IA.04. Energie Coöperatie Bunnik - Zienswijze RES Herijking
Tekst van het document
Aan: secretariaat RES Regio Utrecht Van: Energie Coӧperatie Bunnik Betr: Zienswijze RES-Herijking 2025 d.d.: 26 MAART 2025 Graag maken wij als ECB gebruik van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op de Herijking RES. In de eerste alinea’s treft u onze meer algemene appreciatie aan, daarna verleggen we kort de aandacht naar de mogelijke doorwerking in onze gemeente incl. daarbij in ons eigen werk. Algemeen Het bestuur van de Energie Coöperatie Bunnik (ECB) onderschrijft en ondersteunt de herijkte RESRegio Utrecht ambities. We zien met positieve blik dat de regio op weg is om de doelstelling van 1,8TWh in 2030 te halen (‘60% gerealiseerd of in de pijplijn’), maar zijn wel bezorgd over het vervolg, omdat de resterende 40% halen veel moeilijker blijkt en daar loopt de RES achter in de planning. We nemen aan dat het samenwerken van overheden en partners in de RES het urgente probleem van netcongestie kan helpen reduceren. We werken daar lokaal, waar mogelijk zelf graag aan mee. Waar het gaat om de opgaven voor aanvullende opwek willen wij aandacht vragen voor de randvoorwaarde van lokaal eigenaarschap: een inspanningsverplichting tot >50% kan naar ons idee alleen resultaat opleveren, als het initiatief tot ontwikkeling van opwek (wind of zon) bij de lokale gemeenschap gelegd kan worden. Dat vergt iets van gemeenten om dat mogelijk te helpen maken.
In gebruikelijke aanbestedings- en (ver-)gunningsprocessen zal bijgestuurd moeten worden. In het licht van de netcongestie lijkt het ons zinnig als de netbeheerders een actief loket hebben voor de begeleiding van deze initiatieven (randvoorwaarden, contractvormen, timing, aansluiting etc.). Alleen dan is >50% of tenminste een ‘fair share’ van lokale gemeenschappen in de installaties denkbaar. Waar het om de warmtetransitie gaat lijkt het ons van groot belang de RES en de samenwerking daarin voort te zetten. Omdat tot nu toe vooral inventarisatie, planning en afstemmingswerk is gebeurd, en dus ‘de spa nog de grond in moet’. Als het proces nu zou stokken, en de RES afremmen, dan is er het risico dat het voorwerk uiteindelijk allemaal voor niks is gedaan. Uiterlijk 2026 moeten gemeentelijke warmteprogramma’s worden vastgesteld. Uitwisseling van expertise tussen gemeenten, provincie en kennispartners (publiek en privaat) is van groot belang. Daarbij zien we ook een uiterst vruchtbare flankerende rol weggelegd voor de ondersteuningsstructuur voor bewoners- en wijkinitiatieven, deels met en door energie-coӧperaties. Draagvlak bij kennis en v.v. brengen is bij de warmteprogramma’s een deel van de uitdaging. Die ondersteuningsstructuur zou dus als voorziening beschikbaar moeten blijven de komende jaren.
Warmteoplossingen, energiebronnen en opslag in samenhang ontwikkelen lijkt ons het devies. En lokale warmtebronnen zoveel mogelijk collectief benutten. Dit verkleint het netcongestieprobleem. Collectieve warmtenetten hebben de voorkeur, waar mogelijk, boven individuele oplossingen. Daarover staat in de Herijking veel behartenswaardigs. Standaardisatie in aanleg en een uitrol die als ‘infra tot tenminste alle voordeuren’ reikt, zal naar ons idee de haalbaarheid van exploitatie bovendien bevorderen. En daarnaast uiteraard: maximaal blijven inzetten op energie besparen (isoleren, ventileren). Gemeenten hebben een regiefunctie in de keuze voor aardgasvrije warmteoplossingen in wijken en bedrijventerreinen, ook verantwoordelijk voor vergunningstrajecten: benut de regiefunctie meer en
op tijd, dat zou voor deze visie nodig zijn. We hopen dat de opties die de wet gemeentelijk instrumentarium warmtenetten gaat bieden actief en ten goede benut kunnen gaan worden. Lokaal vertaald - in de gemeente Bunnik De door onze gemeente voorzien beleidsnotitie Zon op Land (‘deel II’), juichen we toe en waar mogelijk denken we daar als ECB graag over mee. De ECB ondersteunt ook de ambitie om langs de A12 windenergie (verder) te ontwikkelen; bij de OER-ontwikkelingen zijn we nog niet actief betrokken, maar we onderschrijven het streven daarin. Ook onze inzet komende jaren voor Zon-op-Dak blijft onverminderd. We merken wel dat onzekerheden door wisselende subsidie-regimes, netcongestie en de stopzetting van salderen de te benaderen ondernemers met geschikte daken kopschuw maken. Ook hier lijkt te gelden, dat de makkelijker daken al vol liggen en de volgende stappen juist moeilijker geworden zijn. Omdat de gemeente Bunnik in oppervlakte een bescheiden omvang heeft en daarbinnen Unesco erfgoed kent van enige omvang, en zichtlijnen van landgoederen, zou het gestelde doel van 62Gwh (ambitie 2030-2050) wel eens heel lastig kunnen blijken. Het is goed voortvarend die kant op te werken, maar niet met oogkleppen op. Schaarste managen is uiteindelijk politiek handwerk.
Onze steun geldt ook de voorstellen en haalbaarheidsonderzoeken om aardwarmte of zelfs warmte uit water uit de Kromme Rijn, in de gemeente als gedeeltelijke warmtebron, toe te gaan passen, in combinatie met kleinschalige warmtenetten. Onze gemeente is met een wijkgerichte aanpak aan de slag voor de warmteprogrammering en wij helpen daarbij graag waar mogelijk. Warmtescans van woningen, energie-coaching, advies en inkoopacties zijn additionele manieren om als coӧperatie kleine steentjes te blijven bijdragen aan uitvoering van de RES. De nieuwbouwwijk Kersenweide is goed voorbeeld van het streven 'alle' ontwikkelingen bij elkaar te laten komen, waar gemeente Bunnik en ECB elkaar in lijken te vinden: ✓ Met 1200 energiezuinige woningen in een klimaatadaptieve wijk; ✓ Met een decentraal energiesysteem op wijkniveau voor opwek en delen van stroom; ✓ inclusief lokale buffering en opslag, met (beperkt) regelbaar energieverbruik; waardoor de belasting van het net tot een minimum kunnen worden teruggebracht; ✓ inclusief (potentieel) maatschappelijke betrokkenheid van toekomstige bewoners; ✓ met nu al actieve participatie van Stedin, projectontwikkelaars; en straks sociale verhuurders. We willen graag de komende jaren alert blijven op kansen om deze wijk ook in de wintermaanden dichter bij zelfvoorzienendheid te brengen. Mogelijk dat we dat met de windopgave in de regio kunnen verbinden.
De inzichten en ervaringen met de Kersenweide zouden voorts ook voor andere gebiedsontwikkelingen in onze gemeente herbruikbaarheid moeten worden gemaakt. Tot slot Uitvoering geven aan deze RES – bij Herijking – lijkt ons een noodzakelijkheid in breder perspectief. Niet alleen klimaatdoelstellingen motiveren tot de beoogde transitie. Minder afhankelijk raken van buitenlandse fossiele brandstoffen is de laatste jaren in geopolitiek verband urgenter geworden. Meer betrekken van inwoners en ze meer zeggenschap en eigenaarschap teruggeven, moet hierin een grondtoon zijn, juist opdat verantwoordelijkheid en vrijheid weer in evenwicht gebracht worden. Namens de ECB, het bestuur, Jan Klingen, Anna von der Heydt, Paul Zeef