Ia.01. Raadsinformatienota meicirculaire 2022.pdf
Tekst van het document
INFORMATIENOTA Aan
:
De gemeenteraad
Van
:
College van burgemeester en wethouders
Datum
:
27 juni 2022
Onderwerp
:
Meicirculaire 2022
Recentelijk ontving u de Kadernota 2023-2026 ter behandeling in het Open Huis van 23 juni en de raadsvergadering van 7 juli a.s. Zoals aangegeven in het betreffende raadsvoorstel kon tot voor kort nog geen actuele informatie worden verstrekt over onze belangrijkste inkomstenbron; de algemene uitkering uit het Gemeentefonds. Wel hebben we in dit raadsvoorstel op basis van de toen beschikbare informatie aangekondigd dat de begrotingstekorten voor de jaren 2024 en 2025 gering zouden zijn en dat voor 2023 kon worden volstaan met een eenmalige onttrekking aan onze algemene reserve. Daarentegen werd voor 2026 een ‘financieel ravijn’ verwacht. Actuele informatie over de algemene uitkering heeft het Rijk ons onlangs verstrekt in de zogenaamde Meicirculaire 2022. De berekening van het financiële effect van deze circulaire op de algemene uitkering voor Bunnik was dit jaar zeer complex en is inmiddels afgerond. In deze informatienota gaan wij in op de financiële positie Bunnik op basis van de gegevens in de Kadernota 2023-2026 en het coalitieakkoord. Daarna geven wij inzicht in het financiële effect van de Meicirculaire 2022 en vervolgens vindt de confrontatie daartussen plaats. Tot slot plaatsen wij een aantal kanttekeningen over de financiële positie Bunnik en een dringend advies hoe om te gaan met de ontstane financiële ruimte.
Samenvattend kunnen we na de recente informatie stellen: De Meicirculaire 2022 laat een positief effect zien ten opzichte van onze eerdere prognoses. Dit betekent concreet dat het negatieve financiële perspectief van de Kadernota 2023-2026 is omgeslagen naar een begrotingsoverschot voor de jaren 2023–2025 en een begrotingstekort voor het jaar 2026. Voor het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026 starten we dus met een duidelijk financieel positiever uitgangspunt. Bij dit positievere uitgangspunt is echter een aantal kanttekeningen te plaatsen, waardoor wij u dringend adviseren om met het toewijzen van de positieve saldi te wachten tot de behandeling van de Programmabegroting 2023-2026 in uw vergadering van 10 november 2022. 1. Financiële positie op basis van de Kadernota 2023-2026 en het coalitieakkoord In onderstaande tabel brengen wij de financiële positie van de gemeente Bunnik op basis van de Kadernota 2023-2026 en het coalitieakkoord ‘Natuurlijk in Bunnik’ in beeld. In het coalitieakkoord wordt een structureel budget gevraagd van € 350.000 en daartegenover staat een verhoging van de gemeentelijke belastingen met hetzelfde bedrag. Daardoor is het financiële effect budgettair neutraal. Bedragen in € 1.000 Saldi kadernota 2023 - 2026 Coalitieakkoord 2022 - 2026 Dekking verhoging toeristenbelasting Dekking verhoging OZB Saldi na Coalitieakkoord/kadernota 2023 - 2026
2023 -830,9 -350,0 75,0 275,0 -830,9
2024 -985,9 -350,0 75,0 275,0 -985,9
2025 -1.074,5 -350,0 75,0 275,0 -1.074,5
2026 -1.121,8 -350,0 75,0 275,0 -1.121,8
Zoals al was aangegeven in het raadsvoorstel bij de Kadernota 2023-2026 voorzagen wij dat deze begrotingstekorten voor 2023, 2024 en 2025 positief konden worden bijgesteld.
2. Financiële effect Meicirculaire 2022 In de Programmabegroting 2022-2025 is uitgegaan van de algemene uitkering voor de komende 4 jaar die was gebaseerd op de Septembercirculaire 2021. Het effect dat in onderstaande tabel is opgenomen, is het effect van de Meicirculaire 2022 ten opzichte van de Septembercirculaire 2021 en de wijzigingen in de maatstaven inclusief de herijking van het Gemeentefonds en de Decembercirculaire 2021. Bedragen in € 1.000 Bruto effect meicirculaire 2022 Taakmutaties/Decentralisatieuitkeringen Stelpost Jeugd 2022 Stelpost Inflatie Netto effect meicirculaire 2022
2023 1.894,6 -153,0 0,0 -557,5 1.184,1
2024 1.861,8 -177,3 427,8 -557,5 1.554,8
2025 2.400,5 -134,0 394,2 -557,5 2.103,3
2026 756,5 -133,1 394,2 -557,5 460,2
Hieronder geven we een korte inhoudelijke toelichting op de geschetste effecten van de Meicirculaire 2022: Bruto effect Meicirculaire Het Gemeentefonds groeit of krimpt mee met de uitgaven van het Rijk, het zogenoemde trap-op-trap-af mechanisme. Deze groei of krimp wordt ‘het accres’ genoemd. Het bruto effect1 van de Meicirculaire geeft een groot positief beeld voor begrotingsjaren 2023 tot en met 2025. De accressen zijn hoger dan eerder gemeld in de Maartbrief 2022 en bijgesteld op basis van de Voorjaarsnota 2022. In de jaren 2022 tot en met 2025 zijn de hogere accressen het gevolg van extra Rijksuitgaven voor onder andere: de koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimumloon en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon- en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. Voor het jaar 2026 is er een aanzienlijke daling te zien in het accres. In de ‘Startnota Kabinet Rutte IV’ (financiële vertaling van het coalitieakkoord) heeft het Kabinet aangegeven dat het accres voor 2026 niet is berekend, maar vastgezet op een plus van € 840 miljoen ten opzichte van de Septembercirculaire 2021. Per saldo is het netto effect van de Meicirculaire voor de jaren 2023–2026 positief, met dus een substantiële daling van de algemene uitkering in 2026 (in de pers aangeduid als ‘ravijn’).
Taakmutaties/Decentralisatie-uitkeringen Er komt ook een aantal nieuwe taken naar de gemeente, de zogenaamde taakmutaties. De bijbehorende financiële consequenties worden in de Programmabegroting 2023–2026 ook aan de lastenkant verwerkt. Dit geldt ook voor de bijstelling van de decentralisatie-uitkeringen Voogdij 18+ en Participatie (WSW). Stelpost Jeugd Voor het begrotingsjaar 2023 heeft het Kabinet 1,445 miljard toegekend aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Overeenkomstig de provinciale richtlijnen is in de Programmabegroting 2023-2026 rekening gehouden met een structureel karakter van deze tegemoetkoming van 75%, deze wordt verwerkt in een stelpost. Stelpost Inflatie In de Meicirculaire is rekening gehouden met een hogere prijsontwikkeling. Dit heeft ook een effect op de Programmabegroting 2023-2026 en daarom nemen we een stelpost op van € 557.500.
1
Dit is inclusief de in de Kadernota 2023–2026 opgenomen loon/prijsontwikkeling van € 402.600.
3. Confrontatie tussen financiële positie (1) en financieel effect Meicirculaire (2) De Meicirculaire heeft netto een positief effect en ook de verwachte saldi zijn voor de jaren 2023–2025 positief. Voor 2026 slaat dit om in een nadelig saldo. Bedragen in € 1.000 Saldi kadernota 2023 - 2026 Coalitieakkoord 2022 - 2026 Effect meicirculaire 2022 Saldi na informatienota 2022
2023 -830,9 0,0 1.184,1 353,2
2024 -985,9 0,0 1.554,8 568,9
2025 -1.074,5 0,0 2.103,3 1.028,8
2026 -1.121,8 0,0 460,2 -661,6
4. Kanttekeningen Lagere (onderuitputting) Rijksuitgaven Er is reële kans op onderuitputting van de Rijksuitgaven. De onzekerheid rondom de daadwerkelijke uitvoering van de beleidsvoornemens van het Rijk is groot. Er is een reëel risico dat maatregelen niet op tijd zijn uitgewerkt en budgettaire impulsen niet gerealiseerd kunnen worden zoals gepland in de ‘Startnota Kabinet Rutte IV’. Door de grote ambities van het Kabinet, in combinatie met de krappe arbeidsmarkt, leveringsproblemen en de doorlooptijd van aanbesteding- en vergunningsprocedures, is de kans op onderuitputting aanzienlijk. De krapte op de arbeidsmarkt maakt het bijvoorbeeld lastiger om het benodigde personeel voor de intensiveringen op defensie te vinden. Dit heeft zijn weerslag voor de uitkering aan ons. ‘Ravijn’ jaar 2026 Als gevolg van een tweetal maatregelen van dit Kabinet, de opschalingskorting en het bezuinigen op het accres Gemeentefonds, ontstaat er in 2026 een aanzienlijk ‘ravijn’. De fondsbeheerders enerzijds en de VNG en het IPO anderzijds onderzoeken op welke wijze het geschil over dit ‘ravijn’ kan worden beslecht. De VNG verwacht dat na de zomer 2022 duidelijkheid komt over dit onderzoek. Daarna zal een verdere uitwerking moeten plaatsvinden. Overigens heeft het Kabinet voor ogen om vanaf 2026 het gemeentelijk belastinggebied te verruimen.
Daardoor zou theoretisch het ‘ravijn’ financieel mogelijk worden overbrugd. Actualisatie gegevens De Programmabegroting 2023-2026 wordt nu opgesteld. Hier zitten nog diverse berekeningen in die nog niet verwerkt zijn in het hierboven gepresenteerde saldo. Denk aan de leges omgevingsvergunningen, onroerendezaakbelasting en overige gemeentelijke inkomsten en uitgaven. Dit kan nog een negatief effect hebben van circa € 150.000 oplopend tot € 200.000. In die zin markeert het hierboven gepresenteerde financiële beeld de start van het begrotingsproces per 7 juli 2022 en zal dit beeld zeker nog wijzigen. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet is uitgesteld naar 1 januari 2023. Onduidelijk is nog of deze datum haalbaar is. Dit uitstel brengt hogere lasten met zich mee. Ook is nog niet duidelijk hoe groot de impact van de invoering van de Omgevingswet op de Programmabegroting is. Energieprijzen De energieprijzen zijn fors toegenomen. Mocht deze trend zicht voortzetten of gelijk blijven dan zou dat voor Bunnik een stijging aan energiekosten van minimaal € 150.000 kunnen betekenen. Gezien de onzekerheid is dit nog niet opgenomen in de Programmabegroting 2023-2026. Via de meicirculaire is compensatie voor hogere inflatie verwerkt, waarvoor we een stelpost opgenomen hebben van € 557.500. Binnen deze stelpost moet ook de hogere energiekosten opgevangen worden.
Septembercirculaire Deze Meicirculaire laat een positief beeld zien waarbij voor bijna alle jaren tot 2026 sprake is van een begrotingsoverschot. Echter is het zeer waarschijnlijk dat dit beeld met de Septembercirculaire naar beneden wordt bijgesteld.
Advies: De Meicirculaire 2022 laat een positief effect zien ten opzichte van onze eerdere prognoses. Dit betekent concreet dat het negatieve financiële perspectief van de Kadernota 2023-2026 is omgeslagen naar een begrotingsoverschot voor de jaren 2023–2025 en een begrotingstekort voor het jaar 2026. Voor het opstellen van de Programmabegroting 2023-2026 starten we dus met een duidelijk financieel positiever uitgangspunt. Bij dit positievere uitgangspunt is echter een aantal kanttekeningen te plaatsen, waardoor wij u dringend adviseren om met het toewijzen van de positieve saldi te wachten tot de behandeling van de Programmabegroting 2023-2026 in uw vergadering van 10 november 2022.