CConstaterende datBunnik
Koppel je AI →
Document · PDF

Toezeggingen en beantwoording vragen startnotitie Groenvisie (002).doc

Raadsvergadering 17 juni 2021, gemeente BunnikBij agendapunt: Startnotitie Groenvisie 2022 - 20301.039 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan

:

De leden van de gemeenteraad

Van

:

Wethouder Rensen

Datum

:

8 juni 2021

Onderwerp

:

Toezeggingen en vragen startnotitie Groenvisie 2022-2030

Bij de bespreking van de startnotitie Groenvisie 2022-2030 in het Open Huis van 27 mei 2021 heeft wethouder Rensen de volgende toezeggingen gedaan: 1) Zich te richten op besluitvorming over de groenvisie in de huidige raadsperiode; 2) De NMU op te nemen als stakeholder in plaats van extern expert; 3) Het onderwerp gezondheid / leefbaarheid een plek te geven / nadrukkelijker te noemen in de groenvisie 4) Nagaan of de aanplant van bomen kan worden meegenomen als uitgangspunt in een van de zes thema's. Hierop schriftelijk terugkomen als dat niet inpasbaar is. 5) Openstaande vragen schriftelijk (laten) beantwoorden. Eén van de vragen gaat over risico’s en kosten beter in beeld brengen (inclusief signalen RMN) en een andere vraag gaat over hoe de technische verbinding is tussen de Omgevingsvisie en de Groenvisie Antwoord 1 In de planning houden we aan besluitvorming in januari/februari 2022. Antwoord 2 We voegen NMU toe als stakeholder. Antwoord 3 Het bevorderen van gezondheid en leefbaarheid zijn doelen voor die voor alle thema’s in de groenvisie gelden. We nemen het voorstel over om gezondheid/leefbaarheid een plek te geven als thema. Ons voorstel is om thema 2 “Groene functies en gebruikswaarden” breder te trekken tot “Bijdrage van het groen aan leefbaarheid en gezondheid”.

Dat geeft uitwerking aan onder andere effect van groen op: - Luchtkwaliteit; - Gezondheid door ontspanning en ontmoeting; - Beweegvriendelijke omgeving voor jong en oud, inclusief spelen; - Hondenroutes; - Groen in samenhang met andere leefbaarheidsaspecten zoals sociale veiligheid, verkeersveiligheid en bereikbaarheid/ toegankelijkheid. Antwoord 4 In de startnotitie voor de groenvisie is zowel bij de thema’s ‘groene identiteit van Bunnik’ als ‘Biodivers Bunnik’ sprake van het behouden en het versterken van het groen. In het kader van dit versterken kan zeker worden gedacht aan de aanplant van extra bomen, evenals andere soorten beplanting overigens zoals hagen, bosplantsoen en onderbeplanting. Maar met versterken van het groen en de biodiversiteit kan ook gedacht worden aan bijvoorbeeld de aanleg van paddenpoelen. Wel zal een eventuele uitbreiding van het groen en het aantal bomen altijd getoetst moeten worden aan de aspecten financiën en ruimtelijke inpasbaarheid. Areaaluitbreidingen leiden tot structureel hogere kosten (zie meer hierover bij antwoord 5), terwijl zowel boven als onder de grond de bestaande openbare ruimte al

Format raadsvragen

2 behoorlijk vol is. Daarbij geldt dat wanneer bomen onvoldoende groeiruimte hebben, zij niet vitaal en duurzaam tot hun volle formaat kunnen uitgroeien. Dat geldt eveneens wanneer bomen elkaar concurreren om voeding, water en licht. Op dit aspect is sprake van spanning tussen kwaliteit en kwantiteit. Om deze redenen zal de groenvisie zeker aandacht besteden aan de wenselijkheid van en voorwaarden voor uitbreiding van het groen en het bomenbestand, maar acht het college het op voorhand onwaarschijnlijk dat de groenvisie concrete doelstellingen ten aanzien van het aantal extra bomen bevat. Specifiek voor het buitengebied geldt dat het college de groenvisie zo veel mogelijk wil aansluiten bij bestaande, meestal regionaal lopende projecten zoals de nationale/provinciale bossenstrategie en Groen groeit mee. Ook kan wellicht aangesloten worden bij initiateven van maatschappelijke partners, zoals het Utrechts Landschap, en bij de planning rondom de ontwikkeling van de Kersenweide. Uiteraard is, in lijn met de omgevingsvisie, wel het doel om het kenmerkende open en kleinschalige agrarische landschap van de kromme Rijnstreek te behouden. Antwoord 5  Financiën De financiële randvoorwaarde dat de groenvisie binnen de beschikbare budgetten tot uitvoering moet kunnen komen, is gemaakt in het licht van de tekorten die we de komende jaren in de totale gemeente begroting zien.

De structurele kosten worden berekend door eenheidsprijs x areaal (=aantal m2 of stuks). Kosten kunnen zowel stijgen door aanpassing van de eenheidsprijzen als door veranderingen van het areaal. Wat betreft de eenheidsprijzen zijn altijd aanpassingen te verwachten. Voorbeelden hiervan zijn prijsstijgingen/ inflatie (zowel bij verbonden partijen als de Biga groep en RMN als bij externe aannemers), uitbraak van boomziektes of klimaatverandering (doordat de temperaturen hoger worden zal het groen/onkruid langere periode in de herfst doorgroeien, wat leidt tot meer kosten). Deze factoren zijn nauwelijks door de gemeente te beïnvloeden. Wel beïnvloedbaar is het areaal van het groen. Bijvoorbeeld door te kiezen voor groen dat duurder is in het beheer, bijvoorbeeld omdat het bewerkelijker is, of juist goedkoper in onderhoud is. Of voor groen dat beter bestand is tegen klimaatveranderingen zoals drogere zomers. De kosten stijgen ook als er meer groen komt (waaronder bomen) of meer faunavoorzieningen of anderszins. Eenmalige – al dan niet gesubsidieerde - investering in de aanleg van meer groen leidt daarbij altijd tot een structurele stijging van de beheerkosten. Om waar te kunnen maken wat we in de visie nastreven, moet aandacht zijn voor eventuele kosteneffecten van keuzes die we bij het opstellen van de visie maken. 

Technische verbinding tussen de Omgevingsvisie en de Groenvisie

De Groenvisie en Omgevingsvisie doorlopen hun eigen traject, met een eigen planning. Uiteraard houden we de samenhang in de gaten. Het is van belang dat de omgevingsvisie de juiste ingrediënten heeft zodat de raad een goede afweging op hoofdlijnen kan maken en dat er voldoende haakjes zijn om beleid te kunnen maken richting de toekomst. De omgevingsvisie borgt de integraliteit van de fysieke leefomgeving, de thematische uitwerking (zoals groenvisie) neemt dit mee als kader en werkt het beleid verder uit. De uitwerking van de groene thema’s van de groenvisie sluit aan bij de eerste (ambtelijke) schets van de omgevingsvisie. Daarin wordt het groen genoemd als bijdragen aan de toekomstwaarde voor Bunnik door: - Aantrekkelijk vestigingsklimaat, met onder andere de rijke cultuurhistorie; - De identiteit van het groen dorps wonen; - Gezondheid met onder andere beweegvriendelijk groen; - Aanpassing aan klimaatverandering, zodat we geen overlast van piekbuien of van droogte hebben, door de bodem als spons te gebruiken;

3 -

Een stabiele basis, door meer biodiversiteit, die de natuurlijke balans en buffering tegen bijvoorbeeld plagen versterkt.

De groenvisie is een verfijning van de strategische thema’s uit de omgevingsvisie. De groenvisie is daarmee een thematisch programma binnen de omgevingswet. In de groenvisie worden thema’s en onderwerpen uit de omgevingsvisie nader uitgewerkt op het gebied van groen. Als er eventueel zaken uit de groenvisie komen die moeten worden aangepast in de omgevingsvisie, dan kan dat in de volgende actualisatieronde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Bunnik&id=282528aa-e9fd-4efe-a57c-c4a7463b80f0