Voor de somparameter PAK 10 VROM en PCB som 7 is niet uitgegaan van het optellen van de gehalten van alle individuele componenten, zoals hierboven is beschreven, maar van het geregistreerde totaalgehalte. Dit omdat in het bodeminformatiesysteem over het algemeen niet de gehalten van de individuele parameters worden ingevuld. - Bij het genereren van de gemiddelden gehalten en de diverse kentallen zijn voor alle parameters de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden vermenigvuldigd met een factor 0,7. De hierbij verkregen rekenwaarde is vervolgens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit betekent dat geen rekening is gehouden met de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden die voldoen aan de voorgeschreven rapportagegrens. 5. Kwalibo De richtlijn geeft aan dat wanneer de datum van een bodemonderzoek na 1 juli 2007 ligt, het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een erkende instantie. Dit in verband met eisen die vanuit Kwalibo aan onderzoeksgegevens worden gesteld. Bij het invoeren van onderzoeksgegevens in het bodeminformatiesysteem wordt hier vaak geen rekening mee gehouden. Derhalve is ervoor gekozen om dit niet als voorwaarde mee te nemen bij de databewerking. Verwacht wordt echter dat dit geen noemenswaardige consequenties heeft.
Kwalibo is namelijk van toepassing op alle situaties waarbij het bevoegd gezag een beslissing moet nemen. Aangezien bodemonderzoeken, die bij de gemeente worden ingediend, over het algemeen zullen zijn uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning, worden deze onderzoeken gecontroleerd op de eisen vanuit Kwalibo. De kans wordt dan ook verwaarloosbaar klein geacht dat bodemonderzoeken, die zijn uitgevoerd na 1 juli 2007 en bij de databewerking zijn geselecteerd om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, niet door een erkende instantie zijn uitgevoerd. 6. Coördinaten Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart zijn alleen die onderzoeksgegevens gebruikt waarvan in het BIS een rapportcontour is ingetekend. Alleen in dat geval was het namelijk mogelijk om de analyseresultaten van een rapport aan één van de deelgebieden toe te wijzen. Voor de geografische koppeling, oftewel de toewijzing van een rapport (en daarmee de analysemonsters) aan een deelgebied, is uitgegaan van de centroïde van de rapportcontour. Dit betekent dat voor die gevallen waarbij de rapportcontour gedeeltelijk in deelgebied X en gedeeltelijk in deelgebied Y ligt, alle analyseresultaten aan dat deelgebied zijn toegekend waarin de centroïde van de rapportcontour ligt.
Blad 17 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
7. Extremenanalyse Ondanks de onder punt 1 beschreven databewerking zaten er nog verhoogde gehalten in de dataset waarvan het vermoeden bestond dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoorden (zogenoemde 'extremen'). In de onderstaande tabel 4 is aangegeven welke extremen zijn verwijderd uit de dataset. Conform de richtlijn dient van deze gehalten te worden bepaald of ze: 1. deel uitmaken van de achtergrondgehalten 2. afkomstig zijn van een lokale puntbron 3. het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens. Alleen wanneer kan worden aangetoond dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.
Blad 18 van 13
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 4 juli 2019 revisie 00
Tabel 4: Uitbijters Monster naam MM2
Gehalte BIS 35
Gehalte BKK 25
Gehalte norm 34
Datum onderzoek 3-4-2009
Zone
Bodemlaag
Stof
Conclusie
Zone 1
180
180
243
13-10-2010
Zone 1
Cadmium [Cd] Lood [Pb]
230
230
311
16-6-2010
Zone 1
850
850
1148
16-6-2010
Zone 1
910
910
1229
16-6-2010
Zone 1
230
230
442
13-4-2012
Zone 1
230
230
442
6-10-2010
Zone 1
320
320
615
28-3-2013
Zone 1
120
120
153
22-3-2012
Zone 1
690
690
633
17-12-2013
Zone 1
140
220
Rapport
hypothese verwerpen; verontr >S in bg en og mogelijk gerelateerd puin; verontr gw >S; resultaten vergelijkbaar eerder onderzoek; depot op terrein niet onderzocht; geen vervolg. zw: puin. bg: Cu, Pb, Zn, PAK >S. og: Zn >S. gw: Ba, XYL >S. zw: puin. bg: Cu, Pb, Zn>S. og: Cu,Hg,Pb>S. gw: Mo>S. formeel hypothese verwerpen; verontr geen belemmering voor bouwvergunning; bij afvoer grond uitvoeren partijkeuring; geen vervolg noodzakelijk voor Wbb. zw: matig-sterk puinhoudend. bg: Pb>I Zn>T Cu,Hg,Pb,Zn,PAK>S. og: -. gw: Ni,PER>S. grond sterk veront tpv puin bijmening; verder lichte verontr in bg en gw; uitvoeren NO naar ernst en omvang. zw: matig-sterk puinhoudend. bg: Pb>I Zn>T Cu,Hg,Pb,Zn,PAK>S. og: -. gw: Ni,PER>S. grond sterk veront tpv puin bijmening; verder lichte verontr in bg en gw; uitvoeren NO naar ernst en omvang. zw: matig-sterk puinhoudend. bg: Pb>I Zn>T Cu,Hg,Pb,Zn,PAK>S. og: -. gw: Ni,PER>S. grond sterk veront tpv puin bijmening; verder lichte verontr in bg en gw; uitvoeren NO naar ernst en omvang. zw: -. bg: Hg>AW. og: Hg>AW. gw: Ba>S. formeel hypothese verwerpen; tpv gedmepte sloten geen verontr; overig terrein licht verontr met Hg; in gw lichte verontr met Ba; geen belemmering voor transactie geen vervolg noodzakelijk. zw: -. bg: Cd,Hg,Pb,Zn,m.o.,PAK,PCB>S. og: Hg>S. gw: NAF>S.
Formeel hypothese verwerpen; lichte verontr geen belemmering voor transactie en bouwvergunning; geen vervolg onderzoek noodzakelijk. Zintuiglijk: bg tot matig puinhoudend, zwak asfalthoudend, og tot zwak puinhoudend.. Bg: PAK10, Olie , PCB's (som 7) > Aw;. Og: PAK10 > Aw;. Gw: < S;. ASBEST: asbest < detectiegrens.. zw: puin. bg: PAK>AW. og: Cu>T Hg,Mo,Zn>AW. gw: Ba,Ni,Zn.Xyl>AW. formeel hypothese verwerpen; matige verontr in og mogelijk gedempte sloot; verder in grond lichte verontr; in gw lichte verontr; NO niet zinvol; geen vervolg noodzakelijk. ZW: lichte bijmenging puin. BG: Hg >Aw. OG: min olie >Aw. GW: Ba >S. Geen belemmeringen voor transactie.
140
25-9-2013
Zone2
330
330
519
16-6-2010
Zone2
ctualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschotenmp 1 t/m 310 310 407 20-10-2016 Spakenburg
150
150
197
13-11-2018
Zone 1
450
450
590
3-11-2015
Zone 1
580
580
761
3-11-2015
Zone 1
650
650
853
13-11-2018
Zone 1
780
780
1023
3-11-2015
Zone 1
670
670
1002
26-1-2015
Zone 1
1100
1100
1645
18-11-2014
Zone 1
3500
3500
5235
26-1-2015
Zone 1
890
890
712
26-1-2015
Zone 1
2700
2700
2161
18-11-2014
Zone 1
9500
9500
7603
26-1-2015
Zone 1
>= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv
MM2 MM2 MM1 M1 MM7 M1 m01 M1 2-3 MM2 M3 12-2 7 mm 3-1 6-2 2-1 mm1 mm1 m4-1 m44-3 mm7 m4-2
Onderzoek ID 010313AA03130 094440392061 010313AA03130 095237131552 010313AA03130 096060093342 010313AA03130 096060093342 010313AA03130 096060093342 010313AA03130 102645079483 010313AA03130 098648177658 0103139999990 016167887044 010313AA03130 103459425659 0103139000000 000000000871 0103139000000 000000000004 010313AA03130 099440551305 0103139999990 016167893752 0103139999990 016167887664 0103139999990 016167882359 0103139999990 016167882359 0103139999990 016167893752 0103139999990 016167882359 0103139999990 016167884261 0103139999990 016167881866 0103139999990 016167884261 0103139999990 016167884261 0103139999990 016167881866 0103139999990 016167884261
Zone 1
Lood [Pb] Lood [Pb] Lood [Pb] Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Koper [Cu] Minerale olie (totaal) Koper [Cu] Koper [Cu] Lood [Pb]
ZW: de bodem is zwak puinhoudend, geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. . BG: geen verontreinigingen. OG: Cu >I, Ba, Co, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn >Aw. GW: Ba >S. Nader onderzoek naar de sterke koper verontreiniging wordt aanbevolen. zw/bg/og/gw: zie aantek. bij VO is lichte tot sterke verontr bij NO is verontr ingekaderd; verontr met Zn in omvang 7,5m3; mogelijk bij nieuwbouw afgraven verontr grond;.
Lood [Pb]
Zintuiglijk: bg tot uiterst baksteen- en dakpanhoudend, matig betonhoudend, og tot uiterst baksteenhoudend. Bg: Pb > I, Hg > Aw;. Og: < Aw;. Gw: Ba > T.. ASBEST: asbest < detectiegrens.. . Nader onderzoek op lood: voldoende afgeperkt circa 10 m3 grond sterk met lood verontreinigd.. Zintuiglijk: bg brokken baksteen, sporen puin, slakken en aardewerk, og brokken baksteen, sporen hout.. Bg: Pb > T, Ba, Hg, PAK10, Zn, Co > Aw;. Og; Pb > T, Ba, Hg, PAK10, Zn, Cu > Aw:. Gw; Ba > S.. . Nader onderzoek naar matige verontreiniging met lood uitvoeren. Volgens het adviesbureau is er geen aanleiding tot nader onderzoek.. Zintuiglijk: geen bijzonderheden.. Bg: < Aw;. Og: Pb > I (na uitsplitsing Pb > I), Olie, Cu, Zn, Cd, Hg, PAK10 > Aw;. Gw: Zn, Ba > S..
Lood [Pb]
Zintuiglijk: geen bijzonderheden.. Bg: < Aw;. Og: Pb > I (na uitsplitsing Pb > I), Olie, Cu, Zn, Cd, Hg, PAK10 > Aw;. Gw: Zn, Ba > S..
Lood [Pb]
Zintuiglijk: bg tot uiterst baksteen- en dakpanhoudend, matig betonhoudend, og tot uiterst baksteenhoudend. Bg: Pb > I, Hg > Aw;. Og: < Aw;. Gw: Ba > T.. ASBEST: asbest < detectiegrens.. . Nader onderzoek op lood: voldoende afgeperkt circa 10 m3 grond sterk met lood verontreinigd.. Zintuiglijk: geen bijzonderheden.. Bg: < Aw;. Og: Pb > I (na uitsplitsing Pb > I), Olie, Cu, Zn, Cd, Hg, PAK10 > Aw;. Gw: Zn, Ba > S..
Lood [Pb]
Lood [Pb] Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal)
Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S.. Zw: geen bijzonderheden.. Bg: Co, Hg, Olie > S;. Og: Co, Olie > Aw;. Gw: Ba, VC (vinylchloride) > S. Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S.. Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S.. Zw: geen bijzonderheden.. Bg: Co, Hg, Olie > S;. Og: Co, Olie > Aw;. Gw: Ba, VC (vinylchloride) > S. Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S..
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
Bijlage 1 Toelichting databewerking
Blad 15 van 20
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
Bijlage 1 Toelichting databewerking 1. Type onderzoek De eerste stap bij de selectie van de juiste onderzoeksgegevens, is de selectie van het type onderzoek en de aanleiding van het onderzoek. In de onderstaande tabellen 1 en 2 is aangegeven welke typen en aanleidingen van onderzoek relevant zijn bevonden voor de bodemkwaliteitskaart. In deze tabellen is uitgegaan van de omschrijvingen zoals deze aanwezig zijn in het bodeminformatiesysteem. Het gaat hierom aantallen bodemonderzoeken dus niet het aantal monsters of stoffen per onderzoek. Tabel 1: Onderzoekstypen Omschrijving
Aantal onderzoeken in database
Relevant
Indicatief onderzoek
16
Ja
Verkennend onderzoek NEN 5740
401
Ja
Verkennend onderzoek NVN 5740
94
Ja
Orienterend bodemonderzoek
4
Ja
brf (briefrapport)
1
Ja
avr (aanvullend rapport)
1
Ja
Nul situatieonderzoek
13
Ja
Bodemsanering bedrijven (BSB)
2
Nee
Nader onderzoek
17
Nee
Saneringsplan
1
Nee
Sanerings evaluatie
8
Nee
Bouwstoffenbesluit
8
Nee
Partijkeuring grond
1
Nee
Tabel 2: Aanleiding Omschrijving
Aantal onderzoeken in database
Relevant
bestemmingswijziging, VINEX, locatieontwikkeling
24
Ja
Bouwvergunning
258
Ja
Civieltechnisch
25
Ja
Landsdekkend
1
Ja
Nulsituatie
20
Ja
Transactie
158
Ja
Omgevingsvergunning
33
Ja
Eindsituatie
1
Ja
BOOT
5
Nee
Vermoeden of melding verontreiniging
10
Nee
Voorgaand
19
Nee
Onbekend
11
Nee
(niet gevuld)
2
Nee
Blad 16 van 20
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
2. Periode De onderzoeksgegevens, op basis waarvan de actuele bodemkwaliteit wordt vastgesteld, moeten voldoende recent zijn om te waarborgen dat de gegevens representatief zijn. In de richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat gegevens daarom in principe niet ouder mogen zijn dan 5 jaar. Het gebruiken van gegevens ouder dan 5 jaar is toegestaan, mits wordt aangetoond dat deze gegevens vergelijkbaar zijn met de recentere gegevens. In de huidige kaart zijn de gegevens tot 10 jaar terug gebruikt. Tabel 3: Periode Periode onderzoeken [0; 5] jaar ( 2014-01-26 t/m 2019-01-25 ) <5; 10] jaar ( 2009-01-26 t/m 2014-01-25 ) (Totaal aantal onderzoeken)
Aantal onderzoeken 72 78 567
3. Bodemlagen Om de analysemonsters te kunnen toekennen aan de boven- en ondergrond, is uitgegaan van de gemiddelde diepte van de analysemonsters. Hiermee wordt bedoeld dat: - wanneer de gemiddelde diepte van de bemonsterde laag tussen 0,0 en 0,5 m -mv. valt, dit als bovengrond is beschouwd (bijv. in het geval van een bemonsterde laag uit het traject 0,2-0,7 m -mv.: de gemiddelde diepte is dan 0,45 m -mv.); - voor de ondergrond geldt dat de gemiddelde diepte van het bemonsterde traject groter moet zijn dan 0,5 m -mv. en kleiner dan of gelijk aan 2,5 m -mv. (bijvoorbeeld in het geval van de laag 0,3-0,8 m -mv.; de gemiddelde diepte is 0,55 m -mv.). 4. Rapportagegrenzen en somparameters Voor de omgang met 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden, alsmede de wijze waarop gehalten van individuele parameters moeten worden opgeteld om tot een somparameter te komen, is aangesloten bij recente wet- en regelgeving. Zo is in de Regeling bodemkwaliteit het volgende aangegeven: "Bij een resultaat < dan de rapportagegrenzen genoemd in tabel 1 van deze bijlage (zijnde bijlage G), mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van de grond, grondwater, baggerspecie, bodem, bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden.
Indien de op het analysecertificaat weergegeven < rapportagegrens hoger ligt dan de in tabel 1 vermelde rapportagegrenzen dan dient de desbetreffende < rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen rekenwaarde wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarden. Bij het berekenen van een somwaarde, het rekenkundig gemiddelde en een percentielwaarde worden voor de individuele componenten de gemeten gehalten < rapportagegrens vermenigvuldigd met 0,7. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn of geen rapportagegrens in tabel 1 is opgenomen, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Indien alle individuele waarden als onderdeel van deze berekende waarde < rapportagegrens uit tabel 1 zijn, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarden." Het bovenstaande is op de volgende wijze toegepast op de dataset:
Blad 17 van 20
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
-
-
Voor de somparameter PAK 10 VROM en PCB som 7 is niet uitgegaan van het optellen van de gehalten van alle individuele componenten, zoals hierboven is beschreven, maar van het geregistreerde totaalgehalte. Dit omdat in het bodeminformatiesysteem over het algemeen niet de gehalten van de individuele parameters worden ingevuld. Bij het genereren van de gemiddelden gehalten en de diverse kentallen zijn voor alle parameters de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden vermenigvuldigd met een factor 0,7. De hierbij verkregen rekenwaarde is vervolgens getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit. Dit betekent dat geen rekening is gehouden met de 'kleiner dan rapportagegrens'-waarden die voldoen aan de voorgeschreven rapportagegrens.
5. Kwalibo De richtlijn geeft aan dat wanneer de datum van een bodemonderzoek is gelegen na 1 juli 2007, het onderzoek moet zijn uitgevoerd door een erkende instantie. Dit in verband met eisen die vanuit Kwalibo aan onderzoeksgegevens worden gesteld. Bij het invoeren van onderzoeksgegevens in het bodeminformatiesysteem wordt hier vaak geen rekening mee gehouden. Derhalve is ervoor gekozen om dit niet als voorwaarde mee te nemen bij de databewerking. Verwacht wordt echter dat dit geen noemenswaardige consequenties heeft. Kwalibo is namelijk van toepassing op alle situaties waarbij het bevoegd gezag een beslissing moet nemen. Aangezien bodemonderzoeken, die bij de gemeente worden ingediend, over het algemeen zullen zijn uitgevoerd in het kader van de aanvraag van een bouw- of milieuvergunning, worden deze onderzoeken gecontroleerd op de eisen vanuit Kwalibo. De kans wordt dan ook zeer klein geacht dat de bodemonderzoeken, die zijn uitgevoerd na 1 juli 2007, en bij de databewerking zijn geselecteerd om te worden gebruikt voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart, niet door een erkende instantie zijn uitgevoerd. 6. Coördinaten Voor het opstellen van de bodemkwaliteitskaart zijn alleen die onderzoeksgegevens gebruikt waarvan in het BIS een rapportcontour is ingetekend.
Alleen in dat geval was het namelijk mogelijk om de analyseresultaten van een rapport aan één van de deelgebieden toe te wijzen. Voor de geografische koppeling, oftewel de toewijzing van een rapport (en daarmee de analysemonsters) aan een deelgebied, is uitgegaan van de centroïde van de rapportcontour. Dit betekent dat voor die gevallen waarbij de rapportcontour gedeeltelijk in deelgebied X en gedeeltelijk in deelgebied Y ligt, alle analyseresultaten aan dat deelgebied zijn toegekend waarin de centroïde van de rapportcontour ligt.
Blad 18 van 20
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
7. Extremenanalyse Ondanks de onder punt 1 beschreven databewerking zaten er nog verhoogde gehalten in de dataset waarvan het vermoeden bestond dat deze niet tot de diffuse bodemkwaliteit behoorden (zogenoemde 'extremen'). In de onderstaande tabel 4 is aangegeven welke extremen zijn verwijderd uit de dataset. Conform de richtlijn dient van deze gehalten te worden bepaald of ze: 1. deel uitmaken van de achtergrondgehalten 2. afkomstig zijn van een lokale puntbron 3. het gevolg zijn van een fout in het onderzoek of een fout bij de invoer van gegevens. Alleen wanneer kan worden aangetoond dat het extreme gehalte wordt veroorzaakt door een geval van lokale bodemverontreiniging of het gevolg is van een invoer- of meetfout, mag het betreffende gehalte buiten beschouwing worden gelaten bij het bepalen van de diffuse bodemkwaliteit. In andere gevallen moet worden geconcludeerd dat er geen directe oorzaak is aan te wijzen voor de extreme gehalten en moeten de gehalten worden meegenomen in de berekening van de diffuse bodemkwaliteit.
Blad 19 van 20
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
Tabel 4: Uitbijters ID
MON STER
ONDERZ OEK_ID
ONDERZOEK
GEHAL TE
GEHALT GEHALTE E_BKK _NORM
DATUM_O NDERZOEK
ZONE _OMS
BODEMLAAG _OMS
COMPONE NT_OMS
4695
ANALYS EMONS TER_ID 325
MM2
113
2737
MM2
904
2836
MM2
923
40030
2835
MM1
923
39988
2838
M1
923
25002
1967
MM7
570
35959
2675
M1
872
44014
3076
m01
985
25258
2000
M1
576
33155
2524
2-3
842
45166
3140
MM2
995
25-9-2013
Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone2
24721
1951
M3
567
16-6-2010
Zone2
47482
3268
12-2
1022
24,5000 00 180,000 000 230,000 000 850,000 000 910,000 000 230,000 000 230,000 000 320,000 000 120,000 000 690,000 000 140,000 000 330,000 000 150,000 000 310,000 000 450,000 000 580,000 000 650,000 000 780,000 000 670,000 000 1100,00 0000 3500,00 0000 890,000 000 2700,00 0000 9500,00 0000
13-11-2018
Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1 Zone 1
>= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv >= 0,00 en <= 0,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv > 0,50 en <= 2,50 m -mv
Cadmium [Cd] Lood [Pb]
40016
35,000 000 180,00 0000 230,00 0000 850,00 0000 910,00 0000 230,00 0000 230,00 0000 320,00 0000 120,00 0000 690,00 0000 140,00 0000 330,00 0000 150,00 0000 310,00 0000 450,00 0000 580,00 0000 650,00 0000 780,00 0000 670,00 0000 1100,0 00000 3500,0 00000 890,00 0000 2700,0 00000 9500,0 00000
3-4-2009
37003
010313AA03130 094440392061 010313AA03130 095237131552 010313AA03130 096060093342 010313AA03130 096060093342 010313AA03130 096060093342 010313AA03130 102645079483 010313AA03130 098648177658 01031399999900 16167887044 010313AA03130 103459425659 01031390000000 00000000871 01031390000000 00000000004 010313AA03130 099440551305 01031399999900 16167893752 01031399999900 16167887664 01031399999900 16167882359 01031399999900 16167882359 01031399999900 16167893752 01031399999900 16167882359 01031399999900 16167884261 01031399999900 16167881866 01031399999900 16167884261 01031399999900 16167884261 01031399999900 16167881866 01031399999900 16167884261
34,10000 0 243,0000 00 311,0000 00 1148,000 000 1229,000 000 442,0000 00 442,0000 00 615,0000 00 153,0000 00 633,0000 00 220,0000 00 519,0000 00 197,0000 00 407,0000 00 590,0000 00 761,0000 00 853,0000 00 1023,000 000 1002,000 000 1645,000 000 5235,000 000 712,0000 00 2161,000 000 7603,000 000
ctualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten40634 2858 mp 1 937 Spakenburg t/m 7 33390
2534
mm
844
33402
2533
3-1
844
47461
3272
6-2
1022
33405
2532
2-1
844
32951
2514
mm1
841
46429
3182
mm1
1005
32789
2521
m4-1
841
33021
2509
841
46345
3188
m443 mm7
33054
2505
m4-2
841
1005
13-10-2010 16-6-2010 16-6-2010 16-6-2010 13-4-2012 6-10-2010 28-3-2013 22-3-2012 17-12-2013
Rapport 20-10-2016 3-11-2015 3-11-2015 13-11-2018 3-11-2015 26-1-2015 18-11-2014 26-1-2015 26-1-2015 18-11-2014 26-1-2015
CONCLUSIE
UITBIJTER OPMERKING_B KK
hypothese verwerpen; verontr >S in bg en og mogelijk gerelateerd puin; verontr gw >S; resultaten vergelijkbaar eerder onderzoek; depot op terrein niet onderzocht; geen vervolg. zw: puin. bg: Cu, Pb, Zn, PAK >S. og: Zn >S. gw: Ba, XYL >S. zw: puin. bg: Cu, Pb, Zn>S. og: Cu,Hg,Pb>S. gw: Mo>S. formeel hypothese verwerpen; verontr geen belemmering voor bouwvergunning; bij afvoer grond uitvoeren partijkeuring; geen vervolg noodzakelijk voor Wbb. Lood [Pb] zw: matig-sterk puinhoudend. bg: Pb>I Zn>T Cu,Hg,Pb,Zn,PAK>S. og: -. gw: Ni,PER>S. grond sterk veront tpv puin bijmening; verder lichte verontr in bg en gw; uitvoeren NO naar ernst en omvang. Lood [Pb] zw: matig-sterk puinhoudend. bg: Pb>I Zn>T Cu,Hg,Pb,Zn,PAK>S. og: -. gw: Ni,PER>S. grond sterk veront tpv puin bijmening; verder lichte verontr in bg en gw; uitvoeren NO naar ernst en omvang. Lood [Pb] zw: matig-sterk puinhoudend. bg: Pb>I Zn>T Cu,Hg,Pb,Zn,PAK>S. og: -. gw: Ni,PER>S. grond sterk veront tpv puin bijmening; verder lichte verontr in bg en gw; uitvoeren NO naar ernst en omvang. Minerale zw: -. bg: Hg>AW. og: Hg>AW. gw: Ba>S. formeel hypothese verwerpen; tpv gedmepte sloten geen verontr; overig terrein licht verontr met Hg; in gw lichte verontr met Ba; geen olie (totaal) belemmering voor transactie geen vervolg noodzakelijk. Minerale zw: -.
bg: Cd,Hg,Pb,Zn,m.o.,PAK,PCB>S. og: Hg>S. gw: NAF>S. Formeel hypothese verwerpen; lichte verontr geen belemmering voor transactie en bouwvergunning; geen vervolg olie (totaal) onderzoek noodzakelijk. Minerale Zintuiglijk: bg tot matig puinhoudend, zwak asfalthoudend, og tot zwak puinhoudend.. Bg: PAK10, Olie , PCB's (som 7) > Aw;. Og: PAK10 > Aw;. Gw: < S;. ASBEST: asbest < olie (totaal) detectiegrens.. Koper [Cu] zw: puin. bg: PAK>AW. og: Cu>T Hg,Mo,Zn>AW. gw: Ba,Ni,Zn.Xyl>AW. formeel hypothese verwerpen; matige verontr in og mogelijk gedempte sloot; verder in grond lichte verontr; in gw lichte verontr; NO niet zinvol; geen vervolg noodzakelijk. Minerale ZW: lichte bijmenging puin. BG: Hg >Aw. OG: min olie >Aw. GW: Ba >S. Geen belemmeringen voor transactie. olie (totaal) Koper [Cu] ZW: de bodem is zwak puinhoudend, geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. . BG: geen verontreinigingen. OG: Cu >I, Ba, Co, Hg, Mo, Ni, Pb, Zn >Aw. GW: Ba >S. Nader onderzoek naar de sterke koper verontreiniging wordt aanbevolen. Koper [Cu] zw/bg/og/gw: zie aantek. bij VO is lichte tot sterke verontr bij NO is verontr ingekaderd; verontr met Zn in omvang 7,5m3; mogelijk bij nieuwbouw afgraven verontr grond;.
JA
Lood [Pb]
JA
Lood [Pb]
Zintuiglijk: bg tot uiterst baksteen- en dakpanhoudend, matig betonhoudend, og tot uiterst baksteenhoudend. Bg: Pb > I, Hg > Aw;. Og: < Aw;. Gw: Ba > T.. ASBEST: asbest < detectiegrens.. . Nader onderzoek op lood: voldoende afgeperkt circa 10 m3 grond sterk met lood verontreinigd.. Zintuiglijk: bg brokken baksteen, sporen puin, slakken en aardewerk, og brokken baksteen, sporen hout.. Bg: Pb > T, Ba, Hg, PAK10, Zn, Co > Aw;. Og; Pb > T, Ba, Hg, PAK10, Zn, Cu > Aw:. Gw; Ba > S.. . Nader onderzoek naar matige verontreiniging met lood uitvoeren. Volgens het adviesbureau is er geen aanleiding tot nader onderzoek.. Zintuiglijk: geen bijzonderheden.. Bg: < Aw;. Og: Pb > I (na uitsplitsing Pb > I), Olie, Cu, Zn, Cd, Hg, PAK10 > Aw;. Gw: Zn, Ba > S..
Lood [Pb]
Zintuiglijk: geen bijzonderheden.. Bg: < Aw;. Og: Pb > I (na uitsplitsing Pb > I), Olie, Cu, Zn, Cd, Hg, PAK10 > Aw;. Gw: Zn, Ba > S..
JA
Lood [Pb]
Zintuiglijk: bg tot uiterst baksteen- en dakpanhoudend, matig betonhoudend, og tot uiterst baksteenhoudend. Bg: Pb > I, Hg > Aw;. Og: < Aw;. Gw: Ba > T.. ASBEST: asbest < detectiegrens.. . Nader onderzoek op lood: voldoende afgeperkt circa 10 m3 grond sterk met lood verontreinigd.. Zintuiglijk: geen bijzonderheden.. Bg: < Aw;. Og: Pb > I (na uitsplitsing Pb > I), Olie, Cu, Zn, Cd, Hg, PAK10 > Aw;. Gw: Zn, Ba > S..
JA
Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S..
JA
Zw: geen bijzonderheden.. Bg: Co, Hg, Olie > S;. Og: Co, Olie > Aw;. Gw: Ba, VC (vinylchloride) > S.
JA
Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S..
JA
Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S..
JA
Zw: geen bijzonderheden.. Bg: Co, Hg, Olie > S;. Og: Co, Olie > Aw;. Gw: Ba, VC (vinylchloride) > S.
JA
Zintuiglijk: og tot matige olie-waterreactie, matige oliegeur.. Bg: Olie > I;. Og: Olie > I, Co > Aw;. Gw: < S..
JA
Lood [Pb]
Lood [Pb] Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal) Minerale olie (totaal)
JA JA JA JA JA JA JA JA JA JA JA
JA JA
JA
Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1 Uitbijter Rekensessie 1
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart Bunschoten-Spakenburg projectnummer 0435547.100 3 juni 2019 revisie 00
Rapport Actualisatie bodemkwaliteitskaart BunschotenBijlage 2 Statistische kentallen Spakenburg
Statistieken bodemkwaliteitskaart
zone:
Zone 1
kwaliteit ontgravingskaart (*1):
Landbouw/Natuur
bodemlaag:
>= 0,00 en <= 0,50 m -mv
kwaliteit ontvangende bodem (*1):
Landbouw/Natuur
↓
↓
↓
stof
n
P50
P80
P90
P95
max.
gem.
std. dev.
varco.
px.80+
px.80-
Organische stof
170
3,7
7,0
12
19
75
5,9
9,2
1,5
6,8
5,0
(n.v.t.)
Lutum
167
3,8
10
21
34
53
7,9
10
1,3
8,9
6,9
(n.v.t.)
Barium
131
71
158
223
278
312
103
78
0,76
111
94
Cadmium
148
0,30
0,37
0,63
0,75
1,1
0,36
0,18
0,49
0,38
0,34
0,60
1,2
4,3
13
0,14
Kobalt
131
6,0
13
18
21
45
9,1
6,4
0,71
9,8
8,4
15
35
190
190
0,10
Koper
149
12
26
34
40
111
18
14
0,81
19
16
40
54
190
190
0,21
Kwik
149
0,090
0,15
0,23
0,33
0,83
0,12
0,11
0,89
0,13
0,11
0,15
0,83
4,8
36
0,06
Lood
147
27
59
71
80
160
37
29
0,80
40
33
50
210
530
530
0,14
Molybdeen
131
1,5
1,5
1,5
1,5
11
1,5
0,85
0,58
1,5
1,4
1,5
88
190
190
0,00
Nikkel
149
12
25
47
59
72
18
16
0,86
20
17
35
39
100
100
0,80
Zink
152
65
153
186
337
491
101
92
0,92
110
91
140
200
720
720
0,54
PCB (som 7)
131
0,0083
0,012
0,020
0,029
0,090
0,013
0,013
1,0
0,014
0,011
0,02
0,04
0,5
1
0,04
PAK 10 VROM
150
0,51
1,2
2,8
4,2
18
1,2
2,2
1,8
1,5
1,0
1,5
6,8
40
40
0,11
Minerale olie
158
59
70
103
136
284
64
40
0,61
68
60
190
190
500
5000
0,33
↑
achtergrondwaarde
wonen
industrie
interventiewaarde
heterogeniteit
(n.v.t.)
↑
↑
Legenda
Toelichting
Kolommen
kwaliteitsklassen
stof
naam van de stof
n
aantal waarnemingen
P50
Kleur
Gehalten zijn gerapporteerd in mg/kg
Ondergrens
Bovengrens
Omschrijving
Statistieken zijn op basis van naar standaardbodem teruggerekende gehalten
-
<= AW
AchtergrondWaarde (*2)
Berekening van standaardbodem is conform 'Regeling bodemkwaliteit, bijlage G'
50e percentiel
> AW
<= Wo
Wonen (*2)
P80
80e percentiel
> Wo
<= Ind
Industrie (*2)
*1. Kwaliteitsoordeel op basis van het gemiddelde gehalte
P90
90e percentiel
> Ind
<= I
Groter dan industrie
*2. Maximale waarden zijn conform 'Regeling bodemkwaliteit, Bijlage B, Tabel 1'
P95
95e percentiel
>I
-
Interventiewaarde (*3)
* 3. Normwaarden zijn conform 'Circulaire bodemsanering, Bijlage 1, Tabel 1'
max.
maximum
gem.
gemiddelde
heterogeniteitsklassen (*4)
std. dev.
standaarddeviatie
Kleur
Ondergrens
Bovengrens
varco.
variatiecoëfficiënt
>= 0,00
<= 0,20
weinig heterogeniteit
px.80+
bovengrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde
> 0,20
<= 0,50
beperkte heterogeniteit
px.80-
ondergrens betrouwbaarheidsinterval van 80% rond het gemiddelde
> 0,50
<= 0,70
achtergrondwaarde
bovengrens kwaliteitsklasse achtergrondwaarde (*2)
> 0,70
-
wonen
bovengrens kwaliteitsklasse wonen (*2)
industrie
bovengrens kwaliteitsklasse industrie (*2)
interventiewaarde
interventiewaarde (*3)
heterogeniteit
heterogeniteit (*4), berekend met: ( P95 - P5 ) / ( industrie - achtergrondwaarde )